
Friese Alpen
Eerst even iets om mee te scoren op een uitgestelde nieuwjaarsdis. Wist u dat de eerste olympische wintersporten al in 1920 op het programma stonden, in Antwerpen, jawel? Het Palais de Glace d’Anvers of het IJspaleis, zo heette de plek waar in 1920 zowel kunstschaatsen als ijshockey plaatsvond.
Omdat in die tijd de koeling van een hele hal in de zomer technisch nog niet mogelijk was, werden kunstschaatsen en ijshockey naar de maand april verschoven. In de mooie lente van 1920 werd vaker op water dan op ijs geschaatst.
Dat gebeurde allemaal in de Henri Van Heurckstraat, die in 1920 nog de Gezondheidsstraat heette. Het gebouw werd zoals de meeste olympische sites van 1920 niet gekoesterd, maar raakte geleidelijk uitgewoond als garage, stalling voor taxi’s en uiteindelijk parkeergarage.
In 2016 was het definitief afgelopen met het laatste fysieke overblijfsel van die al bij al memorabele Antwerpse Olympische Spelen en werd het IJspaleis gesloopt om plaats te maken voor appartementen. Het zegt wat over hoe wij omgaan met sportgeschiedenis.
De Winterspelen zijn de intiemste, schattigste, meest relaxte en dus voor sommige liefhebbers de mooiste van alle Spelen, maar ze komen altijd weer een maand te laat. Als bij ons de lente al heel af en toe om de hoek komt piepen, pas dan gaan ze ergens in de wereld op ijs en sneeuw om de olympische medailles skiën, schaatsen, glijden, springen en wat al niet meer.
De eerste Olympische Winterspelen van Chamonix, toen nog een Olympisch Festival, zijn in 1924 geëindigd op de dag dat ze dit jaar beginnen en dat is vandaag. Toen waren er nog geen Paralympics en die worden dit jaar pas in maart geprogrammeerd. Van 6 tot 15 maart, als het u zou interesseren. Laat maar, op de papsneeuw van de Paralympische Winterspelen gebeuren elk jaar weer de vreselijkste ongelukken met mensen die meestal voordien al wat te verduren hadden.
Ook op de valide Winterspelen overigens. De olympische leuze ‘citius, altius, fortius’ of ‘sneller, hoger, sterker’ heet op de Winterspelen ‘citius, acutius, letalius’ of ‘sneller, gevaarlijker, dodelijker’. Dat geldt niet voor het prille begin, toen het nog om spel en elegant vermaak op sneeuw en ijs ging. De dag dat de snelheid zijn intrede deed, kwamen de ongelukken. Alle vijf doden op de Winterspelen vielen na 1964. Sinds Rome 1960 en de zware val van de wielrenner Knud Enemark Jensen – neen, geen dopingdode, maar dat is een andere discussie – is op de Zomerspelen geen dode meer gevallen.
Hoe het Internationaal Olympisch Comité zal omgaan met zijn Winterspelen zal vooral iets zeggen over het intelligentieniveau van de leiding van deze club. Het paniekverhaal dat er tegen 2040 nog maar in tien landen op de hele planeet zou kunnen worden gewintersport, houdt geen rekening met de realiteit.
Die realiteit is simpel: voor de meeste bergsporten heb je geen neerslag nodig, een beetje koude op tijd en stond – als de zon ondergaat en ’s nachts bijvoorbeeld – volstaat. Tot voor een paar weken lag op de zuidgerichte hellingen van de Dolomieten geen centimeter sneeuw, behalve dan op de skipistes.
Zelf ondervonden: die waren perfect geprepareerd. Elke avond werd het sneeuwkanon aangezet, een Noord-Italiaanse vinding overigens. Daarna passeerden de bully’s en elke ochtend waar nodig werd nog wat extra sneeuw gespoten. Ja, je skiet dan op een witte streep door een bruin landschap, maar dat went.
Wat u ook leest en wat men er ook van zegt: kunstsneeuw is nog altijd de beste sneeuw. Tenzij het hard begint te vriezen, ook overdag. Dan worden de heerlijk geprepareerde en krakende pistes een soort beton- en ijsvlaktes en is de lol eraf. Voor u en mij althans, want de echte skiërs van de Winterspelen hebben niks liever dan hard en ijzig.
Bovendien houdt men geen rekening met de technologische vooruitgang. Het 500 miljard dollar kostende NEOM-project en het bijbehorende skioord Trojena mag dan wat vertragingen hebben opgelopen, waardoor de Aziatische Winterspelen van 2029 een nieuwe locatie moeten zoeken, de Saudi’s zijn nog altijd van plan te skiën aan de Rode Zee. Als het daar kan, kan het straks overal.
Een beter plan zou zijn om de Winterspelen snel in te plannen in bestaande competitieplaatsen met naam en faam. Dat gebeurt nu al min of meer met een spreiding over Milaan, Bormio, Livigno en Cortina. Dat is ook het plan over vier jaar in de Franse Alpen. Daar zoekt men alleen nog een 400-meterschaatsbaan. De biedingen zijn inmiddels binnen: Thialf in Heerenveen is de koploper om in de Friese Alpen het olympische schaatsen te hosten.