Column Saltstraumen in De Morgen van zaterdag 14 maart 2026

Saltstraumen

Bodø was tot op heden vooral bekend van de ferry naar Moskenes, het haventje op de Lofoten, dé toeristische trekpleister van Noorwegen boven de poolcirkel. Ook heb je in de buurt van het stadje een uitzonderlijk natuurfenomeen dat je niet mag missen als je daar ooit passeert.

Drieëndertig kilometer onder Bodø, naar Noorse begrippen om de hoek, kun je elke zes uur ’s werelds sterkste getijdenstroom zien. Bij Saltstraumen stroomt 400 miljoen kubieke meter water door een smalle zeestraat naar de oceaan of naar het binnenland, afhankelijk van eb of vloed. Gevolg: spectaculaire draaikolken (maalstromen) tot 10 meter in diameter en 5 meter diep.

In Bodø zelf viel er tot voor kort verder niks te beleven, maar dit jaar heeft zich een derde attractie aangediend: FK Bodø/Glimt en zijn cultstadion Aspmyra, waar met een beetje wringen 8.500 mensen in kunnen. Pas volgend jaar nemen ze de hypermoderne Arctic Arena met 10.000 zitjes in gebruik, stadionhoppers moeten zich dus haasten om het origineel te zien.

Woensdag was er de keuze tussen PSG-Chelsea op Play met Filip Joos ter plekke of Real Madrid-Man City op VTM met Aster Nzeyimana ter plekke. Ik koos ergens op het zoveelste Play Sports-kanaal voor FK Bodø/Glimt tegen Sporting Lissabon met een commentator die ik niet kon thuisbrengen maar die gewoon thuis zat.

Ik wilde het weleens zien, dat Noorse fenomeen, tegen die uitgekookte Portugezen die Club Brugge thuis met 3-0 hadden afgedroogd, hoewel Club het betere van het spel had. Die zouden natuurlijk niet in de val lopen zoals Manchester City, Atlético Madrid en Inter Milaan. Boeiend was het niet, maar aan de rust wist je: Sporting is in de val gelopen. Het stond 2-0 en het werd nog 3-0.

De vreemde eend in de bijt is op weg naar de kwartfinales van de meest prestigieuze voetbalcompetitie van de wereld. Dat deden ze met vooral jongens van eigen bodem, uit eigen opleiding, niks fancy aankopen, en met een trainer die tien jaar in dienst zal zijn van de club als hij 2026 volmaakt.

Het kan dus toch nog op de wijze van weleer, op de manier waarvoor voetbal en andere sporten zijn uitgevonden, gewoon, als verzetje voor de lokale gemeenschap die zich geconnecteerd voelt met helden van thuis. Jawel, er lopen ook buitenlanders, onder wie een Nigeriaan die nooit speelt. Verder vier Denen en een curiosum: Nikita Haikin, de Engels-Russische doelman geboren in Israël.

Er zit ook een Gents luikje aan FK Bodø/Glimt en dan denkt iedereen natuurlijk aan Jens-Petter Hauge, die ooit werd gehuurd van Frankfurt maar werd verketterd door de Gentse tribunes omdat hij nauwelijks liep en weinig ballen raakte. Die Hauge dartelt nu over het kunstgras van Aspmyra dat het geen naam heeft. Doelpunten, assists, de man kan het toch.

Er is nog een ander onderbelicht gebleven Gents luikje. Dit jaar is het dertig jaar geleden dat het tussen Bodø en zijn toenmalige succestrainer tot een breuk kwam. Trond Sollied vertrok voor twee jaar naar Rosenborg BK, waarna hij een seizoen bij Gent werkte en vervolgens bij Club Brugge.

De totale waarde van de spelerskern van de Noren bedraagt volgens Transfermarkt 57,1 miljoen euro. Dat is wat hun vorige tegenstanders Inter Milaan, Atlético Madrid en Manchester City gemakkelijk spenderen aan één speler.

Nog het opvallendst is hun traject. Ze waren zo goed als kansloos zolang de eigen competitie interfereerde met de Champions League, maar niet meer te kloppen eens de zon niet meer opkwam daar in het Hoge Noorden en de Eliteserien in een winterslaap ging.

Je zou verwachten dat zo’n team na een drukke herfst met veel wedstrijden de wonden moet likken en aan rust toe is. Wel integendeel, het was het sein om de voetbalversie van de Saltstraumen op de Europese voetbaltop los te laten. Op en neer gaande golven, 100 minuten lang.

De meeste Noorse sport en vrijetijdsbesteding draait om uithouding, of het nu gewoon wandelen dan wel langlaufen is. Het Noorse volk is sterk en Noorse atleten zijn fysieke beesten. Woensdag liepen de spelers van FK Bodø/Glimt 10 kilometer meer dan de Portugezen: 129,5 kilometer per wedstrijd. Tegen Inter liepen ze thuis 131 kilometer, tegen Man City 129 kilometer en thuis tegen Juventus haalden ze 130 kilometer. Dat is 20 kilometer meer dan het gemiddelde in Europa.

Het geheim van Bodø is geen geheim, het is een reminder. We waren vergeten dat het ook zo kan: een stabiele club, een goeie trainer en een kern met veel lokale jongens die er hun hoofd voor leggen. Moge het de duiventillen van de Jupiler Pro League inspireren.