Column Dubbele nationaliteit in De Morgen van maandag 30 maart 2026

Dubbele nationaliteit

De Leeuwen van de Atlas hebben er sinds deze week een beloftevolle welp bij. Rayane Bounida is opgeroepen voor de Marokkaanse nationale voetbalploeg en heeft zich meteen gemeld. Dat is het laatste bedrijf in een toneeltje dat veel te lang heeft aangesleept en te veel mensen kopbrekens heeft bezorgd.

Bounida, geboren op 3 maart 2006, dus pas 20, begon met voetbal bij Vilvoorde en OH Leuven, vooraleer als 7-jarig talent (7!) te worden ingelijfd bij Anderlecht. Daar voetbalde hij van 2013 tot 2022. In dat jaar verhuisde hij gratis naar Ajax, waar hij een riant profcontract ondertekende waarmee hij zijn hele gezin kon onderhouden.

Vanaf 2021 speelde Bounida voor de Belgische nationale jeugdelftallen. Zestien keer voor de U16, zeven keer voor de U17, zes keer voor de U18, tien keer voor de U19 en vorig jaar als 19-jarige twee wedstrijden bij de U21. Samen 41 wedstrijden in de Belgische driekleur met vooraf de Brabançonne.

Bounida heeft deze maand gekozen voor de Marokkaanse nationale ploeg. De Rode Duivels hebben hun best gedaan om hem voor zijn geboorte- en opleidingsland te behouden, maar ‘hun best’ was niet genoeg. Hoe de Marokkanen het hebben aangepakt om Bounida voor hen te winnen, blijft het grootste geheim.

Tussenpersonen met kilometers in het voetbal wijzen erop dat Marokko sinds het aantreden van hun voorzitter Fouzi Lekjaa in 2014 alle registers (ook die met cash) heeft opengetrokken om talenten met Marokkaanse roots aan zich te binden. Lekjaa en zijn bond hebben de uitdrukkelijke steun van koning Mohammed VI, die via voetbal zijn land op de wereldkaart wil zetten. Te allen prijze.

In Nederland zullen ze niet schrikken van het dossier-Bounida. Dat deden ze wel tien jaar geleden toen Hakim Ziyech doorbrak bij Heerenveen, later Twente en vanaf 2016 bij Ajax. Een jaar eerder had die zich evenwel aan de Marokkaanse nationale ploeg gecommitteerd terwijl hij al eens was opgeroepen voor Oranje door Guus Hiddink, daar ook op inging, maar door een (echte) blessure verstek moest laten gaan.

In het geval van Mohamed Ihattaren — inmiddels van wereldtalent verworden tot meeloper bij Fortuna Sittard — gingen de geruchten dat de Marokkaanse voetbalbond FRMF ver wilde gaan om de toen nog Nederlandse jeugdinternational voor zich te laten kiezen. Er was sprake van een hotel met 150 kamers en niet minder dan 30 huizen waarvan de opbrengsten voor de familie Ihattaren zouden zijn. Tenminste, dat vertelde zijn broer ooit aan de Nederlandse krant AD.

Misschien moet het allemaal niet zo ver gezocht worden en is het gewoon een sportieve en culturele keuze van de Bounida’s en ook van de Talbi’s want ex-Club-voetballer Chems Talbi (20 interlands voor België) koos al eerder voor Marokko.

Marokko zat in Qatar in dezelfde groep als België en ging wel door, meer zelfs, ze speelden de halve finale. Nog maar recent haalden ze ook de finale van de Afrika Cup, die ze voorlopig hebben gewonnen voor de groene tafel.

Les Lions de l’Atlas zijn vandaag een betere ploeg met meer toekomstperspectief dan les Diables Rouges. Anderzijds was het op termijn misschien wel sportief verstandiger geweest om bij deze generatiewissel in te stappen bij België en juist niet te kiezen voor de van talent bulkende Marokkaanse selectie.

Of was het toch de cultuur, de familie en haar antecedenten, het hemd nader dan de rok? Dat was het argument van de Griekse Belg Kos Karetsas (18 jaar, 18 interlands voor Belgische U-selecties) om in 2025 voor Griekenland te kiezen, het land van zijn ouders en grootouders.

Tussenpersonen die bij gesprekken waren van de vertegenwoordigers van de Marokkaanse voetbalbond met spelers met de Marokkaans-Belgische nationaliteit spreken van een enorme overtuigingskracht. Grenzend aan morele en culturele chantage en inspelend op het al of niet subjectieve gevoel dat ze in een Belgische ploeg nooit echt thuis zullen komen.

Deze problematiek overstijgt het sportieve: in 2007 heeft België de dubbele nationaliteit in een wet gegoten. Zowel Bounida, Talbi als Karetsas maken nu gebruik van die wet om op latere leeftijd van nationale ploeg te switchen en zo van twee walletjes te eten.

Soms wordt geargumenteerd dat het opleidingsland het recht van eerste weigering zou moeten krijgen. Een selectie voor de U18 of U21 aanvaarden zou dan een definitieve keuze voor een sportieve nationaliteit betekenen. De kans dat de wereldvoetbalbond FIFA zich daaraan waagt is onbestaande. Dat zou ingaan tegen de belangen van de armere voetballanden. En juist daar zijn voor FIFA-voorzitter Gianni Infantino de meeste stemmen te rapen.

Column Binariteit in De Morgen van zaterdag 28 maart 2026

Binariteit

Een door de Russen opgepookte rel op de voorbije Olympische Spelen en een vrouw als sportpaus, dat was nodig om de vrouwencategorie in de topsport voor eens en voor altijd af te bakenen. Donderdag kwam een einde aan de regelkakofonie rond trans vrouwen en vrouwelijke atleten met verschillen in seksuele ontwikkeling (DSD in het jargon).

De topsport omarmt de biologische binariteit. Een SRY-gentest zal moeten bepalen of je genetisch bent geboren als man, dan wel als vrouw. Hoe je er uitziet, wat je daar achteraf chemisch, operatief of administratief mee doet, welk gender je aanneemt of welke voornaamwoorden je kiest, er zijn voortaan maar twee geslachten in de topsport – man of vrouw – en onderweg mag je niet meer wisselen.

Dit heeft het voordeel van de duidelijkheid. Geen enkele topsportster, behalve trans vrouwen en vrouwen met een SRY-gen, die dit niet toejuicht. Dat deze maatregel het Internationaal Olympisch Comité op één lijn zet met Donald Trump en zijn haatspraak jegens transgender personen, is een spijtige samenloop.

Er is geen oorzakelijk verband. In de zomer van 2024 met de olympische boksrelletjes rond onder meer de Algerijnse Imane Khelif was ook de IOC-top van oude witte mannen zich eindelijk van deze problematiek bewust. Door de nakende machtswissel begin 2025 kwam dat op het bordje van de volgende voorzitter. Het werd Kirsty Coventry, een vrouw, en die maakte er korte metten mee.

Het IOC heeft de juiste conclusies getrokken. Het sportief voordeel van mensen met al of niet onzichtbare mannelijke genen negeren, is het licht van de zon ontkennen. Was het een gebrek aan informatie of een probleem met begrijpend lezen, maar wat uroloog en pionier in de transgenderzorg Piet Hoebeke donderdag verklaarde bij Gert Geens in De wereld vandaag leek op desinformatie.

Hoebeke ergerde zich aan de verbanning van vrouwelijke atleten met een SRY-gen. Voor de topsport zijn dat voortaan genetische mannen maar ze worden níét gebannen van de Olympische Spelen. Ze kunnen nog altijd deelnemen, alleen niet bij de vrouwen.

Inzake trans vrouwen argumenteerde hij dat het niet duidelijk is vanaf wanneer een testosterononderdrukkende behandeling effectief is en de trans vrouw de aangeboren mannelijke voordelen verliest. Dat klopt en misschien sluit je hiermee enkele individuen uit, maar nergens staat dat topsport honderd procent inclusief moet zijn. Topsport is juist gebaat bij strikte categorieën en doorgedreven exclusiviteit.

Transitie vóór de puberteit wel nog aanvaarden vond de professor van de UGent beter dan de uitsluiting van alle trans vrouwen. Moeten we ons – maar dat is een andere kwestie – niet eerder buigen over de vraag of transitie vóór de puberteit wel wenselijk is?

Hoebeke sprak ook over een invasieve bloedafname om het SRY-gen te bepalen. World Athletics had de primeur afgelopen zomer en die hadden geen bloed nodig om te bepalen wie bij de vrouwen mocht deelnemen aan het wereldkampioenschap atletiek. Eenmalig een simpele speeksel- of wangslijmtest volstond, een schril contrast met de mensonterende testen die Caster Semenya heeft ondergaan.

Dat met deze test ook de androgeen-insensitieve atleten worden uitgesloten van de vrouwencategorie, is pas echt fake nieuws. Beetje context: het complete androgen insensitivity syndrome (CAIS) is een zeldzame aandoening waarbij een persoon met 46,XY-chromosomen volledig ongevoelig is voor testosteron. Deze genetische man ontwikkelt zich als vrouw, met vrouwelijke uitwendige geslachtskenmerken, maar zonder baarmoeder, mét inwendige teelballen maar zonder de voordelen van testosteron in die hoge mannelijke doses.

In het communiqué van het IOC staat duidelijk dat de CAIS-atleten en nog enkele andere DSD-atleten een uitzondering kunnen krijgen ondanks de aanwezigheid van een SRY-gen.

De eerste uitzondering treedt morgen aan in de Aziatische bokskampioenschappen in Mongolië. Olympisch kampioene in de -57 Lin Yu-ting uit Taiwan neemt daar deel aan de vrouwencompetitie. In Parijs werd ze nog als halve man geout en ontsnapte nauwelijks aan de brandstapel, omdat ze ooit eens door de oude opgeheven internationale boksbond zonder wetenschappelijke grond was uitgesloten. Na SRY-testing en verdere onderzoeken mag ze van de nieuwe internationale boksbond World Boxing deelnemen als vrouw.

Deze nieuwe maatregel is zorgvuldig met overweldigende steun van de wetenschap en het sportveld tot stand gekomen. Een wanguitstrijkje is geen ‘catastrofale erosie van vrouwenrechten’ zoals een aantal organisaties met banden in de trans lobby van de daken schreeuwen. De maatregel draagt bij tot een veilige en correct afgebakende topsportomgeving voor de vrouw.

Column Masterclass in De Morgen van maandag 23 maart 2026

Masterclass

Honderddrieëndertig kilometer, dat zijn er geen 156. Nokereberg, dat is niet de Cipressa of de Poggio. En Kool, Gillespie of Bossuyt, dat zijn niet Niewiadoma, Le Court, Balsamo, Gasparrini, Pieterse, Wiebes of wie nog allemaal in dat vrouwenpeloton die goed met de fiets kunnen rijden.

Was die overwinning van Lotte Kopecky afgelopen woensdag in Nokere Koerse een gunstig voorteken? Alvast geen ongunstig, winnen doet altijd deugd en verliezen was een domper geweest, maar ook weer geen garantie op verder succes. Tenslotte was ze anderhalve week eerder zoek gereden in de Strade Bianche. Fout gedacht, Nokere bleek zowaar de opsteker waar ze naar op zoek was.

Kopecky is weer helemaal de oude, zo werd zaterdag snel geconcludeerd. De oude worden, dat is zo’n klassieke foute aanname, waar Mark Uytterhoeven laatst nog heerlijk op wees toen hij in Wielerclub wattage deze vraag kreeg: “Wanneer wordt Wout weer de oude Van Aert?” Antwoord van Uytterhoeven: “De oude Van Aert, die rijdt nu rond, het is de jonge die we willen zien.” (Daar was gelukkig weer een glimp van te zien afgelopen zaterdag.)

Dat geldt helemaal voor Kopecky. Lotte, het jonge veulen, de spring-in-‘t-veld, die willen we terug vooraan zien. Gas geven als het moet, gas terugnemen als het kan, slim koersen en afmaken. De jonge Kopecky, of de vernieuwde Kopecky die zaterdag haar eerste Milaan-Sanremo won: op de Poggio en nadien tot en met de Via Roma deed ze alles perfect.

De oude Kopecky is die van vorig jaar, die er na winst in de Ronde van Vlaanderen niet veel meer van bakte en moest wachten tot de eerste rit in de Ronde van de Ardèche begin september om tegen Mieke en Mieke nog eens als eerste over de streep te komen. Toen in april in Oudenaarde had ze in de sprint nog de powerhouses Pauline Ferrand-Prévot, Liane Lippert en Kasia Niewiadoma ongenadig het nakijken gegeven.

Dat was net als zaterdag een masterclass ‘afmaken en winnen’, al is ook dat misschien een foute aanname. Het vrouwelijke van master is mistress, zegt AI, maar master is genderneutraal en kan dus ook voor een vrouw.

Bijkomende overweging: mistress kan minnares betekenen en die connotatie willen we niet. Sport moet om sport draaien. Er verschijnen al genoeg interviews met vrouwen van spelers/trainers/renners/sporters.

De tijdelijke declassering in 2025 van de wereldrenster Lotte Kopecky tot pelotonvulling heeft volgens de overlevering te maken met haar fixatie op het rondewerk dat haar slecht zou zijn bevallen. Ze kwam niet uit de verf in de Ronde van Burgos (elfde), ook niet in de Ronde van Italië (opgave in rit zes) en al helemaal niet in de Tour de France, die ze afsloot op de 45ste plek zonder ooit één rit top tien te hebben gereden.

De realiteit was wat complexer. Uiteraard heeft ze nu geleerd dat het groterondewerk, inclusief dat verplichte verlies van kilo’s, ten koste is gegaan van haar hormonenhuishouding, vervolgens haar fysiologie en uiteindelijk haar prestatieniveau. Daarbij kwam ook dat ze zoekende was, anderen spraken over de weg kwijt.

Kopecky moet het goed voor elkaar hebben, privé dan, en dat was een tijdlang haar grootste probleem. De media zijn daar erg verstandig mee omgegaan, hulde daarvoor. Haar relatie met Axel Merckx was al heel lang bekend en verscheen pas – zonder franjes – in de pers toen ze die zelf niet meer verborg.

Ze zei (deze quote is een vrije interpretatie, niet afkomstig van AI): “Ik kan goed alleen zijn, maar het is toch altijd fijner als er af en toe eens iemand thuis op jou zit te wachten.” Dat geluk is haar gegund. En nu heeft ze ook haar eerste Milaan-Sanremo gewonnen. Nog zes te gaan, als ze haar schoonfamilie eer wil aandoen (grapje).

Tot slot, even ernstig alsnog, over die vreselijke valpartij in de afdaling van de Cipressa. Op de sites verscheen: “Niewiadoma en Le Court liggen erbij en enkele rensters in de volgende groep kunnen het niet ontwijken en vliegen erover. Een vrouw van Laboral Kutxa-Fundación Euskadi is enkele meters naar beneden gevallen. Hopelijk valt de schade mee.”

Een vrouw van Laboral Kutxa-Fundación Euskadi… Anderhalf uur heeft het geduurd voor we haar naam kenden en voor we wisten of ze nog in leven was. Debora Silvestri heet ze. Het is een Italiaanse van 27, geboren in Isola della Scala. Het zal je dochter maar zijn die je op de televisie bij je koffie en cake uit een bocht ziet vliegen, van meters hoog over de vangrail tegen het asfalt kwakken, waarna ze roerloos blijft liggen. Je mag er toch niet aan denken dat je kinderen en kleinkinderen ooit willen wielrennen?

Column Afrika Klucht in De Morgen van zaterdag 21 maart 2026

Afrika Klucht

We citeren uit eigen werk van eind december 2025. “Het is weer de tijd van het jaar: de Afrika Cup. Altijd vreemd hoe belangrijk dat toernooi wordt gemaakt. Zowel sportief als economisch heeft het geen waarde.”

Daarop kwam reactie: een toernooi van een continent dat veel betekent voor het voetbal wegzetten als onzinnig en, nog erger, ermee lachen was een uiting van blank neokolonialisme.

Dan hadden we de serieuze argumenten nog niet benoemd: dat het toernooi als een tang op een varken staat in de internationale voetbalkalender; dat de wedstrijden vaak schoppartijen zijn; dat sommige uitgeweken Marokkaanse supporters matchen aanwenden om rel te schoppen; dat rond veel wedstrijden en scheidsrechters een geurtje van corruptie hangt; dat Afrika al lang niet meer de leverancier is van de grootste talenten.

Extra argument: de betere voetballers van Afrikaanse origine zijn gewoon in Europa geboren. Daarenboven zijn ze in Europa opgeleid, hebben daar niet zelden de nationale jeugdselecties meegemaakt, waarna ze eieren voor hun geld kiezen en plots voor het land van hun ouders/grootouders willen spelen in een opstoot van nationalisme. Of voor geld, dat kan ook.

De Afrika Cup was al een en al hypocrisie en hysterie, en daar is de voorbije week nog een dimensie aan toegevoegd. Even een korte samenvatting.

De Afrika Cup werd gespeeld in Marokko, dat zich blauw had betaald aan veel te grote stadions die vaak maar voor een derde bezet waren. Hoe ook, Marokko moest dat toernooi winnen, een andere uitkomst zou heel slecht op de maag vallen.

Dat hadden we kunnen weten, hadden we in 2024 goed opgelet toen de finale van de vrouwenversie werd gespeeld in Rabat. Die ging tussen thuisland Marokko en Nigeria. Marokko leidde met 2-0, maar ging alsnog de boot in met 2-3 in een onwaarschijnlijk vijandige sfeer.

Die uitslag kostte vorig jaar alsnog de kop van Noumandiez Désiré Doué. Het hoofd van het scheidsrechtersdepartment van de Afrikaanse voetbalconfederatie had de onvergeeflijke fout begaan om neutrale scheidsrechters aan te duiden. Het was een voorafname op het mannentoernooi, waar alles in het werk moest worden gesteld om de beker voor het eerst in veertig jaar terug naar Rabat te halen.

In die finale werd bij een gelijke stand een doelpunt van Senegal afgekeurd voor een voorafgaand licht contact, waarna Marokko voor een nog veel lichter contact wel een strafschop kreeg. De coach van Senegal vond het welletjes en riep zijn team naar de kleedkamer.

Lang verhaal kort: na een kwartier of zo kwam Senegal toch weer op het veld en werd de strafschop genomen. Brahim Díaz (geboren in Málaga, opgeleid bij Manchester City, Real Madrid, AC Milan en weer Real Madrid) miste zijn panenka, waarna in de verlengingen Senegal wel scoorde en alsnog zegevierde, twee heerlijke momenten van al of niet goddelijke gerechtigheid.

Ondertussen stelden de Marokkaanse ballenjongens alles in het werk om de Senegalese doelman van de wijs te brengen en na de wedstrijd gingen Marokkaanse journalisten op de vuist met eenieder die de overwinning van Senegal oké vond.

De Afrika Cup 2025 werd zo één grote klucht. Tot vandaag zitten nog Senegalese supporters vast in een Marokkaanse cel omdat ze de overwinning te uitbundig hadden gevierd. De enthousiaste Marokkanen, halvefinalisten op het WK in Qatar, werden ontmaskerd als slechte verliezers.

Een min of meer normale koepelbond zou Marokko hebben uitgesloten voor het volgende toernooi, maar de Afrikaanse CAF is geen normale bond. Zij besloten twee maanden na datum dat Senegal de cup moet teruggeven want zij hadden het veld verlaten en er is een regel waarbij de ref de wedstrijd dan mag affluiten. Alleen heeft de ref die wedstrijd níét afgefloten en is er ook een heilige regel die zegt dat de beslissing van de ref boven alles gaat.

Senegal trekt naar het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) in Lausanne voor wat normaal een binnenkoppertje moet worden. Geen jurist die dat niet terugdraait. Maar de CAF en de FIFA van Gianno Infantino zijn twee handen op één buik en in L’Équipe verscheen een artikel dat verwees naar de wel erg sterke banden tussen Infantino en de Marokkaanse voetbalbond, die nog altijd heimelijk hoopt op de finale van het WK 2030 in het nieuwe stadion in Casablanca en niet in Madrid.

Benieuwd welke trucs de maffiabaas van het wereldvoetbal nu uit zijn mouw schudt. De namen van de drie TAS-rechters die deze zaak zullen behandelen zou al een eerste aanwijzing kunnen zijn voor de lange arm van de connectie Infantino-Marokko.

Column De Messias in De Morgen van maandag 16 maart 2026

De messias

Op 28 februari van dit jaar overwon de Franse wielrenner Paul Seixas de Côte de Saint-Romain-de-Lerps (6,9 kilometer aan gemiddeld 7,2 procent) in 16 minuten en 28 seconden. Hij deed daarmee 35 seconden beter dan in oktober, toen ze die helling ook over moesten voor het Europese kampioenschap.

Dat werd gewonnen door Tadej Pogacar, die toen de helling 35 seconden sneller opreed dan de eerste achtervolger, Seixas. Als u goed hebt opgelet bij dit vraagstukje uit de lagere school, dan weet u wat er nu komt: Seixas reed op 28 februari even snel bergop in de Faun-Ardèche Classic als Pogacar een paar maanden eerder. Seixas werd daar overigens niet tweede maar derde. Ene Remco Evenepoel zat er nog tussen.

Volgens de grote Franse ziener en relict uit vervlogen tijden Marc Madiot was het duidelijk: “Ik denk dat Seixas de uitverkorene is. Hij is voor Frankrijk de langverwachte die de Tour kan winnen. Hij is in dit opzicht de messias; hij werd verwacht.”

Als Seixas effectief de (nieuwe) messias is, dan is zijn plaats ergens in het Midden-Oosten, maar misschien is dat geen zo goed idee. Net als de originele Messias zou deze messias op wielen goed mogelijk aan een kruis kunnen belanden, aan dat van de onvervulde potentie deze keer.

Volgens een aantal media zou Seixas op weg zijn naar het Midden-Oosten. Niet naar Galilea of Judea, maar naar Abu Dhabi; niet per ezel, maar in de businessclass van Emirates. Patrick Lefevere had dat ook gelezen en maakte zich daar in zijn wekelijkse column druk over. Hij sleepte er wel wat oud zeer bij om zijn punt te maken. De sportief manager van UAE vond hij een beetje geil aan het worden. Die was vergeten vanwaar hij kwam. Alsof dat in deze kwestie ertoe deed dat Lefevere hoogstpersoonlijk Joxean Fernández ‘Matxin’ weer boven water had gehaald. De man heeft de Arabieren naar de top van de wielervoedselketen gestuwd. Hallelujah of alhamdulillah, zo u wilt.

Lefevere had natuurlijk wel een punt als hij meent dat een verhuis van Seixas naar UAE Team Emirates-XRG zowat het slechtste is wat het wielrennen en Seixas zelf zou kunnen overkomen.

Seixas zou, zo wordt gezegd, met gemak burgerlijk ingenieur of arts kunnen worden. Die moet dus over een gezonde dosis analytisch vermogen beschikken. De enige plus voor Seixas zou zijn bankrekening kunnen zijn: 5 miljoen euro of meer per jaar is zakgeld voor die olie- en gassjeiks. Als het zijn bedoeling is om met één klapper binnen te zijn, allez-y.

Als het de bedoeling is om gestaag beter te worden en op termijn een gooi te doen naar die ene gele trui op de Champs-Élysées, waar Frankrijk al 41 jaar van droomt, dan is dat geen goed idee. Evenmin als het de bedoeling is om in eigen land de bijna-goddelijke status te bereiken.

Het boompje Seixas uit de Franse klei trekken en transplanteren naar de woestijn van UAE zal nefast zijn. Er is misschien meer licht, maar het boompje zal nooit kunnen wortelen zoals het hoort.

Het boompje moet ook nog bewijzen dat het een boom kan worden, want behalve die Faun-Ardèche Classic, ereplaatsen en mini-exploten zoals het proberen volgen van Pogacar in de Strade Bianche staat er nog niet te veel op zijn palmares. Zoals analist Jan Bakelants aanstipte: Evenpoel was 19 toen hij al de Clásica San Sebastián won.

De loononderhandelingen tussen de clan-Seixas en Decathlon-CMA CGM zouden voorlopig zijn opgeschort, maar dat betekent niks. Wat niet is of niet meer is, kan zo worden hervat. De zakken van Decathlon zijn misschien niet zo onmetelijk diep als die van de sjeiks, maar toch diep genoeg om de schaapjes van Seixas nu al op het droge te krijgen.

Waar het Seixas om te doen zal zijn, is een beetje het verhaal van Evenepoel de voorbije jaren bij Soudal-QuickStep. Krijg ik een een ploeg die mij kan bijstaan in de wedstrijden waarin ik hoop te winnen?

Waar het Seixas vooral zou moeten om te doen zijn, is zijn ontwikkelingstraject en wie hem daarin moet sturen. Met andere woorden: welke ondersteuning krijg ik en hoe gaan we dat verstandig aanpakken? Dat begint bij trainingswetenschap, dan voeding, over recuperatie, het programma tot en met de communicatie in het wielergekke Frankrijk.

Als Seixas zo slim is als men beweert, gaat hij niet weg bij Decathlon. Als ze bij UAE een hart hebben voor hun sport, laten ze Seixas voorlopig waar hij is. Het manneke is 19, heeft nog niks bewezen behalve dat hij veel talent heeft, en ze zitten daar al met een monster als Pogacar.

De Sloveen is 27, vertoont geen spoortje van sleet en is nog niet verzadigd. Laat het boompje Seixas voorlopig groeien in Lyon. Pas over een paar jaar weten we of het een boom wordt en als Pogacar er klaar mee is, pakweg op zijn 32ste, is Seixas nog maar 24.

Column Saltstraumen in De Morgen van zaterdag 14 maart 2026

Saltstraumen

Bodø was tot op heden vooral bekend van de ferry naar Moskenes, het haventje op de Lofoten, dé toeristische trekpleister van Noorwegen boven de poolcirkel. Ook heb je in de buurt van het stadje een uitzonderlijk natuurfenomeen dat je niet mag missen als je daar ooit passeert.

Drieëndertig kilometer onder Bodø, naar Noorse begrippen om de hoek, kun je elke zes uur ’s werelds sterkste getijdenstroom zien. Bij Saltstraumen stroomt 400 miljoen kubieke meter water door een smalle zeestraat naar de oceaan of naar het binnenland, afhankelijk van eb of vloed. Gevolg: spectaculaire draaikolken (maalstromen) tot 10 meter in diameter en 5 meter diep.

In Bodø zelf viel er tot voor kort verder niks te beleven, maar dit jaar heeft zich een derde attractie aangediend: FK Bodø/Glimt en zijn cultstadion Aspmyra, waar met een beetje wringen 8.500 mensen in kunnen. Pas volgend jaar nemen ze de hypermoderne Arctic Arena met 10.000 zitjes in gebruik, stadionhoppers moeten zich dus haasten om het origineel te zien.

Woensdag was er de keuze tussen PSG-Chelsea op Play met Filip Joos ter plekke of Real Madrid-Man City op VTM met Aster Nzeyimana ter plekke. Ik koos ergens op het zoveelste Play Sports-kanaal voor FK Bodø/Glimt tegen Sporting Lissabon met een commentator die ik niet kon thuisbrengen maar die gewoon thuis zat.

Ik wilde het weleens zien, dat Noorse fenomeen, tegen die uitgekookte Portugezen die Club Brugge thuis met 3-0 hadden afgedroogd, hoewel Club het betere van het spel had. Die zouden natuurlijk niet in de val lopen zoals Manchester City, Atlético Madrid en Inter Milaan. Boeiend was het niet, maar aan de rust wist je: Sporting is in de val gelopen. Het stond 2-0 en het werd nog 3-0.

De vreemde eend in de bijt is op weg naar de kwartfinales van de meest prestigieuze voetbalcompetitie van de wereld. Dat deden ze met vooral jongens van eigen bodem, uit eigen opleiding, niks fancy aankopen, en met een trainer die tien jaar in dienst zal zijn van de club als hij 2026 volmaakt.

Het kan dus toch nog op de wijze van weleer, op de manier waarvoor voetbal en andere sporten zijn uitgevonden, gewoon, als verzetje voor de lokale gemeenschap die zich geconnecteerd voelt met helden van thuis. Jawel, er lopen ook buitenlanders, onder wie een Nigeriaan die nooit speelt. Verder vier Denen en een curiosum: Nikita Haikin, de Engels-Russische doelman geboren in Israël.

Er zit ook een Gents luikje aan FK Bodø/Glimt en dan denkt iedereen natuurlijk aan Jens-Petter Hauge, die ooit werd gehuurd van Frankfurt maar werd verketterd door de Gentse tribunes omdat hij nauwelijks liep en weinig ballen raakte. Die Hauge dartelt nu over het kunstgras van Aspmyra dat het geen naam heeft. Doelpunten, assists, de man kan het toch.

Er is nog een ander onderbelicht gebleven Gents luikje. Dit jaar is het dertig jaar geleden dat het tussen Bodø en zijn toenmalige succestrainer tot een breuk kwam. Trond Sollied vertrok voor twee jaar naar Rosenborg BK, waarna hij een seizoen bij Gent werkte en vervolgens bij Club Brugge.

De totale waarde van de spelerskern van de Noren bedraagt volgens Transfermarkt 57,1 miljoen euro. Dat is wat hun vorige tegenstanders Inter Milaan, Atlético Madrid en Manchester City gemakkelijk spenderen aan één speler.

Nog het opvallendst is hun traject. Ze waren zo goed als kansloos zolang de eigen competitie interfereerde met de Champions League, maar niet meer te kloppen eens de zon niet meer opkwam daar in het Hoge Noorden en de Eliteserien in een winterslaap ging.

Je zou verwachten dat zo’n team na een drukke herfst met veel wedstrijden de wonden moet likken en aan rust toe is. Wel integendeel, het was het sein om de voetbalversie van de Saltstraumen op de Europese voetbaltop los te laten. Op en neer gaande golven, 100 minuten lang.

De meeste Noorse sport en vrijetijdsbesteding draait om uithouding, of het nu gewoon wandelen dan wel langlaufen is. Het Noorse volk is sterk en Noorse atleten zijn fysieke beesten. Woensdag liepen de spelers van FK Bodø/Glimt 10 kilometer meer dan de Portugezen: 129,5 kilometer per wedstrijd. Tegen Inter liepen ze thuis 131 kilometer, tegen Man City 129 kilometer en thuis tegen Juventus haalden ze 130 kilometer. Dat is 20 kilometer meer dan het gemiddelde in Europa.

Het geheim van Bodø is geen geheim, het is een reminder. We waren vergeten dat het ook zo kan: een stabiele club, een goeie trainer en een kern met veel lokale jongens die er hun hoofd voor leggen. Moge het de duiventillen van de Jupiler Pro League inspireren.

Column Dominantie in De Morgen van maandag 9 maart 2026

Dominantie

Tadej, wat moet je ermee? Niks. Niet aanbidden. Niet bewonderen. Gewoon genieten.

Tadej, wat moet je er niet mee? Nooit voorspellen wat hij gaat doen.

Het is de ziekte van elke sportverslaggever en commentator om te willen voorspellen. Een valkuil waarin iedereen in dit vak en tegen beter weten vroeg of laat in verstrikt raakt. “Zo zal de wedstrijd verlopen, daarom en daarom.” “Dit mogen we verwachten en dit mogen we niet verwachten.”

In dit vak helpt een selectief geheugen om je overeind te houden, dus klampen we ons vast aan de voorspellingen die wel zijn uitgekomen en blijven we dezelfde fout maken. Als je heel eerlijk bent en over een goed archief beschikt, geef toe: voor elke juiste voorzet zat je er twee keer naast.

Karl Vannieuwkerke en José De Cauwer, het commentaarduo van Sporza, waren vrijdag de cruciale stroken van de Strade Bianche gaan verkennen. Als je wat tijd over hebt: het is daar wel mooi, maar – reistip – de streek is op haar mooist in mei, als alles in bloei staat, het koren lichtgeel kleurt en het gras op zijn groenst is.

Onderweg in de nu nog bruine Toscaanse heuvels waren ze tot diepere inzichten gekomen en die werden ons meegedeeld in Sporza Daily. Nogmaals, het overkomt iedereen, maar op die gevorderde leeftijden met al die kilometers achter de kiezen, hoor je misschien beter te weten. Helemaal als je iets over Tadej Pogacar meent te moeten voorspellen.

Dat hij zou winnen, dat was geen voorspelling meer maar een vaststaand feit. Wel: hoe zou hij winnen? De meest boude voorspelling luidde: “Ik verwacht niet dat Pogacar Seixas er al op 80 kilometer van de finish afrijdt. Hij zal hem niet lossen zoals hij met 90 procent van het peloton wel doet.”

Welnu, Paultje Seixas werd inderdaad niet gelost op tachtig kilometer van de Piazza del Campo in Siena. Hij werd geloosd samen met die andere 99,9 procent van het peloton op dik 78 kilometer van de eindstreep. Ongenadig uit het wiel gereden, door een renner die – welja, nog maar eens – het dichtste Eddy Merckx benadert. En de enige die hem ooit zou kunnen onttronen als beste renner ooit, al hoort ook die discussie thuis in de categorie onzin, samen met de voorspellingen. Tijdperken zijn nu eenmaal niet te vergelijken.

Van onzin gesproken: Sporza is ook sterk in polls, een containerbegrip voor via een vraag open deuren intrappen. Vooraf hadden ze: wie wint de Strade Bianche? Zeventig procent had Pogacar. Op nummer twee stond niet Seixas, maar Wout van Aert met 12 procent van de stemmen. Die 4.245 stemmers hadden de laatste maanden, zeg maar de laatste jaren, onder een steen geleefd.

Deze Wout van Aert – let op het aanwijzend voornaamwoord – wint voorlopig niet al te veel grote koersen meer. Dat was de conclusie na de vorige vier jaar en dan had hij deze winter nog eens dubbele pech. Die andere Wout van Aert, die van 2020 en 2021, dat is een ander verhaal. Of we die nog terugzien, en hoe hij aan die goddelijke vorm van weleer moet geraken, dat is niet te voorspellen. Karl en José hadden wel een goede suggestie: overwinteren in Spanje. Laten we daar aan toevoegen: als het maar ver van de kleuterklasvirussen is.

Een andere poll, ook helemaal niet representatief, wierp wel een bijzonder licht op de topsportcultuur of het gebrek daaraan bij de meerderheid van de Sporza-surfers.

Vind jij de dominantie van Tadej Pogacar nog leuk? Twee mogelijkheden: “ja, ik geniet van zijn dominantie” of “neen, het is te saai geworden voor mij”. Meer dan twee op de drie pollers, 68 procent, kan blijkbaar niet genieten van de onwaarschijnlijke solo’s die de Sloveen steeds weer uit zijn benen schudt.

Een echt interessante poll had een vervolgvraagje bevat voor wie de dominantie van Pogacar niet meer leuk vindt: en wat als Remco of Wout zo zouden domineren, zou het dan ook nog saai zijn? “Neen, dan niet mevrouw en mijnheer Sporza, want dat zijn jongens van bij ons.” Zo kijkt de gemiddelde Vlaming naar topsport.

Jammer. Niets mooier in de topsport dan algehele dominantie. Het overheersen van een tegenstander, het streven naar onderwerping van hij/zij die vooraf zo vermetel waren om ook maar te hopen dat ze aan je superioriteit konden tornen, daar draait het om. Topsport als consecratie van de alfa’s: Michael Jordan, Tiger Woods, Roger Federer, Usain Bolt of Michael Phelps. En nu ook Tadej Pogacar, die een heel peloton declasseert tot meelopers.

Hij heeft weliswaar niet de haat en nijd van pakweg een Jordan. Met zijn geblondeerd haar, eeuwige glimlach en aardige quotes komt hij meer in de buurt van de gentleman Roger Federer. Misschien gaat de mensheid er toch op vooruit.

Column To Iran or not Iran in De Morgen van zaterdag 7 maart 2026

To Iran or not Iran

Sinds de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran komt steeds terug dat het internationaal recht niet meer bestaat en dat de Verenigde Naties dood en begraven zijn, maar het nog niet weten.

Dat kan kloppen, bekeken door een sportbril. Het waren die Verenigde Naties die zich op 26 november van vorig jaar volmondig achter de gedachte van olympische vrede schaarden.

Die traditie van ‘Ekecheiria’ (Olympic Truce in het jargon) dateert van de negende eeuw voor onze jaartelling en was een deal tussen drie koningen – Iphitos van Elis, Cleisthenes van Pisa en Lycurgus van Sparta – om de veilige doorgang van de deelnemers en toeschouwers naar de Olympische Spelen te garanderen.

In de jaren 90 van de vorige eeuw werd die olympische vrede van onder het stof gehaald door het Internationaal Olympisch Comité en de op een Nobelprijs voor de Vrede geilende voorzitter Juan Antonio Samaranch. De moderne vertaling luidde dat er geen oorlogen mochten worden uitgevochten vanaf zeven dagen voor de Olympische Spelen tot zeven dagen na het einde van de Paralympische Spelen.

Als hij al afwist van het bestaan, heeft aanstaand olympisch gastheer Donald Trump vierkant zijn voeten geveegd aan die vrede. De reactie van het Internationaal Olympisch Comité was er een van op eieren lopen. Al steken ze de hele wereld in brand, de Olympische Spelen van 2028 zullen hem en de VS alvast niet worden afgenomen.

Rusland pakte het destijds wat handiger aan. Het organiseerde zelf Winterspelen in 2014 en twee dagen nadat de paralympiërs waren teruggereisd, nam Poetin de Krim in. Idem in 2022, na de editie van Peking, maar toen had Poetin minder geduld. Vier dagen na het einde van de originele Winterspelen en nog voor de paralympiërs waren gearriveerd, trok hij Oekraïne binnen. En daar zit hij nu nog.

Inmiddels is Rusland wel grotendeels uitgesloten van de wereldwijde sport, met uitzondering van de pas gestarte Paralympische Winterspelen, maar daar zal verandering in komen.

Het heeft er alle schijn van dat de Russen over dik twee jaar ook naar Los Angeles zullen mogen afreizen, met de hele equipe, in de rood-wit-blauwe kleuren, met de echte Russische vlag en het – toegegeven – erg mooie volkslied ‘Gimn Rossijskoj Federatsii’.

Rusland zal niet op de aanstaande World Cup voetbal zijn. Wie nog niet, dat is nu voorwerp van speculatie. Er zijn alleen maar vragen. Zoals: moeten we die World Cup niet boycotten? Natuurlijk zouden we dat moeten doen. Als we ons moreel kompas zouden volgen tenminste, maar dan hadden we misschien ook niet naar Rusland gemoeten in 2018, of eerder naar de Olympische Spelen van 2008 en 2022 in Peking. En hadden we de apartheidsstaat Israël -moeten uitsluiten zoals Zuid-Afrika destijds.

Dat hebben we niet gedaan en dat gaan we niet doen en daar zijn ook enkele goede redenen voor. In de eerste plaats het apolitieke speelveld. Daar valt wat voor te zeggen, het sportstadion als laatste safespace voor een eerlijk treffen volgens vooraf opgestelde regels en met een winnaar die de verliezer respecteert en omgekeerd de verliezer die de winnaar eert.

Wereldwijd is dat ondanks de recente woelige jaren redelijk overeind gebleven. Oké, Oekraïners wilden weleens achteraf geen hand geven aan Russen die als neutraal atleet door de mazen waren geglipt, maar ze sportten wel tegen elkaar.

Alleen die Iraniërs bleven maar vervelend doen. Zo verloor de Iraanse judoka Saeid Mollaei in 2019 op het WK opzettelijk zijn halve finale en daarna zijn bronzen kamp om in de finale of op het podium niet met de Israëliër Sagi Muki te worden geconfronteerd. Bij ons werd dat niet geloofd omdat hij die halve finale verloor van Matthias Casse.

Wat nu met Iran, op de aanstaande World Cup tegenstander van de Rode Duivels? De ontvanger van de eerste vredesprijs van de FIFA, Donald Trump, kan het niet schelen. Alle historische verwijzingen ten spijt, een wereldmacht en WK-organisator die een deelnemer van zijn groot voetbalfeest aanvalt, heeft de wereldsport nooit eerder meegemaakt.

Het is niet duidelijk waar Garcia, De Bruyne en Lukaku op moeten hopen: to Iran or not Iran? Een wedstrijd tegen Iraniërs op volle sterkte was nooit een wandelingetje in het park geworden. Iraniërs zijn redelijk onverzettelijk en op een voetbalveld vertaalt zich dat in lopen en blijven lopen.

Dus toch maar supporteren voor Trump, zodat Iran wegblijft of murw en gehalveerd verschijnt? Als er nu één volkje is dat daar geen morele bezwaren bij heeft, dan wel voetballers.

Column Daglichtregel in De Morgen van maandag 2 maart 2026

Daglichtregel

Op het scherm van de laptop staat een foto. Dertig mensen poseren voor een kasteel in Hensol, dat is ergens in Wales. Ze dragen allemaal een pak, iedereen in donkerblauw, ook de drie vrouwen.

Het beeld van de verpletterend blanke mannenclub dateert van zaterdag, van de 140ste jaarvergadering van de IFAB. Die afkorting staat voor International Football Association Board die gaat over de spelregels (The Laws of the Game) van het populairste spel dat de mens ooit heeft uitgevonden.

Die IFAB staat in theorie los van de wereldvoetbalbond FIFA, maar die duidt wel de helft van de leden aan. Het is een postkoloniaal verschijnsel, redelijk uniek voor de sport. Zo hebben bijvoorbeeld de founding fathers van IFAB (England, Schotland, Noord-Ierland en Wales) elk een permanent zitje.

De IFAB ziet zichzelf als de hoeder van het voetbal, de bewaker die de duistere krachten – commercieel, politiek, of gewoon van slechte wil – moet tegenhouden.

Die slechte wil stond centraal in wat zaterdag is beslist. Het moet allemaal wat sneller gaan voortaan en wel te beginnen op de wereldbeker deze zomer. Vijf seconden krijgen de spelers nog om een bal in te gooien en doelmannen om een bal uit te trappen. Dat laatste bestond al, maar op het aanstaande WK wordt de tijdrekkende doelman bestraft met een corner tegen.

Vervangen spelers moeten ook binnen de tien seconden van het veld zodra het bord is getoond. Een speler die op het veld wordt verzorgd, moet eerst het veld verlaten en daarna een hele minuut wachten voor hij/zij terug in het veld mag.

De VAR kwam ook aan bod. Die mag nu ingrijpen als een tweede gele kaart, resulterend in een rode, een vergissing blijkt te zijn. Ook een corner die er geen is kan worden herroepen. Op voorwaarde dat de herroeping snel genoeg kan gebeuren, dus dat wordt nog een dingetje.

Heel vreemd: de ref kan eventueel een bodycam dragen, maar het is niet de bedoeling dat de beelden voor meer dan intern gebruik dienen. Waarvoor dan wel, dat is de vraag.

Verder wordt nog nagedacht over hoe omgaan met doelmannen die gaan zitten voor een geveinsde blessure, waardoor het spel automatisch stilligt. Ook het fenomeen – denk aan de finale van de Afrika Cup – waarbij spelers het veld verlaten omdat ze het niet eens zijn met een scheidsrechterlijke beslissing wordt bestudeerd wat daartegen te doen. Ook nog te bekijken: spelers die hun mond afdekken in confrontatie met een tegenstander (de zaak-Vinicius recent).

Op de foto van de IFAB afgelopen zaterdag staat achterin een rijzige, grijzende en grijnzende man, ogenschijnlijk tevreden met de uitkomst. Zijn belang als FIFA’s chief of global football development kan niet worden overschat. Arsène Wenger is zijn naam, bekend van Monaco en Arsenal, en met 21 jaar en 8 maanden de langst zittende manager ooit in de Premier League.

Wenger heeft zich tot doel gesteld om iets te doen aan de buitenspelregel en heeft het nu voor elkaar gekregen dat voor het eerst een competitie zal experimenteren met de daglichtregel. Zo stond het in het laatste zinnetje van het communiqué dat zaterdag werd verspreid, in vier woorden: offside trials would continue.

Waar slaat dit op? Kort door de bocht staat een speler nu buitenspel als hij met een deel van zijn lichaam waarmee hij kan scoren voorbij de op één na laatste speler van de tegenpartij staat. De daglichtregel draait dat om: pas als alle lichaamsdelen waarmee kan worden gescoord helemaal voorbij de op één na laatste speler zijn is het buitenspel.

De daglichtregel slaat dan weer op de manier waarop een fase zal worden bekeken. Pas als er daglicht te zien is tussen aanvaller en verdediger zal er sprake zijn van offside. Het is duidelijk dat de discussies er niet minder op zullen worden maar ook niet noodzakelijk meer, de fase wordt gewoon anders beoordeeld. De winst zit hem in het voordeeltje van zowat een halve meter die de aanvaller krijgt, of iets meer als hij het slim speelt en zijn achterste voet laat hangen.

Het is lang zoeken geweest naar een representatieve maar niet al te belangrijke competitie die vanaf deze lente met deze regel wil spelen en die proefkonijnen hebben ze nu gevonden in de CPL, de Canadian Premier League.

Of het veel zal uithalen om gesloten wedstrijden open te breken is nog maar de vraag. Dat kan alleen met een buitenspellijn die 15 meter dieper in het aanvalsvak ligt, een beetje naar analogie met ijshockey. Vooraleer die postkoloniale IFAB evenwel iets uit een andere sport implementeert zal er nog veel water door de Ierse en de Noordzee moeten stromen.

Column Allrounders in De Morgen van zaterdag 28 februari 2026

Allrounders

Paddestraat, Haaghoek, Leberg, Eikenberg, Lange Munte, nog eens Haaghoek en Leberg, Eikenberg, Holleweg, Wolvenberg, Kerkgate, Jagerij, Molenberg, weer Haaghoek en Leberg, Berendries, Tenbosse, Parikeberg, Kapelmuur, Bosberg.

Dat zijn de scherprechters in de seizoensopener, beter bekend als de Omloop. Opgeteld twaalf hellingen en acht kasseistroken, enkele daarvan met dubbele functie, zoals de Muur. Die ligt op 15,7 kilometer van de eindmeet, die zelf dan weer na 207,6 kilometer wordt bereikt. Tussen Muur en eindstreep in Ninove ligt op 11,8 kilometer nog de Bosberg, ook kasseien en bergop.

Met andere woorden, dit is de finale van de Ronde van Vlaanderen toen die nog in Ninove arriveerde, weze het 60 kilometer korter en minder ‘bergen’. Behoorlijk zwaar voor een eerste wedstrijd in de Vlaamse Ardennen, zegt de toerist in ondergetekende, maar die is niet de norm.

Het huidige peloton wel, en dat zegt dat er veel kans is dat ze deze namiddag gaan sprinten. De oud-wielrenner en nog steeds fietsverslaafde gravelaar Greg Van Avermaet vindt dat de opening van het Belgische weekend best wat zwaarder mag. En ze zouden beter over smallere wegen koersen.

Wielrenners hebben er soms het handje van om alle kanten op te schieten en zichzelf tegen te spreken. In de eerste plaats over de veiligheid (meer smalle wegen, hoe verzin je het?), maar ook over de wielerparcoursen. Nu is het nog te licht, over een paar weken zal het allemaal wel weer te zwaar zijn.

Van Avermaet vindt dat de Belgische opener meer (lees: zwaarder) verdient. Waarom dan? Omdat het de Belgische opener is? De kans dat het ijsregent deze week, of zelfs sneeuwt, is spijts de klimaatverandering nog steeds even groot als het lenteprikje dat we deze week hebben meegemaakt. 207 kilometer, 12 hellingen en 8 kasseistroken, dat moet volstaan als gulden middenweg.

De enige ongemakkelijke waarheid is dat het Belgische openingsweekend als een tang op een varken slaat in die hele koerskalender. Tot vorige week zaten ze in het zuiden, om dan voor een lang weekend naar het noorden te verhuizen en na Le Samyn dinsdag trekken ze weer naar het zuiden. Logica in dat alles? Onbestaand, typisch voor de planeet Koers.

Deze discussie over de zwaarte van de Omloop past in een bredere kwestie die al langer het peloton en de volgers verdeelt: hoe moet een ideale wielerwedstrijd eruitzien? Ideaal als in: hoe krijgen we alle of zoveel mogelijk toppers samen aan de start, allemaal met een redelijke kans op succes?

Met een Jonas Vingegaard zal dat niet meer lukken. Die is zo mis ‘gekweekt’ dat hij alleen uit zijn Deense hoeve komt om één, hooguit twee keer per jaar, weken na elkaar bergop te fietsen. Willen we geen nieuwe Vingegaard, Chris Froome en, als we verder teruggaan, ook geen nieuwe Lance Armstrong meer, dan moet worden begonnen met het belang van de Tour de France terug te dringen. Alvast bonne chance daarmee.

De ideale wielerwedstrijd is er een waarin allrounders, klimmers, grote en kleine ronderijders en sprinters die een helling over raken zich geroepen voelen om aan de start te staan, allen met hun eigen specifieke strategie om in een kansrijke positie aan de eindstreep te komen.

Allrounders die alles aankunnen, van klassiekers over kille Vlaamse hellingen tot grote rondes over hete en zuurstofarme bergen, die lopen niet dik. Mathieu van der Poel wordt soms een allrounder genoemd. Onterecht. Geef hem een wegfiets, een crossfiets of een mountainbike, overal en altijd doet hij mee, maar verwacht hem niet in een bergetappe of in de hitte.

Dit hele WorldTour-peloton van 525 wielerprofs telt maar één allrounder en die heet Tadej Pogacar. Die kan echt alles. Vier keer de Tour winnen, Vlaanderen winnen en tweede worden in Roubaix, wat betekent dat je daar ook ooit kunt winnen, dat is geleden van Bernard Hinault en verder terug Eddy Merckx. Pogacar is in het postmoderne sporttijdperk van de hyperspecialisatie een buitenbeen.

In geen enkele andere sport verwacht men alle verschillende types samen aan de start. Van geen enkele atleet verwachten we dat ze van de 800 meter tot en met de 10.000 meter domineren, laat staan van de 100 tot de marathon. Zwemmers idem.

Natuurlijk is elke wielerwedstrijd in beginsel een uithoudingswedstrijd en lijken alle wielrenners fysiologisch meer op elkaar dan Usain Bolt op Eliud Kipchoge lijkt. De verschillen zitten hem meer in het gewicht. Wielrenners van 85 en 60 kilogram samen over dezelfde parcoursen jagen is onzin. Judoka’s van 70 kilogram vechten ook al lang niet meer tegen kolossen van 110. Gewichtscategorieën in de koers, waar wacht die UCI toch op?