Column Ploegtactiek over BK veldrijden in De Morgen van maandag 11 januari 2021

Ploegtactiek

Rik Van Looy bezwoer mij ooit dat wielrennen geen ploegsport is. Dat was niet de schuld van de sport die zich daartoe niet zou laten lenen, wel van de sporters die het niet in zich hebben om in ploeg op te treden. Wielrenners waren volgens Van Looy spitsen in het voetbal: oog in oog met de doelman trappen ze altijd op doel.

Van Looy is al meer dan een halve eeuw gestopt en hij zal ook wel hebben gezien dat het ploegspel vooral in grote rondes tot in de perfectie is afgesproken. Hoewel – denk maar aan Sunweb in de Giro – het heel af en toe fout gaat of er nog wel eens een voor eigen rekening rijdt. Wees als kopman tevreden, aldus Van Looy, dat ze in je ploeg niet tegen jou rijden.

Daar moest ik aan denken toen ik in de eerste ronde van het Belgisch kampioenschap veldrijden na een bocht of drie Laurens Sweeck op kop zag rijden, met in zijn dankbaar spoor Wout van Aert en Toon Aerts. Sweeck viel op het eerste gezicht niets te verwijten. De ploegconsignes waren duidelijk: we hebben drie kopmannen en als die elk om beurten vooraan prikken, moeten Van Aert en Aerts – die niemand in steun hebben – telkens dat gat dichten.

Dus reed Sweeck als een gek op kop, heel goed wetende dat zijn ploegmaats Eli Iserbyt en Michael Vanthourenhout niet mee waren. Sweeck zei in de nababbel: “Ik had geen zicht op wat er gebeurde in het begin”. Daarmee komt hij in zijn ploeg niet weg, geloof mij vrij. Wielrenners weten dat wel. Die hebben voelsprieten. Die hebben ogen op hun gat. Die zien wie mee is en wie niet. Crossen is bochten draaien en bij elke bocht zie je een stuk van het veld. Eli en Michael waren niet mee en toch reed Sweeck vooraan de hele kopgroep aan flarden. Driekwart ronde verder werd hij het gedroomde lanceerplatform en weg was de raket Wout van Aert.

Ja, het was weer eens bingo bij de jongetjes van Pauwels Sauzen-Bingoal. De eerste ploegleider die werd geïnterviewd, vond nog wel dat Laurens Sweeck de ploegtactiek goed had begrepen. Ten minste, dát deel van het plan was goed gelukt, zei hij sarcastisch. Het tweede deel, dat de andere twee kopmannen op een halve minuut zouden moeten jagen, was een beetje anders uitgedraaid dan voorzien.

Later zouden ploegbaas Jurgen Mettepenningen en sportdirecteur Gianni Meersman zich al wat kritischer uitlaten. Toen in de laatste rondes bleek dat Van Aert helemaal niet meer uitliep, maar zelfs seconde per seconde prijs moest geven en Michael Vanthourenhout in normale omstandigheden en zonder pech zijn evenknie had kunnen zijn, kon Vermeersch zijn ergernis nog maar moeilijk verbergen.

En al die tijd bleef die Sweeck maar met opengesperde bek rondrijden. Hij bleef sleuren op kop, heel goed wetende dat iemand van zijn ploeg uit de achterste gelederen een halve minuut in zijn eentje had goedgemaakt. Iemand die niet zoals hij sinds 22 november het podium niet meer had gezien. Iemand die nota bene de laatste weken had bewezen dat hij van alle Sausjes de grote drie – van wie Van der Poel en Pidcock niet aanwezig waren om evidente redenen – kon benaderen. Wat men er achteraf ook van zegt, de ene Sauzen-man heeft de andere in de vernieling gereden en dat is niet voor het eerst in die ploeg.

Wout van Aert reed zowat een uur aan de leiding en won met geen twintig seconden voorsprong. Dat leverde een mooie driekleur op, maar erg comfortabel leek het allemaal niet. Van Aert heeft de rest alvast niet aan flarden gereden en je kreeg ook niet de indruk dat hij freewheelde. Een koploper in de cross heeft graag een minuutje of wat reserve, kwestie van een occasionele schuiver of een lekke band te kunnen opvangen. Waren Iserbyt-Vanthourenhout-Sweeck wel in trio bij hem gebleven samen met Toon Aerts, dan hadden ze hem het vuur aan de schenen kunnen leggen.

Van Aert zelf had een uitleg klaar. Hij had zes nachten amper geslapen. Bij zijn flashinterview kon hij zijn tranen nauwelijks bedwingen toen hij zijn vrouw Sarah bedankte omdat ze negen maanden voor het kind had gezorgd. Tja, zo gaat dat nu eenmaal in de natuur. Het is niet dat de vrouw er voor kiest dat die baarmoeder bij haar zit, maar bon, een bedanking is uiteraard op zijn plaats. De dracht tot daar aan toe, veel vrouwen vinden die leuk liet ik mij destijds wijsmaken. Ik heb die van mij eerder bedankt voor de bevalling.

De overwegingen van Van Aert bewijzen wel wat ik van in het begin heb gezegd. Er zijn drie privébesognes die de carrière van een atleet overhoop kunnen halen: alleen gaan wonen, samenwonen, kinderen krijgen. Nu zit hij nog op zijn wolk, maar hij zal snel weer op aarde staan.

Column De beste van de wereld in De Morgen van zaterdag 9 januari 2021

De beste van de wereld

Niet dat ik reclame wil maken voor de concurrentie, maar ik kijk toch halsreikend uit naar de column van René Vandereycken in Het Nieuwsblad. René vervangt Hein Vanhaezebrouck, die KAA Gent net voor eind maart in play-off 1 zal parkeren en zes jaar na de eerste aan een tweede titel zal helpen. Of niet, maar dat zien we dan wel weer.

René stond gisteren al met een quote in de krant. “Ik bewonder de topschutter Lukaku, maar ik vind hem nog altijd geen goeie voetballer.” Wellicht zeggen we over afzienbare tijd over hem ongeveer hetzelfde: Vandereycken is een veel betere columnist dan hij ooit trainer is geweest. De columnist Vanhaezebrouck was dan weer even goed als de trainer.

Lukaku geen goede voetballer… Pfff. Ik ben ook geen fan van Lukaku, maar dan als publiek figuur. Hij verkoopt iets te veel theater en debiteert te veel onnozeliteiten over zijn zogezegd helse jeugd om nog geloofwaardig over te komen. Maar Lukaku de voetballer is natuurlijk wel top. Dat is nu typisch René Vandereycken: een driekwartvol zwart glas zal hij krompraten tot het een halfleeg doorschijnend glas is.

Oké, soms springt nog weleens een bal van zijn voet en als Romelu wegzakt, zakt hij dieper dan de hele ploeg, maar Lukaku is een spits en een spits moet scoren en dat doet Lukaku. Meer zelfs, hij scoort aan de lopende band in een competitie waarin het lastig scoren is. Lukaku is een hele goede spits en dus een zeer goede voetballer, maar hij is niet – zoals een deel van onze media ons willen laten geloven – de beste spits ter wereld. Erving Haaland en Robert Lewandowski zijn alvast beter.

Niettemin, als het de bedoeling is om te gepasten tijde wat tegengas te geven en tegendraads te zijn, heten we René van harte welkom bij het broederschap der columnisten. De lidkaart en het stortingsformulier voor het lidgeld krijgt hij eerstdaags in de bus.

Tegengas is af en toe nodig. Waar dat vroeger omgekeerd was en die van ons niks konden, hebben we de laatste jaren de vervelende gewoonte aangenomen onze eigen kweek te overschatten. Zo is Kevin De Bruyne voor de Belgische media de beste middenvelder ter wereld. Journalisten schrijven dat niet altijd van ganser harte maar laten hun broek op hun enkels zakken in de hoop dat Kevin-de- beste hun een exclusief interview toestaat. In dezelfde serie verscheen ook al dat Thibaut Courtois de beste doelman ter wereld is, dat Eden Hazard de beste dribbelaar op links ter wereld is. Zelfs Toby Alderweireld, Jan Vertonghen en eerder Vincent Kompany waren de beste ter wereld in iets en Axel Witsel was de beste regelaar, ook van de wereld.

Dat is niet typisch Belgisch wil ik hier uitdrukkelijk nuanceren. Ik lees L’Equipe en de Nederlandse kranten. Zij vinden hun Kylian Mbappés en Frenkie de Jongs ook de beste van de wereld en dat zijn ze niet, Mbappé uitgezonderd misschien.

Naar het schijnt voert Kevin De Bruyne nu onderhandelingen met Manchester City over een verlenging en verbetering van zijn contract dat nu 18 miljoen euro per jaar waard is. Voorlopig vangt hij bot. Het CIES Football Observatory in Neuchâtel weet misschien waarom. Zij brachten de marktwaardes van de spelers in de grote vijf voetballanden in kaart. De Bruyne heeft een waarde van 71,9 miljoen euro, net iets meer dan zijn doublure Youri Tielemans. In de Premier League staan onze landgenoten met dit bedrag op de 29ste en 30ste plaats. Natuurlijk is de transfersom gelieerd aan leeftijd en contractduur en nog wat parameters, maar het is wel een indicatie. Net als de rangschikking als je filtert op ‘midfielder’. KDB de beste van de wereld? Niet volgens het CIES. Die zetten hem op plaats dertien en Tielemans op veertien.

De duurste Belg is Romelu Lukaku. Die zou voor net geen 100 miljoen van de hand gaan. Hij staat daarmee zestiende bij de aanvallers. Thibaut Courtois heb je al voor 48 miljoen en kost net iets meer dan Timothy Castagne. Axel Witsel krijg je voor een bedrag tussen de 15 en 20 miljoen. Eden Hazard (27,5 miljoen) is iets duurder, maar nog altijd 2,5 miljoen goedkoper dan Alexis Saelemaekers.

Zegt dat wat, zo’n rangschikking? Ja en neen. Neen, omdat marktwaarde kan fluctueren en het nooit algoritmes zijn die de prijs bepalen, al zou dat misschien te overwegen zijn. Ja, omdat de marktwaarde van de Belgen in verhouding tot de top fel is geslonken.

Zegt dat iets over de kansen op het EK volgende zomer? Ook niet. De Fransen, de Engelsen en de Duitsers hebben een duurdere selectie en ook dat heeft niks te betekenen. Behalve dan dat we ons beter nestelen in onze historische rol van underdog.