
Eigen Schuld
Het tijdstip kan ik fout hebben – ik denk dat het ergens in de lente van 1992 was. De setting was de raad van bestuur van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité waar ik toen als jonge directeur communicatie deel van uitmaakte, maar half zo oud als de meeste bestuurders geacht werd mijn mond te houden.
Dat lukte meestal aardig, ook toen die ene dag de selectie voor de Olympische Spelen van Barcelona aan bod kwam en wel meer in het bijzonder de vraag: “Wat met Robert Van de Walle?”. Of het wel wijs was om hem te selecteren, gezien diens belabberde medische plaatsbeschrijving en het risico op blessures.
De voorzitter, Jacques Rogge, nam het woord en vond dat Van de Walle beter niet zou worden geselecteerd. Hij was ‘een wandelende ambulance’, dat waren zijn exacte woorden. Ik sprong net niet uit mijn vel, maar hield mijn mond, behalve dat ik er de gestelde lichamen beleefd op wees dat we dat gevecht met Van de Walle en de media nooit zouden winnen.
Lang verhaal kort: men besloot hem mee te nemen, met flinke tegenzin. Van de Walle zou aan Barcelona een (nog meer) gehavende schouder overhouden, een mooie zevende plek en vooral die staande ovatie in Palau Blaugrana, inclusief het kippenvel dat mij ook nu weer overvalt.
Rogge was bij alle operaties van de atleet Van de Walle de behandelende chirurg. In een van onze vele latere gesprekken heb ik hem gevraagd wat hem toen bezielde om daar zo flagrant het medisch geheim te schenden en hoe onrespectvol dat wel niet was tegenover een monument als Van de Walle.
Rogge kon onder vier ogen wel wat tegenwind verdragen en argumenteerde dat hij in zijn lange loopbaan als orthopedist wel vaker had gezien hoe – haarfijn voorspeld door hem of collega’s – een atleet zichzelf in de vernieling sportte. Dat het recht op zelfbeschikking van zo’n atleet niet oneindig was en dat als je de gewone mens medisch tegen zichzelf in bescherming moet nemen, je dat misschien nog meer met de topsporter zou moeten kunnen.
Dat was 33 jaar geleden. Vandaag is het recht op zelfbeschikking van het individu maximaal. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn, iedereen moet alles kunnen doen/wagen om zich te kunnen ontplooien. Dat kan gaan van niet willen opgaan in een team, tot de meest gekke dingen doen om een carrière in stand te houden, al dan niet verpakt in een sausje van passie, en dat alles uiteraard gestreamd.
Toen de Amerikaanse skiester en ski-ster Lindsey Vonn twee weken geleden haar voorste kruisband in haar linkerknie afscheurde en kort daarna aangaf met een brace de olympische afdaling toch te willen skiën, stelde ik op X de vraag aan de orthopedisten van de wereld: “Verbeter mij als ik mis ben, maar dit lijkt geen goed idee.”
Ik weet wat Rogge had geantwoord. Sommige artsen vonden het waanzin, anderen vonden het dan weer ‘te doen’. Jawel, twee trainingsruns en nog eens dertien seconden in de echte wedstrijd. Vervolgens miste Lindsey Vonn haar tweede bocht. Dat was geen uitschuivertje maar een moordcrash waarbij ze van alles in haar lichaam naar de filistijnen hielp. Details volgen nog.
Haar geschreeuw en gehuil toen de medische diensten haar ski’s losmaakten ging door merg en been. Hadden de duizenden toeschouwers beneden in de vallei dat vreselijke achtergrondgeluid meegekregen, ze hadden wel nagelaten om te applaudisseren toen ze Vonn voor de tweede keer in twee weken door een helikopter van de piste zagen getakeld.
Medelijden? Een heel klein beetje met Vonn. Meer nog met de skiesters die na haar moesten komen en met nog enkele minuten te gaan hun opwarming netjes hadden ingecalculeerd, maar nu ineens een oponthoud van twintig minuten voor de kiezen kregen. Het was een crash en een crash kan gebeuren, maar niet zo, niet daar en niet zo vroeg. Zoals de stoutste commentaren meteen scherp stelden: dit was self-inflicted, eigen schuld.
Het is inherent aan topsporters om te pushen tot het uiterste, maar ergens moet door iemand in de entourage een grens worden getrokken. In Vonns geval had dat haar coach Aksel Lund Svindal moeten zijn, die na de trainingen zei dat ze onbewust meer op haar rechterknie landde dan op links, waar geen voorste kruisbandfunctie meer zat.
Hij zag daar geen graten in. In de rechterknie van Vonn, voor alle duidelijkheid, zit al een half vervangstuk in titanium in. Ze was al een half medisch wonder, maar ze wilde zo nodig een heel medisch mirakel zijn. “Morgen (na de wedstrijd, dus gisteren) zal je een andere Lindsey Vonn spreken”, zei Svindal. Misschien was hij niet de juiste man op de juiste plek om Vonn tegen zichzelf te beschermen. Zoekt u maar eens op – Svindal, crash, Streif – dan weet u het meteen.