
Sportjaar 2026
Door de in alle betekenissen steeds engere Belgische bril bekeken, wat kunnen wij verwachten op de grote afspraken van 2026?
Van 6 tot en met 22 februari lopen de Olympische Winterspelen. In de vorige editie van Peking 2022 won Bart Swings na zijn zilver van 2018 het eerste wintergoud sinds 1948 en overschaduwde daarmee het brons van shorttrackster Hanne Desmet. De stand van zaken is erg eenvoudig: Swings is net op tijd weer in vorm, maar wordt in Milaan wel 35 jaar.
Indien niet stokoud is dat gewoon oud: een latente blessure, minder goede en meer slechte dagen dan voorheen. De killer in Swings zal op het goede moment moeten opstaan. Wat Desmet betreft: shorttrack is topsport, laat daar geen twijfel over bestaan, maar tegelijk is het een gigantische loterij waarin de beste zelden wint, wel de gelukkigste. Het wordt duimen.
Een week later komen de wielrenners naar Gent voor de Omloop. Lang geen wereldkoers meer, maar wel zo opgeklopt door onze media en het Belgische begin van wat zich aankondigt als een mooi wielerjaar 2026.
Als u het nog niet voelt, surf dan naar S(up)porza en neem het wielerjaaroverzicht tot u. Mooie compilatie, met de nadruk op de heldendaden van de Belgen. Nou ja, heldendaden… Veel ritten zonder de bijbehorende eindklasseringen, nul monumenten en amper 3 van de 36 WorldTour-wedstrijden gewonnen: Jordi Meeus in de Copenhagen Sprint (ooit al van gehoord?) en Arnaud De Lie in de Renewi Tour en de Bretagne Classic.
Aan de andere kant van het firmament staat Tadej Pogacar. Drie monumenten op acht WorldTour-overwinningen. Dat hadden er tien kunnen zijn met die rare Amstel, dom verloren van Mattias Skjelmose, en de GP Montréal, weggegeven aan Brandon McNulty. Merckxiaans, er is geen andere woord voor.
Mathieu van der Poel – gevloek in de Kempense kerk stijgt nu op – heeft drie WorldTour-zeges, waarvan twee monumenten. Zijn totaal in die vijf grote klassiekers staat op acht, Pogacar zit aan tien. Benieuwd wat die twee nog uit hun mouw schudden de volgende jaren, maar de eerste tekenen van mentale sleet dienen zich aan.
Biedt dat opties voor de Belgische speerpunten Wout van Aert en Remco Evenepoel? (Tim Merlier heeft zestien overwinningen, maar behalve etappes niks in de WorldTour.) Van Aert: 13 overwinningen in 2021 waaronder zijn enige monument; 9 in 2022; 5 in 2023 en 2024; 2 in 2025. Zet dat uit in een grafiekje en iedereen ziet dat er een probleem is.
Van Aert moet just niks, maar een beetje meer winnen zou van pas komen. Al was het maar om zijn populariteit en salaris te wettigen. Papier is geduldig, maar op papier heeft Van Aert 51 overwinningen op de weg, Merlier 66. De Belgische nummer één van het moment is Evenepoel met 67.
Evenepoels beste jaar was 2023 met 13 overwinningen, daarna volgden 2024 met 9 en 2025 met 8. Veel goede redenen (ongevallen) en minder goede (zadel imaginair gezakt), maar in 2026 moet een kentering volgen.
Die teamwissel is riskant. Concurrentie is Evenepoels ding niet en intern al helemaal niet. Met Florian Lipowitz, Lorenzo Finn en Giulio Pellizzari heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe meer talent lopen dan ooit tevoren. En dan is er nog de grote Primoz Roglic. Erg benieuwd. Zowel voor Van Aert als Evenepoel wordt 2026 een scharnierjaar: meelopen of meedoen, dat is de kwestie.
Voorts is er deze zomer de wereldbeker voetbal. De vorige werd een sof van formaat, uitgeschakeld in de groepsfase, en met een beetje meer geluk was dat anders gelopen. Naast het WK 2026 staan alleen vraagtekens.
Kunnen Thibaut Courtois, Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku het nog eens opbrengen om een talentrijke selectie vooruit te jagen? Of haken zij vroegtijdig af door hun blessures en staan nieuwe namen op, een beetje zoals veertig jaar geleden, ook toen aan de andere kant van de oceaan?
Tot slot eindigen we met leestips. De pas verschenen biografie van Pogacar (Unstoppable, Andy McGrath) begint veelbelovend met anekdotes die nieuwe inzichten bieden in ’s mans onverstoorbaarheid. Wie achtergrond wil bij de commercialisering van topsport sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw: Fast Tracks and Dark Deals van Michael Payne. Een pain in the ass, die Payne, niet het minst voor Jacques Rogge destijds, maar wel een Mitspieler.
En het boek van het jaar: De beweegreden van Eline Lievens en Wim Derave. Twee professoren van de UGent, die ons zonder te beleren in mensentaal uitleggen hoe bewegen ons lot is en de enige manier om kwaliteitsvol te (over)leven.