Column To Iran or not Iran in De Morgen van zaterdag 7 maart 2026

To Iran or not Iran

Sinds de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran komt steeds terug dat het internationaal recht niet meer bestaat en dat de Verenigde Naties dood en begraven zijn, maar het nog niet weten.

Dat kan kloppen, bekeken door een sportbril. Het waren die Verenigde Naties die zich op 26 november van vorig jaar volmondig achter de gedachte van olympische vrede schaarden.

Die traditie van ‘Ekecheiria’ (Olympic Truce in het jargon) dateert van de negende eeuw voor onze jaartelling en was een deal tussen drie koningen – Iphitos van Elis, Cleisthenes van Pisa en Lycurgus van Sparta – om de veilige doorgang van de deelnemers en toeschouwers naar de Olympische Spelen te garanderen.

In de jaren 90 van de vorige eeuw werd die olympische vrede van onder het stof gehaald door het Internationaal Olympisch Comité en de op een Nobelprijs voor de Vrede geilende voorzitter Juan Antonio Samaranch. De moderne vertaling luidde dat er geen oorlogen mochten worden uitgevochten vanaf zeven dagen voor de Olympische Spelen tot zeven dagen na het einde van de Paralympische Spelen.

Als hij al afwist van het bestaan, heeft aanstaand olympisch gastheer Donald Trump vierkant zijn voeten geveegd aan die vrede. De reactie van het Internationaal Olympisch Comité was er een van op eieren lopen. Al steken ze de hele wereld in brand, de Olympische Spelen van 2028 zullen hem en de VS alvast niet worden afgenomen.

Rusland pakte het destijds wat handiger aan. Het organiseerde zelf Winterspelen in 2014 en twee dagen nadat de paralympiërs waren teruggereisd, nam Poetin de Krim in. Idem in 2022, na de editie van Peking, maar toen had Poetin minder geduld. Vier dagen na het einde van de originele Winterspelen en nog voor de paralympiërs waren gearriveerd, trok hij Oekraïne binnen. En daar zit hij nu nog.

Inmiddels is Rusland wel grotendeels uitgesloten van de wereldwijde sport, met uitzondering van de pas gestarte Paralympische Winterspelen, maar daar zal verandering in komen.

Het heeft er alle schijn van dat de Russen over dik twee jaar ook naar Los Angeles zullen mogen afreizen, met de hele equipe, in de rood-wit-blauwe kleuren, met de echte Russische vlag en het – toegegeven – erg mooie volkslied ‘Gimn Rossijskoj Federatsii’.

Rusland zal niet op de aanstaande World Cup voetbal zijn. Wie nog niet, dat is nu voorwerp van speculatie. Er zijn alleen maar vragen. Zoals: moeten we die World Cup niet boycotten? Natuurlijk zouden we dat moeten doen. Als we ons moreel kompas zouden volgen tenminste, maar dan hadden we misschien ook niet naar Rusland gemoeten in 2018, of eerder naar de Olympische Spelen van 2008 en 2022 in Peking. En hadden we de apartheidsstaat Israël -moeten uitsluiten zoals Zuid-Afrika destijds.

Dat hebben we niet gedaan en dat gaan we niet doen en daar zijn ook enkele goede redenen voor. In de eerste plaats het apolitieke speelveld. Daar valt wat voor te zeggen, het sportstadion als laatste safespace voor een eerlijk treffen volgens vooraf opgestelde regels en met een winnaar die de verliezer respecteert en omgekeerd de verliezer die de winnaar eert.

Wereldwijd is dat ondanks de recente woelige jaren redelijk overeind gebleven. Oké, Oekraïners wilden weleens achteraf geen hand geven aan Russen die als neutraal atleet door de mazen waren geglipt, maar ze sportten wel tegen elkaar.

Alleen die Iraniërs bleven maar vervelend doen. Zo verloor de Iraanse judoka Saeid Mollaei in 2019 op het WK opzettelijk zijn halve finale en daarna zijn bronzen kamp om in de finale of op het podium niet met de Israëliër Sagi Muki te worden geconfronteerd. Bij ons werd dat niet geloofd omdat hij die halve finale verloor van Matthias Casse.

Wat nu met Iran, op de aanstaande World Cup tegenstander van de Rode Duivels? De ontvanger van de eerste vredesprijs van de FIFA, Donald Trump, kan het niet schelen. Alle historische verwijzingen ten spijt, een wereldmacht en WK-organisator die een deelnemer van zijn groot voetbalfeest aanvalt, heeft de wereldsport nooit eerder meegemaakt.

Het is niet duidelijk waar Garcia, De Bruyne en Lukaku op moeten hopen: to Iran or not Iran? Een wedstrijd tegen Iraniërs op volle sterkte was nooit een wandelingetje in het park geworden. Iraniërs zijn redelijk onverzettelijk en op een voetbalveld vertaalt zich dat in lopen en blijven lopen.

Dus toch maar supporteren voor Trump, zodat Iran wegblijft of murw en gehalveerd verschijnt? Als er nu één volkje is dat daar geen morele bezwaren bij heeft, dan wel voetballers.

Column Daglichtregel in De Morgen van maandag 2 maart 2026

Daglichtregel

Op het scherm van de laptop staat een foto. Dertig mensen poseren voor een kasteel in Hensol, dat is ergens in Wales. Ze dragen allemaal een pak, iedereen in donkerblauw, ook de drie vrouwen.

Het beeld van de verpletterend blanke mannenclub dateert van zaterdag, van de 140ste jaarvergadering van de IFAB. Die afkorting staat voor International Football Association Board die gaat over de spelregels (The Laws of the Game) van het populairste spel dat de mens ooit heeft uitgevonden.

Die IFAB staat in theorie los van de wereldvoetbalbond FIFA, maar die duidt wel de helft van de leden aan. Het is een postkoloniaal verschijnsel, redelijk uniek voor de sport. Zo hebben bijvoorbeeld de founding fathers van IFAB (England, Schotland, Noord-Ierland en Wales) elk een permanent zitje.

De IFAB ziet zichzelf als de hoeder van het voetbal, de bewaker die de duistere krachten – commercieel, politiek, of gewoon van slechte wil – moet tegenhouden.

Die slechte wil stond centraal in wat zaterdag is beslist. Het moet allemaal wat sneller gaan voortaan en wel te beginnen op de wereldbeker deze zomer. Vijf seconden krijgen de spelers nog om een bal in te gooien en doelmannen om een bal uit te trappen. Dat laatste bestond al, maar op het aanstaande WK wordt de tijdrekkende doelman bestraft met een corner tegen.

Vervangen spelers moeten ook binnen de tien seconden van het veld zodra het bord is getoond. Een speler die op het veld wordt verzorgd, moet eerst het veld verlaten en daarna een hele minuut wachten voor hij/zij terug in het veld mag.

De VAR kwam ook aan bod. Die mag nu ingrijpen als een tweede gele kaart, resulterend in een rode, een vergissing blijkt te zijn. Ook een corner die er geen is kan worden herroepen. Op voorwaarde dat de herroeping snel genoeg kan gebeuren, dus dat wordt nog een dingetje.

Heel vreemd: de ref kan eventueel een bodycam dragen, maar het is niet de bedoeling dat de beelden voor meer dan intern gebruik dienen. Waarvoor dan wel, dat is de vraag.

Verder wordt nog nagedacht over hoe omgaan met doelmannen die gaan zitten voor een geveinsde blessure, waardoor het spel automatisch stilligt. Ook het fenomeen – denk aan de finale van de Afrika Cup – waarbij spelers het veld verlaten omdat ze het niet eens zijn met een scheidsrechterlijke beslissing wordt bestudeerd wat daartegen te doen. Ook nog te bekijken: spelers die hun mond afdekken in confrontatie met een tegenstander (de zaak-Vinicius recent).

Op de foto van de IFAB afgelopen zaterdag staat achterin een rijzige, grijzende en grijnzende man, ogenschijnlijk tevreden met de uitkomst. Zijn belang als FIFA’s chief of global football development kan niet worden overschat. Arsène Wenger is zijn naam, bekend van Monaco en Arsenal, en met 21 jaar en 8 maanden de langst zittende manager ooit in de Premier League.

Wenger heeft zich tot doel gesteld om iets te doen aan de buitenspelregel en heeft het nu voor elkaar gekregen dat voor het eerst een competitie zal experimenteren met de daglichtregel. Zo stond het in het laatste zinnetje van het communiqué dat zaterdag werd verspreid, in vier woorden: offside trials would continue.

Waar slaat dit op? Kort door de bocht staat een speler nu buitenspel als hij met een deel van zijn lichaam waarmee hij kan scoren voorbij de op één na laatste speler van de tegenpartij staat. De daglichtregel draait dat om: pas als alle lichaamsdelen waarmee kan worden gescoord helemaal voorbij de op één na laatste speler zijn is het buitenspel.

De daglichtregel slaat dan weer op de manier waarop een fase zal worden bekeken. Pas als er daglicht te zien is tussen aanvaller en verdediger zal er sprake zijn van offside. Het is duidelijk dat de discussies er niet minder op zullen worden maar ook niet noodzakelijk meer, de fase wordt gewoon anders beoordeeld. De winst zit hem in het voordeeltje van zowat een halve meter die de aanvaller krijgt, of iets meer als hij het slim speelt en zijn achterste voet laat hangen.

Het is lang zoeken geweest naar een representatieve maar niet al te belangrijke competitie die vanaf deze lente met deze regel wil spelen en die proefkonijnen hebben ze nu gevonden in de CPL, de Canadian Premier League.

Of het veel zal uithalen om gesloten wedstrijden open te breken is nog maar de vraag. Dat kan alleen met een buitenspellijn die 15 meter dieper in het aanvalsvak ligt, een beetje naar analogie met ijshockey. Vooraleer die postkoloniale IFAB evenwel iets uit een andere sport implementeert zal er nog veel water door de Ierse en de Noordzee moeten stromen.

Column Allrounders in De Morgen van zaterdag 28 februari 2026

Allrounders

Paddestraat, Haaghoek, Leberg, Eikenberg, Lange Munte, nog eens Haaghoek en Leberg, Eikenberg, Holleweg, Wolvenberg, Kerkgate, Jagerij, Molenberg, weer Haaghoek en Leberg, Berendries, Tenbosse, Parikeberg, Kapelmuur, Bosberg.

Dat zijn de scherprechters in de seizoensopener, beter bekend als de Omloop. Opgeteld twaalf hellingen en acht kasseistroken, enkele daarvan met dubbele functie, zoals de Muur. Die ligt op 15,7 kilometer van de eindmeet, die zelf dan weer na 207,6 kilometer wordt bereikt. Tussen Muur en eindstreep in Ninove ligt op 11,8 kilometer nog de Bosberg, ook kasseien en bergop.

Met andere woorden, dit is de finale van de Ronde van Vlaanderen toen die nog in Ninove arriveerde, weze het 60 kilometer korter en minder ‘bergen’. Behoorlijk zwaar voor een eerste wedstrijd in de Vlaamse Ardennen, zegt de toerist in ondergetekende, maar die is niet de norm.

Het huidige peloton wel, en dat zegt dat er veel kans is dat ze deze namiddag gaan sprinten. De oud-wielrenner en nog steeds fietsverslaafde gravelaar Greg Van Avermaet vindt dat de opening van het Belgische weekend best wat zwaarder mag. En ze zouden beter over smallere wegen koersen.

Wielrenners hebben er soms het handje van om alle kanten op te schieten en zichzelf tegen te spreken. In de eerste plaats over de veiligheid (meer smalle wegen, hoe verzin je het?), maar ook over de wielerparcoursen. Nu is het nog te licht, over een paar weken zal het allemaal wel weer te zwaar zijn.

Van Avermaet vindt dat de Belgische opener meer (lees: zwaarder) verdient. Waarom dan? Omdat het de Belgische opener is? De kans dat het ijsregent deze week, of zelfs sneeuwt, is spijts de klimaatverandering nog steeds even groot als het lenteprikje dat we deze week hebben meegemaakt. 207 kilometer, 12 hellingen en 8 kasseistroken, dat moet volstaan als gulden middenweg.

De enige ongemakkelijke waarheid is dat het Belgische openingsweekend als een tang op een varken slaat in die hele koerskalender. Tot vorige week zaten ze in het zuiden, om dan voor een lang weekend naar het noorden te verhuizen en na Le Samyn dinsdag trekken ze weer naar het zuiden. Logica in dat alles? Onbestaand, typisch voor de planeet Koers.

Deze discussie over de zwaarte van de Omloop past in een bredere kwestie die al langer het peloton en de volgers verdeelt: hoe moet een ideale wielerwedstrijd eruitzien? Ideaal als in: hoe krijgen we alle of zoveel mogelijk toppers samen aan de start, allemaal met een redelijke kans op succes?

Met een Jonas Vingegaard zal dat niet meer lukken. Die is zo mis ‘gekweekt’ dat hij alleen uit zijn Deense hoeve komt om één, hooguit twee keer per jaar, weken na elkaar bergop te fietsen. Willen we geen nieuwe Vingegaard, Chris Froome en, als we verder teruggaan, ook geen nieuwe Lance Armstrong meer, dan moet worden begonnen met het belang van de Tour de France terug te dringen. Alvast bonne chance daarmee.

De ideale wielerwedstrijd is er een waarin allrounders, klimmers, grote en kleine ronderijders en sprinters die een helling over raken zich geroepen voelen om aan de start te staan, allen met hun eigen specifieke strategie om in een kansrijke positie aan de eindstreep te komen.

Allrounders die alles aankunnen, van klassiekers over kille Vlaamse hellingen tot grote rondes over hete en zuurstofarme bergen, die lopen niet dik. Mathieu van der Poel wordt soms een allrounder genoemd. Onterecht. Geef hem een wegfiets, een crossfiets of een mountainbike, overal en altijd doet hij mee, maar verwacht hem niet in een bergetappe of in de hitte.

Dit hele WorldTour-peloton van 525 wielerprofs telt maar één allrounder en die heet Tadej Pogacar. Die kan echt alles. Vier keer de Tour winnen, Vlaanderen winnen en tweede worden in Roubaix, wat betekent dat je daar ook ooit kunt winnen, dat is geleden van Bernard Hinault en verder terug Eddy Merckx. Pogacar is in het postmoderne sporttijdperk van de hyperspecialisatie een buitenbeen.

In geen enkele andere sport verwacht men alle verschillende types samen aan de start. Van geen enkele atleet verwachten we dat ze van de 800 meter tot en met de 10.000 meter domineren, laat staan van de 100 tot de marathon. Zwemmers idem.

Natuurlijk is elke wielerwedstrijd in beginsel een uithoudingswedstrijd en lijken alle wielrenners fysiologisch meer op elkaar dan Usain Bolt op Eliud Kipchoge lijkt. De verschillen zitten hem meer in het gewicht. Wielrenners van 85 en 60 kilogram samen over dezelfde parcoursen jagen is onzin. Judoka’s van 70 kilogram vechten ook al lang niet meer tegen kolossen van 110. Gewichtscategorieën in de koers, waar wacht die UCI toch op?