
Klaagmuur
Sport Vlaanderen heeft vorige week zijn subsidiepolitiek in de topsport uit de doeken gedaan. Die bestaat uit twee delen: enerzijds een salarissubsidie voor atleten die een voldoende hoog niveau halen en anderzijds een veel groter bedrag voor de topsportomkadering van de bonden die daarvoor in aanmerking komen.
Zoals elk jaar was de bekendmaking van de lijst met ondersteunde atleten het grootste nieuws, ook al bedraagt die totale investering niet eens een tiende van de totale topsportmiddelen. Veel minder aandacht was er voor welke sporten voor hoeveel worden ondersteund. Dat zijn er 31. Of het allemaal topsportfederaties zijn, daar mag aan worden getwijfeld, maar het is wat het is. De subsidies variëren van minimaal 30.000 euro voor bonden met enkele atleten tot bijna 2 miljoen euro voor grote sportbonden zoals Gymnastiek Vlaanderen, Cycling Vlaanderen, Volley Vlaanderen, Atletiek Vlaanderen en de Vlaamse Hockey Liga.
Nogal wat bonden en hun nationale koepels (hockey, wielrennen) beschouwen die middelen als een verworven recht. Zoals ook nogal wat sporters hun salaris als een verworven recht zien. Veertien verloren hun contract, zeventien nieuwe kwamen erbij. In totaal hebben nu 75 veronderstelde topsporters een arbeidscontract bij de Vlaamse overheid.
Eerst dit: wij zijn in België vergeleken met pakweg Nederland te genereus in onze directe betoelaging. Te veel atleten krijgen te veel geld. Gevolg? Al te vaak is de eerste bekommernis niet om beter te worden en in eigen onderhoud te kunnen voorzien, maar om die verworven status en het daaraan verbonden makkelijke geld te behouden.
Boze sporters die van de Vlaamse overheid geen salaris meer krijgen kunnen desgevallend bij ADEPS aankloppen, de Franstalige tegenhanger van Sport Vlaanderen. Hoewel Franstalig België vergeleken bij het ook al ondermaatse Vlaanderen een topsportwoestijn is, staan daar zowaar tachtig ‘topsporters’ op de salarislijst. Elke poging om daar over de taalgrens heen een lijn in te krijgen is tot op heden mislukt.
Er is nog meer mis met die topsportcontracten. De salarissen zijn niet gelijk. Daar hebben de prestaties niks mee te maken, wel het diploma. Een vaste podiumklant met alleen een middelbaar getuigschrift zal behoorlijk minder verdienen dan een minder presterende concurrent die toevallig de universiteit afmaakte.
De reactie van de atleten die hun status van topsporter en hun salaris kwijtspelen is er een van ontgoocheling, te begrijpen. De reactie van de media is minder te begrijpen: opvallende nieuwkomers zoals die squashende zusjes Gilis zijn minder interessant dan een grote naam die uit de boot valt.
Zo was het nogal makkelijke journalistiek om samen met polsstokspringer Ben Broeders naar de klaagmuur te gaan en hem een forum te geven.
Het stopzetten van zijn topsportcontract past binnen consequent en degelijk topsportbeleid. Volgens Broeders is het een miskenning van zijn talent en zijn prestaties, en hij drukt ons nog op het hart dat het niveau in het polsstokspringen ontzettend hoog is. Dat gaat maar op voor één van die acrobaten. Jammer genoeg heet die niet Ben Broeders maar Armand ‘Mondo’ Duplantis en zelfs hij is niet zo uitzonderlijk.
Als je zijn recordverbeteringen grafisch uitzet, zie je een normale evolutie die 35 jaar geleden is ingezet door Serhi Boebka. Het specialisme polsstok trappelt al een kwarteeuw ter plaatse, op Mondo na.
Boebka sprong meer dan dertig jaar geleden al over 6,14 meter. In Tokio afgelopen zomer ging Duplantis over 6,30 meter, de andere twee van het podium tikten af bij 6 en en 5,95 meter. Op die ene Zweed na is de spoeling in het polsstokspringen zelden dunner geweest en zelfs in dat magere veld voldeed Broeders niet aan de criteria.
Dat hij die criteria miste, spreekt hij overigens niet tegen. Hoewel hij voor het tweede jaar op rij buisde, wijt hij het aan “één keer een hoogte niet gehaald”. Voor ze in de commissie Sport van het Vlaams Parlement een nieuw schandaal ontwaren en zich willen bemoeien: Broeders hoeft niet direct onder een brug te gaan slapen. Zo zal hij nog steeds een beroep kunnen doen op een budget voor trainingen en stages.
Er was daarnaast het vangnet van het VDAB-statuut en een vervangingsinkomen. Omdat hij in Nederland bij zijn vriendin (Femke Bol) woont, kan dat evenwel niet.
Dan maar Nederlander worden? Jammer maar helaas, ook in Nederland zou hij geen recht hebben op een salaris, dat daar stipendium heet, minder riant is dan in Vlaanderen en voorbehouden is voor atleten die mondiaal top acht zijn. Broeders blijft nu al een paar jaar hangen rond de twintigste plek.
Hoger springen, iets anders zit er niet op.