Column Witte broek in De Morgen van maandag 24 april 2023

Witte broek

De grootste sportprestaties van het weekend zijn geleverd in Londen in de marathon. Om redenen die aanleunen bij tunnelvisie
en provincialisme zit u niet te wachten op een lyrische beschrijving van hoe Sifan Hassan bij de vrouwen eerst kraakte, daarna terugkeerde en alsnog won. Of hoe bij de mannen door Kelvin Kiptum uit Kapsabat de tweede snelste marathon uit de geschiedenis werd gelopen.

Dat willen we u niet aandoen en dus koers dan maar. Luik-Bastenaken-Luik is gewonnen door Remco Evenepoel. Net als vorig jaar. Nu wel met een grotere voorsprong. En in slechter weer. Meer valt daar niet over te vertellen. Een grote verrassing was die tweede overwinning op rij van het Belgische godenkind in de zwaarste wielerklassieker niet.

Meer zelfs, ze werd met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid voorspelbaar toen aan het einde van het tweede uur koers Tadej Pogacar het wiel aantikte van Mikkel Honoré nadat die dubbel lek was gereden op erg slechte wegen. Pogacar viel, stapte weer op zijn fiets, maar had te veel pijn. Twee handwortelbeentjes gebroken, of was het nu weer één middenhandsbeentje en het scafoïd? Dat is het zogeheten scheepsvormig botje, altijd ambetant als je dat breekt, want altijd opereren.

Wat het ook was, de schade werd gisteren meteen gerepareerd ergens in Genk, maar zo ging Luik-Bastenaken-Luik als laatste grote confrontatie van het voorjaar toch een beetje de mist in. Zoals een wielervolger op Twitter aangaf: niet zeuren over slechte wegen in de Ardennen als je een paar weken daarvoor met plezier Parijs-Roubaix hebt gereden of (in mindere mate) over de slechte wegen van de Vlaamse Ardennen.

Shit happens. Niet zeuren dus, maar ondertussen was de koers wel onthoofd: alsof op negen mei Man City in de eerste helft het veld verlaat in Bernabeu tegen Real Madrid en de Spanjaarden een paar goals cadeau krijgen en naar de finale mogen.

Het wedstrijdverloop devalueert geenszins de overwinning van Remco Evenepoel, die wel nog heeft moeten werken om de rest naar huis te rijden. Alleen werd de zwaarste klus toch geklaard door de combinatie Honoré en putten in de Waalse wegen. Jammer, erg jammer, want de demarrage van Evenepoel aan het eind van La Redoute, op een moment dat elke kenner dacht “dit is te laat” was bepaald indrukwekkend. In die ene move zaten al die trainingen op explosiviteit, die hun effect niet hebben gemist.

Het was niet eens op het steilste gedeelte van de klim, maar er zat behoorlijk poer achter, getuige de snelle halve minuut die hij nadien op Pidcock bij elkaar fietste. Uiteindelijk had hij in Luik ‘maar’ een dikke minuut marge op Tom Pidcock, maar dat hadden er evengoed een Merckxiaanse twee kunnen zijn als hij de hele tijd had doorgereden op droge wegen. Nu was de eerste boodschap recht blijven.

Knap werk, maar zijn knapste prestatie van de dag was hoe gaaf, netjes, onaangetast, hoe proper hij over de meet reed. Zelfs Eddy Merckx zag er na elke zware wedstrijd uit alsof hij door een camion was overreden, maar niet Evenepoel. Hoe hij het voor elkaar kreeg, het is een raadsel voor alle beginnende wielertoeristen die ooit zo vermetel waren om een witte koersbroek te bestellen.

U weet het vast nog wel: één keer en dan nooit meer na die ene vuile rit en daarna die zwarte streep op de kont die je niet meer proper kreeg. Het was lastig en het regende op vuile wegen, maar niets bleef aan hem kleven. Geen vermoeidheid en ook geen vuil. De les van de dag is deze: je mag een foute witte broek aantrekken, als je Remco Evenepoel heet (of Mathieu van der Poel). En als je maar rap genoeg rijdt, dan pas ben je het opspattende vuil te snel af.

De neutrale wielerliefhebber blijft na gisteren toch een beetje op zijn honger zitten en kan onmogelijk blij zijn met LBL ’23. Nooit in de laatste halve eeuw was het wielrennen boeiender, zelden hebben zich zoveel interessante boeiende atleten in deze sport aangediend, maar de beste renners koersen te zelden tegen elkaar. Alleen Tadej Pogacar is daarop een uitzondering, maar als die er dan ook nog eens bij gaat liggen en niet meer opstaat, krijg je de wedstrijd van gisteren. Dan wordt het een demonstratie waarvan je je afvraagt: wat als…

Wat als Van der Poel dit weekend geen Lamborghini’s aan het testen was? Wat als Van Aert niet op bikepacking naar de Champagne- streek was vertrokken met vrienden. Wat als Jonas Vingegaard van zijn berg was afgedaald en aan de start had gestaan, of Primoz Roglic? Wat als Tadej Pogacar niet was gevallen? Wie had dan de oerknal van Evenepoel op La Redoute kunnen volgen? Misschien iemand, misschien niemand.

Column Op (eenzame) hoogte in De Morgen van zaterdag 22 april 2023

Op (eenzame) hoogte

Sporza, de site, daar hielden ze laatst een poll. Dat was na Parijs-Roubaix, gewonnen door Mathieu van der Poel voor wie het
is vergeten, of is dat nu te veel zout in de Vlaamse wonde strooien? Enfin, de vraag van de poll luidde: wat vond u de mooiste voorjaarsklassieker van 2023? Het voorjaar, dat nog maar drie weken oud was, stopte dus na het tweede weekend van april voor Sporza, of althans voor wie die dag aan de digitale knoppen zat en de lumineuze ingeving had om de voxpop bij de zaak te betrekken.

Ten eerste: het voorjaar duurt officieel tot 1 of 21 juni, afhankelijk of u meteorologisch dan wel astronomisch denkt. Ten tweede: quid Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik? Nooit van gehoord. Of niet belangrijk. Of zich afspelend in een ander land (of landsdeel), dus van geen tel. Wat zal het zijn?

De Amstel? Oké, gekke koersdirecteur, en die willen de Ronde van Vlaanderen van Nederland spelen, en jawel, lastige koers, maar wie doet daar mee en wie staat daar op de erelijst? Welnu, onder meer Van der Poel, Van Aert (Pidcock, zegt Pidcock) en Pogacar wonnen er al een keer. De Waalse Pijl? De laatste tien jaar vier keer Valverde, drie keer Alaphilippe en afgelopen woensdag nog Pogacar. Luik-Bastenaken-Luik dan? De laatste drie jaar: Roglic, Pogacar en Evenepoel, drie winnaars van grote rondes.

Hoezeer Vlaanderen ook zijn eigen Ronde market naar het buitenland, Luik-Bastenaken-Luik wordt internationaal nog steeds als de belangrijkste en lastigste wielerklassieker aangezien. Een klassieker reken je niet af op de liters cava, vaten pils of braadworsten, niet op de kasseien en ook niet op de toeschouwers in de bermen van het parcours. Een klassieker reken je af op zijn historisch prestige, zijn parcours en zijn erelijst.

Daarom heeft Luik-Bastenaken-Luik een bijnaam: La Doyenne, de Oude Dame. De wedstrijd dateert van 1892 en is de oudste van de monumenten, 21 jaar ouder dan de Ronde, overigens de jongste van de monumenten. (Paris-Roubaix is van 1896 en is de tweede oudste. Lombardije en Sanremo dateren van 1905 en 1907.) Deze eeuw hebben twaalf verschillende nationaliteiten de koers naar Luik gewonnen. Geen enkel ander monument is diverser, internationaler in zijn erelijst.

Op dat schouwtoneel, en tot spijt van Sporza nog steeds in het voorjaar, misschien zelfs met een beetje winter op de hoogste toppen, nemen Tadej Pogacar en Remco Evenepoel het zondag tegen elkaar op. Dat is een bijzonder interessante confrontatie. Niet het minst omdat het de eerste keer is dit jaar dat de beste renner van de wereld de benchmark wordt voor wie de beste renner van België wil worden. Of misschien al is, maar dat zal de komende jaren duidelijk moeten worden.

Laten we ook meteen een onweerstaanbare drang de kop indrukken. Als Evenepoel zondag toevallig weer op La Redoute zou wegrijden zoals vorig jaar en weer niemand zou kunnen/willen volgen, en hij klopt Pogacar, dan is hij niet – we herhalen: níét – de beste renner van de wereld omdat hij die ene keer de allerbeste van de wereld heeft geklopt.

Evenepoel mag dan een uitzonderlijk fenomeen zijn op planeet Koers, Pogacar komt van verder, van een ander zonnestelsel. Afgezien daarvan, als Evenepoel weer wint zou dat een verdomd knappe prestatie zijn waar niks van moet worden afgedaan. Evenmin als hij verliest van Pogacar, of een ander.

Of het zondag een strijd met gelijke wapens wordt, daar gaan nu de debatten over. Zo wil het narratief dat Pogacar weleens over de top zou kunnen zijn. Dat kan, maar tussen 18 maart en 19 april heeft Pogacar amper vijf keer in wedstrijdmodus op de fiets gezeten. Zijn laatste drie optredens won hij. Over de top? Dan eerder mentaal.

Sowieso staan beide heren met een totaal verschillende voorbereiding aan de start. Evenepoels laatste wedstrijd dateert van 26 maart, toen hij zich op en rond Montjuich in Barcelona de tanden stuk beet op Primoz Roglic en tweede eindigde in de Ronde van Catalonië. Terwijl Pogacar op eenzame hoogte fietste en grote wedstrijden won, trainde Evenpoel op en rond de Teide, ook op hoogte.

Voor Pogacar breekt na Luik een lange periode van rust aan. Voor Evenepoel begint het nu pas. Hij wil de Giro winnen en die begint al over twee weken. Overigens heeft Evenepoel dit jaar drie koersdagen meer dan Pogacar: 21 tegenover 18. Hij heeft ook meer wedstrijdkilometers: 3.345 tegenover 3.247. Allemaal erg interessant, ook al omdat Pogacar sinds Sanremo verschillende wedstrijden van meer dan 250 kilometer achter de kiezen heeft, terwijl de langste rit in Catalonië 188 kilometer was.

Beste Sporza, na zondag mogen jullie het klassieke voorjaar afsluiten.

Column Een drukke sportzondag in De Morgen van maandag 17 april 2023

Drukke sportzondag

Mijn passie voor sport stamt uit mijn jeugd en dat was een tijd van hoogtes en laagtes, mijn jeugd én de sport. Je had momenten in het jaar waar het elke dag volle bak was. Ik was een merckxist. Tijdens een groot deel van de maand juli was ons lot met kramp in de darmen luisteren naar een krakende transistorradio of in heel uitzonderlijke gevallen een Frans of Italiaans cafeetje vinden waar ze toevallig naar de ORTF of de RAI keken.

Dan waren er weer andere dagen dat er helemaal geen sport was. Misschien was die er wel, maar ze sijpelde pas door tot België in de kranten daags erna. Al herinner ik mij ook nog de periode dat een wijlen chef-sport van de BRT zijn eigen wintervertier combineerde met verslaggeving van de grote skiwedstrijden vanuit de betere skioorden, genre Kitzbühel, Wengen of Garmisch-Partenkirchen. Die zagen wij dan in onze pyjama op zaterdag- en zondagochtend.

Maar zo’n gekke zondag als gisteren, met het één na het ander, neen, die hadden wij niet. Gisteren begon met het overlopen van de uitslagen van het voetbal van zaterdagavond. Verdorie, Club gelijk bij Westerlo, kansen bij de vleet, niet winnen, hoe bestaat het? Zou het dan toch lukken voor Gent, die Champions’ play-offs, en dat na een seizoen waarin zowat alles verkeerd ging wat kon verkeerd gaan? Afwachten maar.

KV Oostende degradeert. Dat is om warm noch koud van te worden. Deze club had nooit bestaansrecht in de voetbaleconomie van eerste klasse. Het opgeklopte sfeertje van destijds kwam er door Marc Coucke. Zijn gekke investeringen in de bodemloze put aan het strand van Oostende waren de rechtstreekse aanleiding voor de profliga om de financiële fair play op nationaal vlak in te stellen.

Daarna ging hij naar RSC Anderlecht, dat mogelijk volgende week zijn laatste competitiewedstrijd van het seizoen speelt en geen play- offs haalt. Het parcours dat Coucke bij elkaar heeft gevoetbald, meesterlijk bijgestaan door Wouter Vandenhaute, is ongezien. In elke andere sector waren die twee dood en begraven, bij wijze van spreken.

Sporza, de site, die hadden we in onze jeugd ook nog niet, maar of dat nu zo’n verbetering is? Af en toe wel, af en toe ook niet. Maar kijk eens aan, gisterenochtend liet Sporza weten dat de fans van New York Red Bulls vragen om een strengere straf voor Dante Vanzeir. Einde verhaal dit.

De sportzondag begon echt met de marathon van Rotterdam. Koen Naert ken ik een beetje, als inwoner van een naburige deelgemeente en heel af en toe spot ik hem op zijn lange trainingen langs het kanaal Brugge-Gent, het Bulskampveld of in de Vagevuurbossen. Bashir Abdi ken ik niet of nauwelijks, maar voor beiden: diepe buiging. Wie tweehonderd kilometer per week wil lopen, maanden aan een stuk en een groot deel daarvan ergens op eenzame hoogte, die moet een beetje gek maar vooral heel erg gek van sport zijn.

Dus ging de televisie snel op de NOS, alwaar ze al decennia live hun epische Rotterdam Marathon excellent in beeld brengen. Abdi won, verbeterde net niet zijn Europees record, de normaalste zaak met die weersomstandigheden (wind). Daarom kwam dé Belgische sportprestatie van deze marathon en van het weekend van Naert. Hij liep een seconde per kilometer sneller dan in 2019, dook onder de 2u07, verbeterde zijn persoonlijk record en eindigde als eerste loper uit de niet-Afrikaanse genenpool. Hoe Abdi hem opwachtte en aanmoedigde, het is het terugkijken waard. De olympische marathon in Parijs volgend jaar wordt een topnummer voor België.

Dat geldt traditioneel voor de olympische wegrit bij de mannen en sinds dit jaar definitief ook bij de vrouwen. Lotte Kopecky reed een ijzersterke Amstel Gold Race, maar gunde de eerste cartouche aan haar Nederlandse ploegmaat Demi Vollering. Die maakte het zaakje af. Kopecky werd tweede. Met steeds meer en betere Belgische rensters en één absolute kopvrouw moet Kopecky haar doel maken van WK’s en Olympische Spelen, waar nationale ploegen vol voor haar zullen rijden.

Bij de mannen won Tadej Pogacar na weer eens een mooie solo. Hij reed weg op de Keutenberg, en dat op advies van Mathieu van der Poel, die hem een sms’je had gestuurd. “De Keutenberg is de lastigste.” In de tijd van Eddy Merckx hadden ze geen smartphones en anders hadden ze elkaar zeker niet ge-sms’t met goede raad. Toch is Pogacar de nieuwe Merckx.

Het is tien voor zes en Sporza meldt dat AA Gent gelijk heeft gespeeld bij KV Mechelen. Volgende week volstaat winst tegen degradant Oostende voor de vierde plek. Het was een mooie sportzondag.

Column Safe space in De Morgen van zaterdag 15 april 2023

Safe space

Soms zijn clichés geen clichés. Soms zijn eerste indrukken de juiste. Soms blijkt een domoor op het eerste gezicht ook gewoon een domoor. Dat lijkt allemaal van toepassing op Dante Vanzeir. Jammer en tegelijk vreemd, want die move van hem van voetballen in Brussel naar voetballen in New York, die had iets avontuurlijks. Heel even leek Dante Vanzeir uit Beringen een wereldse voetbalspeler.

Neen dus. Vorig weekend presteerde hij het om een zwarte tegenstander te beledigen door hem een racistisch woord toe te roepen, voorafgegaan door een adjectief dat in de range van dom/stom thuishoort. Hij had de pech dat hij het tegen een jongen riep die in Nederland was opgegroeid en dus perfect verstond wat Vanzeir hem toeriep.

Hij had dubbele pech want een ploegmaat van die in Rotterdam geboren speler, die alles had gehoord, was precies nogal actief in de strijd tegen racisme in de sport. Die liet het niet op zijn beloop en de refs werden ingelicht. Er volgde een gigantische rel.

Het was in het heetst van de strijd en ach ja, dan willen potjes weleens overkoken, klonk het al snel ter verschoning. Het spel lag twintig minuten stil na dat incident. Zijn trainer (een Oostenrijker, dus ook een Europeaan) had dan nog steeds niet begrepen dat het best was voor het team, de wedstrijd, Vanzeir, de beledigde tegenstander, voor de hele voetbalgemeenschap van de Major League Soccer, om hem van het veld te halen. Vanzeir bleef staan.

In België had dit incident hooguit wat artikels in de kranten opgeleverd, zou er een onderzoek zijn gevoerd en de zaak geklasseerd als woord tegen woord. Nog erger, in Italië zou de tegenstander die zijn beklag maakte misschien van het veld zijn gegooid, zoals Romelu Lukaku laatst overkwam.

Maar New York ligt niet in Italië. Het is ook niet Beringen, niet de Jos Vaessen Talent Academy van KRC Genk (waar dat woordgebruik overigens ook niet wordt geduld), niet Beerschot, niet Mechelen, niet Brussel, waar Vanzeir overal speelde. New York ligt in de VS, waar zwarte sporters al van na de Tweede Wereldoorlog strijden voor erkenning en respect, en deze eeuw in de meritocratie die sport is naar waarde worden geschat en ook naar waarde worden vergoed, ongeacht hun kleur.

Zes speeldagen schorsing heeft Vanzeir aan zijn broek en die overleeft hij wel. Veel erger is het stigma dat in de VS en deels daarbuiten aan hem zal blijven kleven: Vanzeir is een racist. Jawel, wie of wat ook nog op de barricades verschijnt, op de tafels springt of om commentaar gevraagd ook zijn mening geeft zoals (zijn ex-ploegmaat Teddy Teuma deze week): Vanzeir is racist.

Niet voor Wikipedia. Dat heeft het over taalgebruik dat ‘racistisch kan overkomen’. Ook dat hoeft niet te verbazen. Commentaren ter verschoning als ‘een ongelukkige uitschuiver in het heetst van de strijd’ en ‘soms wordt ook klootzak geroepen, mag dat dan ook al niet meer?’ of ‘het was om de tegenstander te destabiliseren’ zijn in hetzelfde bedje ziek.

Anderzijds, wie lang en vaak genoeg in de Amerikaanse sport rond heeft gelopen en dus ook de Amerikaanse maatschappij heeft kunnen observeren, weet dat de strijd tegen racisme in de VS pure hypocrisie is. Sport zou er een de meest veilige ruimtes zijn voor mensen van welke kleur dan ook, maar de ene sport is dat al meer of minder dan de andere.

De basketbalwereld van de NBA is overwegend zwart. Op het veld, niet in het management, wel meer en meer in de coachingstaf. Ook niet in het eigenaarschap, en nu zou de enige zwarte meerderheidsaandeelhouder (Michael Jordan bij Charlotte Hornets) na dertien jaar zijn aandelen willen verkopen.

De NHL, het ijshockey, al helemaal niet, maar ook het American football van de NFL of het honkbal van de MLB zijn nog steeds geen safe spaces voor zwarte sporters. Jim Brown was de eerste die dat al aan het einde van de jaren vijftig aankaartte. Hij zat in 1967 de Cleveland Summit van zwarte topatleten voor. Kareem Abdul-Jabbar en Bill Russell waren andere prominente activisten die hun steun betuigden aan de dienstweigerende Muhammad Ali.

De vijfde landelijke profsport in de VS is de Major League Soccer. Hoe zou je willen dat het er daar anders aan toegaat? Voetbal is een Europese importsport voor een overwegend blanke of latino sportwereld en hoewel het Europese hooliganisme hen voorlopig bespaard is gebleven, heeft de MLS het slechtste van beide werelden in zich.

De ontvoogding van de zwarte Amerikaanse sporter is op enkele universiteiten een aparte cursus in de vakgroep sociologie. Als Vanzeir slim is, vraagt hij eens rond op NYU of Columbia University of hij daar wat lessen kan bijwonen.

Column Leegloper over RVV in De Morgen van maandag 11 april 2023

Leegloper

Was het 2013 of toch 2012? Ik werd dat jaar gebeld door twee broers die in het veldrijden al wat naam hadden gemaakt. Hun ambitie reikte verder dan de cross, maar niet zo heel veel verder. Ze wilden van mij (toen in een andere functie) weten hoe dat zat met de subsidies van het toenmalige Topsport Vlaanderen en of ze daar niet wat van konden krijgen voor wat zij in gedachten hadden.

Ze wilden iets meer dan veldrijden, een offroadteam was hun natte droom, maar veldrijden zou hun core blijven, en af en toe zouden ze er de weg bij doen, kwestie van bezig te blijven. BKCP-Powerplus, zo heette hun team en Niels Albert was hun kopman. 2014 zou hun laatste seizoen onder die naam zijn. Het was het laatste van Albert, die stopte met hartproblemen, maar ook het eerste van hun nieuwe kopman, de toen negentienjarige Mathieu van der Poel, die won in Gieten en in Diegem.

Tien jaar later zijn Christoph en Philip Roodhooft met hun Alpecin-Deceuninck in de WorldTour de norm in het klassieke voorjaar. Zondag pakten ze met Mathieu van der Poel, die ook al Milaan-Sanremo won, en Jasper Philipsen één en twee in een mythische Paris-Roubaix, de snelste editie (46,84 kilometer per uur) uit de geschiedenis en een van de meest spectaculaire.

De Vlaamse reacties op de winst van Van der Poel op de sociale media waren zo te voorspellen: “Die Hollander van een Van der Poel heeft smerig geprofiteerd van een leegloper bij Onze Wout.” In Vlaanderen zal het bij decreet voortaan afgelopen zijn met ook voor Van der Poel te supporteren. Dat de Hollander bij een Belgisch team rijdt en de Belg een halve Hollander is en voor een Nederlands team uitkomt, zal daarbij niet van tel zijn. Op de weg (en in het veld, maar dat is nog even) worden het voortaan oorlogjes tussen de Lage Landen.

Jawel, Mathieu van der Poel is (veel) harder gaan rijden toen hij merkte dat Wout van Aert een probleem had. Van Aert stak het ook niet weg, hij meldde het over de radio. Is dat gemeen van Van der Poel? In een wedstrijd die mee bepaald wordt door bandenselectie en aanverwanten, en dus lekrijden, is profiteren van een leegloper bij de concurrent de logica en deel van de wedstrijdtactiek.

Veel schuldgevoel moest Van der Poel overigens niet hebben. Jazeker, Van Aert had voor het bos van Wallers hoogstpersoonlijk aan de boom geschud, maar daarna werd hij in de kopgroep met drie renners van Alpecin-Deceuninck tot aan zijn leegloper toch een beetje een klaploper. Als hij al eens op kop kwam, ging hij heel snel weer van kop af. En toen hij op Van der Poel reageerde en ze even samen voorop geraakten, had hij geen zin om vol mee te rijden. Wel integendeel, hij volgde zijn nemesis kilometerslang als een schaduw, een beetje zoals op het WK cross in Hoogerheide.

De tweede poging van Van Aert om weg te rijden, die dus eindigde in die leegloper, kwam er na een bijna val van Philipsen en Van der Poel. Daar had geen van alle renners, en Van Aert nog het minst, schuld aan. Maar zijn mislukte zet om op dat moment het gas open te draaien is vergelijkbaar met de gelukte van Van der Poel een minuut of wat later bij zijn leegloper.

Ten slotte nog dit: Team Jumbo-Visma, die hadden het toch zo goed voor elkaar inzake banden en wielen en velgen en ventielen en druk al of niet aanpasbaar? Welnu, wellicht reed geen enkel ander team voorin zo vaak lek als TJV. Dat heeft niks te betekenen, behalve dat pech in geen enkel ander monument als in Paris-Roubaix zo vaak de uitslag bepaalt.

De voorlopige verliezer van het klassieke voorseizoen is Soudal-QuickStep. De transformatie van The Wolfpack die iedereen opvreet in eendagswedstrijden naar een rondeploeg laat zijn sporen na, zoveel is duidelijk. Maar dat de beste SQS’er zowaar Tim Merlier is, op plaats 23, is een regelrechte aanfluiting.

Voor TJV geldt dan weer enige verschoning. Ze wonnen in 2023 ongeveer alles waar ze aan de start kwamen – Jonas Vingegaard reed de voorbije week nog iedereen op een hoopje in het Baskenland -, alleen kwamen ze in de monumenten drie keer tekort. Twee keer was Van Aert in een kopmannengevecht niet goed genoeg (in Sanremo en in Oudenaarde) en zondag besliste pech mee over de uitkomst in Roubaix.

Toch blijft het een opmerkelijke vaststelling dat sinds Van Aert in Milaan-Sanremo en Primoz Roglic in Luik-Bastenaken-Luik, allebei in 2020, het beste team van de wereld geen grote klassieker meer heeft gewonnen. De druk om in de Giro (Roglic tegen Evenepoel) en in de Tour (Vingegaard tegen Pogacar) uit te pakken is alleen maar toegenomen. Het wielerseizoen 2023 kan al niet meer kapot en wat zich aankondigt maakt het alleen maar mooier en spannender.

Column Vergane Glorie in De Morgen van zaterdag 8 april 2023

Vergane glorie

‘Mark Cavendish gets new record in Scheldeprijs.’ Zo stond het op een Engelstalige site en er volgde een hele rimram over alle records die Cavendish al zou hebben gebroken. Die zeven keer dat hij op het podium stond van de Scheldeprijs really stands out tussen al zijn prestaties, aldus de site, die er niet bij vermeldde dat het een koers is die er in het grote wielerwalhalla weinig of niks toe doet.

De site ging uiteraard door op al het fraais dat ‘Cav’ al had gerealiseerd en vooral zijn queeste om deze zomer in dienst van Astana een 35ste Tour-etappe te winnen. Zijn record van 34 overwinningen in de Tour deelt hij voorlopig met Eddy Merckx.

Toen hij al halfweg tussen de twintig en dertig was aanbeland, heb ik Cavendish een serie vragen mogen stellen. In een andere wereld en met een andere gesprekspersoon wordt een serie vragen al snel een interview, maar met ‘Cav’ is dat nooit helemaal zeker.

De minste vraag die dieper peilt dan 0,1 millimeter onder zijn geestesoppervlak van die dag vindt hij al een bedreiging en kan aanleiding zijn om het af te stappen, al is het hem ook al eens overkomen dat hij hard om een lastige vraag moest lachen en dan toch antwoordde.

Niet deze ene keer. Toen hij bij vraag drie zelf begon over hoe mooi het zou zijn om in de buurt van Merckx te komen met die etappezeges in de Tour riep de journalistieke plicht. Ik kon niet nalaten hem erop te wijzen dat het vernoemen van de eigennamen Cavendish, Merckx en de Tour in één zin niks minder dan heiligschennis was. For us Belgians, had ik er nog beleefd bij gezegd. En geglimlacht.

After all, Mark, Eddy behaalde die overwinningen onderweg naar zijn hoofddoel: de gele trui in Parijs. En for your information, hij won die vijf keer en ook vijf keer de Giro. Cavendish liep daarop rood aan, zei iets over het verschil tussen etappeoverwinningen en eindoverwinningen, en eindigde met het woordje moron, wat zoveel betekent als idioot. De serie vragen eindigde bij drie.

Sindsdien hoop ik van harte dat hij nooit meer iets wint. Vorig jaar had hij nog vijf overwinningen namens Patrick Lefevere, dit jaar bij Astana nog geen enkele. Die 35ste in de Tour mag er zeker niet komen.

Peter Sagan is ook een vergane glorie, maar toch een ander verhaal. Zondag staat hij voor de negende keer aan de start van Paris- Roubaix. In 2018 won hij daar zijn laatste grote wedstrijd. Op meer dan vijftig kilometer reed hij in zijn eentje naar de vroege vlucht en niemand zag hem terug. Samen met Silvan Dillier, nu bij Alpecin-Deceuninck meesterknecht van Mathieu van der Poel, reed hij uiteindelijk de velodroom van Roubaix binnen. De Zwitser kloppen was een eitje.

Sagan was de eerste wereldkampioen sinds Bernard Hinault in 1981 die Roubaix won en hij is een van de drie renners in de geschiedenis van die sport die zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix hebben gewonnen in hun regenboogtrui. Die andere twee zijn Rik Van Looy en Eddy Merckx. Een statistiekje dat zoveel waard is als het niks waard is, maar je zal toch maar mooi in dat rijtje staan.

Cavendish en Sagan kunnen wel in één zin worden genoemd sinds Sagan in 2017 Cavendish de hekken in reed in de Tour. Althans, zo zag de hele wereld het aanvankelijk, maar uiteindelijk vonden alle partijen het een ongelukkig en onopzettelijk voorval. Meer zelfs, waar Sagan eerst als schuldige werd aangezien, werd nadien Cavendish verweten dat hij door een gaatje wilde dat er niet was.

In de Tour zullen ze elkaar voor de tigste keer in de ogen kijken, maar of dat in de sprint zal gebeuren is niet zeker. Cavendish is 37 en sprinten lukt nog wel, maar een helling over geraken is andere koek. Sagan is pas 33 en heeft na zijn dertigste verjaardag geen noemenswaardige prestatie meer neergezet, geen deftige sprint meer gereden, geen groene trui meer in de Tour (de laatste was in 2019), geen klassieke overwinning meer behaald.

Sagan denkt aan stoppen als wegrenner, maar zou hij wel weten dat ergens in dat begenadigde koerslijf van hem nog die ene knalprestatie zit?

Wat als… hij zondag meeschuift in de vroege vlucht, die verder draagt dan iedereen verwacht. Het peloton zich misrekent. De groten elkaar het wit uit de ogen kijken: doe jij het maar want al moet je just niks, je wilt toch zo graag (Wout van Aert). De vluchters steeds dichter bij die velodroom komen maar ook steeds dichter op de hielen worden gezeten door het peloton. Sagan nog één keer die versnelling vanuit het zadel plaatst, iedereen en alles achter zich latend. Alleen aankomen in de velodroom, iets wat alleen de allergrootsten hebben geflikt, zou het? Neen, het zal niet, maar het zou wel mooi zijn.

Column Pogacar in De Morgen van zaterdag 3 april 2023

Pogacar

Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van Lombardije twee keer, de Ronde van Frankrijk twee keer én de Ronde van Vlaanderen winnen: misschien dat Bernard Hinault het had gekund als hij die haat voor de Koppenberg niet had ontwikkeld en vaker naar Vlaanderen was afgezakt, maar zo’n veelzijdig palmares is geleden van de grote Eddy Merckx, nu meer dan vijftig jaar geleden.

Het predicaat ‘de nieuwe Merckx’ is wel al vaker gebruikt, altijd te voorbarig. Tadej Pogacar is een ander verhaal. Niemand die inzake veelzijdigheid en voluntarisme dichter bij Merckx in de buurt komt dan deze minzame Sloveen van 24. Elke week is er weer een andere wielrenner de beste van de wereld, maar de allerallerbeste is alvast Tadej Pogacar. Gisteren zat hij er in de interviewstoel zowaar
wat bedremmeld bij nadat hij zijn twintig kilometer lange raid tot een goed einde had gebracht. Hij was duidelijk geëmotioneerd en presteerde het zelfs om na de laatste vraag iedereen langs en op de weg te bedanken.

Dat moet andersom: Vlaanderen moet Pogacar danken. Jarenlang hebben de Tour-winnaars de Ronde van Vlaanderen als kasseikoers links laten liggen als een soort extreme uitwas van hun sport. De Belgen lieten het niet aan hun hart komen en wonnen het merendeel van de edities. Daar is een eind aan gekomen. In de voorbije tien jaar is de Ronde van Vlaanderen één keer gewonnen door een Belg, Philippe Gilbert.

Voor Pogacar, die vorig jaar de sprint tegen Mathieu van der Poel op een lullige wijze verloor, was het zijn grote droom om in het Vlaamse molshopenland te komen zegevieren. Pogacar blij, de Ronde van Vlaanderen ook en Flanders Classics door het dolle heen. Geen enkele andere klassieker kan de voorbije tien jaar op zo’n divers podium bogen.

Toch ging het bijna mis, en evengoed had de wedstrijd op een sof kunnen eindigen. Zou er nog een sport bestaan waarvan de einduitslag zo vaak wordt bepaald door externe omstandigheden, zoals de vele valpartijen in het wielrennen? Formule 1? In geen honderd jaar, al wil het daar weleens gebeuren dat de ene de andere overhoop rijdt om wereldkampioen te worden.

Gisteren promoveerde, lees degradeerde, de Pool Filip Maciejuk van Bahrain-Victorious zich tot lul van het peloton door na een onmogelijke inhaalbeweging in een perkje terecht te komen, waarna hij in het peloton werd gekatapulteerd. Een dubbele strike was het gevolg. Wout van Aert lag erbij en moest verder met een gehavende knie. Dat zal zijn wedstrijd onmiskenbaar hebben beïnvloed.

Pogacar verloor in dat incident zijn Vlaamse gids Tim Wellens. In de aanloop naar de Kanarieberg reed Biniam Girmay tegen een achterwiel – zo zag het er althans naar uit – tegen zestig per uur. Het kegelspel herhaalde zich. Girmay out. Zou er nog een sport bestaan die zoveel zinnige en onzinnige regeltjes heeft die te pas en te onpas worden toegepast? Wellicht niet. Welnu, dat ze voor eens en voor altijd de waaghalzen uitsluiten die het leven van anderen in gevaar brengen.

Zou er nog een andere sport bestaan waarvan de commentatoren er een handje van weg hebben om spannende koerssituaties te creëren, terwijl je als kijker thuis het gevoel hebt dat er helemaal niks gebeurt? Wellicht niet, maar gisteren was een ander verhaal. Toen die sterke groep met Mads Pedersen en Stefan Küng wegreed en heel even drie minuten voorsprong had, loerde sensatie om de hoek.

Je had het de sterke Pedersen gegund, maar tegen eerst Van der Poel op de Kruisberg en later Pogacar op de Kwaremont kwam de Deen watts te kort. Van Aert kwam overal te kort, zowel op de Kruisberg als op de Kwaremont en dat moet hem zorgen baren.

Moet Van Aert ‘just niks’? Natuurlijk. Alleen deze vaststelling: hij heeft nog just niks. In een wereld die excellentie afmeet aan het aantal overwinningen in een van de vijf Monumenten staat Wout van Aert nog altijd op één, een Milaan-San Remo behaald in zijn wonderperiode die liep van het voorjaar 2020 tot de zomer van 2021, toen hij drie etappeoverwinningen haalde in de Ronde van Frankrijk.

Sindsdien heeft Van der Poel drie van die superklassiekers gewonnen en gisteren schreef Pogacar zijn vierde bij op zijn palmares. Dat Pogacar uiteindelijk kon wegrijden op de Kwaremont was al bij al een fysiologische afrekening. Lang werd aangenomen dat mannetjes van zijn gabarit – de halflichtgewichten – niks te zoeken hadden op kasseien. Met het nieuwe materiaal – carbonkaders, carbonwielen en brede tubelessbanden – is bij gelijke stuurmanskunsten alles te herleiden tot vermogen per kilo.

De harde, snelle wedstrijd was niet in het voordeel van de iets zwaardere renners, want die hadden al veel verbrand. Mede daardoor won de lichtste van de grote drie.

Column Wondermiddel NaHCO3 (en andere onzin) in De Morgen van zaterdag 1 april 2023

Column Wondermiddel NaHCO3 (en andere onzin)

De waan van de heilige Vlaamse koersweek was de voorbije dagen geheel toegespitst op Team Jumbo-Visma. Vooral hun suprematie in Gent-Wevelgem stak de ogen uit. Twee vrienden in hetzelfde koerstenuetje die in een koppeltijdrit naar de aankomst reden en dan de kijkers, de media en de rest niet eens een gekunstelde sprint gunden.

Wout van Aert had moeten wegrijden die laatste keer op de Kemmel en alleen aankomen. Neen, hij verkoos het gezelschap van zijn Franse ploegmaat met wie het lastiger communiceren is dan met de anderen, als je hem tenminste mag geloven. Zo moest hij naar zijn beste Frans zoeken om hem te vragen of hij wilde winnen. Euh… oui, had Laporte geantwoord.

Tom Boonen zei eerst dat hij zo’n mooie overwinning nooit zou hebben weggegeven. Een paar dagen later klonk het dat hij het misschien ook zou hebben gedaan, maar er later heel erg veel spijt zou van hebben gekregen. Nog anderen vonden het chic van Van Aert en zagen er een bevestiging in van zijn genereuze karakter.

De achterliggende reden van dat gebaar, daar ging niemand op in. Het typeert alvast de mens in de wielrenner Wout van Aert, maar niet noodzakelijk omdat hij zo genereus zou zijn, want dat is hij helemaal niet. Wout van Aert is een kampioen in alle vezels van zijn lijf en alle neuronen van zijn hersenen.

Van Aert heeft het autistische, egocentrische, randje narcistische dat kampioenen kenmerkt: me, myself and I. Het koersverloop leende er zich uitstekend toe om goed na te denken of hij die overwinning al of niet moest wegschenken.

Zijn analytische geest heeft tussen Kemmel en Wevelgem de plussen en de minnen op een rijtje gezet en kwam tot de slotsom dat hij zijn dominantie extra in de verf kon zetten door Laporte te laten winnen. Dat geeft hem alvast wat meer krediet om in een echt grote wedstrijd de ploeg naar zijn hand te zetten en bijvoorbeeld Dylan van Baarle in de pas te laten lopen (wat nu achterhaald is).

De hele wereld, zelfs de Franse sportkrant L’Équipe en dat wil wat zeggen, had gezien dat hij Laporte had meegenomen en niet omgekeerd. De hele wereld vindt Van Aert nu een toffe peer. Dat geldt evenwel niet voor een groot deel van het peloton. Die bewonderen hem om zijn fysieke capaciteiten, maar daar houdt het op.

Van Aert is vooral populair buiten het peloton. Dat heeft hij alvast goed ingeschat want alleen daar telt populariteit. Dat geldt ook voor Jumbo-Visma in het peloton: bewonderd, maar nooit echt sympathiek bevonden, een beetje het lot van elke Nederlandse wielerploeg uit het verleden en het heden. “Ze bewegen zich door het peloton als een soort sekte”, liet een renner zich onlangs ontvallen.

Nogmaals, met sympathie koop je niks en de tegenstander buitenspel zetten door samen te klitten geeft een extra dimensie aan de individuele ploegsport die wielrennen nog steeds blijkt te zijn.

Mathieu van der Poel, aldus het peloton, wordt ook bewonderd, maar is een doorgaans sympathiekere concullega. Klassieker of niet, hij fietst de eerste honderd kilometer door het peloton alsof hij op een huwelijksreceptie is en iedereen goeiedag wil zeggen. Op Van Aert na, maar die blijft veilig bij zijn geel-zwarte armada.

Omgekeerd is Van Aert dan weer een groter geschenk voor de media. Als hij gaat zitten voor een interview komt er ook altijd wat zinnigs uit. Bij Van der Poel moet je verdomd veel geluk hebben voor je hem op iets anders dan platitudes kan betrappen.

“Wat denk je van Jumbo-Visma?”, vroeg een collega zondag na Gent-Wevelgem. “Vroeger zouden we dat toch verdacht hebben gevonden?” Ik wees hem erop dat er ook nu wat zat aan te komen. Het Nederlandse Algemeen Dagblad had eerder die week een pagina over het wondermiddel – volstrekt legaal, maar niettemin een wondermiddel – dat de ploeg gebruikte: bakpoeder, NaHCO3 of sodiumbicarbonaat. Ik zei: “Het is wachten tot het bij ons wordt opgepikt.”

Wat ook gebeurde. Eerst dinsdag in een krant, op de algemene pagina’s nog wel, wat nooit een goed teken is als het over wielrennen en ‘middelen’ gaat. Een paar uur later ook op de radio. De krantenartikels waren promo’s voor het Zweedse sportvoedingsbedrijf Maurten.

De radio liet een sportdiëtiste aan het woord die in haar wielerploeg Intermarché-Circus-Wanty tests had gedaan met het middel samen met Maurten. Ze was dolenthousiast. Ik had een pikante slotvraag/opmerking, stijl De ideale wereld, in gedachten: “Zo’n wondermiddel kan dat bakpoeder toch niet zijn? Jullie rijden vooralsnog geen platte prijs in de grotere wedstrijden en jullie kopman Biniam Girmay eindigde zondag als voorlaatste.”

Column Olympische oorlog in De Morgen van maandag 27 maart 2023

Olympische oorlog

Oorlog is het sowieso, op de slagvelden in Oekraïne en als gevolg daarvan ook in de bestuurskamers van de sport, maar deze week weten we of het olympische vrede, dan wel voor onbepaalde tijd olympische oorlog is.

Morgen begint het executief van het Internationaal Olympisch Comité. De eerste vier uur zullen veruit de meest interessante zijn. Dan wordt beslist of de ban op Russische en Wit- Russische atleten die vorig jaar al snel effectief werd, een vervolg krijgt. Het schot voor de boeg vorige week van de grootste olympische sportbond, World Athletics (WA), kon alvast tellen.

De Russische atletiekbond werd weliswaar na jaren van dopingschandalen weer opgenomen in de atletiekfamilie, maar voor de internationale atletiekbond blijven (Wit-)Russische uitgesloten van internationale competities. Aangezien de WA bevoegd is voor de deelname van atleten aan de Spelen, kan dat signaal tellen.

Het zet daarmee het IOC met de rug tegen de muur. Dat was in de lente van 2022 heel snel over gegaan tot een totale uitsluiting van de (Wit-)Russische sporters. Verrassend, vonden veel waarnemers, gezien de uitstekende relatie die IOC-voorzitter Thomas Bach met Poetin onderhield. Eind vorig jaar liet Bach al een eerste keer een ballonnetje op over ‘een pad terug’ voor de uitgesloten sporters.

Hoon was zijn deel, maar van zijn collega Infantino van de FIFA te hebben geleerd: het is niet omdat een aantal westerse landen een standpunt innemen tegen of voor iets, dat dit voor de hele wereld moet gelden. Vorige week sprak hij in Duitsland. “Als de politiek kan bepalen wie mag deelnemen aan een sport, dan worden atleten handpoppen van die politiek. De sport kan zo niet langer zijn verenigende rol spelen.”

De achterliggende gedachte voor het ‘pad terug’, desnoods als neutrale atleten, is duidelijk. Bach wil vermijden dat vooral Russische atleten zich niet kunnen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Het is duidelijk dat niet alle sporten, niet alle bonden en niet alle landen op dezelfde golflengte zitten, niet in de gewone geopolitiek en dus ook niet in die van de sport.

Hoe ingewikkeld het allemaal wordt, als de sport hopeloos verdeeld geraakt, werd duidelijk bij de aan gang zijnde wereldkampioenschappen van de International Boxing Association. Die bond, die niet langer wordt erkend door het IOC, trekt zich niets aan van de internationale boycot tegen (Wit-)Russische sport. Alle Russen welkom, met vlag en volkslied.

Dat standpunt heeft veel, zo niet alles te maken met de voorzitter Umar Kremlev, een Rus dus. Die lag al voor de oorlog in conflict met het IOC en zijn bond was niet langer welkom als organiserende internationale federatie. Het WK van de IBA – niet toevallig in New Delhi in India, dat de sancties tegen Rusland niet steunt – wordt door veel landen geboycot. Het IOC heeft ook voor Parijs besloten het traject naar de Spelen en de sportieve organisatie op de Spelen voor hun rekening te zullen nemen.

Aldus was er een uitgebreide delegatie Russische boksers bij dat WK en hebben die ook prijzen gehaald. Zaterdag won Anastasiia Demurchian bij de lichte middengewichten. Alles prima, tot haar volkslied werd gespeeld. Dat was niet het Russische volkslied
maar zowaar Pjotr Tsjaikov- ski’s Piano Concerto No. 1. Dat deed de Russen denken aan de Spelen in Tokio waar hun volkslied verboden was en Pjotr steevast bij Russisch goud door de boxen schalde. Owee de onverlaat van een Indiër die zich heeft vergist; een onderzoek tot op het bot is gestart!

Inmiddels heeft Oekraïne ook niet stilgezeten. Het is van plan alle sportcompetities waar (Wit-)Russische atleten mogen aan deelnemen, te boycotten. De internationale schermbond FIE heeft het al vlaggen. Zij aanvaarden terug de Russische en Wit-Russische schermers op hun toernooien die tellen voor olympische kwalificatie. Gevolg: geen Oekraïense schermers. Ter info: al heeft die dan officieel een stap teruggezet na het begin van de oorlog, het armlastige FIE wordt geleid (en vooral gefinancierd) door de Oezbeekse oligarch en Poetin- getrouwe Alisher Oezmanov.

Oekraïne heeft eind vorige week een brief van tien pagina’s lang gestuurd naar het Internationaal Olympisch Comité. Die komt er kort samengevat op neer dat de (Wit-)Russen bannen geen politieke beslissing is, maar een humanitaire.

Het voelt zich gesterkt door een uitspraak van het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) in verband met de Russische ploegen die uit de Europese voetbalcompetities zijn gegooid. Het TAS besloot dat het recht om aan sportcompetities deel te nemen niet absoluut is en het aan de bonden toekomt de deel- name te regelen. Wordt vervolgd.

Column Exclusie in De Morgen van zaterdag 25 maart 2023

Exclusie

Wakker worden met Voor de dag. Aan de ene kant van de lijn hing een radiomevrouw die van het onderwerp geen kaas had gegeten. Aan de andere kant hing een professor die wel goed thuis was in de materie, maar het achterste van zijn tong niet liet zien.

Hij koos er op een gegeven ogenblik in het gesprek zelfs voor om niet als anti-inclusief over te komen. Ik had er al van gehoord, van de academische wereld die uit zelfbescherming de waarheid uit de weg gaat. Ik heb er begrip voor, want ik ken de wetenschapper in kwestie als een vakman, maar toch is het altijd weer schrikken als de angst om gecanceld te worden de overhand neemt.

Het radiogesprek kwam er naar aanleiding van de beslissing deze week door World Athletics om trans vrouwen te verplichten hun testosteron onder een bovengrens te houden. In de uitzending ging het over het niet toelaten in de vrouwencategorie van wie als man de puberteit heeft doorgemaakt, een onjuist uitgangspunt om te beginnen.

De trans vrouwen in de atletiek (op competitieniveau) moet je gaan zoeken met een vergrootglas. Tot die conclusie kwam ook
World Athletics: er zijn geen trans vrouwen momenteel, maar toch willen we een verbod uitvaardigen. Hou een enquête onder de sportvrouwen van een beetje niveau en de fans van totale inclusie van deze maatregel moet je gaan zoeken in de decipromilles, dat is in de tienduizendsten, achter de komma.

Een maatregel voor een probleem dat niet bestaat, het mag vreemd klinken, maar dat is het niet. Ten eerste is de trans vrouw al in minstens vier andere sporten zichtbaar aanwezig: wielrennen, rugby, gewichtheffen en zwemmen. De trans gewichthefster was zelfs in Tokio op de Spelen en de trans zwemster wil in Parijs 2024 deelnemen.

Ten tweede is de uitsluitende maatregel geen uitsluitende maatregel, want trans vrouwen mogen wel degelijk deelnemen als ze kunnen bewijzen dat hun testosteronniveau twee jaar lang lager is dan 2,5 nanomol per liter urine. Ten derde en ten slotte geldt de uitsluiting die geen uitsluiting is voorlopig voor twaalf maanden. In die tijd zal de wereldatletiekbond de zaak verder bestuderen.

Zoals voorzitter Sebastian Coe besloot: “We zullen onze positie herzien als zich nieuwe bewijzen aandienen dat inclusie gerechtvaardigd is, maar voorlopig houden we het bij de integriteit van de vrouwencategorie.” Het staat hier op papier: misschien dat die inclusie (die de sportende vrouw niet vraagt, wel integendeel) er ooit komt, maar dan alvast niet op nieuwe wetenschappelijke gronden.

Tenzij de mens in sneltempo muteert, zijn de data duidelijk: wie de puberteit als man heeft doorgemaakt, heeft een onmiskenbaar voordeel op wie als vrouw is geboren. Dat voordeel verdwijnt gedeeltelijk met de hormonenbehandeling, maar gaat nooit volledig weg. Of zoals evolutionair bioloog Richard Dawkins onlangs zei: “Biologisch bekeken zijn er twee geslachten. And that’s all there is to it.”

Het zwemmen heeft een andere bepaling dan de atletiek. Zij verbieden trans vrouwen die na hun twaalfde aan de transitie zijn begonnen. Dat mag verwarrend klinken, maar dat is het niet. Het Internationaal Olympisch Comité koos ervoor om de verschillende sporten de kans te geven een policy uit te dokteren in functie van de fysieke eisen van die sport.

In golf is het verschil een stuk minder, door de verschillende afslagposities, en in schieten is het mannelijke voordeel miniem tot onbestaand, in zoverre dat ooit een vrouw beter was dan mannen en goud won op de Spelen in 1992. Dat was in een gemengde categorie, waarna de schietbond besloot mannen en vrouwen apart te laten schieten.

Dat er verschillen waren per sport, dat vond de mevrouw van de radio een beetje vreemd. Waarop de professor begon over de fysieke voordelen die in de ene sport meer uitgesproken waren dan in de andere. Bijvoorbeeld meer in gewichtheffen en – ik citeer – minder in voetbal.

Het klopt dat de krachtverschillen tussen mannen en vrouwen minder uitgesproken zijn in het onderlichaam en dus minder in uithouding en snelheid dan in kracht komend uit het bovenlichaam. Alleen gaat het nog altijd over minstens 10 procent en zelfs 30 procent bij een trap op een bal.

Het belangrijkste argument om een strikt binaire opdeling te handhaven op basis van geboortegeslacht werd nog maar eens vergeten. Voetballen tegen trans vrouwen (en verliezen) is voor een vrouw even frustrerend, maar ook veel gevaarlijker dan verliezen van een trans vrouw in gewichtheffen. En dan hebben we het nog niet over vechtsporten.