Column Spektakel (v.) in De Morgen van maandag 19 augustus 2024

Spektakel (v.)

Mijn kennismaking met vrouwenwielrennen dateert van 2011. Toen arriveerde een bedeesde tiener op de Topsportschool in Gent. Dat was Lotte Kopecky. Ze reed rondjes op de wielerbaan en af en toe buiten op de weg, samen met de jongste jongens en een paar keer met de algemeen directeur van Wielerbond Vlaanderen in het peloton. Die laatste, dat was ik in een vorig leven. Kopecky, die reed gewoon mee en zweeg.

Vrouwenwielrennen en de promotie ervan stond hoog op de prioriteitenlijst. Meer en meer vrouwen waren op koersfietsen gesignaleerd en ze reden steeds sneller, maar dat vertaalde zich niet in meer wedstrijden of meer belangstelling voor vrouwenwielrennen.

Op een zaterdag stond ik ergens in de Vlaamse Ardennen aan een café waar een vrouwenwedstrijd – ik meen een Vlaams kampioenschap – rondjes draaide. Ik noteerde: vrouwenkoers, Niet Om Aan Te Zien.

Elke ronde passeerde een grote groep, breed uitgesmeerd over de weg. Op de derde rij waren ze aan het keuvelen. Op de vierde aan het breien. Hellingen genoeg, maar geen ontsnappingen, ook geen afvallingskoers. Gewoon rondjes draaien en iedereen welkom om eraan te blijven hangen. Na x aantal rondjes kwam een groepje naar de meet. Dat had de rest gelost op een bultje en sprintte vóór het café voor de overwinning.

Maandag hadden we stafmeeting of zoiets en ik vroeg aan de technici van onze bond wat ik had gezien. “Vrouwenwielrennen”, luidde het antwoord. “Ze durven niet te koersen, ze smijten zich niet, bang om dood te gaan. Maar dat is aan het veranderen onder impuls van de Hollandse vrouwen.”

“Juist, Leontien van Moorsel,” opperde ik, “heb ik nog geïnterviewd in mijn Hollandse jaren.”

Neen, was het antwoord. Marianne Vos is het grote voorbeeld.

Vos is nog steeds een voorbeeld, Annemiek van Vleuten was dat ook maar die is gestopt, Kopecky is nu de evenknie van wie dan ook in de wereldtop, en er wordt gekoerst. Vrouwenwielrennen is even spannend als mannenwielrennen en dus even spectaculair. Gisteren in de Tour de France Femmes viel Demi Vollering aan op 53,7 kilometer van de aankomst, op de Glandon en met nog een beklimming van Alpe d’Huez als dessert. Het was spektakel à la Pogacar. Het werd een ouderwets slagveld.

Vrouwenwielrennen is niet zoals vrouwenvoetbal. Het mag trager gaan, je ziet het niet. Zolang er maar wordt gekoerst en gisteren is volop gekoerst.

Vollering reed bijna anderhalve minuut bij elkaar op de Glandon, maar zag dat herleid tot 35 seconden. Gele trui Katarzyna Niewiadoma kwam dichter, maar toen begonnen ze aan de alp. Seconde na seconde moest ze inleveren en na vijf kilometer klimmen reed Vollering in het geel, op voorwaarde dat ze Pauliena Rooijakkers nog zou kunnen lossen.

Waarna het weer omsloeg. Seconde na seconde kwam Niewiadoma dichterbij, maar toen had Vollering nog een laatste gruwelijk snelle kilometer in de benen en zag Niewiadoma haar boniseconden ultiem nog afgepakt, waardoor het een secondespel werd.

Vier seconden scheelde het voor een gele trui. Vollering was ontroostbaar, Niewiadoma steeg op naar een wolk. De spannendste wielerwedstrijd, misschien wel spannendste sport van het jaar was de Tour de France Femmes.

Bijkomstig voordeel van vrouwenwielrennen zijn de interviews voor de start van de etappe of nadien. Jarenlang hebben die vrouwen in de relatieve anonimiteit hun ding gedaan. De eerste keer dat een journalist aan hun campertje verscheen schrokken ze zich een hoedje.

Leontien was de eerste die journalisten tegen de gilet trok. Met teksten over haar twijfels, depressies, eetstoornissen en ten slotte met prestaties zoals haar drie keer goud in Sydney 2000.

Het zijn allemaal Leontiens. Heerlijk moet het zijn als journalist om iemand voor je microfoon/bandje te krijgen die dankbaar is dat je hen de aandacht schenkt die ze verdienen en die ook op alle vragen antwoordt.

De smiley-trui voor de beste interviews gaat zonder enige discussie naar Justine Ghekiere. Ze was het brede publiek al opgevallen in Parijs toen ze zich uit de naad reed voor Kopecky. Dat vond ze genoeg reden om een paar nachten stevig door te feesten tot de ploegleiding haar naar de Tour sommeerde. Ze maakte van de nood een deugd en ging voor de bollentrui voor beste klimmer. Die had ze dit jaar al gepakt in de Giro. Gisteren was ze half koers zeker van eindwinst in dat nevenklassement. Haar uitleg, haar teksten, haar interviews kortom; lesmateriaal voor hoe je de interviewers en het publiek moet inpakken. Van Ghekiere word je op slag blij. Heeft die vrouw een supportersclub? Ik wil lid worden.