
Dominantie
Tadej, wat moet je ermee? Niks. Niet aanbidden. Niet bewonderen. Gewoon genieten.
Tadej, wat moet je er niet mee? Nooit voorspellen wat hij gaat doen.
Het is de ziekte van elke sportverslaggever en commentator om te willen voorspellen. Een valkuil waarin iedereen in dit vak en tegen beter weten vroeg of laat in verstrikt raakt. “Zo zal de wedstrijd verlopen, daarom en daarom.” “Dit mogen we verwachten en dit mogen we niet verwachten.”
In dit vak helpt een selectief geheugen om je overeind te houden, dus klampen we ons vast aan de voorspellingen die wel zijn uitgekomen en blijven we dezelfde fout maken. Als je heel eerlijk bent en over een goed archief beschikt, geef toe: voor elke juiste voorzet zat je er twee keer naast.
Karl Vannieuwkerke en José De Cauwer, het commentaarduo van Sporza, waren vrijdag de cruciale stroken van de Strade Bianche gaan verkennen. Als je wat tijd over hebt: het is daar wel mooi, maar – reistip – de streek is op haar mooist in mei, als alles in bloei staat, het koren lichtgeel kleurt en het gras op zijn groenst is.
Onderweg in de nu nog bruine Toscaanse heuvels waren ze tot diepere inzichten gekomen en die werden ons meegedeeld in Sporza Daily. Nogmaals, het overkomt iedereen, maar op die gevorderde leeftijden met al die kilometers achter de kiezen, hoor je misschien beter te weten. Helemaal als je iets over Tadej Pogacar meent te moeten voorspellen.
Dat hij zou winnen, dat was geen voorspelling meer maar een vaststaand feit. Wel: hoe zou hij winnen? De meest boude voorspelling luidde: “Ik verwacht niet dat Pogacar Seixas er al op 80 kilometer van de finish afrijdt. Hij zal hem niet lossen zoals hij met 90 procent van het peloton wel doet.”
Welnu, Paultje Seixas werd inderdaad niet gelost op tachtig kilometer van de Piazza del Campo in Siena. Hij werd geloosd samen met die andere 99,9 procent van het peloton op dik 78 kilometer van de eindstreep. Ongenadig uit het wiel gereden, door een renner die – welja, nog maar eens – het dichtste Eddy Merckx benadert. En de enige die hem ooit zou kunnen onttronen als beste renner ooit, al hoort ook die discussie thuis in de categorie onzin, samen met de voorspellingen. Tijdperken zijn nu eenmaal niet te vergelijken.
Van onzin gesproken: Sporza is ook sterk in polls, een containerbegrip voor via een vraag open deuren intrappen. Vooraf hadden ze: wie wint de Strade Bianche? Zeventig procent had Pogacar. Op nummer twee stond niet Seixas, maar Wout van Aert met 12 procent van de stemmen. Die 4.245 stemmers hadden de laatste maanden, zeg maar de laatste jaren, onder een steen geleefd.
Deze Wout van Aert – let op het aanwijzend voornaamwoord – wint voorlopig niet al te veel grote koersen meer. Dat was de conclusie na de vorige vier jaar en dan had hij deze winter nog eens dubbele pech. Die andere Wout van Aert, die van 2020 en 2021, dat is een ander verhaal. Of we die nog terugzien, en hoe hij aan die goddelijke vorm van weleer moet geraken, dat is niet te voorspellen. Karl en José hadden wel een goede suggestie: overwinteren in Spanje. Laten we daar aan toevoegen: als het maar ver van de kleuterklasvirussen is.
Een andere poll, ook helemaal niet representatief, wierp wel een bijzonder licht op de topsportcultuur of het gebrek daaraan bij de meerderheid van de Sporza-surfers.
Vind jij de dominantie van Tadej Pogacar nog leuk? Twee mogelijkheden: “ja, ik geniet van zijn dominantie” of “neen, het is te saai geworden voor mij”. Meer dan twee op de drie pollers, 68 procent, kan blijkbaar niet genieten van de onwaarschijnlijke solo’s die de Sloveen steeds weer uit zijn benen schudt.
Een echt interessante poll had een vervolgvraagje bevat voor wie de dominantie van Pogacar niet meer leuk vindt: en wat als Remco of Wout zo zouden domineren, zou het dan ook nog saai zijn? “Neen, dan niet mevrouw en mijnheer Sporza, want dat zijn jongens van bij ons.” Zo kijkt de gemiddelde Vlaming naar topsport.
Jammer. Niets mooier in de topsport dan algehele dominantie. Het overheersen van een tegenstander, het streven naar onderwerping van hij/zij die vooraf zo vermetel waren om ook maar te hopen dat ze aan je superioriteit konden tornen, daar draait het om. Topsport als consecratie van de alfa’s: Michael Jordan, Tiger Woods, Roger Federer, Usain Bolt of Michael Phelps. En nu ook Tadej Pogacar, die een heel peloton declasseert tot meelopers.
Hij heeft weliswaar niet de haat en nijd van pakweg een Jordan. Met zijn geblondeerd haar, eeuwige glimlach en aardige quotes komt hij meer in de buurt van de gentleman Roger Federer. Misschien gaat de mensheid er toch op vooruit.