Column Tijgers en Leeuwen van maandag 1 september 2025

Tijgers en Leeuwen

Ook zonder DAZN viel er genoeg te beleven en te bekijken dit weekend. Neem nu de Yellow Tigers zaterdag in hun achtste finale tegen Polen. 3-2 verloren, maar misschien is die vijfsetter geen goede weergave van het niveauverschil. Het was eerder Polen dat een 3-1 uit handen gaf dan de Tigers die een vijfde set afdwongen.

In die vijfde set brak hen een manco op dat alle kenners van het spel na een halve set doorhebben. Linksvoor is de zwakst bezette positie bij België. Ooit was dat de spelverdeling. Hoewel nog niet 100 procent stabiel in prangende fases is dat al beter. Bedrijfszekere power op linksvoor (als Britt Herbots achteraan staat) blijft het grote manco van deze ploeg.

Geen idee of er in Europa of wie weet daarbuiten nog ergens een Belgische rondloopt die heeft afgehaakt na de affaire-Vande Broek en die bruikbaar zou zijn. Wel duidelijk is dat in deze jonge selectie talent zit dat zich kan ontwikkelen tot een 4-speelster van formaat, onmisbaar voor elke goede volleybalploeg. Deze Yellow Tigers hebben toekomst. Nu moet vol ingezet worden op kwalificatie voor de Olympische Spelen in Los Angeles.

Wat de Vande Broek-saga betreft en wat ook de uitkomst is van de derde rechtsgang in vier jaar, die is bijna achter de rug. Herbots heeft dan wel de Brabançonne aan hem opgedragen – “voor vorst, voor vrijheid en voor Gert”, zong ze – Vande Broek is voor eeuwig beschadigd.

Het mag niet verbazen als zijn vrijspraak voor grensoverschrijdend gedrag over enkele weken wordt bevestigd, maar dat doet niets af van de essentie van de zaak. Inmiddels weet heel België en daarbuiten wat voor mens de professor coaching bij momenten was. En dat volstaat. In het belang van de sport kijken we nu beter vooruit.

De meest verrassende prestatie – tegelijk in negatieve en positieve betekenis – kwam van de Belgian Lions. Als u sport niet zo vaak zou volgen, even een verduidelijking: we hebben twee nationale leeuwenselecties in België.

De Red Lions zijn de nationale hockeyploeg bij de mannen. Die zijn olympisch, Europees en wereldkampioen en dat heeft nog nooit een Belgisch team voor elkaar gekregen. Nu zitten ze heel even in een wak, maar met dit model komt het wel goed.

De Belgian Lions, dat zijn ook leeuwen. Alleen denk je soms: hebben die niet te lang in een achterafzoo in een te kleine kooi gezeten? Ook zaterdagnamiddag moesten ze tegen IJsland op het EK. Dat was hun tweede wedstrijd na het kansloze verlies tegen Frankrijk eerder vorige week.

Het commentatorduo Vandegoor-Samaey deed zijn uiterste best om IJsland voor te stellen als een te duchten team, maar dat was het dus niet. IJsland speelde als een team, maar het heeft nog nooit een wedstrijd op een EK gewonnen en wilde daar tegen onze Lions verandering in brengen.

Dat lukte heel aardig, met de hulp – het dient gezegd – van de Belgen, die op Manu Lecomte na er bij liepen als, jawel, achterafzooleeuwen. Gelukkig zit er iets in het plaatselijke water als onze nationale basketbalploegen het kwaad krijgen en net op tijd keerde ook die wedstrijd.

Bij de vrouwen in hun finale – herinnert u zich dat nog? – begonnen de Spaanse speelsters op twee minuten van het einde alles fout te doen wat ze maar fout konden doen en gaven de Europese titel cadeau aan de Belgian Cats. Bij de mannen ging het lang niet om een Europese titel maar om simpele winst van IJsland. Die begonnen op een minuut van het einde alles fout te doen en de Lions wonnen zowaar nog met zeven punten verschil.

Het Belgische basketbal verdient een betere nationale ploeg dan degene die in het Poolse Katowice rondloopt en die gisteren ook kansloos verloor van Slovenië. Voor een goed begrip, daar heeft deze selectie geen schuld aan. Ongeveer een hele basisploeg ontbreekt, ruwweg om drie redenen.

Ten eerste zijn er de NBA-spelers Toumani Camara en Ajay Mitchell die niet de status hebben van Nikola Jokic en Luka Doncic. Zij blijven in de VS om hun contract te vrijwaren. Vervolgens heb je een occasionele geblesseerde (Retin Obasohan). Ten slotte zijn er de jonge spelers die plots denken dat ze beter af zijn in de VS of waar dan ook. Zij zegden af voor de nationale selectie, om het persoonlijke groeipad te vrijwaren.

De braindrain op jonge leeftijd naar de Amerikaanse universiteiten die sinds een juridische uitspraak nu ook spelers (een stuk beter dan in België) kunnen vergoeden, is iets om van naderbij te bekijken. Als die tendens zich doorzet, heeft België straks een vijfderangscompetitie met alleen nog buitenlandse journeymen, zonder één talentrijke Belg. De nationale ploeg wordt dan helemaal een kansloos verhaal.

Column Hartenkreet in De Morgen van zaterdag 30 augustus 2025

Hartenkreet

Toen Bart Swings destijds een OnlyFans-account begon, hoorde daar wat context bij. Neen, hij zou geen hele of halve naaktbeelden van hemzelf verspreiden, en ook geen seksscènes. Hij zou gewoon de fans laten weten waar hij mee bezig was. Alsnog een vreemde move, althans voor een schaatser die niet doorging voor pakweg de mannelijke Jutta Leerdam.

De meeste topsporters hebben een pr-bureau om hun boodschappen de wereld in te sturen. Hij deed het met een pr-bureau (Pool-ster) en die account. Omdat we hier te doen hebben met een olympisch kampioen (nadat hij eerder zilver had gewonnen) verdient die wel krediet. En toegegeven, zijn laatste post bleef aan de ribben kleven. Zelden zoveel wanhoop bij een topsporter gezien binnen een tijdsbestek van twee, drie minuten.

Vier, vijf keer heb ik dit teruggekeken. Bart Swings die van het ijs komt in Thialf, gaat zitten, zucht, het hoofd schudt, zijn telefoon neemt en die snel weer hard in zijn tas gooit en helemaal leegloopt als fysio Kevin Spithorst bij hem komt zitten.

“Ik heb pijn aan de binnenkant. Ik kan geen druk zetten. Er moet iets veranderen. Achteraf bekeken hadden we dit anders moeten aanpakken. Ik had niet in fucking april twintig uur per week op die fucking fiets moeten zitten. Ik had dat niet in juni moeten doen. Ik had dat niet in juli moeten om dan elke fucking spiervezel die ik heb kwijt te geraken. Ik kan dan nu wel met een goeie basis zitten, maar als ik niet kan schaatsen, heb ik daar geen fucking hol aan.”

Hij lijkt uitgeraasd, maar als de tweede schaats uit is, gaat hij maar door. De fysio luistert en zwijgt, zoals een goeie fysio op dat moment hoort te doen.

“Ik heb van het begin gezegd: ik wil die knie beter. Al de rest moest daarvoor wijken. Maar wat ik heb gelaten is het skeeleren en in de plaats daarvan zat ik op mijn fiets afbraak te doen van mijn lichaam en terwijl is mijn knie niks beter geworden. Ondertussen zit ik met dat klotekutschema te doen wat die fuckers doen en kan ik nog geen fucking massastart doen. Ik ben het kotsbeu. Niet normaal, dees. Ik ben aan het revalideren van in maart. Ik sta op het ijs en ik voel dat die binnenkant gewoon slecht is.”

Als hij stilvalt – of we hem tenminste niet meer horen razen – begint een muziekje. De fysio zegt dat ze dit hadden verwacht. Bart Swings zegt: “Ja, maar niet zo erg.” Hij loopt naar de kleedkamer, ventileert onderweg nog wat ergernis tegen een passant en de zeven minuten OnlyFans – een primeur voor ondergetekende – zijn ten einde.

Het filmpje – dat moet er nog even bij – begon met een sessie in maart bij de fysio. Niet zomaar een sessie. Voor de kenners: het was shockwave, euh jawel, pal op de kniepees. Wie al eens met shockwave is behandeld, zal meteen weten waar dit toe leidt: shockwave op een ontstoken pees betekent meer sterren zien dan er in het hele heelal en daarbuiten te vinden zijn.

Wie anderzijds Bart Swings een beetje kent, zal ook zijn geschrokken van de frequentie aan fucks en fucking en fuckers. Ik heb hem drie keer lang geïnterviewd en een paar keer kort in de mixed zone. Of hij nu had verloren, goed dan wel slecht (meestal goed) had geschaatst, of het nu na of voor een training was, in Heerenveen in de winter dan wel in Hamar in de zomer, Bart Swings was altijd de beleefdheid en voorkomendheid zelve.

Altijd composed, to the point, eerlijke analist van zijn eigen zelf, superslim (burgerlijk ingenieurstudies als tussendoortje) en nooit in de buurt komend van welke krachtterm dan ook. En plots regent het fucks en afgeleiden. Dat was inmiddels twee weken geleden.

Het is dan ook een beetje een raadsel waarom dat filmpje pas deze week is gepost, maar nogmaals, de hartenkreet van een olympisch kampioen verdient onze aandacht en ons respect. VTM is hem deze week nog eens gaan opzoeken en woensdag kwamen we dan te weten dat er nog geen paniek is, maar dat het nu snel beter moet gaan. Hij heeft behandelingen met plaatjesrijk plasma (PRP) ondergaan en de knie was alvast niet slechter.

Het wás een hartenkreet, zelden vertoond in de topsportwereld van schone schijn ophouden. Moedig, bij nader inzien. Een minder goed seizoen (2024-’25) door een aanslepende blessure, de revalidatie, snel de twijfel of dit wel de juiste weg is, de wanhoop als die weg niet aanslaat, de opwellende paniek en het doemdenken meestal in de tweede helft van de nacht, en ten slotte die existentiële vraag waar geen topsporter het antwoord op wil geven: komt dit wel goed? Is dit nu het einde?

De account @Bart_Swings moet de eerste op OnlyFans zijn die gevonden vreten is voor alle sportpsychologen.

Column Grande Partenza in De Morgen van maandag 25 augustus 2025

Grande Partenza

Het is weer volop koers op tv, drie weken lang nog wel en onder begeleiding van het steeds olijkere commentaarduo Renaat (Schotte) en José (De Cauwer). U kunt ook opteren voor Eurosport en dan hebt u Jeroen (Vanbelleghem) en Karsten (Kroon) of een collega-ex-wielrenner aan uw been.

Eurosport heeft het voordeel dat als de verveling toeslaat in het commentaarhok en onzin om de hoek loert, ze een stukje interview laten zien met iemand die straks in de etappe wel een hoofdrol zal spelen. Precies zoals Sporza dat doet in de Tour, wat overigens niet heeft belet dat we de voorbije editie toch onzin hebben gehoord.

Sporza moet zich dringend beraden over wat het aan moet met die tweede man naast de hoofdcommentator. Moet dat een tweede commentator zijn, een soort levende fichebak van weetjes en uitslagen, zoals De Cauwer? Of hebben we liever een oud-wielrenner die recent uit het peloton komt, die elke renner herkent aan zijn stuurlint of zijn kont, die weet wat er in de microkosmos op twee wielen speelt en die nog voor iets gebeurt aangeeft dat iets zal gebeuren?

Een beetje afwisseling is mooi, maar mijn voorkeur gaat uit naar die laatste optie. Ik was dan ook een groot fan van Sep Vanmarcke, de renner die in 2023 moest stoppen met hartproblemen. Recht voor de raap, inside info bij de vleet, duidelijke taal in zijn analyses en voorspellingen die vaak uitkomen. Helaas, in het jaar dat hij doorbrak als cocommentator/analist is Vanmarcke in dienst getreden bij Soudal-QuickStep als ploegleider.

Hij vroeg zich in een weekendkrant af of hij nu nog analist zou kunnen zijn en dat hij daar eens met de baas Jurgen Foré moest over samenzitten. Niet doen Sep, de twee functies zijn niet te combineren. Alles wat je zegt of niet zegt zal als vooringenomenheid worden weggezet. Niks ergers dan analisten die het achterste van hun tong niet durven/mogen/willen laten zien.

Misschien is het wegvallen van Vanmarcke een opportuniteit voor Bert De Backer. Die is al in 2021 gestopt, maar dat is er niet aan te merken: duidelijke taal, ad rem, klare analyses, ook recht voor de raap, gezond ironisch soms en – niet te versmaden – een achtergrond als master bewegingswetenschappen. Bijkomend voordeel: als De Backer 100 procent analist zou worden, is die functie niet langer te combineren met de aap uithangen in het duo Bert & Bavo, waarmee we meteen van die onnozeliteiten zijn verlost.

Als u toch besluit te kijken, vandaag, of u hebt afgelopen weekend gekeken, dan was u vast een beetje verward, niet? Plots kregen we in de eerste rit een beeld van groene velden rond Novara met de bijpassende uitleg: arrozales de Novara. Tiens, Novara, is dat Italië niet? Maar arrozales, is dat dan weer geen Spaans voor rijstvelden? Het wás Italië en het wás Spaans.

Deze Vuelta, de Ronde van Spanje, start in Italië. Nu is Italië een mooier land dan Spanje, maar dat is niet de achterliggende reden. Wat het dan wel is, u kunt dat vast zelf verzinnen: geld. Drie etappes werken de renners in Italië af en in de vierde rijden ze naar Voiron in Frankrijk. Een dag later, dan zijn we al woensdag, rijden ze in Figueres in Noord-Spanje een tijdrit.

Dat betekent bus, vliegtuig en bus voor de renners en voor het voetvolk een logistieke verhuizing van de hele karavaan van 500 kilometer. En dat na een zware heuvelrit, de langste rit van de hele Vuelta. Het valt niet te vatten dat de UCI dit goedkeurt en nog minder dat de rennersvakbond daar niet tegen in opstand komt.

Die dijkbreuk is al een tijdje aan de gang en voor volgend jaar staat een Vuelta-start in Monaco op het programma. Die stad(staat) wordt daarmee de eerste die de drie grote rondes op zijn grondgebied zag starten. Utrecht wilde maar wat graag de eerste zijn en had na de Tour 2015 en de Vuelta 2022 ook de Giro 2029 naar de Domstad willen halen. In Monaco starten is nog te overzien, maar die editie van volgend jaar zou ook eindigen op Tenerife met een rit naar de Teide.

De primeur van een buitenlandse start was voor de Tour, die in 1954 begon in Amsterdam. Daarna volgden de Giro en de Vuelta, maar geen grote ronde die het meer op flessen trok dan de Ronde van Italië. Die startte dit jaar in Albanië en behalve kilometers nieuwe tarmac leverde dat niks op voor de Albanezen, die niks hebben met sportief fietsen. Idem volgend jaar met de grande partenza in Bulgarije. Het gekste houdt de Giro voor een jaar later: na een start in Jeruzalem en drie etappes in Israël in 2018 zouden ze het in 2027 nog verder zoeken en van start gaan in Abu Dhabi.

Column Europese coëfficiënt in De Morgen van zaterdag 23 augustus 2025

Europese coëfficiënt

De wijzertjes, de wijzerplaat en de kast willen nogal eens verschillen, maar het binnenwerk blijft hetzelfde en is betrouwbaar. Het Zwitserse klokje Club Brugge heeft zijn basisniveau verankerd op een stevige staalplaat. Het kan nog altijd een wedstrijd verliezen die het had moeten winnen of op een lome vrijdag een wanprestatie afleveren. Het blijft tenslotte voetbal, de meest onvoorspelbare spelsport. Maar als Club er moet staan, dan staat het er.

In Glasgow afgelopen dinsdag deden ze wat ze moesten doen: de thuisploeg geen kans geven om in de wedstrijd te komen en Ibrox meteen de mond snoeren. 0-3 na negentien minuten was wat overdreven, maar je moet er die drie nog altijd in krijgen. Club heeft zich zo goed als verzekerd van de vetpotten van de Champions League.

Het profiteert meteen van het nieuwe verdeelsysteem van de UEFA Champions League (UCL). Tot twee edities geleden zou Club het aanzienlijke bedrag van het Belgische marketpoolgeld moeten delen met kampioen Union. De market pool is het deel dat is gebaseerd op de waarde van televisierechten in het land van de UCL-deelnemer. Union zou daarbij als landskampioen een groter deel van de koek hebben gekregen.

Vorig jaar was Club de enige Belgische ploeg in de Champions League en was een herverdeling niet aan de orde. Deze editie 2025-’26 zijn er twee Belgische ploegen en speelt het nieuwe verdeelsysteem. Met dat systeem vloeit nog altijd meer geld naar de grote televisiemarkten en is België zelfs een kneusje onder de kleine markten.

Voor de onderlinge verdeling van het geld voor de Belgische ploegen is niet langer van belang wie kampioen en tweede werd, maar is de UEFA-coëfficiënt gebaseerd op de prestaties van de voorbije jaren allesbepalend. Club staat daarin op een mooie 23ste plek. Union moeten we zoeken op plaats 47. Aanstaande donderdag om 18 uur wordt in Monaco geloot en weten we meer en vooral tegen wie ze moeten.

Het Belgische voetbal scoort goed Europees. In het voorjaar leek het erop dat in september 2026 de nummers één en twee van de competitie nu al zeker zouden zijn van een plaats in de leaguefase van de Champions League, met nog eens voor het nummer drie van de Jupiler Pro League een voorronde. Het feest ging niet door.

Twee rechtstreekse deelnemers, dat is België nooit eerder overkomen. Er was zelfs een tijd dat de kampioen zich moest plaatsen via de voorrondes en daar niet eens in slaagde. Zo heeft België in de 33 jaar Champions League in zeven edities geen enkele deelnemer gehad. De laatste keer dat ons dat overkwam, was tussen 2007 en 2011. De Belgische kampioen wist zich toen drie keer in vier jaar niet te plaatsen bij de laatste 32.

Dat staat in schril contrast met het laatste decennium: elk jaar minstens één Belgische ploeg op het meest prestigieuze voetbaltoneel en zelfs drie keer een achtste finale met AA Gent in 2016 en Club in 2023 en 2025.

België heeft als land een steile opgang gekend. Vijftien jaar geleden stonden we nog geparkeerd tussen de B- en de C-landen op een twaalfde plaats. Vanaf de editie 2012-’13 begon de gestage opgang. Bijna elk jaar werd een plaatsje gewonnen tot we in 2018-’19 voor het eerst achtste stonden, bij de betere B-landen.

Even was er dan weer een terugval met als gevolg een dertiende plaats in 2021-’22, maar een jaar later stond België alweer achtste, onder meer door het wegvallen van Rusland en eerder al Oekraïne. Opvallend: ook Nederland deed het de laatste tien jaar opvallend goed. In 2019-’20 stonden ze nog op tien, twee plaatsjes lager dan België, maar in goed vijf jaar ging het in een ruk naar zes, waar ze vandaag nog steeds staan.

De Nederlanders ogen nu naar de vijfde plek van Frankrijk, maar als het hen wat tegenzit, kan België evengoed voor die zesde plek gaan tegen het einde van de volgende Europese campagne in mei 2026, wat pas zijn effect heeft voor 2027-’28 . Virtueel staat het in de tussenstand nu al op zes, maar daar moeten de resultaten van deze editie nog bij.

België heeft de laatste jaren beter gepresteerd dan Nederland en Portugal op Europees vlak. Als het dit seizoen gelijke tred kan houden of minimaal inlevert, komt het op zes. Alleen zijn we deze cruciale Europese campagne niet bijster goed gestart. Charleroi leverde al meteen in de voorronde zijn Europees ticket in en zo is België het enige land uit de top tien dat niet al zijn paardjes meer in koers heeft.

Als tot overmaat van ramp Anderlecht nog eens zou uitglijden in Athene volgende week, blijven we maar met drie over. Dat is te weinig om genoeg punten te halen en dan is alle euforie tijdelijk geweest.

Column Wereldspelen in De Morgen van maandag 18 augustus 2025

Wereldspelen

België heeft zestien medailles behaald op de Wereldspelen. Mooi. Willen ze ook op het balkon in Brussel? Oké.

Her en der werd wat discussie opgepookt: zes medailles meer op de Wereldspelen dan op de Olympische Spelen terwijl er minder medailles te verdelen zijn en de deelnemers aan de Wereldspelen nog vaak hun kosten moeten ophoesten, hallo? Met als onderverzwegen suggestie: moeten we de sporten niet anders gaan subsidiëren?

Neen, en wel hierom.

Vooraf dit: hulde aan de VRT en Sporza dat ze elke medaille aandacht gaven. Of zilver in het touwtrekken of het korfbal dan weer in Het journaal moet, daar kun je van mening over verschillen. Brons in het beachkorfbal was wel een hoofditem waard, en zeker het zilver van Nederland, dat voor het eerst sinds Deurne 1991 een internationaal korfbaltoernooi verloor.

België verloor van Taiwan met 8-7 in de halve finale. 7-7 stond het na de twee keer zes minuten en toen moest de gouden goal de wedstrijd beslissen. België schoot nog één keer op doel, miste. Taiwan schoot twee keer en de tweede van Ying-ting Huang – onthouden die naam – was wel raak.

Dan zou je denken: na Hongarije met 12-4 te hebben opgevreten, wéér goud voor Nederland. Dat dachten zij ook: na vier minuten in de eerste helft, een derde van de wedstrijd, stond het 5-1. Negen seconden in de tweede helft stond het al 5-5 (voor een lange bal krijg je twee punten). Jesper Tolsma miste vier keer op rij, het werd 6-6 en wie bracht de stand op 6-8? U raadt het: Ying-ting Huang!

Hoe wij van de sportredactie van De Morgen dat allemaal weten? Surf eens naar de site van de Wereldspelen. Sinds het ontstaan van het internet nooit een betere en informatievere site gezien dan die van de Wereldspelen.

Rechts bovenaan die site staan de olympische ringen. Dat is verwarrend, net zoals onze journaallezers er meenden goed aan te doen te melden dat de World Games de Olympische Spelen zijn voor niet-olympische sporten. Wat de niet-olympische sporten doen en hoe ze dat organiseren heeft niks te maken met de Olympische Spelen. De World Cup voetbal is ook niet de Olympische Spelen van het voetbal.

Wat met die olympische ringen dan? Daar staat in kleine lettertjes naast: organisation recognised by the International Olympic Committee. Wat wil zeggen: de bigshots in Lausanne weten dat we bestaan en ze laten ons met rust.

Elke vergelijking van prestaties met de echte Olympische Spelen is totaal van de pot gerukt. Een voorbeeld: drukte om zestien medailles en de zestiende plek op de medailletabel is nergens voor nodig. In 2022 eindigde België met twintig medailles waarvan elf keer goud en was toen het zevende land. Bart Swings won in zijn eentje vier keer goud.

Ook in Wroclaw in 2017 en in Cali in 2013 prijkte België netjes in de top tien. De onderscheidende factor is hier: doet hij mee of doet hij niet mee, Swings dus. In Chengdu was hij er niet bij. Last van de knie en een belangrijker event in het verschiet.

Swings is destijds overgestapt naar het olympische snelschaatsen. Hij had het wellicht leuk gevonden als skeeleren op het olympische programma was verschenen, maar die sport was kansloos. Te weinig landen, te weinig continenten, te weinig om olympisch te worden, net als bijna alles op het programma van de Wereldspelen. (Flag football, lacrosse en squash zijn wel in LA 2028, maar dat is eenmalig.)

Hoewel je voor alle sport, ook de nichesporten van de Wereldspelen, respect kunt/moet opbrengen, mag je de hiërarchie der sporten niet op haar kop zetten. De absolute topsporten die rekruteren uit de grootste pool van beschikbaar talent zijn de olympische sporten, met voetbal als absolute nummer één en buitenbeen.

Atleten die blijven hangen in sporten die op de Wereldspelen worden aangeboden, doen dat om verschillende redenen. Of ze missen een stukje talent, zijn gemakzuchtig, blijven liever in de niche, of ze hebben hun sportieve prioriteiten niet op orde. In de topsporthiërarchie zijn de Wereldspelen een verzameling B- en C-sporten.

Elk sportsysteem die naam waardig gaat vol voor de olympische sporten, hoewel daar ook rare sporten als schieten en moderne vijfkamp op het programma staan. China eindigde deze editie in eigen land dan wel op één, maar was in de VS drie jaar geleden pas het tiende land. Het grootste sportland, de VS, eindigde op de eigen Wereldspelen van 2022 tweede en was in Chengdu pas het zesde land. Dat getemperde vreugde op zijn plaats is, bewijst België door nu al drie edities op rij beter te doen dan Nederland terwijl het op de echte Spelen niet aan zijn enkels reikt.

Column Dokudocu in De Morgen van maandag 11 augustus 2025

Dokudocu

Je hangt op de bank op het terras – iPad binnen bereik – en je denkt: wat als ik nu als beloning voor het vele werk van de voorbije weken een beetje hersenloos zou wezen, bijvoorbeeld voetbal kijken? Dat had gekund, ooit, maar Play Sports is opgezegd en de app van DAZN – het dingetje van sportzender ‘Da Zone’ – komt hier voorlopig niet op de Samsung en ook niet op de portables.

Even terzijde. Het maakt niet uit wie hier de schuldige is, DAZN of de providers, fout zijn ze allemaal. Het is toch te gek voor woorden dat wij flink moeten betalen om Belgisch voetbal te kijken, wetende dat die sector jaarlijks voor 200 miljoen euro via lastenverlagingen wordt gesubsidieerd door België, dus door u en ik.

Iets verder slingert een krant van vrijdag. Het oog valt op een kop die triggert: ‘Koppels die wachten hebben vaak foute verwachtingen’ met daaronder een fotootje van een relatietherapeute en een grote foto. Hé, is dat Jeremy Doku niet? De pagina gaat open en warempel, daar staat Doku op nog twee foto’s.

De interesse is gewekt. Je leest de inleiding. Doku gaat trouwen, is de eerste zin. In de tweede staat de verklaring voor de kop. Tot de huwelijksnacht delen de gelovige voetballer en zijn zes jaar oudere verloofde Shireen Raymond de lakens niet.

Oké, dáár gaat het artikel over: geen seks voor het huwelijk. Ter allicht overbodige verduidelijking: ik ben van de generatie die soms het motto ‘eerst poepen, dan klappen’ (eerst neuken, dan praten) huldigde. Juist, dat had wat subtieler gekund, maar jaren een lief hebben en daar nooit mee naar bed gaan, dat is toch het andere uiterste.

Oké, tot daar deze discussie. Iedereen doet wat hij/zij wil zolang niemand daar last van heeft. Seks voor of na het huwelijk, daar gaat dit stukje helemaal niet over. Wel over hoe dit nieuws tot ons is gekomen en daar is niets ingewikkeld of vreemd aan. Jeremy Doku heeft het zelf verteld, aan iedereen die het wil horen. Het staat op YouTube, waar hij zijn eigen kanaal heeft.

De eerste twee van de beloofde zes afleveringen staan online en dat is precies hoe ik dit weekend hersenloos ben beziggeweest: ik heb naar Jeremy Doku gekeken, twee afleveringen van telkens een kwartier lang, en ik ben niet in slaap gevallen, net niet.

In deel 1 zien we Jeremy die terugkeert naar waar het allemaal begon, naar Borgerhout. Naar ‘de pleintje’ dat fel is veranderd (aldus Doku) waar ze ooit van zonsopgang tot zonsondergang voetbalden. Hij was voor de gelegenheid vergezeld van vrienden. Het thema van aflevering één was duidelijk: met de homies terug naar the hood, inclusief de baggy pants, dreadlocks en kruis om de nek.

Afwisselend horen we straattaal met Nederlandse klanken en gekapt Engels stro. YouTube heeft meer Engelstalige geïnteresseerden dan Nederlandstalige, vandaar. Na Borgerhout volgt Neerpede, ook flink veranderd. Tussendoor krijgen we beelden van zijn eerste wedstrijd op 25 november 2018.

Over zijn trainer Hein Vanhaezebrouck die hem die kans gaf, weinig goeds. Vincent Kompany daarentegen, die heeft een impact gehad. Zal ook wel te maken hebben met waar hij nu speelt. De hele eerste aflevering en de tweede – tot onze grote spijt – is gelardeerd met dingetjes over zijn geloof. Rare zinnen ook, die eerder passen bij bijgeloof, maar is dat geen synoniem voor alle geloof?

Bijvoorbeeld: “God heeft mij dit talent gegeven, hij kan het ook wegnemen.” Zoals G. bij een van zijn homies – ene Zacarias ‘Zaca’ Antonio – heeft gedaan, al geeft die later toe dat hij zo lui was als de neten en het heeft verbrod.

Nog een rare zin die nergens op slaat: “Werk alsof je nooit hebt gebeden, bid alsof je nooit hebt gewerkt.” Samengevat: aflevering één had weinig om het lijf en dan was het tijd voor aflevering twee. Die speelt zich geheel af in het praalparadijs voor patsers, voetballers en drugsbazen, Dubai genaamd.

Je ziet Doku zoals je hem nooit hebt gezien, maar misschien ook niet wil zien (mijn insteek, want ik hou vooral van de voetballer). In een buggy door de woestijn. In een mall in een opvallend Vuitton-shirt zoekend naar een bananapudding, dan even een bijbeltussendoortje waarna het naar de driving range gaat waar hij gaten in de tee en de wolken slaat. Vervolgens de finale: het huwelijksaanzoek op een helemaal aangekleed strand.

Einde aflevering twee van de Dokudocu.

De belofte was volledige toegang tot zijn leven. Houden die belofte, Jeremy, geef ons dan ook de huwelijksnacht. Aflevering drie, vier, vijf, zes? Wellicht wordt het zes. Deze rubriek houdt u op de hoogte wanneer de bebloede lakens in Manchester uit het raam zijn gehangen.

Column ‘Fijn, maar te klein’ in De Morgen van zaterdag 9 augustus 2025

Fijn maar te klein

De staatsschuld even niet meegerekend hebben we van twee dingen te veel in België/Vlaanderen: horeca en wielrenners/wielrennen. De horeca is deels gesaneerd in de covidjaren, maar horeca heeft dezelfde beginletters als hoornaars en die komen ook terug en met steeds meer.

Wielrenners/wielrennen dan. “Je kan niet te veel wielrenners hebben.” Dat hoorde je nog verkondigen tijdens de ellenlange Tour-lives. Bijna stond hier verslaggeving, maar dat zijn die uitzendingen al lang niet meer. Ze houden het midden tussen cafetariageleuter in een woon-zorgcentrum en het getater op een kleuterspeelplaats.

Even tussendoor: vroeger had je nog Vive le vélo om later op de avond op niveau te worden bijgepraat, maar dat was deze editie ook te veel gevraagd.

Bijgevolg: er is dus te veel wielrennen op de televisie, daarnaast ook te veel wielrenners – daar komen we straks nog op terug – en er zijn te veel wielerploegen. Wáren, moet dat zijn.

Volgend seizoen is er wellicht één team minder door de aanstaande fusie van Lotto en Intermarché-Wanty. Lotto is overigens een apart verhaal en exemplarisch voor de staat van het Belgische wielrennen. Vorige winter waren ze al zeker van promotie naar de World Tour (vanuit de Pro Tour) en vervolgens slaagden ze er niet in om een tweede sponsor te vinden.

De logica had erin kunnen bestaan dat verzekeraar Baloise zich aan die ploeg zou verbinden, want die zien in hun wielerploeg Sport Vlaanderen-Baloise hun Vlaams overheidsgeld (de salarissen van renners en staf) na 2026 wegvallen.

Hetzelfde verhaal aan Waalse kant, waar Wagner- Bazin zijn overheidsgeld nooit heeft gezien en nooit meer zal zien. Zoals het er nu naar voor staat, tenzij economische wonderen zich voltrekken, houdt België eind 2026 drie professionele wielerteams (World Tour en Pro Tour) over van de zes die momenteel rondrijden.

Dat zijn dan Soudal-QuickStep, Alpecin-Deceuninck en Lotto-Intermaché-Wanty, als die laatste fusie doorgaat. Gaan ze niet samen, dan blijven ze vroeger dan later nog met twee over, want geen van beide constructies is een lang leven beschoren. Twee Belgische profteams zou beantwoorden aan de economische logica van sportland België en het wielrennen.

Op termijn zit er nog meer sanering aan te komen. Ramen- en deurenfabrikant Deceuninck stapt eind dit jaar op als naamsponsor bij de ploeg van de broers Roodhooft (nu Alpecin-Deceuninck) en het is geen al te goed teken dat de ploeg met de tweede meest sexy wielrenner van de aardbol (na Tadej Pogacar) niet nu al een vervanger heeft kunnen aankondigen.

Als Soudal op termijn verdwijnt, lijkt een nieuwe fusie onafwendbaar. Of de Roodhoofts zouden eens te meer moeten verbazen, maar het is meer dan een teken aan de wand als sponsorbedrijven niet staan te springen om zich te verbinden met een Mathieu van der Poel in misschien zijn laatste goede jaren.

Her en der komen wel multinationals om de hoek piepen zoals Decathlon en Red Bull. Die worden door sportmarketeers die een fiets hebben opgegeten opgevoerd als een bewijs van de groei van het wielrennen. Decathlon en Red Bull zijn grote spelers, tien keer groter dan Soudal, maar ook tien keer kleiner dan Lidl en die hebben de sport ook niet veranderd. Bovendien is het ook goed om te kijken naar wie en wat er verdwijnt. In Frankrijk kappen Arkéa en B&B Hotels met wielersponsoring en stopt meteen ook de gelijknamige ploeg.

Het hele landschap van het wielrennen hangt aan elkaar met demografische, organisatorische en economische haken en ogen. Het is een dure, sponsoring- en subsidieslurpende en toch ondergefinancierde sport, zonder een echt verdienmodel, die zich afspeelt in een onaangepaste omgeving (de openbare weg) met als gruwelijke nevenschade dat het de meest dodelijke sport is.

Wielrennen mogen wij dan in Vlaanderen een wereldsport vinden, dat is het nog steeds niet, dat is het steeds minder en dat zal het ook nooit worden. Er rijden 523 wielrenners in de World Tour, komende uit 39 landen. Ter vergelijking: 523 is ongeveer de helft van het aantal voetbalprofs in België. 39 landen lijkt veel, maar 446 van de 523 renners komen uit Europa. Zeventig procent komt uit West-Europa en net niet de helft van het World Tour-peloton is in vier landen geboren.

Frankrijk staat op één met 81, België op twee met 72, gevolgd door Italië (dat niet eens een World Tour-team heeft) met 57 en Nederland met 49. Meer dan een op de vijf World Tour-renners komt uit de Lage Landen. Ziedaar het grootste manco van de fijne, maar al te kleine sport wielrennen en waarom ze nooit echt groot zal worden: het sterk regionale, bijna lokale karakter.

Column Eerlijke Sport in De Morgen van maandag 4 augustus 2025

Eerlijke Sport

Het stond woensdag op X. Verwacht was een minitsunami aan berichten, eerst online, een dag later in de print, wie weet zelfs in de televisiejournaals. Raar: niks. Nog een dag later, vrijdag dus: weer niks. Dit weekend was het het nieuws nog steeds niet opgepikt door onze sportmedia.

Nu goed, alle begrip voor onze media. Er was veel ander wereldnieuws in de sport natuurlijk zoals de klinkende overwinningen van onze koene Vlaamse coureurs in de na-Tourcriteria.

Toch is het vreemd, want nog vorige week werd net niet met grote trom (her en der ook met vreugdekreten) gemeld hoe een Brusselse rechter met een onwetenschappelijke argumentering een vijftigjarige trans vrouw had toegestaan om bij de vrouwen te wielrennen. Dat was haar eerder verboden door een reglement van de wereldwielerbond UCI.

Dat de internationale atletiekbond vanaf 1 september trans vrouwen en sommige vrouwen met een afwijkende seksuele ontwikkeling (de zogeheten DSD-atleten) verbiedt om deel te nemen aan vrouwennummers beheerst nu al een paar dagen de internationale sportwereld. Tot België is dit nog niet doorgedrongen. Nu weet u het ook. Met dank aan deze rubriek. Graag gedaan.

Het wordt ingrijpend, randje vernederend, het is niet anders. Alle vrouwen die willen deelnemen aan het WK atletiek in Tokio, dat begint op 13 september, moeten verplicht een SRY-gentest ondergaan. Het resultaat daarvan moet op 1 september bij World Athletics worden gemeld.

Het goede nieuws is dat het om een eenmalige test gaat. Een atlete die heeft bewezen dat ze dat gen niet in haar hormonale systeem heeft is oké, bewezen vrouw dus, voor de rest van haar carrière. Het minder goede is dat dit allemaal in deze augustusmaand moet worden afgerond via een wanguitstrijkje of een bloedtest.

Dat zal nog wel lukken in België en een groot aantal andere landen, maar of ze dat overal zo snel voor elkaar krijgen? Of dat resultaat vervolgens op tijd bij de desbetreffende federatie terechtkomt valt ook nog te bezien. Volgens World Athletics duurt het tussen één en twee weken vooraleer het resultaat bekend is. Dat wordt nog een discussietje wat weleens tot een kort geding bij het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) zou kunnen leiden.

De SRY-test is bijzonder accuraat. Of hij makkelijk is, geen idee. Het klinkt alvast ingewikkeld, een test via een in-vitrodiagnosekit gebruikmakend van kwantitatieve fluorescerende polymerasekettingreactie. Misschien is het een routineding, laten we het hopen.

De QF-PCR-test is van oorsprong een prenatale test die zoekt naar hormonale abnormaliteiten in een ongeboren baby, maar hier zal hij bepalen of bij de vrouw een SRY-gen aanwezig is. Dat SRY-gen bevindt zich op het Y-chromosoom en is cruciaal voor de mannelijke geslachtsbepaling bij zoogdieren. Met andere woorden: vrouwen die dat SRY-gen hebben, worden in de atletiek uitgesloten omdat ze biologisch eerder man zijn dan vrouw.

Dat is lastig, heel lastige zelfs, want niet alle vrouwen in kwestie zijn ooit man geweest en hebben een transitie ondergaan. Sommige van die vrouwen zijn geboren als vrouw, opgevoed als vrouw en hebben een tijdje aan competitie gedaan als vrouw. Denk in dat verband aan Caster Semenya.

Seb Coe, de grote baas van de wereldatletiek en aartsvijand van Semenya, was onverbiddelijk: “Wat we met deze regel bedoelen, is dat je biologisch een vrouw moet zijn om topsport te bedrijven in de vrouwencategorie. Gender gaat niet boven biologie.”

Een eerbaar standpunt, zonder meer, nog eens wetenschappelijk verantwoord. Voor trans vrouwen die na hun puberteit met de transitie zijn begonnen is met deze regel de deur zo goed als gesloten. Alleen zijn er momenteel geen trans vrouwen actief. Die kunnen er wel komen.

De regel treft momenteel vooral de DSD-atleten. Die kunnen, ook als ze als intersekse-atleet meer man zijn dan vrouw, toch de dans ontspringen als ze aan het volledig androgeenongevoeligheidssyndroom of CAIS lijden, waardoor ze geen baat hebben van de mannelijke geslachtshormonen die hun lichaam produceert. Ook dat: te bewijzen door de vrouw in kwestie.

Het enige voordeel aan deze regel, die volgens Coe de eerlijkheid in de vrouwensport bevordert en daar heeft hij een punt, is de duidelijkheid. Het nadeel is dan weer het uitsluiten van een klein aantal sporters die de pech hebben dat ze met kenmerken van de twee geslachten zijn geboren.

Nu dat enorme probleem is aangepakt – het gaat om promilles van de atletenbevolking – kan men misschien ook eens werk maken van de één op de vier vrouwelijke sporters die tijdens hun carrière wordt geïntimideerd en misbruikt.

Column WK zwemmen in De Morgen van zaterdag 2 augustus 2025

WK Zwemmen

Er is eind vorige maand een nieuwe beheersovereenkomst afgeklopt voor de VRT en daar zit ook een luikje sport aan. Volgende paragraaf viel in deze krant terug te lezen over die overeenkomst en de sport.

De VRT participeert niet in een prijsverhogend opbod. Dat betekent niet dat er minder sport te zien zal zijn. Alleen wordt de focus een beetje bijgesteld. De VRT moet de komende jaren elke dag aandacht hebben voor vrouwensport, g-sport of sporten met een kleiner draagvlak. Bovendien moet minstens 30 procent van het aanbod op de Sporza-site betrekking hebben op vrouwensport, g-sport of minder populaire sporten. Tijdens een olympisch jaar stijgt dat aandeel zelfs naar minstens 35 procent.

Het zinnetje ‘de focus wordt een beetje bijgesteld’ springt in het oog. Bijstellen mag, moet zelfs, en een beetje is niet voldoende. Er is sprake van extreme bijziendheid. Als twee mannen en sedert een paar jaar ook twee vrouwen achter elkaar aan rijden, in spandex of een aanverwante stof en met een helm op, dan rukt Sporza met alle middelen uit.

De Grote Schermgezichten worden dan van stal gehaald en mogen hun ding doen, analisten worden aangebracht in draagstoelen en rondgereden. Tijdens de lives wordt van begin tot eind gekird en geleuterd dat het geen naam heeft. Dat wielrennen geen dure sport is en een beetje tot het Vlaamse DNA behoort, is geen argument. Frietkoten behoren ook tot ons DNA en de openbare zender promoot tot nader order niet elke dag frieten eten.

Alle overdrijving even terzijde: wielrennen is gezonder dan frieten eten – als je overeind blijft tenminste – en het is een mooie, zeer eerlijke sport waarin we meetellen. Point taken. Wielrennen mag op tv, moet op tv, maar stilaan loert de overkill om de hoek.

Ander zinnetje hierboven: de VRT moet de komende jaren elke dag aandacht hebben voor vrouwensport, g-sport of sporten met een kleiner draagvlak.

Oei. De inclusie-obsessie.

Op straffe van cancelling – maar het heeft hier al eens gestaan en toen heb ik het overleefd -, ik heb daar een mening over en die wil ik met u delen. Van mij mogen alle vrouwen, beperkte sporters (alleen niet overdrijven met de Special Olympics) elke dag op televisie komen, iedereen heeft tenslotte de vrije keuze om te kijken.

Het eerste criterium om de buis te halen en dus in die beheersovereenkomst had moeten zijn: we gaan voor de brede topsport. Dan heb je meestal ook meteen een heel deel vrouwensport erbij. Niet alle topsport is betaalbaar voor de VRT, begrijpelijk, maar was het echt zo veel gevraagd en zo duur om iemand naar Singapore te sturen en daar de reanimatie van het Belgische zwemmen te verslaan?

Tot en met dit weekend vindt in Singapore het wereldkampioenschap zwemmen plaats. Zwemmen jawel, dat is al een paar edities de eerste olympische sport samen met gymnastiek. In zwemmen waren wij in de jaren negentig redelijk bedreven en daarna een tijdje niet meer, hoewel er af en toe uitschieters op het pad kwamen, denk maar aan het zilver van Pieter Timmers in Rio 2016.

Als je pretendeert een sportzender te zijn en je hebt wat geld om sportrechten te kopen, dan ben je nu in Singapore. Als je pretendeert een sportzender te zijn die ook aandacht moet hebben voor sporten met een kleiner draagvlak, dan ben je zeker in Singapore. Als je pretendeert een sportzender te zijn met aandacht voor vrouwen, dan ben je zelfs in vol ornaat in Singapore want drie van de vier aanwezige Belgische atleten zijn vrouwen.

Meer zelfs, een van die vrouwen heeft een prijs gepakt, en die heeft Sporza met glans gemist. Een prijs? Jawel, Roos Vanotterdijk won zilver op de 100 meter vlinderslag. Nu zijn er wellicht die denken: ach vlinderslag, wie doet dat nog? Welnu, de 100 meter vlinderslag is een topnummer in het zwemmen. Vanotterdijk zou het verdienen om Sportvrouw van het Jaar te worden.

Als men u dat zwemmen niet aanbiedt en u dat dus niet te zien en te horen krijgt, tenzij u zo slim bent om naar de kenner Jeroen Grueter op de NOS te luisteren, dan is de wereldprestatie van Vanotterdijk compleet aan u voorbijgegaan.

Overigens hebben de vier Belgische zwemmers bijna in al hun nummers de halve finales gehaald, dat betekent bij de beste zestien van de wereld. Onder meer in Antwerpen wordt hard gewerkt aan een topsportcultuur in het zwemmen, straks ook met enkele Nederlandse toppers.

In die beheersovereeenkomst voor de VRT had ook gemoeten: het versterken van een topsportcultuur door gerichte aanwezigheid van Sporza bij de grote momenten van ook andere sport dan voetbal en koers.

Column Hobbyisten in De Morgen van maandag 28 juli 2025

Hobbyisten

Drie weken geleden waren we twee ritten ver en stond op deze plek dat Visma-Lease a Bike de Tour zou verstoren en dat door aan te vallen waar mogelijk. Niet dat het veel opleverde, maar er werd aangevallen. Vrijdag was er dan de ingekorte rit naar La Plagne en kon die theorie van de niet-aflatende disruptieve aanvalslust bij het vuilnis.

Zelden een laffere renner gezien dan Jonas Vingegaard in de klim naar La Plagne, of het moest Joop Zoetemelk zijn die van Eddy Merckx destijds de bijnaam wieltjeszuiger kreeg. Eigen schuld, dikke bult, dat de Deen op luttele seconden na Thymen Arensman strandde, na de enige honderd meter van de hele etappe dat hij Tadej Pogacar voorafging.

Pogacar speelde het toen meesterlijk, maar veel lol beleefde hij er niet aan en dat was hem aan te zien. Omdat Vingegaard weigerde mee te werken, liet hij Arensman rijden en zorgde er vervolgens voor dat die niet echt meer werd bedreigd. Die euforie in Nederland om de eerste Nederlander die twee bergetappes wint, is daarom een beetje overdreven.

Team Visma-Lease a Bike is de grote verliezer van deze 112de Tour de France. De stand in de wedstrijd Pogacar-Vingegaard of Team UAE-Team VLB is 4-2 voor de club uit de Emiraten. Wielrennen zal zowat de enige sport zijn waar een rijk team uit de zandbak meer sympathie, empathie en aanhang genereert dan een minder rijk team uit West-Europa, en dat in een van oorsprong door en door West-Europese sport.

Visma-Lease a Bike en Vingegaard hebben wellicht heel Denemarken achter zich en allicht ook wat aanhang in Nederland, hoewel ze reden zonder Nederlanders. De fans van Wout van Aert hinken op twee gedachten en zijn er meer en meer van overtuigd dat Visma niet de juiste omgeving is voor Van Aert. 

Wie Van Aert een beetje heeft gevolgd deze Tour kan dat alleen maar beamen. Het beeld van een renner die rondrijdt als een kip zonder kop spoort niet met het intellect van Van Aert, dus daar zit iets fout. Als Soudal-Quickstep nu eens die miljoenen die het straks krijgt voor Remco Evenepoel zou spenderen aan het losweken van Van Aert?

Team VLB werd in de derde Tourweek Team OCS, van obsessieve-compulsieve stoornis. Zoals Vingegaard zelfs zaterdag naar Pontarlier nog op het wiel van Tadej Pogacar reed, was geen plan, geen tactiek, maar een dwangstoornis. 

Het Plan is een uitstekend boek over toen nog Team Jumbo-Visma dat in 2023 de drie grote rondes in één jaar won. Sindsdien werden ze in alle grote rondes in het verlies gereden, met uitzondering van de Giro dit jaar. Ook daar ging het mis tot de twee beste renners (Del Toro en Carapaz) op de Colle del Finestre elkaar het wit uit de ogen keken en Simon Yates er van door ging om later met de hulp van Wout van Aert het roze te pakken.

Deze Tour hadden ze ook plannen, eentje voor elke rit nog wel. Ze zouden aanvallen en in het hoofd kruipen van Tadej Pogacar. Dat laatste is gelukt, ze hebben hem op de zenuwen gewerkt met hun praatjes. In de derde week was hij ook vermoeid, zoals ze hadden voorspeld. Alleen was heel het peloton vermoeid en Vingegaard nog vermoeider dan Pogacar, die al meer dan vier minuten voorsprong had gepuurd uit de eerste twee weken.

Pogacar en UAE hebben duidelijk geleerd van die eerste verloren Tour van 2022 toen ze zichzelf op de Galibier in de vernieling reden tegen het duo Roglic-Vingegaard. Hoe Pogacar daar ook sprong op Roglic, dat was nergens voor nodig. De volgauto van UAE heeft toen grove fouten gemaakt, is de analyse van elke sportdirecteur met wat kilometers in de Tour.

Daarentegen, hoe Pogacar anno 2025 zowel in de rit naar de Ventoux, Col de la Loze als naar La Plagne verkoos om defensief te rijden, wat tegen zijn natuur ingaat en hem het plezier in deze Tour uiteindelijk ontnam, dat was voortschrijdend inzicht.

In Het Zuiderkruis 23 in De Bosch, de service course van Team VLB, moeten ze terug naar de tekentafel. Hun aanpak heeft compleet gefaald. Het genie van de tactiek had uitgerekend, voorspeld en intern voor waar verkondigd dat Vingegaard in de tijdritten zijn concurrent op achterstand zou zetten. Het omgekeerde gebeurde, hij kreeg twee oplawaaien. 

Wie die praatjesmaker Patrick Broe van de podcast Lanterne Rouge de ronkende titel Head of Strategy heeft gegeven en de tactiek heeft laten bepalen terwijl die nog nooit een peloton van dichtbij had gezien, mag zich deze déconfiture aanrekenen. Er zit ook een voordeel aan dit drama: die jongetjes van Lanterne Rouge zijn nu wel definitief ontmaskerd als hobbyisten die zich voordoen als specialisten. Niet te geloven, dat het hyperprofessionele Visma-Lease a Bike daar is ingetuind.