Column Kloterug in De Morgen van vrijdag 31 december 2022

Kloterug

De Rug… voor Mathieu van der Poel een gesel, voor de media een zegen. Zo kunnen heelder kolommen worden gevuld en gaat het tenminste nog ergens over op de sportpagina’s. Verder moeten die het in deze sportarme tijden hebben van gouden entrecotes in een toevluchtsoord voor maffiosi, drugsbaronnen en andere wereldburgers los van de werkelijkheid, zoals topvoetballers. Waarna die besmet uit Dubai terugvliegen. Je kunt het toch zo gek niet verzinnen of in het voetbal gebeurt het.

Pijnlijke affaire als je het aan je rug hebt als sporter. Strekken, plooien, buigen, naar links, naar rechts, kracht geven, het doet altijd pijn. Om het even welke sport, zelfs als de sport geen sport is, zoals darts, een zere rug voel je altijd. Dan stretch je heel even de pijn weg – probeer de psoas te ontlasten, opzoeken, helpt echt – en hup, enkele minuten later, daar is die pijn. Zelfde gevoel bij een hete douche. De spieren ontspannen, maar als tussen de wervels iets niet in de haak zit is de foute spanning in geen tijd terug.

Je gaat een stukje lopen, denkt dat het weg is, een dag later sta je geradbraakt op. Fietsen dan maar: beentjes ronddraaien doet goed, kracht geven kwelt. Apranax helpt, maar daar krijg je het dan weer van aan je maag en zo is het altijd iets met die kloterug.

De rug is misschien wel mentaal de meest belastende van alle blessures, al komt een knie aardig in de buurt. Kniepijn gaat soms weg zoals die is gekomen, spontaan, maar dreigt bij een zware belasting altijd weer op te spelen. Idem voor de rug. Tenzij je hard werkt, dan hou je het onder controle. Mathieu van der Poel weet waar hij aan toe is. Of niet.

Zijn aftocht in Zolder zondag was een beetje ontluisterend. Twee dagen later lazen we in een krant: er was door ‘een andere rugdokter’ de diagnose van een zwelling op een tussenwervelschijf gesteld. Als gepatenteerd ruglijder had ik willen weten: L4-L5 of L5-S1? Die schijfjes zijn namelijk de grootste kanshebbers voor wat een paar dagen later werd aangeduid door een andere specialist als een bulging.

Ik ben zelf al zover gevorderd dat ik het heb over mijn eigen mediane protrusie. Dat is een bulging of uitstulping die bij voorkeur netjes in het midden uitstulpt en duwt op de zenuw. Daar valt inmiddels aardig mee te leven, maar dat is niks om trots op te zijn. Hoe ouder je wordt, des te makkelijker je de dingen die je pijn berokkenen – lopen bijvoorbeeld – weet te mijden, tot je niks meer doet.

Oké, Mathieu heeft het aan de rug, maar is dat het enige euvel? Er zijn gerede twijfels om aan te nemen dat het zondagskind na zijn desastreus geëindigde zomer een beetje de weg kwijt is geweest. Die val in Tokio op de Olympische Spelen zal ongetwijfeld geen goed hebben gedaan aan zijn statiek, en zoals bekend gaat de rug bij de meeste mensen naadloos (er zit nog een nek tussen) over in het hoofd. De uitstraling door rugpijn die je in de benen voelt, gaat ook snel tussen de oren zitten.

De vraag is of Mathieu van der Poel er na Tokio er alles aan heeft gedaan om zijn lichaam op orde te houden. Of hij misschien niet gewoon op zijn intrinsiek talent in dat naseizoen is gestapt. Dat leverde hem nog een mooi resultaat op in Roubaix, maar laten we wel wezen, dat was een compleet onnodige spurtnederlaag.

Mathieu van der Poel staat op een kruispunt in zijn carrière. Hij hoort inmiddels te weten dat er ook een bodem zit in zijn schier onmetelijk vat aan talent. Hij moet inmiddels beseffen dat de concurrentie het verschil in talent heeft gecompenseerd door hard werken. Op de fiets hard werken is voor hem geen probleem, maar wielrennen is meer dan… fietsen. Iemand moet hem dat toch eens inpeperen. Wout van Aert, Julian Alaphilippe en Tom Pidcock hebben hem elk op hun terrein al ingehaald.

Fietsen is lol en die lol moet je verdienen met hard werk naast de fiets, in de fitness, zeker als ruglijder. Niet één keer per week die hele batterij aan oefeningen uitvoeren, ook geen drie keer per week, maar als het kan elke dag. Core stability, blessurepreventie, stretching, buikspieren, rugspieren, TRX, Red Cord, whatever, alles wat helpt om rug en buik sterker te maken, elke dag opnieuw. Het is saai maar het is niet anders. En als de rug beter aanvoelt, er vooral niet mee ophouden.

En nu we toch bezig zijn met dat topsportbestaan van hem op orde te krijgen, nog een goede raad. Stop met dat gamen uren aan een stuk. Ga niet meteen van je fiets naar de douche en van de douche naar de gamestoel. Niks slechter voor een slechte rug dan stilzitten met een gespannen lichaam. Winkelen met de madam dan maar? Neen ook niet. Trainen, blessurepreventie, rusten, eten, slapen en op gezette tijden af en toe knallen in een wedstrijd. En opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Column De Mannen in De Morgen van maandag 27 december 2022

De Mannen

Het was geen zondag als een andere. De Préhistorie was er niet. Wel een zoveelste Top, 2000 meende ik te hebben gehoord. Dat van 11 uur was het eerste radiojournaal dat bewust doorkwam. Een van de hoofdpunten was de terugkeer van Mathieu van der Poel in het veld. Een uur later, weer van hetzelfde, weer Mathieu die terugkeerde in de cross. Vreemd, lokale onbenulligheid haast in één adem vernoemd met de dood van Desmond Tutu.

In het nieuwsbulletin van 13 uur hadden ze Carl Berteele gevonden om er iets over zeggen. Over Mathieu, voor alle duidelijkheid. Of hij meteen zou mee kunnen, dat was de existentiële kwestie waar collega Carl zich moest over buigen. De passepartout “zou zo maar kunnen”, uitgevonden door José De Cauwer, behoort inmiddels tot de vaste woordenschat van de analisten en journalisten die niet goed weten wat te verwachten.

Komt daar nog eens bij dat commentatoren van de audiovisuele media – is recent weer opgevallen – uit lijfsbehoud al te graag de kool en de geit sparen en dat deed Carl ook. Eigenlijk had hij moeten antwoorden: “Rare vraag, weet ik veel hoe die Mathieu er aan toe
is, of dat van die knie en die rug niet een beetje gespeeld is en met welke ingesteldheid hij in de cross arriveert. Laten we eerst die wedstrijd afwachten.” Hij antwoordde iets anders, ben al vergeten wat.

Inmiddels was Cercle-Club begonnen. Zoals bekend, zonder publiek. En op de Nederlandse tv het olympisch kwalificatietoernooi of OKT schaatsen in Heerenveen, een exclusief Nederlands onderonsje. Ik was eerder deze week in Thialf en heb er Sven Kramer gezien. Hij reed vanuit de inkomhal door de automatische deuren op zijn gravelbike naar buiten. Niets stappen. Om de rug te sparen of was het luiheid? Ik dacht: dat komt niet goed. Gisteren reed hij de derde tijd op de 5.000m. Misschien haalt hij Peking, zijn vijfde Olympische Spelen, misschien ook niet, wellicht wel. Denk maar niet dat de Nederlanders daarvan in hun journaals een hoofdpunt maken.

Inmiddels was Cercle-Club geëindigd op 2-0. Het wordt nog een rare voetbalcompetitie met die januarimaand zonder toeschouwers. De cross in Dendermonde begon om drie uur, de grote drie tenoren tekenden present. Van Wout van Aert wisten we dat hij in een uitstekende vorm verkeerde. In zijn geval is dat synoniem voor lang hoge wattages (vermogen) trappen. Hij won alle drie de crossen waar hij aan deelnam. In Dendermonde reed hij vorig jaar op een mensonterend slecht parcours Mathieu van der Poel op drie minuten. Puur op vermogen.

Van Van der Poel wisten we dat hij het aan de knie heeft gehad, waar hij al een paar keer aan was geopereerd. Hij was er op gevallen, op die knie. In Kasterlee. Dat wist Michel Wuyts ons allemaal te vertellen. Van Tom Pidcock wisten we niets speciaals. Hij deed mee, ja, en hij had al een cross gewonnen en was ook een keer tweede geworden, dus dat plaatje klopte.

Wat duurde het? Een ronde of twee, drie vooraleer Wuyts de woorden sprak: De Mannen zijn vooraan. Behalve Pidcock dan, die zat al op een halve minuut. Van der Poel reed even voorop, maar dat kennen we van hem. Soms houdt hij het vol, soms ook niet. Als een speer vertrekken, dat deed hij ook in de olympische mountainbikerit en hij ging daarna genadeloos onderuit.

Toon Aerts was de enige van de klassieke crossers die een beetje de indruk gaf met Van Aert en Van der Poel te kunnen wedijveren. De einduitslag zoals die zich voltrok, hadden we kunnen voorspellen op basis van de fysiologische waarden. Van Aert trapt een hoger vermogen gedurende een uur dan Mathieu van der Poel, die wellicht een hoger maximaal vermogen haalt en sneller recupereert van intervalpieken.

In het altijd zeiknatte en drassige Dendermonde werd het een pure vermogenscross.

Dus: 1. Van Aert, 2. Van der Poel, 3. Aerts en 4. Vanthourenhout. Vervolgens kwamen over de streep: Quinten Hermans, Corné van Kessel en Laurens Sweeck: ook grote motoren, maar minder grote dan. Daarna volgden de lichtgewichten Tom Pidcock, Eli Iserbyt en Lars van der Haar. Die koers had niet gereden hoeven worden. Een labotest had volstaan.

Dat veldrijden, welke sportieve waarde heeft dat nog? Zo’n Eli Iserbyt die twee klassementen zal winnen, en die ook niet onder stoelen of banken steekt dat de cross van vandaag in Zolder (Superprestige) belangrijker was dan die van gisteren (Wereldbeker), wat moet je daar nu nog mee? Wat zouden we in het voetbal zeggen als Gent of Antwerp kampioen zouden spelen omdat Club en Anderlecht tien wedstrijden ver in competitie stappen en voor het begin van de play-offs alweer verdwijnen? De sportieve strijd is weg. Cross is circus geworden en dat kan die sport op termijn erg zuur opbreken.

Column Viruswaanzin in De Morgen van vrijdag 24 december 2021

Viruswaanzin

De theaters zijn ontevreden, zelfs randje boos. En de bioscopen, die zijn verontwaardigd, al die inspanningen voor niks. De publiekstrekkers in de sport begrijpen het ook niet, geen volk meer bij het voetbal en het veldrijden en dat nog wel tot eind januari.

Ik begrijp het wel, en de veldritorganisatoren en bij uitbreiding de cultuur- en evenementensector hebben gelijk: het is de schuld van het voetbal. Al eens een voetbalwedstrijd bekeken op televisie? Het is een ruwe schatting, maar nergens heeft (na gisteren: had) de helft van de stadionbezoekers een mondmasker op zoals het hoort: over neus en mond. Als het één op de drie was, zal het veel zijn. Al eens de harde kern bekeken als de eigen ploeg scoort? Eén op de twintig heeft een mondmasker op en dat is dan meestal die ene die te laveloos/stoned is om het af te zetten.

Voetbaltribunes mogen dan nog in de openlucht zijn, waar veel volk dicht bijeen staat, elkaar bespringt bij een doelpunt en de hele tijd staat te brullen, zingen en de tegenstander uitjouwen (vooral dat laatste) zijn precies die omgevingen waar de aerosolen duchtig in het rond zweven. Een oplossing had kunnen zijn om alleen het minder gedisciplineerde deel van de tribunes te sluiten en alleen het sportconsumerend publiek toe te laten, maar dat is waar de logica grenst aan discriminatie.

Het voetbal heeft er alles aan gedaan om bij de eerste verstrenging het kind van de rekening te zijn. Neem nu Gent, het modernste stadion van België, supergoed uitgerust inzake horeca. Hoewel de adviezen eerder neigden naar sluiting van de horeca konden
op de promenade bij de laatste twee thuiswedstrijden drankjes worden gehaald. Daar kreeg je het simpele verzoek om ergens aan een tafeltje te gaan zitten. De bars waren alleen open op de lange zijde, daar was plaats voor tafeltjes. Gevolg: de tribunes waarvan de bars dicht bleven kwamen massaal afgezakt naar de andere bars. De tafeltjes zaten vol, dat zeker, en vijf keer meer volk stond zoals vanouds in een gesloten ruimte, rechtop, op elkaar geplakt, zonder mondmasker, een pint te drinken. Overigens deed hetzelfde scenario zich voor in de vipruimte vóór, halfweg en aan het eind van de wedstrijd: mensen dicht op elkaar, druk pratend en flink drinkend. Zonder mondmasker.

Het gedrag van het voetbalpubliek in coronatijden was al langer een doorn in het oog van de politiek, en die sport kon al op niet te veel clementie rekenen. In de discussie rond parafiscale voordelen deed het voetbal alsof het zijn slag had thuisgehaald. Dat stak bij de politiek.

Kort daarna lekten details uit van het dossier-Veljkovic. Rond die tijd wilde een clubbestuurder een heel klein beetje oorlog bij een derby, waarna een van de gekken van zijn club een vuurpijl in een supportersvak gooide. Daar kwam afgelopen weekend nog die racismerel bij. Het moet geleden zijn van de Bellemans-affaire van 1984 (toen met de omkoping van Waterschei door Standard en het daaropvolgende zwartgeldschandaal) dat het Belgische voetbal nog zo’n slechte beurt maakte.

Alleen de voetbaltribunes sluiten lag voor de hand, maar het probleem met sommige politici is dat ze hun beslissingsbereidheid en doortastendheid ondergeschikt maken aan hun kansen in de verkiezingen. Alleen voetbal aanpakken kan zelfmoord zijn. Dus werd het een brede maatregel over de verschillende sectoren heen. Zodoende werd een bioscoop- of theaterbezoek met mondmasker, op anderhalve meter van elkaar, in een goed verluchte ruimte over één kam geschoren met doldwaze voetbalfans die lak hebben aan alles.

Dat zaalsporten niet langer konden doorgaan met publiek was al een niet te vatten uitwas van viruswaanzin. Volleybal en basketbal trekken niet meer de massa’s van weleer en het publiek van beide sporten is zo gedisciplineerd dat ze de anderhalvemeterregel en mondmaskerplicht niet aan hun laars hadden gelapt.

Helemaal van de pot gerukt is wat het veldrijden overkomt. Die sport heeft het al zwaar nu de toppers alleen de krenten uit de pap halen en het publiek het steeds vaker moet stellen met een tweede garnituur. Veldrijden heeft ingeleverd inzake toeschouwers, maar zelfs met de helft minder mensen rond het parcours is dit nog een economisch en organisatorisch model dat een genuanceerde behandeling verdient.

Het crosspubliek staat niet langer op elkaar geplakt, er wordt minder gejoeld dan ooit en uit beelden blijkt het mondmasker goed ingeburgerd. Bovendien gebeurt alles onder de blote hemel. Onbegrijpelijk, cross zonder publiek, maar misschien waren de politici bang voor de voetbalfans die traditioneel in het jaareinde de cross barbariseren, dat kan een reden zijn. En zo kom je altijd weer uit bij voetbal.

Column Knuffels en Gejoel in De Morgen van maandag 20 december 2021

Knuffels en gejoel

Zwift is de beste uitvinding van deze eeuw. In nauw overleg dan wel met een slimme fietstrainer zoals de Tacx Neo 2T Smart, die ik overigens aan de volle prijs heb gekocht. Dat meld ik er ongevraagd bij omdat sportjournalisten de voorbije week geen te beste beurt hebben gemaakt. Na wat fysieke problemen en dito achterstand ben ik helemaal terug bij nul begonnen en zit ik in week vier van de opbouw van de functional treshold power, ook weleens afgekort als FTP.

Daar werk ik tegenwoordig aan terwijl ik werk, naar voetbal kijk. Wat een verschil met vroeger: in de zetel zitten, blikje halen of latteetje zetten en mini-Leootje verhapstukken heeft plaatsgemaakt voor een sessie foundation, ondersteund door een grote bidon isotone dorstlesser.

Het enige waar ik nog iets moet op vinden is nota kunnen nemen terwijl de ingevingen opborrelen. Ik had tussen blokjes twee en vijf enkele mooie hersenspinsels verzonnen, maar die ben ik na het douchen vergeten. Misschien toch maar voortaan de Wahoo Kickr- ventilator handmatig bedienen en de iPhone gebruiken als voicerecorder.

Gisterennamiddag had ik een foundation training, met 48 minuten zone 2, uithouding dus, ideaal om ondertussen voetbal te kijken. En als er geen voetbal is, een serie. Zoals die van Naomi Osaka, voor wie ik inmiddels iets meer begrip kan opbrengen als ze weer eens kraakt onder de immense druk. Die serie toont duidelijk aan waar het schoentje knelt bij die topsportende millennials of zoomers: te veel entourage, te veel randgedoe, meer afleiding dan focus.

Maar goed, gisteren dus even geen Osaka, wel voetbal. Om halftwee speelde Anderlecht in Brugge een vriendschappelijke partij voetbal tegen het plaatselijke Club. Vriendschappelijk, ja, die indruk had ik vanaf mijn fiets. De intensiteit was matig, er werd gelopen maar niet te veel en niet te hard, er werd gevoetbald maar niet te best en niet te fanatiek, er werd een keer een trap uitgedeeld maar niks gemeens.

Club beging twee keer meer overtredingen dan Anderlecht, maar de helft daarvan kwam op de rekening van Eder Balanta, die als hij basketbal zou spelen waar ze de fouten optellen geen halve helft op het veld zou staan. De Colombiaan Balanta heeft een carrière gemist. Als hij dertig jaar eerder was geboren, had Pablo Escobar hem ongetwijfeld ingelijfd. Balanta zou vervolgens het rijk van Escobar hebben bewaakt zoals hij het middenveld van Club bewaakt: gemeen, geniepig, nietsontziend – en Escobar zou vast nog in leven zijn.

Balanta was al van het veld toen na afloop de spelers elkaar begroetten alsof ze tot een uur voor de wedstrijd samen pinten hadden gedronken en daar achteraf zouden mee doorgaan. Vincent Kompany knuffelde samen met Hans Vanaken en de commentatoren deden een beetje meewarig over wat ze zagen: het acuut belang was nog ver weg, dat zou wel komen met de play-offs. Terwijl ik zoiets had van: dat voetbal ook op die manier kan, we gaan erop vooruit.

Uiteraard was er gejoel van de Brugse fans. Lior Refaelov, die het ook niet kon helpen dat Ivan Leko hem niet meer moest en via een Antwerps omwegje transfervrij in Anderlecht was beland, werd bij elk balcontact uitgefloten. Idem voor Benito Raman, die ooit een Gentse overwinning vierde met het weinig stichtende riedeltje ‘Alle boeren, zijn homo’s’, waarbij boeren staat voor FCB-supporters. Raman scoorde bijna met het hoofd, net zoals hij in mei 2015 in de eindfase van de competitie de beslissende 2-3 met het hoofd op het bord prikte en zo Gent op weg zette naar de titel. Qua symboliek had dat kunnen tellen.

Dus ja, alles bij elkaar een gezapig partijtje met een billijke uitslag. Tot Kompany ineens via Sporza op de iPad verscheen: “Het resultaat van de wedstrijd is niet belangrijk voor mij. Ik ga hier ontgoocheld en gedegouteerd naar huis. Heel de match werden ik en mijn staf uitgescholden voor bruine aap.”

Haast onmiddellijk verscheen een reactie van de thuisploeg, want die hebben ze zomaar te copy-pasten van eerdere incidenten. “Club Brugge, zijn supporters, staf, spelers, medewerkers en bestuur veroordelen ten strengste elke vorm van racisme. Deze enkelingen zijn niet representatief voor de waarden en normen van onze Club en hebben geen enkele plaats in Jan Breydel.”

De CEO is inzake dronken rijden een hardnekkige recidivist, CEO en voorzitter worden straks waarschijnlijk aangeklaagd voor witwas en de harde kern heeft de slechtste reputatie inzake supportersgeweld en racisme van heel België. Verder is er niks aan de hand met de normen en waarden van deze club.

Column Sportgala in De Morgen van zaterdag 17 december 2021

Sportgala

De voorbije twee weken mail gekregen uit de hoek van twee verschillende genomineerden voor de Sportman van het Jaar. Van de ene mail was het niet duidelijk wat precies de bedoeling was: mij voor hun zaak winnen of gewoon melden hoe geschikt hun kandidaat wel (niet) was om de trofee te krijgen. De andere mail liet er geen twijfel over bestaan: hun atleet moest het worden want daarom en daarom en daarom…

Beide mails kwamen rijkelijk laat. Ik denk niet dat de initiatiefnemers beseften dat op dat moment de stemming al was gebeurd. Dat heb ik dan ook gemeld: “Er is al gestemd. Afwachten dus.”

Zondagavond worden de laatste nationale sportprijzen uitgereikt. De Trofee voor Sportverdienste is al bekend: dat is Bashir Abdi. De Vlaamse Reus ging ook naar Abdi en naar Peter Genyn. Het Vlaams Sportjuweel was dan weer voor de Red Lions, de Belgische hockeyploeg. Een nationale ploeg met doorgaans de helft Franstaligen die de meest Vlaamse prijs krijgt, dat was heel opmerkelijk. Misschien komt het ooit nog goed met dit land.

De Sportman en Sportvrouw van het Jaar is een prijs die namens onze beroepsbond voor sportjournalisten wordt georganiseerd door Golazo. De bulk aan stemmen komt van de sportjournalisten. Dat is in het verleden niet altijd een garantie geweest op heel doordachte eindresultaten. Zo is ooit een zwemster verkozen die al meer dan een jaar was gestopt, omdat concullega’s uit gewoonte altijd dezelfde naam op het blad zetten.

Ter verschoning, dat is wel al even geleden. Tijden zijn veranderd. Vandaag krijgen we van onze beroepsbond een shortlist met daarnaast de prestaties. Sportjournalisten zijn veel beter geïnformeerd en sommigen ook beter gekleed, al of niet betaald door makelaars.

Wilt u weten op wie ik heb gestemd? Ik zal het u verklappen en ook uitleggen waarom ik zo heb gestemd.

Sportman van het Jaar is voor mij Bashir Abdi. Ik schat zijn brons op de marathon hoger in dan het zilver van Wout van Aert in de wegrit. Wielrennen is internationaal een heel kleine sport die in het niets verzinkt bij de olympische marathon. Ik heb beide races gevolgd in de perszaal van Tokyo Big Sight. Het wielrennen op een groot scherm krijgen moest ik speciaal aanvragen. Na drie keer zeuren kwam een Japanner met de afstandsbediening. Haast niemand keek. De marathon stond op alle schermen. Iedereen keek, ook al is een marathon even spannend als gras zien groeien.

Abdi op één is zondigen tegen mijn eigen huisregel die de pure prestatie, ontdaan van alle franje, laat doorwegen. Voor Abdi wordt evenwel een extra dimensie in overweging genomen. Naast zijn fenomenale record in Rotterdam is er ook nog eens de symboliek van de asielzoeker die alle tegenslagen overwint en zich vervolgens perfect integreert via de sport en daarvan – en van veel meer – de perfecte ambassadeur wordt.

Ik heb Matthias Casse op twee, dus zijn brons schat ik ook hoger in dan het zilver van Van Aert. Dat was niet het geval geweest als de fenomenale atleet Van Aert goud had gewonnen, of wereldkampioen tijdrijden was geworden. De andere prestaties houden elkaar in evenwicht, maar opnieuw nummer één worden in de koningsklasse van het veel mondialere judo overtreft de tweede plaatsen en ook de overwinningen van Van Aert. Het overaanbod wielerjournalisten zou wel de balans in het voordeel van Van Aert kunnen doen overhellen.

Sportploeg van het Jaar, daar mag geen twijfel over bestaan: de hockeyers van de Red Lions. Sportcoach van het Jaar, idem: Shane McLeod. Dat had een spannende strijd kunnen zijn met het Franse echtpaar Yves Kieffer-Marjorie Heuls, maar die zijn om welbekende redenen allang blij dat ze nog salonfähig zijn om bij de laatste drie te worden genomineerd.

Nochtans heeft hun Nina Derwael algemeen de beste Belgische sportprestatie ooit neergezet. Haar goud lijkt op het eerst gezicht in balans te liggen met het goud van Nafi Thiam, maar dat is gezichtsbedrog. Olympisch kampioen worden op het meest spectaculaire toestel in zowat de zwaarste vrouwensport ooit tegen atleten uit de Chinese, Japanse, Amerikaanse, West-Europese en Russische sportsystemen, tegen de hele wereld zowat, nooit heeft een Belgische sporter of ploeg beter gedaan.

Het goud van Thiam is dan weer behaald in een olympisch nummer waarin de plaatsen één tot vier zijn bezet door atleten uit de Benelux. Dat maakt van de zevenkamp nog niet het veldrijden van de atletiek, maar het is wel stilaan een ondergeschoven kindje binnen die sport. Thiam heeft één voordeel dat haar misschien op één doet uitkomen: als communautair wordt gestemd, is zij het enige lichtpunt in de donkere tunnel van de Franstalige sport.

Column over F1 ‘Rare sport die F1’ in De Morgen van maandag 13 december 2021

Rare sport die F1

Gisteren formule 1 gekeken. Op de iPad reden – of wat daarvoor moest doorgaan – renners voor de verandering door witte modder, maar alle ogen waren gericht op het Yas Marina-circuit in Abu Dhabi.

Ik heb niets met de formule 1, dat geef ik meteen toe. Ik ben opgegroeid in een tijd dat er om de zoveel weken een van die gasten het leven liet. Niet zomaar. Meestal gingen ze dood in een horrorcrash waarna ze in verschillende stukken van het asfalt konden worden geschraapt of half verbrand uit hun gebarbecuede auto werden getild. Of eruit geraakten zoals Niki Lauda.

Later moest ik het wel een beetje volgen bij een zondagsdienst op de krant. Wij hadden echte F1-specialisten die ook naar heel wat races gingen, maar geen zo bedreven als Jo Bossuyt van Het Laatste Nieuws, die ook voor deze krant al twintig jaar of wat zijn licht laat schijnen op de huidige formule 1.

Bij deze spannende ontwikkeling was een beetje duiding welkom, helemaal omdat de F1 niet langer een sport is van rechtdoor, maar van reglement op reglement, bovenop op regeltjes en aannames of interpretaties van de race director en de stewards. De F1 is godbetert een jurysport op wielen, beter nog banden, geworden. Rijden zoals vroeger tot de laatste levende over de streep komt, dat was er ook over, maar elke sport is gebaat bij een beetje rechttoe, rechtaan.

Deze week heb ik Jo’s stukken verslonden, want na afgelopen zondag was ik even niet goed meer mee. Vergeef mij dit, maar Kris Wauters horen voorspellen “nu kan hij DRS’en” ergens ter hoogte van een bordje met daarop ‘DRS’, ik hoorde het van in Keulen tot in Riyadh donderen. Het was iets met een vleugel, omhoog of omlaag ben ik vergeten, waardoor ze sneller konden gaan.

Jo legde het deze week nog eens haarfijn uit en somde ook alle mogelijk scenario’s op. Waarvoor dank. Waarom Lewis Hamilton zou winnen. Waarom Max Verstappen zou winnen. Het was Hamilton of Verstappen en als geen van beiden zou finishen, zou het Verstappen zijn, want die had de meeste overwinningen behaald. Tenzij, dat kwamen we later deze week te weten, ze bij een uitgelokte crash bij de boosdoener punten zouden aftrekken.

Enfin, beide rijders begonnen met een gelijk aantal punten aan die laatste race. Het kon echt alle kanten uit, maar het scenario van gisteren had echt niemand kunnen voorspellen. De allerlaatste beslissing, het allerlaatste inhaalmanoeuvre viel in een soort ultieme sprint in de allerlaatste ronde. Het was een soort zesdaagsefinish, met dien verstande dat we in Gent al dagen op voorhand weten wie zal winnen.

In het Kuipke van Abu Dhabi was het voor echt. Vooraf had ik het eerder voor Lewis Hamilton. Zwart, geen rijke ouders, zeven keer wereldkampioen met brio, normale gast op het eerste gezicht. Niet voor Max Verstappen, wel van rijke ouders, fils à papa, en afwisselend een arrogant baasje of een Calimerootje. Wij omarmen die in België zo graag als een halve Belg en dat belachelijk gedoe speelde ook mee.

Al in de eerste bocht ging ik overstag. Hamilton deed daar iets wat niet mocht en werd daar niet voor bestraft. Regelrechte schande. Het dient gezegd, Hamilton was op mindere banden toch sneller weg dan Verstappen, dus hij had wel een voordeeltje. En hij reed ook ronde na ronde sneller. Die voorsprong bouwde hij netjes uit tot de ploegmaat van Verstappen in de weg kwam rijden en hij vijf seconden verloor. Dat mocht allemaal. Rare sport die F1.

Daarna begon het spel met de banden. Pitstop wel, niet pitstop, soft, medium of hard tyres (banden dus), het flitste over het scherm en inmiddels had Hamilton tegen het eind van de race weliswaar op redelijk uitgewoonde banden een veilige voorsprong op zijn Red Bull- rivaal. Race gereden denk je dan, maar neen hoor. Op een ronde of vijf van het einde besloot ene Latifi, een Canadees, zijn auto tegen een muur te parkeren.

Er kwam een safety car aan te pas, een echte deze keer, nadat we op het circuit ook al eens een virtuele hadden gezien (of niet want hij was virtueel). Nu zal het niet helpen dat ik meer beslagen ben in echte sporten waarin nog ten minste naar een schijn van eerlijkheid wordt gestreefd, maar ik verbaasde mij geen klein beetje dat Hamilton plots al zijn voorsprong verloor. Niet alleen had zijn concurrent bij die virtuele safety car van banden kunnen wisselen, maar bij deze nieuwe crash moest Hamilton ook gewoon die elf seconden voorsprong inleveren voor een simpele eerste plaats. Ineens hijgde in zijn nek, op anderhalve meter, Max Verstappen op nieuwe banden. En toen wonnen de banden.

Column ‘Puntje van Kritiek’ over de rel in volleyballand (speelsters/bondscoach) in De Morgen van zaterdag 11 dec 2021

Puntje van kritiek

Kinderen van de Collaboratie, daarna Kinderen van het Verzet, gevolgd door Kinderen van de Holocaust: interessante tv. Ook Kinderen van de kolonie en van de migratie: relevant. Kinderen van de topsport is van dezelfde programmamakers maar heet dan weer De prijs van de winnaar. Vreemd, maar nog vreemder en totaal onbegrijpelijk is dat dit programma het scherm haalde.

Aflevering één van De prijs van de winnaar was een herhaling van zetten: nog eens die eetstoornissen, nog eens de dwangarbeid in de gymzaal, nog eens de druk van de trainers, nog eens die moeite om blij op de carrière terug te blikken (dat komt wel, over een paar jaar). Er passeerden ook een paar nieuwe namen de revue. Toevallig of niet mannen want anders denken we nog dat alleen vrouwen kunnen zeuren. Zoals de immer bereidwillige Bashir Abdi, die kwam zeggen dat topsport hard is. Van een openbaring gesproken.

In deel twee doken basketbalspelers Tomas Van Den Spiegel en Retin Obasohan op, en hun quotes pasten als een tang op een varken. Was deel één overbodig, dan was het al bij al onschuldig. Deel twee daarentegen was journalistiek oneerlijk en Canvas- onwaardig. Vilein was het. Naar het schijnt was bij de VRT en Sporza het kot te klein toen men hoorde/zag welke richting de tweede aflevering uitging. De Canvas-bazen verdedigden zich met “dit programma doet niet aan journalistiek, het laat de mensen verhalen vertellen”. Puntje van kritiek waard toch, deze aanpak.

Soms dringt een journalistieke benadering zich op. Met Kinderen van de Holocaust is het makkelijk. Je laat de geïnterviewden hun verhaal doen en behalve een handvol negationisten weet iedereen dat de Jodenvervolging echt is gebeurd. Er is met andere woorden geen behoefte aan een tegenwoord van een nazi die zich excuseert voor of contextualiseert wat er in de concentratiekampen is gebeurd.

In deel twee van De prijs van de winnaar was tegengewicht wel op zijn plaats, al was het maar omdat het programma een regelrechte karaktermoord pleegde op iemand van wie de naam niet eens werd genoemd. Nuance en tegenwoord ontbraken totaal. Dit was een georchestreerde aanval, een zelden geziene beschadigingsoperatie. Alles netjes inblikken en net voor de aflevering op antenne gaat de belaagde de beelden tonen en om een reactie vragen, dat doe je hooguit met Steve Bakelmans. Niet met een bondscoach die altijd voor- en tegenstanders zal hebben en tegen wie in deze problematiek (soms familiale) agenda’s spelen.

In tijden van media die elkaar achternalopen, om vervolgens allemaal als konijnen naar een lichtbak te staren, beperkte de perversiteit zich niet tot de uitzending. Die liet eerst de volleybalspeelsters unisono inhakken op de bondscoach, waarna de site Sporza de smeuïgste passages selecteerde. De uitzending had al bijna geen context en die was nu helemaal weg.

Pas op, het was niet allemaal slecht. Eén speelster vond hem wel een heel erg goede coach, de op één na beste zelfs. Haar beslissing om te stoppen had ze al maanden geleden genomen, en dat had ze de coach toen ook meegedeeld. Ze hadden dat uitgepraat, maar haar exit maakte ze nu pas wereldkundig. Toevallig in harmonie met het salvo van het vuurpeloton. Klein detail: als er een andere bondscoach komt, zou ze misschien wel overwegen om terug te keren. Hallo zeg.

Vervolgens gingen ook de andere media erop door. Experts die van ‘grensoverschrijdend gedrag’ hun core hebben gemaakt en professoren sportpedagogiek zonder de minste millimeter in topsport mochten hun mening geven. Frituristen die het over de keuken van Peter Goossens hebben, zo klonk het.

Belgiës beste volleybalspeelster aller tijden was heel snel opgestaan ter verdediging van de bondscoach. Die tegenstem verzoop in de beschuldigingen. Ook de huidige hoofdaanvalster (voorlopig de nummer drie, maar hard op weg op de tweede beste Belgische aanvalster ooit te worden) kwam hem spontaan verdedigen. De huidige nummer twee viel hem af, dat klopt, maar die is dan ook uit de nationale ploeg gezet.

Er zijn minnen, maar er zijn ook plussen in deze affaire. Precies dat had Canvas en de andere media moeten aanzetten tot meer voorzichtigheid. Hoe zwaar de minnen nog zullen wegen na het onderzoek en of de plussen de minnen uitstrepen, dat wordt nu uitgezocht door een magistraat aangesteld door de minister van Sport. Afgezien van de vaststelling dat wij ongeveer het enige land ter wereld zijn waar de minister van Sport tussenkomt als de bondscoach hommeles heeft met zijn (ex-)internationals (en rechters zich bemoeien met veldloopselecties) is een onderzoek naar de totstandkoming van dit programma en de kwaliteitscontrole bij Canvas evenzeer op zijn plaats.

Column Fancultuur in De Morgen van maandag 6 december 2021

Fancultuur

Je hoort weleens, ook hier in België, dat de voetbalsupporter inspraak moet krijgen in zijn club omdat de club in de eerste plaats van de supporters is en niet van een binnenlandse of buitenlandse rijkaard. Oké, over welke supporter hebben we het dan? Over een supporter als Michael Ott, de advocaat die vorige week de ledenvergadering van Bayern München op zijn kop zette omdat hij de sponsordeal met Qatar Airways wilde laten stopzetten?

Die Ott mag dan wel naïef zijn – denken dat er echt inspraak is, waar haalt hij het? – hij is wel iemand met het hart op de juiste plaats en een moreel kompas dat goed staat afgesteld. Zijn betoog tegen het hoofdbestuur van Bayern was duidelijk: “Jullie zeuren altijd over PSG en Manchester City die groot zijn geworden met dank aan de olie- en gasdollars, maar wij zijn geen haar beter want wij worden ook gesponsord door Qatar.”

Waarop Ott de voorzitter vroeg om een motie te laten stemmen waarbij de ledenvergadering zou beslissen over het al of niet voortzetten van die Qatar-deal. Die motie kwam er niet, de stemming dus ook niet, Ott werd de mond gesnoerd en de romantici van het voetbal zaten terug bij af. De 50+1-regel in het Duitse voetbal, die stipuleert dat de ledenvergadering altijd de meerderheid moet bezitten van het Verein, is pure windowdressing.

Gelukkig is die Duitse fancultuur zo bijzonder dat dit niet meer weggaat. Bij die vergadering was het al te horen: “Wij zijn Bayern, niet jullie.” Een wedstrijd later hielden de fans een reuzegrote banner op: ‘Voor geld wassen wij alles rein.’ Het beeld was duidelijk: Bayern- CEO Oliver Kahn en clubvoorzitter Herbert Hainer die bebloede kledij in een wasmachine stoppen en rond hen dwarrelen de dollars. Dit blijft leven en bij de volgende algemene ledenvergadering zal het er weer bovenarms op zitten. Het bestuur heeft dat eindelijk ingezien en gaat met Ott en co. aan tafel zitten.

België heeft geen fancultuur zoals Duitsland. Jammer, want er lopen hier ook wel een paar Otts rond. Hoewel her en der goedbedoelde initiatieven worden genomen, zijn de bezoekers van de Belgische voetbalstadions doorgaans niet geëngageerd, ook niet geïnteresseerd in een breder project en al helemaal niet in de maatschappelijke rol die hun club zou kunnen spelen.

Bezoekers van Belgische voetbalstadions kun je ruwweg opdelen in twee categorieën: keurig en minder keurig. Minder keurig behelst een heel spectrum, van gewoon minder keurig tot barbaars. Een prominent lid van die laatste categorie kwam gisteren in beeld, of beter gezegd niet in beeld. De rechtenhouder vond het maar niks en daarom vertikte de regisseur het om die ene Beerschot-fan te tonen toen die naar het Antwerp-vak spurtte om daar een vuurpijl in te gooien. Het was omdat Tom Boudeweel op Radio 1 zich er zo over opwond dat het uiteindelijk een item is geworden. Nadien doken amateurbeelden op die het incident bevestigden.

In dat geviseerde Antwerp-vak was de concentratie barbaren ongetwijfeld ook erg hoog, en sommige clubbestuurders zijn al zover mee in de normvervaging dat ze het niet erg vinden als de harde kernen elkaar de hersens in slaan. Maar dit, elkaar in brand steken, was een station verder dan klappen uitdelen. Dit was ongezien voor België.

Wat die Beerschot-fan uitvrat was een regelrechte poging tot doodslag. Neen, een gegooide vuurpijl zal niemand direct doden, maar de kans op ernstige verwondingen is groot. Onrechtstreeks kan zo’n vuurpijl in een vol vak wel een reactie veroorzaken waarvan je het resultaat niet kunt inschatten. Voor je het weet worden er beneden een paar vertrappeld omdat ze boven of halfweg op hol slaan.

Wat bezielt iemand om op een natte zondagnamiddag thuis een hele donkere jas en een hele donkere broek aan te trekken, een bivakmuts op zak te steken en in de bilspleet of hoger een vuurpijl te verstoppen? Hoe erg moet je jeugd zijn geweest als je vervolgens tijdens een heftige partij voetbal besluit dat ding boven te halen, aan te steken om er uiteindelijk mee naar het Antwerp-vak te lopen?

Wat is allemaal fout gegaan in je leven dat je dit überhaupt probeert, heel goed wetend dat dit je misschien gevangenisstraf zal opleveren, al zeker een boete en heel zeker een lang stadionverbod? Een upgrade bij FC De Barbaren? Ik kan niks anders verzinnen. Na de wedstrijd zou een hele horde paars-witte Hunnen het veld bestormen.

Jammer genoeg is het in België dat soort fan dat medezeggenschap eist, dat na twee of meer verlieswedstrijden op rij eerst de trainer, dan de spelers en uiteindelijk het bestuur tot de orde roept. Het argument dat het incident van gisteren een actie was van één fan houdt geen steek. Kijk, hoor en huiver: als de vuurpijl in dat Antwerp-vak belandt, juicht de Beerschot-tribune.

Column Dossier Veljkovic in De Morgen van zaterdag 4 december 2021

Dossier Veljkovic

Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) van het hof van beroep in Antwerpen in het dossier tegen makelaar Dejan Veljkovic leest als een jongensboek. Misschien eerst even recapituleren hoe de methode-Veljkovic in elkaar stak. U weet ongetwijfeld dat het voetbal de sector is die veruit de laagste belastingen en minimale sociale lasten betaalt. Om nóg minder belastingen en sociale lasten te betalen werd door Veljkovic een constructie met valse facturen via het buitenland opgezet.

De hoofdbrok van het arrest betreft spelers. De makelaar factureerde vanuit verschillende Balkan-landen voor een fictieve opdracht, de club betaalde die facturen, de makelaar betaalde daar ter plekke minimale belasting op en roomde zijn commissie af (10 procent zegt men), waarna het geld cash terugkwam via een Belfius-bankfiliaal in Genk.

Wie waren die clubs en om hoeveel deals ging het? Club Brugge (vier en niet van de minste), Racing Genk (vijf), Standard (twee), Anderlecht (vier), OH Leuven (drie), Sporting Lokeren (vier), KV Oostende (één), KV Kortrijk (twee), Waasland-Beveren (één) en uiteraard KV Mechelen, de kampioen in dit dossier, met twintig deals die door het parket als witwas werden gekwalificeerd.

De eerste publicatie over dit dossier begon met een opsomming van wie allemaal geld zou hebben gekregen, in het zwart, in plastic zakken of in enveloppes. Dat is het einde van de witwasketen en is net het lastigste om te bewijzen. Veljkovic, een gangster en laat daar geen twijfel over bestaan, kan dan wel zeggen dat hij her en der cash geld heeft betaald aan deze en gene, als die beweren dat ze nooit iets hebben gekregen en dat ze van die constructies niet afwisten, wordt het woord tegen woord.

Het fijne van elk dossier zullen we nooit kennen omdat een aantal betrokkenen ongetwijfeld al een minnelijke schikking hebben afgesproken. Bovendien is het niet zeker of het Openbaar Ministerie in alle gevallen de vervolging zal eisen, maar gezien de publiciteit die Operatie Zero kreeg, wordt verwacht dat er verschillende processen zullen volgen.

Het goede nieuws is ook, aldus een mens met kennis van zaken, dat de strafrechter de bewijslast mag wegen en andere elementen mee mag nemen in zijn beoordeling van fout of niet fout. De kans op veroordelingen is dus bijzonder groot.

Helemaal een gewonnen veldslag is de beschuldiging van witwas in hoofde van de clubs. Nemen we het voorbeeld van Belgische trots Club Brugge en meer in het bijzonder paragrafen 160 en 161 in de aanklacht, die gaan over de transfer van Karlo Letica die voor 3 miljoen euro verhuisde van Hajduk Split naar Club. Op 17 augustus 2018 ondertekenden CEO Vincent Mannaert en voorzitter Bart Verhaeghe een overeenkomst met Beneyug Sport in Cyprus met ene Goran Veljkovic (dat is Dejan die met de naam van een familielid tekent) voor een bedrag van 1 miljoen euro, en ook nog eens een scoutingsovereenkomst met Magnum Doo in Montenegro voor 500.000 euro.

Dat zijn maar twee van de elf (!) bedrijven die Veljkovic in zijn constructies gebruikte. Het doet overigens niks ter zake dat die betalingen nooit zijn gebeurd omdat hij enkele maanden later werd opgepakt en er overal huiszoekingen volgden. In het arrest van de KI staat onomwonden: deze overeenkomsten dienden om officieuze betalingen (lees: zwart geld) te verrichten buiten het officieel contract tussen Club Brugge en Karlo Letica. Dat is witwas.

Club reageert verbolgen op de aantijging met “we hebben prestaties in de vorm van scoutingsverslagen ontvangen en zullen die te gepasten tijde voorleggen”. Anderhalf miljoen en nog eens 500.000 euro voor scouting? Voor een reservedoelman die sindsdien nauwelijks een wedstrijd in een basis heeft gespeeld? Een Balkan-scout die vast in dienst is bij een club kost geen 100.000 euro – 50.000 is al duur betaald – en daar werkt hij een heel jaar voor.

Die valse facturen zijn, om in voetbaltermen te blijven, owngoals die de clubs hebben gescoord want die zitten zowel in de boekhouding van de clubs als in die van Veljkovic. Overigens heeft Club ook zo’n deal afgesloten voor Mats Rits, die ineens bij zijn overgang van KV Mechelen van makelaar veranderde. Ook voor Ivan Trickovski werd die piste bewandeld en de eerste keer dat die techniek in Brugge werd toegepast was bij het ontslag van Georges Leekens in 2013.

Een veroordeling voor witwas is niet alleen een dure affaire want daar staan geldboetes op, en gevangenisstraffen, al of niet met uitstel. De vraag is ook wat er met de straks veroordeelde actieve bestuurders moet gebeuren. Als het Belgisch profvoetbal het meent met de grote schoonmaak is royeren de enige mogelijkheid.

Column De Voorzijde van de medaille in De Morgen van maandag 29 november 2021

De voorzijde van de medaille

De prijs van de winnaar is een driedelige docu die vanavond begint op Canvas, net voor Extra Time. De trailer gaf mij een ongemakkelijk gevoel. De prijs van de winnaar gaat duidelijk niet over wat topsporters met hun prestaties verdienen. Niet dat ze van een driekamerflat naar een vrijstaande woning kunnen verhuizen. Evenmin dat ze zich in plaats van Ikea ineens Linea kunnen permitteren. De docuserie gaat over wat zo mooi heet ‘de keerzijde van de medaille’. En die hoort dan lelijk te zijn of althans minder mooi dan de voorzijde.

Trouwe lezers van deze kolommen zullen niet opschrikken – de anderen moeten nu hun ogen afwenden – als ik hier herhaal dat ik het een beetje heb gehad met dat achterafgeklaag van al of niet vermeende topsporters en alle miserie die de sport en de entourage in die sport hen heeft aangedaan.

Bon, toegegeven, dat laatste is een al te grove veralgemening. Laten we hopen dat De prijs van de winnaar iets meer nuance aanbrengt en dat de trailer vooral bedoeld was om het programma onder de aandacht brengen. Ik heb ook nogal vertrouwen in Ann Simons die aan de docu heeft meegewerkt. Ann was keihard voor zichzelf en heeft als topsporter zo’n beetje alles meegemaakt wat in de topsport fout kan gaan: eetstoornissen, blessures, verbale agressie, fysieke agressie, noem maar op. Ze is daar behoorlijk ok uitgeraakt.

Neen, ik ben niet blind voor wat fout kan gaan in de sport. Ik heb zelf lang genoeg op een niveau gespeeld waar winnen voor sommige van mijn ploegmaats hun inkomen en hun goed- of slechtbevinden voor een hele week bepaalde. Zelf had ik daar minder last van. Eén mindere nacht na een slechte wedstrijd en dat was het.

Schelden op wie zijn taak vergat, de tegenstander kleineren, de scheidsrechter met zijn dikke buik schofferen, een deel daarvan heb ik eerst zelf ondergaan en uiteindelijk heb ik mij daar ook zelf aan bezondigd als agressor. De vraag is nu – en neen, het is geen trauma
– of ik een soort kindermisbruiker was die zelf ooit is misbruikt, dan wel gewoon te fanatiek in het spelletje (volleybal in mijn geval) opging.

Kort nadat ik was gestopt, werd ik perschef van het Belgian Olympic Team. Wij hadden toen Heidi Rakels in de selectie van Barcelona. Die vocht in de toenmalige klasse tot 72 kilogram, maar daar koos de bondscoach voor het grote talent Ulla Werbrouck en dus moest Heidi Rakels, die al moest afvallen om de 72 te halen, nog meer afvallen om onder die 66 te geraken. Daar zijn mijn ogen deels open gegaan.

Zo fel vermageren tegen alle adviezen van trainers en artsen in, was er ver over. Iemand had haar toen moeten stoppen. Niet zeker of dat vandaag niet opnieuw zou kunnen. Gelukkig is het helemaal goed gekomen met Heidi, burgerlijk ingenieur, IT-Woman of the Year en nu al aan het rentenieren.

Ze zit niet in de serie, maar is daar ongetwijfeld voor gevraagd, dat kan niet anders. Ze heeft dit achter zich gelaten, althans dat hoop ik. Wie er wel in zit, is Frank Boeckx, ex-doelman, en met diens optreden heb ik bij voorbaat al iets meer moeite. Hij zal getuigen over boulimia nervosa. Met andere woorden: compulsief eetgedrag ten gevolge van stress en in zijn geval te veel eten. Dat was er voor ons media ook altijd aan te zien, die keren dat hij in het doel mocht staan: Boeckx was gewoon niet fit, te dik met andere woorden.

Als het de bedoeling is van de serie om in deel twee aan te geven dat wij als media een sporter niet meer mogen wijzen op een gebrek aan fitheid ten gevolge van een te hoog vetpercentage (zie Eden Hazard, Kim Clijsters), omdat de sporters daar stress van krijgen, dan geef ik niet thuis. Een aangepast gewicht en fysiek hoort bij topsport. Als het de bedoeling van de docuserie om aan te geven dat het ok is als sporter om grenzen te stellen, dat het niet ok is om in een eetstoornis te vervallen, ook niet dat de trainer je continu uitscheldt of kleineert, of – nog erger – aan je zit, dan is ze erg op haar plaats.

Wat daar wel moet bij worden vermeld is dat topsport bij uitstek niét inclusief is, niet voor iedereen is weggelegd. Topsport is tot het gaatje gaan, de grens opzoeken en verleggen en dat vereist juist onbalans, maar dan wel goed georkestreerd en begeleid. Wie daar niet tegen is bestand, is niet geschikt voor topsport. Topsport discrimineert, elimineert, selecteert, doet soms pijn, is soms ongezond – doe aan topsport, anders blijf je gezond – maar geeft ook heel veel terug. De voorzijde van de medaille is vaak mooier dan de keerzijde. Topsporters die hun tijd als topsporter vervloeken, zijn op één hand te tellen.