
Nys, de dynastie
In het latere coronajaar 2020 was ik op bezoek in de camper van de NV Grondwerken Nys & Nys. Het was in Hoogerheide, we waren een week verwijderd van het WK in het het Zwitserse Dübendorf.
Na de eerste race die ochtend was junior Thibau Nys gehuldigd als winnaar van de Wereldbeker, het meest prestigieuze regelmatigheidscriterium. Nooit een gehuldigde gezien met meer tristesse dan Thibau Nys op dat podium in Hoogerheide. Nooit een rustiger vader gezien dan Sven Nys terwijl zijn zoon door eigen stommiteiten een wedstrijd had verloren.
“Wat is het plan: er van wegrijden of controleren en sprinten?”, had hij Thibau voor zijn opwarming op de rollen gevraagd. Waarop de zoon: “Ik ga er van weg rijden.” Hij reed weg, maar na eerst een val en daar bovenop een weerbarstige pedaal in de sprint, eindigde Thibau Nys na zes World Cups te hebben geheerst als derde. Letterlijk een accident de parcours maar relativeren is lastig voor een zeventienjarige. “Nu heb ik heel mijn seizoen verkloot. Ik wilde alle zeven wereldbekers winnen.”
Vader Nys, eerlijk waar, stond van bij de start tot en met die verklote laatste ronde met de glimlach. Nadien voorspelde hij: “Jonge, jonge, nu zal onze Thibau boos zijn. Dat wordt wat straks, ons gesprek. (Ernstig) Wachten tot de laatste ronde is tricky. Dit is het beste dat hem kon overkomen op een week van het WK.” Natuurlijk werd Thibau Nys een week later wereldkampioen.
Gisteren won de jonge senior Thibau Nys na eerder het Europees ook het Belgisch kampioenschap bij de profs. Thuis kan getuigen, ik had hem als favoriet. Maar als ik hem vooraf had gezien zoals hij er achteraf bij stond tussen beren als Toon Aerts en Laurens Sweeck, had ik misschien toch getwijfeld.
Dat gesprek van 2020 in Hoogerheide in die camper, met zijn (toen nog ander) lief Melanie en vaste begeleider Benny als supporting cast, verliep hilarisch. Pa probeerde de toon te voeren. Helaas, de kleine nam het voortouw.
“Dat logo – TN? Zelf ontworpen. Hoe gaat dat…, supporters wilden petten en ik ben beginnen tekenen.”
“Die matjes voor de camper met dat logo? Het moet af zijn: de fietsen moeten mooi voor de mobilhome staan, die matjes moeten goed liggen. Dat is goed voor de moral.”
“Ik wil zo snel mogelijk met de profs meerijden, niet zoals in om vijfde te worden. Als het dat maar is, doe ik iets anders. Zoek ik een studie om daarna in iets anders de beste te zijn.”
Thibau Nys zou je kunnen zien als het voorspeld product van een crossdynastie, maar dat klopt van geen kanten. Ik heb ook een ander moment meegemaakt, in 2014, toen voor een ander dubbelinterview met trainer Paul Van Den Bosch en zijn atleet Sven Nys.
Sven was toen net een paar maand gescheiden van zijn Isabelle en meer dan zoekende. Diep in het gesprek dat in de tuin in een heerlijk zonnetje verliep, kwam de elfjarige Thibau van school. De kampioen veranderde op slag in een zorgzame vader en voor we het wisten waren Thibau, Sven, Paul en ik aan het voetballen.
Nooit was er ook maar enige druk en alles heeft Thibau mogen proberen. Heel even was hij op weg op een tennistalent te worden. Hij zat zelfs in BeGold, het nationaal jeugdproject voor talentrijke jeugd. Dat werd wat veel. Pa Sven: “Hij moest uren skippen op school om naar die tennisacademie in Tessenderlo te gaan en dat was te zwaar.”
Neen, dat manneke is bij lange na niet genetisch geselecteerd en voorgeprogrammeerd. Hij heeft altijd lol gehad in sport, al had hij wel een verdomd goeie leerschool. Ouderen zullen zich nog wel de beelden herinneren van de kleine Thibau die na de cross op zijn eigen kleine fietsje door de modder probeerde te pikkelen.
Gisteren zei Sven: “Dat kon ik niet op mijn 22ste.” Klopt helemaal. Ze komen jonger dan ooit, maar Thibau Nys is dan ook nog eens van uitzonderlijke klasse. Geen Mathieu van der Poel wellicht, maar misschien op termijn wel een Wout van Aert waard, misschien zelfs meer killer.
Na gisteren is hij ook een kampioenschapsrenner, een man van de grote momenten. Dat is mede te verklaren door het excellente werk van trainer Paul Van Den Bosch die met zijn kilometers ervaring die kleine keikop in toom wist te houden.
Nys II deed in Zolder alles goed en reed een perfecte, vooral slimme wedstrijd. Rustig starten, goed opschuiven, meerijden, prikken in ronde vier, weer meerijden, tussendoor pokeren maar vervolgens doortrekken en gestaag de voorsprong uitbouwen zonder nog één foutje te maken. In Hoogerheide destijds zei hij het nog luidop. “Ik weet dat ze mij niet kunnen volgen.” Precies wat hij in Zolder vooraf dacht, maar zweeg.