Column Gunfactor in De Morgen van maandag 4 mei 2026

Gunfactor

Deze column is om druktechnische redenen ingeleverd nog voor op Anderlecht de aftrap is gegeven van de klassieker tegen Club Brugge. Die uitslag doet er evenwel niet toe, of maar een heel klein beetje. Na vandaag zijn nog twaalf punten te verdienen en op speeldag acht staan de enige twee titelpretendenten nog eens tegenover elkaar.

Heeft Club gisteren gewonnen bij Anderlecht, dan staat het voor het eerst sinds lang aan de leiding na een volledig afgewerkte speeldag. Gelijk betekent de kloof op Union verminderen tot een punt en verliezen betekent even goed/slecht doen als de grote concurrent zaterdagavond.

Union verloor zaterdag bij Sint-Truiden met 2-1 na een terechte rode kaart voor Kevin Mac Allister en een terechte strafschop in de blessuretijd. Volgens Union, waar sarcasme zich meester heeft gemaakt van de kleedkamer, in de extra time van de extra time.

Opvallend hoe Christian Burgess na de wedstrijd uit de hoek kwam. De Brit meet zichzelf een aura van halve intellectueel en voetbalfilosoof aan, maar als puntje bij paaltje komt is hij een even slechte verliezer als alle anderen. Hoe Burgess de scheidsrechterij op de korrel nam, dat verdient minstens een nabeurt bij een of andere commissie.

“Wie weet wat er allemaal achter de schermen gebeurt, onze spelers met twee gele kaarten lijken allemaal geel te krijgen”, was een onverholen verwijzing naar een complot dat er zou voor moeten zorgen dat Union Saint-Gilloise niet voor de tweede keer op rij kampioen wordt.

Dat rood van Mac Allister was gewoon terecht. Het was geen aanslag, maar het blijft een extreem onsportieve daad (een soort judogreep zonder handen) op een speler die als hij kan doorgaan een open doelkans aan de voet heeft. Spelbederf in het kwadraat dat een doelkans verhindert: geen discussie mogelijk.

Als ze bij Union vinden dat ze worden benadeeld, dwalen ze. Union is volgens de statistieken niet de ‘vuilste’ ploeg in de Jupiler Pro League, dat klopt. Dat is OH Leuven. Maar vuil kun je hier evengoed kwalificeren als onhandig. Union is dan weer extreem handig in het randje foutief/niet-foutief afblokken van een aanval van de tegenstander zonder daarvoor een gele kaart te krijgen.

Neem nu die rode kaart van Mac Allister. Ergens stond een poll met de vraag ‘de Argentijn steekt zijn poep uit, is dit een rode kaart?’. Euh ja, want of het nu de poep dan wel de arm of de voet is, dat maakt niet uit. Als de refs rond dat min of meer subtiele spelbederf van Union nieuwe richtlijnen hebben gekregen voor de Champions’ play-offs, goed zo.

De situatie is dezelfde van die van vorig jaar en die van het jaar daarvoor en die van het seizoen 2021-’22. Het is Club Brugge tegen Union en de gunfactor ligt sinds juni 2022 bij de sympathieke club uit Brussel. Wat een club nu precies sympathiek maakt en een andere club niet, dat is voor discussie vatbaar.

Club Brugge heeft alvast twee nadelen. Het is behalve bij de fanatieke achterban die het bruto persoonlijk en familiaal geluk laat bepalen door de resultaten van FCB de meest gehate club voor fans van andere clubs. Tweede nadeel, dat het eerste versterkt: voorzitter Bart Verhaeghe is de – wederom bij andere clubs – meest uitgespuwde clubbestuurder.

Union heeft dat probleem niet. Zijn fans gedragen zich keurig, zingen alleen voor de eigen ploeg. Zijn bestuur probeert bewust onder de radar te blijven en stelt zich ook nooit horkerig en betweterig op.

Het beeld van het sympathieke Union en het antipathieke Club die elkaar voor de vierde keer in vijf jaar treffen in de strijd om de titel is een opgeklopte voorstelling van zaken. Puur sportief is Club dan weer de beter voetballende ploeg met altijd en overal een gezonde drang naar voren. Union durft al iets vaker naar resultaatvoetbal te grijpen.

Economisch geldt Club als de best geleide club van het land, al moet Union nauwelijks onderdoen. Union zoekt zijn gading in de goedkope supermarkt en verkoopt bij de minste meerwaarde. Club denkt dat het de goedkope supermarkt is ontgroeid en zoekt het in het hogere segment.

Beide clubs hebben hetzelfde USP, typisch voor het Belgische voetbal: spelers halen en doorverkopen met een meerwaarde. Resultaat: 232 miljoen euro marktwaarde voor de kern (28) van Club onder wie 16 buitenlanders, tegenover 122,5 miljoen euro voor Union dat 18 buitenlanders telt op 27 kernspelers.

Beider transferbalansen van het voorbije jaar zijn gelijk: plus 49 miljoen euro voor Club en plus 48,5 miljoen euro voor Union. Als Club Brugge voor de derde keer in vier jaar geen kampioen wordt, is dat een sportieve én een economische blamage.

Column Het is… de technologie in De Morgen van zaterdag 2 mei 2026

Het is de technologie

In 1990 kwam een iconische reclamespot uit. Spike Lee – in zijn rol als het typetje Mars Blackmon – die aan Michael Jordan vraagt waarom hij de beste basketbalspeler van het universum is. Zijn het de schoenen, de sokken, de baggy broeken, je haarsnit misschien? Jordan antwoordt op alles ‘neen’. Spike Lee, die een paar schoenen in zijn handen heeft – de Air Jordan V – schreeuwt het uit: “Man, it’s gotta be the shoes!”

Waarop Jordan zegt ‘No Mars’ en een tekstje verschijnt: de mening van de heer Jordan weerspiegelt niet die van Nike. Jordan had gelijk. Ook op Crocs – als die hadden bestaan – zou hij de beste speler aller tijden zijn geworden. De marathonlopers hebben ook gelijk. Niet alle vooruitgang van de laatste jaren ligt aan de schoen, maar toch heel wat. Laten we afkloppen op minstens de helft.

Om bij Nike te blijven, nog een anekdote uit die tijd. Toen Nike in de tweede helft van de jaren tachtig Reebok als wereldwijde nummer één had voorbijgestoken, en zich het aura van het meest innovatieve bedrijf aanmat, kwam het met een gedurfd statement: de meest geavanceerde technologie bij onze concurrenten is hun fotokopiemachine.

Dat grapje maken ze niet meer. Nike werd afgelopen zondag een neus gezet door Adidas, dat plots twee mannen onder de twee uur een marathon zag afhaspelen en een vrouw in 2:15:41. Twee keer een wereldrecord.

Als u denkt dat vrouwen al ooit sneller hebben gelopen op de marathon, dan heeft u ook gelijk. Die 2:15 is een women-only-wereldrecord. In 2024 liep de Keniaanse Ruth Chepng’etich (later op doping betrapt) in Chicago naar een eindtijd van 2:09:56 in een zogeheten mixed-sex-race, lange tijd door mannen gehaasd. In Londen was geen sprake van hazen.

Terug naar de schoenen. Precies tien jaar geleden kwam Nike in Rio op de Olympische Spelen met prototypes aandraven die in 2017 voor het brede publiek te koop waren: de Nike Vaporfly 4%. Die 4 procent sloeg op de winst in loopefficiëntie. De eigenlijke tijdswinst lag meer in de buurt van de 2 procent, een revolutie op zich.

In 2019 kwam Nike met de Nike Air Zoom Alphafly NEXT%, de schoen waarmee Eliud Kipchoge – gehaasd en gegangmaakt – voor het eerst 42,195 kilometer onder de twee uur volbracht. Het record werd niet erkend, maar zorgde voor paniek bij de andere schoenmerken.

Uiteindelijk werd die stoute taal van Nike van eind jaren tachtig wel een stukje bewaarheid: de concurrentie sneed meerdere paren Vaporfly’s en Alphafly’s aan stukken om te zien wat die schuimzool en vooral wat die carbonplaat in die zool juist inhield.

Sinds de Spelen van Tokio (2021) hebben alle merken hun eigen superschoen ontwikkeld en die lijkt verdacht veel op die schoen die Nike in elkaar geknutseld had, maar waar ze niet meer verder aan ontwikkelden. Adidas deed dat wel en kwam in Londen met een schoen die de bevallige naam Adizero Adios Pro Evo 3 kreeg. De naam is minder belangrijk dan het gewicht: 97 gram, 30 procent lichter dan zijn voorganger.

De lopers – ook die twee Belgen van ons – minimaliseren graag het belang van de schoenen, maar dat is niet eerlijk. De evolutie van de marathontijden strookt niet met wat je zou moeten zien: er is geen sprake van een afplattende curve, synoniem voor records die met steeds minder marge worden verbeterd. In de marathon gaat die curve de laatste jaren weer steiler.

Bovendien zie je geen marathontoppers meer die als halve kreupelen de finish halen en dagen niet meer kunnen stappen. Het is geen toeval dat dit alles samenvalt met de komst van de superschoenen.

Curves die niet het normale patroon vertonen kunnen het resultaat zijn van één buitenbeentje (Usain Bolt op de sprint), maar er spelen externe factoren als de hele wereldtop plots minuten sneller begint te lopen en records verbetert. Twintig jaar geleden hadden we spontaan gedacht aan doping. Vandaag is het de technologie.

Er is een opvallende parallel met wielrennen. Ook daar is de technologie – de fietsen – verantwoordelijk voor de hogere snelheden. Maar ook daar spelen nog andere factoren. Beide sporten profiteren van de nieuwe inzichten in koolhydraatinname tijdens wedstrijden waardoor de atleten langer hard blijven rijden en lopen.

Voeg daar nog eens de verbeterde trainingen aan toe die voor een breder en competitiever topsegment hebben gezorgd en je hebt de perfecte storm. Ten slotte – voor de non-believers – in tegenstelling tot eerdere tijdperken doen er geen geruchten de ronde over welk dopingproduct dan ook. Disclaimer: met Kenianen zijn we door hun status als grootste dopingland ter wereld verplicht een slag om de arm te houden.

Column Het nieuwe godenkind in De Morgen van maandag 27 april 2026

Het Nieuwe Godenkind

Als de voetbalwedstrijden op zondag voortaan uit het vaarwater willen blijven van de grote klassiekers, trappen ze best om 12 uur af. Gisteren was AA Gent-Club Brugge nog niet afgelopen en Luik-Bastenaken-Luik was al beslist.

De wedstrijd leverde een nieuw snelheidsrecord op, nog maar eens. Deze keer lag het niet aan de winnaar, maar aan zijn grote uitdager Remco Evenepoel die zo nodig 150 kilometer op kop moest gaan rijden, waardoor de wedstrijd geen moment van kruissnelheid kende.

Tadej Pogacar moest in het slot zijn tenen uitkuisen – althans naar zijn normen – om af te geraken van zijn metgezel, die met hem La Redoute naar boven was gestormd. Die heette niet meer Remco Evenepoel, maar Paul Seixas.

Het godenkind van negentien uit Lyon is voortaan de tweede beste renner van de wereld in de heuvelklassiekers en een geschenk uit de wielerhemel. Hij kon de Sloveense veelvraat – vijf koersen gereden en vier gewonnen – volgen tot kilometer veertien van de eindstreep, dat is al vier kilometer verder dan Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen drie weken geleden.

De tweede plek van Seixas was uitermate verdiend, maar laat die euforie nog even achterwege. In het verlengde: of het zo’n goed idee is om hem nu al meteen naar de Tour mee te nemen, daar denken ze bij Decathlon-CMA CGM best ook nog eens over na.

Remco Evenepoel zelf zal inmiddels beseffen dat hij zijn handjes mag kussen dat hij al twee keer Luik-Bastenaken-Luik heeft kunnen winnen, nadat Tadej Pogacar in 2022 was gevallen en in 2023 rouwend thuisbleef. Zolang Seixas en Pogacar op dat niveau blijven presteren, zal hij de beste zijn van de rest.

Maar is dat onttroonde godenkind van Schepdaal nu een domme renner? Of een ADHD’er op twee wielen? Heeft hij niemand met hersenen in die ploegauto zitten? Of is het een combinatie van dat alles en zat er niet meer in? Iemand moet hem in de nabespreking toch eens voor de voeten gooien dat het niet erg slim is om van in het begin weg te rijden met een grote groep en regelrecht dom om geregeld kopbeurten voor zijn rekening te nemen.

Luik-Bastenaken-Luik is in de eerste plaats een oefening in energie aanwenden op het juiste moment en de juiste helling. Het is ook een oefening in de juiste beslissingen nemen en geloven in wat je doet. Misschien moeten ze naast de ploegleider in die auto van Red Bull-Bora-Hansgrohe een sportpsycholoog zetten.

Die zou hem via het oortje citaten kunnen voorlezen uit Endure, het uitstekende boek van Alex Hutchinson. Dat heeft als ondertitel: geest, lichaam en de vreemde elastische limieten van het menselijke presteren. Dat moeten ze Evenepoel toch eens inprenten: als je denkt dat het op is, dan zit dat tussen je oren, en dan is het nog niet echt op. Het lichaam kan meer aan dan de geest je wil laten geloven.

Hoe hij zich weer op La Redoute liet wegzetten van bij het begin, meteen een gat liet en zich zonder enig weerwerk naar de slachtbank liet leiden, dat was vintage Remco Evenepoel. Ook hoe hij daarna de achtervolgende groep op sleeptouw nam en het gat op Mattias Skjelmose dichtreed. Door ena de sprint voor de derde plek te winnen, leverde hij het bewijs van de theorie die in Endure uit de doeken wordt gedaan.

Een autoriteit uit het peloton, iemand met kennis van zaken die al veertig jaar tussen de renners leeft, heeft een andere uitleg over Remco Evenepoel en hoe die steeds snel moet lossen als anderen hem de indruk geven beter bergop te rijden.

Hij had dat vaker gezien, jonge renners die binnenkwamen met de grote trom als klimmers, waarna hun intrinsieke klimcapaciteiten gaandeweg begonnen af te botten als gevolg van de training die van hen completere renners moet maken. Misschien is dat ook Evenepoel de laatste jaren overkomen en was de 22-jarige Evenepoel van zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik wie weet wel in staat geweest om Pogacar te volgen.

Misschien is dat ook wat Paul Seixas straks zal overkomen: een completere renner worden, maar een minder scherpe klimmer. In zijn verbetertraject gericht op winst in de Tour de France – een verplicht nummer voor een Fransman – zal Seixas anders en meer moeten gaan trainen. Dat hij als 19-jarige nog veel groeimarge heeft, is een al te makkelijke veronderstelling. In moderne trainingstijden waarbij junioren trainen als profs mag je daar niet meer automatisch van uitgaan.

Conclusie na dit bijzonder mooie wielervoorjaar: voorlopig kent het wielrennen één echte alien, Tadej Pogacar superstar, en studeert een nieuw godenkind voor ruimtemannetje, en dat is Paul Seixas. Remco Evenepoel is terug op aarde.

Column Cultureel erfgoed in De Morgen van zaterdag 25 april 2026

Cultureel erfgoed

De Vlaamse kermiskoersen willen erkend worden als Vlaams immaterieel cultureel erfgoed. Dat raakte deze week bekend, met dank aan de VRT en Sporza-commentator Renaat Schotte die zich voor die kar liet spannen.

Het is voor discussie vatbaar of het de taak moet zijn van een journalist om iets te promoten. Als anderzijds het alternatief om op te vallen erin bestaat elke week met je gezicht (en een ander lief) op de cover van Dag Allemaal te staan, is de keuze snel gemaakt.

Er zijn nog negentien kermiskoersen in Vlaanderen, zo viel te lezen. Tiens, is niet elke koers in Vlaanderen een kermiskoers? Van Heusdenkoers (dit jaar op 11 augustus en ook bekend als het WK der kermiskoersen) tot en met de Ronde van Vlaanderen rijden ze allemaal plaatselijke rondjes langs biertenten, worstenkramen, desgevallend vipgalerijen.

Ook de nieuwelingen-, junioren- of beloftekoersen tot en met de koersjes van de zogeheten nevenbonden en de parochianenkoersen, steeds draait het om rondjes… draaien. Bocht, optrekken, bocht, optrekken, bocht optrekken, maal honderd, tot je er gek van wordt (of crasht).

Wie er ook gek van wordt is de niet zo koersminded Vlaming, die het ongeluk heeft dat het stenciltje ter waarschuwing van de tijdelijke overlast in de brievenbus verloren is gegaan, waardoor die onverhoeds tot de vaststelling komt dat het vandaag geen optie is om met de volle kar groen even tot bij het containerpark te geraken. Want het is koers, vijf categorieën, te beginnen vanaf elf en eindigend om vijf uur. Om u maar te zeggen: erfgoed kan soms op de zenuwen werken.

En toch, koers ís erfgoed. Ik zal wel niet de primeur hebben op die terminologie in verband met wielrennen, maar ik heb destijds als directeur van Wielerbond Vlaanderen (vandaag Cycling Vlaanderen) gepleit voor een erfgoedstatuut voor alvast een deeltje van het Vlaamse wielerlandschap.

Meer in het bijzonder om de staatssteun voor het toenmalige Topsport Vlaanderen-Baloise-team veilig te stellen. Ik heb toen (2013) letterlijk aan ieder die het wilde horen bij het team, Bloso (nu Sport Vlaanderen) en het ministerie uitgelegd dat Topsport Vlaanderen-Baloise geen topsportproject was zoals de overheid topsport definieerde in de topsportactieplannen maar een tewerkstellingsproject. En als ze die subsidie (voor salarissen en werkingskosten) toch niet in het gedrang wilden laten komen, ze maar beter werk konden maken van een erkenning als erfgoed.

Ik heb zelfs de piste aangegeven: ga pleiten bij de N-VA-politicus en toevallige buur van de baas van dat team, die zal daar oren naar hebben. Is nooit iets mee gedaan en en zie: aan het eind van dit jaar stopt de subsidiestroom naar (inmiddels) Sport Vlaanderen-Baloise.

De erkenning als erfgoed zal de kermiskoersen niet vooruit helpen, althans niet financieel. Dat soort volksvermaak valt niet te redden, net als kermissen zelf, rondtrekkende circussen met aftandse dieren en chaussées d’amour. Heimwee mag, maar serieus blijven. Het is niet omdat elk dorp vroeger een kermiskoers had dat je dit fenomeen terug tot leven moet wekken.

De erkenning van de kermiskoers als erfgoed zou de status van wielrennen als Vlaamse passie nog maar eens bevestigen. Hoe wenselijk dat is, het is ook een discussie waard. Wieleraficionado’s – op kop de journalisten die er hun status aan ontlenen – zullen nu steigeren, maar onze regionale fixatie op alles en iedereen die in lycra op twee wielen rijdt spoort niet met een gezonde, brede visie op wat topsport in een rijke regio als Vlaanderen zou moeten zijn.

Fixatie op één sport is iets van arme landen, Kenia en lopen bijvoorbeeld. In Vlaanderen wordt topsport herleid tot alles wat koers is, voetbal als de Rode Duivels het goed doen en vervolgens de occasionele uitschieters in andere sporten. Onze Vlaamse afgod heet Wout van Aert. Niet Remco Evenepoel, die veel meer heeft gewonnen (dat is een aparte column waard), en al helemaal niet Bart Swings, olympisch goud en zilver in een veel mondialere sport. Check voor dat laatste de uitslagen.

Een mooi voorbeeld van die fixatie op dat duopolie wielrennen-voetbal en onze enge kijk op topsport wordt belichaamd door schaatser Sandrine Tas. Die werd vierde op de recente Winterspelen op de 5.000 meter, tienden verwijderd van goud. Ze is 30 en kan nog twee Olympische Spelen mee.

Een echt topsportlandschap zou een niet te weigeren traject uittekenen om voor medailles te gaan in de olympische sport waarin ze de beste resultaten kan voorleggen. Neen dus, Tas is geswitcht naar wielrennen. Heel erg benieuwd of ze verder geraakt dan gelletjes en bidons ophalen voor de kopvrouw.

Column Bressen in de dijk in De Morgen van maandag 20 april 2026

Bressen in de dijk

Kirsty Coventry, de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, verbood tijdens de voorbije Winterspelen in Milaan en Cortina de Oekraïense skeletoni Vladyslav Heraskevytsj een helm te dragen met afbeeldingen van Oekraïense sporters die zijn omgekomen in de oorlog met Rusland. Toen hij toch wilde afdalen met die helm werd hij gediskwalificeerd. In weerwil van de algemene verontwaardiging viel daar wat voor te zeggen: de olympische regels hebben het over een apolitiek speelveld.

Coventry kwam het persoonlijk uitleggen. Niet in een bobotaaltje wars van elke emotie, maar met het hart op de tong vroeg ze om begrip voor die moeilijke beslissing. Tegelijk toonde ze begrip voor de strijd van Heraskevytsj. Het incident koelde zonder blazen.

Twee maanden later dringt zich de vraag op of die acte de présence van Coventry was ingegeven door het Olympisch Handvest, dan wel de weg moest plaveien voor een terugkeer van de Russische en Wit-Russische sporters op het internationale sporttoneel.

In een videoboodschap aan het Sportforum van de Europese Unie op Cyprus vorige donderdag heeft Coventry opnieuw herhaald dat sport geen forum is voor ruzie, maar een veilige plek voor inclusie en het bevorderen van vrede.

Voor de Winterspelen waarschuwde Coventry al voor toekomstige “ongemakkelijke gesprekken” over controversiële onderwerpen, zoals de terugkeer van verboden landen zoals Rusland en Wit-Rusland en het debat over de “verdediging van de vrouwencategorie”. Die laatste problematiek is aangepakt via exclusie, met haast unanieme tevredenheid als gevolg. De inclusie van de (Wit-)Russen verloopt wat lastiger.

“Atleten kunnen ons alleen inspireren als ze kunnen concurreren en de politiek de sport niet overneemt. Ik roep de EU en haar lidstaten op om zich aan deze principes te houden: de autonomie van de sport respecteren en de politieke neutraliteit van het IOC en de Olympische Spelen ondersteunen. Want alleen dan kan de kracht van sport spelen.”

Al bij al een opmerkelijke demarche die moet leiden tot deelname van (Wit-)Rusland onder eigen vlag, met eigen kleuren en volksliederen op de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Was de afbakening van de vrouwensport nog de biologische logica zelf, dan lijkt het er nu toch wel heel sterk op dat de deur openzetten voor Russen is geïnspireerd door de wens van Donald Trump. Die wil in het (hopelijk) laatste jaar van zijn presidentschap alle landen kunnen begroeten in Los Angeles en, wie weet, naast zijn vriend Vladimir op het erebordes pronken.

Ook zonder Coventry zijn in de sportieve dijk tegen de Russische en Wit-Russische agressors al her en der bresjes geslagen. Zo stond de internationale judofederatie in november (Wit-)Russische deelname toe. Op de Paralympische Spelen mochten de twee landen met eigen vlag, volkslied en kleuren pronken en recent heeft ook de internationale zwembond World Aquatics de deur opengegooid voor deelname volgend jaar aan het WK zwemmen.

Volgende grote bond in het rijtje zou volgens de internationale sportcoulissen World Gymnastics kunnen zijn. Merk op: allemaal bonden die niet worden geleid door Europeanen. De grootste olympische bond is World Athletics en die is tot augustus 2027 in handen van de Brit Sebastian Coe. Hij is vastbesloten de niet alleen oorlogszuchtige maar ook nog eens dopingcorrupte Russen voorlopig buiten te houden.

Die verschillen in geopolitieke perceptie – Coventry is een Afrikaanse en woont in ‘neutraal’ Zwitserland – van dat gruwelijke Europees conflict in Oekraïne zou weleens de voorbode kunnen zijn van een nieuw schisma in de internationale sport. De uitsluiting van de Russen wordt nu gekoppeld aan de oorlog, maar dat klopt niet helemaal. In het Olympisch Handvest staat niks expliciets over de wenselijkheid van oorlogvoerende landen in de sport.

Het IOC heeft het Russische olympisch comité (ROC) in 2023 niet uitgesloten omwille van de oorlog, maar omdat het de territoriale integriteit van het Oekraïense olympisch comité had aangetast door in de geannexeerde gebieden ook de olympische regionale raden te russificeren. Het ROC kwam daar recent op terug.

Reken maar dat de boodschap van Coventry is aangekomen. Of de Europese Unie er oren zal naar hebben? Wellicht niet. Of de Europese Unie er oren moet naar hebben? Neen. Europa is het sterkste olympisch sportcontinent en moet nu op zijn strepen staan: geen Russen zolang die terreur in Oekraïne duurt. In de laatste veertig jaar is de dreiging van een boycot in de internationale sport nooit groter geweest. Als dat het recept is om ons Europees gelijk te halen, welaan dan maar.

Column Frau Trainerin in De Morgen van zaterdag 18 april 2026

Frau Trainerin

Marie-Louise Bagehorn was deze week hét gespreksonderwerp bij de oosterburen die Duits spreken. Als u de sportactua een beetje hebt gevolgd, kent u haar wellicht als Marie-Louise Eta. Tien jaar geleden nam ze bij haar huwelijk de naam over van haar man, Benjamin Eta, vandaar. Niet vermeld maar niettemin niet onbelangrijk voor de storm waarin ze terechtkwam: Benjamin Eta is een Duitser met een kleurtje.

Bagehorn-Eta was een Duits international die heel vroeg zwaar geblesseerd raakte en zich daarna toelegde op het trainersvak. Ze is de eerste vrouw die in de hoogste reeks van een G5-voetballand (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk) formeel is aangesteld als hoofdcoach bij een mannenploeg.

Enkele maanden voor ze de vrouwenploeg van Union Berlin onder haar hoede krijgt, promoveert ze intern van de U19 naar de hoofdmacht. Haar opdracht is simpel: de club in de Bundesliga houden.

Dat moet lukken. Union Berlin verloor op de 29ste speeldag met 3-1 van de kansloze laatste Heidenheim en zakte daardoor naar de elfde plaats in het Bundesliga-klassement met 32 punten. Met nog vijf wedstrijden te gaan staan ze zeven punten boven de degradatiezone, acuut gevaar is nog wat anders.

De 34-jarige Marie-Louise Eta was al eens interim-assistent-trainer tijdens het turbulente seizoen 2023-’24, toen Union Berlin in crisis verkeerde na het vertrek van Urs Fischer. Union Berlin moet een belletje doen rinkelen. De club wordt door haar unieke cultuur, sterke band met supporters en historische achtergrond in Oost-Berlijn beschouwd als een echte Kultverein.

De club staat bekend om haar gepassioneerde aanhang, het “Eisern Union”-spreekkoor en tradities zoals het jaarlijkse kerstzingen. Stadion An der Alten Försterei, in een mooi groen deel van Berlijn, werd grotendeels door fans zelf gebouwd.

Union Berlin behoort tot de progressieve clubs in het Duitse voetbal. Een vrouw, getrouwd met een gekleurde man, die trainer wordt in een progressieve club, u ziet de bui al hangen.

Ze stond al op de trollenradar. Toen Eta voor het eerst overnam in het seizoen 2023-’24 werd de vraag gesteld of ze de kleedkamer wel kon binnengaan. Ze zou ongewild een onderdeel van een man kunnen zien, stel je voor. De vraag lijkt niet of de vrouwen klaar zijn voor het mannenvoetbal, maar eerder of dat mannenvoetbal en het voetbalpubliek klaar zijn voor een vrouw.

Sinds bekend raakte dat Eta het glazen plafond doorbrak, zagen de internettrollen hun kans schoon om helemaal los te gaan. Zo schreef ene Rustem Ramarsch: “Welke man, laat staan voetballer, neemt een vrouw serieus als ze je iets over tactiek of voetbal wil vertellen?” En verder: “Wat als ze een seksuele voorkeur heeft voor sommige spelers en hen daarom altijd laat spelen?” Scrollend in zijn tweets krijg je het hele beeld van de trol. “Vrouwen doen het echt met iedereen, behalve met mij.”

In al zijn achterlijkheid maakt hij ongewild wel een punt. Geen paniek: neen, er is geen hormonale, fysieke, intellectuele of welke reden dan ook waarom een vrouw geen mannenploeg zou kunnen leiden.

Een voetbaltrainer wordt beoordeeld op opstelling, tactische richtlijnen, coaching vooraf, tijdens en na de wedstrijd en op wissels. Vrouwen kunnen dat evengoed als mannen. Voor beiden geldt de voorwaarde dat ze zich in het meest universele en toegankelijke spel hebben bekwaamd. Steeds meer vrouwen hebben tot en met de hoogste diploma’s behaald, niet zelden met onderscheiding of meer.

De aanvaarding van een trainer (m en v) is een lastige affaire. Trainers worden onderverdeeld in twee categorieën: zij die het spelletje nooit hebben gespeeld maar zich hebben aangeleerd en zij die het spelletje van in de tenen tot de hersenen hebben zitten. Die laatsten worden dan nog eens onderverdeeld in trainers die nooit de top hebben gehaald en trainers die zelf op het hoogste niveau hebben gespeeld.

Een vrouw heeft per definitie nooit mannenvoetbal gespeeld. Dat maakt haar niet meer maar ook niet minder kwetsbaar dan zelfopgeleide mannelijke coaches. Die laatsten worden bij de minste tegenslag al snel als laptopcoaches weggezet.

Het probleem van een vrouw als voetbaltrainer bij mannen is de kleedkamer. Als die klaar is om een theoretisch gevormde voetbaltrainer te geloven, man of vrouw, zal ze ook de coaching aanvaarden. Als je hoort wat sommige voetballers uitkramen, waar ze zich om bekommeren en welke ideeën ze uitdragen, lijkt die acceptatie nog niet voor morgen. Het is te hopen dat Union met Frau Eta alle wedstrijden wint en Union naar een andere trainer voor de vrouwenploeg op zoek moet.

Column Lange wielertenen in De Morgen van maandag 13 april 2026

Lange wielertenen

Van diepere en lucide inzichten over hoe het is uitgedraaid op dat slagveld tussen Compiègne en Roubaix blijft u deze keer gespaard. Maar we gaan het wel over wielrennen hebben.

Die UCI heeft in de aanloop naar Parijs-Roubaix, en al voorafgaand aan de Ronde van Vlaanderen, een verbod uitgevaardigd op het bandendruksysteem waarmee Visma-Lease a Bike wilde rijden. Dat heet Gravaa en is al sinds 2024 aanwezig in het peloton.

Visma-Lease a Bike probeerde het onder meer uit bij (de wielset van) Marianne Vos op het WK gravel in Leuven in dat jaar. Door het systeem kon ze eerst een leegloper opvangen en ook nog eens in de ultieme sprint Lotte Kopecky te grazen nemen met banden met meer spanning.

Prima systeem, duur systeem dat wel, en bij de Nederlandse ploeg van onder meer Van Aert waren ze helemaal mee. Tot het, drie maanden ver in het seizoen 2026, plots niet meer mag van de UCI. De officiële (drog)reden luidt dat het systeem niet beschikbaar is op de markt door het faillissement van de Noord-Brabantse uitvinders/producenten.

Wat dan weer niet klopt, want het failliete bedrijf is inmiddels overgenomen en het systeem is weer beschikbaar. De reden voor deze plotse beslissing is een combinatie van onwil en onkunde, versterkt door de perverse inborst van wereldsportbonden om zonder inspraak over hun sport te regeren.

Het probleem met deze beslissing is dat een oekaze vanuit Aigle niet kan worden aangevochten, zoals ook een oekaze vanuit Zürich door de FIFA niet kan worden aangevochten.

Die FIFA is met afstand de meest corrupte en minst ethische van alle grote sportbonden, maar de UCI is met afstand de slechtst geleide. Geen sport wordt slechter beheerd dan wielrennen, in die mate dat de beheerders van die sport stilaan een gevaar zijn gaan vormen voor de beoefenaars.

Een wereldsportbond heeft één grote taak: de sport reguleren zodat het speelveld duidelijk, overzichtelijk en zo gelijk mogelijk is. Althans niet te veel beïnvloed door niet-sportieve contexten. Voor wielrennen als meest dodelijke sport is prioriteit nummer één de veiligheid.

Controle op parcoursen, finish, aantal deelnemers in functie van het parcours, veiligheidsmaatregelen, aantal motoren, auto’s… bij elke World Tour-wedstrijd zou hetzelfde strenge draaiboek moeten gelden. In de praktijk is daar geen sprake van. Elke week weer voltrekken zich hele of halve voorspelde drama’s of worden die op het nippertje vermeden.

In Vlaanderen kunnen we dan wel denken dat het een seizoen is zonder veel valpartijen omdat crashes zoals in Dwars door Vlaanderen 2024 zijn uitgebleven, 2026 is nu al een seizoen met opvallend veel uitvallers. Daar hoor je de UCI niet over.

Liever een innoverend bandendruksysteem verbieden of boetes uitschrijven voor een open shirt, dan een stukje van die 25 miljoen euro uit de vierjaarlijkse olympische roompot investeren in innovatie rond veiligheid.

Onkunde is des mensen. Gelieve daar alleen niet mee te overdrijven, zoals domme dingen doen of dingen niet doen die beter worden gedaan. En bovenal: niet verontwaardigd zijn als buitenstaanders kritiek hebben.

Begin deze maand werd bij een bekende Belgische wielerpodcaster een brief bezorgd van de UCI. Reden: beledigende commentaren op sociale media. Onrechtstreeks dreigement: mag niet volgens Zwitsers recht en hou daarmee op of we spannen een proces aan. De podcaster heeft daarop klacht neergelegd bij de ethische commissie van de UCI.

De brief is op X te lezen, maar de naam van de ondertekenende senior member van de UCI is zwart gemaakt. Ik hoop maar dat het Peter Van den Abeele niet is, de Directeur Sports van de UCI. Die heeft destijds het postgraduaat Sportmanagement gevolgd waarin ik een luik had van drie uur “hoe omgaan met de media”.

Get into the discussion, address the issue, control the narrative: dat stond allemaal netjes op mijn slide. Nergens staat dat het oké is om journalisten te bedreigen, ook niet zelfvoldane podcasters. Zeker nooit een dreigbrief sturen, want je weet wat de ontvanger ermee zal doen. Zo geschiedde, en terecht.

Die lange tenen, het is een dingetje geworden in dat wielrennen en dat geldt niet alleen voor de UCI. Morgen moet onderzoeksjournalist Jan Antonissen van Humo voor de Raad voor de Journalistiek verschijnen na een klacht van Golazo. Die tillen zwaar aan een intens geresearcht verhaal over de belangen en vreemde kronkels van de UCI en medeorganisator Golazo bij het wereldkampioenschap van 2025 in Rwanda. Golazo vindt dat de schrijver moet worden gestraft. Laten we hopen dat die arrogante afzetters van Golazo worden afgestraft.

Column Fenomenologie in De Morgen van zaterdag 11 april 2026

Fenomenologie

Toen ik met dit vak begon, was het niet de gewoonte dat trainers persconferenties gaven. Het was zelfs niet de gewoonte dat trainers interviews gaven. Daar had je de spelers voor, de werkmensen van het voetbal.

Die schoot je aan na een training waar je onaangekondigd naartoe ging en, afhankelijk van het weer, vroeg of laat aankwam. Je kende de weg naar het spelershome, vaak niet meer dan wat oude zitbanken, frigo, tv en een biljartafel – een tapbiljart, later werd dat een snookertafel. Daar ging je wachten op de speler die je graag te woord stond.

Trainers kwamen weleens langs om een gemeenplaatsje te verkopen. Zoals: ‘niet op alles antwoorden’ of ‘geloof niet alles wat hij zegt’. Trainers, daar was vanuit het lezerspubliek niet zoveel vraag naar. Voetballers, die wilden ze lezen.

De eerste trainer die ik tot enkele woorden kon verleiden, moet Ernst Happel zijn geweest. Hij een zestiger, ik een prille twintiger, groen achter de oren. Hij antwoordde, maar wat en of het ergens op sloeg, dat weet ik niet meer.

De tweede was Paul Van Himst bij RWDM, meer technisch directeur of manager naar Engels model dan trainer. In herinner mij nog dat ene memorabele moment, hangend op de balustrade kijkend naar een trainingspartijtje, geleid door zijn veldtrainer. Die heette Hugo Broos.

Het was april en het zonnetje scheen. De altijd minzame Van Himst leek moe, ongeïnteresseerd. Of hij in dit lentezonnetje niet liever op de fiets zou zitten met de Merckx-vrienden, vroeg ik. Plots liep Van Himst leeg: dat hij het zo niet meer zag zitten, dat het zijn keel uithing, ‘de foebal’. Hij zei: “Schrijf het maar op gelijk dat ik het heb gezegd.” Enkele weken later was hij weg.

Mijn professionele interesse voor trainers overstijgt die voor spelers. Die laatste beroepsgroep is er, op enkele uitzonderingen na, gemiddeld niet slimmer op geworden. In tegenstelling tot pakweg de wielrenners. Die kon je in de tijd van Roger en Eddy en lange tijd daarna tot weinig meer verleiden dan euh…, ahbaja…, ken goe gerejen. Vandaag is het een feest om met wielrenners te praten.

Voetbaltrainers daarentegen zijn geëvolueerd van kegeltjeszetters en gelegenheidsfluiteniers bij wedstrijdjes tot voetbalfilosofen, halve goeroes en waarzeggers. Ik wens de collega’s die nog met hun beide voeten in het werkveld staan veel succes als ze volgend jaar in SK Beveren de hoofdtrainer gaan interviewen.

Die heet Marink Reedijk, een Nederlander. Hij was trainer bij onder meer de jeugd van Ajax en West Brom, zat in de trainersstaf in Arnhem en Roeselare, maar in België is hij bekend van zijn werk met de futures van Anderlecht, dat zijn de U23. En nu komt het: de in het trainersvak gepokt en gemazelde Reedijk is 34. Hij was al bondscoach van de U10 in Nederland toen hij zelf 18 was

Niet alleen dat: Reedijk is doctor of philosophy – I kid you not – en schreef zijn doctoraat over coaching. De titel: Teach me how to dance with you – A phenomenological exploration to improve my own (football) coaching. Fenomenologie is een filosofische stroming en onderzoeksmethode, gesticht door Edmund Husserl, die zich richt op de studie van de directe, geleefde ervaring van verschijnselen. Het doel is de werkelijkheid te begrijpen zoals die zich aan ons bewustzijn voordoet, zonder vooroordelen, theorieën of oordelen, vaak samengevat als “terug naar de dingen zelf”.

De thesis is te downloaden, maar of dat zo’n goed idee is, laten we dat in het midden houden. In zijn abstract wordt het al erg… abstract.

“Geleid door Heideggers perspectief was het doel om mijn eigen coaching fenomenologisch te verkennen; om te onderzoeken waar ‘coaching’ werkelijk om draait. Het werk wordt uitgevoerd via een eerstepersoons fenomenologische benadering (Van Manen, 1990), waarbij mijn fenomenologische bewustwording met betrekking tot mijn coachingspraktijk wordt gevolgd en gedeconstrueerd. De ‘bevindingen’ worden vervolgens gepresenteerd in vignetten die tot stand zijn gekomen via het proces van creatieve (non-)fictie. Elk vignette richt zich op de geformuleerde projectdoelstellingen, vervat in de onderzoeksvragen: ‘Hoe kan ik onderscheiden wat ik zie?’ ‘Wat zijn de voorafnames die aan mijn praktijk ten grondslag liggen?’ en ‘Wat zijn de verbanden tussen wat ik zie en wat ik doe?'”

Zoals gezegd, succes gewenst aan de collega’s in de media, aan de spelers in geel-blauw, maar ook aan Marink Reedijk Phd. himself. Als hij volgend seizoen vier keer op rij verliest, ligt ook hij buiten. Voetbaltrainer zijn is simpel: je moet af en toe winnen.

Column Vijf sterren plus in De Morgen van dinsdag 7 april 2026

446 watt

Het rondreizende theatergezelschap Remco & Red Bull speelt zondag een extra voorstelling in de Vlaamse Ardennen. De verbazing over de late aankondiging is terecht, maar misschien geldt dat nog meer voor de reacties daarop. Die liepen uiteen van ‘hoera’ over ‘we zullen zien wat dat wordt’ tot en met ‘een schande, zo liegen’.

Die laatste oprisping kwam dan vooral vanuit de hoek van de media, die maar bleven signalen krijgen dat er echt wel iets te gebeuren stond. Om niemand op de lange tenen te trappen, werd het gerucht telkens netjes gecheckt, waarna evenveel keer een nul op het rekest volgde. Dat heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe slecht ingeschat: wielrennen is hier een staatszaak en je liegt niet over staatszaken.

Wielrennen is in de eerste plaats een fysiologische afrekening, maar het psychologische aspect is even belangrijk. Evenepoel heeft het verrassingseffect aan zijn kant. Of hij op de Kwaremont alleen wegrijdt, dan wel hulpeloos wordt achtergelaten, dat zien we zondag.

Van psychologie gesproken. Mathieu van der Poel, die in de E3 Classic vorige week wegreed en werd ingehaald maar toch nog won, postte achteraf zijn geleverde vermogen gedurende het anderhalf uur dat hij alleen op pad was: 446 watt. Waarom, vroeg ik aan iemand in de ploeg, want Van der Poel en de ploeg staan erom bekend heel weinig tot geen prestatiegegevens te delen.

De reactie was: omdat hij er trots op is. Trots is menselijk, maar tegelijk een beetje naïef. Het doet denken aan Tim Wellens die vorig jaar tijdens de Tour in de korte rit (95 kilometer) naar La Plagne een hele tijd voor Tadej Pogacar op kop reed en de kopgroep decimeerde. Achteraf postte hij zijn geleverde vermogens: over 20 minuten 484 watt, over 60 minuten 444 watt en 90 minuten 402 watt. “Haters will say it’s fake”, gaf hij zelf mee als commentaar.

Je hoeft echt geen hater te zijn – niemand haat Wellens – om je vragen te stellen bij de juistheid. De kans dat het overschatte en dus ongeloofwaardige data zijn ligt meer voor de hand. Dat geldt ook voor wat de trotse Van der Poel postte.

446 watt gedurende 90 minuten is redelijk ongezien. Nogal wat lieden met kennis van trainingsleer in het wielrennen achten die waarde onwaarschijnlijk en dachten meteen aan een niet-gekalibreerde of manke vermogensmeter.

Rekent u even mee: 446 watt gedurende anderhalf uur, als je dat terugrekent naar de 60 minutenwaarde of wat dan in het jargon de functional treshold power (FTP) heet, kom je uit rond 500 watt.

Dat zou betekenen dat Van der Poel een uur lang 500 watt vermogen zou kunnen leveren. Met zijn gewicht (78 kilogram) komt hij dan uit bij 6,4 watt per kilogram lichaamsgewicht. Daarmee kan hij de Tour winnen, op voorwaarde dat hij dag na dag zou recupereren.

Vergelijken met Pogacar is lastig door het gebrek aan referentiedata. In 2024 zijn evenwel de instellingen van de Wahoo-fietscomputer van de Sloveen gelekt. Daaruit bleek dat zijn FTP-waarde op 415 was ingesteld. Drie mogelijkheden: het is de correcte waarde, of ze is opzettelijk onderschat, of ze is sinds 2024 verbeterd.

Delen we de 415 watt door het gewicht van Pogacar, dan komen we uit bij 6,3 watt per kilogram gedurende een uur. Dat ligt in lijn met wat wetenschapper Ole Kristian Berg in een artikel van november 2025 in het Journal of Science and Cycling publiceerde over zes beklimmingen in de voorbije twee Tours: Pogacar leverde toen gemiddeld 442 watt gedurende 40 minuten.

6,3 is buitenaards. En daar zou Van der Poel nog boven zitten? Een wereldcoureur, die Van der Poel, daar niet van, maar hij moest lossen op de Poggio terwijl Tom Pidcock eraan bleef hangen. Dat Van der Poel met zijn slechtere aerodynamica een hoger vermogen kan leveren dan Pogacar en zeker een hoger maximaal wattage haalt in de sprint is wel geloofwaardig. Maar een 85 watt hogere FTP dan de beste renner ter wereld, daar horen vraagtekens bij.

Gelukkig komt het in het wielrennen niet alleen aan op vermogens. De Ronde van Vlaanderen is geen tijdrit en ook geen Ardennen-klassieker, dat zal Evenepoel wel ondervinden. Vanaf kilometer 100 wordt het wegdek steeds slechter, worden de wegen steeds smaller en de vele collega’s rondom steeds nerveuzer.

Dat vreet energie en wie het best met die hectiek omgaat, de laatste 50 kilometer nog het meest in de tank heeft zitten en klaar kijkt, heeft een goeie kans op winst. In het zichzelf in een kansrijke positie manoeuvreren, zijn grote motor aanzetten als het moet en zelfs de kleinste kans op winst maximaliseren, daarin is Van der Poel beter dan wie ook in het wielerpeloton.

Column 446 watt in De Morgen van zaterdag 4 april 2026

446 watt

Het rondreizende theatergezelschap Remco & Red Bull speelt zondag een extra voorstelling in de Vlaamse Ardennen. De verbazing over de late aankondiging is terecht, maar misschien geldt dat nog meer voor de reacties daarop. Die liepen uiteen van ‘hoera’ over ‘we zullen zien wat dat wordt’ tot en met ‘een schande, zo liegen’.

Die laatste oprisping kwam dan vooral vanuit de hoek van de media, die maar bleven signalen krijgen dat er echt wel iets te gebeuren stond. Om niemand op de lange tenen te trappen, werd het gerucht telkens netjes gecheckt, waarna evenveel keer een nul op het rekest volgde. Dat heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe slecht ingeschat: wielrennen is hier een staatszaak en je liegt niet over staatszaken.

Wielrennen is in de eerste plaats een fysiologische afrekening, maar het psychologische aspect is even belangrijk. Evenepoel heeft het verrassingseffect aan zijn kant. Of hij op de Kwaremont alleen wegrijdt, dan wel hulpeloos wordt achtergelaten, dat zien we zondag.

Van psychologie gesproken. Mathieu van der Poel, die in de E3 Classic vorige week wegreed en werd ingehaald maar toch nog won, postte achteraf zijn geleverde vermogen gedurende het anderhalf uur dat hij alleen op pad was: 446 watt. Waarom, vroeg ik aan iemand in de ploeg, want Van der Poel en de ploeg staan erom bekend heel weinig tot geen prestatiegegevens te delen.

De reactie was: omdat hij er trots op is. Trots is menselijk, maar tegelijk een beetje naïef. Het doet denken aan Tim Wellens die vorig jaar tijdens de Tour in de korte rit (95 kilometer) naar La Plagne een hele tijd voor Tadej Pogacar op kop reed en de kopgroep decimeerde. Achteraf postte hij zijn geleverde vermogens: over 20 minuten 484 watt, over 60 minuten 444 watt en 90 minuten 402 watt. “Haters will say it’s fake”, gaf hij zelf mee als commentaar.

Je hoeft echt geen hater te zijn – niemand haat Wellens – om je vragen te stellen bij de juistheid. De kans dat het overschatte en dus ongeloofwaardige data zijn ligt meer voor de hand. Dat geldt ook voor wat de trotse Van der Poel postte.

446 watt gedurende 90 minuten is redelijk ongezien. Nogal wat lieden met kennis van trainingsleer in het wielrennen achten die waarde onwaarschijnlijk en dachten meteen aan een niet-gekalibreerde of manke vermogensmeter.

Rekent u even mee: 446 watt gedurende anderhalf uur, als je dat terugrekent naar de 60 minutenwaarde of wat dan in het jargon de functional treshold power (FTP) heet, kom je uit rond 500 watt.

Dat zou betekenen dat Van der Poel een uur lang 500 watt vermogen zou kunnen leveren. Met zijn gewicht (78 kilogram) komt hij dan uit bij 6,4 watt per kilogram lichaamsgewicht. Daarmee kan hij de Tour winnen, op voorwaarde dat hij dag na dag zou recupereren.

Vergelijken met Pogacar is lastig door het gebrek aan referentiedata. In 2024 zijn evenwel de instellingen van de Wahoo-fietscomputer van de Sloveen gelekt. Daaruit bleek dat zijn FTP-waarde op 415 was ingesteld. Drie mogelijkheden: het is de correcte waarde, of ze is opzettelijk onderschat, of ze is sinds 2024 verbeterd.

Delen we de 415 watt door het gewicht van Pogacar, dan komen we uit bij 6,3 watt per kilogram gedurende een uur. Dat ligt in lijn met wat wetenschapper Ole Kristian Berg in een artikel van november 2025 in het Journal of Science and Cycling publiceerde over zes beklimmingen in de voorbije twee Tours: Pogacar leverde toen gemiddeld 442 watt gedurende 40 minuten.

6,3 is buitenaards. En daar zou Van der Poel nog boven zitten? Een wereldcoureur, die Van der Poel, daar niet van, maar hij moest lossen op de Poggio terwijl Tom Pidcock eraan bleef hangen. Dat Van der Poel met zijn slechtere aerodynamica een hoger vermogen kan leveren dan Pogacar en zeker een hoger maximaal wattage haalt in de sprint is wel geloofwaardig. Maar een 85 watt hogere FTP dan de beste renner ter wereld, daar horen vraagtekens bij.

Gelukkig komt het in het wielrennen niet alleen aan op vermogens. De Ronde van Vlaanderen is geen tijdrit en ook geen Ardennen-klassieker, dat zal Evenepoel wel ondervinden. Vanaf kilometer 100 wordt het wegdek steeds slechter, worden de wegen steeds smaller en de vele collega’s rondom steeds nerveuzer.

Dat vreet energie en wie het best met die hectiek omgaat, de laatste 50 kilometer nog het meest in de tank heeft zitten en klaar kijkt, heeft een goeie kans op winst. In het zichzelf in een kansrijke positie manoeuvreren, zijn grote motor aanzetten als het moet en zelfs de kleinste kans op winst maximaliseren, daarin is Van der Poel beter dan wie ook in het wielerpeloton.