Column Pleidooi voor Play Offs in De Morgen van zaterdag 18 mei 2019

Pleidooi voor play-offs

In een ideale competitieformule wordt niet steeds hetzelfde rijke team kampioen, zoals in pakweg Frankrijk met Paris Saint-Germain. Tegelijk moet bij de uiteindelijke kampioen het gevoel overheersen dat die het heeft verdiend. In België zou dat Racing Genk zijn, of Club Brugge. De ideale competitieformule waarborgt voorts veel wedstrijden op hoog niveau, kwestie van het voetbal beter te maken, competitiever, wat van pas komt in Europa.

Daarnaast willen we zo veel en zo lang mogelijk wedstrijden met inzet, dus niet dat we al pakweg vijf speeldagen voor het einde de winnaar kennen en na januari zes teams al niet meer kunnen zakken en ook geen kampioen meer kunnen worden. Ten slotte willen we een competitieformule waar de media graag veel geld voor geven.

Wat als we die hebben gevonden? We hebben in die tien jaar play-offs nooit een kampioen gehad waarmee niemand kon leven. Er zijn meer topwedstrijden dan ooit tevoren en – of er een causaal verband is, moet nog worden bewezen – onze clubs doen het sinds de invoering van de play-offs merkelijk beter in Europa, met onder meer een directe kwalificatie voor de groepsfase van de Champions League.

Ook het aantal spannende wedstrijden is toegenomen. Tot in maart is geen enkele wedstrijd gespeeld waar geen belang aan vastzat, weze het degraderen, weze het een plaats in play-off 1. Het aantal bezoekers in de stadions mag dan niet zijn gestegen, maar belangrijker: de televisierechten zijn sinds de invoering van de play-offs het dubbele waard.

Eén kritiek op de play-offs luidt dat het zwaartepunt van de competitie aan het eind ligt en dat zou nefast zijn voor de prestaties van de Belgische ploegen in Europa. Nogmaals, het is niet bewezen dat die twee verband houden, maar als onze teams (dit seizoen uitgezonderd) Europees juist beter zijn gaan presteren (denk aan Gent, Club en Genk in het nabije verleden), dan houdt dat argument in de andere richting ook geen steek.

Ander punt van kritiek is play-off 2: te saai, te veel zinloze wedstrijden. Wie herinnert zich nog de seizoenen vóór 2009-2010, de start van de play-offs, toen vanaf januari bestuurders van geredde ploegen hun coaches vroegen om niet te veel punten meer te pakken? Ja goed, vroeger kon het weleens gebeuren dat een ploeg die klaar was in de laatste vijf speeldagen nog twee kandidaat-kampioenen op bezoek kreeg en daar een vol huis aan overhield. Dat manco is financieel op te lossen.

Dat met de play-offs het risico op een onterechte kampioen groter wordt, is nog zo’n non-argument. Ten eerste zijn alle kampioenen tot op vandaag, tien op tien dus, terechte kampioenen en ten tweede zijn dit geen play-offs maar nacompetities. Echte play-offs worden gespeeld in het basketbal en volleybal (best of three en best of zeven). Voetbal is een laag scorende sport en die houdt al een hoge dosis ‘onzekerheid van uitkomst’ in. Dat toeval nog eens versterken door iedereen op nul te zetten, neen, daar moeten we niet aan beginnen. Vandaar het compromis: de halvering van de punten.

De kritiek op deze competitieformule wordt gevoed vanuit drie totaal verschillende belangen. Ten eerste: de idealisten die geen boodschap hebben aan de economische realiteit. Zij vinden dat voetbal moet worden gespeeld zoals het al honderd jaar wordt gespeeld, punt uit.

Ten tweede: de kleinere clubs. Die zijn meer tegen de herverdeling van het televisiegeld dat aan de competitieformule is gekoppeld en waarmee rijk steeds rijker wordt dan tegen de play-offs zelf. In de Premier League krijgt de meest verdienende club dit seizoen (Liverpool) 169 miljoen euro en de minst verdienende (Huddersfield) 107 miljoen. Dat is een verschil van 60 procent. Bij ons is dat verschil 300 procent.

De sterkste weerstand tegen de play-offs komt van de topclubs Club en Anderlecht. Hun achterliggende redenering, zo simpel als pervers, is gebaseerd op kansrekening: hoe langer een serie duurt, hoe kleiner de kans op verrassende uitkomsten. Gevolg: des te groter de kans dat de rijkste clubs een eeuwigdurende claim leggen op de eerste, hooguit tweede plaats.

Superkapitalisten als Bart Verhaeghe en Marc Coucke, die de indruk geven in te zitten met het voetbal door allerlei bestuursfuncties op te nemen (en soms terug te geven), hebben maar één belang: het eigenbelang. Het moet nu blijken hoever hun macht rijkt en hoeveel medestanders ze hebben gevonden bij de kleine clubs die niet verder kijken dan hun neus lang is. Als deze formule met play-offs op de schop gaat, is voetbal meer dan ooit het spel van georchestreerd toeval, met aan het eind de rijkste die wint en nog rijker wordt.

 

 

Pleidooi voor Play Offs

Over de Informele contacten in het voetbalschandaal in De Morgen van dinsdag 14 mei 2019

Informele etentjes liggen zwaar op de maag

In het Belgisch matchfixingschandaal wordt het zwaar geschut tegen het bondsparket in stelling gebracht. Onderzoekscoördinator Ebe Verhaegen zou informele contacten hebben gehad met een betrokkene van Waasland-Beveren.

Door het kortgeding bij de burgerrechter is het helemaal niet zeker of de voetbalbond zaterdag zal kunnen beginnen met de behandeling van de matchfixingzaak in de wedstrijd Waasland-Beveren tegen KV Mechelen. Sinds gisteren is er een tweede kink in de kabel gekomen, die zelfs zou kunnen leiden tot de wraking van onderzoekscoördinator Ebe Verhaegen. Die is op een slecht moment met de verkeerde personen gaan tafelen.

Tom Rombouts, Waasland-Beverens clubadvocaat ten tijde van de verdachte wedstrijd tegen KV Mechelen, is op 29 januari van dit jaar ondervraagd door Verhaegen van de Belgische Voetbalbond. Op zich niks abnormaals, maar twee weken geleden vroeg advocaat De Man van Waasland-Beverens bestuurslid Olivier Swolfs in een mail opheldering over een resem informele contacten die zou hebben plaatsgevonden tussen beide heren.

De voorzitter van de Geschillencommissie Hoger Beroep vroeg daarop aan Verhaegen om de vragen schriftelijk te beantwoorden via bondsprocureur Kris Wagner. Begin deze week was daar nog geen antwoord op en gisteren stuurde De Man zijn mail rond naar zijn collega-advocaten die in deze zaak optreden. Wellicht in de hoop dat deze mail gedroomde munitie is in het kortgeding tegen de snelrechtprocedure dat vrijdag wordt gepleit én de inleidende debatten van zaterdag op de voetbalbond.

De Morgen kon de mail inkijken en die bevat enkele netelige vragen die de onpartijdigheid van de onderzoekscoördinator in twijfel trekken. Zo meent De Man te weten dat Verhaegen en Rombouts op 12 maart met elkaar telefoneerden en nadien in brasserie Het Wachthuisje gingen tafelen. De lunch zou zijn betaald met de persoonlijke bankkaart van Verhaegen.

In het gesprek zou zijn gesproken over een spontane verklaring vanuit de club en een vrijwillige verschijning van de bestuurders. “Dat zou goed zijn voor Waasland-Beveren”, zou Verhaegen hebben gezegd. Exact een week later belden de twee weer met elkaar en weer werd afgesproken bij een etentje, deze keer in taverne Excelsior, ook in Brasschaat.

Advocaat De Man stelde acht vragen aan de onderzoekscoördinator over deze volgens hem ongeoorloofde contacten en de laatste vraag luidde dat hij uitkijkt naar de verklaring over wat er tussen beide heren werd besproken. Gezien de gedetailleerde vragen, zelfs over de inhoud van een normaal gezien vertrouwelijk gesprek, lijkt het alsof de advocaat een vlieg op het behangpapier was. De uitleg kan ook eenvoudiger: Rombouts kan Verhaegen in de val hebben gelokt.

Hoe ook, dit is een complicatie van formaat voor de voetbalbond, die graag op 30 juni de hele zaak uitbehandeld zou willen zien tot en met het beroep bij het Belgisch Arbitragetribunaal van de Sport.

20190514_De-Morgen_p-21-mail

Copyright © 2019 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Copyright © 2019 Belga. Alle rechten voorbehouden

Column 2,5 punt in De Morgen van maandag 13 mei 2019

Twee en een half punt

Hoe verzinnen ze het. U zult drie zien staan in de rangschikking, maar het verschil tussen leider KRC Genk en Club Brugge is wel degelijk twee en een half punt, met nog twee wedstrijden te gaan. Genk is kampioen als het Club een puntje voor blijft. Komen beide ploegen op gelijke hoogte na volgende zondag, dan is Club aan het feest.

Niks aan de hand wat Genk betreft, gewoon even winnen en/of gelijkspelen in Anderlecht en/of thuis tegen Standard. Het 3-2-verlies gisteren in Brugge, daar kon geen Genkse speld tussen. De twee doelpunten van Genk kwamen letterlijk uit de lucht vallen en 3-2 is geenszins een weerspiegeling van de onderlinge verhoudingen.

Althans tot minuut 85. Daarna was het nog tien minuten al Genk wat de klok sloeg en kopte Ally Samatta in blessuretijd op de paal. Het had in de week van de gekke wedstrijden zomaar ineens 3-3 kunnen staan en dan was Genk kampioen, virtueel, maar ook zo goed als reëel.

Met welgemeende excuses aan beide ploegen, maar sowieso krijgen we na deze play-offs geen grote kampioen. Kleine kampioen zou in het geval van Genk een onderwaardering zijn, gezien het geleverde spel in het seizoen. Maar een ploeg die als een Groot Kampioen de geschiedenisboeken wil ingaan, mag zich niet zo van het veld laten spelen als gisteren.

Ook als Club het haalt – daar mag je na gisteren nog altijd niet van uitgaan – is het geen grote kampioen. Daarvoor is het dit seizoen te wisselvallig geweest en bleef het thuis al te vaak onder de middelmaat. En wat het gisteren na de 3-1 op de mat legde, niet te vergeten nadat het de 4-1 miste door die strafschop de deklat, was geen kampioen waardig. Club deed het in de broek terwijl daar geen enkele reden toe was.

Bij Genk zullen ze zeuren over die vermeende elleboog van Wesley bij de 2-1. Dat was geen clear error. Een speler die wordt belaagd, maakt zich nu eenmaal breed om wat steviger op de benen te staan. Was er een slaande beweging, liep Aidoo opzettelijk tegen die arm aan of heb je dat automatisch als twee spelers die een kwart meter in lengte verschillen met elkaar duelleren? Niet duidelijk, maar als de grote VAR-baas of de UEFA in al hun goddelijke onfeilbaarheid alsnog zouden beslissen dat Wesley een kaart had moeten krijgen en het een vrije trap voor Genk had moeten zijn, dan kan dat dienen ter compensatie voor die ongelukkige hands van Brandon Mechelen in de heenwedstrijd in deze play-offs.

Er was wel meer VAR. Neem nu het doelpunt van Sébastien Dewaest dat Genk op 0-1 zette na enkele minuten heen en weer voetballen. Uitgerekend Dewaest scoorde met wat dan wordt omschreven als een heerlijke baltoets. Heerlijk en Dewaest in één zin, dat ligt toch wat lastig. Het was een baltoets en het resultaat was heerlijk, maar laat het hem nog duizend keer proberen en never nooit gaat die bal erin.

Of het doelpunt al dan niet buitenspel was – de VAR vond van niet – is met deze technologie gewoon niet te zeggen. Nu wordt een lijn getrokken ter hoogte van de voeten, maar bij buitenspel komt meer kijken. Elk lichaamsdeel waarmee je een doelpunt kunt scoren, kan je buitenspel zetten: schouder, hoofd, knie, borst telt allemaal mee. Er moet dus een driedimensionale lijn komen en dat is dan een soort 3D-muur die men in Spanje heeft. In dat geval had het hoofd van Dewaest evengoed voorbij de voeten van de laatste Club- verdediger kunnen zijn.

Wie gunt voetbalminnend België nu die titel? Als het om de trainers gaat, heb ik een voorkeur voor Ivan Leko in wat misschien zijn allerlaatste passage in België is. Over afzienbare tijd wordt Leko meegesleurd in de Veljkovic- rollercoaster waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Naar kan worden verwacht, zal Leko er misschien beschadigd en ook wel berooid uitkomen. Toch lijkt hij iets meer mens dan Philippe Clement, die je na zijn carrière toch eerder ziet intreden als woordvoerder van een trappistenklooster.

Wie gunt Genk de titel? Heel België, ook de VAR, Dat grapte Club-manager Vincent Mannaert. Jawel, grapte, want hij vroeg uitdrukkelijk om er (lacht) achter te zetten. Mannaert is geen grappenmaker. Bovendien, om van een grap sprake te zijn bij Mannaert moet die zijn uitgesproken vóór de lunch.

Mannaert heeft gelijk, maar het is genuanceerder dan hoe hij het stelt. Behalve de Club-fans, en die zijn met erg veel, gunt geen enkele voetballiefhebber in België die titel aan de Club uit Brugge. Dat is bepaald vreemd, want ooit was Club de sympathieke hemelbestormer uit Belgiës eigen Madurodam, de tweede favoriete ploeg van veel voetbalsupporters.

 

20190513_De-Morgen_p-19-mail

Verhaal over Operatie Propere Handen in De Morgen van zaterdag 11 mei 2019

Propere handleiding bij schandaal

Een corrupte voetbalomgeving, een kaduuk reglement en een onmondig/onkundig juridisch apparaat. Ziehier het decor voor het omkoopschandaal KV Mechelen-Waasland-Beveren-Veljkovic. Uw Waze-route door de doolhof.

Wat is er tot nu gebeurd/gekend?

Een onderzoeksrechter (Joris Raskin) heeft in oktober van vorig jaar in binnen- en buitenland onderzoeksdaden laten stellen bij heel wat clubs en personen. Sommigen werden voorgeleid, anderen werden opgepakt en een tijdje vastgehouden, nog anderen verdwenen zelfs een tijdlang achter de tralies. Het onderzoek splitste zich op in:

– Een financieel luik met als hoofdrolspelers de makelaars Dejan Veljkovic en Mogi Bayat, die worden verdacht van witwassen, belastingontduiking en nog wel wat illegale transacties.

– Een matchfixingluik met als spilfiguur Dejan Veljkovic, die heeft geprobeerd om KV Mechelen aan de winst te helpen in de wedstrijd tegen Waasland-Beveren om te vermijden dat Mechelen zou zakken. (KVM won met 2-0, maar Eupen won op miraculeuze wijze met 4-0 en redde zich.)

Vooral dat laatste luik interesseerde de voetbalbond en omdat ze de aanstaande competitie niet willen compromitteren, maken ze haast met een sportieve/administratieve bestraffing. Dat doen ze op basis van 35 stukken uit het gerechtelijk dossier dat ze in handen kregen. De advocaat van Veljkovic, Kris Luyckx, noemde het al een gemiste kans dat de voetbalbond het hele dossier niet heeft ingekeken want daarin zou ook Eupen-Moeskroen aan bod komen.

Wie wordt beticht en waarvan?

De bond stelde een onderzoekscoördinator (Ebe Verhaegen) aan die op basis van de stukken van het gerecht 158 verhoren overdeed. Het bondsparket, bij monde van Kris Wagner, vraagt ferme straffen.

Dejan Veljkovic werd spijtoptant bij het gerecht en wenste niet te verschijnen of te worden ondervraagd door de bond, waarvan hij geen lid is. Tegen hem wordt tien jaar schrapping als makelaar geëist en een boete.

Aan Mechelse zijde worden gedagvaard de club YR KV Mechelen en bestuurders Thierry Steemans, Olivier Somers, Stefaan Vanroy en Johan Timmermans. KVM zou moeten zakken naar 1B, maar volgens de bondsreglementen moet een club zakken uit de reeks waar zij dat seizoen speelt en dat betekent op de keper beschouwd naar 1ste amateur. Tegen Steemans, Somers en opperbobo Timmermans, die lid was van de raad van bestuur van de KBVB, wordt tien jaar schrapping van de bondslijsten gevraagd en Somers en Timmermans moeten een boete betalen. Steemans niet omdat hij geen lid is van de bond. Vanroy komt ervan af met zeven jaar en een boete.

Waasland-Beveren moet degraderen naar 1B en een boete betalen. De bestuurders Dirk Huyck (vier jaar), Olivier Swolfs (vijf jaar), Walther Clippeleyr (drie jaar), Jozef Van Remoortel (twee jaar) worden geroyeerd en moeten een boete betalen.

Sspeler Olivier Myny krijgt als spijtoptant een schorsing van één jaar met elf maanden uitstel omdat hij heeft verzaakt aan de meldingsplicht.

De makelaars Walter Mortelmans en Thomas Troch worden beschuldigd van het stellen van daden van competitievervalsing en tegen hen wordt respectievelijk drie en twee jaar schrapping geëist. Makelaar Evert Maeschalck krijgt één jaar schorsing voor het verzaken aan meldingsplicht.

Wat zijn de zwakheden in dit dossier?

KV Mechelen zal zich als een duivel weren. In 1A spelen en verzekerd zijn van de Europese groepsfase of in 1B blijven zonder Europees ticket, dat scheelt meer dan een slok op een borrel. De procedure wordt het slagveld: ergens staat in het bondsreglement dat een straf moet worden uitgesproken voor 15 juni van het betrokken seizoen. Met als gevolg een semantische discussie op welk seizoen ‘het betrokken seizoen’ dan wel slaat.

Daarnaast heeft KV Mechelen een kortgeding bij de rechtbank van eerste aanleg lopen om te verkrijgen dat de bond (de Geschillencommisie Hoger Beroep Profvoetbal) niet mag oordelen zolang het gerechtelijk onderzoek nog loopt.

Dat de onderzoeksrechter is gewraakt (omdat hij lid was van de voetbalbond) is nog een zwak element in het dossier: advocaten slepen munitie aan om zijn onderzoeksdaden nietig te laten verklaren. Volgens beklaagden is door de voetbalbond tot zes keer toe gefilterd in de bewijsstukken om te komen tot de strafvordering van bondsprocureur Kris Wagner. Die laatste kwam in opspraak door een overhaaste en randje-arrogante communicatie.

Overigens is de afsplitsing van het financieel dossier een vreemde zaak, want ook voor financiële fraude kan een club bestraft worden met degradatie.

Het buikgevoel zegt: straffen, snel en hard. De realiteit zegt: nu snel straffen is vragen om ellende achteraf. De meeste burgerrechters staan te springen om sportbonden terecht te wijzen.

Hoe moeten we de feiten inschatten?

Dejan Veljkovic is de spil in het hele verhaal. De vele telefoongesprekken en andere contacten wijzen verder uit dat bestuurders en/ of aandeelhouders van KV Mechelen hebben geprobeerd om Waasland-Beveren geld te bieden om te verliezen. Of de bestuurders van Waasland-Beveren hebben meegewerkt aan de pogingen tot omkoping is niet bewezen. Waasland-Beveren beweert geen geld te hebben aanvaard, maar had wel oren naar het argument dat KV Mechelen als eersteklasser te verkiezen was boven Eupen. Ze hadden de Mechelse demarche moeten melden.

Parallel daarmee werd druk uitgeoefend door KV Mechelen op een aantal makelaars om hun spelers bij Waasland-Beveren te vragen niet voluit te spelen. Er zijn geen harde bewijzen dat de makelaars Mortelmans, Troch en Maeschalck actief hebben meegewerkt. Soms zelfs het tegendeel, als uit de telefoontaps blijkt dat een makelaar verklaart “daar ga ik mijn handen niet aan branden” of “dat ze hunne shit bij Mechelen zelf opkuisen” of er door de Mechelse bestuurders wordt gefulmineerd “het was zogezegd geregeld, maar die speler ging er toch vol voor”.

Het scenario lijkt eerder dat de makelaars de clubs niet voor het hoofd hebben willen stoten door de illusie te geven dat er wat kon worden geregeld, maar zich ver hebben gehouden van matchfixing. Dat de makelaars de bond niet hebben gemeld dat er pogingen zijn ondernomen om hun spelers bij Waasland-Beveren mee in het bad te trekken, daarover is geen discussie mogelijk.

Als de bond meldingsplicht zo hoog in het vaandel heeft, zijn ze wel selectief geweest. Ook de Eupen-spelers Van Crombrugge, Blondelle, Schouterden en Tirpan zijn (net als Waasland-Beveren-speler en beklaagde Myny) benaderd door KV Mechelen met het oog op een eventuele overgang als ze in 1A zouden blijven. Hun meldingsplicht is geen voorwerp van onderzoek.

Nog een voorbeeld van hoe selectief de bond wel te werk ging en ook de media in het publiceren van de telefoontaps. Vincent Mannaert van Club Brugge belt op vrijdag 9 maart 2018 om 9.49 uur (twee dagen voor de bewuste wedstrijd) naar de Mechelse hoofdaandeelhouder Olivier Somers, een zakenrelatie zo verklaart hij tijdens zijn verhoor aan onderzoekscoördinator Verhaegen.

Tijdens het gesprek van Mannaert en Somers vraagt Somers ineens of hij Rotariu nog heeft gehoord. (Rotariu is een speler van Club die is uitgeleend aan Moeskroen.) Het stuk van het federaal parket FP 28, 21/27 noteert daarop: “Vincent zegt al lachend dat hij 25.000 euro vraagt.”

’s Avonds belt Somers terug naar Mannaert en vraagt of hij weet of Rotariu toch een beetje zijn best gaat doen (in de wedstrijd bij Eupen). Vincent zegt dat ze de speler hebben gezegd dat ze hem gaan volgen, want hij wil terug naar Club volgend jaar. Vincent zegt ook dat hij denkt dat de trainer (van Moeskroen) wel (vol) zal willen spelen. Verder antwoordt Mannaert nog op de vrees van Somers dat ze spelers van Moeskroen gaan benaderen: “Het zijn relatief jonge spelers en meer dan nu kunnen jullie niet doen.”

De uitleg van Mannaert is dan misschien niet strafbaar, maar schetst de normvervaging van het voetbal als openlijk wordt gespeculeerd over al of niet beïnvloede spelers.

In een ander opgevangen gesprek tussen Veljkovic en zijn speler Mats Rits, toen nog bij KV Mechelen, is dat nog duidelijker. In het strafdossier, stuk FP 28, 25/27, staat: “Op 12 maart 13.46 uur (daags na de speeldag) belt Mats Rits met Dejan Veljkovic. Gesprek gaat over hoe het nu verder moet met Mats zijn loopbaan. Later in het gesprek zegt Dejan dat Evert Maeschalck het geregeld had met de keeper (Davy Roef, om KV Mechelen te laten scoren, HVDW) maar er was niets geregeld.”

Over de meldingsplicht van Rits geen woord. Evenmin over die van Anderlechts beloftetrainer Jonas De Roeck, die naar Oliver Somers van Mechelen belt en verslag uitbrengt van wat hij weet van de opstelling van Waasland-Beveren: “Ze gaan beginnen met hun sterkste ploeg, maar nadien wel wat sneller wisselen. Ze willen wel liever dat Mechelen in eerste blijft.”

TIMING

9 mei: schriftelijke conclusies vrijwillig tussenkomende partijen

16 mei: schriftelijke conclusies vervolgde partijen

16/17 mei: pleitzitting en uitspraak kortgeding rechtbank eerste aanleg KV Mechelen tegen KBVB

18 mei: pleitzitting vrijwillig tussenkomende partijen gevolgd door de tussenpersonen (makelaars)

20 mei: pleitzitting KV Mechelen en bestuurders

21 mei: pleitzitting Waasland Beveren en bestuurders

24 mei: schriftelijke repliek Bondsparket

25 mei: pleitzitting Bondsparket

27 mei: pleitzitting vrijwillig tussenkomende partijen en tussenpersonen

28 mei: pleitzitting KV Mechelen en Waasland Beveren en laatste mogelijkheid voor alle partijen om schriftelijke conclusies neer te leggen

 

 

Propere Handleiding

Column Liefde voor Ajax in De Morgen van zaterdag 11 mei 2019

Liefde voor Ajax

Je favoriete club, dat is zoals een oud jeugdlief. Soms ben je die uit het oog verloren, vind je dat ze de verkeerde keuzes heeft gemaakt of wil je er een tijdje niks mee te maken hebben, maar ooit komt die dag dat ze terug voor de deur staat.

Dat had ik vorig jaar in augustus met Ajax toen ik haar terugzag. Nu ja, ik keek naar de tv en zij wervelde ergens in Kiev, maar het was alsof ze aan mijn voordeur aanbelde. Dat tienermeisje met die wilde haren en die onbevangen, onbezonnen blik in de ogen. Ik was op slag weer verliefd en ik tweette: “Er staat een nieuw groot(s) Ajax in de steigers. Te volgen in de UCL.”

Voorspellen in de sport en al helemaal in het onvoorspelbare voetbal is vragen om ellende, ten getuige collega Valentijn Driessen van De Telegraaf die voorafgaand aan de return tegen Tottenham op televisie zei dat Ajax bij afwezigheid van Kane maar één speler in de gaten moest houden. Llorente, want die Moura scoort never nooit. Wie scoorde woensdagavond? Moura natuurlijk. Niet één keer, maar drie keer.

Mijn voorspelling had evengoed de mist kunnen ingaan, maar kwam gelukkig wel uit. Meer zelfs, mijn oud lief dat ik zo hartstochtelijk was beginnen beminnen met de verloren Europacup 1-finale van 1969 was vijftig jaar later onweerstaanbaar op weg naar een nieuwe Europese finale. Dat 4-1-verlies van toen tegen het AC Milan van Gianni Rivera en met die ellendige Prati die drie keer scoorde – de Moura van zijn tijd zeg maar – had er zwaar ingehakt.

Dramatisch verlies hoort bij het supporterschap. Van Nick Hornby (Fever Pitch) heb ik geleerd dat supporteren moeilijk móét zijn. Het móét pijn doen, het ís afzien, anders is er niks aan. Ik zie ze weleens in het stadion waar ik het meest kom, de successupporters die alleen thuis geven als hun ploeg wint. Neen! Je mag mopperen, zelfs kankeren, een enkele keer wat roepen en ook wel vervloeken, maar nooit uitfluiten en ook niet wegblijven als het wat minder gaat.

Supporteren is lijden, met heel af en toe een climaxje dat je laat hopen op meer maar waarna je beseft: zo mooi wordt het nooit meer.

De liefde voor Ajax begon voor mij, gekluisterd aan het transistorradiootje, met heel veel verdriet om die verloren finale. Twee jaar later volgde de eerste climax, en dan nog een en dan nog een. Om dan alles weer te verliezen in de finale van de worldcup van 1974, waar het geraamte van Ajax met Rinus Michels, dé coach die van Ajax het ultieme voetbalinstituut maakte, die ellendige Duitsers vergat in te maken.

Dik twintig jaar later was er dan de vierde Champions League-titel met die punter van de piepjonge Patrick Kluivert vijf minuten voor tijd. Dat was in Wenen tegen dat vervelende AC Milan van die corrupte Berlusconi en de wraak was zoet. Twee jaar later en nog eens een verloren finale en een halve Europese finale verder, zat ik met mijn 15-jarige zoon in de Amsterdam ArenA voor de uitwuifwedstrijd van Louis van Gaal. Een paar jaar eerder was hij ook al eens van de partij toen ik een reportage ging maken op Voorland, het jeugdopleidingscentrum dat paalde aan het oude De Meer-stadion. Dat zal een gendefect zijn, erfelijk in elk geval. Ik had het van mijn vader en hij heeft het van mij.

Dit jaar nam Ajax de maat van de slechtste – in de morele betekenis van het woord – ploegen uit de Champions League: het fascistencollectief Real Madrid en Juventus, bekend van omkoping en doping. De 21ste-eeuwse provo’s van Amsterdam bestormden onbevreesd Europa. In Londen in die halve finale tegen Tottenham was het al wat minder, maar toch weer 0-1, in Engeland, het hol van de rijkste der voetballeeuwen. Het geluk zat mee en dat mocht ook weleens.

Dan de return afgelopen woensdag: 2-0 aan de rust, 3-0 opgeteld. Nog 45 minuten gallery play als voorspel op een finale Ajax- Barcelona, drie jaar na de dood van hun beider geestelijke vader, Johan Cruijff. De voetbalgoden waren de godenzonen gunstig gezind. Tot die dramatische minuut 96 en – de journalist gaat nu boven de supporter – die niet geheel onverdiende 2-3.

Tien jaar geleden stelde ik op een congres in het Feyenoord-stadion dat geen enkele Nederlandse club ooit nog de finale van de Champions League zou halen, laat staan winnen. Ik werd net niet uitgelachen. Jammer maar helaas, toch gelijk gekregen. Dit Ajax wordt nu leeggekocht en nooit nog zal daar in Amsterdam op De Toekomst een stel jonge jongens onopgemerkt en onverhoopt samen kunnen groeien en Europa overdonderen.

Ik heb drie clubs waarvoor het hart sneller gaat slaat: Ajax, FC Barcelona en AA Gent. De voorbije week doet alvast denken aan die in mei 1969. Genoeg voetbal voor dit seizoen.

 

 

Liefde voor Ajax

 

Column over Caster Semenya in De Morgen van zaterdag 4 mei 2019

46,XY DSD

Dat is niet het startnummer van Caster Semenya (28) gisteren in haar laatste meeting waarin ze met haar hoge testosteronwaarden aan de start mocht komen. Ze won die 800 meter in Doha overigens glansrijk in 1:54.98.

46,XY DSD staat voor een groep hormonale aandoeningen. Iemand met een 46,XY DSD-aandoening heeft XY- geslachtschromosomen, zoals een jongen of man. De uiterlijke geslachtskenmerken zijn die van een vrouw. De XY zijn de chromosomen die bij de mannen aanwezig zijn. De 46 zijn het aantal chromosomen die de mens heeft en DSD komt uit het Engels en betekent disorders of sex development.

Bye bye mevrouw 46,XY DSD, gisteren was de laatste keer dat u van uw (on)natuurlijk voordeel heeft genoten en naar hartenlust de tegenstand kon verpletteren. Dat was kort door de bocht zo’n beetje de reactie van Paula Radcliffe, wereldrecordhoudster marathon nog steeds en in niks gelijkend op Semenya.

Radcliffe was een en al benen bij elkaar gehouden door trage vezels, met daarboven een blaasbalg gemonteerd en ook redelijk wat hersenen die in een hoofdje verstopt zaten. Die combo bood haar de mogelijkheid om heel lang heel hard te lopen en dat deed ze als geen ander en puur natuur (zegt ze). Of ze er met haar anorectisch lijfje meer vrouw uitzag dan Semenya wordt nogal eens betwijfeld. Het doet misschien niet ter zake, maar ik wil het als aanbidder van androgyne types toch even kwijt.

De hate speeches aan het adres van Semenya gingen erover, maar de ongemakkelijke waarheid is: ze hadden gelijk dat deze Semenya op haar volle hormonale sterkte uit de vrouwensport weg moest. Om de controverse compleet te maken: niemand kan of mag daar blij om zijn. Dit is een drama zonder voorgaande en wellicht de meest gordiaanse van alle knopen die de sport ooit moest doorhakken.

Wat van de atletiekfederatie IAAF al langer moest, moet nu ook van het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS): Caster Semenya moet weer aan de hormoontherapie. In haar geval zijn dat de testosterononderdrukkers, bij ons bekend voor transgenders die vrouw willen worden.

Semenya heeft wel gescoord in Lausanne bij het TAS, dat is duidelijk. Strak in het mannenpak, niet in een deux-piècesje om vrouw te willen spelen, verhulde ze niet wie ze was: een vrouw die hormonaal meer man is dan sommige mannen. Maar die ook haar recht op topsport opeiste en op de bijbehorende triomfen. Ze deed haar verhaal waardig, ook haar reactie op de negatieve uitspraak was waardig: “Soms is de beste reactie geen reactie.”

Het verhaal is gekend. De genderfluïde Semenya liep in 2009 de 800 meter als 18-jarige junior in 1:55.45. Kort daarna werd een bovengrens voor testosteron ingesteld van 10 nanomol (per liter urine). Semenya verdween een jaar uit competitie en kwam terug in 2011. Op de Olympische Spelen van Londen in 2012 liep ze de 800 meter, maar beschikte niet langer over haar klassieke allesverpulverende eindsprint.

Kort daarvoor was ze met een hormoontherapie begonnen om haar testosteron onder een aanvaardbaar niveau te houden. Met haar 1:57 pakte ze wel zilver dat later goud werd omdat de winnares gedopeerd bleek. Sportief ging het haar daarna niet meer zo voor de wind. Op het WK van 2015 haalde ze niet eens in de finale. Ze finishte vijf seconden trager dan voorheen en ging door een depressie. Voor Rio 2016 werden de beperkingen op het testosterongehalte opgeheven. Semenya stopte met haar hormoontherapie en bij de eerste meeting in 2016 liep ze meteen zes seconden sneller dan in 2015. Ze won een tweede keer olympisch goud in 1:55.

Aan dat verhaal komt nu een einde, tenzij een of andere burgerrechtbank de beslissing van het TAS herroept. Die hebben zichzelf wel in nesten gepraat want in hun eerste conclusie geven ze Semenya gelijk: er is sprake van discriminatie. In hun volgende conclusie geven ze de IAAF gelijk: we kunnen niet anders dan discrimineren. De ingestelde bovengrens wordt nu zelfs 5 nanomol testosteron, wat nog altijd veel hoger is dan het maximum ooit bij een vrouw gemeten.

Er kwam nogal wat reactie op deze beslissing, uit voorspelbare hoek en niet altijd met veel kennis van sportzaken. Er werd zelfs geschermd met Michael Phelps, die door zijn syndroom van Marfan extra lange ledematen heeft. Doet allemaal niks terzake. Feministen moeten nu stoppen met lezen want dit is het meest pijnlijke deel van het verhaal: voor mannen gelden geen bovengrenzen in de sport, voor vrouwen wel. Als de bovengrens wegvalt – in dit geval van het mannelijk hormoon testosteron dat de discriminerende factor is in sportprestaties (en nog wel andere prestaties ook, maar dat is voor een andere keer) – is er van vrouwensport geen sprake meer.

 

46,XY DSD

Over makelaars en clubs en voetbal, Jesse De Preter, in De Morgen van zaterdag 4 mei 2019

‘Deze jungle dient de clubs’

Eén vernietigende analyse en de plannen van de Pro League om de makelaars aan banden te leggen konden terug naar af. Was getekend: BFFA, de kersverse Belgische Federatie van Voetbalmakelaars. Tekst en uitleg door voorzitter Jesse De Preter.

De man die zelf vorig jaar 3,7 miljoen euro liet verdienen door een makelaar op een transfer van 11,5 miljoen stond daarna het luidst te roepen dat de makelaars aan de ketting moesten. Hij schreef een middernachtelijke draft voor de nieuwe wettelijke bepalingen voor de tussenpersonen in het voetbal, triomfeerde ermee op een Europees congres, maar gooide ineens de handdoek. Exit Marc Coucke, officieel om zich aan zijn zieltogende club te wijden, maar evenzeer omdat van zijn voorstel alle juridische wielen afliepen.

In Couckes ideale wereld lag het ontwerp aanstaande maandag ter stemming, maar dat gaat nu niet door. Zowel de BFFA als de voetbalbond heeft de Pro League op het juridisch knoeiwerk gewezen. Maandag wordt alleen het clearinghouse goedgekeurd langs waar alle transacties moeten passeren.

Coucke vertolkte het gevoel dat er dringend iets moest gebeuren aan de wantoestanden. Er zijn gruwelijk hoge bedragen betaald.

Jesse De Preter: “Er gaat veel geld in om, dat klopt. Maar wat is de informatieve waarde van een krantentitel dat stelt dat makelaars 152 miljoen hebben verdiend en er in kleinere letters bij vermeldt… de laatste vier jaar.

“Ik neem één concreet geval, zonder de naam te noemen of het bedrag. De makelaar had een mandaat van de club om de speler tegen een vastgesteld bedrag te verkopen en de rest was voor hem. Bleek ineens dat die speler veel meer waard was en dat de makelaar meer zou verdienen aan zijn makelaarsfee dan de club aan de transfer. Daarop is hij apart gaan zitten met de man van de club en heeft hem daarop gewezen. Ethisch heel correct, toch? De som die daarna naar de makelaar is gegaan, was nog steeds erg hoog, maar wat er niet bij wordt verteld, is dat ook de familie van die speler 2 miljoen wilde.”

La grande famille africaine.

“Niet alleen africaine, maar wel vaak. Jammer genoeg kan ik op voorhand voorspellen bij welke spelers we ambras zullen krijgen met de familie. Nog een voorbeeld: ik had een beloftevolle speler bij een grote club. Het gezin was al elf jaar illegaal in het land met bijna tien uitwijzingsbevelen toen wij hem in handen kregen. Wij hebben hun situatie kunnen regulariseren. We zijn daar thuis geweest: het regende binnen in zijn kamer en er liep een rat over mijn voeten.

“Vier jaar hebben wij hem begeleid: zijn tanden leren poetsen, naar het toilet leren gaan, de school geregeld, alles zowat. Uiteindelijk krijgt hij zijn kans in het eerste elftal en na vijf matchen verdiende die al 285.000 euro. 100.000 euro hebben we aan de familie gegeven, via de moeder, op hun vraag. Vorige zomer kom ik bij hen thuis en hij zegt: ‘Het vertrouwen is gebroken.’ Een andere makelaar was met een nog grotere envelop afgekomen. Vier jaar lang heb ik iemand halftime op die speler gezet en daar hebben we onze broek aan gescheurd. Nu zegt die speler overal: ‘Jesse heeft geld aan mijn familie gegeven en ik wist daar niet van.’ Hij zat er verdorie naast toen ik het geld aan zijn moeder gaf.”

Meer regelgeving zou toch welkom zijn.

“Uiteraard. Geld geven aan de familie is schering en inslag. Voor de contractonderhandelingen van een andere speler van ons hebben ze bij Anderlecht ooit een grotere vergaderzaal moeten zoeken: er waren te veel familieleden, broers, zussen en vooral neven mee.

“Het is makkelijk om alle schuld altijd op de makelaars te steken, maar ik weet bijvoorbeeld van een Belgische topper in het buitenland die ruzie heeft met zijn makelaar en die nu breed uitsmeert in de pers dat hij niet wist dat die zoveel aan hem heeft verdiend. Natuurlijk wist hij dat wel en erger nog, die speler kreeg zelfs commissie op andere spelers in zijn Belgische club die hij bij zijn makelaar aanbracht.”

U en de BFFA willen die jungle opkuisen?

“Ik heb als jurist in de haute finance gewerkt van 2004 tot 2010, geen makkelijke periode. Welnu, het voetbal is veel meer jungle. Ik ben daar al lang mee bezig en uiteindelijk is Didier Frenay (makelaar in het beladen dossier-Dimata, HVDW) mij komen vinden met
de vraag of ik mij wilde engageren. Geen probleem, maar nu ben ik ook al voorzitter. Wij vertegenwoordigen nu 25 makelaars, twintig andere dossiers zijn hangende. Hiermee hebben we een tiende van iedereen die ooit bij de voetbalbond 500 euro heeft gestort en zich als makelaar heeft opgegeven. Precies: er zijn 450 profspelers in België en meer dan vijfhonderd erkende makelaars en een paar honderd die onder radar blijven.

“We moeten niet om de pot draaien: er zijn misdrijven begaan door makelaars, maar daarvoor moet je altijd met twee zijn. Het is niet zoals Coucke in het parlement zei: ‘Alles is prima in het voetbal, maar er is één probleem: de makelaar.’ Ook opletten met dingen op één hoop te gooien. In het dossier-matchfixing van Waasland-Beveren en KV Mechelen zijn misschien makelaars betrokken, maar toch in de eerste plaats de clubs. Schaf de makelaars af en de matchfixing bestaat nog steeds.”

U wees de Profliga op de juridische tekortkomingen in haar voorstel.

“Het begint al bij mededingingsrecht. De Pro League is een dominante marktpartij die regels opstelt voor contracten waarbij zij geen betrokken partij is. Dat kan niet, wat zij zijn de wetgever niet. Ook het clearinghouse is tegen de regels. Niks mis met een

clearinghouse dat alle contracten inziet en fiatteert, maar niet als de Pro League bepaalt wie daar in zit en als die instantie ook recht zal spreken in geschillen tussen clubs en spelers. Dat is misbruik van machtspositie. Er is geen visie op topsport als economie die langer draagt dan de emotie van het moment.”

U bent tegen het betalen van de makelaar door de speler en niet langer de club. In de VS is dat de regel, maar daar bestaat de betaalde transfer natuurlijk niet.

“Wij zitten met Atticus (het makelaarsbedrijf van De Preter dat onder meer Jason Denayer, Matz Sels en Roberto Martínez vertegenwoordigt, HVDW) ook in het vrouwenbasketbal in de Verenigde Staten en daar moeten wij een factuur sturen naar de speelster. In de Major League Soccer moet de speler aftekenen en mogen we wel naar de club sturen. Aftekenen door de speler is ook de regel in Frankrijk en Engeland.

“Verplichten dat de speler zijn makelaar betaalt, kan niet in België want dat is een inbreuk op de wet op de private arbeidsbemiddeling. Bovendien zet het de poort open voor een zwartgeldcircuit. Ik ben er niet tegen dat het de speler is die de dienstverlening van zijn makelaar betaalt, maar we zitten met een cultuur van spelers die van in hun jeugd alles gratis krijgen. Talentjes van 6 jaar krijgen te horen dat voor hen alles wordt geregeld, alles wordt betaald. Als ze 14 zijn en wij gaan in concurrentie met andere makelaars om die te begeleiden, krijgen we als eerste vraag: ‘Hoeveel paar schoenen kun jij mij leveren?’ Tweede vraag: ‘Betaal jij mijn kine?’ Wij hebben hier een jeugdspeler gehad die een medewerker uitschold omdat de schoenen die waren geleverd niet waren gepersonaliseerd.

“De ideale situatie zou zijn dat de makelaarsfee bij de speler op de loonfiche komt te staan als een voordeel alle aard, net als zijn bedrijfswagen. De wetgever laat dat vandaag al toe. Het probleem daarmee is dat het nooit eerder is gebeurd en dat je daarover goede afspraken moet maken met de fiscus opdat die bijvoorbeeld niet opeens besluit om vijf jaar terug te gaan.”

Denkt u dat de clubs het echt anders willen?

“Sommige clubs willen verandering, andere profiteren maximaal van de chaos en willen alleen aan windowdressing doen naar de politiek omdat die anders aan hun voordelen inzake sociale lasten en bedrijfsvoorheffing zou raken. De makelaars willen wel dat er iets verandert.

“Clubs hebben nu ook belang bij de grijze zone waarin de makelaar geen rechtszekerheid heeft ten aanzien van zijn speler. Het decreet op de arbeidsbemiddeling zegt dat de speler van de ene dag op de andere weg mag bij zijn makelaar zonder vergoeding. Toen Anthony Limbombe van Club Brugge wegging, is hij vier keer van makelaar veranderd. Ik heb een speler gehad die een dag voor hij een deal ging sluiten met Anderlecht naar een andere makelaar ging, waar hij voor minder geld tekende, maar dat wist hij niet.

“Het gebrek aan rechtszekerheid werkt wantoestanden in de hand. Toen ik bij Jason Denayer zat, kreeg hij een sms van een collega- makelaar die beweerde dat ik te veel geld pakte. Jason gaf mij die telefoon en ik heb een tijdje heen en weer geantwoord, tot ik hem zei dat hij met mij aan het sms’en was.”

U zou een makelaarsorde willen op nationaal niveau.

“Dat is de enige oplossing en het kan. Mét een beroepscode. Het verhandelen van spelers mag niet de enige functie zijn van de makelaar. Nu valt die onder arbeidsbemiddeling terwijl wij een economische sector zijn van tussenpersonen die adviseren, begeleiden en negotiëren als het moet. En van het woord makelaar wil ik ook af. Noem ons sportmanager of sportagent.”

Hebt u oog voor de grotere belangen, zoals de te lage instapdrempel voor niet-EU-spelers die een ongelimiteerde trafiek van buitenlanders in gang heeft gezet?

“Clubs en tussenpersonen hebben daar goed aan verdiend en ik begrijp dat ze daar niet willen aan raken. Is het goed voor het Belgisch voetbal? Ik denk dat het ten dele is doorgeschoten, maar anderzijds is het de enige manier voor een kleine club om nog een verborgen parel te vinden. Verhoog je de instap naar het Nederlands niveau, dan haakt de helft van de eersteklassers af. Een andere oplossing is de jeugdopleiding van de Belgen verbeteren. Een jonge Belg van 20 die naar de Premier League kan, is veel meer waard dan een Serviër of Afrikaan van 20.”

 

 

 

Jesse De Preter

 

Het enige echte, originele KETONENverhaal in De Morgen van vrijdag 3 mei 2019

Fuel van kampioenen

Het slagveld in het Midden-Oosten hebben ze niet gehaald, maar in de topsport zijn de ketonen aan een steile opgang bezig. Leuvens onderzoek bewijst als eerste de weldaden van deze superbrandstof.

1. Wat zijn ketonen?

Ketonen worden door het lichaam in kleine hoeveelheden aangemaakt bij de vetverbranding en zijn een hele rijke energiebron. Ons lichaam produceert ketonen, vooral als het in overlevingsmodus gaat. Bij hongerstakingen zijn het de vrijgekomen ketonen die de mens in leven houden. Wat we natuurlijk aanmaken aan ketonen volstaat niet om te sporten of te functioneren in zware omstandigheden zoals op het slagveld of in de topsport.

Ketonen kwamen op de radar van het Amerikaans leger toen de militaire onderzoeksinstantie Darpa op zoek was naar een compacte, directe, lichte energiebron die niet zou bederven in hete omgevingen zoals een woestijn. Darpa schreef een tender uit om ketonen te synthetiseren, na te maken dus, en die tender – ter waarde van 10 miljoen dollar – werd binnengehaald door professor biochemie Kieran Clarke van de universiteit van Oxford, een Australische toponderzoekster die ook werkte op Harvard.

Zij zat al sinds 1991 op het spoor van ketonen bij een onderzoek naar hartaandoeningen. Clarke slaagde erin ketonen buiten het lichaam te produceren en begon met testen. Niet op militairen want Darpa was uiteindelijk afgehaakt, wel op zieken én atleten. Die laatste eerder bij toeval, omdat een onderzoekster in haar labo een topsportverleden had als roeister en meteen de potentie zag voor uithoudingssporters.

2. Wat doen ketonen?

Het eerste wetenschappelijke artikel van belang voor de sport verscheen in de zomer van 2016 in het vakblad Cell Metabolism. De titel was: ‘Nutritional Ketosis Alters Fuel Preference and Thereby Endurance Performance in Athletes’. Vrij vertaald: ketonen helpen. Hoeveel helpen ze? Drie procent, zei de studie. Drie procent is het verschil tussen goud en totaal niet meedoen voor de prijzen.

De nieuwe Leuvense studie ging verder. Achttien goed getrainde mannen werden opgedeeld in twee groepen en kregen drie weken uithoudingstraining. Negen kregen ketonen toegediend en negen anderen een placebo. In de derde week lag het geleverd vermogen in de ketonengroep in het laatste halfuur van een twee uur durende training maar liefst 15 procent hoger.

Professor Peter Hespel, de eerste in België die aan de slag ging met ketonen: “Overload training door steeds zwaarder te belasten is een manier om vooruitgang te boeken, maar kan leiden tot overreaching, overtraining en spierafbraak. In een gecontroleerde labosituatie hebben we kunnen bewijzen dat ketonen de prestatie bij uithoudingssporten verbeteren en de atleet beschermen tegen te zware belasting.”

Er was meer: bij de placebogroep daalde de maximale hartslag met twintig slagen. Een typisch effect van vermoeidheid door training is een vertraagde (sub)maximale hartslag, maar bij de ketonengroep daalde die slechts tien slagen.

De energiebalans bij de ketonengroep bleef positief, maar werd zwaar negatief bij de controlegroep. In beide groepen steeg het hormoon GDF-15, maar dubbel zo snel bij de groep zonder ketonen.

Hespel: “Alles wijst erop dat GDF-15 mogelijk de lang gezochte marker kan zijn voor een diagnose van overreaching en -training. Een van de meest spectaculaire spin-offs van het onderzoek was de vaststelling dat de ketonengroep minder onderhevig was aan botontkalking, iets wat bij wielrenners soms desastreuze vormen aanneemt.”

3. Wie gebruikt ze?

Dat is het best bewaarde (publieke) geheim van de topsport. Lotto-Soudal-arts Servaas Bingé spreekt in zijn roadshow Eens alles testen? Zin en onzin vrijelijk over het gebruik van ketonen. Begin juli zal Hespel op het congres Science in Cycling naar aanleiding van de Tour-start zijn ervaringen met ketonen meedelen.

Ketonen waren voor het eerst in 2018 te koop voor niet-insiders. Professor Clarke geeft toe dat de topatleten van UK Sports al jaren eerder toegang hadden tot het product. “Het is gebruikt in aanloop naar de Spelen van Londen in 2012, maar slechts door een selecte groep atleten omdat we heel weinig ketonen hadden. Ook de wielerploeg Sky had het ongetwijfeld, maar dan ook via UK Sports.” Een van de theorieën achter het geheimzinnig pakket dat Bradley Wiggins in de aanloop naar de Tour de France ontving, is juist dat daar ketonen in zaten en niet de corticosteroïden waarover men speculeert.

In België waren ketonen al een onderwerp onder atleten die deelnamen aan de preolympische stage op Lanzarote in november 2015. In dat jaar werd ook Hespel bevoorraad vanuit Oxford University om ketonen op topatleten te testen, tot ineens de aanvoer stilviel.

Een toptrainer in de Britse topsport sprak zijn mond voorbij in een verhaal in deze krant tijdens de Olympische Spelen van Rio in 2016. “Alle ketonen zijn terug in Britse handen. We willen niet dat een concurrent uit een ander land ze heeft.” Dat werd bevestigd eerder dit jaar toen deze krant Hespel samen met Clarke in Londen sprak.

Vanaf januari 2018 waren ketonen vrij te bestellen, zij het in de VS én in grote hoeveelheden. Professor Clarke had een licentie verkocht aan het Amerikaanse HVMN (spreek uit Human), een innovatief bedrijf van jonge wetenschappers.

In het wielerpeloton zijn ketonen bij de meeste ploegen gekend. De meeste overwinningen zijn dit jaar behaald door ploegen die de beschikking hadden over ketonen en die ook wisten hoe ze moesten worden gebruikt. Of ze altijd werden gebruikt, is niet duidelijk, maar zowel de kennis als het product is beschikbaar.

In een wielerklassieker kunnen ketonen worden ingenomen als brandstof voor de eerste uren van de wedstrijd. Daardoor spaart de atleet zijn koolhydraten voor de finale. Ze juist toepassen was een verhaal van trial-and-error, weet Hespel. “In het begin wisten we het ook niet en gaven we zelfs ketonen tot de finale. Dat werkte omgekeerd, want de ketonen blokkeerden als het ware de koolhydraten.”

Bij een van de ploegen doet het verhaal de ronde dat ze op het schap staan van de energierepen en andere voeding en wie ze wil, moet er maar wat van meenemen. Bij een andere ploeg weet een kopman dat hij de enige is. “Niemand doet de moeite bij ons om er dieper op in te gaan hoe dat moet worden gebruikt. Ik wel, maar ik heb die kennis buiten de ploeg gezocht.”

Een ander kleiner team had ze deze winter besteld in de VS en experimenteerde op een stage. Inmiddels hebben enkele van hun renners al meer dan één grote prijs gereden, mét ketonen. Door de ketonen, wie durft het te zeggen?

4. Zijn ketonen geen doping?

Neen, omdat ze ook de vierde voedingspijler worden genoemd (naast vetten, koolhydraten en eiwitten) kunnen ze eerder worden beschouwd als voedingssupplement dat zelfs groen licht kreeg van het wereldantidopingagentschap WADA. Met dat verschil dat pakweg eiwitten veel makkelijker verkrijgbaar zijn en maar een fractie kosten.

Ketonen komen bovendien uit de VS, waar ze zijn goedgekeurd door de Food and Drug Administration als ‘food’, niet eens als voedingssupplement. In Europa is dat nog niet het geval, zegt uitvindster Clarke: “Ze worden geproduceerd in Groot-Brittannië, vervolgens uitgevoerd naar de VS en vandaar worden ze verdeeld. In Europa een goedkeuring krijgen kan jaren duren.”

Dat compliceert het georganiseerd gebruik door ploegen. Als die het product zelf invoeren en aan hun atleten toedienen, kunnen ze daar in theorie voor worden vervolgd. De workaround die nu wordt toegepast, bestaat erin dat de atleet zelf bestelt. Die geheimzinnigheid is nergens voor nodig en zou de ketonen en hun gebruikers weleens zuur kunnen opbreken. In het wielerpeloton wordt gevreesd dat met name de Fransen, die met alles wat achter lopen, in hun Mouvement Pour un Cyclisme Crédible (MPCC) ook een strijdpunt willen maken van ketonen.

5. Allen aan de ketonen?

Dat is voor de gewone sporter geen goed idee, in de eerste plaats voor de portemonnee. Per dosis (25 ml) kost het goedje zo’n 30 euro. Met één flesje kom je er niet; twee à drie dosissen per wedstrijd zijn gangbaar. Nog duurder wordt het als ketonen worden ingezet voor de recuperatie. Naar Europa wordt pas verscheept vanaf een doos met 36 doses. Dan ben je al snel meer dan 1.000 euro kwijt en moet je nog hopen dat de douane geen extra heffingen aanrekent.

Toch lijken ketonen een veelbelovend supplement, niet alleen voor sporters. Testen op muizen wezen al uit dat ze obesitas tegengaan, de effecten van parkinson zouden worden teruggedrongen en in het diabetes- en kankeronderzoek zijn al veelbelovende resultaten geboekt.

Clarke: “Tumoren voeden zich vooral met koolhydraten, weten we. Muizen die ketonen kregen, leefden langer, liepen sneller en hun tumoren groeiden minder snel.”

 

Ketonen 2.5.2019

Column over de marathonrecords (en de schoenen) in De Morgen van maandag 29 april 2019

It’s the shoes, stupid

Kent u deze nog: de Speedo LZR Racer…, zwemmen…, records…, doet het een belletje rinkelen? Tussen februari 2008 en juli 2009 werden 140 wereldrecords gezwommen in een revolutionair pak. Op één WK alleen flashte 43 keer New World Record op het scorebord. Dat was een probleem en de LZR Racer werd kort daarna verboden. We zijn tien jaar later en het heeft er alle schijn van dat de topsport opnieuw voor een dilemma staat, niet door de minsten omschreven als technologische doping.

Eerst even dit. Mijn respect voor hun prestaties is immens en ik wil de heren Koen Naert (2u07:39, verbetering met 2:11 in Rotterdam) en Bashir Abdi (2u07:03, verbetering met 3:42, gisteren in Londen) in de eerste plaats feliciteren en vooral niet voor het hoofd stoten. Maar… na de marathon van Rotterdam dit jaar ging al een lichtje branden toen zeven van de eerste acht lopers in Nike-schoenen over de meet kwamen en de meesten hun persoonlijke besttijden verpulverden.

Na de recordtijden gisteren in de London Marathon met weeral bijna uitsluitend Nike-lopers voorin, moeten we als journalist serieus blijven: it’s the shoes, stupid. Of toch voor een deel. Hoe groot dat deel is, daar hebben we het raden naar – of niet, zie verder – maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat deze progressie volledig toe te schrijven is aan de atleet.

Zowel Koen Naert als Bashir Abdi lopen op Nike. Naert liep nog op de ‘oude’ Vaporfly 4%, een schoen die een spin-off is van het prototype waarmee Eliud Kipchoge op 6 mei 2017 op twintig seconden na faalde in zijn poging om een marathon onder de twee uur te lopen. In september vorig jaar liep hij op die schoen met 2u01:39 een echt wereldrecord in de supersnelle marathon van Berlijn.

Die 4% in de naam van de schoen duidt op de verbeterde loopeconomie. Bij een test aan de University of Colorado lieten zestien lopers een verbeterde economie tussen 1,59 procent en 6,26 procent optekenen. Het gemiddelde was die vier procent, niet hetzelfde als vier procent sneller lopen. Voor de toppers werd uitgegaan van twee procent sneller, iets meer of iets minder kon ook. Twee procent is iets meer dan twee minuten.

Een studie van de top 100-marathonlopers, mannen en vrouwen, laat duidelijk zien dat de tijden sneller worden na de introductie van de Vaporfly 4% in juli 2016. Dat werd trouwens bevestigd door een onderzoek via Strava in de New York Times: ook de recreanten op Vaporfly liepen sneller.

Opmerkelijk dat Nike durfde uit te pakken in de naamgeving van de schoen met dat voordeel. Dat durfden ze niet in 2000, toen ze de Nike Shox introduceerde. Die schoen suggereerde veertjes in de zool en hoewel het niet om veertjes ging en Nike nooit uitsprak dat je er hoger kon mee springen, gaven ze wel die indruk. Wat ook hielp, was de fenomenale dunk van Vince Carter eerder dat jaar op de Olympische Spelen van Sydney. Die sprong zo hoog dat hij over het hoofd van de Franse centerspeler Frédéric Weis vloog. Weis was (en is, hopelijk voor hem) 2m18. Carter droeg toen prototypes van de Shox.

Veerkracht of een energierespons vanuit de schoenen is iets waar de schoenenindustrie al decennia gek op is, sinds een pionier bij Nike op zoek ging naar meer schokdemping en rubberen zolen goot in het wafelijzer van zijn vrouw. Ga een stap verder en je krijgt een schoen die je moeiteloos door de zweeffase helpt.

Bij de Vaporfly 4% en Next% is dat voordeel aanwezig. Hoe dat komt? Ze hebben een gebogen carbonplaat in de schoen. Niet zo dik als in de fietsschoenen, maar dik genoeg om een stijfheid te induceren die profijt geeft bij elke pas. Daarnaast zit er in de middenzool ook nog een speciaal schuim, maar of dat nu zoveel verschil maakt, is niet duidelijk. Andere schoenmerken hebben ook schuim.

De oranje Vaporfly 4% is enkele dagen geleden vervangen door de gifgroene ZoomX Vaporfly Next%. Dus nog meer procenten progressie? Dat laatste valt te betwijfelen, maar ongeveer de volledige kopgroep gisteren in Londen liep in de nieuwe Vaporfly Next%, zo ook onze Bashir Abdi.

Twitter verhitte al na Rotterdam maar na Londen is het hek van de dam.

Je kan in deze discussie twee standpunten innemen: “foei, verbieden die schoenen” of “doe maar, sport en technologie gaan hand in hand”.

Of de schoenen ooit worden verboden zoals de zwempakken is lang niet zeker. Nike is in tegenstelling tot Speedo een miljardenbedrijf en andere schoenmerken azen op een gelijkaardige schoen. Met technologische evolutie is niets mis, maar een sport die niet Formule 1 heet heeft een probleem als het schoenenmerk even belangrijk is als het atletisch vermogen.

 

It’s the shoes-mail

Column Straffen en Hard of Propere Handen in De Morgen van zaterdag 27 april 2019

Straffen, en hard

Degradatie voor KV Mechelen en Waasland-Beveren, naast het royeren uit het voetbal van al wie zich actief en passief – niet onbelangrijk – schuldig heeft gemaakt aan corruptie. Dat wordt geëist door het bondsparket en dat is niet onlogisch, want zo staat het in de reglementen. Alleen, het staat er niet heel duidelijk in. Alvast niet letterlijk, en dus wordt niet door de minste specialisten juridische munitie aangesleept om de degradatie te ontwijken.

Een van de discussiepunten is een bondsartikel waarin staat dat de straf vóór 15 juni van dat jaar had moeten worden opgelegd. Een ander artikel spreekt dan weer over een verjaring van acht jaar. Het zullen echt niet de enige bondsreglementen zijn die rammelen. Dat laatste overigens met grote instemming van de clubs, die daar al jaren garen bij spinnen en in beroep altijd weer een straf teruggedraaid zien. Voor het Arbitragetribunaal worden de meeste straffen zelfs geschrapt, simpelweg omdat zelfs de slimste kat in die bondsreglementen haar jongen niet terugvindt.

Even terzijde, je zult dat ook zien in de Anderlecht-case naar aanleiding van de afgebroken wedstrijd bij Standard. “Het is niet bewezen dat het onze fans waren”, zegt de clubleiding. Alsof niet-Anderlechtfans een kans maken om bij een uitwedstrijd naar Standard in het Anderlechtvak te geraken en daar bij toeval dan een paarse vuurpijl afschieten. Die wedstrijd met gesloten deuren komt er niet.

Maar goed, het ging hier over Waasland-Beveren-KV Mechelen. Naast de juridische munitie wordt ook emotionele munitie in stelling gebracht. Kun je een club sportief straffen voor wat haar bestuur heeft uitgevreten? Kun je andere clubs laten profiteren van een postume degradatie terwijl zij niet de benadeelde club waren? De eerder benadeelde club, hoe zit het daarmee, kan die nog genoegdoening eisen?

Dat laatste is nu toevallig een non-argument omdat de omkopende partij niemand heeft benadeeld. Ze kochten om, of probeerden minimaal de uitslag te beïnvloeden, maar het volstond niet. Gerechtigheid geschied, dan maar? Ook niet natuurlijk. Er zullen eeuwig twijfels blijven hangen over die onzalige Eupen-Moeskroen en de Qatar-connectie tussen beide clubs. Overigens, hadden de spelers van Eupen (en hun makelaars) geen meldingsplicht toen ze net voor de cruciale wedstrijd thuis tegen Moeskroen werden ingefluisterd dat er interesse was van KV Mechelen? Ooit, maar wellicht langer dan acht jaar na datum, komen we het misschien allemaal te weten en tot dan blijft het bij gissen.

Het is natuurlijk zonde als een bloeiende, ambitieuze club met een prachtige achterban als KV Mechelen niet in eerste klasse speelt. Of het ook zonde zou zijn als Waasland-Beveren uit eerste klasse verdwijnt, daar is al minder consensus over. Schone tribune, dat wel, en redelijk goed gewerkt de laatste seizoenen. Geen groeipool evenwel, maar toch meer potentie dan het sterfhuis SK Lokeren. Over die lachende derde in Lokeren werd kapitein Killian Overmeire van de week iets gevraagd op de radio en hij kreeg net geen tongzoenen van de redactie nadat hij met de hand op het hart had verklaard dat hij niet zit te wachten op het ongeluk van een ander om daar zelf beter van te worden.

Hoe edel en wat slim gezegd, maar het klopt natuurlijk van geen kanten. Overmeire en heel Lokeren hopen maar al te zeer dat Waasland-Beveren moet zakken. Stel je voor, de gehate tegenstander met wie om de hegemonie op de akkers tussen Gent en Antwerpen wordt gestreden die móét zakken en Sporting Lokeren dat mág blijven, hoe mooi kan het leven zijn?

Terug naar de hamvraag: mag je een hele club straffen – spelers, supporters en alles wat daarrond leeft – omdat enkele bestuurders zich hebben misdragen? Mijn standpunt is: ja, ja en nog eens ja. Maar ik heb evengoed begrip voor wie neen zegt. Alles is terug te voeren op een andere vraag: wat is een voetbalclub?

Is dat een community van goedmenende mensen, soms vrijwilligers, die uren voor de club in de weer zijn tegen – als ze daarvan weten – 500 euro per maand vrijgestelde vergoeding, geschraagd door fans die al generaties lang die kleuren aanhangen en die hun bruto familiaal geluk aan de resultaten van hun clubje ophangen, een soort opvangtehuis voor verarmde emoties dus?

Of is een voetbalclub een import-exportbedrijf van hoofdzakelijk niet-Europees talent of hele jonge spelers, die gigantische sectorale voordelen geniet, waarmee je in eerste klasse met een beetje geluk serieuze winst kunt maken, die haar spelers 350.000 euro gemiddeld betaalt en haar bestuurders/managers laat meegenieten op de transfers, waar de communitywerking als schaamlapje dient en de supporters gewoon klanten zijn?

Nogmaals, helemaal zeker ben ik niet, maar ik neig naar de stelling het tweede. In dat geval: straffen en hard. Dus: degraderen en royeren.

 

 

STraffen en hard