Column over Brittney Griner in De Morgen van maandag 8 augustus 2022

Dubbele nachtmerrie

De krant The New York Times publiceerde vorige week een foto van IK-1 of Strafkolonie Nr. 1 in Novoye Grishino, een stadje ten noorden van Moskou. Het is een vroeger weeshuis, omgebouwd tot gevangenis voor vrouwen. Daar wacht de basketbalster en basketbal-ster Brittney Griner op haar terugkeer naar de Verenigde Staten. De tweevoudig olympisch kampioene is 2,06 meter en slaapt er op een te korte matras.

Haar terugkeer is voor ten vroegste over een paar weken, en ten laatste over negen en een half jaar. Dat is de straf die Griner heeft gekregen omdat ze twee ampullen met cannabisolie in haar bagage had zitten toen ze op 17 februari vanuit de VS op Sjeremetjevo landde en niet naar Jekaterinenburg vloog maar achter de tralies.

17 februari was precies een week vóór Poetin besloot om Oekraïne een bezoekje te brengen in het kader van zijn speciale militaire operatie. De troepenopbouw en het spierballengerol waren dan al een tijd aan de gang.

Dat Griner en al die andere buitenlanders die in Rusland sportten toch zo lang mogelijk zijn gebleven of tegen een heikele geopolitieke achtergrond toch zijn teruggekeerd, heeft te maken met contractuele verplichtingen. Maar evenzeer met kortzichtigheid. In Rusland was veel geld te verdienen, het meeste geld van de hele wereld in haar sport.

De keuze voor Rusland was al langer discutabel. Het was al veel eerder dan 24 februari 2022 een nare dictatuur, en dat hebben
die sportsterren heel even vergeten om te kunnen cashen. Andere Amerikanen als Jamierra Faulkner, Epiphanny Prince en Becky Hammon gingen nog een stap verder en lieten zich tot Russische naturaliseren, per speciaal presidentieel decreet, en speelden zelfs met de Russische nationale ploeg.

Voor wie het belangrijk vindt: de eerste twee zijn zwart, Hammon is blank en zij kreeg destijds de meeste kritiek. Zij is nu coach van het WNBA-team in Las Vegas en sprak haar gruwel al uit over wat Griner is overkomen. Dat is ongetwijfeld een nachtmerrie, maar als je
in hetzelfde tasje als je vaper cannabis (weze het in olie) binnen probeert te smokkelen in een land dat bekendstaat als erg streng voor drugs, dan geldt hiervoor geen andere kwalificatie dan dom, dommer, domst.

De uitleg nadat ze schuldig had gepleit, dat ze de cannabisolie nodig had om haar blessures te verzachten, moest als verzachtende omstandigheid gelden, maar klinkt als onzin. Griner wilde op tijd en stond een beetje high worden in haar appartement in Jekaterinenburg. Niet meer, maar ook niet minder. Dat is verboden in het land van haar werkgever en dat had ze moeten weten. Of het negen en een half jaar gevangenis wettigt, doet niet ter zake. Tien jaar had ook gekund want dat was het maximumtarief voor haar vergrijp, en die Russische strafmaat heeft voor alle duidelijkheid niks te maken met de gruwel in Oekraïne.

De nachtmerrie is dubbel: voor Griner en voor de Amerikaanse regering. Een zwarte, openlijk lesbische Amerikaanse atlete – de eerste lesbienne met een Nike-contract – gevangen in een land dat een grondige hekel heeft aan alles wat ook maar ruikt naar, aldus de Russen, westerse verdorvenheid zoals homorechten en drugs, wat moet je daarmee als je Joe Biden bent?

Mevrouw Griner, Cherelle, heeft al geklaagd dat Biden niet genoeg doet. Je zal maar president van de VS zijn en dan het dossier- Griner op je bordje krijgen. Enerzijds wil je niet in een conflict betrokken worden, maar je levert toch wapens en logistieke steun tegen een vijand. Waarna je aan diezelfde vijand beleefd moet vragen om één van je staatsburgers eventjes te pardonneren, hoewel die een vergrijp heeft gepleegd en daarvoor is bestraft volgens de geldende regels van dat land.

Niet makkelijk, het dossier-Griner, niet voor Griner en sympathisanten, maar nog minder voor de Amerikaanse regering. Dat de VS er nu aan denken om een atlete die voor het bezit van cannabisolie is veroordeeld te ruilen voor de grootste illegale wapenhandelaar van de wereld is helemaal absurd.

Olympische kampioenen in de bak, dat is een uitzondering. Met uitzondering van Mamo Wolde, winnaar van de marathon in 1968 en politiek gevangene in Ethiopië, lijkt het inmiddels wel een Amerikaans specialisme. Marion Jones (2000) loog over doping en zat een jaar vast. Tim Montgomery (2000) kreeg vijf jaar voor het dealen van heroïne, net als sprinter Bob Hayes (1964, een jaar). Cassius Clay, later Muhammad Ali, moest ook vijf jaar brommen, maar zat geen dag. Griner heeft de twijfelachtige eer de eerste olympisch kampioene te zijn die gevangen zit in een ander en openlijk vijandig land.

Column over CDK in De Morgen van 6 augustus 2022

Alles om het te maken

Grappige gimmick was het, en tegelijk ook veelzeggend: het filmpje van Charles De Ketelaere die op een rode knop duwde telkens als zijn naam door Italianen fout werd uitgesproken. Het duurde ook even voor er iets te horen was dat leek op zijn naam. Dat is veelzeggend omdat de uitspraak van zijn naam nu eenmaal niet voetbalplanetair bekend is.

Of daar verandering in komt, is de vraag. Maar als één Belgisch talent de potentie heeft om uit te groeien tot een wereldvoetballer, dan De Ketelaere. Het is niet bekend of de harde kern van AC Milan zich daarvan bewust is. Evenmin of ze genoegen nemen met deze mercato.

Tot dusver gaf de Italiaanse kampioen 39 en nog wat miljoen euro uit aan transfers, waarvan 32 miljoen voor een Belg die de modale Milanees vast nog niet was opgevallen. Het management heeft wel nog een maandje natuurlijk, maar als de nieuwe Amerikaanse eigenaars met Milan omgaan zoals de Glazers ooit omgingen met Man United – zuinig, zuiniger, zuinigst en de winst afromen – zal het rood-zwarte kot snel te klein zijn.

De Ketelaere heeft deze week op training, zijn eerste training, gescoord. In een oefenpartijtje acht tegen acht. En hij zou vandaag substantiële speeltijd krijgen in l’ultima partita amichevole tegen Vicenza. Dat stond in een krant. Het directe bewijs dat de prestaties van De Ketelaere voortaan onder een vergrootglas worden bekeken en het indirecte bewijs dat in ons land veel te veel over sport wordt geschreven.

Zo kwamen we ook van alles te weten over de familie – die was donderdag alweer thuis – en kregen we in de sportkranten een promo- interview met de makelaars die maar één doel voor ogen hadden: niet het geld was belangrijk maar het welzijn van de speler die ze al van hun zestiende begeleiden en hebben behoed voor het kwade.

We leerden ook dat Jozefien in Milaan was gebleven. Jozefien is het lief van Charles. Kinderen zijn er (nog) niet, en of Charles en Jozefien een huisdier hebben is een goed bewaard geheim. Desgevallend zal dat te gepasten tijde ook in de media verschijnen.

Jozefien is 20 en De Ketelaere 21. Dat is jong voor mensenkinderen die in de 21ste eeuw zijn geboren. Jozefien en Charles, van hotel mama naar een echt hotel, een suite mogen we hopen. Daar zitten ze nu, in afwachting van een mooie flat allicht, hopelijk met dakterras, een ontspanninngsruimte voor de community mét zwembad, maar bovenal met een goede, stille warmtepomp. In Milaan kan het in de zomer bloedheet zijn, in de winter berekoud en in de tussenseizoenen kan het alle kanten op, vaak met mist. Het is ook te hopen dat Jozefien goed met de auto kan rijden. Milaan in de spits lijkt een beetje op Caïro.

De Ketelaere heeft alles om het te maken in Milaan, maar hij is als een IKEA-meubel: er moet zelf nog wel wat aan gebeuren. Een goede raad: als er eens een vijsje lijkt te ontbreken of een poot verkeerd is ingedraaid, vooral geen paniek. Het al of niet slagen van De Ketelaere is zoals het samenzetten van zo’n Zweedse kast, het is vooral een mentale kwestie.

De Ketelaere dicht men flair toe als hij voetbalt. Dat is geen flair, dat is zijn manier van bewegen. Dat gebeurt achteloos, moeiteloos, zonder veel verspilling van energie. Zijn oog-voetcoördinatie is exemplarisch. Vreemd genoeg had hij dat ook met oog-hand want De Ketelaere was ooit een begenadigd tennisspeler, een topper in wording. Daar is dus een gen(combinatie) aan het werk die we nog niet kennen.

De Ketelaere in beweging op een voetbalveld is altijd in balans. Speelt hij in de spits, dan is hij Marco van Basten: korte draai, vista, snelle trap, gepast weglopen. Speelt hij lager, dan is hij een fluïde aanvallende middenvelder die ziet wat de spits vóór hem van plan is en die de juiste pass verstuurt. Als hij dat een paar keer met Zlatan Ibrahimovic zou kunnen flikken – hem bedienen op het juiste moment met de juiste snelheid – dan is zijn broodje gebakken. Het is vooral te hopen dat ze hem bij Milan zo diep mogelijk voorin posteren.

Als De Ketelaere in het kampioenenteam van AC Milan doorbreekt en een plaats verwerft onder de zon van de Serie A doet hij beter dan alle andere Belgen, inclusief de zogeheten gouden generatie. Romelu Lukaku is dat niet gelukt, hij had veel omwegen nodig. Vincent Kompany evenmin, hij moest via Hamburg. Noem ze maar op: Eden Hazard via Lille en Kevin De Bruyne, waar heeft die overal niet gezeten voor hij aan de top van de voedselketen terechtkwam? De Ketelaere van de Gistelsesteenweg in Sint-Andries kan de eerste Belgische voetballer worden die vanuit de Belgische competitie onmiddellijk een factor wordt in een topteam.

Column Ecologische voetafdruk in De Morgen van 1 augustus 2022

Ecologische voetafdruk

Paniek in Engeland. In het noorden is een cricketwedstrijd haast niet kunnen doorgaan. Een jonge speler is onwel geworden in zijn eerste ODI (one day international). Dat gebeurde in Chester-le-Street, in de county Durham. In het noorden! Waar het nog meer regent en koeler is dan in de rest van het eiland, was het zo bloedheet afgelopen weekend dat de spelers uitzonderlijk waterstops kregen. Die jongen kon er desondanks niet tegen.

Hitte en sport is een steeds terugkerend item als er over niet veel anders te berichten valt en als het uitzonderlijk heet is. In de zomer dus. Topsporters leren best met hitte om te gaan. Olympiërs weten dat al langer. Ik kan mij behalve Sydney in 2000, waar het de ene dag winter en de andere dag hoogzomer was, geen Olympische Spelen herinneren waarin het niet zestien dagen bloedheet was. Tokio 2021 en Peking 2008 spanden de kroon.

Ook de Tour de France Hommes kreeg met de hitte te maken en opnieuw werd de paniektrom geslagen: wordt het niet veel te heet om te koersen? Het wórdt veel te heet en dat is onze eigen schuld, maar als er nu één sport is die wat hitte kan hebben, dan wel wielrennen. Bij sommige andere sporten is de paniek soms wel terecht.

Ik heb ooit in een moordend heet Sevilla op het WK atletiek van 1999 de laatste kilometer van de 50 kilometer snelwandelen traag gewandeld. (Niet uit vrije wil, maar omdat we met de viplimo van toen nog gewoon vooraanstaand IOC-lid Jacques Rogge door dat afgrijselijke snelwandelen niet meer tot aan het stadion geraakten.)

Het kwik scoorde ruim boven de veertig graden. Wij uit de auto. Puffend onze weg verdergezet, maar zie, daar kwamen de wandelaars aangehobbeld. Dat beeld van die uitgemergelde, uitgedroogde halve lijken die wanhopig uitkeken naar de poort van het stadion, waar ze nog een rondje moesten heupwiegen, het zal mij altijd bijblijven.

Maar vooral dan toch het beeld van de Mexicaan die was beginnen te lopen in achtervolging op een official die hem in de laatste kilometer had uitgesloten omdat hij voor de derde keer fout had gehobbeld. De official was geen partij voor de Mexicaan en het kwam tot een handgemeen.

Langeafstandslopen en snelwandelen en alle events in de buitenlucht waar ze ook al snel twee, drie uur of langer over doen zijn veel gevaarlijker in de hitte dan wielrennen. Wielrenners hebben nog het geluk van hun hoge snelheden die vanzelf afkoeling geven. Net als de vertering van voedsel een discriminerende factor is in topsport is de vertering van hitte dat ook. Wie niet tegen de hitte kan, moet wat trager rijden en minder kilojoules verbranden en zodoende minder warmte genereren, het is niet anders.

Te heet is te heet natuurlijk. Zoals wanneer je het zweet niet meer kwijt kunt. Daarvoor bestaat in de wielrennerij zoiets als een hitteprotocol. Technisch gezien had dat in de Tour de France een paar keer kunnen worden toegepast, maar wat moet je dan met het vipvertrekdorp, met het vipaankomstdorp, met de rechtstreekse uitzending? Met de karavaan? De Tour is de Tour, heiliger dan heilig in Frankrijk en voor het peloton dat met corona heeft beseft dat het de almacht van ASO voor eens en voor altijd zal accepteren.

Dat de koers zich vragen stelt over het klimaat kan best. Het klimaat kan zich veel meer vragen stellen over de koers. Wielrennen
is met de fiets rijden. Dat is de meest ecologisch verantwoorde vervoersmodus, na wandelen. Paradoxaal toch dat op deze planeet wellicht geen sport te vinden is met een zwaardere ecologische voetafdruk dan het wielrennen in het algemeen en de Tour de France en de andere grote rittenwedstrijden in het bijzonder.

De Tour is een rondtrekkend circus en zoals bekend zijn verplaatsingen de grootste uitstoters van CO2. QuickStep-Alpha Vinyl berekende dat de jaarlijkse CO2-uitstoot gelijk was aan een auto die 179 keer rond de wereld rijdt of 539 retourvluchten tussen Brussel en New York. Dat is voor een heel seizoen wellicht een flinke onderschatting.

Om al deze CO2 te compenseren zijn 3.099 voetbalvelden aan bos nodig. Om dat te compenseren helpt QuickStep mee een bos te planten. Niet in Wevelgem, waar elke boom een feest is, maar in Bretagne. Lovenswaardig, maar wel greenwashing. Overigens is er voor 2022 niks meer te vinden van het zogenaamde #itstartswithus.

Doe dat voor de Tour maal 22 ploegen, reken daarbij de verplaatsingen van meer dan honderdduizend mensen elke dag over een afstand van honderd kilometer of meer, allemaal in auto’s met verbrandingsmotoren. Rij de Galibier op een dag voor de Tour en kijk wat daar allemaal geparkeerd staat in de mooie natuur en je beseft op slag dat wielrennen op deze schaal, met deze logistiek, onmogelijk vol te houden is.

Column Positieve discriminatie in De Morgen van 30 juli 2022

Positieve discriminatie

De sportzomer van 2022 is een bijzondere sportzomer, nu al, en we zijn nog niet eens halfweg. Het is de zomer van de sportvrouw, tot 2022 mediageniek schromelijk verwaarloosd in twee sporten waar de Vlaming een beetje wild van is: voetbal en koers.

Misschien heb ik ooit een andere zomer onder een steen gezeten, maar in mijn beleving is het een dijkbreuk dat voor het eerst alle wedstrijden van het EK voetbal (voor vrouwen) worden uitgezonden. Dat EK vindt plaats in Engeland, het land dat beweert voetbal te hebben uitgevonden. De klassieke Engelse voetbalfan loopt niet wild voor het EK en dat is een understatement.

Wie al eens bij een voetbalwedstrijd in Engeland was, zal dat niet verbazen. Je ziet mannen, in kostuum of in jeans. De academicus, door de week lunchend in zijn poshe eliteclub, naast de vrachtwagenchauffeur, die drie keer per dag in zijn cabine eet en slaapt. Iedereen vloekt en schreeuwt. Bijna zonder uitzondering passeren ze langs de pub vooraf en achteraf. Soms zijn er vrouwen in hun gezelschap, meestal niet. Voetbal is in Engeland, zeg maar Groot-Brittannië, a man’s game.

Het besef dat vrouwen ook kunnen en vooral willen voetballen, kwam toen (de nog bitter jonge) Keira Knightley de hoofdrol vertolkte in Bend It Like Beckham. Die hele goede film werd druk bekeken en becommentarieerd, door oud, door jong, door vrouwen, door mannen, maar toch vooral voor de jonge vrouwenlichamen en in het bijzonder nieuwe beauty Knightley.

In The Guardian verscheen midden in het EK een verhaal, meer een exposé. ‘Waarom deze krant volop bericht over het EK en hoe de trollen van antwoord te dienen.’ Het was een verschoning, heel erg voorspelbaar: journaliste volgt EK voor vrouwen en maakt zich boos over de berichten die ze in haar mail vindt. De teneur van de mailers was duidelijk: stop met ons dat vreselijke vrouwenvoetbal door de strot te duwen.

Vrouwenvoetbal is niet vreselijk, het is anders dan mannenvoetbal. Toegegeven, het staat (voorlopig) verder af van de mannenversie dan andere balsporten zoals vrouwenvolleybal – vaak mooier dan bij de mannen – en vrouwentennis. Vrouwenbasketbal staat ook ver af van het fysieke ‘above the rim’ van de mannen, maar de lichamelijke handicap van de vrouw tegenover de 3,05 meter hoge ring levert andere, heel aardige sport op.

Vrouwenvoetbal is geen andere sport. Het is traag en minder krachtig dan mannenvoetbal, de versie die de maat der dingen is. Daarom wordt het vaak aangezien als een flauw afkooksel. Spanning kan veel goedmaken en dat ontbreekt nogal eens. Wat zou helpen is het veld korter maken, de doelen kleiner en de bal lichter, maar daar willen de vrouwen niet van weten.

Veel sport wordt geconsumeerd door kijkers die graag baasjes zien bewegen, genieten van af en toe wat opwinding en op tijd en stond wat spanning. Of het technisch en tactisch klopt, daar ligt de gemiddelde voetbalconsument niet wakker van omdat hij/zij er in wezen niks van snapt. Vrouwenwielrennen wordt doorgaans beter onthaald dan vrouwenvoetbal. Als Marianne Vos, Lotte Kopecky en Lorena Wiebes naar de meet stormen, rijden ze tien kilometer per uur minder snel dan de mannen, maar dat maakt niks uit. Een sprint is een sprint, een klim is een klim en wegrijden van een concurrent is even mooi bij vrouwen als Jonas Vingegaard die Tadej Pogacar lost.

Hooguit zijn er die vreemde momenten in een vrouwenpeloton waarbij helemaal niks gebeurt, maar internationaal is er alvast de laatste jaren geen gebrek aan vuurwerk. Of er zijn de rare valpartijen en de veronderstelling dat vrouwen niet zo goed kunnen sturen. Dat ook de mannen vreemde valpartijen veroorzaken op plekken in het parcours waar je dat niet verwacht, wordt gemakshalve over het hoofd gezien.

Blijft de vraag of we de topsportster een dienst bewijzen met positieve discriminatie zoals het uitzenden van het EK voetbal en de Tour de France Femmes. Wellicht wel. Of vrouwensport daardoor ooit evenveel kijkers en bezoekers zal trekken als mannensport, en dezelfde economische waarde zal genereren? Neen, dat is niet realistisch. Sport is tenslotte uitgevonden voor en door de man en verder ontwikkeld in functie van zijn hormonen, en daarom zal de mannenversie ook de vrouwelijke consument meestal meer boeien.

Als het uitzenden van vrouwentoernooien helpt om vrouwentopsport te ontwikkelen, te professionaliseren, naar een hoger niveau te tillen, is de missie geslaagd. Als het gevolg daarvan is dat méér vrouwen een salaris krijgen en daardoor van hun sport kunnen leven, zonder de sterren te veel te betalen zoals bij de mannen, kan het vrouwenmodel zelfs als voorbeeld dienen.

Column Andere Tijden in De Morgen van 25 juli 2022

Andere tijden

Deze Tour is de snelste uit de geschiedenis. De 42,5 kilometer per uur is sneller dan Lance Armstrong in 2005. Toen reden ze met een gemiddelde van 41,7 naar Parijs. Haal de verdachtmakingen maar boven, maar let een beetje op.

De meeste spectaculaire etappe van de laatste week was die naar Hautacam. Jonas Vingegaard won die. Tadej Pogacar werd tweede. Het was een superetappe, zonder supertijd. Maar liefst zeventien renners reden ooit Hautacam sneller op dan Vingegaard. Pogacar had de 31ste tijd. Ze deden er twee en drie minuten langer over dan Bjarne Riis in 1996. De snelste 25 beklimmingen van die berg dateren overigens van de edities 1994 en 1996, met uitzondering van Vingegaard dit jaar en Armstrong die op dertien staat.

Dit zijn andere tijden. Als het Tour-peloton sneller naar Parijs is gefietst dan ooit tevoren zegt dat niks over een eventueel nieuw wondermiddel maar alles over de parcoursopbouw, het voluntarisme van de renners en de gemiddelde kwaliteit van de Tour-renner.

Ja, de hegemonie van Team Jumbo-Visma is opvallend. Neen, dat is niet hetzelfde als verdacht. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de TJV-staf zich met zijn rennersbegeleiding in de grijze zone begeeft. TJV mag dan al geen grote fan zijn van Strava, hun prestaties zijn fysiologisch niet buitenaards.

Alle clementie voor het Nederlands-Belgische TJV ten spijt, als UAE of Bahrain-Victorious het geel, het groen en een hele zak ritten had gewonnen, dan zouden er op de persconferenties heel vervelende vragen zijn gekomen. Meer zelfs, dan hadden ze al de Franse politie op hun dak. Het wordt trouwens hoog tijd dat de resultaten van die invallen bij Bahrain openbaar worden gemaakt. En als er geen resultaten zijn, dat er dan excuses komen.

Voor koersland België is het geel van Vingegaard ondergeschikt aan het groen van Wout van Aert. Navelstaarderij van de ergste soort. Er is maar één trui die telt in deze wedstrijd en dat is die gele die ze gisterenavond na drie weken hebben uitgereikt aan die Deen op de Champs-Elysées. Al het andere is geneuzel in de marge, te vergelijken met de prijs voor de beste kostuums op de Oscar-uitreiking.

Kan Van Aert de Tour winnen? Die vraag kwam vorig jaar al een keertje opborrelen nadat hij zowel een bergrit, een tijdrit als een massasprint had gewonnen. De repliek was toen voor de hand liggend: hij heeft die ritten gewonnen omdat de toppers niet thuis gaven en hij tussenin wat snipperdagen kon nemen. Dat klopte enigszins voor de editie 2021, maar niet dit jaar.

Een snipperdag in 2022 betekende dat Van Aert vanaf de eerste honderd meter een ontsnapping in gang zette. Tot grote ergernis van de helft van peloton, die meteen verplicht waren van in het begin te koersen. Dat ze boven de 42 gemiddeld zijn uitgekomen dit jaar is voor een groot deel de verdienste van de superstrijdlustige Van Aert.

Deze Tour heeft hij bewezen dat hij dag na dag na dag kan recupereren. Hij kan gaan, kan weer gaan, nog eens gaan en als hij heel veel is gegaan en het bobijntje stilaan moet aflopen, kan hij ook nog een tijdrit winnen.

Waarom zou Van Aert de Tour niet kunnen winnen? Die vraag werd deze week gesteld. Eén antwoord sprong eruit, dat van zijn trainer Marc Lamberts. “Top tien misschien, maar winnen niet. Wout heeft geen vetreserve, dus lichter worden kan niet. Bovenlichaam alleen vermageren, hoe doe je dat? De drempel van Wout ligt 0,6 watt per kilogram lichaamsgewicht lager dan de drempel van de beste klassementsrenners.”

Johan Bruyneel denkt ook dat Van Aert niet de juiste fysiologie heeft om de Tour te winnen. Armstrong denkt dan weer van wel, maar geeft toe dat Bruyneel er meer van kent. Bruyneel vergeleek hem qua gabarit met Miguel Indurain en eerder al kwam ook Eddy Merckx ter sprake.

Het is goed om de mensheid eraan te herinneren dat dit andere tijden waren. In de jaren zeventig reed het hele peloton op anabolen en corticosteroïden; in de jaren negentig op hoog octaanbenzine. Indurain was klant bij preparatore professore Francesco Conconi. Die zocht naar een methode om epo op te sporen, cashte daarvoor elk jaar een miljoen dollar van het Internationaal Olympisch Comité en spoot daarmee zijn sporters vol om dan doodleuk tegen het eind van het jaar te verklaren dat hij veel progressie had gemaakt, maar de methode, neen, die had hij nog niet.

Van Aert is geen Indurain. Als Van Aert de Tour wil winnen, zal hij naar Parijs op bedevaart moeten en een parcours met twee lange tijdritten en hoogstens twee aankomsten op een lange col moeten afsmeken. Of hij moet Fransman worden, dan mag hij zijn ideaal parcours zelf invullen.

Column Club Bayern in De Morgen van zaterdag 23 juli 2022

Club Bayern

België is het Duitsland van de kleine voetbalcompetities geworden. Het Bayern van België is Club Brugge en dat heeft het voor de helft aan zichzelf te danken, en voor de andere helft aan Royal Sporting Club Anderlecht en in mindere mate aan Standard de Liège.

Dat die laatste club het niet meer trekt in het door Vlaanderen gedomineerde voetbal en als regionaal boegbeeld mee ten onder gaat met Wallonië, daar zit nog enige logica in. Maar Anderlecht? In de nog te schrijven geschiedenis van de Jupiler Pro League in de 21ste eeuw zal aan de teloorgang van de hoofdstedelijke grootheid meer dan één hoofdstuk worden gewijd.

Wie had ooit kunnen voorspellen dat het fiere, haast aristocratische paars-wit een meeloper zou worden, vijf jaar lang geen prijs meer zou pakken?

Niemand? Toch wel. Ik ken iemand. Ik leerde hem kennen in 2001. Hij was toen makelaar en is dat nog steeds. In 2003 zei hij: “Let op mijn woorden: Herman Van Holsbeeck gaat nu naar Anderlecht. Hij heeft Lierse naar de kloten geholpen en binnen vijf jaar is Anderlecht naar de kloten.” In een moeite deed hij de mechanismen achter de teloorgang haarfijn uit de doeken.

De makelaar, met wie ik nog steeds contact heb, herinnert mij af en toe aan zijn profetische woorden. De man zijn groot gelijk kwam wat later dan verwacht, maar dat had dan weer vooral te maken met het instituut dat zich zo moeilijk liet slopen. Anderlecht won zijn laatste titel en supercup (twee prijzen) in 2017.

Anderlecht was een vehikel geworden om een aantal mensen slapend rijk te maken, wel vaker de finaliteit van het voetbal. Zolang de omloopsnelheid van het voetbaltalent in Neerpede hoog bleef, en op de in- en uitgaande transfers genoeg kon worden getoucheerd via de juiste tussenpersonen, was al de rest (ook het sportieve) bijkomstig.

De twee Brabanders die Club Brugge leiden hebben goed gekeken naar Anderlecht en hebben vooral gezien hoe het niet moet. Uiteraard is persoonlijke verrijking ook hen niet vreemd, getuige daarvan de recente verkoop van hun aandelen aan een Amerikaanse investeerder. Met dat verschil dat ze pas cashten nadat ze van hun club het powerhouse van het Belgische voetbal hadden gemaakt en de club ook nog eens beter werd van die transactie. Zo’n handelswijze heeft een naam: goed beheer. Dat ze daarvan de vruchten konden plukken met een Anderlecht in volle dégringolade was toeval, maar maakt het des te pijnlijker.

Club is nu voor de derde keer op rij kampioen geworden en voor de vierde keer in vijf jaar. Het heeft nog wel even te gaan voor het echt het Bayern van België is; die van München zijn voor de tiende keer op rij kampioen.

Club Brugge is niet onklopbaar, ook vorig jaar niet. Gent speelde vier keer tegen de kampioen en won drie keer. Die ene keer dat het verloor, thuis en onterecht, heeft het rechtgezet in de terugwedstrijd in Brugge. Alles opgeteld werd het 10-1 voor de Gentenaars. Maar Gent haalde play-off 1 niet, Club wel en daarin knikkerde het Union van de leidersplaats om die niet meer af te staan. Zo werkt een competitie. Je mag al eens een aantal wedstrijden minder zijn, maar regelmaat loont.

Het seizoen 2022-’23 wordt onverwacht spannend. Toen iedereen ervan uitging dat er nog een tijdje met achttien in eerste klasse zou worden gevoetbald, kwam een onverwachte aap uit de mouw: vanaf 2023 zijn er weer zestien ploegen, een play-off 1 met zes ploegen en de punten blijven gehalveerd. Dat was een nederlaag voor Club Brugge, dat de halvering van de punten liever zag verdwijnen omdat die ingreep de verdienste van de regelmaat in het reguliere seizoen teniet kan doen. Terug naar zestien was ook een nederlaag voor de kleine clubs die nu al badend in het zweet wakker worden van het schrikbeeld van drie rechtstreekse dalers.

Ondertussen is gebleken dat de salarissen nieuwe recordhoogtes hebben bereikt. De meeste clubs hebben een negatief eigen vermogen of geen buffer. In het plan van de nieuwe CEO van de Pro League, Lorin Parys, wordt voor het seizoen 2023-’24 een negatief eigen vermogen bestraft met puntenaftrek.

Dat wordt nog leuk: clubs die zich in de winter blauw betalen aan salarissen van inderhaast inkomende spelers om hun seizoen te redden, om vervolgens een seizoen later punten te moeten inleveren. De inzet van het komende seizoen is niet wie kampioen wordt, wie play-of 1 haalt en wie Europees mag spelen. De belangrijkste strijd van 2022-’23 is financieel-economisch.

Column over Jan Ullrich in De Morgen van maandag 18 juli 2022

Mythische renners

Er is een boek verschenen over Jan Ullrich, geschreven door Daniel Friebe. Jan Ullrich: de man, de mythe, de waarheid, zo heet het boek, uitgegeven bij Thomas Rap. Het leest als een trein, de hollandismen in de vertaling moet u er wel bij nemen.

Niet toevallig dat het nu verschijnt, exact 25 jaar na zijn eerste en laatste Tour-overwinning. Eerste en laatste, jawel. Zijn palmares met een Tour (1997), een Vuelta (1999) en olympisch wegritgoud (2000) valt al bij al mager uit voor iemand die door velen die zijn pad kruisten – niet het minst Lance Armstrong – de grootste motor op een fiets werd genoemd. The best there never was, is de toepasselijke ondertitel in het Engels.

Ik ben het boek pas beginnen te lezen toen ik in het Hoge Noorden regenbuien moest uitzitten. Zonde, want die zondag in Rostock, toen ik wachtend op de ferry van een dag later naar Warnemünde fietste, ben ik zowaar door Lütten Klein gereden, het Linkeroever van Rostock. Blijkt uit het eerste hoofdstuk dat kleine Jan daar is opgegroeid en daar de pletsen tegen zijn kop kreeg van zijn agressieve vader die later het gezin zou verlaten.

Een treurige typische DDR-woonwijk, zoals Friebe het omschrijft, is Lütten Klein nu ook weer niet. Meer zelfs, enkele kilometers verder liggen van de mooiste stranden van de Oostzee, waar de nomenklatoera van de SED kwam verpozen. Je kon veel slechter opgroeien. Friebe heeft rond Ullrich alles en iedereen kunnen bevragen, alleen Ullrich niet. Ondanks het gemis van Ullrich blijft het een erg lezenswaardig en meticuleus geresearcht boek.

Ullrich is een mythe geworden. Frank Vandenbroucke bij ons en Marco Pantani: evengoed mythes. Dat zagen we onlangs nog in een prachtige maar al even leugenachtige docu met de vrienden van Pantani. Neem die drie en doe er nog Armstrong bij en je hebt de vier meest besproken en beschreven renners van rond de eeuwwisseling. Met dat verschil dat het palmares van Armstrong met zeven Tour de France-overwinningen de mythe rechtvaardigt. Twee van de vier zijn dood, Ullrich was bijna dood. Alleen Armstrong heeft de storm van zijn bestaan doorstaan.

Armstrong is iets meer dan twee jaar ouder dan Ullrich, maar al in 1993 stonden ze op dezelfde pagina. Armstrong werd in een helse regenbui wereldkampioen in Oslo. Hij was amper 22 jaar en had op kop gereden met een jagende Miguel Indurain in de achtervolging en alleen wat corticoïden in het lijf, terwijl Indurain toen al aan de epo zat. Een dag eerder had Ullrich bij de amateurs gewonnen.

Armstrong vond Ullrich de enige ernstige bedreiging in zijn Tour de France-jaren. Pantani? Mayo? Te kleine motoren. Ullrich, dat was andere koek. Maar volgens zijn eigen trainer Michele Ferrari dwaalde Armstrong. “Hun fysiologische waarden zullen niet ver uit elkaar liggen, maar Lance reed zoals de Kenianen lopen: efficiënter.”

Ter aanvulling op het boek krijgt u nog twee anekdotes mee. Ze typeren hoe het er in die tijd aan toe ging.

De Tour van 2003 had Armstrong nooit gewonnen als Ullrich niet ziek was geworden aan het begin van de Tour. Dat was eigen schuld dikke bult, want Ullrich had zich een koortsaanval op de nek gehaald omdat hij met slecht bewaarde Actovegin had gewerkt. Actovegin was toen nog toegestaan. Het is afkomstig van kalfsbloed en bevordert de zuurstofhuishouding in het bloed.

Pas in de tweede week kwam Ullrich weer een beetje bij en reed hij in de tijdrit naar Cap Découverte Armstrong in de vernieling. In de laatste tijdrit naar Nantes verkende Armstrong het parcours wel en Ullrich niet. De Duitser kwam in de regen ten val op een rotonde en verloor de Tour met één luttele minuut.

Een jaar later zou het dan gebeuren. Maar Armstrong was in 2004 beter dan in 2003. Ullrich trouwens ook. Hij was beginnen te ‘werken’ met dokter Eufemiano Fuentes in Madrid om bloeddoping te organiseren buiten de ploeg. Armstrong had Manuel Beltrán overgekocht van T-Mobile en wist zo dat Ullrich bij Fuentes klant was, net als nog twee van zijn eigen ploegmaten.

Halverwege die Tour, toen de karavaan in de Pyreneeën was aanbeland en een levering bloed uit Madrid op weg was naar een appartement dat dokter Fuentes maanden van tevoren al had gehuurd, liet Armstrong een niet nader genoemde renner van zijn US Postal-ploeg de bestelling afblazen. Het was te gevaarlijk, er was te veel politiecontrole. Fuentes, met maar lieft zes gsm’s op zak, was toen al paranoïde. De bloedzakjes voor de drie van US Postal bereikten zo nooit de Tour. Het bloed van Ullrich evenmin. Armstrong had drie van zijn pionnen ingeruild voor de koningin van de andere kant. Schaakmat volgde.

Column Jonas Vingegaard Rasmussen in De Morgen van zaterdag 16 juli 2022

Jonas Vingegaard Rasmussen

Het wielrennen treft het als kleine sport met zijn nooit vervulde mondiale ambities niet. Alleen wildwaterkajak rekende dit jaar voor het spektakel in de grootste wedstrijd van het jaar op de onbaatzuchtige inbreng van Slovenen. De voorbije week heeft de Tour de France er voor de gele trui een derde hoofdrolspeler bij gekregen: een bleke Deen, vel over been, Jonas geheten.

Nog niet zo heel lang geleden werkte die in een vismijn en hij blinkt niet uit in boeiende teksten. Of het een met het ander te maken heeft, is niet duidelijk, maar veel schiet je als sport op zoek naar internationale exposure met Jonas Vingegaard niet op.

Helemaal juist: dit mag niet ter zake doen. De fanatieke wielerliefhebber zal dit terecht onrespectvol vinden ten aanzien van de atleten in de mooie sport die het wielrennen absoluut is, maar het is wel de keiharde realiteit. Paradoxaal misschien, maar eind vorige en begin deze eeuw stond het wielrennen er beter voor, en dat ondanks alle schandalen. Toen Amerikanen nog de dienst uitmaakten. Toen ook – even vloeken in de kerk – epo nog in zwang was en de renners er niet uitzagen als hongerstakers. Toen kreeg je de Tour de France ongevraagd in samenvatting in alle lounges van alle luchthavens over de hele wereld.

Sinds de defenestratie van Lance Armstrong is wielrennen er inzake internationale impact niet bepaald op vooruitgegaan. De enige Amerikanen die nu nog af en toe worden vernoemd, rijden op kop voor UAE (voor een Sloveen) of voor Jumbo-Visma (voor een Sloveen en een Deen).

Een Deen op één, waar en wanneer hebben we dat nog gezien? In 1996 natuurlijk, met Bjarne Riis. En in 2007, meer in het bijzonder toen Alberto Contador op de Col d’Aubisque leider Michael Rasmussen bestookte. Rasmussen hield stand, counterde en pakte nog meer tijd op de Spanjaard. Waarna hij nog diezelfde avond door zijn ploeg werd verplicht op te geven. Rasmussen had gelogen over zijn verblijfsgegevens om een dopingcontrole te omzeilen en dat kon het veelgeplaagde Rabobank er niet nog eens bij hebben.

Jumbo-Visma is zowat de erfgenaam van het Rabo-model, en Jonas Vingegaard heet voluit Jonas Vingegaard Rasmussen, maar verder gaat de vergelijking niet op. Team Jumbo-Visma, met drie Belgen waarvan één in een absolute hoofdrol tegenover één anonieme Nederlander, is meer een Belgische dan een Nederlandse ploeg, terwijl Rabobank in 2007 vier Nederlanders opstelde in de Tour, met Michael Boogerd als medekopman.

Aardig detail is wel dat ook Grischa Niermann in die ploeg van 2007 reed. Later werd die Rabo-selectie in meer dan één achtergrondverhaal neergezet als ‘zonder uitzondering gedopeerd’. Vandaag is Niermann de meest welbespraakte ploegleider bij Jumbo-Visma. Tijden zijn veranderd, wielrennen zeker en mensen veranderen ook.

Bovendien is het nagenoeg ondenkbaar dat de controlefreaks van TJV – en dat is een compliment, want zo hoort het – hun Jonas ook maar een moment uit het oog zouden hebben verloren. Het is niet omdat zijn laatste training op zijn Strava-account dateert van jaren geleden dat ze bij het team niet weten waar, wanneer en wat deze man op zijn fiets(en) uitvreet.

De conclusie na de eerste week luidde: Tadej Pogacar is de beste. ‘Voorlopig’ had daar bij gemoeten. De conclusie na de tweede week? Jonas Vingegaard is de beste. Voorlopig. De derde week is die van de Pyreneeën. Wie wordt daar de beste? Twee en een halve minuut goedmaken, waar moet dat gebeuren?

Bergop is de Deen de betere van de Sloveen, die in de rit naar de Granon te veel van zijn pluimen liet en alle twijfels bevestigde: minder in de hitte en beter op korte hellingen dan op lange cols. Bergaf is Vingegaard de mindere, maar als hij daar de rol moet lossen, heeft hij nog zijn sterk blok om hem terug te brengen.

Het verloop van de Tour 2022 is een voortzetting van die van 2021. Niet alleen doet Wout van Aert in 2022 zowat overal zijn goesting zoals in 2021, ook Vingegaard liet zich vorige editie al opmerken. Met een beetje meer lef en minder altruïsme had hij de rit over de Ventoux gewonnen en niet Van Aert. Een paar dagen later waren alleen Van Aert en Asgreen beter in de heuvelachtige tijdrit en reed hij Pogacar op meer dan twintig seconden.

Vingegaard eindigde als helper van de ongelukkige Roglic nog als tweede, dat was al een voorteken. Hoewel het wielrennen eerder gebaat is bij een nieuwe dynastie en derde Tour-winst op rij van Pogacar heeft Vingegaard de beste kaarten. Een voorspelling, nog maar een: twee en een halve minuut goedmaken, dat zal niet gebeuren.

Column Platoche in De Morgen van maandag 11 juli 2022

Platoche

Het meest belangwekkende sportnieuws van het voorbije weekend (vrijdag al bekendgemaakt, maar zaterdag in de media) was niet wat zich in de Vogezen of Lausanne of gisteren in de Alpen onder wielrenners afspeelde, wel wat in Bellinzona werd beslist in de voetbalcoulissen.

Daar, in het zuiden van Zwitserland, zijn Sepp Blatter en Michel Platini volledig vrijuit gegaan voor welke malversatie dan ook. Zoals daar zijn het afsluiten van bedrieglijke contracten, misbruik van vertrouwen, valsheid in geschrifte, witwaspraktijken en oplichterij. De strafrechter in Bellinzona heeft brandhout gemaakt van de eerdere veroordelingen van de ex-voorzitters van de Wereldvoetbalbond FIFA en de Europese voetbalbond UEFA.

Hoe ging dat alweer? Blatter en Platini waren aanvankelijk in 2015 door de FIFA geroyeerd voor het leven. Ze tekenden beroep
aan bij het internationaal sporttribunaal TAS en daar werd die veroordeling bevestigd, maar herleid naar zes jaar verwijdering uit de voetbalbesturen. Voor beroep bij het TAS moesten ze naar een Zwitserse strafrechtbank. Daar voltrok zich in de tweede helft van juni de grote Platini en Blatter-show.

Een column over deze vrijspraak is niet meer dan terecht. Al was het maar om het journalistiek evenwicht te bewaren. Toen de twee heren voor het eerst voor de rechtbank moesten verschijnen, was dat wereldnieuws. De kranten wijdden er grote verhalen aan, de journaals en sites brachten het item met een beeldfragment en een stand-up van hun voetbalorakel, tijdschriften berichtten over het olijke duo dat zich had verrijkt op de nek van die arme voetballers en voetbalsters.

Zaterdag stond het nieuws in alle kranten onderaan de pagina. In het journaal heb ik niets gehoord, maar dat kan aan mijn vakantie liggen. De grote analyse over de grote vrijspraak was er alvast niet bij. Alleen L’Equipe gaf present. Van begin tot eind hebben ze elke dag bericht en zaterdag stond hun Platoche – de koosnaam van Michel Platini – op de één.

De vrijspraak werd afgelopen vrijdag 8 juli iets na tienen voorgelezen door de griffier van de rechtbank in Bellinzona. 8 juli, daarvoor moet je L’Equipe lezen, is een beladen dag in de Franse sportgeschiedenis. L’Equipe Magazine wijdde er de voorbije twee nummers aan.

8 juli 1982, veertig jaar geleden. In een bloedheet Sevilla wordt de halve finale van de World Cup gespeeld door Frankrijk en West- Duitsland. Bij 1-1 lanceert Michel Platini, dirigent bij les Bleus, Patrick Battiston. Die gaat alleen af op Harald Schumacher, de doelman van de Mannschaft en van 1. FC Köln. Schumacher – er is geen andere omschrijving mogelijk en het is terug te zien op YouTube – torpedeert Battiston buiten de grote rechthoek. Vandaag krijgt hij daarvoor onmiddellijk donkerrood en wordt hij minstens drie speeldagen geschorst.

Toen had rood ook gemoeten maar de Nederlandse scheids Charles Corver was niet in zijn dagje en bevoordeelde al de hele wedstrijd de Duitsers. Hij floot niet eens een fout terwijl het een regelrechte aanslag was. Een eerdere op artiest Bernard Genghini had hij ook al laten passeren. Beide spelers, de ene was de andere al komen vervangen, moesten het veld verlaten. Lang verhaal kort: 1-1, na verlengingen 3-3, strafschoppen… Daarin stopte Schumacher, die in minuut 56 van het veld had gemoeten, de beslissende strafschop. Oef, drie dagen later zouden de Duitsers kansloos verliezen van Italië.

Het was het eerste wat Platoche zei tegen L’Equipe: “Er zijn dan toch nog gelukkige achtste juli’s in mijn leven.” Om er aan toe te voegen dat hij klacht heeft ingediend bij het Frans gerecht tegen de FIFA en al wie hem het leven zuur heeft gemaakt. Ook in Zwitserland zal klacht worden neergelegd, onder meer tegen de FIFA en de UEFA die onder één hoedje zouden hebben gespeeld met het Zwitsers parket-generaal.

Wat er nu van aan was van die vier miljoen Zwitserse francs die Platini en Blatter in 1998 hadden afgesproken voor het raadgeverschap van de Fransman aan de Zwitser, wie zal het zeggen? Of het toeval was dat twee van de vier miljoen pas twaalf jaar na die afspraak is uitbetaald en toevallig net voor een herverkiezing van Blatter als FIFA-voorzitter? Wellicht niet.

Indien uw interesse is gewekt: Platini en wellicht ook Blatter gaan nu in de tegenaanval. Hun doel is de verwijdering van Gianni Infantino, de vroegere secretaris-generaal van Platini bij de UEFA, die zo maar ineens na de uitschakeling van Platini naar het voorzitterschap van de FIFA werd gekatapulteerd. Sport, en zeker voetbal, is soms veel spannender en verrassender naast dan op het veld.

Column ‘Statement?’ in De Morgen van zaterdag 9 juli 2022

Statement

Soms wordt wielrennen voetbal. Dan gebeuren dingen die niet te voorspellen zijn, vallen goals die je nooit had verwacht, maar aan het eind wint dan toch de sterkste. En als het helemaal voorbij is, treedt het Grote Analistenleger aan om uit te leggen wat we hebben gezien en – vooral – waarom is gebeurd wat is gebeurd.

Als het even kan wordt subtiel verwezen naar een eerdere voorspelling om aan te geven dat ze wat was gebeurd toch min of meer hadden ingecalculeerd. Maar dat Wout van Aert afgelopen donderdag ogenschijnlijk als een kip zonder kop voorin zou gaan rijden, smijtend met krachten die hem in de eindfase van die bewuste rit met een hem op het lijf geschreven aankomst aan een nieuwe ritoverwinning hadden kunnen helpen, neen, dat oversteeg bij menigeen de pet.

De eerste logische reactie bij die 150 kilometer waanzin: Wout, we weten het nu dat je de gele trui draagt (voor wat het waard is op dat moment in een wedstrijd van drie weken) en die staat je goed, maar dit is hybris. Hoe het peloton hem netjes in het vizier hield en hem doodkneep op het moment dat ze zelf kozen, dat was pijnlijk. Het leek de perfecte chasse patate.

Maar wat als dit behalve teamtactiek ook een statement was van Van Aert? Iedereen gezien? Ik ben geen knecht, zelfs geen meesterknecht. Ik stel nu mijn groene trui veilig en ik zal de volgende dagen wel helpen als jullie dat vragen. Dat is het wielrennen zoals het mooi is beschreven door Guillaume Martin, de velosoof die ook in deze Tour meerijdt. Wielrennen is, aldus Martin, een sport voor individualisten die tegen hun wil af en toe als ploeg moeten opereren. Of zoals Rik Van Looy het ooit treffend omschreef: de beste ploeg die je je kan indenken is de ploeg met zo weinig mogelijk renners die tegen jou rijden.

Wout van Aert, als je de ploeg mag geloven, reed voor zijn ploeg donderdag en niet voor zichzelf. Ze wilden UAE afmatten. Kan best, maar dat mislukte grandioos en ondertussen is Wout van Aert zelf afgemat.

En passant heeft hij wel dat statement gemaakt: ik ben het derde ijzer in het vuur van TJV en hebben jullie gemerkt dat ik op termijn weleens zelf voor dat geel wil gaan. Niet het kruimeltjesgeel van de eerste week, maar helemaal tot in Parijs? Zou ASO het hebben begrepen? Als die een keertje geen pure klimmer op hun erelijsten willen, maar de ultieme allrounder, dat ze dan twee flinke tijdritten programmeren. Al is er de komende jaren nog een allrounder in het spel, jonger en net iets beter.

Boeiende sport dat wielrennen. Eerlijke sport ook. De beste, als die gespaard blijft van pech, wint vaak, zeker als het over langere tijd gaat zoals in een grote ronde. De enige manier om de beste niet de beste te laten zijn, is de dingen anders doen dan de beste ze verwacht. Hem en zijn ploeg uit de comfortzone halen, dat was precies wat TJV deed donderdag, maar het zag er – sorry Wout – een beetje amechtig uit. Net als woensdag in de kasseienrit overigens toen het meest gesmeerde team van de wereld bij een simpele mechanische pech van een kopman niet meer wist wat te doen.

De beste deerde het allemaal niet. Nog voor de eerste pedaalslag verloor hij zijn wegkapitein aan corona. En die eerste week, was die niet aangestipt als de week waarin hij op achterstand moest worden gereden. In de openingstijdrit bijvoorbeeld. Dat lukte niet. In de waaierrit dan maar. Lukte ook niet want geen wind.

De kasseien van Noord-Frankrijk? Jammer, maar de beste is groot geworden offroad. Hij viel zelf aan en pakte tijd op zijn concurrenten. Net als donderdag. Toen Wout van Aert was opgesoupeerd, begon de koers voor echt en wie won? De beste. In de sprint.

Gisteren was de eerste bergrit, met aankomst op de plek waar de beste twee jaar geleden verrassend kwam bovendrijven als de allerbeste en voor het eerst de Jumbo’s in de vernieling reed. Wat hield hij het spannend op La Planche. Hij heeft geleerd, van Armstrong en alle andere kannibalen die hem voorafgingen. Te veel overmacht is niet goed, wekt afgunst op. Zuinig winnen, de rest ook de illusie laten dat ze iets kunnen betekenen, tegelijk het spektakel verzorgen en de spanning bewaren.

Ook dat was vooraf door analisten gezegd: als het echt steil wordt, kan de beste er wel eens doorheen zakken. Na de tijdrit (waar hij verraste), de rit op de kasseien (waar hij aanviel), de rit met aan het eind het kaske (die hij won), reed de allerbeste in een bloedstollende laatste honderd meter weer als eerste over de streep.

De beste, de allerbeste is Tadej Pogacar. Nog maar één concullega bevindt zich binnen de minuut. Pas zondag gaan we naar zijn speeltuin, de bergen.