
Bruto persoonlijk geluk
Brief aan de fans,
meer in het bijzonder aan de ongelukkigste fans van het seizoen 2025-’26, die van RSC Anderlecht en KAA Gent.
Club Brugge, de meest gehate tegenstander voor zowel Anderlecht als Gent, is de verdiende kampioen. Anderlecht was dit seizoen weer eens geen partij en ook Gent doet al meer dan vijf jaar niet mee voor de titel. Pijnlijk, en het pijnlijkste is nog dat er voor uw beider ploegen en dus uzelf geen beterschap in zicht is.
Club Brugge-supporters staan erom bekend dat ze hun bruto persoonlijk geluk elke week opnieuw laten bepalen door winst of verlies en op jaarbasis door het al dan niet behalen van een prijs, de hoofdprijs: de titel. Die zijn nu euforisch.
Niet duidelijk hoe dat zit met de fans van Anderlecht, maar een halve tribune afbreken na een verloren bekerfinale is alvast geen goed teken. Ook in Gent leek het nog wel mee te vallen met de lokale voetbalploeg als barometer voor het eigen grote geluk. Hoewel, de enige titel dateert daar alweer van elf jaar geleden en dat leidt toch tot een hoop opgekropte frustratie.
Toen Club van 2006 tot en met 2015 nul titels behaalde, werden het Brugse bestuur en management om de haverklap ter verantwoording geroepen. Wie herinnert zich niet de beelden van Vincent Mannaert die in het toenmalige Ghelamco-stadion door de Brugse harde kern werd gesommeerd om na weer eens een verlieswedstrijd spitsroeden te komen lopen.
Dat soort onnozeliteiten leek een Brugse exclusiviteit. Inmiddels heeft de Anderlechtse kern al tig keer Neerpede belegerd, voorzitter en eigenaar weggehoond (en weggekregen, de voorzitter dan). Recent, na negen jaar zonder prijs, heeft het ook de spelerskern belachelijk gemaakt door vaker voor de tegenstander te juichen dan voor de eigen ploeg.
De fans van Gent konden niet achterblijven en maakten het nog bonter. Zij vergrepen zich niet aan de ploeg, maar pikten er één speler uit om die wedstrijd na wedstrijd in zijn hemd te zetten.
Wilfried Kanga, nota bene de Gentse topscorer (veel strafschoppen, dat wel), was al enkele weken de kop van Jut. Telkens als hij werd vervangen, wat een diepe spits wel vaker overkomt, werd dat op applaus onthaald.
Neen, een topspits naar aloude Gentse traditie is/was Kanga niet. Een bal bijhouden als targetspits is/was niet zijn fort en met een ontstellend zwakke Gentse opbouw was daar juist nood aan.
Even was er de hoop dat hij alsnog de nieuwe Darko Lemajic zou worden. Uitgelachen omwille van zijn onbeholpenheid, in zijn geval leek het op een gebrek aan inzet, maar toch een cultstatus verwerven, wie weet? Helaas, dat is Kanga niet gegund.
In tegenstelling tot de Engelsman Max Dean. In teksten en gedragingen een neanderthaler die ook nauwelijks een bal goed raakt, maar hij heeft wel de harten veroverd door als een gek van hot naar her te lopen.
Vorig weekend werd het dieptepunt bereikt. Kanga mag dan een Parijzenaar met Ivoriaanse roots zijn en dus het Gents/Vlaams onmachtig, hij is niet van gisteren en weet wat er rond zijn persoon speelt. Toen hij scoorde in Sint-Truiden liep hij naar de meegereisde supporters en legde zijn vinger op de mond.
Dat had hij volgens waarnemers en de club beter niet gedaan. Van de fans win je het nooit, luidt het adagium. Kanga dacht te hebben gescoord en gewonnen, vandaar die vinger op de mond, om vervolgens vast te stellen dat zijn doelpunt door de VAR werd afgekeurd. Waarop het dieptepunt in de recente Gentse voetbalgeschiedenis volgde: het gejuich in de Gentse tribune om de eigen afgekeurde goal klonk even luid als bij de fans van STVV.
Jammer dat de expo Buitenspel – Voetbal in de stad in het museum STAM in Gent maar tot eind deze maand loopt. Het had alsnog een passend extra standje kunnen zijn: hoe voetbal niet alleen de hersenen van de koppende spelers aantast, maar ook die van de supporters.
Donderdag miste Kanga op Union dan weer een strafschop en werd later onder gejuich vervangen. Dat komt nooit meer goed. Met twaalf doelpunten zal hij met meerwaarde worden verkocht en dat is uiteindelijk de enige finaliteit van dat hele Belgische voetbal.
Voetbalfans, ook die op hun Brugse wolk, moeten proberen zich voor ogen te houden dat het sportieve resultaat een bijkomstigheid is. Dat jullie clubs deel uitmaken van een winningsindustrie. De gedolven grondstoffen van de voetbalindustrie zijn geen ertsen of olie of gas, maar ruwe talenten die zodra ze half afgewerkt zijn weer worden doorverkocht. Een paar lessen sporteconomie kunnen elke voetbalfan helpen om meer lol en minder frustratie over te houden aan een stadionbezoek.








