Column Arnaud Mogi Bayat in De Morgen van maandag 17 januari 2022

Arnaud ‘Mogi’Bayat

KV Mechelen is zaterdag niet komen opdagen op het veld van OH Leuven. Niet uit schroom, want dat had natuurlijk ook gekund, daags na de publicatie van het ontwerp van strafvordering in Operatie Zero. Als club verantwoordelijk zijn voor een derde van de misdrijven – en meer dan de helft van de direct bewijsbare – je zou voor minder even niet gezien willen worden.

Maar met de affaire-Veljkovic had het dus niks te maken. Het is al langer bekend dat cognitieve dissonantie in Mechelen tot kunst is verheven. Dit is een ander bestuur, luidt het riedeltje. Alsof Mechelen niet staat waar het nu staat, veilig in eerste klasse, alsof Mechelen niet betere spelers heeft kunnen betalen die het anders niet had kunnen betalen, precies door al dat gesjoemel.

Neen, KV Mechelen is niet naar Leuven gebust omdat KV Mechelen het niet eens is met de afspraken rond covidbesmettingen. Een normale procedure had kunnen zijn: de wedstrijd spelen onder voorbehoud en dan naar de bevoegde juridische instanties trekken met een klacht, en als ze daar hun zin niet kregen ten slotte naar het Arbitragehof voor de Sport, altijd prijs daar. KVM bleef gewoon thuis. De chaos in het Belgische voetbal is nog nooit zo compleet geweest. Als dat geen forfaitnederlaag wordt, is het hek van de dam.

Inmiddels ligt het ontwerp van strafvordering in Operatie Zero komende van de federale magistraat, 77 pagina’s lang, op straat. Enerzijds zijn er de quasi-binnenkoppers, haast allemaal met Dejan Veljkovic als betrokken partij: onrealistisch hoge facturen voor niet- geleverde diensten. Daartegenover staat de zwarte boekhouding van Veljkovic, waarin wordt uitgelegd voor wie dat geld moest dienen.

Dit zijn quasi-binnenkoppers, met de nadruk op quasi, want alle beschuldigden zullen enerzijds ontkennen dat ze witgewassen geld hebben gekregen en anderzijds argumenteren dat die diensten wel degelijk zijn geleverd en dat het niet verboden is handel te drijven met – weze het tien én dan nog schimmige – bedrijfjes. Ten slotte spreekt in het nadeel van de beschuldigden dat er nog een derde partij heeft bekend: Luc Anthonissen, de Belfius-kantoorhouder die er geen graten in zag om wekelijks gigantische sommen cash aan Veljkovic te overhandigen. Er zijn bewezen transacties, er zijn stukken aan beide zijden ter staving, er zijn verklaringen door ontvangers van het zwart geld en er zijn de hoge sommen.

Een tweede luik, minder omvangrijk dan het eerste – minder groot moet nog blijken – draait rond Arnaud Bayat, bij ons beter bekend als Mogi, de makelaar die in België in geen tijd de nummer één werd. Laten we wel wezen, de man ís een onmogelijke kruising tussen een koala en een dodelijke gifspin. Hij zou beter uit ons voetbal verdwijnen en zijn broer Mehdi meenemen, maar de aanklachten tegen zijn persoon worden heel lastig om te bewijzen. Tenzij…

In de meeste verdachte transacties van Bayat wordt de term ‘minstens deels fictieve bemiddelingsovereenkomst’ gehanteerd. Dat impliceert dat het gerecht moet bewijzen dat de factuur voor een deel correct is en voor een ander deel niet. Begin maar te bewijzen dat 700.000 euro te veel is betaald, in een wereld waarin een makelaar makkelijk 10 procent en meer factureert als hij voor het juiste bedrag een speler op het juiste moment bij een andere club kan stallen.

Overigens gaat het in het geval van Bayat haast altijd om een commissie op de verkoop van een speler. Nooit draait het om een waanzinnige 1,5 miljoen euro voor scouting bij een inkomende transfer zoals Club Brugge met Dejan Veljkovic (onder de valse naam Uros Jankovic). Bayat factureerde overigens met zijn Belgische bvba Creative & Management Group, netjes gevestigd op zijn woonadres in Lasne.

Een ander verwijt aan het adres van Bayat is dat hij voor valse Afrikaanse attesten zou hebben gezorgd om transfers van spelers te vergemakkelijken. Ook dat wordt een hele lastige om te bewijzen, althans het aandeel schuld van de clubs hierin. Idem voor betwiste contracten voor scouting in Frankrijk met de International Sports and Football Management SA in Martelange, een Luxemburgs bedrijf op naam van Bayat.

Dat Mogi Bayat zal bloeden in deze affaire is duidelijk. Hoe groot de schade zal zijn – van een tik op de vingers over een dading met de fiscus en een boete tot een echte veroordeling en gevangenisstraf – is niet duidelijk. De andere partijen (clubs) waarmee hij die contracten heeft afgesloten lijken vooralsnog gerust in de zaak. Tenzij Bayat na een maand in de gevangenis toch is beginnen te spreken. En dan luidt dé vraag: wie heeft hij meegenomen in zijn val?

Column Illegale Import in De Morgen van zaterdag 15 januari 2022

Illegale import

Novak Djokovic moet bij ons in de pintjesliga komen voetballen. Ze zouden er vast wat op vinden om hem ongevaccineerd en/of besmet op het veld te krijgen. Precies zoals ze in hun onmetelijke wijsheid deze week oordeelden dat voetballers die een boosterprik hebben gekregen niet meer hoeven getest te worden. Zij kunnen dus gewoon besmet hun matchke spelen en ongehinderd anderen besmetten. Waarlijk geen enkele kans laten de onverlaten van het voetbal liggen om zichzelf bij de federale regering en de publieke opinie onmogelijk te maken.

Novak Djokovic, daar begon dit stukje mee. Wat een soap, wat een vaudeville, wat een antireclame. Of zou het kunnen dat dit hele vervolgverhaal de Australian Open goed uitkwam, dat ze die extra publiciteit konden gebruiken? Het is niet van vandaag, de afkalving van het tenniscircuit en het gebrek aan interesse van de rest van de wereld voor het eerste grote grandslamtoernooi van het jaar.

Dat geweeklaag van de nieuwe generatie tennissers (m/v) over te warm, te vochtig, te droog, té in welke vorm of verschijning dan ook, het is al een tijdje aan de gang. Waar is de tijd dat spelers en speelsters zich begin januari fris en herboren aandienden, de ene met een kilo te veel, de andere prima in vorm, en vervolgens gewoon veertien dagen balletjes tikten zodat er dat laatste weekend een winnares bij de vrouwen en een winnaar bij de mannen uit de bus kwam? Waar is de tijd dat we voor de Australian Open langer opbleven of vroeger opstonden?

Hoe simpel was tennis toen niet? Zo simpel als een covidprotocol vandaag kan zijn. Besmet? Niet spelen. Besmet geweest? Doet niks ter zake. Gevaccineerd? Wel spelen. Niet gevaccineerd? Opzouten. We hebben het tenslotte over Australië, waar ze heel streng zijn op alles en iedereen die bij hen naar binnen wil. Wie ooit in Australië is geland en moest wachten op de bagage zal ze hebben gezien, de beambten in uniform met een schattige beagle aan de leiband.

Dat beest komt dan aan je bagage en daarna aan je been snuffelen, en dat is niet altijd even plezant. Ik herinner me mijn eerste vlucht down-under. Dat was met Alitalia op oudejaarsavond. In Rome kreeg ik op mijn rij het gezelschap van zes Kroatische besjes die hun gemigreerde kinderen gingen opzoeken. De hele godsammese weg, inclusief tussenstop in Bangkok, kwetterden ze tegen elkaar. Elf uur en nog eens tien uur vliegen en geen oog deden ze dicht, en ik ook niet. Als het vervolgens in Melbourne een beetje duurt voordat die bagage komt, en het slaaptekort zet zich door, en zo’n beagle komt aan je been snuffelen, onderdruk dan maar eens de geheel natuurlijke reflex om dat beest een zet te geven.

Dat duurt tot je ziet wat er aan de andere kant van de leiband hangt: een uniform, strepen op de mouwen. Dan vraag je quasi- verwonderd: “Is dit een drugshond?” “Ook,” is het antwoord dat je krijgt, “maar ze – it’s a she – haalt er evengoed de illegaal geïmporteerde voedingswaren uit.”

Illegale import, dat is Novak Djokovic, althans op het moment dat dit stukje wordt ingeblikt, gisterenochtend. Het verdict is inmiddels voor de tweede keer gevallen: zijn visum wordt geweigerd. Deze keer door de minister van Immigratie die in deze materie beschikt over godlike powers, zoals dat in Australië zo mooi heet. Dat is dan de ene god tegen de andere. Nadat Australië 1-0 had gescoord, stond het heel even 1-2 voor de god uit Servië. In geen tijd is het 3-2 geworden voor die uit Australië. 6-0 kan ook nog. 0-6 wordt lastig.

Djokovic heeft nu een tweede – ook zo’n mooi angelsaksisch begrip – hail mary court case nodig om toch op het eiland- continent te kunnen blijven. De toevoeging hail mary in het Engels wijst op wanhoopspoging. Fans van Djokovic konden hun geluk niet op toen hij een eerste keer door de rechter werd bevrijd uit zijn opsluiting in het quarantainehotel. Wat toen niet helemaal doordrong, was dat de rechter zich nooit uitsprak uit over het visum, wel over de gevolgde procedure.

De zaak-Djokovic is eenvoudig. Wellicht had hij zonder liegen zijn visum kunnen behouden, maar in deze zaak heeft hij getoond wie
hij denkt te zijn: een tennisgod boven alle wetten verheven. “Wat had mijnheer Djokovic meer kunnen doen?” Dat pleitte zijn advocaat in eerste instantie met succes. Veel meer. In quarantaine gaan bijvoorbeeld en niet naar Marbella vliegen. En ook geen journalisten zien. (Stel je het omgekeerde voor, een journalist die bewust besmet naar een interview gaat.) En zijn paperassen juist invullen. Of zich laten vaccineren. En ten slotte: niet liegen.

Column Afrika Cup in De Morgen van maandag 10 januari 2022

Afrika Cup

Michel Ngadeu van AA Gent heeft al 39 officiële wedstrijden in dit lopend seizoen. Hij staat samen met nog vijf anderen boven aan het lijstje. Hij is wel enige van boven de dertig. In zijn voordeel speelt dan weer dat hij van die zes de enige centrale verdediger is in een driemansverdediging.

Het grootste verschil met al die 39’ers is dat Ngadeu de enige is die op de Afrika Cup in actie komt. In Kameroen, spelend vóór Kameroen, krijgt hij in de poulefase zo maar drie wedstrijden voorsprong op de concurrentie. Die eerste ronde zal het thuisland ongetwijfeld overleven en dan krijgt hij er nog eens minimaal één bij of vier als hij de finale haalt en alle wedstrijden speelt. Met Gent komen er nog eens maximaal 24 bij, ervan uitgaande dat Gent Europees maar één ronde speelt en hij zelf snel weer thuis is. Dat brengt zijn maximaal totaal op 70. 

Bruno Fernandes van Manchester City speelde vorig jaar 72 wedstrijden en dat is een aanvallende middenvelder in een spelsysteem met haast alleen maar korte inspanningen. Door medici en sportfysiologen is al berekend dat een voetbalspeler per jaar niet meer dan zestig keer in actie zou mogen komen. Tussen de vijftig en zestig is het aangewezen maximum. 

Als ik CEO zou zijn van een grote Europese voetbalclub, zou ik blank zijn en boven de vijftig en ongetwijfeld een (nog) slecht(er) karakter hebben. Ik zou zo weinig mogelijk Afrikaanse spelers contracteren en als er zich dan toch een niet te missen talent aandient, zou ik die de arm omwringen met een geheim contract waarin wordt overeengekomen dat de speler in kwestie zich niet langer beschikbaar stelt voor het nationaal team. Uiteraard tegen betaling van een extra premie, over de grootte moeten nog wat gesprekken worden gevoerd. Extra clausule: als hij moslim is, mag hij ook niet meedoen aan de ramadan in volle competitie of in de voorbereiding, maar moet hij die vastenweken desgevallend inhalen in zijn vakantie.

Je kan dat als eurocentrisme en neokolonialisme verketteren, of begrip opbrengen voor de CEO die hier probeert de businessbelangen van zijn Europese club te beschermen. De logica daarachter is de volgende: de belangen van de werkgever primeren op die van het toevallig geboorteland. Voor de goede orde: als het al zou kunnen – quod non – zou ik zou nooit manager willen worden van een voetbalteam, onder meer om die spagaat te vermijden.

Ooit is dit geprobeerd, maar het lijkt er niet op dat dit vandaag nog gebeurt, al helemaal niet aan de top van de voetbalvoedselketen. Liverpool, eigendom van een Amerikaan nog wel, ziet in een cruciale fase van de Premier League gewoon drie van zijn beste spelers een maand vertrekken: Mohamed Salah met Egypte, Naby Keita met Guinea en Sadio Mane met Senegal riskeren minimaal achtste finale te halen. 

In België moet AA Gent zijn sterkhouder achterin (Ngadeu) en voorin (Tissoudali) missen. Club Brugge is niemand kwijt en dat is wellicht ook het resultaat van een transferpolitiek die erin bestaat zo min mogelijk Afrikanen met een Afrikaans paspoort aan te trekken. Dat is slim.

Die hele Afrika Cup staat als een tang op een varken. In tegenstelling tot selecties voor de World Cup en de Euro-toernooien, krijgen de werkgevers-clubs geen compensatie van de Afrikaanse voetbalbond als ze hun spelers voor de Afrika Cup moeten afstaan. Waar zou de Afrikaanse voetbalbond dat geld ook moeten halen? Geen hond buiten Afrika is geïnteresseerd in de televisierechten en in Afrika zelf hebben ze geen geld om ervoor te betalen. Belgen die wedstrijden willen zien, moeten straks uitwijken naar de BBC, die ocharme ook maar de rechten voor tien wedstrijden hebben gekocht.

De African Cup of Nations, zo heet dat toernooi, draait op een omzet van 45 miljoen euro en hoopt break even te draaien. Euro 2016 in Frankrijk kwam op 1,9 miljard euro uit, winst. Niks klopt aan de Afrika Cup. Niet de timing, midden in het Europese voetbalseizoen, niet het aantal deelnemers, 24, en niet de frequentie, om de twee jaar. Een Europees kampioenschap voetbal wordt bijvoorbeeld om de vier jaar gespeeld, netjes geschrankt met de World Cup, die ook om de vier jaar wordt georganiseerd. Althans voorlopig nog.

In welk seizoen, welke vorm en op welk continent dan ook, interlandvoetbal wordt sowieso stilaan een anachronisme. Naarmate de financiële belangen van de (Europese) competities groter worden, zal net als in de grote Amerikaanse profsporten spelen voor het nationaal team en strijden om een mooie medaille iets worden wat je een keer moeten hebben meegemaakt, en dan nooit meer. Dat je je daarna als Afrikaan beter niet te veel meer vertoont in je geboorteland, zal je er na een blik op de beleggingen en bankrekeningen graag bijnemen.

Column Blinde Gok in De Morgen van zaterdag 8 januari 2022

Blinde gok

AS Monaco staat zesde, op vier punten van de tweede plaats die recht geeft op Champions League-deelname, en naar het schijnt is dat het minimum minimorum voor eigenaar Dmitry Rybolovlev. Tussen de 5 en 6 miljard euro waard zijn volgend Forbes en je toch moeten onderwerpen aan de onvoorspelbaarheden van een toevalsport als voetbal, dat moet verdomd lastig zijn.

Rybolovlev nam de club over in december 2011, iets meer dan tien jaar geleden dus. Monaco speelde toen in de tweede klasse en hing daar onderaan in de rangschikking. Dat was niet naar de zin van het plaatselijke vorstenhuis(je), de Grimaldi’s. Bij het minste dat die schatrijke, pas ingeweken Rus interesse toonde, was een deal snel beklonken. Voor 1 euro kreeg hij iets meer dan twee derde van de aandelen in handen, 33 procent bleef eigendom van prins Albert en zijn familie. Detail: ‘Rybo’ moest wel beloven 100 miljoen te investeren.

Wat leverde dat op? Altijd tweede en derde plaatsen, op 2019 en 2020 na, maar ook een titel in 2017 en een halve finale in de Champions League. Nadien werd het weer harken, hoewel ze vorig seizoen ook weer derde werden. Op 13 oktober 2018 werd Thierry Henry bij de Rode Duivels weggehaald om er hoofdcoach te worden tot 2021. Hij bleef twintig wedstrijden en de eerder ontslagen coach werd teruggehaald. Die bleef ook maar een jaartje en nadien zijn nog twee trainers gepasseerd.

Je kunt je derhalve de vraag stellen of Philippe Clement zich wel genoeg heeft ingelezen in de rijke geschiedenis van de club waar hij nu een vorstelijk en hopelijk gegarandeerd salaris heeft onderhandeld. Misschien heeft hij zich wel verkeken op die ene statistiek: dat geen enkele club in de wereld de voorbije tien jaar meer heeft opgehaald uit transfergelden dan AS Monaco (tot en met afgelopen zomermercato was dat 1,096 miljard euro). En die andere statistiek over het hoofd gezien: daar hebben ze wel eerst 1,023 miljard voor moeten betalen.

De marges zijn dus klein bij AS Monaco, businesswise maar ook sportief.

“Als een trein passeert moet je erop springen”, dat zei Clement in zijn eerste persconferentie op Franse bodem en dat werd gretig overgenomen door onze nationale sportpers. Ook L’Equipe schreef dat op. Die zetten Clement één keer op de voorpagina, toen ze als eerste in Frankrijk het nieuws van zijn komst dachten te hebben, maar verbanden hem en zijn clubje vervolgens naar de binnenpagina’s.

Zou Clement wel weten dat AS Monaco in de hexagoon wordt beschouwd als het lelijke, rijke eendje van het Franse voetbal? Dat de club opererend vanuit haar belastingparadijs wordt uitgespuwd door haar concurrenten, omwille van het financiële voordeel dat ze heeft op de andere clubs? Dat AS Monaco nergens fans meeneemt omdat het simpelweg niet eens fans heeft, ook niet in het eigen stadion? Dat de club eigenaar is van Cercle Brugge, de gehate buur die de schuld krijgt van het uitstel van het nieuwe Brugse stadion, dat zal hij wel hebben geweten. Het kon hem blijkbaar allemaal aan zijn reet roesten.

De trein passeerde en Clement sprong, net zoals hij eerder halfweg het goede seizoen van Waasland-Beveren naar Genk vertrok en na die titel even makkelijk in Genk de deur dichtgooide en terugkeerde naar Club. Twee seizoenen en zes maanden was Clement in dienst bij zijn FCB, de club van zijn hart. Hij leek er gebeiteld te zitten na zijn drie (twee met FCB) titels op rij. Tilden we niet allemaal te zwaar aan het moeizame einde van vorig seizoen? Dat was de wet van de remmende voorsprong in de praktijk gebracht.

En toch blijft het een klein mysterie wat zich daar binnenskamers in Westkapelle heeft afgespeeld. Van CEO Vincent Mannaert is bekend dat hij denkt het allemaal beter te weten en dat hij een hekel heeft aan trainers die zijn suggesties niet oppikken. Club had op het veld anderzijds niet meer het overwicht van het eerste anderhalf seizoen onder Clement, dat viel op, maar lag dat aan Club of aan de andere clubs die Club beter konden bespelen?

Of lag het toch aan Clement, geen toonbeeld van charisma, die zijn groep kwijt was? AS Monaco is een blinde gok voor Clement, ongetwijfeld een vakman, maar met een discours dat niet direct inspireert, en al helemaal niet in het Frans en Engels. De kwestie is simpel: wordt Philippe Clement een blijver in la principauté, of staat hij binnen de kortste keren als een nieuwe Thierry Henry bij het oud vuil?

Paniek is nergens voor nodig, en dan nog. Scheiden van Rybolovlev kan voordelig zijn, maar wel op je tellen letten. Hoe het zijn trainers verging is niet altijd bekend, maar vrouw Elena kreeg eerst 4,5 miljard euro toegewezen. In beroep moest ze het stellen met een schamele 600 miljoen.

Column Kloterug in De Morgen van vrijdag 31 december 2022

Kloterug

De Rug… voor Mathieu van der Poel een gesel, voor de media een zegen. Zo kunnen heelder kolommen worden gevuld en gaat het tenminste nog ergens over op de sportpagina’s. Verder moeten die het in deze sportarme tijden hebben van gouden entrecotes in een toevluchtsoord voor maffiosi, drugsbaronnen en andere wereldburgers los van de werkelijkheid, zoals topvoetballers. Waarna die besmet uit Dubai terugvliegen. Je kunt het toch zo gek niet verzinnen of in het voetbal gebeurt het.

Pijnlijke affaire als je het aan je rug hebt als sporter. Strekken, plooien, buigen, naar links, naar rechts, kracht geven, het doet altijd pijn. Om het even welke sport, zelfs als de sport geen sport is, zoals darts, een zere rug voel je altijd. Dan stretch je heel even de pijn weg – probeer de psoas te ontlasten, opzoeken, helpt echt – en hup, enkele minuten later, daar is die pijn. Zelfde gevoel bij een hete douche. De spieren ontspannen, maar als tussen de wervels iets niet in de haak zit is de foute spanning in geen tijd terug.

Je gaat een stukje lopen, denkt dat het weg is, een dag later sta je geradbraakt op. Fietsen dan maar: beentjes ronddraaien doet goed, kracht geven kwelt. Apranax helpt, maar daar krijg je het dan weer van aan je maag en zo is het altijd iets met die kloterug.

De rug is misschien wel mentaal de meest belastende van alle blessures, al komt een knie aardig in de buurt. Kniepijn gaat soms weg zoals die is gekomen, spontaan, maar dreigt bij een zware belasting altijd weer op te spelen. Idem voor de rug. Tenzij je hard werkt, dan hou je het onder controle. Mathieu van der Poel weet waar hij aan toe is. Of niet.

Zijn aftocht in Zolder zondag was een beetje ontluisterend. Twee dagen later lazen we in een krant: er was door ‘een andere rugdokter’ de diagnose van een zwelling op een tussenwervelschijf gesteld. Als gepatenteerd ruglijder had ik willen weten: L4-L5 of L5-S1? Die schijfjes zijn namelijk de grootste kanshebbers voor wat een paar dagen later werd aangeduid door een andere specialist als een bulging.

Ik ben zelf al zover gevorderd dat ik het heb over mijn eigen mediane protrusie. Dat is een bulging of uitstulping die bij voorkeur netjes in het midden uitstulpt en duwt op de zenuw. Daar valt inmiddels aardig mee te leven, maar dat is niks om trots op te zijn. Hoe ouder je wordt, des te makkelijker je de dingen die je pijn berokkenen – lopen bijvoorbeeld – weet te mijden, tot je niks meer doet.

Oké, Mathieu heeft het aan de rug, maar is dat het enige euvel? Er zijn gerede twijfels om aan te nemen dat het zondagskind na zijn desastreus geëindigde zomer een beetje de weg kwijt is geweest. Die val in Tokio op de Olympische Spelen zal ongetwijfeld geen goed hebben gedaan aan zijn statiek, en zoals bekend gaat de rug bij de meeste mensen naadloos (er zit nog een nek tussen) over in het hoofd. De uitstraling door rugpijn die je in de benen voelt, gaat ook snel tussen de oren zitten.

De vraag is of Mathieu van der Poel er na Tokio er alles aan heeft gedaan om zijn lichaam op orde te houden. Of hij misschien niet gewoon op zijn intrinsiek talent in dat naseizoen is gestapt. Dat leverde hem nog een mooi resultaat op in Roubaix, maar laten we wel wezen, dat was een compleet onnodige spurtnederlaag.

Mathieu van der Poel staat op een kruispunt in zijn carrière. Hij hoort inmiddels te weten dat er ook een bodem zit in zijn schier onmetelijk vat aan talent. Hij moet inmiddels beseffen dat de concurrentie het verschil in talent heeft gecompenseerd door hard werken. Op de fiets hard werken is voor hem geen probleem, maar wielrennen is meer dan… fietsen. Iemand moet hem dat toch eens inpeperen. Wout van Aert, Julian Alaphilippe en Tom Pidcock hebben hem elk op hun terrein al ingehaald.

Fietsen is lol en die lol moet je verdienen met hard werk naast de fiets, in de fitness, zeker als ruglijder. Niet één keer per week die hele batterij aan oefeningen uitvoeren, ook geen drie keer per week, maar als het kan elke dag. Core stability, blessurepreventie, stretching, buikspieren, rugspieren, TRX, Red Cord, whatever, alles wat helpt om rug en buik sterker te maken, elke dag opnieuw. Het is saai maar het is niet anders. En als de rug beter aanvoelt, er vooral niet mee ophouden.

En nu we toch bezig zijn met dat topsportbestaan van hem op orde te krijgen, nog een goede raad. Stop met dat gamen uren aan een stuk. Ga niet meteen van je fiets naar de douche en van de douche naar de gamestoel. Niks slechter voor een slechte rug dan stilzitten met een gespannen lichaam. Winkelen met de madam dan maar? Neen ook niet. Trainen, blessurepreventie, rusten, eten, slapen en op gezette tijden af en toe knallen in een wedstrijd. En opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Column De Mannen in De Morgen van maandag 27 december 2022

De Mannen

Het was geen zondag als een andere. De Préhistorie was er niet. Wel een zoveelste Top, 2000 meende ik te hebben gehoord. Dat van 11 uur was het eerste radiojournaal dat bewust doorkwam. Een van de hoofdpunten was de terugkeer van Mathieu van der Poel in het veld. Een uur later, weer van hetzelfde, weer Mathieu die terugkeerde in de cross. Vreemd, lokale onbenulligheid haast in één adem vernoemd met de dood van Desmond Tutu.

In het nieuwsbulletin van 13 uur hadden ze Carl Berteele gevonden om er iets over zeggen. Over Mathieu, voor alle duidelijkheid. Of hij meteen zou mee kunnen, dat was de existentiële kwestie waar collega Carl zich moest over buigen. De passepartout “zou zo maar kunnen”, uitgevonden door José De Cauwer, behoort inmiddels tot de vaste woordenschat van de analisten en journalisten die niet goed weten wat te verwachten.

Komt daar nog eens bij dat commentatoren van de audiovisuele media – is recent weer opgevallen – uit lijfsbehoud al te graag de kool en de geit sparen en dat deed Carl ook. Eigenlijk had hij moeten antwoorden: “Rare vraag, weet ik veel hoe die Mathieu er aan toe
is, of dat van die knie en die rug niet een beetje gespeeld is en met welke ingesteldheid hij in de cross arriveert. Laten we eerst die wedstrijd afwachten.” Hij antwoordde iets anders, ben al vergeten wat.

Inmiddels was Cercle-Club begonnen. Zoals bekend, zonder publiek. En op de Nederlandse tv het olympisch kwalificatietoernooi of OKT schaatsen in Heerenveen, een exclusief Nederlands onderonsje. Ik was eerder deze week in Thialf en heb er Sven Kramer gezien. Hij reed vanuit de inkomhal door de automatische deuren op zijn gravelbike naar buiten. Niets stappen. Om de rug te sparen of was het luiheid? Ik dacht: dat komt niet goed. Gisteren reed hij de derde tijd op de 5.000m. Misschien haalt hij Peking, zijn vijfde Olympische Spelen, misschien ook niet, wellicht wel. Denk maar niet dat de Nederlanders daarvan in hun journaals een hoofdpunt maken.

Inmiddels was Cercle-Club geëindigd op 2-0. Het wordt nog een rare voetbalcompetitie met die januarimaand zonder toeschouwers. De cross in Dendermonde begon om drie uur, de grote drie tenoren tekenden present. Van Wout van Aert wisten we dat hij in een uitstekende vorm verkeerde. In zijn geval is dat synoniem voor lang hoge wattages (vermogen) trappen. Hij won alle drie de crossen waar hij aan deelnam. In Dendermonde reed hij vorig jaar op een mensonterend slecht parcours Mathieu van der Poel op drie minuten. Puur op vermogen.

Van Van der Poel wisten we dat hij het aan de knie heeft gehad, waar hij al een paar keer aan was geopereerd. Hij was er op gevallen, op die knie. In Kasterlee. Dat wist Michel Wuyts ons allemaal te vertellen. Van Tom Pidcock wisten we niets speciaals. Hij deed mee, ja, en hij had al een cross gewonnen en was ook een keer tweede geworden, dus dat plaatje klopte.

Wat duurde het? Een ronde of twee, drie vooraleer Wuyts de woorden sprak: De Mannen zijn vooraan. Behalve Pidcock dan, die zat al op een halve minuut. Van der Poel reed even voorop, maar dat kennen we van hem. Soms houdt hij het vol, soms ook niet. Als een speer vertrekken, dat deed hij ook in de olympische mountainbikerit en hij ging daarna genadeloos onderuit.

Toon Aerts was de enige van de klassieke crossers die een beetje de indruk gaf met Van Aert en Van der Poel te kunnen wedijveren. De einduitslag zoals die zich voltrok, hadden we kunnen voorspellen op basis van de fysiologische waarden. Van Aert trapt een hoger vermogen gedurende een uur dan Mathieu van der Poel, die wellicht een hoger maximaal vermogen haalt en sneller recupereert van intervalpieken.

In het altijd zeiknatte en drassige Dendermonde werd het een pure vermogenscross.

Dus: 1. Van Aert, 2. Van der Poel, 3. Aerts en 4. Vanthourenhout. Vervolgens kwamen over de streep: Quinten Hermans, Corné van Kessel en Laurens Sweeck: ook grote motoren, maar minder grote dan. Daarna volgden de lichtgewichten Tom Pidcock, Eli Iserbyt en Lars van der Haar. Die koers had niet gereden hoeven worden. Een labotest had volstaan.

Dat veldrijden, welke sportieve waarde heeft dat nog? Zo’n Eli Iserbyt die twee klassementen zal winnen, en die ook niet onder stoelen of banken steekt dat de cross van vandaag in Zolder (Superprestige) belangrijker was dan die van gisteren (Wereldbeker), wat moet je daar nu nog mee? Wat zouden we in het voetbal zeggen als Gent of Antwerp kampioen zouden spelen omdat Club en Anderlecht tien wedstrijden ver in competitie stappen en voor het begin van de play-offs alweer verdwijnen? De sportieve strijd is weg. Cross is circus geworden en dat kan die sport op termijn erg zuur opbreken.

Column Viruswaanzin in De Morgen van vrijdag 24 december 2021

Viruswaanzin

De theaters zijn ontevreden, zelfs randje boos. En de bioscopen, die zijn verontwaardigd, al die inspanningen voor niks. De publiekstrekkers in de sport begrijpen het ook niet, geen volk meer bij het voetbal en het veldrijden en dat nog wel tot eind januari.

Ik begrijp het wel, en de veldritorganisatoren en bij uitbreiding de cultuur- en evenementensector hebben gelijk: het is de schuld van het voetbal. Al eens een voetbalwedstrijd bekeken op televisie? Het is een ruwe schatting, maar nergens heeft (na gisteren: had) de helft van de stadionbezoekers een mondmasker op zoals het hoort: over neus en mond. Als het één op de drie was, zal het veel zijn. Al eens de harde kern bekeken als de eigen ploeg scoort? Eén op de twintig heeft een mondmasker op en dat is dan meestal die ene die te laveloos/stoned is om het af te zetten.

Voetbaltribunes mogen dan nog in de openlucht zijn, waar veel volk dicht bijeen staat, elkaar bespringt bij een doelpunt en de hele tijd staat te brullen, zingen en de tegenstander uitjouwen (vooral dat laatste) zijn precies die omgevingen waar de aerosolen duchtig in het rond zweven. Een oplossing had kunnen zijn om alleen het minder gedisciplineerde deel van de tribunes te sluiten en alleen het sportconsumerend publiek toe te laten, maar dat is waar de logica grenst aan discriminatie.

Het voetbal heeft er alles aan gedaan om bij de eerste verstrenging het kind van de rekening te zijn. Neem nu Gent, het modernste stadion van België, supergoed uitgerust inzake horeca. Hoewel de adviezen eerder neigden naar sluiting van de horeca konden
op de promenade bij de laatste twee thuiswedstrijden drankjes worden gehaald. Daar kreeg je het simpele verzoek om ergens aan een tafeltje te gaan zitten. De bars waren alleen open op de lange zijde, daar was plaats voor tafeltjes. Gevolg: de tribunes waarvan de bars dicht bleven kwamen massaal afgezakt naar de andere bars. De tafeltjes zaten vol, dat zeker, en vijf keer meer volk stond zoals vanouds in een gesloten ruimte, rechtop, op elkaar geplakt, zonder mondmasker, een pint te drinken. Overigens deed hetzelfde scenario zich voor in de vipruimte vóór, halfweg en aan het eind van de wedstrijd: mensen dicht op elkaar, druk pratend en flink drinkend. Zonder mondmasker.

Het gedrag van het voetbalpubliek in coronatijden was al langer een doorn in het oog van de politiek, en die sport kon al op niet te veel clementie rekenen. In de discussie rond parafiscale voordelen deed het voetbal alsof het zijn slag had thuisgehaald. Dat stak bij de politiek.

Kort daarna lekten details uit van het dossier-Veljkovic. Rond die tijd wilde een clubbestuurder een heel klein beetje oorlog bij een derby, waarna een van de gekken van zijn club een vuurpijl in een supportersvak gooide. Daar kwam afgelopen weekend nog die racismerel bij. Het moet geleden zijn van de Bellemans-affaire van 1984 (toen met de omkoping van Waterschei door Standard en het daaropvolgende zwartgeldschandaal) dat het Belgische voetbal nog zo’n slechte beurt maakte.

Alleen de voetbaltribunes sluiten lag voor de hand, maar het probleem met sommige politici is dat ze hun beslissingsbereidheid en doortastendheid ondergeschikt maken aan hun kansen in de verkiezingen. Alleen voetbal aanpakken kan zelfmoord zijn. Dus werd het een brede maatregel over de verschillende sectoren heen. Zodoende werd een bioscoop- of theaterbezoek met mondmasker, op anderhalve meter van elkaar, in een goed verluchte ruimte over één kam geschoren met doldwaze voetbalfans die lak hebben aan alles.

Dat zaalsporten niet langer konden doorgaan met publiek was al een niet te vatten uitwas van viruswaanzin. Volleybal en basketbal trekken niet meer de massa’s van weleer en het publiek van beide sporten is zo gedisciplineerd dat ze de anderhalvemeterregel en mondmaskerplicht niet aan hun laars hadden gelapt.

Helemaal van de pot gerukt is wat het veldrijden overkomt. Die sport heeft het al zwaar nu de toppers alleen de krenten uit de pap halen en het publiek het steeds vaker moet stellen met een tweede garnituur. Veldrijden heeft ingeleverd inzake toeschouwers, maar zelfs met de helft minder mensen rond het parcours is dit nog een economisch en organisatorisch model dat een genuanceerde behandeling verdient.

Het crosspubliek staat niet langer op elkaar geplakt, er wordt minder gejoeld dan ooit en uit beelden blijkt het mondmasker goed ingeburgerd. Bovendien gebeurt alles onder de blote hemel. Onbegrijpelijk, cross zonder publiek, maar misschien waren de politici bang voor de voetbalfans die traditioneel in het jaareinde de cross barbariseren, dat kan een reden zijn. En zo kom je altijd weer uit bij voetbal.

Column Knuffels en Gejoel in De Morgen van maandag 20 december 2021

Knuffels en gejoel

Zwift is de beste uitvinding van deze eeuw. In nauw overleg dan wel met een slimme fietstrainer zoals de Tacx Neo 2T Smart, die ik overigens aan de volle prijs heb gekocht. Dat meld ik er ongevraagd bij omdat sportjournalisten de voorbije week geen te beste beurt hebben gemaakt. Na wat fysieke problemen en dito achterstand ben ik helemaal terug bij nul begonnen en zit ik in week vier van de opbouw van de functional treshold power, ook weleens afgekort als FTP.

Daar werk ik tegenwoordig aan terwijl ik werk, naar voetbal kijk. Wat een verschil met vroeger: in de zetel zitten, blikje halen of latteetje zetten en mini-Leootje verhapstukken heeft plaatsgemaakt voor een sessie foundation, ondersteund door een grote bidon isotone dorstlesser.

Het enige waar ik nog iets moet op vinden is nota kunnen nemen terwijl de ingevingen opborrelen. Ik had tussen blokjes twee en vijf enkele mooie hersenspinsels verzonnen, maar die ben ik na het douchen vergeten. Misschien toch maar voortaan de Wahoo Kickr- ventilator handmatig bedienen en de iPhone gebruiken als voicerecorder.

Gisterennamiddag had ik een foundation training, met 48 minuten zone 2, uithouding dus, ideaal om ondertussen voetbal te kijken. En als er geen voetbal is, een serie. Zoals die van Naomi Osaka, voor wie ik inmiddels iets meer begrip kan opbrengen als ze weer eens kraakt onder de immense druk. Die serie toont duidelijk aan waar het schoentje knelt bij die topsportende millennials of zoomers: te veel entourage, te veel randgedoe, meer afleiding dan focus.

Maar goed, gisteren dus even geen Osaka, wel voetbal. Om halftwee speelde Anderlecht in Brugge een vriendschappelijke partij voetbal tegen het plaatselijke Club. Vriendschappelijk, ja, die indruk had ik vanaf mijn fiets. De intensiteit was matig, er werd gelopen maar niet te veel en niet te hard, er werd gevoetbald maar niet te best en niet te fanatiek, er werd een keer een trap uitgedeeld maar niks gemeens.

Club beging twee keer meer overtredingen dan Anderlecht, maar de helft daarvan kwam op de rekening van Eder Balanta, die als hij basketbal zou spelen waar ze de fouten optellen geen halve helft op het veld zou staan. De Colombiaan Balanta heeft een carrière gemist. Als hij dertig jaar eerder was geboren, had Pablo Escobar hem ongetwijfeld ingelijfd. Balanta zou vervolgens het rijk van Escobar hebben bewaakt zoals hij het middenveld van Club bewaakt: gemeen, geniepig, nietsontziend – en Escobar zou vast nog in leven zijn.

Balanta was al van het veld toen na afloop de spelers elkaar begroetten alsof ze tot een uur voor de wedstrijd samen pinten hadden gedronken en daar achteraf zouden mee doorgaan. Vincent Kompany knuffelde samen met Hans Vanaken en de commentatoren deden een beetje meewarig over wat ze zagen: het acuut belang was nog ver weg, dat zou wel komen met de play-offs. Terwijl ik zoiets had van: dat voetbal ook op die manier kan, we gaan erop vooruit.

Uiteraard was er gejoel van de Brugse fans. Lior Refaelov, die het ook niet kon helpen dat Ivan Leko hem niet meer moest en via een Antwerps omwegje transfervrij in Anderlecht was beland, werd bij elk balcontact uitgefloten. Idem voor Benito Raman, die ooit een Gentse overwinning vierde met het weinig stichtende riedeltje ‘Alle boeren, zijn homo’s’, waarbij boeren staat voor FCB-supporters. Raman scoorde bijna met het hoofd, net zoals hij in mei 2015 in de eindfase van de competitie de beslissende 2-3 met het hoofd op het bord prikte en zo Gent op weg zette naar de titel. Qua symboliek had dat kunnen tellen.

Dus ja, alles bij elkaar een gezapig partijtje met een billijke uitslag. Tot Kompany ineens via Sporza op de iPad verscheen: “Het resultaat van de wedstrijd is niet belangrijk voor mij. Ik ga hier ontgoocheld en gedegouteerd naar huis. Heel de match werden ik en mijn staf uitgescholden voor bruine aap.”

Haast onmiddellijk verscheen een reactie van de thuisploeg, want die hebben ze zomaar te copy-pasten van eerdere incidenten. “Club Brugge, zijn supporters, staf, spelers, medewerkers en bestuur veroordelen ten strengste elke vorm van racisme. Deze enkelingen zijn niet representatief voor de waarden en normen van onze Club en hebben geen enkele plaats in Jan Breydel.”

De CEO is inzake dronken rijden een hardnekkige recidivist, CEO en voorzitter worden straks waarschijnlijk aangeklaagd voor witwas en de harde kern heeft de slechtste reputatie inzake supportersgeweld en racisme van heel België. Verder is er niks aan de hand met de normen en waarden van deze club.

Column Sportgala in De Morgen van zaterdag 17 december 2021

Sportgala

De voorbije twee weken mail gekregen uit de hoek van twee verschillende genomineerden voor de Sportman van het Jaar. Van de ene mail was het niet duidelijk wat precies de bedoeling was: mij voor hun zaak winnen of gewoon melden hoe geschikt hun kandidaat wel (niet) was om de trofee te krijgen. De andere mail liet er geen twijfel over bestaan: hun atleet moest het worden want daarom en daarom en daarom…

Beide mails kwamen rijkelijk laat. Ik denk niet dat de initiatiefnemers beseften dat op dat moment de stemming al was gebeurd. Dat heb ik dan ook gemeld: “Er is al gestemd. Afwachten dus.”

Zondagavond worden de laatste nationale sportprijzen uitgereikt. De Trofee voor Sportverdienste is al bekend: dat is Bashir Abdi. De Vlaamse Reus ging ook naar Abdi en naar Peter Genyn. Het Vlaams Sportjuweel was dan weer voor de Red Lions, de Belgische hockeyploeg. Een nationale ploeg met doorgaans de helft Franstaligen die de meest Vlaamse prijs krijgt, dat was heel opmerkelijk. Misschien komt het ooit nog goed met dit land.

De Sportman en Sportvrouw van het Jaar is een prijs die namens onze beroepsbond voor sportjournalisten wordt georganiseerd door Golazo. De bulk aan stemmen komt van de sportjournalisten. Dat is in het verleden niet altijd een garantie geweest op heel doordachte eindresultaten. Zo is ooit een zwemster verkozen die al meer dan een jaar was gestopt, omdat concullega’s uit gewoonte altijd dezelfde naam op het blad zetten.

Ter verschoning, dat is wel al even geleden. Tijden zijn veranderd. Vandaag krijgen we van onze beroepsbond een shortlist met daarnaast de prestaties. Sportjournalisten zijn veel beter geïnformeerd en sommigen ook beter gekleed, al of niet betaald door makelaars.

Wilt u weten op wie ik heb gestemd? Ik zal het u verklappen en ook uitleggen waarom ik zo heb gestemd.

Sportman van het Jaar is voor mij Bashir Abdi. Ik schat zijn brons op de marathon hoger in dan het zilver van Wout van Aert in de wegrit. Wielrennen is internationaal een heel kleine sport die in het niets verzinkt bij de olympische marathon. Ik heb beide races gevolgd in de perszaal van Tokyo Big Sight. Het wielrennen op een groot scherm krijgen moest ik speciaal aanvragen. Na drie keer zeuren kwam een Japanner met de afstandsbediening. Haast niemand keek. De marathon stond op alle schermen. Iedereen keek, ook al is een marathon even spannend als gras zien groeien.

Abdi op één is zondigen tegen mijn eigen huisregel die de pure prestatie, ontdaan van alle franje, laat doorwegen. Voor Abdi wordt evenwel een extra dimensie in overweging genomen. Naast zijn fenomenale record in Rotterdam is er ook nog eens de symboliek van de asielzoeker die alle tegenslagen overwint en zich vervolgens perfect integreert via de sport en daarvan – en van veel meer – de perfecte ambassadeur wordt.

Ik heb Matthias Casse op twee, dus zijn brons schat ik ook hoger in dan het zilver van Van Aert. Dat was niet het geval geweest als de fenomenale atleet Van Aert goud had gewonnen, of wereldkampioen tijdrijden was geworden. De andere prestaties houden elkaar in evenwicht, maar opnieuw nummer één worden in de koningsklasse van het veel mondialere judo overtreft de tweede plaatsen en ook de overwinningen van Van Aert. Het overaanbod wielerjournalisten zou wel de balans in het voordeel van Van Aert kunnen doen overhellen.

Sportploeg van het Jaar, daar mag geen twijfel over bestaan: de hockeyers van de Red Lions. Sportcoach van het Jaar, idem: Shane McLeod. Dat had een spannende strijd kunnen zijn met het Franse echtpaar Yves Kieffer-Marjorie Heuls, maar die zijn om welbekende redenen allang blij dat ze nog salonfähig zijn om bij de laatste drie te worden genomineerd.

Nochtans heeft hun Nina Derwael algemeen de beste Belgische sportprestatie ooit neergezet. Haar goud lijkt op het eerst gezicht in balans te liggen met het goud van Nafi Thiam, maar dat is gezichtsbedrog. Olympisch kampioen worden op het meest spectaculaire toestel in zowat de zwaarste vrouwensport ooit tegen atleten uit de Chinese, Japanse, Amerikaanse, West-Europese en Russische sportsystemen, tegen de hele wereld zowat, nooit heeft een Belgische sporter of ploeg beter gedaan.

Het goud van Thiam is dan weer behaald in een olympisch nummer waarin de plaatsen één tot vier zijn bezet door atleten uit de Benelux. Dat maakt van de zevenkamp nog niet het veldrijden van de atletiek, maar het is wel stilaan een ondergeschoven kindje binnen die sport. Thiam heeft één voordeel dat haar misschien op één doet uitkomen: als communautair wordt gestemd, is zij het enige lichtpunt in de donkere tunnel van de Franstalige sport.

Column over F1 ‘Rare sport die F1’ in De Morgen van maandag 13 december 2021

Rare sport die F1

Gisteren formule 1 gekeken. Op de iPad reden – of wat daarvoor moest doorgaan – renners voor de verandering door witte modder, maar alle ogen waren gericht op het Yas Marina-circuit in Abu Dhabi.

Ik heb niets met de formule 1, dat geef ik meteen toe. Ik ben opgegroeid in een tijd dat er om de zoveel weken een van die gasten het leven liet. Niet zomaar. Meestal gingen ze dood in een horrorcrash waarna ze in verschillende stukken van het asfalt konden worden geschraapt of half verbrand uit hun gebarbecuede auto werden getild. Of eruit geraakten zoals Niki Lauda.

Later moest ik het wel een beetje volgen bij een zondagsdienst op de krant. Wij hadden echte F1-specialisten die ook naar heel wat races gingen, maar geen zo bedreven als Jo Bossuyt van Het Laatste Nieuws, die ook voor deze krant al twintig jaar of wat zijn licht laat schijnen op de huidige formule 1.

Bij deze spannende ontwikkeling was een beetje duiding welkom, helemaal omdat de F1 niet langer een sport is van rechtdoor, maar van reglement op reglement, bovenop op regeltjes en aannames of interpretaties van de race director en de stewards. De F1 is godbetert een jurysport op wielen, beter nog banden, geworden. Rijden zoals vroeger tot de laatste levende over de streep komt, dat was er ook over, maar elke sport is gebaat bij een beetje rechttoe, rechtaan.

Deze week heb ik Jo’s stukken verslonden, want na afgelopen zondag was ik even niet goed meer mee. Vergeef mij dit, maar Kris Wauters horen voorspellen “nu kan hij DRS’en” ergens ter hoogte van een bordje met daarop ‘DRS’, ik hoorde het van in Keulen tot in Riyadh donderen. Het was iets met een vleugel, omhoog of omlaag ben ik vergeten, waardoor ze sneller konden gaan.

Jo legde het deze week nog eens haarfijn uit en somde ook alle mogelijk scenario’s op. Waarvoor dank. Waarom Lewis Hamilton zou winnen. Waarom Max Verstappen zou winnen. Het was Hamilton of Verstappen en als geen van beiden zou finishen, zou het Verstappen zijn, want die had de meeste overwinningen behaald. Tenzij, dat kwamen we later deze week te weten, ze bij een uitgelokte crash bij de boosdoener punten zouden aftrekken.

Enfin, beide rijders begonnen met een gelijk aantal punten aan die laatste race. Het kon echt alle kanten uit, maar het scenario van gisteren had echt niemand kunnen voorspellen. De allerlaatste beslissing, het allerlaatste inhaalmanoeuvre viel in een soort ultieme sprint in de allerlaatste ronde. Het was een soort zesdaagsefinish, met dien verstande dat we in Gent al dagen op voorhand weten wie zal winnen.

In het Kuipke van Abu Dhabi was het voor echt. Vooraf had ik het eerder voor Lewis Hamilton. Zwart, geen rijke ouders, zeven keer wereldkampioen met brio, normale gast op het eerste gezicht. Niet voor Max Verstappen, wel van rijke ouders, fils à papa, en afwisselend een arrogant baasje of een Calimerootje. Wij omarmen die in België zo graag als een halve Belg en dat belachelijk gedoe speelde ook mee.

Al in de eerste bocht ging ik overstag. Hamilton deed daar iets wat niet mocht en werd daar niet voor bestraft. Regelrechte schande. Het dient gezegd, Hamilton was op mindere banden toch sneller weg dan Verstappen, dus hij had wel een voordeeltje. En hij reed ook ronde na ronde sneller. Die voorsprong bouwde hij netjes uit tot de ploegmaat van Verstappen in de weg kwam rijden en hij vijf seconden verloor. Dat mocht allemaal. Rare sport die F1.

Daarna begon het spel met de banden. Pitstop wel, niet pitstop, soft, medium of hard tyres (banden dus), het flitste over het scherm en inmiddels had Hamilton tegen het eind van de race weliswaar op redelijk uitgewoonde banden een veilige voorsprong op zijn Red Bull- rivaal. Race gereden denk je dan, maar neen hoor. Op een ronde of vijf van het einde besloot ene Latifi, een Canadees, zijn auto tegen een muur te parkeren.

Er kwam een safety car aan te pas, een echte deze keer, nadat we op het circuit ook al eens een virtuele hadden gezien (of niet want hij was virtueel). Nu zal het niet helpen dat ik meer beslagen ben in echte sporten waarin nog ten minste naar een schijn van eerlijkheid wordt gestreefd, maar ik verbaasde mij geen klein beetje dat Hamilton plots al zijn voorsprong verloor. Niet alleen had zijn concurrent bij die virtuele safety car van banden kunnen wisselen, maar bij deze nieuwe crash moest Hamilton ook gewoon die elf seconden voorsprong inleveren voor een simpele eerste plaats. Ineens hijgde in zijn nek, op anderhalve meter, Max Verstappen op nieuwe banden. En toen wonnen de banden.