Column Wintersport in De Morgen van zaterdag 10 januari 2026

Wintersport

Bij drie Winterspelen was ik geaccrediteerd en verder ben ik ook drie keer naar een skistation gereisd voor een apart verhaal.

Kranjska Gora, begin 1994: op bezoek bij het Bosnische skiteam, voor de oorlog gevluchte jonkies van zeventien die op afdankertjes van de Slovenen trainden.

Val d’Isère, eind 1994: interview met olympisch kampioen Tommy Moe.

Kitzbühel, 2010: interview en repo met Jerke Van den Bogaert bij de wereldbeker. Een dag eerder had ik zijn training bijgewoond. Net als bij alle voorgaande bezoeken aan wintersporten was mij iets opgevallen: alle wintersporten zijn een vorm van glijden op ijs.

Soms lees je ‘op ijs en sneeuw’, zoals in het Olympisch Handvest, maar dat van die sneeuw is onzin. Sneeuw wordt ijs als je er vaak genoeg over gaat en als de sneeuw geen ijs is, steekt men een handje toe en wordt ijs gemaakt.

Van den Bogaert had mij bezworen dat ik, hoewel ook op ski’s, vooral aan de uiterste rand van de piste moest blijven. Geen denken aan om zelf wat bochtjes te trekken op hun parcours, dat eruitzag als een spiegel. Skipistes worden met water besproeid en hun ski’s waren in tegenstelling tot die van mij messcherp geslepen.

Gelukkig had ik nog de beelden op het netvlies van mijn Nederlandse collega, die zich in Salt Lake in 2002 op de slalompiste net iets te ver van de rand had gewaagd, begon te schuiven en met zijn hele hebben en houden – het was een fotograaf – enkele tellen later beneden tegen het houtwerk knalde. Bij de terugreis aan het eind van de Spelen werd hij het vliegtuig ingerold.

Deze ietwat lange intro om u er eens en voor altijd op te wijzen dat alle wintersporten en afgeleide disciplines te maken hebben met glijden op een extreem glad oppervlak. Hoewel de nieuwste nieuwlichterij ski-mountaineering daar misschien een uitzondering op is, blijft het een raadsel hoe veldrijden daarin zou passen.

Vorige week was het crosscircus te gast aan de randen van een ondergesneeuwd Zilvermeer. Nou ja, ondergesneeuwd… een centimeter of drie, meer was het niet. Dat leverde feeërieke beelden op en verleidde de S(up)porza-commentator met dienst tot een beschouwing: “Als dit geen reclame is voor veldrijden als olympische sport, dan weet ik het ook niet.”

Twee dagen later was er cross in Zonhoven en ook daar lag een sneeuwtapijtje. En weer schoot de propaganda door het dak: “Stuur de tapes van die twee wedstrijden maar naar Zwitserland, naar het Internationaal Olympisch Comité. Dan zullen ze wel overtuigd zijn.”

O ja? In Mol kwam de winnaar als een bevroren zombie over de meet. Hij huilde het uit – in foetushouding gezeten op de grond in de tent, aldus de media die erbij waren – toen zijn tenen, vingers en de rest weer tot leven werden gewekt eens het bloed naar die bevroren uiteinden werd gestuwd.

Dat was Mathieu van der Poel, de op één na beste renner van de wereld volgens nogal wat waarnemers. Toen hij een keertje dreigde te schuiven in een linke bocht zat net een andere topper (te dicht) op zijn wiel. Die remde, met als resultaat: een val en een breukje in de enkel. Dat was Wout van Aert.

In Zonhoven twee dagen later knalde de ene na de andere vrouw tegen dek. Bij de gewaarschuwde en – excuus, maar het is niet anders – beter sturende mannen was dat minder. Toch maakte een andere Belgische topper dan Van Aert op een ijsplek een smak die heel slecht had kunnen aflopen. Dat was Thibau Nys.

Dit weekend is het Belgische kampioenschap in Beringen. Wellicht op een besneeuwde kunstberg, een oude mijnterril. Ook dat is trouwens iets wat de outdoorsporten op de Winterspelen gemeen hebben: er zijn altijd bergen, er is altijd niveauverschil mee gemoeid.

Op S(up)porza viel deze week te lezen dat Beringen de geknipte olympische sollicitatie zou zijn voor deze sport. Nys vond die olympische droom geforceerd en betwijfelde of de sport beter zou worden van een (wellicht eenmalig) olympisch optreden. Slimme jongen, de kleine Nys.

Als de crossen van Mol, Zonhoven en Beringen iets bewijzen, dan wel dat veldrijden niet thuishoort op de Spelen. Er is niet alleen het parochiale aspect – veel Belgen die meerijden en altijd Nederlanders die winnen – en de gedeeltelijke desinteresse van de toppers, tenzij rond eindejaar.

Na Mol en Zonhoven komt daar de objectieve vaststelling bij dat ijs en sneeuw ongeschikt zijn om op te fietsen. Voor het BK in Beringen hebben ze er wat op gevonden. Ze gaan hellingen schrappen, sneeuw wegscheppen en ijs wegbranden, dus alles weghalen wat van een sport een wintersport maakt.