Column RIP Flanders Baloise in De Morgen van zaterdag 8 augustus 2026

RIP Flanders Baloise

De kogel is niet door de kerk geraakt en dus verscheen deze week een persbericht op de site van Team Flanders-Baloise. De ploeg stopt ermee aan het eind van dit seizoen. Dat is het moment dat ook Sport Vlaanderen de subsidiëring stopzet. Blijkbaar was dat de cruciale stap, of de nekslag, zo u wilt, maar die is wel al meer dan een jaar geleden aangekondigd door de minister.

In al die tijd is geen vervanging gevonden voor een budget van – wat zal het zijn – 2 miljoen euro of zo? Op het eerste gezicht kun je dat twee partijen aanrekenen. Baloise in de eerste plaats. De cosponsor kreeg al die jaren mooie reclame voor weinig geld. Tijdelijk even wat bijspringen, dat is een habbekrats voor een bedrijf dat 2 miljard euro omzet draait. Reken daarbij dat ze best wat naambekendheid kunnen gebruiken, want de naam Baloise verdwijnt geleidelijk ten voordele van Helvetia. De Zwitsers zagen dat anders.

In tweede instantie, ook weer op het eerste gezicht, lijkt het management hier tekort te schieten. Zoals Jan Bakelants in zijn analyse in HLN terecht aanhaalde: dit gaat over een relatief kleine som die ze heel graag in het veldrijden investeren. Christophe Sercu kennende heeft hij wel hard zijn best gedaan. Hij is zelf professioneel ook nog niet klaar. Het al dan niet voortbestaan van zijn ploeg is gelinkt aan wat hij graag doet en deed.

In tegenstelling tot de start van de ploeg eind vorige eeuw, toen topambtenaar Fons Leroy en andere Eddy Merckx-vrienden mee de kar trokken, stond Sercu er nu nog quasi alleen voor. De Merckx-vrienden zijn nu zoals Merckx hoogbejaard. Sercu is dat nog niet, maar na maanden hard zoeken de handdoek in de ring gooien, dat is des mensen.

Ten behoeve van dit stukje heb ik nog even de website van de ploeg bezocht. Het doet pijn om te zien wie daar allemaal zonder werk valt. Aardige gasten, de ene al spraakzamer dan de andere, en al die jaren dat ik met hen in januari in Calpe zat geen verkeerd woord gekregen. Omgekeerd wel, toen Walter Planckaert in de volgauto zijn stuurmanskunsten showde in de afdaling van de Aitana en ik hem eerst beleefd en uiteindelijk scheldend aan het verstand bracht dat ik mijn leven niet beu was. Het lag aan mij, zei hij. Hij had gelijk.

Het is te hopen dat iedereen die zich met ziel en zaligheid voor de ploeg heeft ingezet goed terechtkomt. Dat geldt ook voor de renners, die nu vooral op henzelf en hun talent zijn aangewezen; geen slechte zaak als je het wilt maken in de sport.

Her en der wordt nu gesuggereerd dat Vlaamse renners minder toegang zullen krijgen tot het WorldTour-peloton. Dat is onzin. De top zal rechtstreeks de weg vinden naar de ontwikkelingsteams van de WorldTour, dat was al vijftien jaar zo. De niet-zo-top en de laatbloeiers, dat wordt wel een probleem want daarin waren Team Flanders-Baloise en alle voorgaande constructies wel erg bedreven. Ze leverden goed opgeleide werkmieren af, vaak gasten met een grote motor die niet te beroerd waren om meteen in dienst te rijden.

Geen winnaars, dat niet. In al die jaren heeft maar één renner van de 218 die zijn opgeleid een echt grote wedstrijd gewonnen. Stijn Devolder reed in 2002 en 2003 bij Vlaanderen-T-Interim en won twee keer de Ronde van Vlaanderen (2008 en 2009).

De kritiek op een investering door de overheid met topsportgeld in een tewerkstellingsproject eerder dan een topsportproject heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat Sport Vlaanderen de subsidiëring niet langer kon verantwoorden. Daar valt veel voor te zeggen. Een overheid moet pas tussenkomen als de markt faalt, en je kunt veel beweren van het Belgische (lees: Vlaamse) wielrennen, maar niet dat de markt faalt.

Geen enkel land heeft dit jaar meer profrenners in de WorldTour en geen enkel land had deze zomer meer renners aan de start van de grootste wedstrijd, de Tour de France. Aficionado’s van de koers zullen dit toejuichen, zelfs een normale gang van zaken vinden, maar dat was het niet.

Jarenlang is wielrennen als sport voorgetrokken ten opzichte van de echt armlastige sporten, met als resultaat dat we een monocultuur hebben gecreëerd. Een schaatstalent als Sandrine Tas zou in een breed gedragen topsportmodel nooit voor de fiets kiezen.

De grootste bekommernis is niet dat er straks minder Vlaamse jongens de weg vinden naar het wegpeloton. Is dat zo, dan is dat maar zo normaal als het kan zijn. De grote vrees is dat het opvangnet verdwijnt voor al wie van baanwielrennen zijn eerste specialisme wil maken. Bij Team Flanders-Baloise konden Sport Vlaanderen en Cycling Vlaanderen dat nog eisen, bij de ploegen niet.

Column Excuustruus in De Morgen van maandag 3 augustus 2026

Excuustruus

U moet eerst even naar de zaterdagcolumn en dan terug naar hier. Alles klopt aan die zaterdagcolumn, behalve dat Gianni Infantino zou doorgaan met zijn plan en de 211 bonden apart voor zijn kar zou proberen te spannen, te beginnen met de kleintjes en de armlastigen, en zo verder.

Dat was een foute inschatting. Ergens in de wereld (Miami?) lag Gianni vrijdagnacht te woelen, en zoals dat wel vaker gaat met piekeren ’s nachts werden zijn gedachten steeds donkerder. Het ondenkbare scenario leek ineens realiteit in wording: een coup. Niet van de bonden waarvan hij de meerderheid nog steeds achter zich wist, wel van binnen zijn eigen organisatie, de wereldvoetbalbond FIFA.

Midden in onze nacht, late avond in de VS, kwam het statement: de plannen om via een afgesplitst bedrijf een deel van de commerciële rechten van de World Cup te vermarkten gaan niet door. Te veel verdeeldheid, concludeerde Gianni: voetbal moet verenigen.

Het was sprekend dat dit weekend ook operationeel directeur Kevin Lamour, twee niveaus onder de voorzitter, zich uitsprak tegen het plan. In niet mis te verstane bewoordingen pleitte hij voor een president die de sport zou dienen in plaats van zichzelf.

Volgens onderzoeksjournalist Romain Molina moet Infantino vrijdag hebben beseft dat hij de steun van zijn hogere leidinggevenden kwijt was. Het zoemt al langer rond in Zürich dat secretaris-generaal Mattias Grafström zijn voorzitter-baas een hak zou willen zetten bij de eerste de beste mogelijkheid. Zijn eigengereide optreden en zijn keizerlijke gedrag stuiten de in Zwitserland geboren Zweed met Nederlandse moeder tegen de borst.

Als u tijdens het WK voetbal hebt gekeken, dan kent u vast Grafström. Dat is die magere kale man met baard en snor, die zo goed lijkt op trainer Erik ten Hag. Hij keek niet vrolijk, en we weten nu waarom. Hij piekerde over zijn nakende rol als Brutus.

Grafström zou de bedenker van de coup zijn. Paranoia, niet voetbal, is nu the name of the game aan de FIFA Strasse in Zürich. Nog volgens Molina is Infantino een dead man walking. Dat willen we nog weleens zien.

Hoe staat het er nu voor? Zijn tegen: de continentale confederaties van Europa, Noord- en Midden-Amerika en Azië. Zijn voor, of althans niet tegen: Afrika en Zuid-Amerika. Het plan op zich was economische logica in de hypergecommercialiseerde wereld die voetbal is. Met de juiste controles had het kunnen werken en was het zelfs minder verstorend dan die hele gedisneyficeerde World Cup van laatst.

Alleen heeft Infantino hier soloslim gespeeld en de continentale bonden (UEFA voorop) voor het blok gezet. Reken daarbij dat de meeste brains van de FIFA Europees zijn en denken, en je hebt de perfecte storm. Een logisch plan en toch ferme tegenwind; Infantino zal nu wel beseffen dat hij het probleem is, meer dan zijn plan.

Wie de coulissen van de internationale sportwereld een beetje volgt, is niet verbaasd over de strapatsen van Infantino. In alle bonden is vroeg of laat wel iets aan de hand.

Neem nu World Athletics, toen het nog IAAF heette. Vandaag is dat onder Seb Coe een eerbaar organisme dat democratisch beslist, maar onder zijn voorganger Lamine Diack ging het er heel anders aan toe. Die kreeg geld van de Russen om samen met zijn medische directeur positieve urinestalen te laten verdwijnen. In minstens vijf andere bonden van olympische sporten is het momenteel hommeles rond een al dan niet corrupte of autocratische voorzitter.

Infantino zou volgens The Times na zijn laatste termijn als FIFA-voorzitter – hij moet in 2027 voor een laatste termijn van vier jaar worden herkozen – mikken op een goedbetaalde baan bij die nieuw op te richten commerciële entiteit. Of daar echt een salaris van 30 miljoen euro tegenover had gestaan, mag worden betwijfeld. Met zijn 5 miljoen van nu komt hij ruimschoots toe.

Het Internationaal Olympisch Comité krijgt steevast kritiek op zijn hoge salarissen. Tot voor kort waren de twee werelden (voetbal en Olympische Spelen) qua omzet elkaar waard. De voorzitter van het IOC kost ongeveer tien keer minder: 300.000 euro per jaar plus de huur van haar woning en nog wat leefkosten.

Van dat IOC moet niet worden verwacht dat het de FIFA ter orde roept. Dat kunnen alleen de FIFA Council en de algemene vergadering. In de FIFA Council zit sinds vorig jaar onze bondsvoorzitter Pascale Van Damme, a rato van 217.000 euro per jaar, businessclasstickets, vijfsterrenhotel en 217 euro onkosten per dag. Het is wachten op het bewijs dat ze meer is dan Infantino’s excuustruus, gebruikt om de Noorse stoorzender-voorzitter Lise Klaveness te blokkeren.

Column Brutaal-geniaal in De Morgen van zaterdag 1 augustus 2026

Brutaal-geniaal

Dan raak je aan de praat met een Zwitser op Sicilië en dan blijk je allebei een verleden in en rond de sport te hebben. Hij in het internationale wedstrijdskiën vooral, maar ook in het sportbeleid in zijn thuiskreis Brig, een grote stad in het kanton Wallis.

Zo kwam het gesprek op Sepp Blatter, of ik hem kende. Hij kende de geroyeerde ex-FIFA-baas persoonlijk, die kwam uit Visp, ook in Wallis. Hij zag hem nog geregeld en dacht niet dat ‘der Sepp’ veel te verwijten viel, behalve misschien de andere kant opkijken terwijl ze rond hem hun zakken vulden. Maar ‘die andere’, dat was pas een gevaarlijke.

Bedoelde hij Gianni Infantino? Jazeker, die kende hij ook. Infantino is geboren en getogen in Brig, tien kilometer naar het oosten in de mooie Rhône-vallei. Hij zweeg even en zei toen: “Pa Infantino komt uit Calabrië und der Gianni, sagt man bei uns, der ist italienische Mafia.”

Voor oer-Zwitsers zijn gewiekste Zwitsers van Italiaanse afkomst nogal snel mafia, maar dat ‘der Gianni’ übergewiekst is, dat staat vast. Rücksichtslos brutaal-geniaal, zo werd hij de opvolger van Blatter, toen die door te veel corruptie in zijn raad van bestuur moest aftreden.

Infantino was op dat moment de secretaris-generaal van de Europese voetbalbond UEFA en zijn voorzitter was bij de FIFA de gedoodverfde opvolger van Blatter. Die heette Michel Platini. Maar toen ook hij een stap opzij moest zetten, zag rappe Gianni zijn kans schoon.

Dat Europa hem steunde, iets waar het nu al grote spijt van heeft, tot daaraan toe, maar de snelheid waarmee hij de andere confederaties en vooral de bonden-leden in de algemene vergadering kon mobiliseren, toonde zijn grote talent om beslissingen te sturen. Die gave komt nu weer van pas.

Infantino wil met de FIFA Forward Enterprise (FFE) een investeringsvehikel oprichten naast de FIFA om nog meer geld op te halen voor het wereldvoetbal. Hij houdt de 211 voetbalbonden een financiële wortel voor die de meesten maar moeilijk kunnen weigeren. Tegen 19 september wil hij weten wie instapt. Wie niet meedoet, krijgt minder geld. Twintig procent van de aandelen van die FFE wordt door private investeerders ingevuld, onder wie (wellicht) familie van Donald Trump.

Dat te-nemen-of-te-latenvoorstel is een frontale aanval op de dominantie van de UEFA in de voetbaleconomie. Die heeft dan ook als eerste continentale bond laten weten dat ze de World Cup zou boycotten als de FIFA doorzet met dat plan. De andere continenten volgden.

De FIFA liet weten dat ze met alle bonden apart gaat praten en dat is een erg gedurfde tegenzet. Zodra de FIFA genoeg kleine bonden aan haar kant heeft, zal ze met de grote praten en pas in laatste instantie met de continentale bonden. Dan zullen ook de UEFA’s van deze wereld een deeltje van de koek krijgen en daar is het hen om te doen.

Het Infantino-plan (particuliere investeringen in topsportevenementen) is economisch logisch. Meer zelfs, het is een Europese vinding. De kritiek klinkt dan ook hypocriet, wetend dat je in het Europese clubvoetbal over de koppen van de private investeerders loopt: bij de clubs, maar ook bij de bonden en competities.

CVC, dat de smaak te pakken kreeg destijds in de formule 1 en nu opnieuw wordt genoemd, is daar een van. Die hebben 20 procent van de commerciële rechten van de Franse Ligue 1 en 10 procent van die van de Spaanse La Liga in handen.

Bovendien heeft de UEFA zelf met UC3 een commerciële dochteronderneming opgericht, waarvan de EFC 49 procent bezit. De EFC is dan weer de vereniging van Europese voetbalclubs, heel vaak in handen van private investeerders.

Natuurlijk kan hier van alles mee misgaan. De FIFA hoopt op een valorisatie van de World Cup van minstens 20 miljard dollar en rekent zich vooraf rijk. Nu beschikt de FIFA wel over een dollarspaarpot van zo’n 4 miljard, maar het blijft riskant om geld te beloven dat je nog moet ophalen.

De vraag is ook wat de investeerders aan zeggenschap krijgen. Als zij een World Cup elke twee jaar willen, wat dan? Wat als een van hun andere assets (een speler) een rode kaart krijgt? Nog belangrijker is de vraag wat de Zwitsers hiermee zullen doen. De FIFA is dan niet langer de sport-ngo FIFA die een taxvrije status geniet omdat ze geld uitdeelt, maar deels een geldmachine voor derden.

Anderzijds klinken de meeste bezwaren als ‘uitverkoop van het voetbal’ al snel naïef. Het voetbal is net als alle topsport al honderd keer uitverkocht. Voetbal is ook de enige sport die zijn businessmodel ophangt aan de aankoop en verkoop van voetbaltalent, zeg maar een mensenhandel waarin Europa het voortouw neemt. Hoog van de morele toren blazen is dan niet gepast.

Column Negen op Tien in De Morgen van maandag 27 juli 2026

Negen op Tien

Eén uitspraak van Remco Evenepoel spookt al een halve Tour door het hoofd. “Het zou typisch Belgisch zijn om er na deze dag het negatieve uit te halen. Hoeveel ik mezelf geef voor de rit? Een negen op tien. Geen tien, omdat ik even heb moeten lossen.”

Dat zei hij op 14 juli, nadat het Tour-peloton aan het eind van een bloedhete dag de klim naar Le Lioran voor de kiezen had gekregen. Tadej Pogacar was al op achttien kilometer van de meet aan de boom beginnen schudden en haalde Richard Carapaz bij. Revanche voor de manier waarop Carapaz zijn maat Isaac Del Toro de Ronde van Italië had doen verliezen in 2025, zo luidde de analyse.

Niks van, de generositeit waarmee Pogacar de laatste drie dagen Carapaz heeft beloond voor zijn aanvalslust met twee ritoverwinningen en de bolletjestrui, wijst niet onmiddellijk op revanchegevoelens. Het was gewoon koers die dag en Remco Evenepoel moest lossen op de steilste stukken.

Nadien kwam hij terug in een afdaling en werd onverhoopt tweede na de ongenaakbare Sloveen. Dat hij het meteen na die zware rit had over de perceptie rond zijn persoon en de media de les las over hoe zijn prestatie te beoordelen, dat was vintage Remco Evenepoel.

Wat kon je die dag anders dan vraagtekens plaatsen bij zijn prestatie? Moeten lossen op een col van eerste categorie van 4,4 kilometer tegen 8,5 procent, maar wel kunnen volgen op een van 3,1 kilometer tegen 5,8 procent. Op dat moment zegt dat iets als: op steile klimmen komt hij tekort, op al het andere, zeker op een lopende klim, is hij bij de beteren.

Is dat nu typisch Belgisch om daar toch een vraagteken bij te plaatsen, nadat hij ook op de Tourmalet de rol had moeten lossen? Neen, dat is journalistiek. Het is de rol van de commentator, de analist, en iedereen die wordt betaald om kijkers, luisteraars en lezers te informeren, om een prestatie te kaderen.

Laten we het eens omdraaien. Weet u wat typisch Belgisch is? Geen vragen stellen. Zomaar de teksten van de atleten overnemen en voor waar verkondigen. Zoals bij het riedeltje van Remco Evenepoel dat hij zonder Tadej Pogacar een veel mooier palmares zou hebben. Bij de laatste Luik-Bastenaken-Luik moest hij alvast ook dat nieuwste godenkind Paul Seixas laten voorgaan.

Evenepoels winstkansen zouden zonder Pogacar ongetwijfeld zijn gestegen, maar die van veel andere renners ook. De wedstrijden zouden ook anders zijn verlopen, wellicht veel minder voorspelbaar. Niet zeker of Evenepoel die naar zijn hand had kunnen zetten.

Het omgekeerde is wel zo goed als zeker: Evenepoel heeft zijn mooiste koersen gewonnen omdat Pogacar niet meereed, zoals bijvoorbeeld op de Olympische Spelen. Behalve het WK van Wollongong 2022 heeft hij één wedstrijd gewonnen waarin Pogacar ook aan de start stond. Dat was Luik-Bastenaken-Luik in 2023. Alleen reed de Sloveen toen niet uit omdat hij viel en daarbij zijn hand brak.Evenepoel had zaterdag zijn derde rit kunnen winnen als hij wat vroeger had beseft dat het menens was vanwege Pogacar om een hele rit te babysitten op Isaac Del Toro. Hij had het kunnen weten, nadat de Sloveen ook al op het Plateau de Solaison bij Del Toro was gebleven in de hoop dat die kon winnen.Typisch Belgisch om de geschenkverpakking bij die overwinning maar in ondergeschikte orde te vermelden en om Evenepoel nu te bombarderen tot kandidaat-Tour-winnaar. Er zomaar van uitgaan dat die tweede plaats in de Tour van 2026 het beste laat verhopen eens de Sloveen zal zijn gestopt, is een bocht te ver.

Remco Evenepoel heeft een prachtprestatie neergezet, laat daar geen twijfel over bestaan. Hij heeft zich verbeterd in het klimwerk, is minder chaotisch tijdens de koers als het wat minder gaat, en is nog steeds veruit de beste tijdrijder van de wereld. Dat biedt kansen, maar hij blijft een generatiegenoot van de beste renner van de laatste vijftig jaar die misschien op weg is om de beste renner aller tijden te worden. De op één na beste ronderenner is er ook nog, maar die viel nu uit.

Veel kans dat Tadej Pogacar zolang blijft tot hij er acht heeft (het record is voor hem de zeven van Lance Armstrong). De nieuwste generatie zal dan het wasdom hebben bereikt en ook Evenepoel 2.0 dreigt dan over zijn top te zijn.

In de komende twaalf maanden zal blijken hoe duurzaam en natuurlijk die metamorfose is tot stand gekomen. Noem het typisch Belgisch, het blijft een terechte bemerking dat er nog al grote motoren waren die hun streng regime maar één jaar konden trekken. Bradley Wiggins had dan wel een Tour op zak.

Dus ja: een negen op tien voor deze zomer. Met een waarschuwing verpakt als goede raad van de klastitularis: nu volhouden.

Column Laborat in De Morgen van zaterdag 25 juli 2026

Laborat


Of ik er weet van had dat Remco Evenepoels uiting als moslim op veel weerstand kon rekenen. Dat vroeg een fietsvriend die met zijn hele lijf en leden, en vooral zijn hersenen, midden in het wielrennen staat. We reden naar zee voor zeer goed beoordeelde garnaalkroketten. Ik viel net niet van mijn fiets, al had dat wellicht ook te maken met de felle noorderwind.

Ik antwoordde dat die verwijzing naar de islam, en de inspiratie die hij daar samen met zijn vrouw uit haalde, van hem nog geen voltijdse moslim maken. Zolang hij niet in djellaba van de massagetafel komt en om 5 uur opstaat om zijn matje open te leggen, en dat met de goegemeente deelt, zal het met die weerstand wel meevallen, zo gaf ik nog aan.

Blijkbaar zag ik dat verkeerd. Ik meende te begrijpen dat er wat aan de hand was en dat de asociale media daar een rol in speelden. Deze week kwam daar de cri de coeur van Jasper Philipsen over Instagram bij, een medium dat door generaties na mij liefdevol wordt aangeduid als Insta.

Ik heb het een beetje gehad met dat gezeik, excusez le mot, van publieke figuren over die asociale media.

Ten eerste: je moet weten dat de helft (conservatieve schatting) van de bevolking zich zo niet vol-, dan toch minstens deeltijds gedraagt als randdebiel als ze op de asociale media zitten.

Ten tweede: neem een voorbeeld aan stervoetballer Michael Olise. Als je niet tegen de hitte kunt, blijf dan uit de keuken, in casu de internetriolen.

Ten derde: als je koste wat het kost toch Instagram of een ander medium wilt om het eigen narratief te controleren buiten de traditionele media om, neem het er dan bij.

Natuurlijk is het niet normaal dat mensen andere mensen digitaal kunnen uitschelden. Natuurlijk mag daar een rem op komen, anonieme accounts verbieden bijvoorbeeld. Zolang dat niet gebeurt, een goede raad: blijf weg van de asociale media.

Blijkbaar horen die nare commentaren erbij, zo vertelde de asocialemediamanager van Evenepoel gisteren in de krant. Vreemd. De meerwaarde van het plaatsen van ontboezemingen, filmpjes of foto’s op Instagram of welk ander onzinnig platform dan ook weegt niet op tegen de nadelen.

Maar dan nog. Wie geen interesse heeft in wat het klootjesvolk vindt, kan de reacties uitschakelen, ook op Insta. Vandaar, ten vierde en ten slotte de beste raad: huldig het Michael Jordan-principe. I teach, you reach. Ik zeg/schrijf/post, jij luistert/leest/kijkt.

Evenepoel zal ook zonder socials een polariserende figuur blijven. Het was van bij zijn eerste verschijning op twee wielen voor iedereen wennen aan zijn streken en maniertjes. Die had hij zogezegd meegenomen uit het voetbal, maar daar klopt niets van. Er zijn nog wel wielrenners geweest met die extraversie, alleen hadden die niet zijn palmares en dus minder tekst.

ADHD komt vaker voor bij eliteatleten dan bij de rest van de bevolking. Dat zou een logische verklaring kunnen zijn voor zijn gedrag, dat in andere sporten dan het inherent bescheiden wielrennen minder zou opvallen. Tijdens deze Tour de France lijkt een Evenepoel 2.0 te zijn opgestaan. Zelfs al wordt hij weggeblazen op en rond Alpe d’Huez, Evenpoel 2.0 is een verbeterde versie van 1.0.

Hij is een even goede tijdrijder gebleven, is een betere klimmer geworden en zit duidelijk beter in zijn vel. De emotionele intensiteit die hem bij zijn vorige ploeg zo kenmerkte, heeft plaatsgemaakt voor een bepaalde stabiliteit, randje rust. De ploegwissel heeft duidelijk geloond.

Soudal-QuickStep hoeft zich dat niet aan te trekken. Wat ze bij Red Bull-Bora-Hansgrohe voor elkaar hebben gekregen, dat kunnen ze bij elke grote ploeg, alleen was de opwindingzoeker in Evenepoel de opwinding kwijt bij SQS.

Hij heeft nog wel vertrouwde figuren rond hem, zoals Maxim Van Gils op de fiets, Klaas Lodewyck en Sven Vanthourenhout in de volgauto, Dario Kloeck en David Geeroms in de entourage, maar die totaal nieuwe omgeving bleef toch een sprong in het onbekende. Veranderen van trainer, onderweg nog eens veranderen van trainer toen die eerste plots vertrok, en dat allemaal in een cruciale periode waarin onbekend sportief terrein werd verkend, je moet het maar doen.

De belangrijkste verwezenlijking van Evenepoel is zijn gewichtsverlies dat niet gepaard ging met kracht- of conditieverlies. Evenepoel weghouden uit wedstrijden en tegelijk van wat hij nog liever doet dan fietsen, namelijk lekker eten, en hem vervolgens bijna als een laborat in een gecontroleerde omgeving met koolhydratentekort laten trainen: hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen, was multidisciplinair vakmanschap.

Column Dopingverleden in De Morgen van maandag 20 juli 2026

Dopingverleden

Wie er allemaal in de nacht van zaterdag op zondag van het bed was gelicht om een plasje te doen en geprikt te worden, dat was nog een mysterie toen de rit gisterochtend van start ging. Waren alvast gekend, de nummers één en twee van het algemene klassement: Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard.

Pogacar moest er om 5 uur uit, Vingegaard om 2 uur. “Kan niet, mag niet”, beweerde Remco Evenepoel vol ongeloof toen hij ernaar werd gevraagd. Het mag wel volgens de Franse wet en het was meteen duidelijk dat Evenepoel niet was gecontroleerd. Paul Seixas, Juan Ayuso en Florian Lipowitz tot nader order ook niet.

Vingegaard zei dat hij makkelijk weer de slaap kon vatten, Pogacar van zijn kant had niet meer geslapen. De Sloveense gele trui had het over een nachtje van vier uur. Hij kon er nog om lachen.

Zowel Vingegaard als Pogacar protesteerde niet. Ze benadrukten dat de controleurs een beetje verveeld zaten met het hele gebeuren, maar toch aardig waren. Zover is het dus gekomen, dat renners dit normaal moeten vinden en vooral niet de indruk willen wekken dat ze er niet mee gediend zijn om in een loodzware Tour midden in de nacht te worden gestoord.

En dat voor een dopingcontrole waarvan het nut erg twijfelachtig is. Zelfs al zou er een product bestaan dat uit het systeem verdwijnt tussen 1 en 5 uur en een dopingeffect heeft – waaraan mag worden getwijfeld – dan blijft de vraag waarom alleen de nummers één en twee midden in de nacht worden gecontroleerd en niet de nummers drie, vier, vijf, enzovoort.

Waarom ook niet Paul Seixas, de Franse chouchou, dat is de vraag waarop de controlerende instantie AFLD (het Franse agentschap voor de strijd tegen de doping) toch eens moet antwoorden.

It’s part of the job, zegden Pogacar en Vingegaard in koor en dat siert hen. Een paar uur later viel de Deen in een al bij al onschuldige bocht en moest opgeven. Of het ene (de controle) met het andere (de val) te maken heeft, wie zal het zeggen? Maar de opeenvolging van gebeurtenissen is alvast vervelend. Het is niet eerlijk als de job voor de ene concurrent zwaarder wordt dan voor de andere door externe omstandigheden.

Dopingcontroles zijn nodig. Wielrennen sleept een dopingverleden met zich mee, maar daarbij horen enkele nuances. Wielrennen is niet de eerste dopingsport. In absolute getallen is dat atletiek, dat al sinds de jaren dertig met de uitvinding van amfetamines en later bij elk ander dopingmiddel (anabole en corticosteroïden, groeihormoon, bloedtransfusies, epo en afgeleiden) er eerst bij was. Proportioneel (aantal atleten, aantal betrapten) is gewichtheffen de dopingsport nummer één buiten categorie.

Wielrennen was de eerste sport die ernstig werk maakte van dopingbestrijding, later mee de opsporing van epo initieerde en aan de wieg stond van het biologische paspoort. Wielrennen heeft vooral de reputatie van eerste dopingsport omdat het er een gewoonte van maakte om de vuile, minder vuile tot zelfs propere was buiten te hangen. Of denkt u dat de lactaatgels die afgelopen week in het nieuws kwamen in een andere sport ook als ‘mysterieus’ en ‘gamechanger’ zouden zijn gelabeld? Alleen in de koers.

Op X zit de voormalige Tour-arts Jean-Pierre de Mondenard, de auteur van de Dictionnaire du dopage, een standaardwerk. Hij stoorde zich deze Tour aan de onzin die verscheen over Pogacar, genre “hij zweet niet”, “hij ademt niet”, en gaf de roepers lik op stuk met een duidelijk verhaal. Jawel, de prestaties van de toprenners worden medisch en wetenschappelijk geoptimaliseerd, maar vooralsnog wijst niks op doping, zegt de ex-Tour-arts.

Integendeel, alle signalen wijzen erop dat doping een verhaal is van het verleden. De Tour van 2012 was de laatste waarin een renner positief werd bevonden, dat was Fränk Schleck op een vochtafdrijvend middel. 2012 was ook het jaar waarin Lance Armstrong al zijn Tour-overwinningen moest inleveren.

Inmiddels zijn we veertien jaar verder en behalve een cocaïneplasje van Luca Paolini in 2015 is er in de Tour niets meer gedetecteerd. Het is juist dat niet alles op te sporen is, maar ook hier: nuance. Zelfs als het product tussen de controlemazen glipt, blijft het effect in het biologische paspoort zichtbaar.

Het doorslaande argument in het pleidooi voor een relatief proper wielrennen is de vaststelling dat het in het geruchtcircuit stil is. Als er al een supermiddel zou bestaan waardoor niet alleen Pogacar en co. maar alle ploegen plots harder rijden, hadden we dat al lang geweten. De tijd dat niemand of niet iedereen erover zou hebben bericht, zoals met epo, ligt ver achter ons.

Column Amerikanisering in De Morgen van zaterdag 18 juli 2026

Amerikanisering

Zondag is de World Cup XXL van 2026 ten einde en weten we welke Spaanssprekenden (een bonte verzameling van vooral Catalanen en Basken, of toch die Zuid-Amerikaanse guerrillero’s) de beker in de lucht mogen steken. De kans dat dit nog voor middernacht gebeurt, dus minder dan 3 uur na het eerste fluitsignaal, is reëel, maar reken er niet te veel op. Voorzie dus genoeg zoutjes, zoetjes en drank.

Een voetbalwedstrijd duurt op papier twee keer 45 minuten, met maximaal 15 minuten rust. Zelfs met wat extra tijd ben je ruimschoots onder de 2 uur klaar. De meeste wedstrijden op dit wereldkampioenschap duurden langer dan 2 uur, die met verlengingen en strafschoppen flirtten met de 3 uur. Als ze zondag tot en met de strafschoppen gaan, zoals in Qatar vier jaar geleden, zal de wereldkampioen aan deze kant van de wereld pas op maandag bekend zijn.

Een 3 uur durende wedstrijd om/met een bal, dat zijn Amerikaanse toestanden. De Major League Baseball zat ooit ruim boven de 3 uur, maar heeft dat weten terug te dringen tot 2 uur 45 minuten. De NFL, het echte football volgens de Amerikanen, haalt makkelijk 3 tot zelfs 3,5 uur, en dat voor slechts vier keer 15 minuten officiële speeltijd.

Is de World Cup-finale dan zoiets als de Super Bowl? Jawel, maar een keer of tien groter in absolute aantallen kijkers over de hele wereld. Economisch dan weer tien keer kleiner: 10 miljoen dollar kost een spot van 30 seconden tijdens de Super Bowl, 1 miljoen tijdens de World Cup.

Neen, legde de Amerikaanse international Ricardo Pepi zijn landgenoten uit, de Super Bowl en de World Cup zijn niet hetzelfde. Hij heeft gelijk. In de halftimeshow van de Super Bowl begin februari van dit jaar traden Bad Bunny en Green Day op. In de halftimeshow van de World Cup zullen we onder meer Justin Bieber en BTS zien shinen.

Halftimeshow? Tenzij u onder een steen zat de laatste tijd, weet u dat de World Cup in de VS zich, aldus de FIFA, heeft aangepast aan de sportieve en maatschappelijke zeden van het gastland. Amerikanisering of disneyficatie heet dat. En daar hoort tussen het tweede en het derde kwart een rust bij die meer dan dubbel zo lang duurt als normaal.

Tweede en derde kwart? Welja, ook quarters, met drankpauzes tussen kwart één en twee en kwart drie en vier, zijn op deze World Cup geïntroduceerd. Dat lijkt vaste prik te worden, althans in de door de FIFA gesanctioneerde toernooien.

Stilaan is duidelijk geworden dat wereldvoetbalbond FIFA deze World Cup ziet als een gigantisch experiment, in een poging de populairste sport ter wereld sportief, technologisch en organisatorisch klaar te maken voor de 21ste eeuw. Het einddoel is duidelijk: alles voor het spektakel, teneinde de inkomsten te maximaliseren. Dat daarvoor de desbetreffende legislatieve organen buitenspel worden gezet, het zij zo. Als een World Cup met 64 landen haalbaar is, dan komt die er.

Naast enerzijds de omstreden en soms overbodige organisatorische toevoegingen, zoals drankpauzes, muziek of muzak tussendoor en een halftimeshow, vielen anderzijds de welgekomen technologische innovaties op. Een perfecte en razendsnelle videoassistentie of VAR bij buitenspel, feedback over al dan niet aangeraakte ballen met sensoren, camera’s op de hoofden van de scheidsrechters.

Niet zichtbaar voor de kijker, wel voor de teams: FIFA en Lenovo hebben samen Football AI Pro ontwikkeld, een tool die alle 48 deelnemende landen toegang verschafte tot geavanceerde tactische analyses.

Op alle gebieden heeft de FIFA de grenzen wat opgerekt. Met de eenmanstussenkomst in de zaak van de uitgestelde rode kaart voor de Amerikaan Folarin Balogun, wellicht op last van voetbalkeizer Gianni Infantino om collega-keizer Donald Trump ter wille te zijn, werd onbekend juridisch terrein betreden.

Minder uitgesproken en dus minder opvallend, maar toch opgemerkt door wie een beetje oplette: de verschillende maten en gewichten in de scheidsrechterij. Een fout van een doorsneespeler bestraft met een gele kaart betekent niet dat een topper voor een identieke fout ook geel zal krijgen. Stars will shine, ook dat is vaste prik in de Amerikaanse profsport.

Aanslagen die in Europa, zelfs in de permissieve Premier League, zouden zijn bestraft met rode kaarten passeerden op deze World Cup. Het bananenrepubliekenvoetbal van schoppen, trekken, treiteren en matennaaien van Paraguay en Argentinië werd niet bestraft en vanwege de Argentijnen zelfs onterecht vergoelijkt als Zuid-Amerikaanse passie, als een clash van stijlen. Stijlloos, dat was het. Daarom voor zondag: hala España of (in het Catalaans) som-hi Espanya.

Column Halfvol of halfleeg glas? in De Morgen van maandag 13 juli 2026

Halfvol of halfleeg glas?

Was dit een (zeer) goed WK, een oké WK, een middelmatig WK of een slecht WK?

Niet zeer goed en ook niet slecht. Slecht, dat was Qatar 2022. Eruit gaan in de groepsfase was beschamend. Zeer goed tot goed, dat was Rusland 2018, halve finale gehaald. Met veel geluk – dat wordt gemakshalve vergeten – maar geluk heb je nodig om ver te geraken in een toernooi. Deze World Cup hadden de Belgen ook weer geluk. Bijvoorbeeld tegen Egypte en Iran. Die twee wedstrijden hadden ze kunnen verliezen en ook kunnen winnen, maar de beste scoringskansen waren voor de tegenstander.

Tegen Nieuw-Zeeland werd makkelijk gewonnen, met dank aan een andere mindset: over ons lijk, we gaan winnen en met veel doelpunten. Die mindset was er ook tegen de VS in de achtste finale. De rodekaarthistorie en het besef dat een president van een organiserend land zomaar een luisterend oor krijgt bij de FIFA, in combinatie met een eerdere, makkelijke vriendschappelijke overwinning, zetten de toon. De 4-1 was knap, verdiend en niet eens overdreven.

Als we dit een goed WK moeten noemen, de heersende teneur in de media en bij het volk, dan is dat alleen gebaseerd op deze wedstrijd. Tenzij men het ‘moedige’ verzet tegen Spanje erbij wil rekenen, maar is dat niet al te makkelijk?

We kunnen dit een goed WK noemen, maar was dit niet eerder een matig WK? Alles hangt af van de referentiewedstrijd: die tegen de VS of toch die tegen Senegal in de zestiende finales? Als de terugkeer van 0-2 tegen Japan in 2018 wonderlijk te noemen valt, dan is die tegen Senegal bij 0-2 met nog vijf minuten reguliere speeltijd niks minder dan miraculeus. België won niet in extremis, Senegal gaf het weg en had als klein land ook twee keer de refs tegen.

Na de wedstrijd tegen Senegal was het commentaar in de media niet bepaald positief. Dat veranderde niet echt na de wedstrijd tegen de VS, want ook de zwakte van de Amerikanen werd uitgebreid benadrukt.

Tussen de VS en Spanje sloeg de sfeer om. Ooit was er een tijd dat journalisten ter plaatse niet goed meekregen hoe het op het thuisfront al dan niet leefde. Die deden hun ding, schreven en babbelden hun goesting.

Heden ten dage is dat anders. De natie was in de aanloop naar de clash tegen Spanje in de ban van voetbalfestivalitis. Drie op de vier ondervraagden: we gaan winnen! Dat komt binnen bij wie met de ploeg op pad is. De regel wordt dan: zo het volk het wil, zo zal men berichten. Tegendraads in de correctheid, hou dat maar voor de beslotenheid. Meegaan in de euforie, is de boodschap. En dan krijg je debiele titels, genre ‘Maak Ons Trots’.

Hoewel geen enkele van de journalisten ter plaatse, ook niet na de 4-1 tegen de VS, een hoge pet op had van wat Garcia en de zijnen daar aan het uitspoken waren, gingen ze overstag. Onder elkaar werd nog wel geginnegapt over die rare bondscoach en zijn onbegrepen wissels, maar ook de ploeg en sommige spelers in vraag stellen, dat leek geen goed idee meer.

Behalve het hangen van de huik naar volkswind/wil heeft die ommekeer nog een andere reden: proximity bias of vooringenomenheid door nabijheid.

Er is sprake van een dubbel effect. Hoe langer op pad met een ploeg, hoe minder kritisch. Hoe beter je een ploeg of speler kent, hoe minder kritisch. Uit mededogen, maar ook uit zelfbehoud. Wie te hard de waarheid verkondigt, zou in de toekomst wel eens minder bediend kunnen worden met nieuws en interviews.

De analyses in de studio waren vaak strenger dan die van de meegereisde journalisten in de kranten en van de commentatoren ter plekke. Die verhieven niet enkel hun stem bij goals maar juichten ook ronduit als supporters. Het zuiden schuift niet enkel klimatologisch op naar het noorden.

Komen we bij Spanje-België, verloren met 2-1. Nipt, maar terecht. Dat waren de Rode Duivels oldskool: terugkruipen, onderkruipen, hopend op weer een mirakel. Dat had misschien anders gekund.

Club Brugge toonde vorig seizoen hoe het moest: ook maar 29 procent balbezit tegen Barcelona, maar evenveel doelrijpe kansen en evenveel doelpunten. Het werd 3-3 en de 4-3 werd nog afgekeurd. Niet met een 6-4-0-opstelling, maar met één iets hoger geposteerde middenvelder en één aalvlugge aanvaller. Dat was toen Carlos Forbs, vrijdag had dat Matias Fernandez-Pardo kunnen zijn, maar die bleef op de bank.

Laten we het hierop houden: voor deze spelers, ook nog eens geteisterd door blessures, die zich de ziel uit het lijf hebben gelopen, is het glas halfvol. Het glas van die rare kwiet Rudi Garcia is meer dan halfleeg.

Column Madame de Coubertin in De Morgen van zaterdag 11 juli 2026

Madame de Coubertin

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft deze week beslist dat de Russen en Wit-Russen over afzienbare tijd internationaal weer kunnen sporten met andere landen. Op termijn kunnen ze zelfs alleen of in ploeg Rossiya vertegenwoordigen, onder hun eigen vlag en hymne (de mooiste van alle hymnes, maar daar houdt het ook op).

Oekraïne was zoals verwacht tegen, net als alle Noord-Europese landen. De Aziatische olympische comités juichten de demarche luid toe. Vanuit de sportbonden die het laatste woord hebben over welke atleten mogen deelnemen was de reactie gemengd.

De grootste olympische sportbond, World Athletics, was bij monde van voorzitter Seb Coe categorisch: (Wit-)Russen met banden met Moskou en Minsk zijn niet welkom. Coe is nog voorzitter tot de zomer van 2027, dat biedt de Russen opties.

Hoewel er een logica zit in de houding en argumentering van het IOC is er ook die stuitende wereldvreemdheid. Dit getuigt van een compleet foute inschatting van de geopolitieke toestand van de wereld en de rol die sport daarin speelt. Zie Donald Trump, voetbal, FIFA.

Uitgerekend nu deze hindernis weghalen, terwijl het foutste land van de 21ste eeuw zijn buurstaat steeds heviger bestookt en zijn bevolking via bommen op hospitalen, kindercrèches en woonwijken blijft terroriseren, is het bewijs dat ze daar in Lausanne in hun mooie ivoren toren niet goed weten hoe het eraan toegaat in de echte wereld.

Dat zou kunnen kloppen want we hebben hen ook nog niet gehoord over de genocide op de Palestijnen. Misschien komt dat omdat die in de dertig jaar dat ze onder eigen vlag deelnemen aan de Spelen nog nooit een medaille hebben gewonnen en dus niet meetellen, wie zal het zeggen?

Het beetje logica in de beslissing van het IOC zit in de originele beweegredenen voor de verbanning. Die werd destijds door Lausanne en de vorige voorzitter Thomas Bach gestaafd als strafmaatregel tegen het inpalmen van de Oekraïense olympische structuren in de nieuwe bezette gebieden.

De nieuwe bezette gebieden, voor alle duidelijkheid, want dat bezetten was eerder al gebeurd met de Krim in 2014, kort na de Winter/dopingspelen van Sotsji. Het IOC en de rest van de sport (en de politiek) keken toen de andere kant op. Nog voor die uitsluiting in 2022 was er al een eerdere uitsluiting van Rusland, maar die had dan weer te maken met de schrikbarende onthullingen over decennialange staatsgestuurde doping. Na de inval in Oekraïne was Vladimir Poetin bovendien zijn Olympische Orde afgenomen door Bach.

Dat waren allemaal tekenen dat realpolitik ook bij het Internationaal Olympisch Comité zijn intrede had gedaan. Je hoorde nadien ook bijna niets meer over de ekecheiria of olympische vrede, een vinding van de ook al lichtjes wereldvreemde sportpaus Juan Antonio Samaranch, die in de jaren negentig als eerste expliciet opriep om oorlogen te stoppen tijdens de Spelen.

De man besefte wellicht niet goed, of hij had de verkeerde bronnen geraadpleegd, dat de olympische vrede in antieke tijden helemaal geen einde wilde maken aan de oorlogen. Wel werd een veilige passage van atleten en toeschouwers op weg naar Olympia gevraagd, en zelfs dat werd niet altijd toegezegd.

Dat die ekecheiria als symbool van neutraliteit eind januari voor Milaan-Cortina weer prominent op de agenda van de VN kwam, was een voorteken. Vervolgens zette de nieuwe voorzitter van het IOC, Kirsty Coventry, als een soort Madame de Coubertin de deur voor de Russen op meer dan een kier. De volkeren verenigen door te sporten en zo conflicten te overstijgen, jaja, het zal wel.

Coventry is natuurlijk Afrikaans, woont in Zwitserland, en dan is die oorlog een ver-van-je-bedshow. Het argument dat wereldwijd meer dan tachtig conflicten worden uitgevochten, en als ze elke agressor zouden uitsluiten er geen Spelen meer zijn, klinkt een beetje flauw en weeral wereldvreemd. Deze oorlog duurt nu al langer dan de Eerste of de Tweede Wereldoorlog en is alleen door koelbloedigheid van het Westen nog geen derde geworden, maar misschien komt dat er nog van.

Als ik Coventry was, zou ik de recente olympische geschiedenis erop napluizen, en meer in het bijzonder de boycot van Zuid-Afrika. Uiteindelijk en ferm tegen de goesting werd ook het IOC verplicht tot een olympische boycot van Zuid-Afrika. Die sportieve pariastatus heeft meegespeeld in de afschaffing van apartheid. De laatste hoop om tegen schurkenstaat Rusland een sportieve dam op te werpen, berust nu bij de westerse landen en de Europese Unie.

Column Lange slooptocht in De Morgen van maandag 6 juli 2026

Lange slooptocht

De Tour is begonnen, hèhè. Sportieve verfrissing voor die voetbalhype. Bovendien zonder Wout van Aert. Ongetwijfeld jammer voor hemzelf, minder jammer voor al wie de Tour volgt en soms een punthoofd krijgt van de Van Aert-hysterie. Overigens zal deze reset-zomer Van Aert goed doen. Die gaat knallen in de herfst en met veel goesting de winter ingaan.

Rest ons nog de Remcooooh-adoratie om te verteren, voor zolang die duurt. Indien lang, zoveel te beter, dat is hem en zijn aanbidders gegund. Duurt het minder lang, de iets kansrijkere optie, dan kunnen we ons concentreren op de sportieve afrekening onder de tenoren.

Zonde voor de Tour dat die samenvalt met de World Cup. Deze Tour, met dat brede veld van al of niet zelfverklaarde en vermeende kanshebbers, had een sportzomer in een oneven jaar verdiend. Om het andere jaar is er wel een groot voetbaltoernooi dat tot half juli reikt, weze het een EK of een WK. Komt daarbij: deze World Cup duurt langer dan ooit. In Rusland in de zomer van 2018 waren we op 15 juliklaar, nu wordt het 19 juli.

De organiserende krant L’Équipe gisteren: de eerste zeventien pagina’s van de printkrant waren aan de World Cup gewijd. Uiteraard had dat te maken met de nipte en fel bevochten overwinning tegen die Paraguayaanse hooligans op noppen en had Frankrijk die zaterdag niet gespeeld, dan zag die krant er misschien helemaal anders uit. Pas op pagina twintig (17+2 publiciteit) begonnen de artikels over de Tour en dat waren er nog maar acht.

Als je dat hele Tour-parcours een beetje van nabij bekijkt, dan merk je dat ASO en L’Equipe rekening hebben gehouden met een World Cup XXL die alles ondersneeuwt. Het lijkt er sterk op dat ze het zwaartepunt van de Tour 2026 helemaal naar achteren hebben geschoven.

De finale van de World Cup wordt op zondag 19 juli gespeeld en op die dag staat pas de eerste etappe gepland met aankomst boven op een col van de buitencategorie. Nog niet eens een kanjer waar wielergeschiedenis is geschreven, maar het niet zo familiaire Plateau de Solaison. Dat is een skioord, maar dan voor langlauf en biatlon, eerder alleen beklommen in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes.

Op het eerste gezicht lijkt deze Tour al heel snel de Pyreneeën in te duiken, maar hoewel geen natuurwandeling is de passage door die bergketen wellicht een maat voor niks. Alleen rit zes met beklimmingen van de Aspin en Tourmalet zou voor vuurwerk kunnen zorgen, maar zelfs Tadej Pogacar zal niet zo gek zijn (hoewel?) om al op 50 kilometer van de aankomst te vertrekken. De aankomst naar Gavarnie is een loper, waar uw dienaar ooit hoofdpijn aan overhield. Vooral door de vele auto’s en moto’s (een pest en helemaal in de bergen) en niet eens omwille van de steilte. (INMIDDELS ACHTERHAALD 😉

Zelfs de rit op quatorze juillet lijkt een maat voor niks te worden. Een aankomst op de molshoop Le Lioran, dat had voor een nationale feestdag wel wat prestigieuzer gekund. De dag voor de World Cup-finale en Plateau de Solaison doen ze de Vogezen aan, maar ook de Col du Haag zal niet voor grote verschillen zorgen.

Het zou dus kunnen dat een goede Remco Evenepoel tot het begin van die derde week nog bij de grote mensen staat, en dan heeft hij een mooie kluif – op de Belgische nationale feestdag – aan de tijdrit. Vanaf donderdag 23 juli tot en met zaterdag 25 juli barst het geweld pas echt los.

Eerst een klim naar Orcières-Merlette, waar Eddy Merckx eerst de Tour verloor in 1971, maar die een etappe later terugpakte op de gevallen Luis Ocaña. Daarna twee dagen na elkaar de klim naar Alpe d’Huez, op vrijdag via de klassieke lacets. Zaterdag rijden ze een Marmotte, maar beklimmen ze de alp via de vreselijke maar mooie Col de Sarenne.

Dit is een Tour de France die alles heeft om in de laatste week te beklijven. Alle gewin voordien lijkt kattengespin te worden. Tegelijk is deze Tour één lange slooptocht, maar dat zullen de verschillende strategen bij de ploegen met kanshebbers ook wel hebben uitgevogeld.

In het ideale scenario staan alle tenoren bij het ingaan van de laatste week nog op een zakdoek en krijgen we een finale om duimen en vingers bij af te likken. De kans op een atypische Tour was alvast nooit groter.

De vraag is niet of Pogacar goed is, maar wel hoe goed hij is en of hij goed genoeg is om een ontspannen Jonas Vingegaard al snel op achterstand te zetten. Dat was zijn tactiek van de laatste jaren, ook wel de Armstrong-doctrine genoemd: keihard toeslaan bij de eerste mogelijkheid. Lukt dat niet en gaan we een spannende derde week in, dan moeten we ons de derde week van 2025 herinneren waarin hij niet meer top was.