Column Vamos Espana in De Morgen van zaterdag 13 juli 2024

Vamos Espana

Zondagavond om 21 uur spelen Spanje en Engeland de finale van het Europese kampioenschap voetbal 2024. Spanje werd dan wel niet bij de heel directe topfavorieten geklasseerd, voor aanvang was het een outsider waarmee rekening moest worden gehouden.

De halve finales hebben gebracht wat we van halve finales mogen verwachten: redelijk en bij momenten erg goed spel, afgewisseld met belabberd en saai voetbal. Het redelijke en goede overheerste, en dat was de verdienste van twee landen: Spanje en Nederland. Omdat die wilden voetballen, gingen ook Frankrijk en Engeland erin mee.

Spanje werd daarvoor beloond, Nederland niet, maar je moet al een hele fanatieke Nederland-fan zijn om niet toe te geven dat de Engelsen toch net dat ietsje meer hadden, getuige daarvan de actie van de ingevallen spits Ollie Watkins. Vergeleken bij dat kantje psychopathie van de ook ingevallen Wout Weghorst, dan weet je het wel.

Dat Nederland zo ver geraakte, heeft het trouwens te danken aan de Rode Duivels die nalieten om eerste te worden in hun groep, waardoor Oranje tegen het verrassende maar lang niet verrassend goede Roemenië mocht in de achtste finale.

Sommigen commentatoren en analisten vinden Euro 2024 een goed toernooi. Dat is wellicht het gevolg van een vooringenomenheid ingegeven door nabijheid. Omdat de baas een mooi hotel betaalde, met andere woorden, en ze volgende keer weer willen. Dit is natuurlijk geen goed EK geweest en als het zondagavond geen 10-9 wordt na verlengingen zal die laatste wedstrijd daar weinig aan veranderen.

Tot de finale is maar 2,28 keer per wedstrijd gescoord, een half doelpunt minder dan in 2021 toen het EK 2020 een jaar te laat werd afgewerkt. 2,28 is het laagste gemiddelde van deze eeuw, op de editie van 2016 na (2,12). Op dat verschil tussen 2021 en 2024 is niet direct een vinger te leggen. Is dat het gevolg van een postcovideffect? Of is het vele reizen tussen de elf verschillende speelsteden in elf verschillende landen in 2021 de oorzaak?

Nog een statistiek is die van het balbezit. Opvallend volgens de fetisjisten van de statistieken: de vier halvefinalisten waren allemaal teams die meer dan de helft van de tijd de bal claimden. Dat is het voorbeeld van slecht gebruikte data. Balbezit is de kwestie van de kip of het ei. Hebben ze zo vaak de bal en raakten ze daardoor zo ver? Of waren ze gewoon beter dan de anderen, geraakten eerder ver door hun surplus aan kwaliteit en hadden daardoor automatisch zo vaak de bal?

Overigens heeft het team met het meeste balbezit over het hele toernooi de duimen moeten leggen in de kwartfinale: Portugal had over alle wedstrijden 66,6 procent balbezit en dat betekent elke twee van de drie minuten. In de kwartfinale tegen Frankrijk hadden ze ook nog 60 procent de bal, maar ze verloren omdat hun doelman die een ronde eerder drie strafschoppen had gestopt er in deze strafschoppenserie geen enkele kon pakken. Voetbal, de grootste toevalsport die de mens heeft uitgevonden.

Wat ben je met balbezit als je zoals Portugal in de knock-outfase geen enkele keer kunt scoren? Idem voor juiste passes. Duitsland scoorde daarin het hoogst: 91,2 procent aangekomen passes is ook een record. Statistieken zijn gevaarlijk als men ze los ziet van de wedstrijden van de tegenstand. Tegen Spanje was die passnauwkeurigheid maar 84 procent. Ook de Spanjaarden bleven steken op een voor hen lage 86 procent.

Spanje blonk dan wel weer uit in de kolom balls recovered: 65 tegen 50 in de wedstrijd die het won tegen Duitsland, voor een totaal van 255 over het hele toernooi, een record. En wat doet Spanje met die gerecupereerde ballen? Aanvallen. In zijn geval 1.349 keer de bal raken in het aanvallende derde van het veld, 180 keer meer dan Engeland.

De Engelsen veroverden vijf ballen minder en liepen toch 2,5 kilometer meer per wedstrijd. Wat Spanje doet met de bal wordt wellicht bepalend voor de finale. Het schoot in die eerste zeven wedstrijden 108 keer op doel tegenover 66 keer voor Engeland. Zevenendertig Spaanse doelpogingen belandden binnen het doelkader, het dubbele van Engeland; ze scoorden dan ook dubbel zoveel goals.

Spanje is met afstand de aanvallendste ploeg van dit toernooi. Vamos España daarom, in het belang van het voetbal. Als Spanje de buitenspelers Nico Williams en Lamine Yamal in stelling kan brengen, dan is Engeland eraan voor de moeite. Het verdeelde Spanje dat een Europese titel cadeau krijgt van twee jongens met Afrikaanse roots, beiden op dit toernooi jarig (22 en 17 geworden), afkomstig uit separatistische regio’s die tegen La Roja supporteren, dystopischer wordt het voetbal niet.

Column Evenpoel SWOT van maandag 8 juli 2024 in De Morgen

Evenpoel SWOT

(Met voorspellingen waarvan er voorlopig twee compleet naast zitten 😉

Van de drie grote sportzomervragen is er al één beantwoord. Gaan de Rode Duivels Europees kampioen worden? Neen, dat gaan ze niet. Reden: te lam om hun poot te zetten in de groepsfase, waardoor ze tegen Frankrijk moesten.

Voor vraag drie is het nog te vroeg. Die luidt: gaat het Belgian Olympic Team het record van zeven olympische medailles van Tokio verbreken in Parijs? Het ziet er goed uit. We gaan met meer atleten dan ooit naar de Spelen: 164 om precies te zijn, evenveel vrouwen als mannen.

Vooral vraag twee brandt nu op eenieders lippen. Die luidde aanvankelijk: zal onze Remco een rit kunnen winnen in zijn eerste Tour de France en hoe hoog kan hij eindigen? Na één week Tour (dit stukje is gepleegd voorafgaand aan de etappe van gisteren over de Franse route blanches) heeft Evenepoel inmiddels een rit gewonnen – de tijdrit – en hij staat tweede.

En dus, welaan dan maar, een herwerkte vraag: waar op het podium zal onze Remco eindigen en kan dat op het hoogste schavotje? Het onuitgesprokene werd toch uitgesproken, vooral dan door de volgers in de Tour van wie geen enkele ooit een Tour heeft beleefd waarin Belgen kansen hadden op het podium. Erger nog, de meeste journalisten en ander volgerstuig moesten nog geboren worden toen Lucien Van Impe in 1976 als laatste Belg een Tour won. Begrip dus voor hun extase.

Jawel, Remco Evenepoel kan deze Tour winnen. Dat kan bijvoorbeeld op zijn Evenepoels, met een van die begenadigde dagen waarin hij het hele veld aan gort rijdt. Of dat kan met een dosis geluk aan zijn kant en pech aan de andere kant, een beetje zoals hij destijds de Vuelta heeft gewonnen.

Voor dat laatste scenario zal meer nodig zijn dan een Primoz Roglic die op een cruciaal moment uitvalt. De situatie is ook anders: Evenepoel leidde in die Vuelta van 2022 geheel op eigen krachten in het algemeen klassement toen Roglic ten val kwam.

Het recept om een Tour winnen is poepsimpel: in alle ritten oplettend zijn, in de bergritten geen slechte dag kennen, vol gaan in de tijdritten, af en toe zelf de tegenstand op tijdsachterstand zetten en ten slotte: recht blijven.

Evenepoel heeft twee grote rondes uitgereden, twee keer de Vuelta. Laten we hem eens swotten, zonder in te gaan op de T van threats of bedreigingen, want die zijn er niet als je een godenkind bent.

Zijn sterkste punt is zijn tijdrit, maar die laatste tijdrit van 33 kilometer is een minibergrit met tien kilometer klimmen, elf kilometer meestal technisch dalen en de rest is plat. Die wint hij in principe niet.

Een ander sterk punt is uiteraard zijn grote motor en zijn onbevangenheid. Die onbevangenheid kan je meteen bij de opportuniteiten – de O van SWOT – klasseren. De rest vertrouwt hem niet als hij het zot in zijn kop krijgt. Voor het eerst sinds lang is er iemand die als een vrijbuiter de Tour helemaal op zijn kop kan zetten.

Zijn zwakke punten dan. Ten eerste zijn daaltechniek. Hij kan verdomd goed dalen, maar Pogacar, Vingegaard en Roglic dalen beter. Zijn explosiviteit… Evenepoel springt niet weg, zoals Pogacar, hij rijdt weg. Zoals Vingegaard, maar die kan dat (in zijn beste vorm) nog beter, nog harder en vooral nog langer.

Zijn andere zwakke punt zit (zat?) tussen de oren. Als Evenepoel het gevoel heeft dat hij minstens evengoed is als de rest, krijgt hij vleugels. Voelt hij dat die anderen er ook wat van kunnen en misschien zelfs sterker zijn, gooide hij tot nog toe snel de handdoek.

Het probleem met dit stukje en alle andere voorafnames zoals het redelijk gedurfde “Evenepoel kan nog beter worden, maar Pogacar…?” van de VRT-radiomannen, is dat we amper een weekje Tour hebben gehad.

Het zwakste punt, daar kan hij niets aan doen: hij komt op onbekend terrein. De Vuelta van 2022 was niet de helft zo lastig als deze Tour. Hij mag dan kilo’s zijn verloren en zal er nog een paar kwijtspelen, hij is geen klimmer pur sang. Hoe zal het allrounderslichaam van Evenepoel reageren op de lange slooppartij die de Tour is? Wat als hij een mindere dag heeft zoals in de Vuelta van 2023? Let op, ze moeten ook nu weer over de Tourmalet.

Even kijken wat er nog komt: volgende zaterdag aankomst bergop in Saint-Lary-Soulan, zondag op Plateau de Beille. In de laatste week volgt nog een bergrit, een zware heuvelrit en nog twee bergritten met drie aankomsten op een berg. Daarna nog die tijdrit.

De Tour moet nog beginnen. Voorspelling voor zondag 21 juli: 1. Vingegaard, 2. Pogacar, 3. Roglic. Evenepoel eindigt ergens tussen vijf en tien. Of hij is na een complete offday uitgestapt met het oog op de Olympische Spelen.

Column Cities, acutius, letalius in De Morgen van zaterdag 6 juli 2024

Citius, acutius, letalius

Is Tour de France: Unchained op Netflix een aanrader? Misschien. Het is overigens al deel twee en dat gaat over de Tour van 2023. Deel één heette Tour de France: Au coeur du peloton en ging over de Tour van 2022.

Of Remco Evenepoel zich in 2024 vooraan kan handhaven en volgend jaar in juni een aflevering krijgt, dat is na nog geen week koers niet duidelijk. Hij zette gisteren alvast de puntjes op de i als beste tijdrijder van de wereld.

Tour de France: Unchained kan op de Europese wielerliefhebber overkomen als wielrennen voor het kinderjournaal en dat is het ook af en toe. Oud-renner Steve Chainel die uitlegt dat er 22 teams zijn met elk acht renners alsof hij een groot geheim onthult, het doet geforceerd aan.

Hetzelfde voor Orla Chennaoui van Eurosport die haar statements poneert met een air van ‘nu zal ik eens wat vertellen’. Komt daarbij dat ze focussen op de story- telling, al weer vooral gericht op het Angelsaksische publiek.

Vandaar de overdreven aandacht voor Ben O’Connor, tegelijk Engelstalig en fietsend voor een Franse ploeg, maar dit jaar niet van de partij. Vandaar ook dat de achtdelige serie de etappes door elkaar husselt, terwijl een repo over de Tour de France gebaat is bij een puur sportieve chronologie.

Ook vreemd, maar uiteraard passend als tearjerker, is de aandacht voor Gino Mäder, de renner van Bahrein Victorious die op 15 juni van vorig jaar tijdens de Ronde van Zwitserland crashte in een afdaling en een dag later overleed. Er is zelfs een hele vierde aflevering gewijd aan zijn team dat een etappeoverwinning najaagt. Met succes overigens, want ze zullen er drie winnen, na Alpecin-Deceuninck het meeste van alle teams.

Bij uitbreiding is een groot deel van die serie, meer dan in jaargang één, opgehangen aan het aspect gevaar. Het is duidelijk waar ze de mosterd hebben gehaald: van Drive to survive, ook van Netflix, dat de wereld van de formule 1 van binnenuit volgt. Die serie deed het goed bij de Amerikaanse kijkers en lokte meer geïnteresseerden naar de F1.

Niet zeker of de Amerikaan nu ook massaal het wielrennen gaat volgen. Ik heb de serie begin deze week in anderhalve sessie gebinged. Dinsdag was ik net klaar, toen ik kon blijven zitten voor de ronduit krankzinnige etappe over de Galibier. Ik weet niet meer welke wielrenner het was, maar hij had natuurlijk overschot van gelijk dat die lange snelle afdaling niks toevoegde aan het sportieve. Hij schreef deze etappe toe aan de tunnelvisie van het oude wielrennen dat het spektakelgehalte laat primeren op de gezondheid van de renners.

Citius, acutius, letalius of sneller, gevaarlijker, dodelijker hoort als leuze niet bij sport, dat was ASO even vergeten of heeft Netflix mee de etappes mogen uittekenen?

Jawel, het is goed afgelopen, zoals Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard, Remco Evenepoel en alle anderen zich in de diepte stortten. Afdalingen horen erbij, want wat naar boven gaat moet ook wel eens naar beneden, maar een aankomst na een twintig kilometer lange afdaling leggen waarop snelheden van boven de 100 worden behaald op een niet altijd even droog wegdek, is aan misdaad grenzende waanzin.

Hetzelfde oude wielrennen, verpersoonlijkt in nogal wat volgers onder wie commentatoren en journalisten, dat hiervoor de schouders ophaalde, zag geen graten in de sprint die Jasper Philipsen eergisteren reed ten koste van Wout van Aert en finaal ook ten koste van zichzelf. Zijn fixatie op Van Aert kostte hem die 20 centimeter die hij te kort kwam tegen Dylan Groenewegen.

Toeval wil dat Philipsen – die vier etappes en de groene trui won vorig jaar – ook in TdF: Unchained zit. Vooral dan met die ene sprint in de derde etappe in Bayonne waarbij hij de ideale, kortste lijn kiest op een bochtig parcours en zo Wout van Aert al of niet hindert.

Toen was je geneigd te zeggen, dat diskwalificatie niet terecht zou zijn omdat hij op kop voor de kortste weg ging. Eergisteren deed hij de deur dicht, en dat had gemogen, volgens Jan Bakelants, maar niet zo laat, niet toen Van Aert al op zijn hoogte was gekomen.

Het wielrennen leert het maar niet af, de wielrenners leren het maar niet af. Voor elk Van Aert die inhoudt, staan er twee recht die niet inhouden, die redeneren ‘het is flikken of geflikt worden’. Dat gedrag moet eruit. Weg met die haantjes. Het wielrennen zal straks gele kaarten invoeren, rode kaarten zijn meer op hun plaats. Mark Cavendish had er ook één verdiend, maar dan had Netflix die story van de recordoverwinning niet.

Column Dream Team Belgium in De Morgen van maandag 1 juli 2024

Dream Team Belgium

Frankrijk uit, Frankrijk thuis, simpel: altijd lastig. Vergeet de commentaren en voorbeschouwingen, vergeet de statistieken, vergeet alle voorgaande wedstrijden, vanavond komt het aan op de vorm van de dag, het grijpen van het moment, het afwenden van ongeluk en forceren van geluk.

Realitycheck: dit is maar interlandvoetbal, een wedstrijd tussen twee nationale selecties van de beste spelers uit eenzelfde land. Als je het zou vergelijken met een leger, dan is interlandvoetbal een oorlogje tussen twee legers van alleen maar hogere officieren, min of meer gelijken in hiërarchie want allemaal behorend tot de belangrijkste personeelsleden in hun bataljon.

Clubvoetbal is tussen legers met hogere officieren gesteund door lagere officieren en die dan weer door onderofficieren die op hun beurt het kanonnenvlees aansturen. Een bondscoach moet met zijn verbaal en tactisch overwicht hogere officieren overtuigen om zoveel keer per jaar – en nu zelfs een hele maand – ook in de loopgraven te duiken voor de eer van het land, het ego van een collega en voor veel minder geld dan gewend.

Dat lukt heel zelden en daarom krijg je op wereldbekers en continentale kampioenschappen soms van die rare wedstrijden, waarin alle – soms ook Belgische – baasjes ogenschijnlijk zonder plan maar wat in de rondte lopen.

De beste bondscoach is er één die vanwege palmares en bewezen capaciteiten overwicht heeft op zijn spelers, in wiens voetbalvisie ze rotsvast geloven en voor wie ook de hogere officieren door het vuur willen. Zijn enige taak is die elf namen die hij op het wedstrijdblad schrijft ervan te overtuigen dat ze hun eigenbelang ondergeschikt moeten maken aan het team.

In colloquia over teamsporten wordt vaak naar het ‘Dream Team’ op de Olympische Spelen van 1992 verwezen en hoe dat sterrenensemble toch als ‘one team, one dream’ opereerde. Onzin. Vooreerst hebben die sterren een andere ster (Isaiah Thomas) gecanceld omdat hij de absolute leider – Michael Jordan – te veel op zijn zenuwen had gewerkt.

Dat deed denken aan een rel dichter bij huis, bij het wonderbaarlijke Nederlands elftal van de worldcup van 1974. Johan Cruijff en doelman Jan van Beveren hadden een zakelijk conflict en dat eindigde – in 1974 en in 1977 – op last van Cruijff in de niet-selectie van Van Beveren, toen een wereldkeeper.

Dream Team in Barcelona, dat waren elf onemanshows (en collegespeler Christian Leattner) naast en achter elkaar opgevoerd. Hun technisch, fysiek en tactisch overwicht was zo groot dat ze alles wonnen zonder als team te spelen. Dat overwicht is nadien nooit meer vertoond in teamsporten op het hoogste niveau.

Tot de eerste wedstrijd tegen Slovakije had Tedesco nog nooit verloren met zijn ‘Team Belgium’. Soms waren er momentjes dat de Rode Duivels even niet thuis gaven, maar die vlotte kwalificatie en die prima helften uit tegen Duitsland en Engeland – weliswaar vriendschappelijk – lieten het beste verhopen voor Euro 24.

De vraag is dus: behalve dat dit een toernooi is, wat is anders aan de Belgische nationale ploeg dat het plots meer vierkant dan rond draait?

Tip: vergeet de affaire Courtois, dat speelt niet, wel integendeel.

Nog geen idee?

Kevin De Bruyne is terug. Hij speelde de eerste twee interlands onder Tedesco (0-3 in Zweden en 2-3 vriendschappelijk in Duitsland), maar gaf toen tien wedstrijden op rij verstek door die hamstringblessure. Begin juni speelde hij voor het eerst weer een helft tegen Montenegro.

Nogal wat analisten vragen zich af of de aanwezigheid van Kevin De Bruyne – de enige echte wereldster van deze selectie – niet al te verlammend werkt op de ploeg. Dat is niet iets wat je De Bruyne kan verwijten. Die kan het ook niet helpen dat hij het sneller ziet dan anderen en voor zover bekend had hij geen invloed op de selectie zoals Cruijff.

Zijn karakter heeft hij evenmin gekozen en zijn obsessieve benadering van het voetbalspel maakt hem juist zo goed. Het is duidelijk dat het voetbal dat De Bruyne voor ogen heeft niet het voetbal is dat tegen Slovakije en al helemaal niet tegen Oekraïne is gespeeld. Of zijn voetbalwensen conflicteren met de capaciteiten van zijn medespelers, dan wel met de consignes van de coach, of met allebei, dat blijven open vragen.

Misschien had Tedesco meer kunnen doen om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Wat hij vooral niet had moeten doen, is Kevin De Bruyne de kapiteinsband geven. Een perfectionist die alles te goed wil doen, moet je nooit kapitein maken. Zelfs die van het Dream Team was niet Michael Jordan, maar de hiv-positieve Magic Johnson.

Column Leve de VAR in De Morgen van zaterdag 29 juni 2024

Leve de VAR

De kritiek op de Video Assistant Referee (VAR) heeft nog nooit zo hol geklonken als tijdens dit Europese kampioenschap voetbal. De kritiek varieert van:

– een knieschijf buitenspel, daarvoor is dit toch niet uitgevonden?

– een ferme speler staat dan altijd buitenspel

– voor een beetje handspel een goal afkeuren, belachelijk

– alle emotie verdwijnt uit het spel.

De regel die wordt toegepast door de VAR is dezelfde regel zoals die in 1863 is uitgevonden en in 1925 is teruggebracht van drie naar twee spelers achter wie de aanvaller moest blijven, en vanaf 1990 was dat op gelijke hoogte. Achter, gelijk of voor, het is hoe je het bekijkt.

‘Het is hoe je het bekijkt’ is een beetje zoals de ‘grensrechters’ tot de uitvinding van de VAR met hun vlagje zwaaiden en doelpunten afkeurden of niet zwaaiden en lieten doorgaan. De buitenspelregel is dus níét uitgevonden door en voor de VAR.

Wat men heeft geprobeerd met de introductie van de VAR is het objectiveren van de voor een mens onmogelijke oefening die erin bestaat dat je moet meelopen met de aanval, tegelijk inschatten wanneer de bal vertrekt en twintig meter verder of de aanvaller op datzelfde moment niet voorbij de voorlaatste speler staat.

Uit onderzoek bleek dat de refs in sommige wedstrijden bij de helft van de nipte buitenspelbeslissingen (en strafschoppen) er compleet naast zaten. Minimaal ging het om 10 procent foute inschattingen. De VAR is er dus gekomen om juiste beslissingen te nemen en een oneerlijk spel iets minder oneerlijk te maken. In een sport die vaak wordt beslist met één goaltje is het niet overdreven om die cruciale fases correct te beoordelen.

Oké, pechvogel Romelu Lukaku heeft drie keer gescoord op dit EK en twee keer was dat voor nipt buitenspel. Niet buitenspel staan of net wel kun je evengoed uitleggen als aanvallende luciditeit, die de soms wonderbaarlijke spits Lukaku op dit EK in de steek laat – hij miste een rist andere kansen.

Hoeveel hijzelf tegen Roemenië buitenspel stond (een knieschijf) is compleet naast de kwestie, omdat een beetje buitenspel niet bestaat. Je staat voorbij de op één na laatste speler met een deel van je lichaam waarmee je zou kunnen scoren of je staat er niet voorbij. Elke toepassing van de buitenspelregel is een oefening in landmeten, door een machine of door een mens.

De machine, dat staat buiten kijf, is juister. Maar dat het oordelen een beetje sneller zou moeten dan in de Jupiler Pro League en dat de beste technologie zich opdringt, dat spreekt vanzelf. De 3D-semiautomatische on/offside-beoordeling op dit EK werkt prima. Het afkeuren van het doelpunt van Oranje omdat Denzel Dumfries in buitenspel deelnam aan het spel duurde dan weer wat lang, maar dat was de schuld van een fotograaf die een sensorbakje had gesloopt.

De emotie gaat uit het spel en je niet weet of je een doelpunt mag vieren dan wel betreuren, stelde Jan Vertonghen. Weeral: naast de kwestie. Er zijn meer sporten met lage scores waarin (doel)punten achteraf machinaal moeten worden gevalideerd, van het kleine hockey tot de reuzengrote machtige geldmachine van het American football. Rare sport die emotie prefereert boven eerlijkheid.

Kritiek op de VAR wordt al te vaak verward met kritiek op de regels van het voetbal. Neem dat hands van Loïs Openda, onvrijwillig en zonder voordeel. Vroeger was dat doelpunt geldig. Het is niet de VAR of de chip in de bal die dat doelpunt afkeurt, het zijn de (stomme) regels die bepalen dat elke onbewuste offensieve hands een doelpunt annuleert.

Neen, de VAR is een zegen. Er kan nooit te veel VAR zijn. Maak er zelfs maar een VAR 2.0 van, bijvoorbeeld bij gemiste gemene fouten en rode kaarten tussen de strafschopgebieden. Niks zo erg dan een ref die een carrièrebedreigende aanslag op enkels en knieën laat passeren omdat hij het niet heeft gezien of zich omgekeerd laat vangen bij een toneeltje matennaaierij. In het rugby (en American football) wordt ook teruggekeken naar de hoge tackle en vliegen spelers alsnog naar de strafbank.

Marco van Basten, ten slotte, vond het sneu als ex-aanvaller dat de buitenspelregel spreekt van gelijke hoogte. Pas als een aanvaller volledig voorbij de voorlaatste verdediger staat, dan zou het buitenspel moeten zijn, aldus Van Basten.

Gelijk heeft hij, maar dat is de buitenspelregel, niet de VAR. Overigens zal de kwestie van de vijf millimeter knieschijf buitenspel er dan een worden van één millimeter hiel (achterste lichaamsdeel) die in 3D net wel of net geen contact maakt met de lange neus (voorste lichaamsdeel) van de verdediger. Iemand al gedacht aan buitenspel afschaffen?

Column Nieuw nationalisme in De Morgen van maandag 24 juni 2024

Nieuw nationalisme

Welk van de 24 landen Europees kampioen wordt, dat weet geen mens nu al te voorspellen. Welk van de 24 landen géén Europees kampioen wordt, dat dan weer wel. Spanje dus. Het best voetballende land op een toernooi wint nooit een WK of een EK.

Zo was het in het verleden, zo zal het nu zijn en in de toekomst ook. Of enkele keyspelers lopen een blessure op, of raken vermoeid in al hun enthousiasme, of worden gewoonweg van het veld geschopt, of ze hebben pech dat ze op een muur stuiten en zelf alle kansen de nek omwringen waarna ze één welgemikte counter inclusief frommelgoal tegen krijgen.

Oké, we hebben het over voetbal, de meest onvoorspelbare sport ter wereld. Als Spanje alsnog die onzalige traditie zou doorbreken, zou dat erg goed nieuws zijn, maar het blijft weinig waarschijnlijk.Hoe Spanje vorige week donderdag Italië van het kastje naar de muur speelde, was wellicht van het beste dat een landenteam ooit op een voetbalveld heeft gelegd in een traditionele clash tussen twee tegenstanders van niveau op het scherpst van de snee. Het was een mix van virtuositeit, dynamiek, snelheid, tactiek, durf en die saus werd gekruid en gebonden door een niet-aflatende bereidheid om (kilo)meters te maken tot meerdere eer en glorie van team en vaderland.Heerlijk die Poule B, vooraf bestempeld als groep des doods. Vanavond speelt Spanje tegen Albanië en moet Italië nog aan de bak tegen Kroatië. Spanje is al 95 procent zeker groepswinnaar tenzij het verliest en Italië op doelsaldo over Spanje springt. Schrijf maar op: 30 juni in Keulen, dan speelt Spanje zijn achtste finale tegen een derde uit de poules A, D, E of F. België zit in E: derde worden, betekent – volgens @FootballMeetsData – 60 procent kans dat je tegen Spanje moet.

Op de eerste twee dagen vielen in de eerste vier wedstrijden al meteen zestien goals. Dat was een goede opwarmer, zeker voor de neutrale toeschouwer. En er waren mooie prestaties met hartverwarmend offensief voetbal van Duitsland, Spanje en eerst ook Nederland. Daarna werd het wat minder.

Een van de eerste vaststellingen: geen enkel land kan als zwak broertje worden bestempeld. Niet Schotland dat er vijf om de oren kreeg van gastland Duitsland. Ook niet Georgië dat goed voetbalt, en zeker niet Oekraïne dat de betere ploeg was tegen Roemenië, maar drie keer werd afgestraft op een counter.

Nog een vaststelling, en denk maar niet dat dit niks met het sportieve te maken heeft: de natieploegen worden massaal toegezongen. Die indruk kan niet alleen het gevolg zijn van hoe close de camera’s dat nationalistisch intermezzo in beeld brengen. Nooit eerder hebben hele tribunes zo uit volle borst, de ogen rood en de kelen schor, de volksliederen meegezongen. Ook de spelers ontkomen er niet aan. Op Euro 2000 was het een enkeling die de hand op het hart hield en het volkslied luidop meezong. Vandaag is het de hele selectie, de bank en de staf incluis die elkaar vastnemen en hand op het hart de liefde voor de natie belijden. Zelfs buitenlandse coaches zingen (of lippen) mee, zoals Tedesco de Brabançonne.

In deze verwarrende tijden – met een oorlog in het oosten en verhitte discussies tussen landen binnen en buiten de Europese Unie – is interlandvoetbal meer dan ooit een podium voor het nieuw Europees nationalisme. Nog een reden waarom Spanje het niet wordt: die kennen geen nationale eenheid en daarom heeft hun hymne geen tekst.

Ooit beperkte de Europese voetbalanimositeit zich tot Nederland tegen Duitsland en een klein beetje Engeland tegen Frankrijk. Die oude haat en nijd lijkt er helemaal uit. Nu is het Slovenië (EU-lid) tegen Servië (kandidaat-EU-lid dat het nooit zal worden). Twee landen die in 1991 tien dagen lang in oorlog waren. Of Oekraïne dat vrijdag won van Slovakije, een land in oorlog met Rusland tegen een land dat Rusland-gezind is.

Of het überhaupt mogelijk was, dan wel of men de situatie op voorhand heeft ontmijnd, is niet duidelijk, maar de grootste clash is op deze Euro 2024 alvast vermeden en zit er ook niet meer in: Albanië tegen Servië, dat was pas een oorlogje op noppen geworden.

Bijproduct van die opstoot van nationalisme is het fanatisme waarmee minder getalenteerde selecties hun grondgebied verdedigen en zich met een groot hart voor elke bal gooien. Ook dat is een tendens op dit EK: een gebrek aan talent wordt gecompenseerd door onverdroten inzet. Talent alleen volstaat niet meer. De Rode Duivels hebben het talent, nu nog minstens die inzet van tegen Roemenië oproepen tegen Oekraïne, de grootste harten van het toernooi.

Column Diversifiëring in De Morgen van zaterdag 22 juni 2024

Diversifiëring

Het was nu een keertje rustig. Geen rondgestuurde videootjes en appjes met bezwarend materiaal, geen speler die de selectie verdeelde, geen gedoe en een bondscoach boven alle verdenking…

De hypergetalenteerde Les Bleus leken op missie: in de finale Engeland, Duitsland, Spanje of wie dan ook op 14 juli even opzijzetten en 24 jaar na Euro 2000 een derde Europese titel ophalen en daarmee op gelijke hoogte komen van (West-)Duitsland en Spanje.

En dan was er die persconferentie van vorige zondag. Marcus Thuram was het eerst en het felst. “We moeten zorgen dat het Rassemblement National (van Marine Le Pen, HVDW) niet ‘passeert’.” Vervolgens kwam de kapitein van de ploeg aan het woord, de pas gearriveerde superster van Real Madrid, de enige echte Kylian Mbappé.

Hij pleitte eerst voor eenheid in het land, vervolgens was hij tegen ‘extremen’ en ten slotte zei hij schouder aan schouder te staan met zijn maat Thuram. Veel duidelijker kon niet, maar omdat hij het RN niet vermeldde kozen veel media ervoor om zijn uitspraken als verzoenend, soms zelfs in tegenspraak met Thuram, voor te stellen.

Franse internationals die zich mengen in een ander debat dan het sportieve, het doet denken aan vorig jaar. Volgende week, op 27 juni, is het een jaar geleden dat de Franse politieagent Florian M. de zeventienjarige Nahel Merzouk doodschoot in een auto toen die wilde wegrijden bij een controle. Het gevolg: gewelddadige protesten en de Parijse voorstad Nanterre die een week lang brandde.

Na de dood van de Frans-Algerijnse jongen namen de (zwarte) internationals Kylian Mbappé, Jules Koundé, Mike Maignan en Aurélien Tchouaméni het racisme bij de Franse politie op de korrel. Koundé ging nog een stap verder en beschuldigde de media van desinformatie en medeplichtigheid. Toen hij daarop werd gevild op sociale media bleef hij uithalen naar le système.

De gebroken neus van Mbappé mag dan nog net iets urgenter zijn, Frankrijk is sindsdien verdeeld over die politieke stellingnames van Mbappé en Thuram. Mbappé liet overigens uitschijnen dat hij hierover met de ploeg had gesproken en hun instemming had. Waarop rechts Frankrijk fulmineerde dat de nationale ploeg vooral moest voetballen en als ze dan toch wat te melden had over iets anders dan voetbal, ze de belangen moest dienen van de meerderheid en de natie.

De heftigste reacties waren nog verder rechts van het centrum te vinden: die migrantenploeg kan onmogelijk Frankrijk vertegenwoordigen. En toen viel het begrip ‘le grand remplacement des Bleus’, iets wat bij ons zou klinken als ‘de omvolking van de Rode Duivels’.

Dat zagen we eerder in Duitsland, waar figuren van de AfD zich al in 2016 openlijk distantieerden van hun ‘volksvreemde’ nationale selectie. Het ging toen zelfs zover dat ze hun leden vroegen de repen Kinder-chocolade met daarop de zwarte Jérôme Boateng en de geboren Turk Ilkay Gündogan te boycotten.Voorafgaand aan dit EK werd in Duitsland een poll opgezet met als vraag hoeveel niet-Duitse spelers de Mannschaft mocht tellen. De aanleiding was onder meer Gündogan die voor dit EK in eigen land de kapiteinsband van de Mannschaft draagt. Hij is sinds 2018, toen eerst Boateng en daarna Sami Khedira de band droegen, de derde captain ooit met niet-Duitse roots. Overigens, de Duitsers tellen zes spelers met niet-Europese roots in de selectie, zeven volgens de AfD die de Turk Gündogan meetelt.

De diversifiëring van de nationale selecties heeft zich doorgezet deze eeuw. Vooral het aanbod aan niet-blank/wit spelerspersoneel met niet-Europese roots valt op. Tien van de 24 aanwezige landen hebben minstens één voetballer met een kleurtje mee naar het EK. Wat ook impliceert dat veertien landen maagdelijk wit zijn. Elf daarvan komen uit Oost-Europa. Denemarken en Schotland zijn de uitzonderingen uit West-Europa. Het veertiende land met een ‘volkseigen’ selectie is Turkije.

Het meest gekleurde land is Frankrijk met 19 op 25, daarna komen Nederland met 16, Engeland met 11 en zowaar de Rode Duivels met 10. Engeland en België zijn de landen die deze eeuw hun selectie het snelst hebben zien verkleuren.

Op Euro 2000 hadden Engeland en België respectievelijk drie en twee spelers (de Mpenza’s) met niet-Europese roots in de ploeg. Frankrijk, Nederland, Engeland en België samen hadden in 2000 22 spelers van kleur, een kwarteeuw later zijn er dat 56. Wie Spanje donderdag zag en België (op een goede dag) ziet aanvallen, kan dat onmogelijk betreuren.

Column De code gekraakt van zaterdag 15 juni 2024

De code gekraakt

Euro 2024 en voetbal kunnen wachten. Eerst moeten we het nog even hebben over dat andere Euro 2024, de Europese kampioenschappen atletiek die eindigden op woensdagavond met een sessie waarin het Belgische eremetaal in een uur werd verdubbeld.

Oef. Zes. Sportieve baas van het atletiek Rutger Smith had op zeven medailles gehoopt. Nog even herhalen: goud voor de inmiddels lichtjes legendarische Nafi Thiam in de zevenkamp, de 4×400 mannen en de surprise van de chef, een 400 metertitel voor Alexander Doom; zilver voor 1.500 meterloper Jochem Vermeulen; en brons voor zevenkampster Noor Vidts en de 4×400 vrouwen.

Die zeven van Smith, dat was niet lukraak gekozen. België heeft nooit eerder meer dan zes medailles gehaald op een EK atletiek. En zes stuks hadden we al een keer, in Berlijn in 2018. Toen waren er ook drie gouden medailles (Thiam, 4×400 en marathonloper Koen Naert), twee zilveren (Bashir Abdi en een Borlée) en één brons (een andere Borlée).

Met andere woorden: Berlijn 2018, waar België als vijfde land eindigde en de Russen zes medailles wonnen als ‘neutralen’, was kwalitatief nog net iets beter dan Rome 2024 (zevende land). Dat is dan ook de enige relativerende noot bij deze al bij al zeer goede Europese kampioenschappen.

We komen van ver. Tien jaar geleden in Zürich ging België naar huis met een bronsje, behaald door een negentienjarig meisje dat het jaar ervoor in Gent een juniorenwereldrecord had gevestigd dat door een vergeten dopingcontrole niet kon worden gevalideerd. Dat brons in Zürich was voor Nafissatou Thiam. De 4×400 eindigde toen zesde in de finale. Oké, 2014 was de laatste keer dat Rusland als land bij het atletiek mocht aantreden en het haalde toen vijftien medailles. Die concurrentie viel nadien weg, tot op heden.

Nafi Thiam, die twee jaar na Zürich in Rio olympisch kampioene werd, is nu goed op weg om haar derde olympische podium op rij te scoren. Met nog wat progressie en zonder blessures kan dat een derde goud op rij worden, een nooit geziene krachttoer op de atletiekplaneet.

Een olympische medaille voor de 4×400 wordt al wat lastiger, maar is zeker mogelijk. Zelfde verhaal voor hun slotloper Alexander Doom. Laten we hopen dat ook hij heel blijft. De anderen moeten gaan voor finales en dan maar lopen/sprinten/springen/gooien en kijken waar het schip strandt, zoals die Jochem Vermeulen op de 1.500 meter.

Cédric Van Branteghem, tegenwoordig CEO van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), werd als voormalig 400 meterloper gevraagd naar commentaar bij de prestatie van Doom. “Hij heeft de code van de 400 meter gekraakt”, zei Van Branteghem, waarmee hij bedoelde dat Doom de baanronde in zijn benen, armen, lichaam en hersenen heeft opgeslagen. Vierhonderd meter hardlopen met een gemiddelde van meer dan 32 kilometer per uur, met zeven in je nek hijgende windhonden die jou als konijn zien, dat vereist beheersing, meesterschap en vooral mentale sterkte.

Het goud van Doom was, samen met dat van Thiam, de knapste prestatie ooit van een Belgische atleet op een recent EK atletiek. Het verheugende aan Rome 2024 is dat die twee niet langer alleen staan. Als Doom de code van de 400 meter heeft gekraakt, dan kent een deel van de Belgische topatleten alvast de code van het presteren.

De medaille van de 4×400 bij de vrouwen belooft niks voor de Spelen van Parijs, echt niks, maar je kunt er wel een prestatiecultuur op bouwen. Net zoals die groeide bij de aflossingsploeg van de mannen kan dat nu ook bij de vrouwen. Dit moet je vasthouden, voeden met nieuw talent en niet laten doodbloeden zoals de 4×100 vrouwen van Peking.

Een beetje haaks op dat nieuwe besef dat die anderen ook maar twee armen en twee benen hebben, en dat je vooral bij jezelf te rade moet gaan, stond het geklaag van Thomas Van der Plaetsen over het rankingsysteem in de tienkamp. Hij scoorde 8.084 punten en werd elfde. Dan kun je alleen maar vaststellen dat hier het verhaal eindigt.

Van der Plaetsen (31ste op de wereldranglijst) verbaasde zich er ook over dat er niet langer 32 maar nog slechts 24 olympische startbewijzen zijn. Ze mogen dan de goden van het stadion zijn, twee keer 24 meerkampers is veel te veel volk voor de atletiekhemel.

Twaalf goden en twaalf godinnen zouden ruimschoots volstaan voor een discipline die in tijden van hyperspecialisatie door de grote sportsystemen niet meer voor vol wordt aangezien. Zelfs World Athletics wil er niet meer aan. In de plannen voor een Ultimate Championship, waar meer geld dan ooit te vangen valt, is van meerkamp geen sprake.

Column Kevin De Bruyne in De Morgen van maandag 10 juni 2024

Kevin De Bruyne

Hij stond dit weekend op de cover van L’Équipe Magazine. Wie nu denkt ‘et alors?’ weet niet waar de klepel hangt op planeet sport. De cover van ‘Le Mag’ is in de regel voorbehouden voor Fransen, en als er geen Fransen meer zijn voor wereldsterren uit wereldsporten.

Gravend in het geheugen staat mij bij dat eerder drie Belgen in de sport deze eer te beurt is gevallen. Ik denk aan Eddy Merckx, Nafi Thiam en uiteraard – noblesse oblige met L’Équipe als organisator van de Tour de France en andere grote wedstrijden – Remco Evenepoel. Hoewel, ik ben zeker van een verhaal maar niet zeker van de cover, behalve dan bij Merckx.

Soit, in het blad staan is al heel wat, de cover sieren in het laatste nummer voor aanvang van een Europees kampioenschap voetbal met Frankrijk als een grote favoriet is de ultieme consecratie. Het verhaal van acht pagina’s binnenin is overigens één grote lofdicht op Kevin De Bruyne.

Dat De Bruyne niet alleen big in the UK maar evengoed grand en France is, getuigt de uitspraak van zijn naam bij voetbalwedstrijden op de Franse zenders. Ooit was dat De Brwien, vandaag is dat De Bruineuh en dat lijkt er al heel wat beter op.

De kop van het De Bruyne-verhaal is: ‘Un géant parmi les siens’. Vertaald: een reus onder de zijnen. Goed gevonden, zonder meer. De reporter had verkozen naar Drongen af te reizen en zo staat het ook in het blad, als Drongen. Alsof hij het eerst over London zou hebben en pas later in het verhaal over Londres, verschijnt de oude Franse naam Tronchiennes pas op de derde pagina. Nóg meer eer.

En dan die laatste zin in de inleiding: “Il n’y a pas plus humble que lui sur la planète foot.” Niemand bescheidener dan hij op de planeet voetbal. Dat klinkt mooi, maar zoals veel in het leven is dat niet altijd en helemaal waar.

Natuurlijk, humble of bescheiden is hij in de betekenis van niet willen opvallen. Wat een contrast met het verhaal na hem in dat nummer. Dat gaat over de Franse internationals en hoe ze zich op en top gestyled door hun stilisten hadden aanboden bij het EK-trainingskamp in Clairefontaine in outfits waarmee alleen voetballers (of NBA-spelers van wie ze kopiëren) op straat durven te komen.

KDB liep vorige week in zijn korte broek en sweater op sportschoenen (tot en met de sokken alles neutraal grijs) op de veldjes van KVE Drongen rond en ging zo later op de foto met de winnende U15 van Manchester City. Niet zeker of hij dat ook met de andere finalist had gedaan als die had gewonnen, want dat was toevallig zijn eerste grote club KAA Gent die hij de rug toekeerde.

Nog een overigens: het verhaal gaat óver Kevin De Bruyne, het is niet eens een interview. Twee quotes van de middenvelder, op acht pagina’s, en voor de rest pa De Bruyne, ma De Bruyne, jeugdkennissen en organisatoren van de KDB Cup die over Kevin De Bruyne praten. Hoofdverhaal én cover, faut le faire.

Daarom zou het zo verschrikkelijk jammer zijn, zo vreselijk tekortdoen aan zijn imago van oervoetballer en bescheiden medemens, als hij deze zomer, of de volgende als hij einde contract is, zou kiezen voor Saudi-Arabië.

Daarom: niet doen, Kevin De Bruyne. Wees grootser dan dat. Een tip: lees eens wat over dat land, over de gebruiken aldaar, het religieuze fanatisme, de dictatuur, de maatschappij, de beperkte bewegingsvrijheid.

Oké, dochter Suri zal nog maar vier of vijf zijn als ze daar landt, en hoewel je al abaja-sets kunt kopen voor kleuters is het nog geen verplichting. Afgezien daarvan, denk twee keer na, drie mag ook. Oké, Jeddah schijnt mooi te zijn. Medina mag je als buitenlander sinds kort bezoeken, ook mooi. En dan is er nog de natuur van Al-‘Ula natuurlijk en Hegra dat daar in de buurt ligt. Vervolgens Riyad, Al-Diriyah en de stranden als je tenminste het geluk hebt dat de staatskas van Mohammad bin Salman je ergens bij een team in de buurt van de Rode of de Arabisch Zee posteert.

En dan dat voetbal. Die tijdstippen waarop wordt getraind. Dat leven in die luxegevangenis van die compound. Je vrouw Michèle ziet een exotisch avontuur wel zitten? Weet dat niet alleen niks juist is aan Saudi-Arabië, maar ook niks exotisch.

Een suggestie. Jullie zijn getrouwd in Sorrento. Hulde voor die keuze. Doe eens gek en ga bij Napels voetballen. Die kunnen je geen 75 miljoen euro per seizoen betalen, dat niet, maar wil jij niet heel graag geliefd zijn? Welnu, sinds ‘Ciro’ Mertens dragen ze daar alle Belgen op handen, laatst nog gemerkt. Sono belga was goed voor gratis limoncello. Voor jou zal dat iets meer zijn.