
RIP Flanders Baloise
De kogel is niet door de kerk geraakt en dus verscheen deze week een persbericht op de site van Team Flanders-Baloise. De ploeg stopt ermee aan het eind van dit seizoen. Dat is het moment dat ook Sport Vlaanderen de subsidiëring stopzet. Blijkbaar was dat de cruciale stap, of de nekslag, zo u wilt, maar die is wel al meer dan een jaar geleden aangekondigd door de minister.
In al die tijd is geen vervanging gevonden voor een budget van – wat zal het zijn – 2 miljoen euro of zo? Op het eerste gezicht kun je dat twee partijen aanrekenen. Baloise in de eerste plaats. De cosponsor kreeg al die jaren mooie reclame voor weinig geld. Tijdelijk even wat bijspringen, dat is een habbekrats voor een bedrijf dat 2 miljard euro omzet draait. Reken daarbij dat ze best wat naambekendheid kunnen gebruiken, want de naam Baloise verdwijnt geleidelijk ten voordele van Helvetia. De Zwitsers zagen dat anders.
In tweede instantie, ook weer op het eerste gezicht, lijkt het management hier tekort te schieten. Zoals Jan Bakelants in zijn analyse in HLN terecht aanhaalde: dit gaat over een relatief kleine som die ze heel graag in het veldrijden investeren. Christophe Sercu kennende heeft hij wel hard zijn best gedaan. Hij is zelf professioneel ook nog niet klaar. Het al dan niet voortbestaan van zijn ploeg is gelinkt aan wat hij graag doet en deed.
In tegenstelling tot de start van de ploeg eind vorige eeuw, toen topambtenaar Fons Leroy en andere Eddy Merckx-vrienden mee de kar trokken, stond Sercu er nu nog quasi alleen voor. De Merckx-vrienden zijn nu zoals Merckx hoogbejaard. Sercu is dat nog niet, maar na maanden hard zoeken de handdoek in de ring gooien, dat is des mensen.
Ten behoeve van dit stukje heb ik nog even de website van de ploeg bezocht. Het doet pijn om te zien wie daar allemaal zonder werk valt. Aardige gasten, de ene al spraakzamer dan de andere, en al die jaren dat ik met hen in januari in Calpe zat geen verkeerd woord gekregen. Omgekeerd wel, toen Walter Planckaert in de volgauto zijn stuurmanskunsten showde in de afdaling van de Aitana en ik hem eerst beleefd en uiteindelijk scheldend aan het verstand bracht dat ik mijn leven niet beu was. Het lag aan mij, zei hij. Hij had gelijk.
Het is te hopen dat iedereen die zich met ziel en zaligheid voor de ploeg heeft ingezet goed terechtkomt. Dat geldt ook voor de renners, die nu vooral op henzelf en hun talent zijn aangewezen; geen slechte zaak als je het wilt maken in de sport.
Her en der wordt nu gesuggereerd dat Vlaamse renners minder toegang zullen krijgen tot het WorldTour-peloton. Dat is onzin. De top zal rechtstreeks de weg vinden naar de ontwikkelingsteams van de WorldTour, dat was al vijftien jaar zo. De niet-zo-top en de laatbloeiers, dat wordt wel een probleem want daarin waren Team Flanders-Baloise en alle voorgaande constructies wel erg bedreven. Ze leverden goed opgeleide werkmieren af, vaak gasten met een grote motor die niet te beroerd waren om meteen in dienst te rijden.
Geen winnaars, dat niet. In al die jaren heeft maar één renner van de 218 die zijn opgeleid een echt grote wedstrijd gewonnen. Stijn Devolder reed in 2002 en 2003 bij Vlaanderen-T-Interim en won twee keer de Ronde van Vlaanderen (2008 en 2009).
De kritiek op een investering door de overheid met topsportgeld in een tewerkstellingsproject eerder dan een topsportproject heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat Sport Vlaanderen de subsidiëring niet langer kon verantwoorden. Daar valt veel voor te zeggen. Een overheid moet pas tussenkomen als de markt faalt, en je kunt veel beweren van het Belgische (lees: Vlaamse) wielrennen, maar niet dat de markt faalt.
Geen enkel land heeft dit jaar meer profrenners in de WorldTour en geen enkel land had deze zomer meer renners aan de start van de grootste wedstrijd, de Tour de France. Aficionado’s van de koers zullen dit toejuichen, zelfs een normale gang van zaken vinden, maar dat was het niet.
Jarenlang is wielrennen als sport voorgetrokken ten opzichte van de echt armlastige sporten, met als resultaat dat we een monocultuur hebben gecreëerd. Een schaatstalent als Sandrine Tas zou in een breed gedragen topsportmodel nooit voor de fiets kiezen.
De grootste bekommernis is niet dat er straks minder Vlaamse jongens de weg vinden naar het wegpeloton. Is dat zo, dan is dat maar zo normaal als het kan zijn. De grote vrees is dat het opvangnet verdwijnt voor al wie van baanwielrennen zijn eerste specialisme wil maken. Bij Team Flanders-Baloise konden Sport Vlaanderen en Cycling Vlaanderen dat nog eisen, bij de ploegen niet.








