Prognose voor Tokio 2020 in De Morgen van zaterdag 9 november 2019

Prognose voor Tokio: vijf à zeven medailles

(tekst vergeleken bij pdf onderin gecorrigeerd na twee extra medailles in taekwondo op EK begin november)

Belgische atleten wonnen in 2019 minder ‘olympische’ medailles dan in 2018, maar de stijging van de topsportindex bewijst dat we er als land (lees: Vlaanderen) op vooruitgaan. Te veel toppers voor te weinig geld, wordt dat het probleem?

Negentien medailles op wereld- of Europese kampioenschappen hebben Belgische atleten in 2019 behaald en dat in competities die over minder dan een jaar ook in Tokio op het olympisch programma staan. Dat is (net als in 1995) het beste resultaat ooit in een preolympisch jaar, maar toch leveren we tien van die medailles in vergeleken met een jaar eerder.

Twee kanttekeningen daarbij: in 2018 werden veel meer mondiale en continentale kampioenschappen georganiseerd en de Belgen wisten toen abnormaal goed te scoren; meer dan de helft van de 54 topachtplaatsen van 2018 resulteerden in podia. Dit jaar leverden 65 topachtplaatsen ‘maar’ negentien medailles op. Dat kan wijzen op een verhoogde concurrentie met de Spelen in zicht.

Alleen in 1995 werd evengoed gescoord in een jaar voorafgaand aan de Olympische Spelen. Toen werden negentien medailles gewonnen, met evenwel veel ,onder EK’s, WK’s en minder olympische events –  en ging de ploeg een jaar later door op het elan met zes medailles in Atlanta. Het sportlandschap is inmiddels sterk gewijzigd en sommige van onze atleten leggen andere prioriteiten, weet Paul Rowe, algemeen directeur van Sport Vlaanderen en tot voor kort de verantwoordelijke voor topsport in de Vlaamse sportadministratie.

“Ik maak mij geen zorgen om dat lager aantal medailles. Daar waar in het verleden een EK of WK vaak een doel op zich was om kwalificatie voor de Spelen af te dwingen, hebben we nu meer atleten die sneller zeker zijn van hun olympisch ticket, alleen al door hun internationale status of ranking. Sommigen van hen maken het EK en WK ondergeschikt aan hun groter doel, de Olympische Spelen. Een extreem voorbeeld is zeilster Emma Plasschaert, die het WK zeilen minder belangrijk achtte dan het olympisch testevent in Tokio, van waaruit ze met een heel goed gevoel is teruggekeerd.”

Zes certitudes

Het aantal mag dan zijn gedaald, de kwaliteit is gebleven. Zes van de negentien medailles (bijna evenveel als in 2018) zijn behaald op wereldkampioenschappen. Van vier keer mondiaal goud zijn we teruggevallen op één, gymnaste Nina Derwael. Zij behoort samen met Nafi Thiam (zevenkamp), Matthias Casse (judo), Emma Plasschaert (zeilen), de nationale hockeyploeg en een tijdrijder/wielrenner tot de ‘certitudes’ voor een podium.

Als een land daarvan de helft in medailles concretiseert, mag het zich in de handen wrijven. De prognose vijf tot zeven medailles voor Tokio houdt rekening met toevalstreffers en overtreffers die zich elke vier jaar manifesteren. Ooit is in een overmoedige bui het target van tien medailles gesteld. Hoewel dat nog het streven moet zijn voor de bevolking en het bnp van België wordt dat haast onmogelijk.

Tom Coeckelberghs, in een vorig leven high performance manager bij het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité en sedert dit jaar afdelingshoofd topsport bij Sport Vlaanderen, houdt een slag om de arm. “Het zal van details afhangen of alle favorieten ook effectief dat podium halen. Er is wel sprake van een veranderde mentaliteit: het doel is een medaille. Ik was vorig jaar bij het WK hockey en toen onze ploeg na een zinderende prestatie Duitsland had geklopt waren ze daar blij om, maar niet uitzinnig blij. Neen, de focus was het behalen van de wereldtitel en dat is hen ook gelukt.

“Die mentaliteitswijziging beogen we ook bij andere sporten. Het is onze taak om structureel die lat te leggen bij de medailleambitie en dat proces te ondersteunen. De bonden hebben dat opgepikt.”

Uitstervend ras

Onlangs is ook een nieuwe minister aangetreden. Voor een extern verzelfstandigd agentschap als Sport Vlaanderen is het dan altijd weer op eieren lopen omdat nieuwe excellenties graag de rekbaarheid van het adjectief verzelfstandigd uitproberen. Sport is zo’n ambtsbevoegdheid waarmee een minister graag uitpakt en van Ben Weyts (N-VA) wordt verwacht dat hij meer in de picture zal willen lopen dan zijn voorganger Philippe Muyters. Tot nog toe hoor je geen klachten.

Paul Rowe: “We hebben al een paar vergaderingen gehad met de minister en die zijn heel goed verlopen. Er is ons vanaf 2020 zelfs recurrent 2 miljoen euro meer beloofd voor de topsport, waardoor we nu in Vlaanderen ongeveer 25 miljoen ter beschikking hebben.”

Topsport en sport in het algemeen blijven beschamend ondergefinancierd vergeleken bij cultuur. De subsidiëring volgt ook niet langer de trend van meer en betere topsporters en het fel verbeterde topsportklimaat. Ooit kreeg Sport Vlaanderen zijn quotum topsporters met een tewerkstellingscontract niet vol. Vandaag is het drummen voor een plaatsje.

Tom Coeckelberghs: “We hebben nu veertig atleten met een tewerkstellingscontract en 24 topsportstudenten. Atleten die niet presteren zullen iets sneller ter discussie staan, daar waar in het verleden al eens wat respijt werd gegeven.”

Hoewel de nationale ploegen het steeds beter doen, is er hoegenaamd geen sprake van één lijn in de Belgische topsportpolitiek. De lat ligt in Franstalig België een stuk lager dan in Vlaanderen en dat leidt eerder tot frustratie aan Vlaamse kant dan tot resultaten bij de Franstaligen. Uit de topsportindex, die rekening houdt met medailles en topachtplaatsen, blijkt dat de stijging sinds Rio 2016 (bijna een verdubbeling) volledig voor rekening is van Vlaanderen. Ook de nationale ploegen stellen het goed en die drijven vooral op Vlaamse middelen. De individuele Franstalige topatleet lijkt stilaan een uitstervend ras. In 2019 was Nafi Thiam de enige Waalse die één van de zeventien Belgische medailles won. Brusselaar Si Ketbi deed er daar in extremis een bronsde bij op het EK begin november.

Prognose voor Tokio-2019

Column Brugse kabel in De Morgen van zaterdag 9 november 2019

Brugse Kabel

Als ik Club Brugge-speler was en ik had op het veld gestaan woensdag, dan weet ik niet hoe ik zou hebben gereageerd. Ik heb ooit een medespeler via een paar harde trappen tegen zijn kont op de juiste plaats in het achterveld gezet (en geel gekregen van de ref) omdat hij weigerde dekking te geven aan een zwakkere speler, waardoor we keer op keer punten slikten. Het ging om volleybal, maar dat maakt niet uit: die gast liet zijn prestatie primeren op die van de ploeg en dat kon niet.

Mbaye Diagne woensdag toen hij die strafschop nam (en miste) ten koste van Hans Vanaken (die nooit mist)? Ik had hem vermoord, zeker weten. Of ik had het geprobeerd en dat zou slecht zijn afgelopen want het is een beer, die Senegalees.

Bij Anderlecht zien ze de onervarenheid van Michael Verscheuren niet langer als een manco. Die had zich Diagne laten afsnoepen door Club in de laatste uren van de mercato. Wat een geluk. Stel je voor dat die egoïst in die paars-witte kleedkamer met misdienaartjes was gedropt.

Mbaye Diagne wordt bij Club Brugge omschreven als ‘een mannetje’. In de krant stond dat hij een foto had geweigerd met zijn nieuwe Brugse shirt omdat niet de juiste naam op zijn shirt was geflockt. Het moest niet M. Diagne zijn maar M. Jr. Diagne omdat hij met de naam van zijn zoon wilde spelen. Hij zou ook hebben geweigerd om individueel bij te trainen, stond niet in zijn contract. Als dat allemaal klopt, was dat al een reden om hem terug te sturen. Na een wedstrijd waarin hij niet had gespeeld manifest geen loopoefeningen willen doen, wat moet je daarmee als trainer?

M. Jr. Diagne is geen mannetje, het is een caractériel. Hij heeft onrust gebracht in de kleedkamer van FCB en dat is een hele prestatie, want die hangt normaal beter aan elkaar dan een Romeinse falanx. De breuklijn ligt daar waar blank ophoudt en donker begint, hoor je nu uit erg betrouwbare bronnen. De blanke spelers (Belgen en één Nederlandse captain) zouden Diagne gedwongen willen repatriëren naar Istanbul. De donkere jongens zouden het voor Diagne hebben opgenomen nadat die met zijn goedkope excuses kwam op Instagram – “Sorry Club, ik had het zo niet bedoeld”. Even excuseren, Dieu of Allah om vergiffenis vragen en passons, dat is al te makkelijk.

Toen Diagne bij zijn volle verstand de belangrijkste speler van zijn elftal desavoueerde, maakte hij twee slachtoffers. Ten eerste zette hij zichzelf neer als egomaniak en door te missen ook nog eens als stom kieken. Ten tweede heeft hij Hans Vanaken, de motor van Club, zwaar voor lul gezet en dat is nog het ergste in de fall-out van deze rel. De nijdige opmerking van Philippe Clement dat het de taak is van journalisten om over de wedstrijd te schrijven en dat de rest intern zal worden opgelost, was evenmin erg slim. Club zou er beter aan doen openlijk te communiceren over deze affaire. En Diagne weg te sturen, uiteraard. In het andere geval blijft dit leven, niet het minste bij Vanaken, die zo al niet overloopt van zelfvertrouwen.

De hamvraag blijft: is er nu sprake van een Brugse Kabel? De Kabel was het ondergronds verbond bij Ajax en het Nederlands elftal van halfweg de jaren 90 tussen vijf donkere jongens, met onder meer Edgar Davids en Clarence Seedorf als protagonisten. Hun ergernis lag in het feit dat ze dachten dat hun status (en salaris) te maken had met hun huidskleur, dat de blanke jongens werden voorgetrokken.

In Nederland ging het om donkere Nederlanders die zich benadeeld voelden tegenover blanke Nederlanders, dat is al een wezenlijk onderscheid. Er is er een andere, meer aannemelijke verklaring voor die breuklijn in de kleedkamer. Hans Vanaken, Ruud Vormer, Brandon Mechele, Mats Rits, Siebe Schrijvers (en ik vergeet er een paar) zien Club Brugge als een eindstation. Voor de buitenlanders – nu toevallig veel Afrikanen, maar andere jaren kunnen dat evengoed ic’en zijn – zijn Jan Breydel en Basecamp Westkapelle tussenstations naar betere oorden.

Het businessmodel van de Jupiler Pro League, en van heel wat andere kleine competities, is de import van goedkope, vaak zwarte passanten in wie we voetbalsoftware stoppen en de hardware wat verbeteren, met de bedoeling die zo snel en zo duur mogelijk door te verkopen. Diagne is een dure passant en dan nog een huurling, de overtreffende trap. Hij was ingevallen, versierde per ongeluk een goedkope strafschop en dacht aan zijn odyssee waaraan misschien een eind kon komen: voor de zesde keer verhuurd, hier is mijn ticket naar rust, naar een stabieler bestaan, een Champions League-doelpunt helemaal zelf afgedwongen. Niet dus, Diagne terug naar afzender.

 

Brugse Kabel

Verhaal over de limiet van de topsportende mens in De Morgen van zaterdag 9 november 2019

De grens van de mens

Ja, Eliud Kipchoge liep op 12 oktober de marathon als eerste ooit onder de twee uur. Maar de mens bereikt stilaan zijn sportieve plafond. ‘Sneller, hoger, sterker’ is het olympische motto, maar hoelang nog en tot waar?

Records fascineren. De mens die sneller loopt/fietst/zwemt dan ooit, die meer kilo’s heft dan iemand vóór hem, die verder gooit of springt… Samen met de hormonale clash van man tegen man en ploeg tegen ploeg zijn records de fundamenten en misschien wel de bestaansredenen van topsport.

Er is een paradox. De mens wordt gezonder, ondanks de mens. Dat is geheel de verdienste van de medische wetenschap, want de bewegingsarme moderne mens verliest steeds meer van zijn intrinsieke fysieke capaciteiten waardoor de volgende generaties steeds minder potentiële topsporters zullen produceren. Het is te hopen voor de topsport dat het manco van de moderne sedentair wordt opgevangen door een betere detectie.

Buitenbeentjes – genetische freaks, zo u wilt – zullen er altijd zijn en we zullen ze steeds vaker en vroeger vinden. Ze zullen beter worden geselecteerd, gekoesterd, getraind en tot ongeziene prestaties worden gebracht, maar zelfs wie met de juiste gencombinatie in de juiste sport excelleert, krijgt onverbiddelijk te maken met de limieten van het menselijk presteren. De recordcurves hebben de afplatting bereikt. Als er nog progressie is, zal ze minimaal zijn. Daarna volgt de stilstand. Waar liggen die grenzen van de sportende mens?

Over die vraag breekt de sportwetenschap zich al decennia het hoofd. Professor Jan Boone, sportfysioloog aan de UGent
blijft voorzichtig. “Voor kracht en snelheid hebben we weinig eenduidig voorspellende gegevens maar voor uithouding is het zuurstofverwerkend vermogen van hart en bloedvaten de beperkende factor. Dat systeem kennen we en de rek is er stilaan uit. Maar ook het wereldrecord op de 100 meter zie ik de eerste decennia niet verbeterd worden.”

De mens heeft (g)een limiet

Iedereen weet dat de mens zoals hij vandaag wordt geboren en leeft, nooit over drie meter zal springen, geen honderd meter zal zwemmen binnen de halve minuut en die ook niet zal lopen in vijf seconden. De jachtluipaard, het snelste zoogdier, geraakt nu al amper onder de zes seconden. De mens zal ook nooit de marathon volbrengen in anderhalf uur, want wie heeft de motor om honderd 400 meters na elkaar te lopen in een goeie 51 seconden? Niet deze mens.

Prestaties voorspellen – wat kan en niet kan en wanneer dan wel – is een moeilijk verhaal. Neem nu de marathon lopen onder de twee uur. Niet vóór 2030, dachten de meeste wetenschappers. Het ondenkbare gebeurde al op 12 oktober van dit jaar, weze het onder bijzondere omstandigheden. Op een mistige, kille zaterdagochtend liep een kleine zwarte man op prototypes van schoenen beschermd door zeven elkaar afwisselende lopers een marathon rondjes op de Praterallee in Wenen. Hij deed over de 42,195 kilometer exact twintig seconden minder dan twee uur. De sportwereld stopte even met draaien, althans het deel dat een obsessie heeft met records: 1u59:40, de mens had een nieuwe, mythische grens gesloopt.

Nooit is een niet-erkende recordverbetering op meer gejuich onthaald. Alles klopte aan dat gehypte nummer, uitgezonderd de print op het loopshirt van de kleine Keniaan. No human is limited, was de slogan die algemeen sponsor Ineos en kledingsponsor Nike hadden bedacht. Hoezeer Eliud Kipchoge ook van zijn melk was, geen vijf minuten na zijn twee uur durende race tegen de afstand en de klok later sprak hij: ‘De mens heeft geen limiet.’

Ze dwalen, de merken en de loper. De mens is wel degelijk begrensd en dat is niet het enige nieuws. De limieten van het menselijk presteren komen steeds dichterbij.

Blamage voor ‘Nature’

Er was een tijd dat niemand – vooral dan in de Angelsaksische wereld – zich kon voorstellen dat een mijl ooit onder vier minuten zou worden gelopen. Roger Bannister deed het al in 1954, het huidige record staat op 3:43, al twintig jaar. Iedereen in de sportwetenschap kent het artikel waarmee de fysiologen Brian Whipp en Susan Ward in 1992 Nature blameerden. Uit een vergelijking van de recordprogressie bij mannen en vrouwen concludeerden zij dat de vrouw ooit de man zou inhalen. Zo werd berekend dat ze elkaar

in 1998 op de marathon zouden kruisen: de snelste man en de snelste vrouw zouden dan de 42,195 kilometer lopen in 2u01:59 seconden.

Voorspelbare nonsens waren het en dat is later ook gebleken. Inmiddels zijn we 2019 en de vrouwen zijn ondanks een recent en onderbelicht record van 2u14:04 van Brigid Kosgei nog steeds een goeie twaalf minuten verwijderd van die prognose. De mannen zijn er inmiddels geraakt, zij het op innovatieve schoenen, en ook nog eens twintig jaar na de voorspelde datum. Op 16 september 2018 liep Eliud Kipchoge – jawel, hij weer – 2u01:39 in Berlijn. Dát record telt overigens wel.

Er waren nog meer voorspellingen in dat artikel en die moeten allemaal nog uitkomen: zoals een 1.500 meter zowel door mannen als vrouwen in 3:13 gelopen (vandaag is dat bij de mannen 3:26). Of nog: een 400 meter en 800 meter in respectievelijk 41.70 (in 2032) en 1:35.77 (in 2035). In 2050 ten slotte zouden ze allebei de 200 meter lopen in 18.62 seconden.

Vrouwen die gelijk presteren aan mannen zou een uitweg zijn om uit de impasse rond de intersekse-atleten te raken, maar helaas zal het niet gebeuren, toch niet zonder opmerkelijke mutaties in het menselijk ras. Aan het uiterste einde van de klokcurve waar zich de betere specimina van elke sekse bevinden, blijft het verschil tussen mannelijke en vrouwelijk topprestaties 10 tot 15 procent.

Vet en doping

 

Het concept record – of: sneller, hoger, sterker – mag dan door een testosterongedreven brein zijn gemodelleerd, toch nog eens herhalen dat het verschil tussen de geslachten niks te maken heeft met een groot complot van de witte man van middelbare leeftijd jegens de vrouw, maar alles met wetenschap, diezelfde wetenschap waarmee die de limieten van het menselijk presteren bepaalt.

De vrouwelijke topsporter heeft een grotere vetvoorraad dan haar mannelijke collega en uit verschillende studies bleek ook dat ze een bepaald tempo beter kon inschatten en vasthouden, allemaal voordelen hoe langer een prestatie moet worden volgehouden, maar daarmee houdt het goede nieuws voor de vrouw ook op.

Vrouwen hebben een lagere maximale zuurstofopname (de zogenoemde VO2max), wat hun uithouding beperkt. Dat is het gevolg van een kleiner hart, minder spiermassa, een lager aantal rode bloedcellen, waardoor minder zuurstof naar de spieren wordt getransporteerd. Aan de basis liggen hormonale verschillen, om testosteron maar niet te noemen, het hormoon dat bij de man tien tot twintig keer meer aanwezig is.

De limieten van de vrouwelijke topsporter zullen in de toekomst mee worden bepaald door de hormoonniveaus die in de reglementen zijn toegestaan, al moet van intersekse-atleten ook geen wonderen worden verwacht. De Zuid-Afrikaanse Caster Semenya, die geen startrecht bij de vrouwen meer krijgt door haar hoge testosteronwaarden, liep met een (te) volle testosterontank nog steeds 15 procent trager dan de toppers bij de mannen.

Behalve uitgaan van een lineaire progressie, maakten de wetenschappers van dat artikel in Nature nog fouten, zoals geen rekening houden met externe factoren. De belangrijkste: omdat de vrouw veel later dan de man professioneel was gaan sporten, werden records aanvankelijk in een sneller tempo verbeterd. En ook: omdat de jaren 1970 en 1980 de hoogdagen waren van de doping en doping vooral bestaat uit mannelijke hormonen die veel meer effect hebben bij vrouwen dan bij mannen, schoten de prestaties van de vrouwen zo snel de hoogte in.

Het bewijs: bij de mannen dateren nog slechts twee records van de 24 olympische atletieknummers van voor 1988, het begin van de trainingscontroles na de dopingaffaire Ben Johnson. Bij de vrouwen staan tien van die records al meer dan 31 jaar stevig overeind. De finaliste die straks in Tokio minder dan twee seconden boven het wereldrecord van Marita Koch op de 400 meter blijft, heeft een dikke kans op een medaille. Koch liep haar 47.6 in oktober 1985.

Het record: 96,7 VO2max

De theoretische limiet bepalen van het menselijk presteren is een fysiologisch of een statistische oefening. Dokter Michael Joyner van de befaamde Mayo Clinic in Rochester, Minnesota was in 1991 een van de eersten om op fysiologische gronden een bovengrens te bepalen. Hij legde de lat voor het ultieme marathonrecord op 1u57:58. De atleet die dat zou presteren moest beschikken over een VO2max van 84 (milliliter zuurstof opgenomen per minuut en per kg lichaamsgewicht), een ‘anaerobe drempel’ tegen 85 procent van die VO2max én hij moest over een exceptionele loopeconomie beschikken.

Dat verdient iets meer uitleg. In uithoudingssporten is de beperkende factor de zuurstofopname en vervolgens wat het lichaam met die zuurstof doet. De grootste zuurstofopnemers zijn de langste langlaufers en roeiers. In absolute waarden kunnen zij de meeste zuurstof per minuut (7 tot 7,5 liter) in hun longen trekken. In veel sporten waarbij gewicht een rol speelt, komt het er op aan zo veel mogelijk zuurstof per kilogram op te nemen, vandaar de VO2max.

Toppers in uithoudingssporten zullen altijd hoger scoren dan 80. De langlaufers halen soms 90 en er was ook ene Oskar Svendsen, een wielrenner die wereldkampioen werd bij de juniores en ooit zou zijn afgeklokt op 96,7, het absolute record. Als die waarde al klopt, dan deed Svendsen er weinig mee. Hij stopte met koersen en studeert nu psychologie.

Vervolgens komt het erop aan dat het lichaam die zuurstof zo veel mogelijk aanwendt om brandstof voor de spieren te maken, nog een beperkende factor. Wie aan 85-90 procent van die VO2max kan presteren (de anaerobe drempel), scoort bij de wereldtop.

Ten slotte is het bij lopen ook belangrijk om economisch te lopen – mooie stijl, licht gebouwd, goede rebound na elke pas. Dat is de loopeconomie.

Een andere, even waardevolle voorspelling gaat uit van statistische modellen die rekening houden met de afplattende curve van de records. Mark Denny, wetenschapper aan Stanford University, deed in 2008 de oefening zowel voor windhonden, racepaarden als voor mensen.

De honden en de paarden hebben hun limiet al een tijdje bereikt, de mens bijna, vond Denny.

Zijn limieten vindt u samen met de huidige wereldrecords in een tabel hierbij. Daaruit blijkt dat Usain Bolt heel dicht bij de voorspelde ondergrens zit, maar Bolt loopt niet meer en voorlopig komt niemand in zijn buurt. Het is wachten op een nieuwe Usain Bolt, die alle wetten tartte door als 1m95 lange sprinter de perfecte 200 meterbocht te lopen zonder – zoals de kenners hadden voorspeld – dat zijn benen in een knoop geraakten.

Ook Eliud Kipchoge, in de versie van de gekunstelde recordpoging Wenen, zit in de buurt. Denny legt het ultieme marathonrecord bij 1u59:36. Kipchoge deed er vier seconden langer over.

525 kg banden opheffen

Voor kracht- en snelheidssporten is VO2max dan weer waardeloos. Die sporten hangen af van de krachtproductie in nauwe samenwerking met onder meer de zogenoemde spier-peeselasticiteit en vooral de snelheid waarmee signalen vanuit het brein de spieren kunnen bereiken.

Uit een Noorse studie in opdracht van het Noors Olympisch Comité weten we dat de piek in verticale kracht bij de zogenoemde countermovement jump (een sprong waarbij vanuit licht gebogen benen zo hoog mogelijk wordt gesprongen zonder met de armen te zwaaien) 85 watt per kilogram gewicht bedraagt bij topatleten. De maximale piek in horizontale kracht (bijvoorbeeld bij de start van een sprint) ligt dan weer bij 36 watt. Bij de vrouwen is dat respectievelijk 70 en 30 watt.

Veel records in kracht- en snelheidsnummers zijn evengoed een verhaal van techniek als van intrinsieke kracht, en maar weinig disciplines zijn puur op kracht gebaseerd of het zou het deadlift moeten zijn. Dat record staat op naam van de Litouwer Zydrunas Savickas die in 2014 een baar met 525 kg banden van de grond ophief en even kon vasthouden.

De waarden in verticale en horizontale kracht zijn lang niet zo gedocumenteerd als de VO2max.

De ontdekking dat zuurstofopname de limiterende factor was, dateert al van honderd jaar geleden en in 1937 kwam Harvard met een bovenste grens voor de VO2max: 81,4 milliliter zuurstof per kilogram lichaamsgewicht. Vandaag denkt men dat de genetische freaks boven de 90 kunnen scoren, maar van de Afrikaanse toplopers zijn bijvoorbeeld weinig tot geen data bekend.

Professor Jan Boone: “De VO2max is genetisch bepaald en we weten inmiddels wat we kunnen verwachten als we topatleten testen. We weten ook hoe wij hen kunnen laten presteren op hun best. De optimale training is bekend: gepolariseerd (óf laagintensief óf juist hoogintensief, en nagenoeg niks in de tussenliggende ‘zone’, red.), de volumes, dat is allemaal uitgezocht. De limieten zijn stilaan in zicht. Vooruitgang zal van andere dan puur fysieke factoren moeten komen.”

Hersenstimulatie

De grootste evolutionaire kracht van de mens is zijn aanpassingsvermogen. Ligt de oplossing in de mutatie van de mens? Wat als wij mensen, al was het maar een beetje, in de richting van de sledehonden in Alaska met hun 240 milliliter VO2max konden opschuiven?

Boone: “Hoe de mens zal reageren op bijvoorbeeld drastische klimatologische veranderingen, is niet te voorspellen, maar in theorie is het mogelijk dat we daardoor een ander soort mens krijgen. Misschien zouden we kunnen beginnen met een laaglander jaren aan een stuk op hoogte te laten leven. In extreme omstandigheden wordt het lichaam adaptief.”

Omdat de mens fysiek steeds zwakker wordt, zal het erop aankomen de talenten steeds vroeger te detecteren, te beschermen en gericht te trainen. Tourwinnaars Chris Froome en Egan Bernal – zelfs Remco Evenpoel – zijn eerder onverwacht in het wielrennen terechtgekomen, ze zijn alvast niet van in hun kleutertijd gedetecteerd als talent. In de toekomst zal dat kunnen. In Vlaanderen bestaat al het Sportkompas, dat kinderen de weg wil wijzen in het aanbod sporten en hun door middel van simpele tests wil tonen waarin ze het beste zijn. Dat is nog even verwijderd van het Oost-Duitse systeem waarin een kind met een goede waterligging automatisch naar de jeugdtopsportschool ging om te zwemmen.

“Wellicht gebruiken we niet het volledige potentieel van de bevolking,” zegt Jan Boone. “Door enkele gerichte tests zou je de high potentials sneller kunnen opsporen.” Niet alle sporten hebben toegang tot de best mogelijke atleten die bij hun sport horen. Denk in dat verband aan de sprintnummers in de atletiek die heel wat talent gerekruteerd zien door andere, beter betalende sporten. Misschien is de voetballende schicht Kylian Mbappé van Paris Saint-Germain wel het atletiektalent dat Usain Bolt had kunnen onttronen.

Ook het individu gebruikt zelden zijn maximale potentie. Het zijn de hersenen die de graad van waarneembare vermoeidheid aangeven en die het lichaam verplichten om te stoppen. Uit experimenten blijkt dat het lichaam ondanks die signalen van de hersenen nog wel even door kon gaan. tDCS (transcranial direct current stimulation) of het manipuleren van de hersenen door elektrische stromen (van enkele milliampères) is voor sommigen de heilige graal van de topsport. Met tDCS zou je de potentie maximaal kunnen inzetten, maar ook de recuperatie na de prestatie verbeteren.

Er is mee geëxperimenteerd in de Giro van 2018 door Domenico Pozzovivo, die tot en met de zware achttiende rit naar Prato Nevoso onverwacht derde stond. Door logistieke problemen boven op de berg miste hij die avond zijn sessie tDCS, sliep slecht en verloor een dag later acht minuten. Hij wijt die offday nog steeds aan die ene misser.

“Als we nog vooruitgang boeken, zal dat van innovatie buiten de atleet komen, zoals de schoenen in de marathon”, zegt Jan Boone. Dat hebben we gezien bij Kipchoge en andere marathonlopers die op de Nike Vaporfly lopen, eerst op de 4%, later op de Next% en Kipchoge liep al op het derde prototype met drie carbonplaten en vier luchtkussentjes in de zool.

Een verandering in technologie kan ontwrichtend werken. Daar weet het zwemmen alles van. Op de Olympische Spelen in Peking in 2008 werd 98 procent van de medailles gewonnen in een Speedo-zwempak genaamd LZR Racer. Tegen eind augustus 2009, net voor het pak werd verboden, waren er 93 wereldrecords in de LZR Racer gezwommen.

Puur sportieve technische innovatie kan ook. Misschien is er een hoogspringtechniek, anders dan de uit 1968 daterende Fosbury-flop, die ons tien centimeter hoger laat springen dan 2m43. Of een polsstok uit een ander materiaal. Soms maakt een sport weinig woorden vuil aan innovatie, valt niemand erover en juicht iedereen de progressie toe. Neem nu gymnastiek en vergelijk Simone Biles van 2019 met Nadia Comaneci van 1976. Biles springt hoger, veel hoger, doet tweevoudige salto’s met daarin drie schroeven. Comaneci hield het bij een armzalige dubbel gehoekte salto.

Goed om te weten: onder de mat van Biles zitten sinds 2012 wel tweeduizend springveren van 11 centimeter hoog. In 1976 lag de mat op een parketvloer met daartussen rubberblokjes.

Ten slotte zit er aan de innovatie ook een donkere kant. Ingrijpen in de genetica is vandaag (wellicht) utopisch maar over afzienbare tijd een optie, denkt Jan Boone: “Er zijn aanwijzingen dat mensen met een hoge VO2max langer leven. Wat als over enkele decennia de uithoudingsgenen kunnen worden gemanipuleerd? Als bij hele populaties de zuurstofhouding wordt verbeterd en dat gaat zo enkele generaties door, krijg je een andere mens met fel verbeterde fysiologische waarden. Willen we dat wel? De vraag ‘waar ligt onze fysiologische grens?’ wordt dan vervangen door ‘waar ligt onze ethische grens?, en ‘waar eindigt genezen en begint verbeteren?”

 

 

De grens van de mens

 

Column God is Terug (over MVDP) in De Morgen van maandag 4 november 2019

God is terug

In de laatste paar honderd meters lagen nog een zandbak, een zandhelling, een brug, twee haakse bochten en dan de laatste rechte lijn naar de aankomst. Mathieu van der Poel reed helemaal alleen op kop, controleerde het achterveld, maar dacht toen: ik geef er nog een lapje op. Hij kliefde door de zandbak, spurtte de zandhelling naar boven, zwiepte zich door de twee bochten, sprong over het brugje, slipte nog maar eens door een bocht en begon toen aan handjeklap met de toeschouwers.

Het verdict was een voorsprong van een goeie twintig seconden op Laurens Sweeck, iets meer op Toon Aerts en Tim Merlier, zijn ploegmaat. Conclusie: hij is terug, de god van de modder en bij uitbreiding de fiets.

Baliebrugge, gehucht van Ruddervoorde, deelgemeente van Oostkamp, voorgeborchte van Brugge, zinderde al heel vroeg. Heelder gezinnen voorzien van botten en paraplu’s haastten zich voorovergebogen naar het parcours, waar eerst de jeugd en daarna de vrouwen de modder tot een brij zouden fietsen, om daarna het echte begin van het crossseizoen mee te maken. De verschijning van Mathieu van der Poel onder de kerktoren van St-Godelieve/Baliebrugge in de Pastoor Vanden Weghestraat – nu weet u waarom ik daar zo min mogelijk kom – was de grootste comeback sinds Jezus Christus.

We hebben er lang op moeten wachten. Het geneuzel van de Iserbytjes en Toontjes van deze wereld begon vervelend te worden, het opgeklopte gedoe van alle anderen ook. Was het hybris, was het vluchten voor de werkelijkheid? Diep vanbinnen wisten ze dat zij formule 3 waren en dat er nog twee formule 1’s stonden te wachten. Eén kwam gisteren van stal om een beetje in te rijden, om effe te kijken hoe het ging, beetje wennen. Na vier ronden wist iedereen hoe laat het was.

Je kunt van veldrijden zeggen wat je wilt, het is samen met mountainbike wellicht de meest eerlijke discipline, als mechanische pech geen roet in het eten komt gooien. Wie over techniek en vermogen beschikt, moet in Ruddervoorde altijd winnen. Dat Van der Poel vermogen kon ontwikkelen had hij het voorbije wielerjaar eerst in het veld, dan op de weg, daarna in het mountainbiken en dan weer op de weg bewezen. In Yorkshire etaleerde hij zijn zwakke kant en toonde hij hoe hij te kloppen is: neem hem zijn eten af.

In de cross is dat lastig want die werkt ‘Matje’ af op een bord spaghetti, liefdevol door mama opgekookt. Dat volstond ook gisteren. Zijn overaanbod watts loog niet en zijn techniek was onaangetast. Het commentaar van Michel Wuyts en Paul Herygers was bij momenten aandoenlijk, maar ik snap hen wel. Tegen beter weten in toch maar hopen op strijd, toch maar hopen dat hij niet zo goed was als vorig jaar, toch maar hopen dat alle anderen een sprong voorwaarts hadden gemaakt. Herygers had snel gezien dat de hoop tevergeefs was. God was een keertje in het bos gaan rijden, tunede zijn motor op de weg en kwam dan naar Ruddervoorde. Effe kijken, effe winnen.

In het begin leek het nog wel of Eli Iserbyt gelijke tred kon houden, maar een paar versnellingen verder zag je de kleine Eli imploderen. Hij zou zijn gevallen en zijn stuur stond scheef. Kan zijn, maar zijn stuur was het niet enige wat gisteren scheef stond. Wat vermag een solexje tegen een 500cc? Niks. Ongeveer anderhalve minuut na Van der Poel sukkelde Iserbytje over de meet, compleet gesloopt, net als alle anderen.

Bekijk de beelden van de aankomst van Van der Poel, hoe die rakelings langs het publiek gaat rijden, breed glimlachend handjeklap doet en kijk dan hoe alle anderen kromgebogen over hun stuur de finish halen.

Wuyts had een mooie zin: “Hier rijdt zijne majesteit en daarachter rijdt hij die dacht hem pijn te kunnen doen.” De mannen van Pauwels Sauzen hadden een plan om Mathieu van der Poel van Corendon de duvel aan te doen. Eli Iserbyt, Michael Vanthourenhout en Laurens Sweeck zouden Van der Poel in de tang nemen en slopen. Dat leek ook even goed uit draaien met Sweeck voorop, maar toen Van der Poel de gashendel opendraaide en Sweeck aan de rekker hield, was de weerstand gebroken.

154 crossen gereden en 109 gewonnen, 53 mountainbikeraces gereden en 27 gewonnen. Mathieu van der Poel won het voorbije jaar de helft van alle wedstrijden waarin hij aantrad. Dat is behoorlijk merckxiaans. Of zijn comeback een goede zaak is voor het veldrijden valt voorlopig niet uit te maken. De vrees is terecht dat alle anderen net als in 2018-’19 niet langer zullen rijden om hem te kunnen volgen, maar om met hem op het podium te kunnen staan. Het zal wachten zijn op de comeback van die hopelijk herstelde andere 500cc om een beetje strijd te zien.

 

20191104_De-Morgen_p-19-mail

Column Kansloze Missie over o.m Beneliga in De Morgen van zaterdag 2 november 2019

Kansloze missie

Vorige week belde een Duitse collega. Ze was een boek aan het schrijven over competitief evenwicht in de Europese voetbalcompetities. Ze kende heel goed het verschil tussen het darwinistisch economisch sportsysteem in Europa, waar de grote clubs zo min mogelijk willen herverdelen, en het dirigistisch, bijna communistisch systeem in de VS dat de centrale inkomsten op gelijke basis herverdeelt naar alle clubs, groot en klein, succesvol of niet. Dat doen de teameigenaars in de VS overigens met een winstoogmerk. Ze zien het groter belang van een sterke competitie in en weten dat hen dat op termijn meer winst zal opleveren. Ze staan dan ook boven aan de voedselketen in de sporteconomie.

Wat de Duitse mevrouw niet wist, was dat in alle vier de grote Amerikaanse profsporten minstens tien verschillende teams de laatste twintig jaar kampioen zijn geworden, een bewijs van competitief evenwicht. In Europa zijn dat hooguit vijf verschillende teams, met uitzondering van Frankrijk. Dat is een momentopname want over vijftien jaar zijn er misschien nog twee verschillende kampioenen: PSG en een ongelukje.

Ook baseball’s paradox, de tegenstelling van het honkbal, kende ze niet. De Major League Baseball is de minst herverdelende profsport in de Verenigde Staten. De teams mogen hun eigen jeugd opleiden, hun eigen inkomsten grotendeels behouden en een groot deel van de tv-rechten zelf onderhandelen. Er is zelfs geen echt salarisplafond, alleen een soort belasting op het overschrijden van een bepaalde loonmassa. Dat geld van die belasting wordt dan wel weer netjes naar de ‘armen’ herverdeeld. Toch had het honkbal in de VS tot vorige week het record: dertien verschillende kampioenen in de laatste twintig jaar. Sinds deze week is dat veertien, met de Washington Nationals die hun eerste titel wonnen in hun geschiedenis.

Aan het eind van het gesprek vroeg ze hoe ik de kansen inschatte voor een min of meer gelijkaardig systeem met een afgesloten competitie, economisch streng gereglementeerd, maar dan in Europa. Ik antwoordde dat de vraag niet was óf dat er ooit zou komen, maar wannéér.

Ooit, misschien over tien, twintig, dertig of veertig, maar zeker geen vijftig jaar, is het zover: dan zullen Liverpool en Manchester City de European Superleague tegen ploegen als Barcelona, Real, Bayern, PSG, Ajax (misschien) als prioriteit zien. Om één heel eenvoudige reden: omdat ze met hun nationale competitie maar een fractie kunnen verdienen van wat in de Superleague te rapen valt.

De Engelse Premier League draait vandaag een omzet van 6 miljard euro. Als de NFL (het American football) met 32 ploegen een inkomen kan genereren van 14,5 miljoen euro, en dat in een markt van 300 miljoen mensen met geen vijf maanden competitie, wat dacht u dat de EFSL (European Football Super League) waard zou zijn? Vijftig miljard euro is een voorzichtige gok want we hebben het over een competitie van negen maanden (het dubbele van de NFL) in een markt die tien keer groter is en waarvoor buiten Europa ook wordt betaald, in tegenstelling tot de NFL, die zijn rechten buiten de VS haast gratis weggeeft. Topteams in grote markten zouden zo makkelijk aan een omzet van 2 miljard komen, de kleinere misschien 1,3 miljard. Vandaag is de grootste omzet in de Champions League 750 miljoen euro, de kleinste soms niet eens 10 miljoen.

De plannen van de Beneliga, of althans de officiële bedoeling erachter, zijn zo onrealistisch of naast de kwestie als maar kan. We moeten fuseren met de Nederlanders om ons te wapenen tegen de komst van een Europese competitie. De omzet zou stijgen, heeft Deloitte gezegd! Dat krijg je met schaalvergroting, het tegendeel zou pas verwonderen. Alleen: twee keer niks blijft gewoon niks.

Schrijf op: de Beneliga als buffer tegen de Europese top is niet alleen een doodgeboren kind, het is een leugen want het gaat helemaal niet over schaalvergroting of een positie innemen tegen de topclubs. De echte, weliswaar correcte reden hoor je nooit: de topclubs in België en in Nederland zijn het zat om in hun markt solidair te zijn met clubjes die twintig keer minder te besteden hebben en die niks economisch bijbrengen aan de Jupiler Pro League of de Eredivisie NV. Die bekommernis is dan ook het enige wat de twee competities gemeen hebben.

Voor het overige gaapt er een enorme kloof tussen de twee voetbalwerelden. De Beneliga is hetzelfde als de Italiaan die wil fuseren met de afhaalchinees van om de hoek. De Eredivisie maakt er een kunst van om eigen jeugd op te leiden zonder fiscale of andere voordelen. De Jupiler Pro League draait op een systeem van import en export van goedkope buitenlandse werkkrachten, ondersteund met belasting- en lastenvermindering. De Beneliga kan niet werken.

 

20191102_De-Morgen_p-19-mail

Column over worldcup veldrijden in De Morgen van maandag 30 oktober 2019

Nieuwe worldcup

Wat had het crosswereldje dan gedacht? Dat ze op dezelfde chaotische wijze nog een paar jaar konden doorgaan? Ja dus, aan de reacties te zien op de plannen van de UCI om de crosskalender en vooral de worldcup een nieuw en beter leven in te blazen.

Dat er een wildgroei aan crossen is, tot daaraan toe. Wie er financieel niet uit geraakt zal wel afhaken. Dat er overal in Vlaanderen crossparkjes en parcours verschijnen, ook oké, zolang er maar wordt gesport.

Zaterdag was er cross op de mijnterril van Beringen. Schitterende locatie, ook voor mountainbike overigens, dus een cross waard. Alleen schiet je met een winnaar als Quinten Hermans niet veel op. De tweede was Toon Aerts, ook al geen publiekstrekker. Vervolgens finishten Tom Pidcock, Thomas Mein en Nicolas Cleppe. Conclusie: de Ethiascross van Beringen is een achterafcross. Het hele crossseizoen dreigt een achterafgebeuren te worden. Cross heeft na jaren van hoogconjunctuur een groot probleem.

Overigens, moet die Toon Aerts niet onderhand eens langs bij een sportpsycholoog? Vorig jaar haast altijd geklopt door de grote twee (afwezigen van dit seizoen). Dit jaar de koning van het veld, Belgisch kampioen ook, maar alleen op papier: nog geen cross gewonnen, tenzij op zijn verjaardag in Boom. Quinten Hermans van zijn team was tweede. Het begint een beetje heel erg op inteelt te gelijken.

Voorlopig is het de kleine Eli Iserbyt die zijn schoon lief dumpte (of was het omgekeerd?) en verving door een ander schoon lief en die ineens door zijn nieuwe verliefdheid vleugels heeft gekregen die hem in staat stellen om de hele zooi op afstand te rijden. Gisteren in Gavere opnieuw. De cross in Vlaanderen is een combinatie van Thuis en Familie, met een beetje Ketnet, maar dan in de modder/zand.

Cross is wellicht de enige discipline waarbij organisatoren, althans in Vlaanderen, een heel jaar kunnen teren op wat ze die ene zon-, zater- of feestdag ophalen bij de tv of de bezoeker. Dus wil iedereen een cross organiseren en dus vindt een kat haar jongen niet meer terug in de wildgroei aan klassementen. Dus heeft de UCI besloten daar paal en perk aan te stellen en in één moeite de internationale toer op te gaan. De wereldbeker telt vanaf volgend seizoen zestien wedstrijden en daarvan mag maximaal de helft in België worden georganiseerd. Voor de andere acht moeten ze naar zeven verschillende landen.

De UCI heeft vervolgens een tender uitgeschreven en daarvoor waren twee grote kandidaten: Golazo van Bob Verbeeck en Flanders Classics van Wouter Vandenhaute. Die laatste heeft het gehaald en dat is bepaald vervelend voor de onderlinge verstandhouding (het omgekeerde was dat ook geweest). Golazo en Flanders Classics hebben na een periode van koude oorlog elkaar gevonden in een samenwerking rond toertochten (de redelijk prijzige organisaties onder de noemer Peloton), het WK van 2021 en nog wel wat meer.

Toen deze week de data van de worldcup bekend raakten en alle zon- en feestdagen geclaimd werden door de worldcup werd moord en brand geschreeuwd. Het was vrij duidelijk dat de oppositie vanuit Paal-Beringen werd georchestreerd. Daar zagen ze de bui al hangen: de nieuwe worldcup zat bij de concurrent en die had al de Superprestige. Dat zou de Ethias-, DVV- en Rectavitcrossen – toevallig georganiseerd door Golazo – reduceren tot wat ze in werkelijkheid zijn: bric-à-brac.

Een beetje jammer en tegelijk een beetje hypocriet vond ik de tussenkomst van Sven Nys in dit hele debat. Nys is de baas van Telenet Baloise Lions dat blij zou moeten zijn met de hervormingen, als ze verder zouden kijken dan hun neus langs is. Met een andere pet aan is Nys ook salesmanager en pr-man van Golazo en met nog een andere pet vader van een aanstormend talent dat maar al te graag in het veld zijn boterham zou verdienen op de wijze dat pa dat ooit heeft gedaan – veel winnen en veel startgeld krijgen. Alleen al daarom is Sven Nys niet geloofwaardig en had hij beter gezwegen.

Een gebald veldritseizoen van twintig goede wedstrijden met een garantie op deelname van de beste atleten – lees: Mathieu van der Poel en Wout van Aert en anderen – die ook op de weg of op de mountainbike hun ding willen doen is de enige manier om de leefbaarheid van die discipline te bevorderen en de Vlaamse modder te overstijgen.

Vanaf oktober 2020 zullen er enerzijds 1A-crossen bestaan en daarnaast veel 1B-crossen, vooral dan in Vlaanderen. De 1B’s zullen het iets zwaarder krijgen om hun geldbakje in één dag gevuld te krijgen. De B-renners ook. De cross is al te lang het OCMW geweest van gebuisde wegrenners. Nu grote kampioenen interesse tonen is een nieuw format op zijn plaats.

 

20191028_De-Morgen_p-19-mail

Column KV (h)O(peloos) in De Morgen van zaterdag 28 oktober 2019

KV (h)Opeloos

 

Als de onderwerpen waarover je een mening hebt altijd weer terugkomen en je ook nog eens jouw grote gelijk bewezen ziet, is het comfortabel copy-pasten uit eerder werk.

Eind 2016…

“(citaat) Vorig jaar 4,5 miljoen euro verlies, nu 7 miljoen en volgend jaar komen daar nog eens de verbouwingskosten voor het stadion bij. Zonder de Couveuse Coucke is KV Oostende veroordeeld tot kansarmoede (einde citaat).”

Fast forward naar 17 maart 2017. De bekerfinale is zojuist beslist op strafschoppen en Zulte Waregem heeft het gehaald van KV Oostende. Ik tweet: “Gelukkig is niet alles te koop in het Belgisch voetbal.” Iets later reageert Marc Coucke himself: waarom die zure oprisping? Vervolgens gaat Vlaams viceminister-president en minister van Financiën, Begroting en Energie Bart Tommelein erover heen met de melding dat deze tweet een schande is en dat ik de hele KVO-community heb beledigd. Ik reply dat ik de Oostendse community gewoon met de neus op de economische realiteit heb gedrukt, wat hij als liberaal moet kunnen waarderen. Daarop ging de wasmachine van de sociale media onverbiddelijk aan het draaien en werden de randdebielen onder de rood-geel-groene aanhang gemobiliseerd.

In juni van 2017 keurde de Pro League de Financial Fair Play voor België goed, met als primaire bedoeling Marc Coucke (en de rest van het Belgisch profvoetbal) te behoeden voor zijn veel te diepe zakken.

Fast forward naar februari 2018. Ik zit op een skilift in La Plagne als het bericht binnenloopt dat Peter Callant KV Oostende heeft gekocht. We hebben veel kilometers samen, dus ik kan hem per sms voor gek verklaren. Hij antwoordt met “de deal van mijn leven”.

Fast forward naar kerstvakantie 2018: etentje samen met vrienden, onder wie Peter Callant. Ik voel dat hij zich zorgen maakt, maar we houden het gezellig en praten nauwelijks over voetbal. Enkele maanden later: Callant geeft de fakkel door aan Frank Dierckens, een behanger die rijk is geworden. Hoe rijk? Zeker niet rijk genoeg om de shit van Coucke op te kuisen. Hij denkt van wel, o hybris.

Fast forward naar deze week: KV Oostende heeft de noodklok geluid. Als het nú een licentie zou moeten aanvragen, krijgt het die niet. Dierckens heeft bij zijn aantreden al een kapitaalverhoging gedaan om de put te delgen, maar of zijn zakken zijn leeg of hij heeft geen zin meer.

Ook deze week: de club is gaan aankloppen bij de pas verkozen burgemeester Bart Tommelein en die maakt zich sterk dat hij Marc Coucke zal kunnen overtuigen (gisteren is men daarmee begonnen) om een deel van zijn vorderingen op KV Oostende – vooral de stadionhuur en nog enkele aflossingen – te laten vallen.

Het is niet duidelijk of Coucke de enige partij is in de stadionhuur. Zijn zakenpartner Bart Versluys, die de nieuwe tribune bouwde, is wel een belangrijke bouwheer in Oostende. Op de oostoever zet hij (onder meer met het geld van Coucke) het ene na het andere prestigieuze appartementenblok neer. Misschien dat een herbestemming van een stukje havengrond kan helpen.

Ander scenario dat steeds terugkeert, is de aankoop van de tribune, het stadion dus, door de stad en dat dan laten bespelen door KV Oostende tegen een gunstprijs. Ingrijpen van de overheid in een zelfbedruipende sector zou wel heel onliberaal zijn en bovendien volstaat dat niet voor KVO om schuldenvrij te zijn. Als de burgemeester van Oostende een consultant op de rekeningen zet, zal hij vaststellen dat die afkorting staat voor KV (h)Opeloos.

Profvoetbal aan de kust is niet leefbaar zonder sugardaddy en sugardaddy’s mogen niet meer. Dus beste burgemeester, uw eerste jaar van uw mandaat is het uitgelezen moment voor een sanering. U zou het voetbal daarmee een dienst bewijzen want dan zou u meteen ook de bal neerleggen in het kamp waar hij thuishoort, dat van Coucke. Die heeft een leefbare 1B-club financieel gedopeerd tot een subtopper in 1A en belast met schuldvorderingen en dure contracten. Vervolgens heeft hij die club laten vallen, waardoor die nu op crashen staat. Het ergste is: dit scenario is voorspeld, onder meer op deze plek.

Toen zijn vlieger in Oostende niet meer opging, heeft Coucke de nummer één van het Belgisch voetbal gekocht en heeft de club in het eerste jaar met 27 miljoen euro schulden opgezadeld.

Marc Coucke was al vaak een gamechanger, maar nu is hij de meest ontwrichtende factor ooit in het Belgisch voetbal. Twee clubs in zwaar weer door zijn toedoen en de loonspiraal in het profvoetbal in zijn eentje met minstens 10 procent aangezwengeld, dat kan tellen als tussentijds rapport.

 

20191026_De-Morgen_p-19-2-mail

Column Afgaan op de Baan in De Morgen van maandag 21 oktober 2019

Afgaan op de baan

Neen, als generale repetitie voor de Olympische Spelen is het EK baanwielrennen niet bepaald geslaagd. Dat is geheel aan u voorbijgegaan, maar deze rubriek is speciaal in het leven geroepen om u bij de les te houden. Welaan dan maar. Waar België bij de vorige editie nog medailles won op dat EK, en de vrouwenachtervolging het kneusje was, zijn de rollen de voorbije week in Apeldoorn omgekeerd.

Niet dat de vrouwen op de achtervolging nu ineens in de medailles reden, dat nu ook weer niet, maar ze deden het meer dan behoorlijk met een vijfde plaats, een Belgisch record en een traject naar de Olympische Spelen dat nog wijd open ligt. Bij de mannen is dat een heel ander verhaal. De achtervolging ging eerder deze week behoorlijk de mist in. Ze bleven bijna een seconde boven het nationale record van oktober 2018 (3:57.037). De wereldtop doet dat tien seconden sneller, dus we hebben nog wel even te gaan in ons koerslandje.

Hoewel, er is afgelopen zomer sneller gereden door vier Belgen, maar dat waren beloften. Dat Belgisch record is 3:56.818 en is gereden op de trage baan in Gent, door het kwartet Robbe Ghys, Sasha Weemaes, Fabio Van den Bossche en Gerben Thijssen. Wat er met die jongens tussen juli en vandaag is gebeurd, het is mij een raadsel maar als ik de wielerbond was geweest, had ik na die prestatie op dat EK voor beloften resoluut voor die gasten gekozen als speerpuntploeg.

Dat is niet gebeurd. De Belgen reden in Apeldoorn met Kenny De Ketele, Robbe Ghys, Rune Herregodts en Sasha Weemaes. Ze kwamen niet in het stuk voor en misschien zijn daar goede redenen voor, zoals altijd om onbenutte kansen uit te leggen, maar het blijft verdomd jammer. Dit EK was afgaan op de baan, zonder één enkele medaille en met een vijfde plaats van de vrouwenachtervolging als beste resultaat.

Verzachtende omstandigheden? Die zijn er ook altijd. Jolien D’Hoore is nog herstellende van twee zware crashes dit seizoen. Robbe Ghys viel ziek net voor de ploegkoers en Fabio Van den Bossche moest invallen. Niet al te ver in de wedstrijd viel de invaller, maar dan letterlijk toen hij tegen het achterwiel van Morkov aantikte. Was hij onder de indruk van de val, deed het overal pijn, het zal wel een beetje van alles zijn. Fabio Van den Bossche is wel een groot talent en moet worden gekoesterd.

De vraag is dan of het verstandig is om hem aan een oude rot als Kenny De Ketele te koppelen, wetende dat de eerste bekommernis van De Ketele het redden van het eigen hachje is. Dat was destijds ook zijn beweegreden om bondscoach bij de jongeren te worden, maar gelukkig heeft iedereen op tijd en stond ingezien dat dit niet de juiste oplossing was. De Ketele is nog maar zelden de juiste oplossing gebleken als het er echt om gaat. Rewind naar de zomer van elf jaar geleden. Toen reed een Belg zijn ploeg naar de olympische medailles – goud kon toen als mijn geheugen mij niet in de steek laat – en nadat hij driekwart ronde voorsprong had genomen, loste hij af. Ze werden vierde omdat de man die hij in de baan bracht dat laatste kwartje niet kon volmaken. Zijn jonge leeftijd werd toen als excuus gebruikt voor zijn falen, want dat was het, falen. Sindsdien zijn Iljo Keisse (de man van de driekwart ronde) en Kenny De Ketele, toen toch al 23, niet de beste vrienden hoewel ze achteraf af en toe in een zesdaagse aan elkaar zijn gekoppeld en ook wonnen.

De Ketele heeft moeite om zich bij het meesterschap van Keisse in een zesdaagse neer te leggen. Daar waar alle andere koppels vorig jaar na een paar dagen in Gent wisten dat Keisse-Viviani de besten waren, waarna bij het rennersoverleg een mooi scenario voor de laatste zondag werd uitgedacht, was De Ketele de laatste om toe te geven.

De enige keer dat de Belgische selectie voor het EK baanwielrennen zich de voorbije week liet opmerken, was door Kenny De Ketele. Niet met prestaties op de fiets, wel omdat hij na de teleurstellende prestatie op de ploegenachtervolging en de verkeken olympische kansen had verwezen naar zwemmers die al naar de Spelen mogen als ze aan de overkant van het bad geraken. Hij is daarvoor uitgelachen/gekafferd, maar die observatie is zowel correct als oerdom.

In het kader van de olympische universaliteit mag een land dat niet aan de selectiecriteria voldoet omdat het geen topsporters heeft, toch zes atleten inschrijven in de Spelen. Dat gebeurt hoofdzakelijk in twee sporten, atletiek en zwemmen, en niet in gevaarlijke sporten als bijvoorbeeld wielrennen of boksen. Tegelijk was het ook oerdom, want Belgische zwemmers moeten wel degelijk aan hele strenge selectiecriteria voldoen, veel strenger dan die in het wielrennen. Voor iemand die zelf twee keer figurant was op de Spelen, is dat slecht opgelet.

 

Afgaan op de baan

Interview Emma Meesseman in De Morgen van zaterdag 19 oktober 2019

‘Mijn enige probleem: ik zie er niet agressief uit’

Op haar 21ste kende ze Moskou al als haar broekzak. Intussen werd ze kampioen in Rusland, Europa en net nog in Amerika. ‘Hesperolletjes’ zijn haar specialiteit, naast basketballen uiteraard. Maak kennis met Belgian Cat Emma Meesseman (26) uit Ieper.

De internationale basketbalwereld was niet verbaasd: die wist wat Emma Meesseman in haar mars had, lang voor ze die beslissende korf in de allerlaatste seconde scoorde op het WK van 2018 waardoor de Belgian Cats groepswinnaar werden. Daar op Tenerife leerde België frontvrouw Meesseman (1m93) en de Cats kennen: vierde van de wereld in een supermondiale sport, nooit gezien.

Op het EK dit jaar was een vijfde plaats weggelegd voor de Belgen en weer was de hoofdrol voor Emma Meesseman, wier Wikipediapagina in het Engels vijf keer langer is dan in het Nederlands. Ze kwam voor dat EK over vanuit de Amerikaanse profcompetitie WNBA, en keerde nadien terug. Nadat ze aan het eind van een lange Russische winter in de Oeral kampioen was geworden en de Euroleague had gewonnen met haar Russische ploeg UMMC Jekaterinenburg, pakte ze met de Washington Mystics begin deze maand ook nog eens de Amerikaanse titel. On top of that werd ze bekroond als beste speelster van de finales in de sterkste competitie ter wereld.

Een zot jaar, jazeker. Een druk jaar, reken maar. Woensdag is ze al even heen en weer gereden naar Charleroi omdat haar Russische ploeg daar Europees moest spelen en maandag reist ze hen achterna, waarna het weer allemaal van voren af aan begint, maar danin Rusland en Europa. Voor heel even, want in november komt ze terug voor kwalificatie-interlands met de Cats en in januari is er nog een ander kwalificatietoernooi, dat voor de Spelen in Tokio.

Emma Meesseman: “Van hot naar her, jawel, maar dit is mijn leven de laatste jaren. In de zomer van 2018 jaar heb ik de WNBA even laten schieten om mezelf wat meer rust te gunnen. Stress? Nee, het is gewoon druk, maar het is altijd druk als ik thuis ben en thuis kan ik dat goed aan.

“Het is allemaal zo rap gegaan. Die snelle opeenvolging van finalewedstrijden, dat had ik nog niet meegemaakt. Ineens zitten we hier. Gisteren was het nog nazomer in Washington en nu is het oktober, en als ik maandag land in Jekaterinenburg zal het zeker sneeuwen want dat doet het daar altijd als ik arriveer. Het zal wennen zijn.

“Ik ben een thuismens. Thuis is tussen de mensen die ik graag heb: mijn broer, mijn ma en mijn pa. Ik heb vanmiddag gekookt voor de werkers in het gezin. Toen die waren vertrokken, heb ik de afwas gedaan. Wat we hebben gegeten? Hesperolletjes in de kaassaus. Niet met puree, neen. Met patatjes, die kun je pureren in de kaassaus, toch? Dat is mijn lievelingsgerecht, ik heb dat ook een paar keer klaargemaakt in Washington.”

Ik zie je zo voor mij: de vaat doen. Erg down-to-earth. Toch moet het een mallemolen geweest zijn. Ik ben allicht de zoveelste in de rij en toch heb je toegezegd.

“Ik denk dat ik dit moet doen, al was het maar om het vrouwenbasketbal nog meer op de kaart te zetten. We kunnen niet aan de ene kant klagen dat we niet in de picture staan en aan de andere kant onszelf niet promoten. Al viel het mij vroeger zwaar om over mezelf te spreken. De laatste tijd kan ik dat beter. Ik hoop dat jonge meisjes dit lezen en daardoor geïnspireerd geraken.”

Je bent 26, draait jaar na jaar twee tot drie shifts. Welk onderdeel rammelt al?

“Wel, dat valt mee. Ik ben nu een beetje geblutst door de vele stampen en kloppen onder de ring, maar blauwe plekken gaan weer weg. Voor het overige heb ik een sterk gestel, sterker dan mijn mama die ook international was maar die veel blessures had. Wellicht heb ik dat van mijn vader. Hij is osteopaat dus bij hem kan ik ook altijd terecht. Jawel, ik ben de voorbije dagen al eens op zijn tafel gaan liggen, maar gewoon ter controle en preventie en om alles recht te zetten.”

Je loopt mooi rechtop, knap voor een vrouw van 1m93.

(lacht) “Dat heb ik te danken aan mijn vader. Als we aan tafel zaten en hij kwam binnen, dan gingen we automatisch wat rechter zitten met de schouders achteruit. Is mijn beste vriendin hier, die ook basketbal speelt, dan krijgt ze van papa een tikje op de schouder. Hij kan het niet laten.”

Is het wel verstandig om nog langer een heel jaar rond de wereld af te reizen en te basketballen?

“Ik doe het graag, dus waarom niet? Voor het geld doe ik het niet, want de WNBA betaalt veel minder dan de Russische competitie. Wat vreemd is, want de WNBA is echt wel de sterkste competitie ter wereld. Vorig jaar ben ik niet gegaan. Erg leuk vinden ze dat niet, maar soms kan het niet anders. In de VS kun je een jaartje uitzitten. De Mystics steunen mij in mijn keuze voor de nationale ploeg. Ze respecteren mij. Ik ben er inmiddels ook al het langst van iedereen. Maar je hebt een punt. Als ik dat in Europa zou doen – een jaartje ergens anders gaan spelen of niet spelen – mag ik het voor rechtbank komen uitleggen.”

Ik heb hier de samenstelling van UMMC Jekaterinenburg en jij staat daar niet bij.

(neemt de print en leest) “Dat is de selectie aangevuld met junioren. Ik ben niet de enige die er nog niet op staat – Jonquel Jones, tegen wie ik in de finale heb gespeeld, moet er ook nog bij.”

Is dat die lange zwarte die jou zo slecht verdedigde waardoor je al die driepunters binnen kon gooien?

(lacht lichtjes verontwaardigd) “Ja, die. Het probleem met die actie die ik samen met mijn medespeelster opzet (een ‘pick and pop’, voor de kenners, HV), is juist dat wij allebei driepunters kunnen gooien, dus weten de tegenstanders niet goed wie eerst te volgen. Als je dan vrij komt zoals ik, moeten de shots er ook nog ingaan. Dat liep goed deze Finals. Het voordeel van onze ploeg is dat iedereen naar de ring kan gaan en iedereen ook van een afstand kan scoren. Dat is heel moeilijk verdedigen voor de tegenstander.”

Het valt op hoe goed jij bent opgeleid. De fundamentals, de basistechnieken, zijn er wellicht ingeramd. Je lijkt wel de vrouwelijke Dirk Nowitzki, de iconische Duitser die bij Dallas speelt.

“Ik heb hier in Ieper drie hele goeie trainers gehad. Ann Dumortier, Ivan Decroix en later Philip Mestdagh die ook bondscoach is, zijn altijd blijven hameren op de juiste techniek.

“Daarna heb ik bij al mijn ploegen hard gewerkt om dat nog te verbeteren, ook mijn shot. Mooi compliment, mij vergelijken met Nowitzki; het was ook de eerste vergelijking die mijn Amerikaanse coach maakte. Maar ik denk niet dat ik het tot mijn veertigste volhoud zoals hij.”

Ben jij gepusht door je ouders? Je moeder – Sonja Tankrey – was tenslotte ook international.

“Neen, mama was mijn mama, niet mijn coach. Soms had ze wel iets op te merken en dan liet ik haar eventjes razen en was het voorbij. Ze had in haar topperiode een aanbieding om in Australië te gaan spelen, maar is daar nooit op ingegaan. Vergelijken is een beetje zinloos. Mijn mama heeft meer gewonnen dan ik, in België dan, maar ik was twee keer speelster van het jaar, zij één keer. Ik ben kampioen geworden in Europa, in Rusland en in de VS. Maar gepusht of druk? Nooit. De enige verplichting was: je moet een sport doen.”

Hoe groot is het verschil tussen basketballen in de VS en in Europa?

“Voor mij niet zo groot omdat onze Amerikaanse coach bij de Mystics houdt van het gestructureerde Europese basketbal. In Rusland heb ik een Spaanse coach en die benadrukt ook het rondpassen van de bal, niet het loop- en vliegwerk van individuen zoals je dat soms in de VS ziet.”

Financieel zit je het best in Europa. In de VS zou één salaris van LeBron James volstaan om het salaris van alle WNBA-speelster te verdrievoudigen, plus zakgeld.

“Dat is het enige wat niet juist is aan de WNBA. Het is de beste competitie, met de beste speelsters, de beste verzorging en alles erop en eraan, maar het maximumsalaris is 117.500 dollar (106.000 euro), en 70 dollar (63 euro) onkosten per dag dat je traint of speelt. Hoeveel ik verdien in Rusland zeg ik liever niet, maar ik word er beduidend beter betaald dan in de VS. Als ze elk NBA-team zouden verplichten om een vrouwensectie te steunen, zou dat al veel oplossen.”

En de zomer in het mooie Washington tegenover de winter in het metallurgiecentrum van de Oeral, speelt dat niet mee in de algehele perceptie van je bestaan?

“Washington is mijn favoriete stad, dat geef ik toe. Ik heb er zeven jaar geleden getekend en heb er zes van mijn laatste zomers doorgebracht. Ik wil nergens anders spelen. Ik woon dan ook nog eens in Navy Yard, een pas opgekalefaterde wijk aan de voormalige marinehaven. Het is wel een dure stad. De dichtstbijzijnde supermarkt is dan ook nog een superdure, Whole Foods.”

Oei, waar een appel een dollar kost!

“Zeg maar anderhalve dollar als het een bio-appel is. En als je een stukje Franse kaas wilt, betaal je je ook blauw. Ik heb het tijdens de finales toch eens niet kunnen laten, zo’n lekkere Franse kaas. En zeggen dat die straks nóg duurder wordt door die invoerheffingen van Trump.

“In Washington kun je bovendien goed wandelen. Er zijn mooie wijken zoals Georgetown en Alexandria en je hebt prachtige musea. Mijn favoriete museum gaat wel dicht. Newseum behandelt vrije meningsuiting, de First Amendment en eigenlijk alles wat met communicatie en journalistiek te maken heeft. Blijkbaar maken ze gigantisch veel verlies en in januari sluiten de deuren. Erg jammer.”

Jij wandelt constant. Is dat wel goed voor je?

“Het is gezonder dan de hele dag in je zetel naar Netflix kijken. Ik word niet moe van wandelen. In Rusland heb ik een auto met chauffeur ter beschikking. Geen limo, nee, een Hyundai geloof ik. Zelf rijden zou wel lukken, maar het sneeuwt daar zo vaak en dan is het erg glad. De chauffeur telkens bellen om mij te komen halen, ligt niet in mijn aard. Tegen het einde van het seizoen wandel ik zelfs na de training naar huis. Twintig minuutjes, best te doen.

“Jekaterinenburg is ook niet zo groot, een uur stappen en je komt overal. De stad heeft zo zijn charme. Als ik een vrije dag heb, trek ik er altijd op uit. We gaan met teamgenoten ook weleens sleetje rijden met husky’s of gek doen op een sneeuwmobiel. Een tijdje waren we fanatiek met escaperooms, maar dat hebben we een beetje gehad.”

Te makkelijk?

(lacht) “Neen, schrik opgedaan! Die escaperooms zijn daar levensecht met acteurs die je achterna zitten, in een kooi opsluiten en ontvoeren, of je echt hard vastpakken. Wij gingen steeds een level verder en dan kwamen ze je achterna met tasers en zo. Ik heb er zelfs een gehad die met een kettingzaag achter mij aan zat. Enfin, de ketting zat er niet op, maar het geluid was hetzelfde. We zijn een beetje bang geworden. Bovendien, als je zo hard je best moet doen om te ontsnappen dat je je broek scheurt en dat je vol staat met bloeduitstortingen, waarna je tegen de coach moet liegen dat het in de wedstrijd is gebeurd… ”

Netflix, vanaf nu.

 

“Ook, maar géén horror. We gaan samen uiteten, maar houden ook spelletjesavonden. Het valt wel mee met het sociaal leven van de gemiddelde basketbalster. Zowel in de VS als in Rusland komen we vaak samen. De Amerikanen staan erom bekend om overseas op zichzelf te zijn, maar bij ons komen ze toch vaak buiten en integreren zich. Een aantal spreekt zelfs al wat Russisch. Ik ken zelf al veel woordjes en kan gaan winkelen en bestellen op restaurant, maar nu ga ik les nemen. Die naamvallen zijn heel lastig, maar ik wil het nu wel eens leren.”

Ken je hét historisch feit waarvoor Jekaterinenburg bekend is?

“De moord op de Romanovs, bedoel je? Dat kennen wij maar al te goed. Mijn papa had al een fascinatie voor de Romanovs voor ik in Rusland ging spelen. De Kathedraal op het Bloed, gebouwd op de plek van het huis waar ze zijn vermoord, hebben we bezocht. De plek waar ze eerst zijn gedumpt, ook. Het huis waar ze hebben gewoond in Moskou heb ik gezien en we hebben in Sint-Petersburg hun begraafplaats bezocht. Dus de Romanovs hebben voor mij geen geheimen meer.”

Straks komen de Belgian Cats weer in beeld. Zin in?

“Jazeker. Ik denk dat we een sterke ploeg kunnen opstellen. Ik hoop dat Kyara Linskens stappen zet bij Krasnojarsk in Siberië. Ik ken haar coach en die zal goed zijn voor haar. Ze scoorde vorige week achttien punten en pakte tien rebounds.

“Ons grote doel is de Spelen halen. We moeten enkele kwalificatietoernooien spelen waarin je derde moet worden in een poule van vier. Dat lijkt makkelijk, maar het zijn wel de sterkste ploegen ter wereld, dus een beetje geluk bij de loting hebben we wel nodig. Ik heb gehoord dat België zou proberen om zo’n poule te organiseren. Dat zou fantastisch zijn.”

Jullie beschikken niet over de sterkst mogelijke selectie.

“Je doelt op Hind Ben Abdelkader? Ja, die heeft een conflict met de bond en ik ken daar het fijne niet van. Niet alleen met de bond, ook met een andere speelster, dat klopt. Als je met twaalf vrouwen speelt, is het moeilijk om met iedereen perfect overeen te komen. Blijkbaar zijn vrouwen daar toch anders in dan mannen. Wij vergeten niet. Als twee speelsters (Ben Abdelkader en Marjorie Carpréaux, HV) het niet kunnen uitpraten, dan is het beter dat ze niet samen in een ploeg zitten.

“En dan is er ook nog Celeste Trahan-Davis, een Amerikaanse die bij Castors Braine speelt en wacht op haar naturalisatie. Zij is ook een center en zou goed van pas komen voor de ploeg.”

Moet jij zelf niet wat agressiever worden?

“Ik krijg genoeg stampen onder de ringen en ik deel er ook genoeg uit. Als je met mijn coaches praat, zullen zij ‘ja’ antwoorden. Ik zie er niet agressief uit, zelfs als ik hard aan het spelen ben. Dat is mijn probleem. Als mijn Amerikaanse coach zegt dat ik agressiever moet zijn en meer moet schieten omdat een slecht shot van mij beter is dan een goed shot van een ander – hij zegt dat letterlijk – ben ik het daar niet mee eens. Ik wil dat elk shot raak is en loopt het niet te best, dan geef ik liever de bal aan iemand die beter staat.”

Je bent hardhorig en draagt een hoorapparaat. Ben je daar ooit mee gepest, op school of op het basketbalveld?

“Nooit. Echt niet. Voor mij was het altijd de normaalste zaak van de wereld. Ik denk zelfs dat het een voordeel is op het veld. As ik mensen niet zie, hoor ik niet wat ze zeggen. Ik moet dus altijd goed kijken naar welke play we zullen spelen. Wellicht overcompenseert het ene zintuig – het oog – het andere – het oor.”

Tot slot: jij hebt gezegd dat je graag samen met Nafi Thiam en Nina Derwael ex aequo Sportvrouw van het Jaar zou willen worden. Met alle respect, maar dat is toch nonsens?

“Meen je dat nu? Ik hou niet van dat soort verkiezingen met individuen tegen elkaar. Doe mij dan maar géén sportvrouw en laat de Cats volgend jaar Ploeg van het Jaar worden.”

 

EmmaMeesseman

 

Column Barmhartigheid in De Morgen van 19 oktober 2019

Barmhartigheid

Peter Maes, de vermeende begunstigde van de financiële trucs van Dejan Veljkovic, is trainer geworden van Lommel SK. Waarom verbaast dit niet? Eén: omdat het voetbal is. Twee: omdat Lommel diep zit en alle middelen goed zijn om dat om te keren. Drie: omdat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Als Mogi Bayat al meteen weer aan de slag is, als ongeveer iedereen al weer zaken doet zoals voorheen, waarom zou Peter Maes dan niet een clubje mogen trainen in afwachting van zijn straf?

Hij kan het geld misschien gebruiken, want er hangt hem een flinke boete boven het hoofd. Vanuit die optiek is de aanstelling van Maes een proactieve reïntegratie in de maatschappij, nadat hij – eigen woorden – erg diep heeft gezeten. Een man op de rand van de depressie, die straks wellicht wordt veroordeeld, nu al een handje toesteken, wat een daad van barmhartigheid van Lommel.

Die hele Operatie Zero, toch maar eens afwachten wat daar het eindresultaat zal van zijn. Wie of wat zal worden gestraft? Er is natuurlijk die enorme stok achter de deur en die heet de witwaswet. Als ze daaraan inbreuken kunnen toewijzen, zijn de beschuldigden nog niet thuis. Met de nadruk op áls. Insiders weten nu al dat er in het onderzoek fouten zijn gemaakt die tot seponering zullen leiden.

Over een paar jaar krijgen we een afgerond onderzoek dat is gevoerd door een politie-inspecteur of meer dan één, met achter hen een onderzoeksrechter of meer dan één. Dat zijn zelden specialisten is alvast de indruk uit eerdere cases. Dat onderzoek zal de juridische toets op een aantal punten niet doorstaan, dat geef ik u op een blaadje. Met als gevolg processen waar tegenover de Belgische staat een ongeziene batterij zakenadvocaten zal optreden, gewapend met juridische spitstechnologie.

Als u door de bomen het bos niet meer ziet in deze affaire die nu al een jaar en een week duurt en nog een paar jaar zal aanslepen, dat is normaal. Operatie Zero, om de verwarring compleet te maken ook weleens Propere Handen genoemd, valt eigenlijk uiteen in twee luiken. In den beginne was er onderzoek naar vreemde transacties door voetbalmakelaar Dejan Veljkovic. Dat was een financieel luik, waar al snel een geur van belastingontduiking of minimaal belastingontwijking aanhing. Als dat via het buitenland gebeurt, kom je zo uit bij de witwaswet.

Uit dat onderzoek, dat resulteerde in telefoontaps, kwam een tweede afgeleid onderzoek dat tot op vandaag de media meer begeestert dan het originele. Uit de taps bleek dat Veljkovic een erg actieve rol speelde in het regelen van de wedstrijd Waasland-Beveren tegen KV Mechelen, waarbij KV Mechelen moest winnen. Wat ook gebeurde. Jammer dat 250 kilometer verder de rechtstreekse concurrent ook won, na een heel verdacht scoreverloop. Tot vandaag is die poging tot matchfixing met alle aandacht gaan lopen.

Het luik-witwas is veel gewichtiger omdat het een uitwas is van een ziek voetbalsysteem dat jaarlijks 130 miljoen euro gunsten krijgt en zich onder meer daardoor boven de wet verheven acht. De geldstromen richting achteraflandjes en terug in cash worden nu uitgelegd als een gevolg van de discriminatie van trainers ten opzichte van spelers. Op een spelerscontract betalen de speler en de club minimale sociale lasten en bedrijfsvoorheffing (lees: belastingen) vergeleken met een gewone werknemer. Een trainer wordt dan weer beschouwd als een gewone bediende en daarvoor wordt de volle pot betaald. De buitenlandpiste is in de ogen van de betrokkenen niks meer dan creatief boekhouden, veroorzaakt door een overheid die discrimineert.

Dat is ongeloofwaardig, want dezelfde constructies werden opgezet om spelers van een zwarte zakcent te voorzien. Het is te hopen dat de nieuwe regeringen hun ogen goed openhouden en niet in de val lopen van 35 jaar geleden. Op de affaire-Bellemans, ook een zwartgeldcircuit compleet met matchfixing als blikvanger, volgde toen de installatie van een schandalig gunstige regeling voor groepsverzekeringen voor voetballers.

Dit zoveelste schandaal geeft aan dat de tijd rijp is om de andere richting in te slaan. Tot een bepaald bedrag zouden profsportersen -trainers hun gedeeltelijke vrijstelling kunnen behouden. Vanaf 100.000 euro (grensbedrag voorwerp van debat) zouden ze worden belast zoals elke andere werknemer in dit land. Op inkomens van meer dan 250.000 euro zou boven op de normale lasten en belastingen een luxetaks moeten worden geheven. Die kan worden aangewend om jeugdsport te bevorderen.

 

Barmhartigheid