Column Klaagmuur in De Morgen van maandag 19 januari 2026

Klaagmuur

Sport Vlaanderen heeft vorige week zijn subsidiepolitiek in de topsport uit de doeken gedaan. Die bestaat uit twee delen: enerzijds een salarissubsidie voor atleten die een voldoende hoog niveau halen en anderzijds een veel groter bedrag voor de topsportomkadering van de bonden die daarvoor in aanmerking komen.

Zoals elk jaar was de bekendmaking van de lijst met ondersteunde atleten het grootste nieuws, ook al bedraagt die totale investering niet eens een tiende van de totale topsportmiddelen. Veel minder aandacht was er voor welke sporten voor hoeveel worden ondersteund. Dat zijn er 31. Of het allemaal topsportfederaties zijn, daar mag aan worden getwijfeld, maar het is wat het is. De subsidies variëren van minimaal 30.000 euro voor bonden met enkele atleten tot bijna 2 miljoen euro voor grote sportbonden zoals Gymnastiek Vlaanderen, Cycling Vlaanderen, Volley Vlaanderen, Atletiek Vlaanderen en de Vlaamse Hockey Liga.

Nogal wat bonden en hun nationale koepels (hockey, wielrennen) beschouwen die middelen als een verworven recht. Zoals ook nogal wat sporters hun salaris als een verworven recht zien. Veertien verloren hun contract, zeventien nieuwe kwamen erbij. In totaal hebben nu 75 veronderstelde topsporters een arbeidscontract bij de Vlaamse overheid.

Eerst dit: wij zijn in België vergeleken met pakweg Nederland te genereus in onze directe betoelaging. Te veel atleten krijgen te veel geld. Gevolg? Al te vaak is de eerste bekommernis niet om beter te worden en in eigen onderhoud te kunnen voorzien, maar om die verworven status en het daaraan verbonden makkelijke geld te behouden.

Boze sporters die van de Vlaamse overheid geen salaris meer krijgen kunnen desgevallend bij ADEPS aankloppen, de Franstalige tegenhanger van Sport Vlaanderen. Hoewel Franstalig België vergeleken bij het ook al ondermaatse Vlaanderen een topsportwoestijn is, staan daar zowaar tachtig ‘topsporters’ op de salarislijst. Elke poging om daar over de taalgrens heen een lijn in te krijgen is tot op heden mislukt.

Er is nog meer mis met die topsportcontracten. De salarissen zijn niet gelijk. Daar hebben de prestaties niks mee te maken, wel het diploma. Een vaste podiumklant met alleen een middelbaar getuigschrift zal behoorlijk minder verdienen dan een minder presterende concurrent die toevallig de universiteit afmaakte.

De reactie van de atleten die hun status van topsporter en hun salaris kwijtspelen is er een van ontgoocheling, te begrijpen. De reactie van de media is minder te begrijpen: opvallende nieuwkomers zoals die squashende zusjes Gilis zijn minder interessant dan een grote naam die uit de boot valt.

Zo was het nogal makkelijke journalistiek om samen met polsstokspringer Ben Broeders naar de klaagmuur te gaan en hem een forum te geven.

Het stopzetten van zijn topsportcontract past binnen consequent en degelijk topsportbeleid. Volgens Broeders is het een miskenning van zijn talent en zijn prestaties, en hij drukt ons nog op het hart dat het niveau in het polsstokspringen ontzettend hoog is. Dat gaat maar op voor één van die acrobaten. Jammer genoeg heet die niet Ben Broeders maar Armand ‘Mondo’ Duplantis en zelfs hij is niet zo uitzonderlijk.

Als je zijn recordverbeteringen grafisch uitzet, zie je een normale evolutie die 35 jaar geleden is ingezet door Serhi Boebka. Het specialisme polsstok trappelt al een kwarteeuw ter plaatse, op Mondo na.

Boebka sprong meer dan dertig jaar geleden al over 6,14 meter. In Tokio afgelopen zomer ging Duplantis over 6,30 meter, de andere twee van het podium tikten af bij 6 en en 5,95 meter. Op die ene Zweed na is de spoeling in het polsstokspringen zelden dunner geweest en zelfs in dat magere veld voldeed Broeders niet aan de criteria.

Dat hij die criteria miste, spreekt hij overigens niet tegen. Hoewel hij voor het tweede jaar op rij buisde, wijt hij het aan “één keer een hoogte niet gehaald”. Voor ze in de commissie Sport van het Vlaams Parlement een nieuw schandaal ontwaren en zich willen bemoeien: Broeders hoeft niet direct onder een brug te gaan slapen. Zo zal hij nog steeds een beroep kunnen doen op een budget voor trainingen en stages.

Er was daarnaast het vangnet van het VDAB-statuut en een vervangingsinkomen. Omdat hij in Nederland bij zijn vriendin (Femke Bol) woont, kan dat evenwel niet.

Dan maar Nederlander worden? Jammer maar helaas, ook in Nederland zou hij geen recht hebben op een salaris, dat daar stipendium heet, minder riant is dan in Vlaanderen en voorbehouden is voor atleten die mondiaal top acht zijn. Broeders blijft nu al een paar jaar hangen rond de twintigste plek.

Hoger springen, iets anders zit er niet op.

Column Basketbal Vlaanderen in De Morgen van zaterdag 17 januari 2026

Basketbal Vlaanderen

Zou er nog een land zijn waar een handigheidje, een achterdeurtje in slecht opgestelde regels, wordt gekwalificeerd als ‘grootschalige fraude’? Zou er nog een land zijn waar de politiek de kop eist van iedereen die daarvan op de hoogte was?

Dit stukje gaat over het vermeende schandaal van de olympische kwalificatie van de 3×3-basketbalploeg, die in Tokio in 2021 vierde werd. Om uw geheugen op te frissen nog maar eens een herhaling.

De internationale basketbalbond FIBA haastte zich om in de aanloop naar de Olympische Spelen van Tokio met drie tegen drie een discipline toe te voegen aan een moderner olympisch programma, dat de sport terug naar de straat moest brengen.

Een belachelijk voornemen, zo bleek in Tokio, waar kindjes zowaar de medailles wonnen. Vier van de zes medailles bij de skatende vrouwen waren dertien jaar of jonger. Aan de Youth Olympics, waar de limiet op veertien jaar lag, hadden ze niet mogen deelnemen.

In het 3×3-basketbal was het andere koek. Hoewel 3×3 eerst op het rooster van de Youth Games verscheen en pas halfweg 2017 naar de echte Olympics mocht, waren het vooral de getruukte, oudere spelers die al snel de dienst uitmaakten in deze ruwere versie van het zaalbasketbal.

Van bij het begin was de kwalificatieprocedure van de FIBA een vreemd gedoe, totaal anders dan het zaalbasketbal. Zo diende een account te worden aangemaakt, mochten vrijblijvend pleintjestoernooien worden georganiseerd en die moesten – het ging tenslotte om straatsport met afspraken eerder dan regels – gewoon aan de FIBA worden gemeld. Op basis daarvan werden tickets uitgedeeld. Niet voor de Spelen zelf, zoals u misschien zou denken, maar om deel te nemen aan kwalificatietoernooien, waar een ticket voor die Spelen kon worden verdiend.

Toen in november 2019 de kwalificatieprocedure werd afgesloten, bleek dat België niet genoeg echte toernooien kon aanmelden en dus rapporteerden de Belgian 3×3 via hun account snel-snel enkele fictieve toernooien.

Nogmaals, er werden geen uitslagen vervalst, wel werd gezorgd dat België aan een voldoende aantal georganiseerde toernooien raakte, om deel te kunnen nemen aan een kwalificatietoernooi met de uiteindelijke bedoeling de olympische droom gaaf te houden. Dat handigheidje is de ‘fraude’ waarvan sprake.

Het Belgische team mislukte in die opdracht in het eerste kwalificatietoernooi in Graz. Vervolgens ging het naar een tweede toernooi in Debrecen in Hongarije. Ze versloegen in de poulefase Oekraïne (19-14) en Slovenië (20-18). In de halve finale ging Mongolië met 16-15 voor de bijl. In de finale nadien tegen Hongarije haalden ze het met 21-14. De winnaar mocht naar Tokio. Dat waren de Belgen en dat hadden ze sportief zelf met bloed, zweet, tranen afgedwongen, weliswaar na aanwending van wat administratieve creativiteit.

Het handigheidje met de spooktoernooien werd een onhandigheidje toen ene Anthony Chada uit de ploeg werd gezet, plots wroeging kreeg, klikspaan werd en naar de media stapte. Vanaf dan ging het handigheidje een eigen leven leiden en werd het een schandaal.

De achterliggende realiteit is dat de internationale basketbalbond FIBA er een zootje van heeft gemaakt in de aanloop naar de Spelen door op geen enkel moment de procedure te controleren. België is nu de pineut, maar het zou wel heel vreemd zijn als alleen Belgen handig hebben gebruikgemaakt van de systeemfouten bij de FIBA.

De verantwoordelijkheid van de Belgische bond in deze aanvankelijk grappige affaire bleef tot voor kort beperkt tot enkele personeelsleden. De hoogste in rang in opspraak was technisch directeur Sven Van Camp, maar iedereen met een beetje kennis van de sportbonden had daar meteen zijn twijfels over. In weerwil van zijn eerdere beweringen blijkt nu ook de CEO Koen Umans op de hoogte te zijn geweest. Het tegendeel had verwonderd.

Volgens de Dienst Verstrengd Toezicht Subsidies is het een ernstig risico als de personeelsleden van Basketbal Vlaanderen die op de hoogte waren van het administratief gefoefel zouden aanblijven. Hoezo dan? Het is net omgekeerd. Het risico is groter als je zomaar de kennis vervangt omdat enkele parlementsleden opnieuw (zie Thiam-gate) zonder ook maar enige kennis van sportzaken een voorwendsel hebben gevonden om de minister van Sport te pesten.

Er zijn fouten gemaakt door de leiding van Basketbal Vlaanderen, vooral dan in de onderschatting van dit dossier. De eigenlijke feiten blijven vederlicht en waren geen inbreuken tegen de sportieve ethiek. Een tik op de vingers, meer is hier niet nodig. Goed van Basketbal Vlaanderen dat ze de hysterie het hoofd bieden.

Column Gouden Oog in De Morgen van maandag 12 januari 2026

Gouden Oog

Wat is er van de sport dezer dagen en waar moet deze rubriek een mening over hebben? Toch niet de Gouden Schoen die gisterenavond in besloten gezelschap werd uitgereikt? Zo besloten dat het niet eens meer op televisie komt maar wordt gestreamd via de website van HLN.

Het is wat met die sportprijzen. De twee wielertrofeeën zijn hun gala kwijt en worden overhandigd via achterafbezoekjes. De Sportman/vrouw van het jaar wordt in een zaaltje langs de A12 uitgereikt, al lang niet meer op tv en de meest prestigieuze voetbalprijs is zijn televisie-exposure kwijt. Voor wie het interesseert: ik stem al even niet (meer), behalve dan voor het Sportjuweel.

De Gouden Schoen wordt uitgereikt in Middelkerke, in het nieuwe casino. De burgemeester aldaar wil zijn gemeente op de kaart zetten met sport en heeft daar wielrennen en voetbal voor nodig. Bepaald vreemd, want als er nu één jarenlang heeft afgegeven op de Belgische monoculturen van koers en voetbal, dan wel Jean-Marie Dedecker.

De Gouden Schoen is een misbaksel. Correctie, niet de Gouden Schoen zelf, maar de stemprocedure. Die is zo achterhaald als maar kan. Voetballers over twee verschillende seizoenshelften beoordelen in twee aparte stemrondes, staat haaks op de realiteit van het Belgisch voetbal. In dit land heeft die ‘sport’ als ultiem doel slim inkopen en zo snel mogelijk verkopen van voetbaltalent.

De beste voetballer van de eerste stemronde – voor deze editie de tweede helft van het seizoen 2024-25 – is meestal zo goed dat hij daarna voor veel geld aan het buitenland wordt verkocht. De beste van de eerste stemronde was ongetwijfeld Ardon Jashari, een Zwitser van Albanese afkomst. In juni werd hij zowel Talent als Profvoetballer van het jaar, prijzen die door die andere populaire krant worden gehost.

Na dat eerste jaar bij Club Brugge verhuisde Jashari voor 36 miljoen euro naar AC Milan. Een perfecte illustratie van België als transitland of Belgisch voetbal als springplank. Een ideetje voor de genieën achter de Gouden Schoen: het Gouden Oog als bijprijsje in het leven roepen. Uit te reiken aan de clubscout die het talent heeft gevonden waar de grootste meerwaarde op wordt gerealiseerd.

De laatste drie winnaars van de Gouden Schoen waren spelers voor wie België een eindstation is. Hans Vanaken won de Profvoetballer van het jaar de laatste keer in 2019. Sindsdien wonnen spelers die ofwel onmiddellijk werden doorverkocht of hoogstens een jaar later zoals Paul Onuachu. De Nigeriaan is de laatste vijf jaar de enige die de twee prijzen won.

Het is geen toeval dat Vanaken ‘maar’ twee keer Profvoetballer van het jaar werd, een prijs die een heel seizoen overspant. Dat hij drie Gouden Schoenen won en zijn laatste vorig jaar, is het gevolg van zijn onmiskenbaar talent als regulator en versneller van Club Brugge, maar is de laatste jaren in niet geringe mate ook te danken aan zijn beslissing om bij Club te blijven.

Of moeten we het hebben over het BK veldrijden? De tweede en grootste smaakmaker van dat BK gaat niet naar het WK over twee weken. Hij wil zijn wegseizoen voorbereiden om daarin van grote hulp te zijn voor zijn kopman die wel het WK zal rijden. Bijgedachte: de Belg Emiel Verstrynge moet straks in Hulst niet met opzet in de weg rijden van zijn Nederlandse ploegbaas Mathieu van der Poel.

Een aanrader uit het voorbije sportweekend, op voorwaarde dat je toegang hebt tot Eurosport: het terugkijken van de achtervolging mannen in het biatlon van laatstleden zaterdag. Biatlon staat altijd garant voor winterpret. Een sport van supermannen en -vrouwen die niet zeuren over ijs, sneeuw of regen, die zich door berg en dal jagen, af en toe (vier keer zaterdag) liggend en staand een weg vooruit moeten schieten en altijd spanning gegarandeerd.

En ja, er doet een Belg aan mee. Meer dan één, maar Thierry Langer uit Malmédy is de beste. Zaterdag schoot hij het best van alle biatleten – één missertje maar op twintig schoten – en flirtte eventjes met de top tien. Skiën is niet zijn beste onderdeel en daarom eindigde hij uiteindelijk pas 28ste.

De verrassende winnaar was de Italiaan Tommaso Giacomel. In een bloedstollende race in het biatlonwalhalla Oberhof kwam hij vanuit het niets aan de leiding door een perfecte laatste schietronde en stond die niet meer af. Bij aankomst wees hij naar de hemel als eerbetoon aan zijn Noorse trainingsmaat en goede vriend Sivert Guttorm Bakken die op 23 december niet meer wakker werd. Thuisatleet Giacomel tegen de Noor Johan-Olav Bot, dat wordt iets om naar uit te kijken, straks op de Winterspelen in Cortina. Alleen voor fijnproevers.

Column Wintersport in De Morgen van zaterdag 10 januari 2026

Wintersport

Bij drie Winterspelen was ik geaccrediteerd en verder ben ik ook drie keer naar een skistation gereisd voor een apart verhaal.

Kranjska Gora, begin 1994: op bezoek bij het Bosnische skiteam, voor de oorlog gevluchte jonkies van zeventien die op afdankertjes van de Slovenen trainden.

Val d’Isère, eind 1994: interview met olympisch kampioen Tommy Moe.

Kitzbühel, 2010: interview en repo met Jerke Van den Bogaert bij de wereldbeker. Een dag eerder had ik zijn training bijgewoond. Net als bij alle voorgaande bezoeken aan wintersporten was mij iets opgevallen: alle wintersporten zijn een vorm van glijden op ijs.

Soms lees je ‘op ijs en sneeuw’, zoals in het Olympisch Handvest, maar dat van die sneeuw is onzin. Sneeuw wordt ijs als je er vaak genoeg over gaat en als de sneeuw geen ijs is, steekt men een handje toe en wordt ijs gemaakt.

Van den Bogaert had mij bezworen dat ik, hoewel ook op ski’s, vooral aan de uiterste rand van de piste moest blijven. Geen denken aan om zelf wat bochtjes te trekken op hun parcours, dat eruitzag als een spiegel. Skipistes worden met water besproeid en hun ski’s waren in tegenstelling tot die van mij messcherp geslepen.

Gelukkig had ik nog de beelden op het netvlies van mijn Nederlandse collega, die zich in Salt Lake in 2002 op de slalompiste net iets te ver van de rand had gewaagd, begon te schuiven en met zijn hele hebben en houden – het was een fotograaf – enkele tellen later beneden tegen het houtwerk knalde. Bij de terugreis aan het eind van de Spelen werd hij het vliegtuig ingerold.

Deze ietwat lange intro om u er eens en voor altijd op te wijzen dat alle wintersporten en afgeleide disciplines te maken hebben met glijden op een extreem glad oppervlak. Hoewel de nieuwste nieuwlichterij ski-mountaineering daar misschien een uitzondering op is, blijft het een raadsel hoe veldrijden daarin zou passen.

Vorige week was het crosscircus te gast aan de randen van een ondergesneeuwd Zilvermeer. Nou ja, ondergesneeuwd… een centimeter of drie, meer was het niet. Dat leverde feeërieke beelden op en verleidde de S(up)porza-commentator met dienst tot een beschouwing: “Als dit geen reclame is voor veldrijden als olympische sport, dan weet ik het ook niet.”

Twee dagen later was er cross in Zonhoven en ook daar lag een sneeuwtapijtje. En weer schoot de propaganda door het dak: “Stuur de tapes van die twee wedstrijden maar naar Zwitserland, naar het Internationaal Olympisch Comité. Dan zullen ze wel overtuigd zijn.”

O ja? In Mol kwam de winnaar als een bevroren zombie over de meet. Hij huilde het uit – in foetushouding gezeten op de grond in de tent, aldus de media die erbij waren – toen zijn tenen, vingers en de rest weer tot leven werden gewekt eens het bloed naar die bevroren uiteinden werd gestuwd.

Dat was Mathieu van der Poel, de op één na beste renner van de wereld volgens nogal wat waarnemers. Toen hij een keertje dreigde te schuiven in een linke bocht zat net een andere topper (te dicht) op zijn wiel. Die remde, met als resultaat: een val en een breukje in de enkel. Dat was Wout van Aert.

In Zonhoven twee dagen later knalde de ene na de andere vrouw tegen dek. Bij de gewaarschuwde en – excuus, maar het is niet anders – beter sturende mannen was dat minder. Toch maakte een andere Belgische topper dan Van Aert op een ijsplek een smak die heel slecht had kunnen aflopen. Dat was Thibau Nys.

Dit weekend is het Belgische kampioenschap in Beringen. Wellicht op een besneeuwde kunstberg, een oude mijnterril. Ook dat is trouwens iets wat de outdoorsporten op de Winterspelen gemeen hebben: er zijn altijd bergen, er is altijd niveauverschil mee gemoeid.

Op S(up)porza viel deze week te lezen dat Beringen de geknipte olympische sollicitatie zou zijn voor deze sport. Nys vond die olympische droom geforceerd en betwijfelde of de sport beter zou worden van een (wellicht eenmalig) olympisch optreden. Slimme jongen, de kleine Nys.

Als de crossen van Mol, Zonhoven en Beringen iets bewijzen, dan wel dat veldrijden niet thuishoort op de Spelen. Er is niet alleen het parochiale aspect – veel Belgen die meerijden en altijd Nederlanders die winnen – en de gedeeltelijke desinteresse van de toppers, tenzij rond eindejaar.

Na Mol en Zonhoven komt daar de objectieve vaststelling bij dat ijs en sneeuw ongeschikt zijn om op te fietsen. Voor het BK in Beringen hebben ze er wat op gevonden. Ze gaan hellingen schrappen, sneeuw wegscheppen en ijs wegbranden, dus alles weghalen wat van een sport een wintersport maakt.

Column Sportjaar 2026 in De Morgen van zaterdag 27 december 2025

Sportjaar 2026

Door de in alle betekenissen steeds engere Belgische bril bekeken, wat kunnen wij verwachten op de grote afspraken van 2026?

Van 6 tot en met 22 februari lopen de Olympische Winterspelen. In de vorige editie van Peking 2022 won Bart Swings na zijn zilver van 2018 het eerste wintergoud sinds 1948 en overschaduwde daarmee het brons van shorttrackster Hanne Desmet. De stand van zaken is erg eenvoudig: Swings is net op tijd weer in vorm, maar wordt in Milaan wel 35 jaar.

Indien niet stokoud is dat gewoon oud: een latente blessure, minder goede en meer slechte dagen dan voorheen. De killer in Swings zal op het goede moment moeten opstaan. Wat Desmet betreft: shorttrack is topsport, laat daar geen twijfel over bestaan, maar tegelijk is het een gigantische loterij waarin de beste zelden wint, wel de gelukkigste. Het wordt duimen.

Een week later komen de wielrenners naar Gent voor de Omloop. Lang geen wereldkoers meer, maar wel zo opgeklopt door onze media en het Belgische begin van wat zich aankondigt als een mooi wielerjaar 2026.

Als u het nog niet voelt, surf dan naar S(up)porza en neem het wielerjaaroverzicht tot u. Mooie compilatie, met de nadruk op de heldendaden van de Belgen. Nou ja, heldendaden… Veel ritten zonder de bijbehorende eindklasseringen, nul monumenten en amper 3 van de 36 WorldTour-wedstrijden gewonnen: Jordi Meeus in de Copenhagen Sprint (ooit al van gehoord?) en Arnaud De Lie in de Renewi Tour en de Bretagne Classic.

Aan de andere kant van het firmament staat Tadej Pogacar. Drie monumenten op acht WorldTour-overwinningen. Dat hadden er tien kunnen zijn met die rare Amstel, dom verloren van Mattias Skjelmose, en de GP Montréal, weggegeven aan Brandon McNulty. Merckxiaans, er is geen andere woord voor.

Mathieu van der Poel – gevloek in de Kempense kerk stijgt nu op – heeft drie WorldTour-zeges, waarvan twee monumenten. Zijn totaal in die vijf grote klassiekers staat op acht, Pogacar zit aan tien. Benieuwd wat die twee nog uit hun mouw schudden de volgende jaren, maar de eerste tekenen van mentale sleet dienen zich aan.

Biedt dat opties voor de Belgische speerpunten Wout van Aert en Remco Evenepoel? (Tim Merlier heeft zestien overwinningen, maar behalve etappes niks in de WorldTour.) Van Aert: 13 overwinningen in 2021 waaronder zijn enige monument; 9 in 2022; 5 in 2023 en 2024; 2 in 2025. Zet dat uit in een grafiekje en iedereen ziet dat er een probleem is.

Van Aert moet just niks, maar een beetje meer winnen zou van pas komen. Al was het maar om zijn populariteit en salaris te wettigen. Papier is geduldig, maar op papier heeft Van Aert 51 overwinningen op de weg, Merlier 66. De Belgische nummer één van het moment is Evenepoel met 67.

Evenepoels beste jaar was 2023 met 13 overwinningen, daarna volgden 2024 met 9 en 2025 met 8. Veel goede redenen (ongevallen) en minder goede (zadel imaginair gezakt), maar in 2026 moet een kentering volgen.

Die teamwissel is riskant. Concurrentie is Evenepoels ding niet en intern al helemaal niet. Met Florian Lipowitz, Lorenzo Finn en Giulio Pellizzari heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe meer talent lopen dan ooit tevoren. En dan is er nog de grote Primoz Roglic. Erg benieuwd. Zowel voor Van Aert als Evenepoel wordt 2026 een scharnierjaar: meelopen of meedoen, dat is de kwestie.

Voorts is er deze zomer de wereldbeker voetbal. De vorige werd een sof van formaat, uitgeschakeld in de groepsfase, en met een beetje meer geluk was dat anders gelopen. Naast het WK 2026 staan alleen vraagtekens.

Kunnen Thibaut Courtois, Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku het nog eens opbrengen om een talentrijke selectie vooruit te jagen? Of haken zij vroegtijdig af door hun blessures en staan nieuwe namen op, een beetje zoals veertig jaar geleden, ook toen aan de andere kant van de oceaan?

Tot slot eindigen we met leestips. De pas verschenen biografie van Pogacar (Unstoppable, Andy McGrath) begint veelbelovend met anekdotes die nieuwe inzichten bieden in ’s mans onverstoorbaarheid. Wie achtergrond wil bij de commercialisering van topsport sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw: Fast Tracks and Dark Deals van Michael Payne. Een pain in the ass, die Payne, niet het minst voor Jacques Rogge destijds, maar wel een Mitspieler.

En het boek van het jaar: De beweegreden van Eline Lievens en Wim Derave. Twee professoren van de UGent, die ons zonder te beleren in mensentaal uitleggen hoe bewegen ons lot is en de enige manier om kwaliteitsvol te (over)leven.