Column Wielernatie België in De Morgen van zaterdag 13 juli 2019

Wielernatie België

Als later de Grote Geschiedenis van het Belgisch Cyclisme in de 21ste eeuw wordt geschreven, zal het jaar 2019 een apart hoofdstuk krijgen. De tekst zal als volgt beginnen: “In april verbeterde Victor Campenaerts het werelduurrecord en plots werd België een tijdritnatie. Enkele maanden later begonnen Belgen ineens zware bergritten te winnen, klimtruien te verzamelen en werd België ook een natie van klimmers. En toen moest Remco Evenpoel nog komen…”

Donderdag 11 juli en de rit van Mulhouse naar La Planche des Belles Filles zal een paginaatje krijgen. Eerst was er een kopgroep met veel Belgen, daarna reed een Belg weg, maar werd teruggepakt, waarna een selectie werd doorgevoerd. In het verleden was dat het sein om de Belgen ongenadig over boord te kieperen. Niet donderdag in de lastige Vogezen-rit. Oké, Thomas De Gendt was er dan wel af, maar met Tim Wellens, Xandro Meurisse en Dylan Teuns bleven drie Belgen over in een kopgroep van vier.

 

Op de laatste steile klim halveerde de groep tot twee leiders: een Belg en een Italiaan. Tot vorig jaar zouden die op een paar kilometer van de aankomst zijn overvallen en voor dood achtergelaten door de klassementsmannen en hun meesterknechten. Niet donderdag. De twee zouden sprinten om de overwinning. Normaal legt een Belg dan de duimen. Niet donderdag op La Planche des Belles Filles. Teunske snelde tegen die 24 procent op, liet de king of the mountain van de voorbije Giro achter en reed recht in de armen van zijn eigen belle fille.

Drie Belgen op het podium na een van de lastigste ritten van deze Tour de France: twee voor de etappe en een andere Belg die de bolletjestrui mocht aantrekken. De ene bolletjestrui is de andere niet, die van Greg Van Avermaet op de Kapelmuur was een grap. Wellicht zal ook Wellens die niet kunnen houden, maar zijn ambitie om ervoor te gaan maakt wel deel uit van een ongeziene bewustzijnsverruiming.

Overigens was die donderdag 11 juli ook de dag waarop België ein-de-lijk een achtervolgingsland werd. De U23 brak het Belgisch record achtervolging: 3:56.818 alstublieft en dat op een zeer trage baan met moeilijk lopende bochten. Robbe Ghys, Sasha Weemaes, Fabio Van den Bossche en Gerben Thijssen: de ploeg voor Tokio is gekend.

Of er zit iets in het kraantjeswater, of er is sprake van een echte revival, of het is toeval, maar er is íéts aan de hand in dit wielerland. Wat precies, dat valt pas over enkele jaren te achterhalen, maar ondertussen wijzen alle tekenen erop dat we ons mogen opmaken voor een paar mooie jaren. Vette jaren? Ook dat valt nog af te wachten. Wie uit een woestijn komt, is al snel blij met een dode mus.

Het werd hoog tijd. Van alle traditionele wielerlanden heeft België – zeg maar Vlaanderen, want na Philippe Gilbert is het Waals cyclisme één zwart gat – de grootste dichtheid aan talent. Dat heeft zich na de jaren 70 zelden nog vertaald in de uitslagen. Dat we er al meer dan veertig jaar niet in slagen om een grote ronde te winnen, is beschamend. Dat we de laatste jaren ook elke renner met klassementsambities hebben afgebrand of het dwingend advies gegeven om toch maar voor de eendagsklassiekers te kiezen, getuigde van bekrompenheid en klein denken.

In 2019 is een nieuwe generatie Vlaamse renners opgestaan. Victor Campenaerts was de eerste: onbevreesd ambities uitspreken en die ook nog waarmaken. Het valt niet te onderschatten wat dat werelduurrecord heeft losgemaakt bij zijn collega’s, het respect voor Campenaerts oversteeg de ploegen en de landsgrenzen. Plots werd België een tijdritnatie.

Wout van Aert won een WorldTour-tijdrit en werd de beste van het best bezette nationaal tijdritkampioenschap ooit. In deze Tour sleurde hij samen met Tony Martin zijn ploeg Jumbo-Visma als eerste over de streep in de ploegentijdrit. Van Aert (en Mathieu van der Poel) leerden dit wielergekke landsgedeelte dat crossen een ideale trainingsvorm kan zijn voor de weg, als je daarnaast maar genoeg uithouding traint. Het is wellicht geen toeval dat de allerbeste renners van het moment allemaal een verleden hebben in andere disciplines.

Nu moeten we nog een stap zetten. Dylan Teuns, gevraagd naar zijn klassementsambities in de toekomst, vatte het samen voor alle Belgen: velen hadden het hem gevraagd, hij had er al over nagedacht en misschien zou het er ooit wel van komen, maar hij was ook gek van het eendagswerk en bovendien – het allerbelangrijkste van zijn betoog- was hij niet getraind om drie weken lang te presteren. Hoog tijd voor Belgische renners om anders te trainen en zich ook te bekwamen in het langere rondewerk.

 

Wielernatie België

 

Interview Dries Devenyns in De Morgen van maandag 8 juli 2019

‘De koers wordt oververwetenschappelijkt’

Als Julian Alaphilippe (en/of Enric Mas) een rit wint, misschien al vandaag in Epernay, bedankt hij eerst Dries Devenyns. ‘Rijden voor een succesteam geeft ook voldoening.’

Een renner kan onmogelijk méér uit de Vlaamse klei – eigenlijk zandleem, maar passons – zijn getrokken. Hij woont halfweg de Oude Kwaremont, droomde als kind van de Ronde van Vlaanderen en rijdt – hoe kan het anders – als een speer bergop. Als prof werd hij de man voor de etappewedstrijden. Ooit werd hij door zijn toenmalige en huidige baas bewierookt: “Het zou al heel vreemd moeten lopen, wil Dries Devenyns geen grote koers winnen.”

Dat was Patrick Lefevere in september 2011. Het liép vreemd.

Dries Devenyns: “Ik heb daar wel eens van gedroomd, een grote koers winnen. Wie niet? Ik zou zelfs heel veel willen winnen, maar zonder al het gedoe errond. Stel je voor dat ik hier een hekken voor mijn huis moet zetten omdat de mensen naar ons komen kijken, ik moet er niet aan denken.

“Rijden voor een succesteam geeft ook voldoening. Voor het zelfde geld werk ik nog harder en zit ik bij een ploeg die vijf koersjes heeft gewonnen. Julian Alaphilippe heeft ook bijgetekend terwijl ik haast zeker weet dat hij geld laat liggen. Voor hem telt ook: met deze ploeg win ik het meest.

“De basis van het succes blijft de chemie en die is gebaseerd op de intuïtie van Patrick Lefevere om te bepalen wie hij in de ploeg wil. Zijn renners moeten willen winnen en, vreemd genoeg misschien, willen wij dat meer dan de andere ploegen.

“Het idee dat ik werk voor iemand die het altijd kan afmaken, geeft mij extra vermogen. Ik kan dan iets harder, iets langer op kop rijden. In de Tour wordt mijn opdracht bij Alaphilippe blijven en hem aan ritwinst helpen. En bij Enric Mas, met wie we willen kijken hoever hij komt in het algemeen klassement. Dat gaat van op kop rijden, over uit de wind zetten, tot bidons halen. Acht krijg ik er weg. Dat is zwaar, je laten afzakken en vier kilo zwaarder weer naar voren rijden en die drank verdelen.”

Ik vind geen grote interviews van jou in de database terwijl een van je studievrienden van de universiteit in het peloton zit als journalist.

“Ik heb niks tegen de media, maar die koppen, die grote woorden, ‘ik ben daar niet aan’. Er lopen nogal wat narcisten in de media rond en ik erger mij aan straffe uitspraken die worden opgeblazen of kranten die dingen van de sociale media halen. Die sociale media (zucht)… Iedereen roept of post maar wat, ik denk dat we beter af zouden zijn zonder. Het is vergif en het legt een druk op de maatschappij.

“Ik heb een Twitter-account en toevallig heb ik na de Ronde van Zwitserland iets getweet over drie euro per megabyte data die ik moest betalen in Zwitserland. Natuurlijk was mijn account geblokkeerd want ik zat aan te hoog extra verbruik.”

Ach, je hebt pas je contract verlengd, dus dat kan er van af. Opvallend dat je als bijna 36-jarige (hij verjaart op de rustdag in Nîmes op 22 juli, HVDW) in een dienende rol zo snel verzekerd bent van werk.

“Ik denk dat ik het verdien. Na mijn rugoperatie vorig jaar ben ik sterk teruggekeerd en dit voorjaar was ik ook goed, al van in januari toen ik in de Cadel Evans-race het peloton controleerde en Elia Viviani het meteen kon afmaken. Dat ik tegen Lefevere heb gezegd dat ik nergens anders meer wilde rijden, dat klopt. Tegelijk heb ik ook getwijfeld na die operatie. Mentaal was het nog niet op, maar die pijn moest weggaan.

“Ik heb bij andere ploegen gereden. In België ben ik begonnen bij Lotto, later zat ik bij Giant-Shimano, de voorloper van het Sunweb van nu en daarna bij IAM. Alleen bij Giant-Shimano heb ik mij niet ‘gejeund’. Absurde situaties meegemaakt. Reed ik van de service course naar huis langs een iets langere weg, moest ik die extra kilometers verantwoorden. Achteraf bekeken had ik daar nooit moeten gaan rijden.

“Bij IAM moest niet per se worden gewonnen en uitgerekend daar heb ik vijf van mijn zes koersen gewonnen. Van Lotto herinner ik mij vooral mijn doop, te beginnen met een liter sangria uitslurpen met een rietje. Mijn beker was eerst uit: vier jaar op kot in Gent, dat is een goede training.”

Een van de vreugdekreten bij jouw contractverlenging kwam van Julian Alaphilippe.

“Dat is mooi. Hoewel we van andere generaties zijn, kunnen we het goed vinden. We liggen meestal samen op de kamer. Hij is druk, ik ben rustig. Hij praat veel, ik minder, maar ik kan goed Frans en dat schept een band. Als hij nog bezig wil zijn, mij goed, ik doe mijn ogen dicht – dat zijn mijn gordijnen – en ik slaap.

“In de koers zijn we ook samen. Als ik zeg: ‘het is het moment, komaan, volg mij’, dan weet ik dat hij in mijn wiel zit tot ik hem afzet. Even later demarreert hij en maakt hij het meestal af.

“We zijn al acht ritten van deze Tour gaan verkennen. Van de week nog Epernay en dan rijden we naast elkaar. ‘Goh, Dries mooi hellinkje hier. Zou ik hier niet proberen?’ Maar dan volgt tien kilometer plat. ‘Neen, toch misschien wachten op het volgende.’ Wanneer het moment is? Dat is de ervaring van jaren. In sommige races als de Amstel of de Waalse Pijl weet iedereen waar het moet gebeuren. In de Ronde van Vlaanderen is dat hier in mijn straat. Dit jaar met Van der Poel die beneden viel en dan toch nog terugkeerde, dat is uitzonderlijk. Het is ook straf wat die presteert, op drie verschillende fietsen nog wel.”

Jij bent licentiaat lichamelijke opvoeding. Analyseer jij wat er met jou gebeurt tijdens een inspanning?

“Neen. Ik denk daar niet bij na. Ik heb ook de laatste evoluties in de trainingsleer niet meer gevolgd. Ik volg wel de wetenschappers die er toe doen, via Twitter dan. Met de tijd ben ik gaan geloven dat de psychologie het verschil kan maken. Waarom kan de ene renner dieper gaan dan de andere?

“Koers wordt voor mij over-verwetenschappelijkt. Je toonde mij daarnet de renners met wie ik heb gereden. Ik zag in dat lijstje Francis De Greef staan. Die reed alles aan flarden in zijn labotest en hoelang is hij al niet gestopt? Labotests op stationaire fietsen is een heel andere dynamiek dan op een echte fiets. Ik ben er ook niet goed in, maar tijdens de laatste hoogtestage op Sierra Nevada reed ik in mijn laatste drempel van acht minuten nog tegen 435 watt. Ik denk dat ze ook zullen hebben gedacht: ‘kan die dat nog?'”

Ben jij streng op jezelf? We drinken hier – welgekomen in deze hitte overigens – Appletise, een suikerdrankje.

“Ik let op mijn gewicht en die suiker… ach, straks moet ik nog fietsen. Ik weet waar ik mee bezig ben. Ik bepaal ook wat ik doe op training maar ik zet mijn trainingsdata altijd online. Als het slecht zou zijn, zou ik het wel horen. Dat heb ik onthouden uit mijn studies: op een hele set data wordt statistiek losgelaten en worden gemiddeldes berekend. Daar wordt dan een trainingsschema uit afgeleid dat zou moeten werken voor iedereen. Dat klopt niet, elk lichaam is verschillend.”

Met die hernia vorig jaar leek het einde verhaal voor jou.

“Ik heb dat ook even gedacht, maar paniek? Waarom? Ik moet nog wat anders doen als ik stop met fietsen en om heel eerlijk te zijn: eigenlijk kan ik niks anders dan met de fiets rijden. Als het zover is, zal ik wel zien. Ik lag ooit met een collega op de kamer die met zijn nacarrière zo hard bezig was dat hij de rest vergat. Hoe vaker je er aan denkt, hoe sneller het er is.”

Met je contract voor volgend seizoen zit je vijftien jaar in het peloton. Vier keer de wereld rondgereden, met honderd renners aan je zijde. Goede vrienden, goede momenten?

“Kennissen wel, geen vrienden. Mijn vrienden zijn nog dezelfde vijf van op de universiteit. Goede momenten zeker, maar er waren ook slechte: de dagen dat ik besefte dat ik beter was dan mijn kopman. Dan denk je: ik had hier ook finale kunnen rijden. Winnen? Ik ben geen afmaker, geen puncher, dat heb ik gemerkt toen ik nog in ontsnappingen meezat. Mijn sterkte is vijftien minuten voluit bergop rijden. Alaphilippe is nog beter dan ik. Op stage reed hij mij in ons laatste blokje zo uit de wielen. Dan weet je: wow, die is echt beter, voor hem wil ik werken.

“Eigenlijk ben ik maar één keer gefrustreerd geweest in mijn hele carrière. Dat was toen bondscoach Kevin De Weert met wie ik zoveel koersdagen samen heb gereden mij niet selecteerde voor de Olympische Spelen. Een week eerder was ik in de Clásica San Sebastián op een gelijkaardig parcours zesde geworden en latere geselecteerden eindigden op minuten. Toen heb ik beseft dat bij selecties niet altijd de kwaliteit telt, maar dat vriendjespolitiek meespeelt.”

 

 

 

 

Devenyns

Column Mazelentrui in De Morgen van maandag 8 juli 2019

Mazelentrui

Greg Van Avermaet zat er een beetje mee na zaterdag. Gisteren kwam zijn dochtertje Fleur kijken en ze zou verschieten welke trui papa nu weer aan had. Nog goed dat Fleur nog een ukje is en geen recalcitrante tiener.

Het Facetime-gesprek had ook zo kunnen gaan:

Fleur: Papa, wat heb je daar nu weer voor lelijks aan? Dat oranje vond ik niks, maar is toch altijd beter dan die mazelentrui van de kleine, magere mannetjes.

Papa: Zeg Fleurtje, dat is wel de bolletjestrui, de bergtrui.

Fleur: Papa… (rollende ogen) Maar jullie hebben nog geen berg gezien. Heb je die echt gekregen omdat jij als eerste over die mislukte molshoop in Geraardsbergen bent gereden, meen je dat? Ik dacht: joepie, papa is ontsnapt, maar je wachtte daarna gewoon op het peloton.

Papa: Het is al goed Fleurtje, geef je mama eens.

Voor de Belgen is deze thuiswedstrijd voorlopig de Tour van de dode mussen. Alleen Wout van Aert reed een beetje in beeld met een bijrol in die verknoeide sprint van zaterdag, gewonnen door een Nederlandse ploegmaat, en een hoofdrol in de ploegentijdrit van gisteren, gewonnen door de Nederlandse formatie Jumbo-Visma.

In de coulissen werd ondertussen gedebatteerd over de wenselijkheid van een Tour-start in Brussel. Te duur, te vuil, te weinig fietspaden, te rijk gerekend met economische return, kortom: zijn er geen andere prioriteiten voor Brussel dan circus Tour naar hier halen? Naast beter onderwijs, veiliger verkeer, een eengemaakt bestuur en dito politiezone, ken ik er alvast één: een nationaal stadion, de Europese hoofdstad waardig. Dit jaar hebben we wel de Tour gehad, maar volgend jaar hebben we niet het Europees Kampioenschap voetbal. Dat wordt in alle landen van Europa gespeeld, maar niet in de Europese hoofdstad.

Te veel Merckx, was nog een kritiek. Eddy Merckx mag dan een hele aardige man zijn en een groot kampioen – wellicht de grootste aller tijden in het wielrennen en de beste Belgische sporter ooit – de heldenverering werd inderdaad af en toe gênant. Geen enkel ander land heeft ooit een sporter – man/vrouw, dood/levend – zo bewierookt als ging het om Kim Jong-un in Noord-Korea.

Hem kennende is hij opgelucht dat het ‘dure, vervuilende’ circus van de Tour na twee dagen is vertrokken en de kans dat ze hem alsnog in Parijs zien, is weer iets minder groot. Vandaag maakt het peloton de Champagne-streek onveilig en daarna gaan ze richting Vogezen. Vervolgens door het middengebergte een lusje naar de Pyreneeën en zo terug richting Parijs na een driedaagse in de Alpen. Even ter herinnering: de Tour de France draait om wie na drie weken de gele trui draagt, al het andere is bezigheidstherapie.

Het Belgische hoogtepunt van het weekend was Vive le Vélo in de tuin van de koning en meer in het bijzonder de aanwezigheid van werelduurrecordhouder Victor Campenaerts. Het is jammer dat ze op de VRT in geval van wielrennen het stellen van de juiste vragen en vooral het doorvragen zijn verleerd (of hebben geband, dat is niet zo duidelijk) want dat had best goede tv kunnen opleveren.

Om een lang verhaal samen te vatten: de enige renner van Lotto-Soudal die dit jaar de ploeg een beetje uit de slagschaduw van Deceuninck-QuickStep kon halen en wat publiciteit genereren, zou moeten wijken voor twee renners die samen bijna zeventig jaar oud zijn. Het is niet duidelijk of het ene het gevolg is van het andere en wat allemaal speelt.

Het is vooral niet duidelijk omdat nooit wordt doorgevraagd. Campenaerts zat daar, kon van die tafel zo maar niet weglopen, haal hem dan de pieren uit de neus. Maar neen, dat heb je met die praatshows, het moet in de eerste plaats gezellig blijven. Ik wil wel eens horen wat hij van de ploeg(leiding) denkt en of hij beseft hoe ze over hem denken in die ploeg.

Ik wil ook wel eens weten of zijn (loon)eisen zo buitensporig zijn dat ze verkiezen in zee te gaan met een hoogbejaarde Belg (een Waal, speelt mee in de hele discussie) en een Duitser die zijn niveau van weleer niet meer haalt. Waarom ze Tiesj Benoot niet konden houden en aan Tiesj Benoot misschien ook vragen waarom hij daar niet eens wilde onderhandelen.

Misschien moeten ze John Lelangue ook eens uitnodigen en hem het hemd van het lijf vragen. Of nog beter, iemand van de toezichthoudende overheid en die uitbenen: of ze wel een idee hebben van hoe een goed functionerende wielerploeg moet draaien, wat zo’n sponsoring aan meerwaarde moet genereren en wat er nog overschiet van het pan om de loterijgelden in te zetten als basis voor een groot Belgisch wielerproject. Als die allemaal zijn gepasseerd zal je wel moeten concluderen dat die inzet van overheidsmiljoenen best opnieuw wordt bekeken.

 

Column Mazelentrui

Verhaal over Geraint Thomas tegen de hele wereld in De Morgen van zaterdag 6 juli 2019

Thomas vs. Frankrijk en zijn ploeg

De tijdrittrein wachtte vorig jaar alleen op ‘Froomey’ en in het bloedhete hotel van de eerste rustdag kreeg hij geen airco. Het duurde tot na etappe 17 voor Sky vol voor Geraint Thomas als Tour-winnaar ging. De zo gekwelde pistier gaat voor zijn tweede met nog meer twijfels.

Zondagochtend of misschien vanavond al bij de teambespreking voor de ploegentijdrit in en rond Brussel zal Geraint Thomas (33) duidelijk worden of zijn ploeg dit jaar wél in hem gelooft. Vorig jaar had hij na een knappe overwinning in het Critérium du Dauphiné het statuut van schaduwkopman gekregen om in Cholet op dag drie al van zijn wolk te vallen. “Ik wist niet wat ik hoorde: in geval van pech zou alleen op Chris Froome worden gewacht. ‘Dus niet op mij?’, vroeg ik onze ploegleider Nico Portal. ‘Je moet dat niet persoonlijk nemen’, zei hij. Ik dacht van: okay, got the message.”

Pech bleef weg. Behalve dan dat BMC won, in feite een ideaal scenario met Greg Van Avermaet in die gele trui die hij nog even wilde houden. No worries bij Sky, dat aan de Tour was begonnen met een driekoppige falanx van rondewinnaars: viervoudig Tour-winnaar Chris Froome had de Giro gewonnen, Geraint Thomas de Dauphiné en de jonge Colombiaan Egan Bernal had het in de zware Ronde van Californië schitterend afgemaakt. Van Bernal werd vermoed dat hij de Froome van 2012 kon zijn, beter dan zijn kopman (toen Bradley Wiggins) bergop, maar gebonden aan teamconsignes en vooraf opgelegde hiërarchie.

De Tour van 2018 hield geen rekening met die hiërarchie. Froome verloor al snel wat tijd, idem voor de hard werkende Bernal en van de sterkste ploeg in de Tour stond de tot tweede kopman gepromoveerde Thomas het best geplaatst. Na de aangekondigde terugval van geletruidrager Van Avermaet in de bergen zou hij het classement général aanvoeren.

Gesprongen zekering

Op de avond van 15 juli volgde een nieuwe klap in het gezicht van de tweevoudige olympisch kampioen achtervolging.

“We hadden net de lange verplaatsing per vliegtuig van Roubaix naar Annecy achter de rug en toen we in ons hotel arriveerden, stond alleen airco op de gang, niks in mijn bloedhete kamer. Ik sleurde de airco van mijn gang naar binnen, maar toen sprongen de zekeringen. De ploegleiding whatsappte dat alleen Froome de airco aan mocht zetten. Ik dacht: ja hallo, dat zie je van hier, en ik zette ook mijn airco aan. Ik heb heerlijk geslapen op de rustdag, tot een uur of tien.”

Na de elfde etappe naar La Rosière zou Geraint Thomas het geel aantrekken. Niet zonder een nummer op te voeren. Hij won die etappe en een dag later ook die op L’Alpe d’Huez. Dat was de rit die Chris Froome had uitgekozen om orde op zaken te stellen
in het peloton en de hiërarchie in de ploeg te herstellen. Toen Froome met nog drie kilometer te klimmen aanging, bleef Thomas gedisciplineerd zitten in het wiel van Tom Dumoulin die in tijdritstijl rustig Froome weer inrekende. In de laatste hectometers gooide Thomas al zijn achtervolgingswattages in de schaal en reed iedereen uit het wiel, Froome incluis. De avond van 19 juli werden de rollen bij Sky omgekeerd: alles voor G, Chris werd schaduwkopman.

Hoewel… Uit het boek met de voorspelbare titel Mijn Tour de France blijkt dat Thomas zijn eigen team niet vertrouwde en dat met name Froome zich niet bij de nieuwe pikorde neerlegde. “Elke bergrit zou hij aanvallen en de boel opblazen, met het risico dat we er allemaal aan gingen. Ik kon daar met hem niet over praten.”

Froome bleek te overmoedig en liep twee keer op een counter. Pas na de ultrakorte etappe van 65 kilometer waarin hij weer tijd had verloren, legde ‘Froomey’ zich neer bij de situatie. In geen enkele etappe nadat Thomas de gele trui had veroverd, had hij ook maar één keer gereden in functie van het behoud van het geel, iets wat alle andere renners uit zijn ploeg in de jaren voordien wel hadden gedaan. Thomas: “Begrijpelijk voor een zesvoudige groterondewinnaar, maar wel vervelend voor mij.”

Valpartijen

Bij de start van de Tour de France is Geraint Thomas op basis van vorig jaar de kopman van Team Ineos, de opvolger van Sky. Maar nu is de Colombiaan Egan Bernal de schaduwkopman na winst in de Ronde van Zwitserland. Thomas heeft niks gewonnen dit jaar. Hij werd vooraan verwacht in de Dauphiné maar belandde na een zware val in het ziekenhuis. Niet bepaald bevorderlijk voor het vertrouwen, niet van Thomas zelf of van de ploeg jegens Thomas. Bernal daarentegen is al lang op niveau. Die won Parijs-Nice toen Thomas nog de flessen van zijn winterparty’s naar het containerpark moest dragen en aan zijn crashdieet moest beginnen.

Bij Team Ineos druipt de twijfel ten aanzien van de Tour-winnaar van vorig jaar eraf. Een samenvatting van wat je in de wandelgangen hoort: “G’s winter was niet goed en die val heeft hem toch wedstrijdkilometers gekost. Chris zat ook nooit stevig op de fiets, maar G heeft echt een geschiedenis met vallen. Last year he won, but maybe this time he was just lucky.”

Zwaar tegen dek gaan, het is een constante in de carrière van Geraint Thomas. Al een maand na zijn overstap van juniores naar beloften scheurde hij bij een val zijn milt. Iets later, bij de profs, kwam hij in een sprinttrein zwaar ten val in de Tour Down Under. Daarna brak hij zijn bekken en een pols in Tirreno Adriatico. Waar Froome er met de tijd in slaagde om meer en meer uit het gewoel te blijven – met uitzondering dan in de Dauphiné toen hij in een verkenning door zijn eigen schuld ten val kwam – ging het met Thomas van kwaad naar erger, al had hij aan de meeste crashes geen directe schuld.

In de Tour van 2015 was hij de renner die tijdens een afdaling door Warren Barguil, die te snel in een bocht kwam, tegen een oude telefoonpaal en in het ravijn werd gekatapulteerd. In de Tour van 2017, toen hij tweede stond na Chris Froome, was het Rafal Majka die hem deed vallen in een afdaling, wat hem een gebroken sleutelbeen kostte.

 

Dat volgde op de Giro, waar hij de onbetwiste kopman van de ploeg was en met de bergen in aantocht netjes tweede stond, klaar om de roze trui over te nemen. Misschien al op de Etna, waar hij als een razende in een razend peloton naartoe reed toen een politiemotor links achter een blinde bocht stond opgesteld en Wilco Kelderman er als eerste pal op knalde. Hij nam Thomas en anderen mee in zijn val. Thomas ontwrichte daarbij zijn schouder en zou enkele etappes later gedemoraliseerd moeten opgeven. Ten slotte herinneren we ons allemaal de gouden rit van Van Avermaet op de Spelen in Rio en de renners die voor hem wegvielen, letterlijk dan. Majka viel en wie viel over hem? Thomas.

Beer and booze

Chris Froome in een ziekenbed of op twee krukken. Tom Dumoulin in de lappenmand. Primoz Roglic verdwenen van de planeet koers. In een normale editie speelt de Tour altijd wel een favoriet kwijt in de eerste hectische week. Nooit eerder is in het favorietenpeloton zo sterk gewied vóór de start, en dan moeten ze nog beginnen te vallen.

Met Geraint Thomas won vorig jaar voor het vierde jaar op rij een Brit uit de sterke Sky-formatie. De Tour-taal is meer dan ooit Engels: veertien van de laatste twintig edities zijn gewonnen door een Engelstalige, soms met een Texaans, soms met een Australisch, Brits of Welsh accent. Vooral het Franse Tour-publiek heeft het gehad met de dominantie van de Angelsaksen die in het begin nog hun best deden om de Fransen te plezieren, maar de laatste jaren energie halen uit de vijandigheid van de locals.

Thomas heeft het in zijn vorige Tour allemaal meegekregen. Bij een van de laatste bergfinishes probeerde een toeschouwer van over de nadar zelfs zijn arm vast te grijpen en hem van zijn fiets te sleuren. De Tour-zege en de vijandigheid jegens zijn ploeg, de opofferingen, de leeftijd, de volle trofeeënkast: Thomas beleefde het allemaal opnieuw. Wat resulteerde in een winter à la Bradley Wiggins, vol existentiële twijfel en lots of beer and booze. “Ik heb vaak gedacht: is zo’n Tour dit allemaal waard, dat non-leven boven op die Teide, die strijd tegen de grammen vet, die constante argwaan van ‘word ik niet geflikt’? Neen, het is maar koers.”

Ook tijdens de Tour dacht hij zo: als het mis gaat, dan gaat het mis, het leven gaat verder. De houding die vorig jaar zijn sterkte was, kan zich nu tegen hem keren: bij de eerste tekenen van verzwakking zal de wolvenroedel toeslaan. Neen, niet die eendagsvliegen van Deceuninck-QuickStep maar de echte wolven en niet het minst de jonge Colombiaanse wolf in zijn eigen team.

 

Geraint Thomas

Column Pierre Matignon in De Morgen van zaterdag 6 juli 2019

Pierre Matignon

Rudi Altig, Marino Basso, Julien Stevens, Eric Leman, Rik Van Looy, Joaquim Agostinho (twee keer), Mariano Díaz, Michele Dancelli, Roger Pingeon, Herman Van Springel (twee keer), Felice Gimondi, Guido Reybrouck, Raymond Delisle, Barry Hoban (twee keer), Pierre Matignon, Jos Spruyt en ten slotte Eddy Merckx (zes keer).

Dat waren de etappewinnaars in de editie 1969, de eerste en meest overweldigende Tour de France van Eddy Merckx. Namen als klokken. Van Looy bijvoorbeeld. Won een etappe maar werd op de Ballon d’Alsace buiten tijd gereden door Merckx. Dancelli, Basso, Gimondi, grote Italiaanse renners in hun tijd. Stevens, Van Springel, Spruyt, superknechten, en Leman die drie keer de Ronde van Vlaanderen zou winnen.

Altig, een ellendige mof (geen kwarteeuw na de oorlog was dat een volstrekt eerbare gedachte) die later in die Tour zou worden betrapt op doping en vijftien minuten tijdstraf aan zijn broek kreeg. Hoban, een sprinter die later de plaats zou innemen van zijn betreurde vriend Tom Simpson, ook een grote naam.

Maar kent u Pierre Matignon nog? Vast niet. Hij reed voor Frimatic-De Gribaldy en eindigde die Tour als 85ste of voorlaatste op drie uur en drie kwartier van Eddy Merckx. Hij won wel een rit en nog wel die op de Puy de Dôme. Dat is een mythische vulkaanpuist waar vandaag nog hoogst uitzonderlijk op wordt gefietst. Matignon reed Merckx op 1:25. Het is te zeggen: beneden had hij zeven minuten na een lange vlucht en hield daar anderhalve minuut van over.

Geen glorie voor hem, maar misprijzen, Pierre was de risee. La lanterne rouge (hij stond vóór die rit nog laatste) die wint op de Puy de Dôme, hoe belachelijk was dat? Matignon, baroudeur, slechte coureur, maar vooral chançard. Vandaag zou Matignon door die ene lucky shot tot een wereldster in koersland promoveren en zou er een nul extra bij zijn salaris komen. Natuurlijk zou hij de hele duur van zijn royaal opengebroken contract nog altijd geen platte prijs rijden en toch zou na die twee jaar een andere ploegleider nog wat in hem zien en hem weer een mooi contract van twee jaar geven. Daarna nog een kleiner ploegje en dan zou het voorbij zijn.

In die vier jaar of langer zou hij zich een mooi huis kunnen zetten, een witte Cayenne met zwarte velgen kopen en het tienerliefje dat zijn mollige vrouw was geworden inruilen voor een jonger exemplaar met kunstborsten en lipfiller. Daarna: terug naar af.

Ik kijk naar de deelnemerslijst van deze Tour. Eerst streep ik de teams weg die totaal geen kans maken op Tour-winst: Cofidis, Dimension Data, Lotto-Soudal, Total Direct Energie, CCC, Wanty-Gobert, Bora-Hansgrohe, Arkéa-Samsic, Team Sunweb. Dat zijn de meerijders. Clementie voor Sunweb, een speciaal geval. Die hadden de Tour kunnen winnen als Tom Dumoulin het niet aan zijn knie had.

Dan de teams die een renner in hun ploeg hebben die een mooi eindklassement kan rijden in een grote ronde, als de ploeg zich daar met de volle goesting op zou toeleggen: Groupama-FDJ, Education First, Deceuninck-QuickStep, AG2R-La Mondiale. Die spreken hun verzuchtingen niet uit, maar kijken waar na de eerste week het schip is gestrand.

Dertien van de tweeëntwintig teams staan aan de start van de Ronde van Frankrijk helemaal zonder of zonder al te fanatieke ambities voor het klassement. Hebben er wel zin in: Ineos met Geraint Thomas en Egan Bernal, Jumbo-Visma met Steven Kruijswijk, Movistar met Nairo Quintana en Mikel Landa, UAE Emirates met Daniel Martin en Fabio Aru, Katjoesja met Ilnoer Zakarin, Astana met Jakob Fuglsang, Bahrein-Merida met Vincenzo Nibali, Mitchelton-Scott met de broers Yates en Trek-Segafredo met Richie Porte.

Samengevat: 13 van de 176 renners staan aan de start om hoog te eindigen in deze rittenwedstrijd. Nog zeven anderen maken een kans om na een goeie eerste week ook hoog te staan, maar van die twintig zal de helft na de eerste bergen zijn afgehaakt: pech, gevallen, jour of semaine sans. Van die tien zal nog eens de helft de tweede week overleven en die vijf zullen samen met hun ploegen bedisselen wie, wanneer, hoe ver mag wegrijden en voor welke plek in het klassement nog wordt gestreden.

Tegelijk wordt een hele andere Tour gereden, die van de mannen-van-één-dag, goed voor glorie van een paar jaar. De afhakers zullen – als ze in koers blijven – het peloton van avonturiers vervoegen. Onder hen de Pierre Matignons die zich een weekje zullen verstoppen, hun rit uitzoeken en toeslaan. In de hoop om vier jaar op die ene ritwinst te kunnen teren.

En wie draagt op 28 juli in Parijs het geel, het enige wat echt telt? Een gokje om geld te verdienen: Vincenzo Nibali.

 

Column Pierre Matignon

 

Column over Megan Rapinoe en vrouwenvoetbal in De Morgen van maandag 1 juli 2019

De vrouw die conservatief Amerika laat huiveren

 

De ster van deze sport-voorzomer is voorlopig Megan Rapinoe, een kleine Amerikaanse met een strak lijf, rappe beentjes en goede voeten. Ze speelt voetbal.

Er blijven er niet veel overeind na een discussie met de firma Trump & Trollen. Rapinoe deed meer dan overeind blijven. In de week dat ze zich de woede van Donald Trump en zijn alt-right op de nek haalde door te stellen dat ze er niet aan denkt naar dat “fucking White House” te gaan, omwille van Trump, speelde ze een dijk van een partij op de World Cup in en tegen thuisland Frankrijk.

Buitenspeelster Rapinoe zorgde voor de twee Amerikaanse goals en en passant maakte ze een statement dat nóg meer haar deed rechtkomen bij conservatief Amerika. Toen haar was gezegd dat afgelopen zaterdag gaypride-dag was in Frankrijk, sprak ze een waarheid uit die voor velen als ongemakkelijk wordt beschouwd: “Go gays. Je kunt geen kampioen worden zonder lesbiennes in je team. Het is nog nooit gebeurd. Dat is wetenschap.”

Dat, en het vieren van haar doelpunten met haar armen wijd open en lichtjes arrogante come-and-get-me-if-you-can-blik, zorgde voor zoveel ongemak bij de Trump-aanhangers dat ze nu ongetwijfeld tégen hun eigen nationale ploeg supporteren. De Britse tv-ster Piers Morgan tweette dat hij niet kon wachten tot “de leeuwinnen (de Engelse ploeg) dat stomme ego (van Rapinoe) verscheuren”. Van Morgan moet u weten dat hij een grote Trump-fan is nadat hij in 2008 zijn show The Apprentice voor bekende Angelsaksen won. Trump noemde Morgan bij de prijsuitreiking roekeloos, arrogant, kwaadaardig en onaangenaam. Dat heeft wat te betekenen als Trump dat zegt.

Waarmee we bij de sport zijn aanbeland, als u vrouwenvoetbal tenminste sport vindt (flauw grapje). De halve finales gaan midweeks tussen Zweden en Nederland en Engeland en de Verenigde Staten. Volgend weekend wordt dan de finale gespeeld.

Ik heb zowel Frankrijk-VS vrijdagavond als Nederland-Italië zaterdagnamiddag gezien. Die eerste wedstrijd was een en al intensiteit, spannend tot en met, en aan het eind won de beste ploeg. Nederland-Italië was één helft uitermate slaapverwekkend, wat bij mij redelijk goed is gelukt want ik heb de tweede helft van de eerste helft half-comateus beleefd. Het zou goedkoop zijn om dat te wijten aan het vrouwenvoetbal, want ook mannenwedstrijden zijn soms zo saai dat je erbij in slaap valt. Bovendien was het bloed- en bloedheet afgelopen zaterdag.

Het Nederlandse optreden was gewoon af, perfect, vanaf de stoet met supporters richting stadion tot de laatste baltoets. De Nederlandse vrouwen voetballen zoals hun mannen in betere doen: druk en drang naar voren, een beuk af en toe en ook niet te beroerd om er zelf de spanning in te houden door iets doms te doen. Daarom zullen de Nederlandse vrouwen eindigen zoals de Nederlandse traditie voorschrijft: verliezen in de halve finale of de finale.

De vraag die bij vele sportliefhebbers op de lippen brandt: waarom moeten wij naar iets kijken dat lijkt op de sport waar we van houden, maar dan veel trager, minder krachtig en met meer foute passes en onverklaarbare missers? Een twitteraar vond vrouwenvoetbal spannend, maar verder kut-met-perenvoetbal (mijn samenvatting van zijn betoog).

Spanning zou moeten volstaan, versterkt misschien door respect voor vrouwen die voor weinig geld evenveel of meer dan de mannen hun stinkende best doen voor de nationale ploeg.

Vergeleken met welke andere vrouwensport ook, heeft vrouwenvoetbal het grote nadeel dat het publiek – ook de vrouwen die het spelen – mannenvoetbal als de maat der dingen ziet. Met andere woorden: hoe goed Rapinoe, Morgan, Van de Donk of Miedema het ook doen, op ons voetbalnetvlies hebben we beelden van Salah, Messi, De Ligt en De Jong, om maar die te noemen.

Toch heb ik de indruk dat vrouwenbasketbal en vrouwenvolleybal, die ik allebei om familiale en gezinsredenen al heel mijn leven volg, technisch en tactisch een hoger niveau halen dan vrouwenvoetbal. Wie dan weer een beetje dieper op de wedstrijden ingaat, ziet dat tussen de landen en tussen speelsters van hetzelfde team de verschillen in individuele techniek en vista nog erg groot zijn.

Vrouwenvoetbal zit in zijn groeispurt en heeft tijd nodig. Van alle sporten was voetbal de laatste om vrouwen in de armen te sluiten en te behandelen als topsporters. Dat krijg je niet zo gauw weggewerkt en daarom is het ook geen toeval dat de VS het beste voetballand is bij de vrouwen. Zij hebben als eerste volwaardige trainingsprogramma’s ontwikkeld. Verplicht móéten ontwikkelen. Zoek op ‘Title IX’ en u zult begrijpen waarom de VS wereldkampioen worden.

 

Megan Rapinoe

Verhaal over Merckx en 1969, evenwichtsoefening tussen supporter en journalist in De Morgen van zaterdag 28 juni 2019

Het jaar waarin Eddy Merckx een ander mens werd

Als eerbetoon aan Eddy Merckx trappen de renners de Ronde van Frankrijk volgende week in Brussel af. Precies 50 jaar geleden knalde de Kannibaal voor het eerst iedereen uit het wiel in de Tour. Uit wraakzucht.

Anno 2019 zou aan het jaar van de Kannibaal een abrupt einde zijn gekomen na de lente waarin hij in drie van de vier grote monumenten iedereen op een hoop reed. Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, hij won ze allemaal. In Parijs-Roubaix won hij ook, maar helaas, het was de sprint van het peloton dat twee minuten achter ene Walter Godefroot was aangekomen.

24 zou Eddy Merckx worden op 17 juni 1969 en hij zou zich, na een maandenlang durend voorjaar, volgend op een winter op de piste, wagen aan een schier onmogelijke missie: na de Giro ook de Tour rijden, toen met amper drie weken rust tussen de twee.

1 juni 1969. De Giro d’Italia arriveert in de kustplaats Savona na een overgangsetappe. Na winst in twee tijdritten, een heuvelrit in Toscane en nog een lange rit was deel één van de missie binnen. Nog geen Dolomietencol in zicht en toch had de rittenkoers na twee weken alle spankracht al verloren, zo stevig stak Eddy Merckx in het roze.

Tot hij tegen de dopinglamp loopt. De grote Belgische wielerhoop wordt op 2 juni 1969 als een dief uit kamer 11 van hotel Excelsior en de Giro verjaagd. Zijn ploeg Faema wil hem ontslaan. Merckx huilt. De Belgische pers huilt mee en spreekt van een complot. Minister Frans Van Mechelen van Nederlandse Cultuur heeft het over een Siciliaanse maffia en onder druk van het parlement interpelleert Buitenlandse Zaken de Italianen. De moeder van Merckx is er niet goed van en begint op slag te roken.

Het is het begin van een memorabele zomer van een memorabel jaar, dat van de Kannibaal.

Merck, zonder x

Het mysterie van Savona… Merckx houdt vol dat iemand hem heeft geflikt en Reactivan (een amfetamine of stimulant) in zijn drinkbus heeft gekieperd. Detail, maar wel leuk: Reactivan wordt geproduceerd door het bedrijf Merck, zonder x. Later zou Merckx ook nog eens worden betrapt op pemoline, ook een amfetamine. Nog een leuk detail: pemoline was het onderwerp van het eindwerk van de broer van Eddy Merckx toen die afstudeerde als apotheker.

Met wat tegenwoordig bekend is over het dopinggebruik in dat tijdperk – er werd toen volop geëxperimenteerd met amfetamines, cortisones en anabole steroïden – slaat de verdediging van Merckx bleekjes uit.

Voor zijn hagiografen blijft het argument ‘doping bij een rit van niemendal, dat klopt niet’ de ultieme vrijgeleide. Jan Wauters van de BRT-radio was een van de journalisten die hem na dat voorval op de ochtend van 2 juni kon spreken. Tegen hem zei hij iets meer: “Allee, doping, toch niet voor zo’n etappe? Was het nu nog na een tijdrit geweest.”

Interessant. Eddy Merckx is bij een controle op 1 juni betrapt, op 31 mei was het rustdag, maar op 30 mei stond een tijdrit van 50 kilometer op het programma, door Merckx met overmacht gewonnen. Amfetamines zijn vandaag vier dagen opspoorbaar, een beetje verstoorde waterhuishouding of een lage zuurtegraad van de urine had in 1969 ook volstaan om twee dagen na de tijdrit positief te plassen.

Voor de meegereisde wielervolgers was doping, en nog meer de dopingcontrole, een vervelende bijkomstigheid, soms zelfs pretbederver. Ach, er was geen discussie mogelijk: het moest een complot zijn. En als het geen complot was, dan trok die gaschromatografie op niks, of was dat rijdend labo maar niks en de procedurefouten waren ook al niet te tellen.

Journalisten werden controleurs bij een inderhaast opgezet experiment. In aanwezigheid van drie van hen plasten Merckx en de hele ploeg (22 man) zestien uur na de eerste fout gelopen controle opnieuw. Die urine bleek zuiver. Waarna de journalisten concludeerden dat Merckx 100 procent zeker was geflikt. De krant Vooruit, voorouder van De Morgen, had in die tijd een gezaghebbend en gevreesde wielerjournalist in de persoon van Roger Cneut.

Vooruit was ook op de hand van Merckx, net als alle kranten, en kopte: ‘Eddy Merckx slachtoffer van machinatie?’ En daaronder: ‘Uitgesloten wegens doping tijdens onbelangrijke rit.’

Het mysterieuze briefje

Toen Merckx en alle journalisten allang weer in het land waren, kreeg de zaak in Italië een bizarre dimensie nadat een handgeschreven briefje van een zekere Marco B. bij Il Corriere della Sera in de bus viel. Hij schreef: ‘Eddy Merckx is onschuldig! Ik heb hem, geholpen door een man van wie ik alleen de voornaam Giorgio ken, gedrogeerd voor de start in Parma… en ik herhaal: Eddy Merckx is onschuldig. Marco B.’

Voorts legde hij uit dat hij dit had gedaan voor geld en dat die Giorgio hem een aardig bedrag had geboden. Uit angst durfde hij zijn naam niet bekend te maken en dus ook niet naar justitie te gaan. De verklaring van Marco B. werd niet serieus genomen. Iedereen kon zo’n briefje sturen en Merckx had als kopman van een Italiaans team vele tifosi achter hem staan, al vonden de meeste Italianen het nog meer oké dat na zijn uitsluiting Felice Gimondi de Giro zou winnen.

 

Merckx overwoog klacht bij de Italiaanse justitie neer te leggen. Hij werd daarbij geadviseerd door toenmalig Tourbaas Félix Lévitan, die bang was dat Merckx in zijn Tour de France niet zou mogen starten. Het tarief voor een eerste keer amfetamines was in die tijd één maand (vandaag: vier jaar), niks dus, maar toch lang genoeg om de Tourstart op 28 juni niet te halen.

Hoewel een Belgisch compromis in de maak leek – Merckx zou geschorst worden voor een maand, maar de straf zou niet worden uitgebreid tot andere landen – wilde de kampioen volledig eerherstel of hij zou nooit meer fietsen. Dat gebeurde niet, maar op 14 juni 1969 kreeg hij van de FICP (de profsectie van de wielerbond) door zijn blanco dopingregister opschorting van straf. Merckx kon naar de Tour. De revanchard in hem was definitief ontwaakt, hij zou tonen wie de sterkste was.

Niet dat hij in eendagskoersen niet uit de verf kwam, maar rittenkoersen – die opeenvolging van verschillende disciplines, dag in dag uit, en de recuperatie die daarvoor nodig was – waren nog iets meer zijn ding. Dat had hij al bewezen in 1968 toen hij de Giro won na onder meer een vreselijke raid in de sneeuw op de steile Tre Cime di Lavaredo. Dat deed hij over in Parijs-Nice, bij het begin van 1969. Hij gaf zijn visitekaartje voor de Tour aan zijn tegenstanders door in de afsluitende tijdrit op de Col de la Turbie de Franse monumenten Poulidor en Anquetil naar huis te rijden. Die laatste, de sterkste rouleur aller tijden, werd ingehaald en kreeg meer dan twee minuten aan zijn broek. Cneut in Vooruit: ‘…De ultieme krachtmeting heeft slechts kunnen bevestigen wat iedereen wist: Eddy Merckx is de nieuwe superman…’

Drie dagen later won hij Milaan-San Remo door op de Poggio iedereen uit het wiel te rijden en dan (aldus Cneut) ‘als een TEE (de TGV van toen, HV) op topsnelheid naar de Via Roma te snellen’. De tweede op twaalf seconden was een bekende: Roger De Vlaeminck. Nog iets later: de Ronde van Vlaanderen. Geen spek voor zijn bek, werd gezegd. De ene vond die koers te lastig, de andere de aankomst in Gentbrugge niet selectief genoeg.

Merckx vertrok op zeventig kilometer van de meet met een handvol Italianen. Zijn sportdirecteur Lomme Driessens kwam in Vollezele aan kilometer 189 naast hem rijden, draaide zijn rampje open en vroeg hem in Vilvoords-Brabants: ‘Wazeide gij ont duun? Dat es te vruug.’ Waarop Eddy Merckx, ook in het Brabants, de inmiddels memorabele woorden sprak: ‘Kust gij ne keer mijn kloten’, en gewoon doorreed om met meer dan vijf minuten boni op Gimondi te arriveren.

De voorspelling van een ploegmaat dat hij in Luik-Bastenaken-Luik tien minuten voorsprong zou hebben, kwam niet uit. Het waren maar acht minuten, omdat hij de hele weg uit dankbaarheid zijn ploegmaat Vic Van Schil op sleeptouw had genomen.

Paul Van den Boeynants was toen eerste minister en stuurde een telegram naar huize Merckx: ‘Uw overwinning in LBL verheugt mij ten zeerste. Ik feliciteer u hartelijk. Ik zal in Parijs zijn.’ VDB liep daarmee vooruit op de feiten, maar het illustreert hoe de wielernatie België, aan beide kanten van de taalgrens en in Brussel hunkerde naar een Tourzege, dertig jaar na Sylvère Maes.

Zorgen voor de patron

Merckx was in de lente van 1965 prof geworden. In 1966 won hij zijn eerste grote klassieker, Milaan-San Remo. Exact tien jaar later won hij zijn laatste grote klassieker, ook Milaan-San Remo. Tussenin ligt een onwaarschijnlijk palmares. In de onvolprezen biografie Eddy Merckx, de mens achter de kannibaal zet Rik Vanwalleghem de carrière van Merckx uit als een soort kosten-batenanalyse. Tussen 1968 en 1976 won hij een op de drie wedstrijden waarin hij startte, met 1971 als recordjaar toen hij 45 procent van de wedstrijden won. Van 1961 tot 1978, van junior tot de laatste dag als prof, won hij 525 keer.

Vergeleken met vandaag een korte, maar zeer vruchtbare en intense carrière, met weinig rust, voortdurende belasting en veel vitamientjes of wat daarvoor moest doorgaan. Je zal er hem alvast nooit over aan de praat krijgen, maar de gebruiken uit die tijd met afwisselend corticoïden en steroïden (die pas in 1976 op de toen rechtsgeldige dopinglijst van het Internationaal Olympisch Comité verschenen) zijn afdoende gedocumenteerd. Merckx was een kind van zijn tijd. Vragen hierover zijn zinloos. Dan klapt hij toe en wordt kwaad.

Sowieso is Merckx geen groot redenaar en zijn filosofische gedachten aan hem niet besteed. Vragen over zijn status als superkampioen doen hem dan weer blozen. “Ik won graag en veel, ik was een goede coureur, maar mensen moeten mij daarom niet adoreren. Hou dat voor de doktoors die mensen redden.”

Iedereen die ooit met hem in contact kwam, weet: zo groot de kampioen, zo genereus de mens. Té genereus. “Mijn grootste défaut is dat ik geen neen kan zeggen.” De meest beschermende biotoop zijn nog steeds de ploegmaats met wie hij geregeld gaat fietsen en die soms beter in vorm zijn dan hij. Eddy is niet meer de kannibaal van weleer, maar wat maakt het uit: Eddy uit de wind, desnoods even aan de broek, een duwtje hier en daar, samen uit, samen thuis. Zij dragen nog evenveel zorg voor ‘de patron’ als toen die tijd dat hij in zijn eentje de hele wereld klopte en hun jaarsalaris verdubbelde.

Al maanden wordt hij herinnerd aan de Tourstart in Brussel volgende week, een hommage te zijner eer. Merckx was in zijn sport tien jaar lang de maat der dingen en Belgiës grootste kampioen aller tijden, al zal de jongere generatie hem misschien in balans leggen met Justine Henin. Dat mag van Eddy Merckx. Al die drukte hoeft niet, al zegt hij na lang aandringen: “Dat jaar 1969, dat was een grand cru. Classé? Misschien. Premier grand cru classé? (bloost) Niet overdrijven.”

De zomer van de Kannibaal begon met een ramp die werd afgewend en zou desastreus eindigen, zeker voor Merckx, maar daarover verder meer. 1969 was in alle opzichten een jaar van mijlpalen. In ons land werd de postcode ingevoerd, de btw gestemd en opende koning Boudewijn de Kennedytunnel. We zouden behalve in de koers ook in de muziek een beetje top of the world zijn dat jaar met de hit ‘Daydream’ van Wallace Collection die in twintig landen op nummer één stond.

Wereldwijd ging het niet te best. In Vietnam werd het steeds duidelijker dat de Amerikanen zich in een uitzichtloze oorlog hadden gewerkt en dichter bij ons – op 16 januari – stak de student Jan Palach zichzelf in brand op het Wenceslausplein in Praag uit protest tegen de teruggedraaide hervormingen van de Praagse Lente. ‘Give peace a chance’ zongen John Lennon en Yoko Ono in het Amsterdam Hilton Hotel. Het internationale hoogtepunt van 1969 viel op 21 juli, toen Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zette.

Een dag eerder, de dag van de maanlanding, won Eddy Merckx de Ronde van Frankrijk die was begonnen op 28 juni in Roubaix.

Een start in mineur, want Rudi Altig klopte hem in de proloog. Dat was olie op het vuur van de revanche, want Altig was renner bij Salvarani, de Italiaanse ploeg die – aldus Merckx – tijdens de Giro was komen informeren of ze de overwinning niet konden kopen. Wat hij had afgewezen en waarna hij positief plaste en Gimondi, ook van Salvarani, won.

Die Tour van 1969 was op maat van Merckx: af en toe een tijdrit en veel zwaar bergwerk. In Sint-Pieters-Woluwe werd op dag twee een ploegentijdrit gereden: Merckx kwam nauwelijks van kop af en de Faema’s pakten iedereen in. De Duitser Altig bleef de dwarsligger in die eerste Tourweek. Vijf dagen duurde het voor ze in de Vogezen waren en daar lag de Ballon d’Alsace te wachten: een loper, een powerklim, goed voor een merckxiaans exploot.

Cneut in Vooruit: “Wat een heerlijk en groot moment hebben we hier net beleefd op de hoogvlakte van de Ballon d’Alsace toen we Eddy Merckx als een grote rasatleet met zijn doorzweet klam geworden zwarte haren door de finish zagen schuiven…” Er volgde een godslastering: “Merckx is de nieuwe Coppi.” Merckx had zozeer huisgehouden dat een deel van het peloton, onder wie de 35-jarige Rik Van Looy, ritwinnaar enkele dagen eerder, buiten de tijd arriveerde en niet meer van start mocht.

Twee dagen later won Merckx een korte tijdrit in Divonne-les-Bains. Daarna trok de karavaan de Alpen in en werd hij telkens tweede in Chamonix en Briançon. Er waren twee nieuwe uitdagers opgestaan: de Franse chouchou Roger Pingeon en Felice Gimondi, de onvermijdelijke, al zal hij dat zelf wel andersom hebben beleefd. De Italiaan kraakte na een aanval van Merckx en Pingeon, en die zag dan weer alle sterren van de hemel in een helse rit over de Col d’Allos toen Gimondi en Merckx samen voorop gingen rijden. Pingeon kreeg acht minuten aan de broek. De Tour was gereden maar het grootste nummer moest nog komen.

Op 15 juli stond de zware Pyreneeënrit over de Peyresourde, Aspin en Tourmalet op het menu. Die nacht vertrok vanop Cape Canavaral Apollo 11 met Armstrong, Aldrin en Collins aan boord op weg naar de maan. In de rit naar Mourenx-Ville Nouvelle reed Merckx zijn tegenstanders op acht minuten. Weer lag revanche aan de basis, deze keer op een eigen ploegmaat. Martin Van Den Bossche had net toegegeven dat hij volgend seizoen voor Molteni zou rijden, een andere Italiaanse ploeg. Merckx vond dat verraad en toen Van Den Bossche als eerste de Tourmalet wilde ronden, sprintte Merckx iedereen uit het wiel om zelf eerst boven te komen. Zo begon een memorabele expeditie die tot in de eeuwigheid deel zal uitmaken van de Canon der Grote Belgische Sportmomenten.

Al snel had Merckx een comfortabele voorsprong, maar met nog 140 kilometer voor de boeg stond hij er wel alleen voor en het was bloed- en bloedheet. Even dreigde er nog een suikerdip, maar op 45 kilometer van de eindmeet schoot Lomme Driessens hem te hulp met een drinkbus champagne. Bubbels met alcohol en suiker, de beproefde methode om iemand weer bij de les te krijgen en het suikergelletje van de jaren zestig. In Mourenx was de schade niet te overzien: Gimondi nog eens op acht minuten en alle andere concurrenten op een kwartier. Een dag later kopte Vooruit: “Merckx is de ongenaakbare Tourkoning. Hij is Coppi en Anquetil samen.”

De rest van de Tour hield Merckx zich gedeisd en zorgde er vooral voor gezond te blijven. De laatste rit was een tijdrit met aankomst op de wielerbaan van Vincennes. Het werd een triomftocht met een Belgisch volksfeest als afsluiter. Op de tribune in Vincennes zaten duizenden Belgen die door een kort op de bal spelende NMBS naar Parijs waren verscheept.

Het eindverdict: Merckx eerste met 17’54 voorsprong op Pingeon, 22’13 op Poulidor en meer dan een half uur op Gimondi, die tot grote vreugde van Merckx en alle Belgen naast het podium was gevallen.

Het jaar van de Kannibaal zou vroeg eindigen. Na de Tour reed Merckx zowat alle criteriums die de prijs betaalden die zijn manager Jean Van Buggenhout voor ogen had. Vaak moest hij twee keer per dag vol aan de bak, want iedereen verwachtte natuurlijk dat het godenkind op twee wielen voor hun ogen zou schitteren.

Zo ook op 9 september in Blois, op de wielerbaan achter derny’s. Meestal is dat een wedstrijd met een afgesproken scenario en zo was het ook deze keer doorgesproken, dat Merckx en zijn gangmaker Fernand Wambst op een cruciaal moment in de wedstrijd naar de kop zouden komen en zouden winnen.

Merckx vertrouwde het zaakje niet, wilde naar de kop en riep al snel ‘avançez’. Wambst antwoordde met ‘spectacle’, ze moesten aan de toeschouwers denken. Waarop Ji#í Daler en zijn eigen gangmaker boven in de baan naar de leiding schoven. Dat schuiven werd erg letterlijk toen op dat moment de pedaal van de derny van Daler afbrak. Even later knalde de hele bende tegen het beton. Merckx bleef voor dood liggen en werd half bewusteloos afgevoerd. Hij had een hersenschudding en een hele snee in zijn schedel. Later in het ziekenhuis werd hem verteld dat Fernand Wambst de crash niet had overleefd.

Volgens de ene hagiograaf moest hij zes weken het bed houden. Misschien lag hij vaak in bed, maar twaalf dagen na de crash won hij alweer een criterium in Schaarbeek.

1969 was dan wel het begin van een carrière die hem de consecratie als G.O.A.T (Greatest Of All Time) in zijn sport zou opleveren, het was ook het jaar dat hem definitief veranderde. “Savona heeft mij psychologisch veranderd. Ik heb nadien moeilijker mensen vertrouwd. Blois heeft mij fysiek veranderd, na die val zaten bekken en rug scheef en een osteopaat of chiropractor, die hadden we toen niet. Vanaf die dag heb ik altijd geklommen met pijn in de rug. Was die er niet geweest, dan had ik nog beter geklommen en nog meer gewonnen.”

Nog meer? Merckx won in totaal 286 wedstrijden als prof, waarvan 203 na zijn val.

Merckx juni 2019

 

Column FC Chakamaka over Operatie Zero en Veljkovic in De Morgen van zaterdag 29 juni 2019

FC Chakamaka

 

Heb ik de parabel van Ivan, Dejan en de twee journalisten al eens verteld? Ik dacht het wel, maar ik vind het zo gauw niet terug. Op het gevaar af in herhaling te vallen – de leeftijd, weet u wel – wil ik het verhaal nog eens afstoffen.

Welaan… We schrijven enige tijd geleden. Ivan Leko voetbalt bij Lokeren en Dejan Veljkovic is zijn makelaar. Een jonge journalist van een krant leert Veljkovic kennen en die is meteen heel innemend. Het contact wordt warm gehouden, ze bellen geregeld en gaan al eens iets eten. Veljkovic komt met aardig wat inside nieuws. Hoewel niet altijd bruikbaar voor de gazet, is het toch interessant, al was het maar om onder de collega’s de schijn te wekken dat je goed bent ingevoerd. Dat is hoegenaamd geen waardeoordeel, zo werkt het in onze business.

Maar alras volgt vanuit de hoek van de makelaar een verzoek in ruil voor al die info: of de journalist in zijn krant niet eens gauw drie assists bij Leko kan bijtellen. Want, aldus Veljkovic, straks moet Leko gaan onderhandelen met Roger Lambrecht en hij kan de titel van assistkoning in België goed gebruiken om een beter contract af te dwingen. Beter contract voor de speler betekent hogere fee voor de makelaar en wat al niet meer (zeker als Lambrecht in het spel is).

Bon, onze jonge, toen nog enthousiaste journalist is een beetje van zijn melk van die vraag en belooft match per match na te kijken of ze zich niet hebben vergist in de telling. Een paar dagen later belt hij Veljkovic terug en zegt triomfantelijk: we hebben inderdaad één assist over het hoofd gezien en we zullen er dus één bijtellen. Waarop Veljkovic doodleuk antwoordt: “Eén? Je collega van de andere k(r)ant gaat er wel drie bijtellen.” Zoals ook hem was gevraagd/opgedragen door Veljkovic.

Zo geschiedde: waar de twee kranten het hele jaar hetzelfde aantal assists hadden, had die maandag de ene krant er ineens twee meer dan de andere en was de ene krant en haar journalist meer geliefd bij makelaar en speler dan de andere. Waarop Leko en Veljkovic met de titel van assistkoning konden gaan onderhandelen. Veljkovic, Leko en de journalist werden later heel even masters van hun universum.

Dat verhaaltje – gefactcheckt en waar bevonden – circuleert samen met nog andere verhalen die minder makkelijk te verifiëren zijn, maar waarvan iedereen met contacten in het voetbalmilieu weet dat ze waar zijn. Bijvoorbeeld dat een deel van het salaris van de Veljkovic-klanten op een of andere Cypriotische of Maltese of Macedonische of andere Chakamaka-rekening werd gestort. Daar moesten geen sociale lasten op worden betaald en ook geen bedrijfsvoorheffing.

Scouting, dat was de meest voorkomende vermelding op zo’n factuur. Op zich geen misdaad, als het daadwerkelijk over scouting ging, al is 250.000 euro om een speler te gaan bekijken wel erg veel geld. Het werd misdaad toen het gefactureerde bedrag na aftrek van de commissie als cash terugvloeide en bij de Veljkovic-klant terecht kwam. Die techniek heet juridisch-technisch witwassen en/ of belastingontduiking. De advocaten mogen toeteren wat ze willen, bijvoorbeeld dat er voor alles een factuur is, het blijft witwassen, ontduiking, bendevorming en wat al niet meer.

In het verlengde daarvan bestond ook de constructie waarbij na een transfer de fee voor de makelaar op zo’n Chakamaka-rekening werd gestort en daarna als cash terugvloeide. Het vaakst naar trainers, maar ook naar clubbestuurders/werknemers, uit dankbaarheid omdat zij de transfer hadden gefaciliteerd.

De verhoren van enkele bondsprominenten uit het verleden bewijzen dat zo’n factuur/cashbackconstructie een courante praktijk was in de normloze wereld van het voetbal. Zij moeten verantwoording afleggen voor minstens één contract van een trainer die in dienst was bij de bond en voor wie het verschil tussen bruto en netto via zo’n doorsluisactie een beetje verteerbaarder werd gemaakt.

Veljkovic wordt nu weggezet als een leugenaar. Begrijpelijk. Alleen heeft hij er geen enkel belang bij om er wie dan ook extra bij te lappen. Wel om netjes de waarheid te vertellen en niks anders dan de waarheid, gestaafd met zijn zwarte boekhouding. Alleen dan kan hij vijftien jaar effectieve gevangenis afwenden met vijf jaar voorwaardelijk en een boete. Veljkovic is een bedrieger, maar geen fantast, zoals Meester Walter beweert. Dat zal hem duidelijk worden als de belangen van zijn cliënt Leko en zijn andere cliënt Club Brugge diametraal tegenover elkaar komen te staan.

 

FC Chakamaka

 

Column UCI-Nitwits in De Morgen van maandag 24 juni 2019

UCI-nitwits

Eerst even dit. Wat ik tegen voetbal(lers) heb, vroeg een twitteraar zich af. Ik heb niks tegen voetballers, wel tegen de wijze waarop sommige voetballers en hun gevolg in de media komen.

U heeft misschien de weekendkranten gelezen? In een van die kranten werd Michèle geportretteerd. Dat is, met de nadruk op de W, de WAG van Kevin De Bruyne. “Ze wil geen WAG zijn”, was haar meest opmerkelijke quote en ze werd dan in allerlei poses gefotografeerd zoals in een zomerkleedje drijvend in haar zwembad.

Op de site van diezelfde krant stond ook iets over Wout van Aert die op stage was en zich afgelopen weekend aan de Ventoux ophield. Hij stond er zijn eigen WAG, Sarah De Bie, bij. Sarah was het gezicht van het Sporta-event waarbij vrouwen de Ventoux naar boven rijden. En passant reed Wout van Aert La Cannibale, een toeristentocht met twee keer de Ventoux en drie andere cols, gewoon om te rijden, niet om ter eerst. Boven op de Ventoux wachtte hij zijn vrouw op, die ook naar boven was gereden.

Van mij moet Michèle De Bruyne zich niet per fiets een berg ophijsen, maar ik vind die Sarah zonder die lipfiller, maquilleersessies van een uur en modedefilé-met-fotograaf als afsluiter toch net even iets echter. Het ligt aan mij, ik weet het, maar ik krijg het op mijn heupen van meisjes die op hun 23ste al twee kinderen hebben en nu al niet meer weten wat ze met al hun geld aan moeten omdat ze toevallig in een of andere technotent een sjotter tegen het lijf zijn gelopen en ter plekke besloten hun eigen lippen en zijn leeg leven te vullen.

Of die in het bijgaande – ahum – interview ook nog eens zeggen dat ze vooral niet willen opvallen en toch in de boekskes staan. In de eerste plaats willen ze ook nog eens herinnerd worden als een goede moeder voor Mason en Rome. Gruwel, o gruwel.

Hopelijk is de vraag daarmee beantwoord.

En nu iets helemaal anders. Het meest belangwekkende nieuws kwam dit weekend bij de wereldwielerbond UCI vandaan. De leden van het UCI Management Committee, waarbij de Belgische bondsvoorzitter Tom Van Damme, hebben in hun onmetelijke wijsheid beslist dat het zwaartepunt van het baanwielrennen naar de zomer verschuift. Neen, serieus, echt waar. Verder zijn er nog maar drie World Cups in plaats van zes, altijd van juli tot september, wordt gestreden in landenploegen – een Nations Cup – en wordt het WK altijd in de herfst gehouden.

Daarnaast zou er in de winter een innovatieve competitieformule komen, die iedereen begrijpt, ook wie voor het eerst kijkt. Benieuwd. Ook hier weer: de baanwielrenners rijden altijd en overal voor hun nationale ploeg en in hun nationale kleuren. Boven het communiqué stond dat maatregelen waren genomen om het baanwielrennen verder te ontwikkelen. Daar had beter gestaan: er zijn maatregelen genomen voor een eersteklas begrafenis van het baanwielrennen.

De zesdaagsen zullen niet blij zijn, maar daar zijn er niet veel meer van over die nog levensvatbaar zijn. Bij BEAT Cycling Club uit Nederland, het beste privéteam ter wereld, hebben ze de collectieve hartverlamming ternauwernood overleefd. Die ploeg timmert, net als het Britse Huub Wattbike testteam dat zich richt op de achtervolging, nu al een paar jaar onverdroten aan de weg om via een kwalitatief baanprogramma haar renners de beste omstandigheden te geven. De enige fout die ze daarbij hebben gemaakt is die nationale ploegen af en toe flink op de donder geven en daar worden ze nu voor gestraft. Ze zijn niet eens geraadpleegd. Be-scha- mend.

Andere beslissing van dat zootje nitwits van het UCI Management Committee: de World Cup cyclocross wordt uitgebreid van negen tot veertien, misschien zelfs zestien wereldbekers. Daarnaast is er nog de Superprestige, de DVV Trofee, de Soudal Classics en de Brico Cross.

De World Cups moeten in zeven verschillende landen worden georganiseerd en zelfs acht als er zestien op de kalender staan. Succes daarmee.

De World Cup komt in handen van Flanders Classics van Wouter Vandenhaute. Golazo van Bob Verbeeck was ook kandidaat maar greep er in de tender naast. Daarop slokten ze SPortIDee op, de organisator van de BRICO-crossen. Flanders Classics, dat ook al de Superprestige controleert, en Golazo maken zich sterk dat ze netjes zullen samenwerken. Benieuwd. Dat alles gaat pas in vanaf het seizoen 20-21.

De logica achter de inflatie van crossen is ver te zoeken. Net nu de twee enige echte wielrenners in die discipline (sinds Roger De Vlaeminck) naar de weg en naar de mountainbike lonken en in hun winterprogramma zullen wieden, was dit het uitgelezen moment om de cross te herleiden tot wat die in essentie is: een trainingsvorm. En waar ze zo gek zijn misschien een circusachtig verdienmodel, zoals bij ons, maar ook niet meer dan dat.

 

UCI-nitwits-mail