
Gunfactor
Deze column is om druktechnische redenen ingeleverd nog voor op Anderlecht de aftrap is gegeven van de klassieker tegen Club Brugge. Die uitslag doet er evenwel niet toe, of maar een heel klein beetje. Na vandaag zijn nog twaalf punten te verdienen en op speeldag acht staan de enige twee titelpretendenten nog eens tegenover elkaar.
Heeft Club gisteren gewonnen bij Anderlecht, dan staat het voor het eerst sinds lang aan de leiding na een volledig afgewerkte speeldag. Gelijk betekent de kloof op Union verminderen tot een punt en verliezen betekent even goed/slecht doen als de grote concurrent zaterdagavond.
Union verloor zaterdag bij Sint-Truiden met 2-1 na een terechte rode kaart voor Kevin Mac Allister en een terechte strafschop in de blessuretijd. Volgens Union, waar sarcasme zich meester heeft gemaakt van de kleedkamer, in de extra time van de extra time.
Opvallend hoe Christian Burgess na de wedstrijd uit de hoek kwam. De Brit meet zichzelf een aura van halve intellectueel en voetbalfilosoof aan, maar als puntje bij paaltje komt is hij een even slechte verliezer als alle anderen. Hoe Burgess de scheidsrechterij op de korrel nam, dat verdient minstens een nabeurt bij een of andere commissie.
“Wie weet wat er allemaal achter de schermen gebeurt, onze spelers met twee gele kaarten lijken allemaal geel te krijgen”, was een onverholen verwijzing naar een complot dat er zou voor moeten zorgen dat Union Saint-Gilloise niet voor de tweede keer op rij kampioen wordt.
Dat rood van Mac Allister was gewoon terecht. Het was geen aanslag, maar het blijft een extreem onsportieve daad (een soort judogreep zonder handen) op een speler die als hij kan doorgaan een open doelkans aan de voet heeft. Spelbederf in het kwadraat dat een doelkans verhindert: geen discussie mogelijk.
Als ze bij Union vinden dat ze worden benadeeld, dwalen ze. Union is volgens de statistieken niet de ‘vuilste’ ploeg in de Jupiler Pro League, dat klopt. Dat is OH Leuven. Maar vuil kun je hier evengoed kwalificeren als onhandig. Union is dan weer extreem handig in het randje foutief/niet-foutief afblokken van een aanval van de tegenstander zonder daarvoor een gele kaart te krijgen.
Neem nu die rode kaart van Mac Allister. Ergens stond een poll met de vraag ‘de Argentijn steekt zijn poep uit, is dit een rode kaart?’. Euh ja, want of het nu de poep dan wel de arm of de voet is, dat maakt niet uit. Als de refs rond dat min of meer subtiele spelbederf van Union nieuwe richtlijnen hebben gekregen voor de Champions’ play-offs, goed zo.
De situatie is dezelfde van die van vorig jaar en die van het jaar daarvoor en die van het seizoen 2021-’22. Het is Club Brugge tegen Union en de gunfactor ligt sinds juni 2022 bij de sympathieke club uit Brussel. Wat een club nu precies sympathiek maakt en een andere club niet, dat is voor discussie vatbaar.
Club Brugge heeft alvast twee nadelen. Het is behalve bij de fanatieke achterban die het bruto persoonlijk en familiaal geluk laat bepalen door de resultaten van FCB de meest gehate club voor fans van andere clubs. Tweede nadeel, dat het eerste versterkt: voorzitter Bart Verhaeghe is de – wederom bij andere clubs – meest uitgespuwde clubbestuurder.
Union heeft dat probleem niet. Zijn fans gedragen zich keurig, zingen alleen voor de eigen ploeg. Zijn bestuur probeert bewust onder de radar te blijven en stelt zich ook nooit horkerig en betweterig op.
Het beeld van het sympathieke Union en het antipathieke Club die elkaar voor de vierde keer in vijf jaar treffen in de strijd om de titel is een opgeklopte voorstelling van zaken. Puur sportief is Club dan weer de beter voetballende ploeg met altijd en overal een gezonde drang naar voren. Union durft al iets vaker naar resultaatvoetbal te grijpen.
Economisch geldt Club als de best geleide club van het land, al moet Union nauwelijks onderdoen. Union zoekt zijn gading in de goedkope supermarkt en verkoopt bij de minste meerwaarde. Club denkt dat het de goedkope supermarkt is ontgroeid en zoekt het in het hogere segment.
Beide clubs hebben hetzelfde USP, typisch voor het Belgische voetbal: spelers halen en doorverkopen met een meerwaarde. Resultaat: 232 miljoen euro marktwaarde voor de kern (28) van Club onder wie 16 buitenlanders, tegenover 122,5 miljoen euro voor Union dat 18 buitenlanders telt op 27 kernspelers.
Beider transferbalansen van het voorbije jaar zijn gelijk: plus 49 miljoen euro voor Club en plus 48,5 miljoen euro voor Union. Als Club Brugge voor de derde keer in vier jaar geen kampioen wordt, is dat een sportieve én een economische blamage.








