Column Totaalrenovatie in De Morgen van zaterdag 16 november 2024

Totaalrenovatie

Neen, we moeten ons geen overdreven zorgen maken over de Rode Duivels, ook niet na de zwakke eerste helft van donderdagavond tegen Italië. Net zoals euforie niet op zijn plaats was geweest als ze pakweg met 3-0 hadden gewonnen.

België was niet op zijn sterkst en het resultaat van deze campagne zegt niks over het intrinsieke niveau dat de Belgische nationale selectie zou moeten kunnen halen op een groot toernooi. Met de nadruk op ‘zou moeten kunnen halen’, want in dat bedje zijn we natuurlijk wel ziek: boven onszelf uitstijgen op grote toernooien is geen Belgisch specialisme, en dat is zeer zacht uitgedrukt.

Even het geheugen opfrissen? Op de wereldbeker van Qatar in 2022 eruit na de eerste ronde en met de losersvlucht vol schaamrood op de wangen naar huis. Op het EK afgelopen zomer met de hakken over de sloot tweede geworden in de zwakste van alle groepen en dan uitgekomen tegen Frankrijk in de achtste finale − sinds 2018 weten we hoe die wedstrijden aflopen.

Overigens stonden de Rode Duivels op dat WK 2018 ook dichter bij een sof dan bij dat succesje, die derde plek die achteraf werd gevierd alsof wel twee wereldtitels werden behaald. Wat de acteurs van toen er ook over vertellen, die achtste finale tegen Japan (0-2 achter en dan de aansluitingstreffer cadeau van de Japanese doelman) win je nooit meer en die tegen Brazilië verdiende je niet te winnen.

Maar goed, we zijn nu 2024. Deze wedstrijd en die laatste van aanstaande zondag in Boedapest tegen Israël kaderen in een onding dat de Nations League heet. Dat is een toernooi zonder bestaansrecht dat moet dienen om de kas van de UEFA nog meer te vullen en de jaren met en zonder Europees kampioenschap budgettair gelijk te trekken.

Niet veel mensen die dat weten, u nu wel met dank aan deze column, maar de Europese UEFA en niet de wereldvoetbalbond FIFA is de rijkste sportbond ter wereld. De UEFA piekt naar 6 miljard euro omzet in EK-jaren en haalt in andere jaren minstens nog 4 miljard. De FIFA piekt ook bij worldcups, maar die brengen niet zoveel op als een Euro-toernooi, én de bond heeft moeite om in de andere jaren 1 miljard te halen.

In dat circus van opbod tussen twee bonden en met zware verplichtingen in soms drie tot wel vier andere competities voor de echte werkgever, de club, moeten voetballers meedraaien. Wat niet helpt, is de druk van de media telkens als een nationale selectie zich presenteert, ook al is het voor een achteraftoernooitje.

Dat is in België niet anders. Omdat er dezer dagen niks anders te doen is in onze kleine fijne sportwereld dan rondjes draaien op een fiets in Gent en rondjes draaien op een fiets in de modder hebben de populaire kranten de grootste moeite om hun sportkaternen te vullen.

Gevolg: dubbele pagina’s na dubbele pagina’s worden gevuld met voorspellingen vooraf, analyses achteraf en − het allerergste − een puntenrapport met beoordeling voor de spelers. Een 4 geven voor een tiener en voor heel Vlaanderen afdrukken dat hij er niks van bakte en naast de bal schopte, nog een geluk dat de kinderrechtencommissaris geen sport leest of ze stond op haar achterste poten.

Tijd dus om die hele Nations League misschien op de echte sportieve waarde in te schatten en die is niet bijster groot. Bovendien was het kalf toch al verdronken. De sportieve prestaties hoeven niet te worden beoordeeld. De niet al te beste wedstrijd van donderdag tegen Italië is geen maatstaf voor wat moet komen.

Volgende afspraak is het kwalificatietoernooi voor de wereldbeker van 2026 in de VS, Mexico en Canada. Dat begint in maart 2025 en eindigt in november. Die wereldbeker wordt met 48 landen gespeeld, waarvan 16 uit Europa. Wie in november nog niet zeker is, krijgt nog een kans in maart van 2026.

De tegenstanders voor die kwalificatie zijn pas gekend op 13 december bij de loting. Met de status die de Duivels nu nog hebben (nummer zes op de wereldranglijst) zijn ze haast zeker van een haalbare poule. Na 13 december wordt het duimen voor genoeg fitte spelers.

Na 13 december begint het echte werk: een ploeg op de been brengen die in geen tijd die kwalificatie afdwingt en dan rustig naar dat WK kan toeleven. De grote vraagtekens blijven dezelfde: Kevin De Bruyne, Romelu Lukaku en de verdediging.

Kan de ene gezond blijven tot en met zo’n groot toernooi, wordt de andere nog ooit de oude en zullen we tegen die tijd, 11 juni 2026, een achterste lijn hebben zoals vroeger, met ballen aan het lijf?

Of is het tijd voor de totaalrenovatie: weg met de millennials van die gouden generatie die nooit goud won, laat gen Z met al haar praatjes het maar eens tonen?

Column Gajes in De Morgen van dinsdag 12 november 2024

Gajes

Misschien moeten we het nog eens hebben over de rellen van donderdagavond in Amsterdam en meer nog over de berichtgeving en de reacties. Voor wie het niet heeft meegekregen: Israëlische fans van Maccabi Tel Aviv gingen op de vuist met Amsterdammers die hen aanvielen, hoofdzakelijk jonge moslims.

Een aantal Israëliërs belandde in de grachten en/of moest Free Palestine roepen vooraleer ze een beetje met rust werden gelaten. Gevolg: vijf voetbalfans hadden verzorging nodig maar konden al snel de kliniek verlaten, 62 agressors werden opgepakt.

De Nederlandse premier Dick Schoof, woordvoerder van de echte Nederlandse premier, Geert Wilders, veroordeelde ‘de antisemitische aanval’: “Ik voel diepe schaamte over wat in Nederland is gebeurd.” Al heel snel kwam ook de burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema (GroenLinks), met een ferm statement. “Haatdragende en antisemitische relschoppers en criminelen hebben Israëlische bezoekers belaagd en in elkaar geslagen.” Ze maakte de vergelijking met pogroms, razzia’s waar joden doorheen de historie het doelwit van waren.

De media gingen een dag later los. Wat wil je met iets dat tegen sluitingstijd gebeurt en absoluut nog in de krant moet? Weg met de nuances. Het Duitse Bild – ja, die dus – kopte: ‘Jodenhaat is terug’.

Ten eerste, het is vreselijk dat sport wordt misbruikt om geweld te plegen. Ten tweede, voetbal brengt het slechtste in de mensen naar boven, al is het inmiddels ook duidelijk dat voetbal slechtheid aantrekt en faciliteert.

Ten derde, geen enkel politiek meningsverschil, of een meningsverschil tout court, mag een vrijgeleide zijn om elkaar in de prak te slaan. Ook niet om elkaar in de toppen van de tenen te beledigen en uit te dagen. Maar ten vierde, alles heeft een context en die is hier compleet verloren gegaan.

Het is duidelijk dat Amsterdam en Nederland zich serieus hebben verkeken op het bezoek. Afgezien van de terechte vraag of het oorlogvoerende Israël en zijn teams wel nog in sportcompetities thuishoren, had Amsterdam alvast de Maccabi-fans moeten weigeren. Men dacht wellicht dat een Joodse club op bezoek bij een Nederlandse club die wordt aanzien als een Joodse club geen risico inhield. Onterecht. Ajax is geen Joodse club, maar speelde vanaf 1907 in de Watergraafsmeer in Amsterdam-Oost, het stadsdeel waar de meeste Joden woonden. Vandaar die associatie.

Uiteindelijk lag het probleem niet eens bij het bezoek aan de club Ajax, maar het bezoek aan de stad Amsterdam. Het taalgebruik van de politici en de media over die rellen getuigt van een gebrek aan kennis of van manifeste onwil om de bredere context te zien.

Dat ging van ‘onschuldige voetbalfans’ of ‘voetbaltoeristen’ in de Israëlische media, tot ‘bezoekers van onze stad’, aldus de burgemeester, tot ‘fans die een voetbalwedstrijdje komen meepikken aangevallen door horden islamitische hooligans op scooters’.

Van hooligans was geen sprake. De agressors hadden niks met voetbal, maar hebben zich niettemin schandelijk misdragen. Evengoed kan je niet spreken van voetbaltoeristen of onschuldige voetbalfans als het om Maccabi Tel Aviv gaat. Veel racistischer en extremer vind je niet in het Israëlisch voetbal of het zou Beitar Jeruzalem moeten zijn.

De Maccabi-fans zijn berucht om hun anti-Arabische sentimenten. Dat uit zich in het beledigen van elke Arabische speler die door de eigen club wordt aangetrokken en apengeluiden voor zwarte spelers, eigen of andere club, het maakt niet uit. ‘Dood aan de Arabieren’, is daar een mantra. Een club die ‘dood aan de Joden’ zou zingen, wordt door de UEFA uitgesloten.

Maccabi behoort ook tot de stoottroepen van Benjamin Netanyahu. Betogers in 2020 en 2021 tegen de omstreden grondwetswijzigingen van Netanyahu werden door Maccabi-fans met stokken en gebroken flessen aangevallen.

Dit weekend doken meer en meer beelden op van wangedrag van Maccabi-fans in Amsterdam. Voorafgaand aan de wedstrijd werden Palestijnse vlaggen van gevels getrokken, Arabisch uitziende locals en taxichauffeurs uitgedaagd, vergezeld van gezangen, bijvoorbeeld over waarom de scholen in Gaza dicht zijn (omdat er geen kinderen meer zijn).

Wie in deze heikele tijden dat gajes – Jiddisch-Hebreeuws voor uitschot – toelaat en vooral toelaat te provoceren, mag er zich niet over verbazen dat ander gajes zich geroepen voelt te reageren.

En wie het nu heeft over een pogrom en een Kristallnacht omdat vijf extreemrechtse dronken racisten in het koude Amsterdamse water werden geflikkerd, kan misschien eens overwegen om de militaire acties in Gaza als een genocide te bestempelen.

Column Kooivechter in De Morgen van zaterdag 9 november 2024

Kooivechter

Allemaal zaten ze er grandioos naast: de opiniemakers, de Amerika-kenners, de hobbypeilers, de professionele peilers, de politieke analisten. Het zou op zijn minst spannend worden en nadat heel lang Donald Trump het voordeel had, werd dat ineens in een aantal strijdstaten Kamala Harris. De mensheid met het hart op de juiste plaats kon weer hopen. Niet dus.

Voor u afhaakt en zich afvraagt wat dit met sport te maken heeft en waar deze column zich nu weeral mee bemoeit, één man (non white), een sportjournalist, had het juist. Meer zelfs, al maanden weet ik deze man op dezelfde nagel slaan, steeds harder, tot op een punt dat ik was afgehaakt met lezen nadat ik nog maar eens een nieuwsberichtje had binnengekregen over hoe Trump de jonge blanke mannen als een rattenvanger van Hamelen (gepikt van kolonel Roger Housen) achter zich wilde krijgen.

Zijn naam is Karim Zidan, Egyptenaar van geboorte, opgegroeid in Toronto waar hij politieke wetenschappen studeerde, bezieler van de website Sports Politika. Begonnen als journalist in gevechtssporten, raakte hij al snel geïnteresseerd in de intersectie van sport en politiek.

Hij woonde ook een tijdlang in Rusland tijdens onder meer de annexatie van de Krim. Dat feit, samen met de moord op oppositieleider Boris Nemtsov en de opkomst van de Tsjetsjeense dictator Ramzan Kadyrov, opende zijn ogen.

Naast bijdragen over hoe de politiek de sport misbruikte in The New York Times en The Guardian bleef hij de wereld van de brutaalste aller gevechtssporten trouw. Drie keer werd hij genomineerd voor sportjournalist van het jaar, dan nog bij de MMA godbetert.

Hoe die mixed martial arts en meer in het bijzonder de belangrijkste competitie, de UFC, een hoeksteen werden van het succes van Trump, dat heeft hij helemaal van naald tot draad voorspeld, onder meer in zijn driedelige podcast In The Red Corner.

Woensdagochtend Amerikaanse tijd begon Trump aan zijn overwinningsspeech. Nadat eerst Elon Musk was gepasseerd, vroeg hij een kalende man op het podium. Die trok meteen van leer. “Dit is wat er gebeurt wanneer de machine achter jou aankomt. Niemand kon hem stoppen, hij bleef maar vooruitgaan, hij gaf nooit op, hij is de grootste volhouder en de hardst werkende man die ik ooit in mijn leven heb ontmoet. Dit is karma, ladies and gentlemen. Hij verdient dit.” Heil Donald.

Die kale, ladies and gentlemen, was the one and only Dana White, president van de UFC, een vechtcompetitie waarvan de waarde door Forbes op 12 miljard dollar wordt geschat. UFC zit bij WME-IMG, tegenwoordig Endeavor, een mediabedrijf dat ook World Wrestling controleert en ooit uit het Trump-imperium de Miss Universe-verkiezingen kocht.

UFC is dan weer een afkorting die staat voor Ultimate Fighting Championship. UFC organiseert kooigevechten, in een zogenaamde octagoon of achthoek. Als u wilt piepen waar dit over gaat, probeer dan een search op Jon ‘Bones’ Jones en highlights.

U zult een zwarte man zien die als de beste kooivechter aller tijden wordt beschouwd en wiens specialiteit het is om mensen naar het canvas te trekken en daarna zolang op hun hoofd, lijf en leden, maar toch vooral hun hoofd te slaan tot het bloed in alle richtingen spat. Waarna de ref besluit dat het genoeg is en de dweilers de octagoon komen schoonvegen voor de volgende slachtpartij.

MMA is de favoriete sport van veel jonge mannen. Jaja, in de VS, hoor ik u denken. Wel, niet helemaal. Donderdag maakte ik kennis met mijn klas aan de VUB en vroeg ik wie hield van MMA. Er gingen toch wel meer dan tien vingers de lucht in, op een klas van vijftig. Ze lachten een beetje meewarig toen ik argumenteerde dat de finaliteit van een sport er nooit mag in bestaan om tot bloedens toe het licht uit de ogen van de tegenstander te slaan.

De bro’s van de gen Z en de millennials hebben Trump weer aan de knoppen van de wereldmacht USA geholpen, dat is een behoorlijk pijnlijke vaststelling. Dat was tactiek en een spin-off van die tactiek bestond erin om naast die blanke jonge mannen en de macho latino’s ook de grote UFC-achterban van jonge moslims te targeten.

Zij die Khabib Nurmagomedov of Islam Makhachev, allebei uit Dagestan, of andere moslimvechters zoals Belal Muhammad, een Palestijn, verafgoden, zouden zo worden overtuigd dat Trump de juiste man op de juiste plaats is die hun ‘waarden van echte mannen’ zou verdedigen.

De grootste en gemeenste politieke kooivechter aller tijden had het goed gezien. Kan het hem schelen dat straks de NBA- en WNBA-kampioenen niet naar het Witte Huis zullen komen. Die van de UFC zullen zich maar wat haasten.

Column Volley Vlaanderen in De Morgen van maandag 4 november 2024

Volley Vlaanderen

Het is wat met die sportbonden de laatste tijd. De grote voetbalbond moet besparen. De minder grote wielerbond moet ook besparen. Kan makkelijk, er is daar meer vet dan soep. En, groot voordeel, die nationale koepelbonden ontsnappen aan elke vorm van controle.

Iets andere koek is het met de Vlaamse sportbonden, waar Sport Vlaanderen kan ingrijpen. Atletiek Vlaanderen wil de topsportwerking herstructureren, rationaliseren en verhinderen dat ze al te drastisch moeten besparen, maar word tegengewerkt door het verzuilde veld. Sinds vorige week weten we dat het ook hommeles is, en nog geen beetje, in het kleine maar fijne volleybalwereldje.

Donderdag was er een algemene vergadering en daaraan voorafgaand een personeelsvergadering. Het ordewoord was niet dat de vergadering plaatsvond in de ene of andere zaal van het Eurovolleycenter. Neen, het personeel moest verzamelen onder aan de trap in de traphal.

Daar werden ze in twee groepen opgesplitst en zo ging het naar twee verschillende zaaltjes. In het ene vijf personeelsleden en in het andere de rest. De rest kreeg te horen dat hun vijf collega’s in het andere zaaltje jammer genoeg werd meegedeeld dat ze per direct werden ontslagen.

De vijf kregen op dat eigenste moment van de nieuwe algemeen directeur de boodschap: het spijt ons zeer maar het kan niet anders, maak uw bureau leeg, u hoeft niet meer te komen. Het is een scène die je verwacht op Wall Street, niet in het volleybal in Vilvoorde, niet met mensen die hun hele ziel en zaligheid geven om een sport vooruit te helpen.

Stel je voor. Je hebt een benoeming in het onderwijs maar je passie is volleybal. Je vraagt je detachering aan en gaat bij Volley Vlaanderen werken. Na x aantal jaar vraagt het onderwijs je te kiezen: komt je terug of blijf je weg? De passie is te sterk en je blijft weg, ondanks de veel meer uren en veel minder vakanties. En dan, op een donderdag, vind je jezelf terug in het verkeerde zaaltje. “Maak uw werkplek leeg en u hoeft niet meer te komen.” Vijf contractuele personeelsleden weg en één zelfstandige.

Nu, er moest iets gebeuren. De jaarrekeningen waren onverbiddelijk: de voorbije drie boekjaren is in totaal net geen 1,8 miljoen euro verlies gemaakt. In het coronajaar 2020 werd nog winst gemaakt. In de tien jaar daarvoor heeft het volleybal goed geboerd en werden gelukkig reserves aangelegd. Die reserves en bestemde fondsen zijn in twee jaar voor de helft opgegeten door het verlies.

Hoog tijd dat het tij werd gekeerd. Afhankelijk van wie je hoort krijg je verschillende analyses, maar een groot deel van de vuilnis wordt nu in de hoek geveegd van de vorig jaar ontslagen algemeen directeur Geert De Dobbeleer en zijn ‘grootheidswaanzin’ om de EK’s volleybal mee te organiseren in België.

Volgens insiders is dat laatste EK voor de vrouwen in augustus en september van vorig jaar alvast niet de grote oorzaak van de financiële put. Het personeel van de bond draaide weliswaar overuren op kosten van de bond, dat wel, maar voor het event zelf nam de externe promotor alle financiële risico’s voor zijn rekening.

Waar lag dan het paard gebonden? Vooral de kosten voor topsport swingen al jaren de pan uit. Twee getuigen zeggen hetzelfde. “De directeur topsport stelde zijn jaarplanning voor aan de raad van bestuur en aan het eind volgden twintig Excel-files waarin een kat haar jongen niet meer terugvond. Onze financieel bestuurder had geen enkele notie van Excel of van financiën. Alles passeerde. Zelfs wij in het veld zagen dat er aan overspending werd gedaan.”

Volley Vlaanderen had op dat moment een dubbel probleem. Enerzijds een compleet incompetente raad van bestuur, waarin geen enkel profiel met voldoende kwaliteiten om een complexe werking van zowel breedte- als topsport te beoordelen op haar merites en good governance. Dat is een oud zeer bij de meeste sportbonden dat heel moeilijk op te lossen is.

Anderzijds het gebrek aan financiële competenties in de administratie zelf. In maart 2023 schreef het boekhoudkundige adviesbedrijf SBB dat het wegvallen in 2021 van de vaste kracht op de boekhouding tot problemen had geleid. Zo keek SBB de rekeningen na van 2021 en vond dat het verlies niet de 35.000 euro bedroeg uit het jaarverslag, dat was nog te overzien, maar na ‘boekhoudkundige correcties’ was opgelopen 364.000 euro.

Een maand later trok het personeel zelf aan de alarmbel en waarschuwde Sport Vlaanderen. Sindsdien staat het volleybal onder curatele. Donderdag viel de eerste hakbijl. Eén op de drie van het personeel weg en de topsportwerking gehalveerd. Te vrezen valt dat dit niet zal volstaan.

Column Vinicius Jr. in De Morgen van zaterdag 2 november 2024

Vincius Jr.

‘Als Vinicius de prijs niet krijgt, dan behoort die aan Dani Carvajal toe. Omdat dit niet het geval is, respecteert de Ballon d’Or Real Madrid niet zoals het hoort. En Real Madrid komt niet als het niet wordt gerespecteerd.”

Dat was een beetje samengevat de verklaring. De boycot werd door Real Madrid in de nacht van zondag op maandag bekokstoofd en maandagochtend wereldkundig gemaakt.

Hoe Real-voorzitter Florentino Perez te weten is gekomen dat niet Vinicius Junior maar Rodri, nu van Manchester City maar nota bene een ex-speler van het gehate Atlético, de Ballon d’Or zou winnen, schijnt een raadsel te zijn. Er waren zogezegd maar twee mensen op de hoogte van wie had gewonnen, de hoofdredacteur van de organiserende krant L’Equipe en de productieleider van de uitzending.

Wie dat gelooft, heeft nog nooit een verkiezing meegemaakt. Zodra de stemmen zijn geteld wordt de uitslag gelekt. ‘Geheimen’ worden doorgaans door elk van de ingewijden aan minstens drie mensen doorgegeven. Vergezeld van: niet doorvertellen. En dat gaat zo maar door.

Nike geloofde op dat moment nog dat het rap-rap gouden schoentjes in elkaar moest flansen voor zijn ster op noppen, de insiders wisten beter. Rodrigo Hernández, 28 jaar en 1m91, was de uitverkorene.

Waarom Real Madrid vond dat Vinicius Júnior of in tweede instantie Dani Carvajal de prijs had moeten krijgen, ligt voor de hand. Real Madrid won de Champions League – met dank aan Vinicius – en Carvajal won die uiteraard ook en werd bovendien Europees kampioen met Spanje.

Alleen hebben de honderd of wat journalisten uit de honderd beste voetballanden van de wereld verder gekeken dan de prijzenkasten en zich wellicht ook laten leiden door het imago van de drie.

Rodri was de metronoom van Spanje en van Manchester City, dat dan wel de Champions League niet won, maar wel kampioen werd in Engeland. Rodri is ook de anti-ster, bescheiden, beleefd. Bij Villarreal bleef hij wonen in een studentenappartement terwijl hij voor een MBA studeerde. Later bij Atlético arriveerde hij nog in zijn tweedehandse Opel Corsa. Geen sociale media, vooral geen Instagram, Rodri is de klassieke pre-Beckham/Ronaldo-voetballer.

Carvajal is andere koek. Die wordt constant gesignaleerd in uiterst-rechtste nationalistische kringen en is een openlijke aanhanger van VOX, dat zijn roots heeft in fascistische Madrileense middens die nog altijd generalissimo Franco vereren. Met die achtergrond zit hij gebeiteld bij Real.

Vinicius heeft een dubbel probleem. Zijn haast permanente aanklacht tegen het racisme dat hem maar al te vaak te beurt valt is terecht en ook oprecht. Hij is jammer genoeg niet de enige die te klagen heeft.

Vorige zaterdag zijn tijdens de klassieker tegen Barcelona (0-4) de zwarte aanvallers van Barcelona – Yamal en Raphinha – racistisch bejegend door de Real-aanhang. Vinicius bleef stil. Het wordt een probleem als hij die strijd alleen op zichzelf betrekt en het doet voorkomen alsof hij het enige en grootste slachtoffer is.

Zie ook zijn houding op het veld. Fenomenaal snel en handig aan de bal, een mooie dribbelaar, wordt hij vaak te hard aangepakt. Maar evengoed speelt hij de kloon van Neymar en laat zich voor het minste vallen. De hele body language van Vinicius, als hij weer eens rechtklautert, straalt misprijzen en arrogantie uit, en wekt ergernis op. Precies het tegenovergestelde van Rodri.

Hijzelf had ook een verklaring maandag toen het Madrid-vliegtuig aan de grond bleef omdat hij de Ballon d’Or niet zou winnen. “Ze zijn er niet klaar voor.”

Waarvoor niet dan? Voor Real Madrid? Die wonnen zowat alle prijzen maandagavond, behalve dan de Ballon d’Or en de prijs voor beste speler van minder dan 21, de Kopa-trofee. Die ging naar Yamal.

Voor een Ballon d’Or voor Real Madrid? Deze eeuw won Real Madrid negen keer de trofee met zes verschillende spelers, onder wie Cristiano Ronaldo die hem vier keer kreeg. Deze keer hadden ze vier spelers in de eerste tien. Alleen geen enkele op één. Dat krijg je dan als je alle beste spelers in je club wil.

Niet klaar voor een Braziliaan misschien? Dat is al even geleden, dat klopt, van 2007 meer in het bijzonder toen Kaká hem won namens AC Milan. Maar eerder deze eeuw waren al Ronaldinho (Barcelona) en Ronaldo I (Real) aan het feest.

Of bedoelt hij niet klaar voor een voetballer van kleur? Dan moet hij het palmares maar eens bestuderen. Al in 1965 kreeg Eusébio de prijs. Daarna duurde het dertig jaar voor George Weah hem won, dat wel. Gevolgd door Rivaldo, Ronaldo (twee keer), Ronaldinho en Karim Benzema in 2022 (ook bij Real). Een voorspelling: in 2025 wint hij hem ook niet.

Column Atletiek Vlaanderen in De Morgen van maandag 28 oktober 2024

Atletiek Vlaanderen

Het is hommeles in het Vlaamse atletiekwereldje en dat is al een tijdje. Vorige week hoorden we ervan omdat Jacques Borlée leegliep in Het Nieuwsblad. Hij had het helemaal gehad met de Hollandse dictatuur: Rutger Smith en Bram Peters, weg ermee. Nou nou.

Borlée kreeg destijds onderdak in Vlaanderen – bij de bond Atletiek Vlaanderen en dus ook bij het betoelagend agentschap Sport Vlaanderen – nadat hij zich onmogelijk had gemaakt bij de Franstalige afdeling van de Belgische atletiek. En voor de volledigheid, hij is de estafettecoach die met de Belgian Tornados ettelijke finales liep en medailles won. Na de Spelen van Parijs gaf hij die bevoegdheid terug, maar blijkbaar wil hij nog zijn zegje doen over wie hem opvolgt en niet alleen daarover. Zo ambieerde hij plots een nieuwe carrière als voorzitter van de Franstalige atletiekfederatie maar werd niet verkozen.

Sindsdien is hij op oorlogspad en hij heeft een aantal trainers meegekregen. Drieëntwintig onder hen hebben een open brief ondertekend met klachten over de werking en vooral de plannen van Smith. Daaraan werd de eis gekoppeld om estafettecoördinator Peters te ontslaan. In een krant schreef een commentator dat de nieuwe minister van Sport van bij haar aantreden een crisis op haar bordje kreeg die haar aandacht mocht krijgen. Mijn advies aan de minister van Sport Annick De Ridder: laat ze maar eens goed ruziemaken, ze hebben daar een patent op in die sport vol van ego’s, en bekijk het voorlopig van een afstand.

De plannen van topsportcoördinator Smith zijn verregaand, bruuskeren wellicht her en der, maar het alternatief is aanmodderen zoals er al dertig jaar wordt aangemodderd en geld verspild. Verandering roept altijd weerstand op en de plannen van Smith om te centraliseren in Gent, kennis te bundelen en daardoor meer middelen vrij te maken voor de omkadering van de topatleet houden steek.

Dat is ook de houding van Sport Vlaanderen en de reactie van de voorzitter van Atletiek Vlaanderen Gery Follens. Die wees erop dat de hele operatie in het belang van de atleet en de sport is, dat er nog overleg zal worden gepleegd. Hij voegde er fijntjes aan toe dat het geen toeval is dat de meeste ondertekenaars in het verleden langs de kassa zijn gepasseerd en misschien bang zijn dat dit in de toekomst enigszins zal veranderen.

De Vlaamse atletiek mag dan een recordaantal atleten hebben gehad op de Olympische Spelen, dat betekent niet dat er efficiënt is gewerkt. Atletiek in Vlaanderen was en is een verhaal van eilandjes, met als eerste doel aan genoeg middelen geraken om in hun eigen kleine hoekje hun eigen topsportentiteitje te onderhouden.

Atletiek is een individuele sport, maar hier is sprake van extreme versnippering en die heeft haar roots in het verleden. De baronieën van weleer zijn niet weg. De grootste baronie en geldverspilling heette destijds Atletiek Vlaanderen en bestond als parallel subsidieproject voor wie niet goed genoeg was om als topsporter bij de Vlaamse Atletiekliga (VAL) betoelaagd te worden door Bloso, later Sport Vlaanderen. Atletiek Vlaanderen verloor uiteindelijk zijn subsidies, werd opgeheven en later nam de VAL de naam Atletiek Vlaanderen over.

Blijkbaar is er nadien weinig veranderd als je de bevoegde instanties mag geloven. Her en der in het land ontstonden trainingsgroepjes met elk hun eigen omkadering en financiering. Gevolg: haast permanent geweeklaag over te weinig middelen. Soms gunden ze elkaar het licht in de ogen, soms keken ze elkaar niet aan en evenveel keer bestreden ze elkaar.

De weerstand tegen één topsportcentrum in Gent is kortzichtig. Als dat in Frankrijk en in Nederland in één centrum kan, dan zeker in Vlaanderen. De weerstand tegen Smith en de Nederlandse estafettecoach die hij aantrok is dan weer zielig en heeft meer te maken met de Belgische aversie voor ‘Ollanders’ dan bekommernis om het topsportbeleid.

De weerstand is overigens niet unaniem. Een aantal trainers heeft die brief maar deels ondertekend, een aantal anderen integraal. Onder de ondertekenaars zijn er die met Franstalige toppers werken en dus niet betrokken zijn. Of die gepensioneerd zijn. Of die destijds royaal uit vier verschillende ruiven aten. Die zouden allemaal beter zedig zwijgen.

Het argument dat een goed functionerend systeem nu overboord wordt gegooid is compleet naast de kwestie. Overigens, dat ‘goed functionerend systeem’ heeft één medaille opgeleverd (neen, we gaan Bashir Abdi echt niet meerekenen): de zevenkampster Noor Vidts. Zij en haar trainer Fernando Oliva (geen ondertekenaar) zien er alvast geen graten in om de switch naar Gent te maken.

Column Kwaliteit in De Morgen van zaterdag 26 oktober 2024

Kwaliteit

Vincent Kompany ligt onder vuur in Duitsland na de 4-1-nederlaag in en tegen Barcelona. Een week eerder klonk het nog dat ‘Kompany Ball’ het land aan het veroveren was, München en Beieren en daarbuiten deed heropleven. Das heitere Fussball (het vrolijke voetbal) was terug.

Oké, 4-1 is een zeperd, zonder meer, en voor de scorebordjournalistiek een aanleiding om alles meteen weer in vraag te stellen. Het helpt natuurlijk niet dat de stemmingmakerij begint bij de grootste krant van het land. Dat is ook de lelijkste, slechtste en gemeenste krant van Duitsland, die van onrust zaaien en ophitsen een uniek verkoopargument heeft gemaakt. Daarin is Bild geniaal.

4-1 verlies of niet, Bayern was echt sterk in Barcelona, het is niet anders. De 1-0 in minuut één had niet hoeven te vallen. Die had ook niks te maken met tactiek of naïef verdedigen, maar was het gevolg van een positionele fout. De 1-1 van Harry Kane was een knieschijf buitenspel. Die werd afgekeurd, maar daarna scoort Bayern wel een echte en verdiende gelijkmaker, weer van Kane, om vervolgens de bal op te eisen en Barcelona aan banden te leggen.

De 2-1 was een kantelmoment. Er was die niet eens subtiele duwfout op een Bayern-verdediger waarvoor de VAR altijd moest ingrijpen en die had een honderdprocentkans tot gevolg. Pech voor Bayern: de op revanche beluste Robert Lewandowski legde hem proper voorbij Manuel Neuer. Dat was om gek van te worden.

De rest van de wedstrijd was samen te vatten als: Bayern speelde best verdienstelijk, nam wat risico maar ook niet overdreven veel om ten minste op die 2-2 te komen na dat staaltje boerenbedrog, maar Barcelona was bij momenten geniaal en zijn efficiëntie was buitenaards.

In het begin van de tweede helft verscheen een statistiekje in beeld. Schoten op doel: drie voor Barcelona en vier voor Bayern, dat dubbel zoveel doelpogingen had. Toen stond het 3-1 voor Barcelona. Drie keer tussen de palen, drie keer binnen, dat is een mix van geluk en kwaliteit.

Voetbal is een raar spel, vandaar ook de aantrekkelijkheid. Het is vooral een raar spel omwille van de lage score, waardoor geluk en toeval een grotere rol spelen dan in welke andere sport ook, kleurenwiezen uitgezonderd.

Maar er is meer: voetbal is par excellence het balspel waarin momentane kwaliteit maximaal wordt beloond. Kwaliteit, zoals in één, twee, drie acties van Raphinha. Helemaal niet zeker dat Raphael Dias Belloli (zijn echte naam) die één, twee, drie acties vanavond tegen Real Madrid niet gewoon de nek zal omwringen, maar dat doet er nu even niet toe.

Hij deed het wanneer het moest, momentaan dus, dat is een onderdeel van het soms niet te vatten begrip kwaliteit. Momenten van kwaliteit zijn in geen enkele andere sport zo bepalend voor het eindresultaat als in voetbal.

Een tennisser kan een magistrale passeerslag slaan en toch nog twee punten later het spelletje, de set en de wedstrijd verliezen. Een basketbalspeler kan tien keer na elkaar de boel op een hoopje spelen, open doekjes ontvangen, maar zijn ploeg kansloos zien verliezen. Het Luka Doncic-syndroom, zeg maar. Idem voor de volleybalspeler: twee keer na elkaar naast het blok in de driemeterlijn gespijkerd, maar vervolgens een service in het net en set verloren.

Woensdag waren Raphinha en Barcelona een en al kwaliteit. Die 4-1 was van een zelden gezien meesterschap. Hoe hij de fantastische cross van Lamine Yamal (nog maar zeventien!) uit de lucht haalde met zijn borst, daarbij geen tiende van een kilometer snelheid verloor en dan de bal droog weglegde.

Kompany heeft zich niet verdedigd met de argumenten die hierboven staan opgelijst, omdat hij weet dat in het bij uitstek cynische voetbal alleen het eindresultaat telt. Hij nam het op zich en viel zijn team niet af, hoewel hij ook op het verschil in kwaliteit bij de spelers had kunnen wijzen.

Kwaliteit, en liefst één of meer bijzondere kwaliteiten, zijn ook criteria in de rekrutering van jonge voetbalspelers, meer dan in welke andere sport ook. Donderdagavond was daar een staaltje van te zien op AA Gent. Een Gentse counter werd kwalitatief (niveau Barcelona) opgezet en uitgespeeld, tot het moment dat de aanvaller oog in oog kwam met de doelman en de tweehonderdprocentkans vakkundig (niveau provinciale) de nek werd omgewrongen.

De hamvraag voor veel trainers is: kun je kwaliteit trainen? Het antwoord is neen. Je kunt herhalen en nog eens herhalen en de speler suf trainen op automatismen, maar de kwaliteit om de juiste beslissing op het juiste moment, met de juiste vaardigheden te nemen, lijkt talent en dat is grotendeels aangeboren.

Column ‘Pas tous Remco’ in De Morgen van maandag 21 oktober 2024

Pas tous Remco

Het oog viel dit weekend op het verhaal van Gabriel Berg, van wie ik nog nooit had gehoord. Het is een monoloog, een getuigenis van een achttienjarige renner die voor het Devo-team van Soudal-QuickStep reed. Twee dingen zijn belangrijk in de zin hiervoor: achttien jaar en de verleden tijd van rijden, reed. En de timing: wegwielrennen stopte dit weekend, dus het kon nog net.

Dienstmededeling vooraf, kwestie van verder te lezen of niet: Berg mag dan een wielrenner zijn, hij gaat niet dood, althans niet fysiek.

Berg woont in Argenteuil, dat ligt ten westen van Parijs, in de betere banlieues. Zijn trainingsparcoursen – ik zie ze zo voor mij – lagen in het bosrijke gebied in het zuidwesten en onder Parijs, met die heerlijk mooie vallei van de Chevreuse. Wellicht keerde hij graag terug via Versailles, effe langs het kasteel en dan nog twintig kilometer naar huis.

Die ritjes deed hij ontelbare keren met vrienden en hij werd erg goed in het met de fiets rijden. Zo goed dat hij op de radar kwam van de scoutingteams van de professionele ploegen. Soudal-QuickStep heeft die ook, weze dat het team uit één man bestaat die elke jongen in Europa heeft gespot die op twee wielen iemand uit de wielen kan rijden.

Johan Molly, Molly voor de vrienden, rekruteerde Berg voor zijn ploeg. “De ontdekker van Julian Alaphilippe kwam mij halen!” Weer een groeidiamant, uit de mijnen gehaald nog voor de concurrentie hem had opgemerkt.

Berg was zeventien toen hij zijn contract tekende met het jongerenteam van Patrick Lefevere. Hij was net achttien toen hij met de ploeg samenkwam en binnenstebuiten werd gekeerd. Hij schrok van het sérieux. Hij werd gemeten, kreeg schema’s mee, hoorde geregeld een trainer en kreeg een wedstrijdprogramma. Als hij voedingsadvies of een arts nodig had, die stonden ook klaar.

Hij keerde terug naar huis met een fiets van Specialized, met daarop zijn naam. Voortaan trainde hij verplicht in de SQS-kleuren. Hij was trots, verdiende als student nog eens 450 euro per maand en had uitzicht op een echte profcarrière. “Iedereen bekijkt mij in de vallei van de Chevreuse.”

Al snel in zijn getuigenis weet je hoe het eindigt. Jawel, hij heeft er inmiddels de brui aan gegeven. Juli van dit jaar was cruciaal. “Ik ben achttien jaar en ik stop. Mijn lichaam is gehavend, ik heb littekens voor het leven. Ik heb in juli een koers gereden en vier valpartijen in tien kilometer gezien. Ik ben een beetje bang geworden. En toen raakte ik zelf geblesseerd op training. In de kliniek hoorde ik van de dood van Thomas Bouquet, een ex-ploegmaat (verongelukt op training in een haarspeldbocht, HVDW). André Drege was ook net gestorven tijdens de Ronde van Oostenrijk, die kende ik van in het peloton. Ik had in hun plaats kunnen zijn.”

Er is meer aan de hand dan angst voor de val, de pijn en eventueel de dood. Dat lees je verder in zijn monoloog. “Mijn leven was de fiets geworden. Op mijn achttiende was ik daar niet klaar voor, ik had niet de maturiteit om alles opzij te zetten voor de fiets. Ik heb mijn passie niet kunnen omzetten in werk.”

In mei reed hij nochtans erg goed en kreeg hij overal te horen dat hij zeker zijn kans zou krijgen in de WorldTour, was het niet bij Lefevere dan ergens anders. “Ik moet aan verwachtingen voldoen. Ik rijd tenslotte voor een topteam. En het zeggen aan mijn vader dat ik wil stoppen, dat wordt ook lastig. Hij heeft altijd mijn mooi materiaal betaald.”

Er is nog meer. Hij studeert. Aan de Sciences Po. Ook daarvoor is hij gerekruteerd, of althans aanvaard op basis van bewezen capaciteiten. Berg moet een slimme zijn. Te slim? Niet iedereen mag daar beginnen. “Ik krijg aparte roosters op maat. Ik studeer, maar ik zie niemand. Ik heb geen sociaal leven meer. Ik heb dit jaar alleen genoten toen ik in een maand vrijaf weer met de vrienden op de fiets door de Chevreuse kon rijden. Herbeginnen met wedstrijden was met tegenzin.”

De laatste paragraaf van zijn verhaal: “Onze sportief directeur Dries Devenyns is mijn fiets komen halen. De rest van mijn spullen van de ploeg mocht ik houden. Ik ga een amateurlicentie nemen. Ik heb geen spijt: on n’est pas tous Pogacar, pas tous Remco.”

Van rancune is geen sprake. Hier spreekt een man, een jongen nog, die een beetje van zijn jeugd terug wil. “Bij het team waren ze heel begrijpend. Ik ben deze ochtend nog gaan rijden, in Soudal-QuickStep-outfit. Misschien probeer ik het over een paar jaar nog eens.”

Vanavond is er een gesprek gepland tussen de ploegleiding en Berg, kwestie van alles in een goede verstandhouding af te sluiten.

Column Mbappé in De Morgen van zaterdag 19 oktober 2024

Mbappé

Het zal misschien al zijn opgevallen, maar L’Equipe lezen behoort hier thuis tot de geplogenheden van de vroege ochtend. Ooit op dat gele papier, vandaag ’s ochtends aangeleverd in een digitale wip.

Van een wip gesproken, en geen digitale, dat is waar de affaire-Mbappé om draait. Als u onder een steen zat de laatste week, stervoetballer Kylian Mbappé is redelijk verdacht in Zweden. Van wat weten we niet, maar hij heeft seks gehad en er zou een klacht zijn neergelegd voor viol, aldus de Franse pers, verkrachting dus.

De voorbije dagen bracht de sportkrant L’Equipe ook verslag uit over de zaak rond Mbappé. Meer zelfs, het stuurde een reporter naar Stockholm om het traject van KM9 in kaart te brengen.

Donderdag stond in de krant een plannetje van de Stockholmse binnenstad. Leuke fietsvriendelijke stad, echt een aanrader. De bezienswaardigheden waren plots niet langer het Kungliga Slottet in de oude stad, of het Vasamuseum met die gezonken en weer opgeviste boot, en ook niet het ABBA-museum.

Bank Hotel, Chez Jolie en V, dat zijn de hotspots voor de Fransen. In Bank Hotel heeft Mbappé gelogeerd, bij Chez Jolie gegeten en in V, een discotheek, gedanst, gedronken en wie weet wat nog allemaal, wat ons eigenlijk niet aangaat, tenzij er oneerbare dingen zijn gebeurd.

Gisteren stond op pagina vijftien een verhaal over die discotheek V. Ze hadden een Fransman gevonden die er al eens was geweest en die wist te vertellen dat de club tegelijk intimistisch en gezellig was met verschillende barretjes en aparte ruimtes, zoals ook het zaaltje – de pingpongzaal zowaar – die door Mbappé zou zijn afgehuurd om een intiem feestje te bouwen.

Inmiddels is ongeveer alles geweten van die citytrip van Mbappé. Die had trouwens al voor de kwalificatie ‘redelijk verdacht’ de lading gekregen van een escapade. Dat kwam omdat Mbappé bij zijn mede-internationals had moeten zijn in plaats van in Stockholm, onder meer om tegen België te voetballen, maar hij had geen zin, was een beetje moe en een beetje geblesseerd en daarom kreeg hij vrij.

Op 9 oktober landde de Embraer Legacy 550, zijn privéjet, in Stockholm. Op 11 oktober om 14u17 vloog de jet naar Corsica. Zondag 13 oktober ging het dan aan het einde van de namiddag naar Le Bourget bij Parijs en op maandag vloog de Embraer met Mbappé naar Madrid. Toen was al bekend, met dank aan de Zweedse boulevardpers, hoeveel stof zijn passage in Stockholm had doen opwaaien.

En CO2 had uitgestoten, dat rekende L’Equipe ons ook voor. De jet had 6.600 kilometer gevlogen en daarbij 25 ton CO2 in de atmosfeer geblazen. Een gemiddelde Fransman zou jaarlijks 10 ton uitstoten, stond nog in het artikel. Foei Mbappé.

We weten nu wat hij heeft uitgestoten, maar nog niet wat hij heeft uitgespookt. We weten wel dat hij die avond in gezelschap was van onder meer zijn lijfwacht, van Nordi Mukiele (voetballer van Bayer Leverkusen, uitgeleend door PSG) en van een vrouw die voorlopig alleen een voornaam heeft. Ze heet Yaelle en is zijn personal assistant die alles regelt voor hem. Yaelle is een vriendin van Mbappés moeder Fayza Lamari, die ook zijn makelaar is. Haar taak is hem op tijd overal binnen en buiten te krijgen, want Mbappé is een notoir warhoofd, alle verplaatsingen te regelen en ten slotte iedereen te scannen die te dicht in de buurt komt. Ik heb een foto gezien van Yaelle – ze kan makkelijk dienen als tweede bodyguard.

De hele trip zou meer dan 150.000 euro hebben gekost aan Mbappé, dat weten we inmiddels ook, maar we weten nog steeds niet of er van die klacht iets aan is. Als het een sof wordt en daar lijkt het voorlopig op, heeft Mbappé alvast het geluk dat hij Zweden is uitgeraakt.

Begin deze zomer waren de Franse rugby-internationals Oscar Jégou en Hugo Auradou in Mendoza opgepakt omdat tegen hen klacht was neergelegd door een 39-jarige Argentijnse met wie ze seks hadden gehad. Verkrachting met buitensporig geweld, luidde de aanklacht. Er bleek niks van aan, de vrouw was uit op geld. Op 18 oktober besloot het Argentijnse gerecht om de klacht te seponeren, zich te excuseren voor de overlast, en pas dan mochten de twee Fransen naar huis.

Ik heb in de eerste plaats te doen met alle vrouwen en meisjes die geweld – al of niet seksueel – moeten ondergaan, laat daar geen twijfel over bestaan. Tegelijk heb ik ook te doen met topsporters die ook weleeens van bil willen en dat niet kunnen zonder dat hun persoonlijke assistent de gegadigde screent, onderzoekt op ziektes, een NDA laat ondertekenen en desgevallend de daad filmt.

Column Rule Britannia in De Morgen van maandag 14 oktober 2024

Rule Britannia

Waarover zou Sir Jim Ratcliffe zich dezer dagen de kop breken, denkt u, en waar zou hij zoal uithangen?

Niet over de problemen binnen zijn wielerteam met de wilskrachtig weerbarstige Tom Pidcock en dus was hij dit weekend niet aan het Como-meer.

Ook niet over de vraag of die door hem zo sympathiek bevonden Erik ten Hag al dan niet de beste coach is voor Man United en dus was hij ook niet in Manchester.

Ineos is een industrieel concern met sportbelangen in voetbalclubs als Man United, FC Lausanne Sport en OGC Nice, heeft een flinke vinger in de pap bij het F1-team Mercedes, is hoofdsponsor van het Nieuw-Zeelands nationaal rugbyteam, de All Blacks, en van het NN Running Team met Kipchoge. Daarnaast is Ineos de enige eigenaar van wielerteam Ineos-Grenadiers en van de Ineos Britannia III.

Dat laatste project, een zeilboot, probeert sinds zaterdag de oudste sporttrofee van de wereld te winnen namens Groot-Brittannië. Zodoende hangt Sir Jim Ratcliffe – marktwaarde ongeveer 15 miljard euro – al een tijdje nagelbijtend rond in Barcelona.

In 1851 waren de Britten samen met de Amerikanen de twee enige stichtende leden van een zeilwedstrijd die moest uitmaken welk land de meest performante vloot had. De Britten verloren meteen de eerste editie en konden ook in de 173 jaar nadien nooit winnen.

De wedstrijd wordt gevaren tussen twee boten, het zogeheten match racing. De laatste keer dat een Brits ‘syndicate’ in de buurt kwam van de trofee was in 1964 toen de Sovereign kansloos verloor van de Amerikanen van Constellation. Daar moest verandering in komen. Rule Britannia, Britannia rules the waves, maar dan echt, zo vond Jim Ratcliffe en hij maakte 130 miljoen euro zakgeld vrij om een competitieve boot te bouwen.

Voor de 36ste editie had hij al eens een boot, maar die voldeed net niet en werd toen in de halve finale geklopt door de Italianen die deze keer wel het onderspit moesten delven. Deze Britse AC75, de Britannia III, werd mee ontwikkeld door Mercedes-ingenieurs. De 37ste America’s Cup tussen de Nieuw-Zeelandse titelverdediger Team Emirates en de Ineos Britannia kondigde zich daardoor aan als de spannendste van de laatste edities.

Voor de tweede opeenvolgende keer wordt met AC75-boten gevaren. Die zijn exclusiever dan F1-auto’s. Van de AC75, speciaal ontwikkeld voor de America’s Cup, vandaar AC, bestaan er maar veertien in de hele wereld. Het substantief boot doet de AC75 redelijk wat oneer aan.

In het echt zijn het eerder hoogtechnologische watervliegtuigen die boven het water scheren. Als het u interesseert – het zou u moeten interesseren als u om topsport geeft – kijk dan eens op de site van America’s Cup. Of op YouTube. Ook de NOS toont beelden.

Aan spektakel geen gebrek. De AC75 is een monohull (één romp) met aan de zijkanten vleugels, de inklapbare hydrofoils. Het hoeft niet eens heel hard te waaien vooraleer die boten zich uit het water heffen. De hoogst gemeten snelheid van een AC75 lag net boven de honderd kilometer per uur.

De Nieuw-Zeelandse boot heet de Taihoro, wat in het Maori betekent ‘zo vloeiend als de zee tussen aarde en hemel’. Bijna was de vloeiende Taihoro er niet meer. Toen die in augustus na een oefenrace uit het water werd getild, begaf de kraan het en plofte de boot van honderd miljoen van zeven meter hoog terug in het water waardoor de romp werd beschadigd.

De America’s Cup is een competitie met meestal meer spanning vooraf dan wanneer de boten op het water liggen. Ook intriges maken deel uit van het scenario, niet het minst omdat de titelverdediger de plek waar wordt gezeild, het boottype en de reglementen mag kiezen. Zo verordonneerde titelhouder Nieuw-Zeeland voor deze editie dat de titelverdediger mocht deelnemen aan de eliminatiewedstrijden vooraf.

Dat is voor het eerst. Alle vorige edities kwam de titelverdediger die automatisch geplaatst was voor de finale, pas in die finale in actie. Nu konden de Kiwi’s rustig mee warmdraaien. Dat vond met name de Engelse skipper Ben Ainslie (de meest gemedailleerde olympische zeiler ooit met onder meer vier keer goud) maar heel raar.

Met Ainslie hebben de Nieuw-Zeelanders, die deze eeuw drie van de zeven edities wonnen, nog een eitje te pellen. Ainslie kwam in de Cup van 2013 de tacticus vervangen van Team Oracle toen die 8-1 in het krijt stonden tegen de Nieuw-Zeelandse boot. De Amerikanen wonnen de spannendste editie ooit met 9-8, met dank aan het genie van een Brit.

Of dat genie voor deze editie zal volstaan is maar de vraag. Na twee dagen racen staat het 3-0 voor de Nieuw-Zeelanders. Wie het eerst zeven keer als eerste finisht, wint de trofee.