Column Coach Pop in De Morgen van maandag 5 mei 2025

Coach Pop

Voor wie geen zin heeft om verder te lezen – de druk bezette coaches bijvoorbeeld die weleens deze rubriek tot zich nemen -, het volstaat met het bestellen van Gregg Popovich, The Inspiring Life and Leadership Lessons of One of Basketball’s Greatest Coaches van Clayton Geoffreys. Als dat niet volstaat: The Leadership Lessons of Gregg Popovich, verschenen in de serie Case Studies.

Een van de grootste basketbalcoaches, dat somt het ongeveer op. Groot als in groots, maar ook als in lang: Popovich was 1,91 meter. Is 1,91 meter, want hij is niet dood. Alleen de coach in hem is niet meer en dat is een groot verlies voor San Antonio Spurs, de NBA en euh, jawel, voor de mensheid.

Popovich kreeg in november te maken met een TIA, een soort miniberoerte, en haakte tijdelijk af. Dat tijdelijk werd een herstel van maanden en vorige week viel dan het verdict. Werken gaat nog wel, maar dan alleen als president basketball operations – sportief directeur zeg maar – van de Spurs. Niet langer als coach.

De coach met de meeste overwinningen in de NBA en met vijf titels blijft derde staan in de lijst aller tijden. Aan de negen van Red Auerbach en de elf van Phil Jackson zou hij nooit meer zijn geraakt.

In mijn jaren (1999-2004) als partieel NBA-volger ben ik twee keer na een gesprek in een soort trance naar de auto gestapt, in de wetenschap dat ik net superintelligente antwoorden had gekregen op wellicht niet eens al te intelligente vragen. Vreemd genoeg volgden de twee gesprekken hetzelfde scenario: zowel Michael Jordan als Popovich wilde niet echt gaan zitten, maar had geen bezwaar om in verschillende sessies enkele vragen te beantwoorden.

Wie Jordan was, daar moet u de zaterdageditie nog eens voor uit de papierbak halen. Popovich is minder bekend, maar als u op YouTube intikt ‘Spurs Gregg Popovich Calls Donald Trump ‘Racist Liar’ & ‘Pathetic’ in Presidential Election Rant’, dan hebt u een goed idee van de waarden waar die man voor staat.

Het filmpje duurt dertien minuten en is één lang antwoord op een vraag van de L’Équipe-verslaggever die Victor Wembanyama volgde in zijn eerste profjaar. U weet niet wat u hoort, maar neem misschien mee in uw oordeel dat deze Popovich een militaire opleiding heeft gehad.

In 2003 was hij nog geen 76, en van Trump was nog geen sprake. Ik vroeg hem over dat leiderschap en hoe hij als vijftiger omging met de nieuwe generatie en vooral hoe hij erin was geslaagd een team te smeden met Amerikanen, Zuid-Amerikanen en Europeanen.

Ik hoor nog elk woord resoneren. “Ik weet wie ik haal voor mijn team, dat eerst en vooral. Vervolgens ga ik verschillende keren een uur met elke nieuweling zitten. We praten over alles. Ik wil alles weten over hun leven, hun problemen, hun verwachtingen naar mij toe. Tegelijk zeg ik wat ik verwacht van onze samenwerking. Zo smeed ik met elk apart een verbond. We gaan elkaar beter maken, dat is de bottomline. Ik val jou nooit af en jij valt mij nooit af. Heb je een issue, kom naar mijn kantoor en we praten tot het is opgelost. Daarna gaan we met het team trainen. Spelers moeten elkaar willen leren kennen en daar doe ik alles aan om dat te bevorderen.

“Dat is management op algemene schaal. De wedstrijden zijn micromanagement. We weten onderhand hoe we van elk team kunnen winnen als we alles goed doen. Alleen doen we niet alles goed. Ik probeer tijdens de wedstrijd altijd een positieve attitude aan te houden, maar soms is het zo slecht wat we doen dat ik ook liever thuis een serietje zou bingen.”

Zijn masterclass – naast het ongenadig fileren van Trump – leverde hij in 2014 af: de vijfde en voorlopig laatste titel van de Spurs. Dat ging ten koste van het superteam dat ze in Miami bij elkaar hadden gehaald: LeBron James, Dwyane Wade en Chris Bosh, drie all-stars. Het trapezebasketbal van het wonderbaarlijke Heat-trio werd geneutraliseerd door een ploeg bestaande uit twee Fransen, twee Australiërs, een Italiaan, een Braziliaan, een Argentijn, een Canadees en een center van de Maagdeneilanden. James, toen nog fris en fruitig, werd onder de dertig punten gehouden en alle andere ontsnappingswegen werden afgesloten.

Vooral de derde wedstrijd uit de serie in de thuiszaal van Miami Heat zal de geschiedenis ingaan als memorabel. Ergens diep in de wedstrijd nam coach Popovich zijn spelmaker Tony Parker van het parket en sprak hem vaderlijk toe. “Je hebt er geen dertig gemaakt, maar vandaag heb je leiderschap getoond, je was groots.” Ook te zien op YouTube. Parker heeft geen bal meer gemist van de hele finale.

Column De beste ooit in De Morgen van zaterdag 3 mei 2025

De beste ooit

Lance Armstrong stelde laatst dat Tadej Pogacar misschien wel de beste wielrenner ooit was. Eén week later stond in deze krant een verhaal over LeBron James met de omschrijving “voor velen de beste basketbalspeler aller tijden”.

In essentie ging het twee keer om de GOAT-kwestie en twee keer was het naast de kwestie.

Voor de meetbare activiteit sport lijkt het debat ‘grootste aller tijden’ op het eerste gezicht simpel. Elke atleet (v/m) van vandaag in een sport waarin snelheid, kracht en/of uithouding onderscheidende factoren zijn, presteert beter dan die van twintig jaar geleden en zeker beter dan die van vijftig jaar geleden.

Als de fysieke prestatie de doorslag geeft, is de GOAT-discussie hiermee afgesloten. Alleen zijn tijdperken niet te vergelijken. Tadej Pogacar is sneller dan Lance Armstrong, althans over een hele Tour genomen. (Aan de snelste klimtijden van de era Pantani-Armstrong is zelfs Pogi nog niet toe.) Armstrong was dan op zijn beurt weer sneller dan Eddy Merckx.

Verschillende grootheden, verschillende tijden. Tadej Pogacar rijdt op het Italiaanse voedingsmerk Enervit, dat is althans de officiële sponsor, en neemt per uur 120 gram koolhydraten tot zich. De voedingssponsor van Lance Armstrong ben ik kwijt, maar ik weet wel nog dat zijn verzorger Freddy Viaene halfweg de Tour vanuit Izegem een lading confituur- en rijsttaartjes liet afkomen, als rennerseten voor onderweg.

Inderdaad: de generatie-Armstrong reed op epo. Wat Eddy Merckx onderweg at, is mij ook niet bekend, maar daar waren vaak sandwiches bij. En in die tijd reden ze ook op anabole steroïden en corticoïden die tot 1975 niet op de dopinglijst stonden.

Tijdperken zijn niet te vergelijken, maar als we er ons toch aan wagen, dan is het palmares het belangrijkste criterium. Een aardige collega van Het Nieuwsblad deed dat huiswerk deze week. Toen Merckx even oud was als Pogacar nu had hij 153 overwinningen tegenover 95 voor de Sloveen. Hij had ook drie Tours gewonnen, op drie deelnames, twee Giro’s en was al twee keer wereldkampioen. Pogacar heeft drie Tours. Daarnaast had Merckx tien Monumenten (alle vijf minstens één keer) gewonnen tegenover nu negen voor Pogacar.

Merckx ligt voorlopig op kop, maar Merckx won na zijn dertigste geen grote ronde meer en nog slechts één Monument. Als Pogacar langer doorgaat kan hij het palmares van Merckx evenaren en wordt hij de beste ooit.

Voorlopige conclusie: nooit kwam iemand dichter bij Merckx dan Pogacar vandaag, maar in het debat over de wieler-GOAT is de jury nog in zitting.

Andere kwestie: is LeBron James de beste basketbalspeler ooit? Misschien/zeker voor wie Michael Jordan nooit heeft weten spelen. Ook voor de NBA, maar dat heeft te maken met de onwil van Jordan om zich in te schrijven in de NBA-commercie.

LeBron James springt hoger, loopt sneller en dunkt harder dan Jordan (maar niet mooier). Dat volstaat niet om de beste te zijn. Ook de houdbaarheidsdatum speelt geen rol. James is nu de helft langer aan de slag in de NBA dan Jordan en heeft meer punten gescoord dan om het even wie. So what?

Prijzen zeggen veel meer. Jordan heeft zes NBA-finales gespeeld en alle zes gewonnen. In die play-offs scoorde hij gemiddeld vijf punten meer dan James, die tien finales speelde en daarvan maar vier kon winnen. Jordan is ook de enige NBA-speler die meer dan 30 punten gemiddeld per wedstrijd kon scoren over zijn hele carrière. James zit aan 27.

Voor wie is opgegroeid na Jordan en ervan overtuigd is dat James de beste ooit is – misschien omdat hij wél op TikTok zit want zo bekrompen wordt het debat vaak gevoerd – zoek op YouTube naar Detroit Pistons en ‘Jordan rules’. U weet niet wat u ziet. Als de Pistons vandaag verdedigen op James zoals dertig jaar geleden op Jordan, hebben ze voor het tweede kwart niet voldoende spelers meer.

Scoren was toen zoveel lastiger dan vandaag. Nog meer stats? Jordan heeft tien titels van beste scoorder, James één, en dat ondanks die laksere verdedigingsregels. Ook in Player Efficiency Rating en Box Plus/Minus (geavanceerde statistieken) is Jordan duidelijk beter.

Jordan was de ultieme killer. James? Woensdagnacht ging hij in het vierde kwart niet voor het eerst kopje-onder in crunch time met een 2 op 7 en werd uitgeschakeld in de play-offs. Dat is Jordan nooit overkomen.

Extra argument: Jordan’s extrasportieve betekenis. Hij was het vliegwiel waarmee de NBA de wereld veroverde, de man die Nike marktleider maakte, de eerste sportmiljardair, de wegbereider voor alle GOAT’s van alle sporten. Jordan is de allerallergrootste aller tijden van alle sporten. Discussie gesloten.

Column Pika na i in De Morgen van maandag 28 april 2025

Pika na i

Er zal zich ongetwijfeld een slimmerik melden die het beter weet, maar dat is wat Google Translate aanbood als de Sloveense vertaling van ‘puntjes op de i’. Het klinkt anderzijds wel correct en ook fonetisch klopt het want wat pikte het, gisteren tussen Remouchamps en Luik.

Puntjes op de i. Effe een statement gemaakt. Iedereen naar huis gereden. De grote Belgische wielerhoop (maal twee) op hun nummer gezet. Alleen zijn vriend Mathieu van der Poel nog wat gegund. Samen hebben ze het voorjaarspeloton beheerst en elk twee Monumenten gewonnen. De onderlinge stand is nu 9-8.

Van der Poel pakte uit in Sanremo met een monumentale sprint, en recidiveerde in Roubaix met een solo. Maar Tadej Pogacar is dé man van het voorjaar. Hij animeerde waar hij ook aan de start kwam en dat was voor het eerst op 17 februari van dit jaar. Tweeëneenhalve maand later, nog steeds de animator, aanstoker en triomfator.

Koesteren, jawel, die nieuwe Merckx. Dat staat hier bijna wekelijks, dus die kant gaan we niet meer op. Of hij beter is dan Merckx, daarvoor verwijs ik u naar de column van volgende zaterdag waar het zal gaan over een methodiek om te bepalen wie nu de grootste is in de ene of andere sport. Om voor eens en voor altijd – althans op deze pagina’s – dat oeverloos gezwets te stoppen.

De beste wielrenner van dit decennium is Tadej Pogacar, ook daar geen twijfel over. Dit jaar: Tadej Pogacar. Palmares van 2025 er even bij halen? Winst in de UAE Tour, eindwinst en twee etappes. Eerste in de Strade Bianche, derde in Milaan-Sanremo, eerste in de Ronde van Vlaanderen, tweede in Parijs-Roubaix, tweede in de Amstel Gold race.

Na die tweede plek in Valkenburg gingen de alarmbellen af: hij was dan toch mens, hij was over zijn top, hij zou nu wel rekening houden met Remco Evenepoel. (Dat laatste was dan vooral een verzuchting van de Vlaamse pers.)

Pogacar zag dat anders: eerste in de Waalse Pijl, op de Muur van Hoei vanuit het zadel elke twee meter een meter voorsprong gepakt. Geen Remco Evenepoel gezien. Gisteren ook nog eens eerste in Luik-Bastenaken-Luik, vanuit het zadel op La Redoute de collega’s even op hun nummer gezet. De al uitgewaaide Evenepoel helemaal weggeblazen.

Hoe ook, zittend of uit het zadel, hij was weg. Omdat het in Wallonië was en omdat daar minder (West-)Vlamingen langs de kant staan en er gelukkig geen enkele Nederlander vooropreed, beleefde Tadej Pogacar zijn triomftocht door een zee van mensen.

Of we zouden achteraf moeten te horen krijgen dat iemand hem stokken in de wielen heeft proberen steken. De kans is klein. Op een wolk reed hij naar Luik en groette daar zijn drie jaar geleden overleden schoonmoeder.

Wat Remco Evenepoel betreft, grote conclusies zijn niet op hun plaats. Als hij zijn offday wijt aan zijn smalle winterbasis, dan kan niemand daar ook maar iets tegenin brengen. Of het zouden de trainers moeten zijn die zijn prestatiedata kennen.

Maar toch… Bij het opdraaien van La Redoute had hij dichter mogen zitten. Karl Vannieuwkerke en José De Cauwer, commentaarduo en voorzitter/ondervoorzitter van de supportersclub Koersende Belgen, wisten niet goed wat er aan de hand was. Ze konden ook niet kiezen: krijgen we nu ter plekke een hartverzakking of gaan we in spontane depressie, of allebei?

Met loze zinnetjes als “we zullen het niet weten als ze met gelijke wapens hadden gestreden” werd nog één en ander vergoelijkt. Ze hádden gelijke wapens, allebei zaten ze op een fiets. “Remco had een slecht moment.” Jaja. Eén slecht moment, een slecht half uur zal je bedoelen. “Remco heeft een koortsblaas en is misschien ziek.” Neen dus.

Hij probeerde nog wel, de gouden man van Schepdaal, maar meerdere keren vooraan de boel in gang proberen jagen en vijf minuten later de fiets haast aan de kant zetten, dat wijst toch op een licht mentaal probleem.

Dus ja, ongetwijfeld smalle basis, maar Evenepoel is toch geen Van Aert. Ook als die merkt dat een ander beter is (Van der Poel), zal hij blijven vechten tot de laatste snik. Dat leverde hem dit jaar alleen mooie ereplaatsen op, maar wel tegelijk een basis om op verder te werken.

Niet zo Evenepoel. Bij het minste vermoeden dat die ene andere beter zou kunnen zijn, slaat het hem in de benen. De vaststelling dat hij zijn enige twee Monumenten won (twee keer deze Luik-Bastenaken-Luik) telkens bij afwezigheid van Pogacar, en omgekeerd Pogacar won bij afwezigheid van Evenepoel, maar dat hij nu bij hun eerste confrontatie in de zwaarste aller klassiekers werd weggeblazen, doet er ook weinig goed aan. Oppassen, of Pogacar zou de naam van een complex kunnen worden.

Column Vrouwenwielrennen in De Morgen van zaterdag 26 april 2025

Vrouwenwielrennen

Deze week was er wat te doen over de spektakelwaarde van vrouwenwielrennen. Een man heeft durven poneren dat – als u lange tenen hebt, ga vooral zitten – “als de vrouwenkoers saai is, dan moet je dat mogen zeggen”.

Het was allemaal keurig to the point geformuleerd en gefileerd. Dat hij een man is die dat zegt? Als een man vindt dat vrouwenkoers saai is, moet ook een man dat mogen zeggen, of hij gelijk dan wel ongelijk heeft.

Is vrouwenkoers saai? Dat is lastig. Wie definieert ‘saai’? Laten we terugkeren naar het begin. Vrouwensport is een spin-off van sport en sport is per definitie mannensport. Mannen hebben het concept sport uitgevonden en hebben daar al in de achtste eeuw voor onze jaartelling een event van gemaakt ter ere van de god Zeus.

Ik was vorige week toevallig waar het allemaal begon, in Archaia Olympia dus. Hadden vrouwen daar dan niks te zoeken op die eerste Olympische Spelen? Neen, niks. Vrouwen hadden wel ergens anders hun Spelen ter ere van de godin Hera, maar dat was een loopwedstrijdje voor maagden.

Die Hera was overigens geen leuke madam want die wilde de kleine Dionysos doden die door haar man Zeus was verwekt. Hera had wel een tempel op Olympia en daar stond dan weer het befaamde beeld Hermes van Praxiteles. Beetje veel context, maar nu weet u dat ook meteen.

Sport is dus een vermaak door en voor mannen en vooral op maat van het mannelijke hormonenstelsel, in al zijn glorie en al te vaak ook verderf. Toch hebben vrouwen sneller dan eerst werd aangenomen geijverd voor competitiesport onder vrouwen. Dat mocht van de mannen, zolang het de vrouw als lust- en praalobject geen oneer aandeed.

Het concept spektakel was lang niet van toepassing op vrouwensport omdat vrouwen zich in spel en sport gewoonweg minder fanatiek gedroegen dan mannen. Die vaststelling is achterhaald. Blijft het gegeven dat vrouwen een op mannenmaat geconcipieerde activiteit hebben overgenomen en dat met een totaal andere fysieke en hormonale huishouding.

Vrouwensport beoordelen is binnen de waarnemerij, ook wel sportjournalistiek genaamd, een apart specialisme. Vrouwensport is apart tout court, met andere regels, wetmatigheden en gebruiken. Maar laten we er vooral geen doekjes om winden: vrouwensport is vaak minder spectaculair dan mannensport. Sommige sporten komen evenwel in de buurt, zijn gelijkwaardig of overstijgen in spektakelwaarde zelfs de mannenvariant.

Een voorbeeld is vrouwenvolleybal. Ze slaan minder hard, springen minder hoog en het net hangt lager. Slappe hap? Welnee. Een olympische finale bij de vrouwen met eeuwigdurende rally’s is te verkiezen boven het een-twee-drie power- en hakwerk bij de mannen. Zelfs vrouwenvoetbal kan razend spannend zijn, maar dan toch vooral als de voetbalsters niet te best kunnen voetballen. Spectaculair is nog wat anders.

Een competitie leeft van het competitieve evenwicht en dat heeft het vrouwenwielrennen zelfs meer dan het mannenwielrennen, dat ook saai kan zijn. Heel terecht werd opgemerkt of het dan zo spectaculair is om een renner – twee dus, Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar – tientallen kilometers alleen op kop te zien rijden. Dat is het niet, maar dat zijn we inmiddels gewend en het doet allemaal nog eens terugdenken aan die lang vervlogen merckxiaanse heroïek.

Bij de vrouwen hebben we dat referentiekader niet en nogmaals ten overvloede, vrouwen zitten fysiek, hormonaal en mentaal anders in elkaar. Wie naar vrouwensport kijkt, moet weten wat hij mag verwachten. Vooral de ‘hij’ moet dat beseffen. Zij zal soms sneller vrede nemen met het vertoon. Hij heeft als referentiekader de mannelijke variant en die is anders.

Dat de zeikerscombo van Wielerclub Wattage allerlei opmerkingen had over wat er allemaal gebeurde en vooral niet gebeurde in de vrouwenkoersen, ook dat valt te verklaren vanuit dat enge mannelijk referentiekader. Vrouwen zijn gemiddeld nu eenmaal behoudender in hun aanpak dan mannen. Een vrouw zal nooit zoals Thibau Nys voor het eerst naar een zware klassieker trekken met teksten als (een parafrase) “ik was nog nooit zo goed in vorm, dus ik kan meedoen om te winnen”.

Sommige collega’s van Nys lazen en hoorden dat ook en knikten goedkeurend bij zoveel branie. Anderen dachten: dat zullen we nog weleens zien. Als een vrouw dat zegt, wordt ze door concullega’s die er anders nooit over zouden denken een verbond te vormen meteen samenspannend neergesabeld. Vrouwenwielrennen is meerlagig en in al zijn complexiteit wél spannend. Geheel naar het beeld van de vrouw (zo schreef de man).

Column Wake up call in De Morgen van dinsdag 22 april 2025

Wake up call

Waar kennen wij Denen van? Van de geschiedenisles natuurlijk. Noormannen, dat waren ook Denen, een tijdlang niet de gezelligste onder de Europese burgers. Van de spermabank. Favoriet zaad is niet dat van een anonieme Deen. Persoonlijk ken ik ze van Club La Santa, het door Denen gerund sportcomplex op Lanzarote.

Van het wielrennen (en van La Santa waar we in de Green Bar samen de kasseiklassiekers van deskundig commentaar voorzagen) ken ik Rolf Sörensen, winnaar van de Ronde van Vlaanderen. Een latere Deen was Tour-winnaar Bjärne Riis, die mij in 2010 als perswoordvoerder van zijn ploeg wilde. Dat ging niet door omdat zijn kopman Alberto Contador in die Tour werd betrapt.

Zero komma zero maal negen en dan een vijfje, weet u nog? Riis, Deens übermensch par excellence, heb ik nooit meer gehoord. Recenter was er de bink Mads Pedersen, een brok graniet, gebeiteld als geen ander op die carbonfiets van hem.

Al die Denen, al meer dan duizend jaar, waren en zijn Vikings in looks en gedragingen, maar toch vooral in hun voorkomen. Sterk volk, brede schouders, harde kop. Allemaal handballers, een sport waarin ze wereldtop zijn.

Tenzij ze hard bergop met de fiets rijden, dan komt dat herenvolk plots aandraven met onderdeurtjes die 1200 jaar geleden nooit het langschip van de Vikings hadden gehaald.

Michael Rasmussen was zowat de eerste. 1m75, 60 kilo op papier. Hij verdween langs de achterdeur in de Tour van 2007 als de schande van Rabo. De volgende was Jonas, het mannetje van de visafslag dat twee keer de Tour won. Vingegaard is de familienaam, 1m75, 60 kilo droog aan de haak en wat minder nog als hij aan de laatste beklimming in een Tour-etappe begint.

Sinds zondag is er ook Mattias Skjelmose, winnaar van de klassieker Amstel Gold Race. Officieel 1m79 en 65 kilo, en haal daar ook maar een paar kilo’s af. Die sprintoverwinning zondag heeft hij alvast niet gestolen. In de laatste kilometers toen Evenepoel en Pogacar elkaar het wit uit de ogen keken, was hij nog de meest actieve, vooral omdat hij op dat podium wilde en dus liever met drie voorop bleef.

Skjelmose had de Giro willen rijden maar zijn Lidl-Trek wil hem als klassementsman in de Tour aan de start, naast hun machtssprinter Jonathan Milan. Lidl-Trek is geen gewoon ploegje. Die halen makkelijk het niveau van omkadering van Visma-Lease a Bike en zijn UAE wellicht voorbij. Het bewijs heet Mattias Skjelmose.

Volgens zijn Belgische piloot en kamergenoot Otto Vergaerde is hij nu al in volle voorbereiding op de Tour. Naast de vlotte comeback van Remco Evenepoel is de ontbolstering van Skjelmose zowat de beste garantie op extra spektakel volgende zondag tussen Luik, Bastenaken en terug, maar evengoed deze zomer in Frankrijk.

Skjelmose is negen maanden jonger dan Evenepoel maar heeft het voorbije jaar duidelijk stappen gezet. De Deen is plots een ordeverstoorder eersteklas, de vleesgeworden disruptie hoe hij op de Cauberg twee van de beste renners van het moment het nakijken gaf.

Wat zou de concurrentie nu denken? Zo’n Jonas Vingegaard, zou die blij zijn dat er nog een andere Deen mee vooraan zal rijden als het straks bergop gaat? Niet zeker. Ook Denen kunnen verschillen. Tussen Kopenhagen en Noord-Jutland liggen meer dan 400 kilometer en een wereld van verschil.

Remco Evenepoel moet Skjelmose een aanwinst vinden, dat kan haast niet anders. Zonder de tengere Deen was hij misschien niet terug bij Pogacar geraakt. Bovendien heeft Evenepoel als aanvaller er alle baat bij dat het geen twee- of driestrijd wordt. Hoe meer zielen vooraan, als hij een bom gooit, des te meer vreugd.

Tadej Pogacar is geschrokken zondag, al zal hij dat niet toegeven. “De tegenwind speelde mij parten en zij waren met twee”, was zijn excuus. Hij heeft wel al met tegenwind meer volk achter hem weten rijden en dat hij toch vooropbleef.

Evenepoel is geen gewone soldaat, dat weet Pogi ook, maar dat Skjelmose hem ook nog kwam bijbenen, mee voorop bleef rijden en uiteindelijk zelfs nog de sprint won, dat deed pijn. Zijn mimiek en die van Gianetti en co spraken boekdelen. Cosa succede adesso? Wat gebeurt nu?

Het monster van lastig en bergop, genaamd Pogacar, is dus toch te kloppen. De kwestie is nu om uit te maken of hij zichzelf heeft geklopt door een veel te zwaar en intensief programma, dan wel dat de tegenstand dichter is gekomen.

Een wake-upcall, laten we het zo maar noemen, wat daar in Valkenswaard is gebeurd. Terug naar de tekentafel is misschien niet nodig, maar een beetje bezinning met de betrekking tot de overmoed en hoogmoed waarmee hij zijn tegenstanders bekampt, is wel gepast.

Column Haatgedreven in De Morgen van zaterdag 19 april 2025

Haatgedreven

Ik heb te doen met Eli Iserbyt. Die zal de eerste zijn om zich daar lichtjes over te verwonderen na een minder gesmaakte column jaren geleden waar hij zich uiterst verbolgen over toonde. Het medeleven is in dezen evenwel oprecht.

Zijn belager van op de Koppenbergcross, die hem op 1 november van vorig jaar een volle pint bier in het gezicht gooide, komt ervan af met een waarschuwing. Je mag het wel nooit meer doen, zegt het gerecht in een brief.

“De feiten zijn bewezen en de verdachte kreeg een waarschuwing per brief dat hij geen nieuwe feiten mag plegen. Doet hij dat wel, dan zal het dossier worden heropend.” De mildheid van het vonnis is wellicht een gevolg van het mea culpa van de dertiger uit Ronse. Die had kort na de feiten een mail gestuurd.

Daar stond onder meer in: “Mijn gedrag valt niet goed te praten, maar het besef is er wel wat ik fout heb gedaan (…) Ik had gedronken, maar dit mag zeker geen excuus zijn om dergelijke handelingen te doen. Ik zal dan ook nooit nog een cross bijwonen, want mensen zoals ik horen daar niet thuis.”

Dat laatste klopt helemaal. Of hij het meent, daaraan kan worden getwijfeld. Hoe ook, Iserbyt kan daar niks mee en hij was dan ook terecht verontwaardigd. Die seponering of vrijspraak – wat het niet is, maar waar het op neerkomt – raakte bekend enkele dagen nadat Mathieu van der Poel een volle bidon tegen zijn hoofd kreeg gegooid terwijl hij met een goeie 45 per uur over slechte kasseien dokkerde.

Ook die bidongooier, een bijna-dertiger uit Waregem, is al snel tot een knieval overgegaan. Hoewel, zo snel was dat nu ook weer niet, want hij schoot pas in actie nadat de Gentse organisator van de trip naar ‘secteur 8’ had gedreigd zelf eerst naar de politie te stappen.

De tekst die hij naar de ploeg en dus ook naar Van der Poel stuurde, was zo mogelijk nog hypocrieter dan die van de belager van Iserbyt. “Die bidon lag in het gras. Wellicht weggegooid tijdens de koers voor de junioren. Ik heb die opgepakt en gegooid toen hij passeerde. Zonder nadenken. Na een halve seconde besefte ik al hoe dom en gevaarlijk dat was. Ik schaam me al dagen echt kapot.

“Een extreem dwaze impuls, ik kan het niet anders verklaren. Of ik fan ben van Wout van Aert en zijn tegenstander wou blokkeren? Absoluut niet, ik heb helemaal geen favoriete renner eigenlijk.”

Zever, gezever. Bidons blijven daar niet liggen na een juniorenkoers. Die worden opgeraapt en meegenomen. Er wordt zelfs voor gevochten. En dat hij geen favoriete renner had, daaraan mag ook worden getwijfeld. De kleur van de bus en de geviseerde renner wijzen in een bepaalde richting, maar daar kunnen die andere favoriete renner en die favoriete ploeg weinig aan doen. Behalve dan een beetje meer winnen of zelf mee voorop rijden, dát had misschien de zeden in die grasberm kunnen verzachten.

Een bidon gooien naar het hoofd van de koploper, dat is geen extreem dwaze impuls ten gevolge van alcohol of groepsdynamiek, maar wijst op een heel bewuste daad waarover toch langer dan een paar seconden is nagedacht. Belangrijk in deze is de dynamiek achter het gooien met water, bier, urine, petjes, spuugsel en drinkbussen naar voorbijrijdende renners. Die daad is haatgedreven.

Het is niet anders: het draait om pure haat ten aanzien van een renner op wie de gooiers het toevallig niet hebben begrepen. Bij Iserbyt omdat hij Iserbyt is en vaak wint. Bij Van der Poel omdat hij zijn grote concurrent wedstrijd na wedstrijd in de vernieling rijdt. Omdat hij een ‘Ollander’ is, krijgt hij de volle laag: water, bier, urine, petje, spuugsel, een drinkbus. Om meer dan bang van te worden.

De mea culpa’s van de gooiers zijn hypocriet. De rechters die de gooiers in hun rechtbank krijgen zouden die fabeltjes moeten doorprikken. Misschien moet politierechter op rust Peter D’Hondt zijn pensioen even on hold te zetten om zo’n qua inborst doodnormale, brave kerel, aldus de advocaat van de bidongooier, een les te leren.

De media hebben hier ook een functie. Het is niet omdat ze de gooier hebben gevonden, aan de praat krijgen en zijn geschreven knieval mogen publiceren dat ze in dat narratief van de zinsverbijsterende opwelling moeten meegaan.

Een bewezen biergooier die nog eens de feiten heeft toegegeven en vervolgens vrijuit gaat, hoe kan het dat die niet eens een werkstraf krijgt? De bidongooier heeft dan weer pech dat zijn zaak wellicht in Frankrijk zal voorkomen en dat Van der Poel Franse roots heeft. Bovendien hebben ze het daar al niet begrepen op die horden Vlaamse Hunnen die één keer per jaar hun achtergestelde regio overspoelen.

Column Pech liegt niet in De Morgen van maandag 14 april 2025

Pech liegt niet

Het was de grote Roger De Vlaeminck zelf die zei waar het op aankwam in Parijs-Roubaix. Jawel, de grote De Vlaeminck. Dat is geen ironie, het volstaat naar zijn palmares te kijken. Met elf eerste plaatsen in de monumenten van het wielrennen staat hij tweede in de eeuwige ranglijst, na Eddy Merckx (negentien).

Wat zei De Vlaeminck dan weer? “Lekrijden in Parijs-Roubaix is geen toeval. Ik reed het minst lek van allemaal omdat ik het best kon sturen.” Hij had daaraan kunnen toevoegen dat ook vallen of uit de bocht gaan geen toeval is. Tadej Pogacar reed samen met Mathieu van der Poel voorop toen hij een bocht totaal verkeerd inschatte en ten val kwam. Van der Poel reed even snel en ging niet uit de bocht. De betere chauffeur, dat liegt niet.

De twee grootheden van het cyclisme reden daarna nog eens om beurten lek en moesten van fiets wisselen. Van der Poel kwam uit de tweestrijd als overwinnaar, voor het derde jaar op rij nu al. Voor het derde jaar op rij bleef hij meer gespaard van pech dan zijn tegenstanders.

In 2023 reed Wout van Aert lek op de laatste kasseistrook en een jaar later was het de beurt aan Mads Pedersen om op een cruciale strook van fiets te moeten wisselen. Gisteren knalde Pogacar het decor in. Pech liegt niet.

Pogacar is de beste en compleetste wielrenner sinds Merckx. Een nieuwe Bernard Hinault. Maar in tegenstelling tot Merckx, Hinault en neem daar ook maar Van der Poel bij is hij geen al te slimme renner. Hij weet wat in de wereld gebeurt, hij heeft humor, hij is beleefd en eet naar verluidt met vork en mes, maar als hij op een fiets zit, heeft hij vaak zo veel overschot dat hij een ongeleid projectiel wordt.

In de Strade Bianche schoof hij totaal onnodig onderuit in een bocht bergaf en miste op een haar na een dwarslaesie. Hij kon gelukkig verder en won. Gisteren, dat was andere koek. Die twee monsters op wielen reden de stenen uit de grond en je voelde het aan de ellebogen dat het kleinste foutje ongenadig zou worden afgestraft.

Van der Poel maakt die fouten niet. Niet meer, sinds de Olympische Spelen van Tokio, waar hij was vergeten dat ze dat ene plankje zouden weghalen op het mountainbikeparcours. Tenzij dan op het WK 2023 in Glasgow, waar hij onderuitschoof omdat hij te snel in een natte bocht ging. Behalve die ene uitschuiver is het duidelijk dat hij na 2021 de knop heeft omgedraaid.

Het was tussen Compiègne en Roubaix weer wielrennen om duimen en vingers bij af te likken. Grote kampioenen die op honderd en meer kilometers van het einde besluiten om het peloton op te blazen, vervolgens samen op pad gaan als een vriendenclub, waarna de ene ploegmaat (Van der Poel) de andere (Philipsen) er noodgedwongen af rijdt en iets verder zijn metgezel (Pogacar) het decor ziet in vliegen.

Eigen schuld, dikke bult, maar wat doe je als daar nog 38,1 kilometer op de teller staat? Alle generaties hiervoor (na Merckx) hadden ingehouden, maar niet deze jongens. Kilometerslang bleef Pogacar op de achterstand hangen die hij zichzelf op de nek had gehaald met die slechte bocht. Hij deed er zelfs vijf seconden af, om dan toch finaal te kraken.

Parijs-Roubaix is een wedstrijd over kasseien, slechte kasseien en op die kasseien was Van der Poel beter dan wie ook die aan de start kwam. Een terechte winnaar, zonder meer, na een epische strijd die werd ontsierd door één majeur incident.

Met nog 33 kilometer te gaan gooide een toeschouwer een bidon naar het gezicht van Van der Poel terwijl die op volle snelheid een kasseistrook had aangesneden. Vol raak was het niet, gelukkig, maar het was toch tegen zijn kaak. “Poging tot doodslag”, zei Van der Poel en gelijk had hij.

De bidon werd geïdentificeerd als een oude bidon van Jumbo-Visma, de voorganger van Visma-Lease a Bike. Daar kan dat team niks aan doen. Er kwam trouwens heel snel een afkeurende reactie op X. De kans is levensgroot dat dit uit Vlaamse hoek komt. Nog maar eens. Opnieuw.

De kans is al even levensgroot dat de man of vrouw in kwestie het net iets meer heeft voor Van Aert en co. dan voor zijn Nemesis Van der Poel. Het is haat en die heeft inmiddels ziekelijke, gevaarlijke proporties aangenomen.

Vorig jaar was het een petje dat naar de derailleur van Van der Poel werd gegooid tijdens dezelfde wedstrijd, een week nadat hij in de Ronde van Vlaanderen op een bierdouche was getrakteerd. Dit jaar werd hij in de E3 Classic bespuwd. Daar kan Van Aert niks aan doen. Hij moet dus just niks, maar misschien toch een suggestie: zijn fans tot de orde roepen, lijkt dat niet aangewezen?

Column Team Flanders-Baloise in De Morgen van zaterdag 12 april 2025

Team Flanders-Baloise

Hoewel het niet aan de start staat in Parijs-Roubaix (maar wel in de Brabantse en in de Waalse Pijl) moeten we het even hebben over Team Flanders-Baloise. Recent hebben enkele van ver of van nabij betrokken prominenten hun licht laten schijnen over de wielerploeg van Christophe Sercu. Vervolgens had Vlaams Belang nog iets te melden.

Even situeren. Team Flanders-Baloise heette tussen 2017 en 2022 Sport Vlaanderen-Baloise en tussen 2013 en 2017 Topsport Vlaanderen-Baloise. Baloise kwam toen aan boord als het moederbedrijf dat eerder Mercator-Noordstar had overgenomen. Topsport Vlaanderen-Mercator heette het team tussen 2009 en 2012.

Was Mercator (samengegaan met Noordstar) nog te situeren in de fanatiek Vlaamsgezinde hoek, het Zwitserse Baloise was dat geenszins. Ten slotte, of ten beginne, is er de periode van 2006 tot 2009 toen het team als hoofdsponsor Chocolade Jacques had en Topsport Vlaanderen cosponsor was.

Team Flanders-Baloise is dit jaar begonnen aan zijn twintigste seizoen met de Vlaamse overheid eerst als co- en later als hoofdsponsor. Dat heeft de nieuwe minister van Sport Annick De Ridder (N-VA) niet belet een ballonnetje op te laten over de toekomst van het team. Daaruit werd geconcludeerd dat het team geen toekomst meer zou hebben.

Marc Sergeant suggereerde om van de Lotto-ploeg en Flanders-Baloise één geheel te maken, waarbij Sport Vlaanderen als opleidingsploeg zou fungeren. Een Belgische wielerpiramide is een oude droom van Sergeant. Alleen is de realiteit soms anders dan de droom: als er nu twee ploegen echt niet bij elkaar passen, dan wel deze twee. Lotto is de Nationale Loterij, onder federale bevoegdheid, en Flanders is Vlaamse bevoegdheid met Vlaams (topsport)geld.

Patrick Lefevere vond dan weer dat Team Flanders-Baloise een bestaansreden had als opleidingsinstituut. Want, zo gaf hij toe, hij had er vaak voor geen geld half-opgeleide renners kunnen weghalen waarmee zijn ploeg goed af was.

Ondertussen had niemand echt gezegd dat de ploeg geen bestaansreden had, maar de voorzet van minister De Ridder werd zo wel begrepen. Ook door Vlaams Belang, dat sprak van een iconische Vlaamse wielerploeg die op de helling stond. Of daar de oude Noordstar-link voor voor iets tussen zat, is niet bekend, maar het zou zomaar eens kunnen.

Er is een probleem met Team Flanders-Baloise, maar wat dan?

Bijvoorbeeld dat Flanders-Baloise wordt gesubsidieerd vanuit het Vlaamse budget voor topsport en dat voor Flanders-Baloise andere normen gelden dan voor pakweg Nina Derwael en de andere Vlaamse topsporters.

Wat zegt de Vlaamse doelstelling over topsport? “Vlaanderen ondersteunt en investeert enkel in topsportprogramma’s. De focus ligt op het behalen van medailles op Europese kampioenschappen en topachtplaatsen en medailles op wereldkampioenschappen en Olympische Spelen.”

Team Flanders-Baloise is alvast geen topsport zoals Vlaanderen dat definieert. Het is eerder erfgoed dan topsport. Het team heeft nog nooit een renner opgeleid die een grote klassieker kon winnen. Nog nooit? Wel, Jelle Wallays won twee keer de semiklassieker Parijs-Tours. Vorige zomer was er Fabio Van den Bossche die brons haalde op de olympische wielerbaan van Parijs. Hij was dan al drie jaar in dienst van Alpecin-Deceuninck, maar reed in 2020 en 2021 voor Flanders-Baloise. Dat is het ongeveer.

Is die ploeg dan overbodig?

Eerder dan een topsportproject is Team Flanders-Baloise een tewerkstellingsproject. Dat brengt ons naadloos bij een andere vraag. Is Vlaamse overheidssteun wel nodig in het wielrennen? Die sport zit in het DNA van Vlaanderen. In elke parochie is wel een wielerclub en waar je ook aan een Vlaamse boom schudt, er vallen wielrenners uit.

Geen land dat meer wielerprofs heeft voorgebracht en nog steeds voortbrengt dan België. Als het adagium wordt toegepast dat een overheid pas moet tussenkomen (lees: subsidiëren) als de markt faalt, lijkt deze overheidssteun niks anders dan slecht besteed geld.

Dat de minister van Sport niet kon garanderen dat de ploeg in haar huidige vorm behouden blijft, klinkt dan logisch. Toch zou het verstandig zijn om niet overhaast te werk te gaan. Alle Belgische baanwielrenners die ooit kleine of grote prijzen hebben gewonnen, zijn via Team Flanders-Baloise gepasseerd.

Die ploeg is de enige veilige haven voor die specialisten, mét de garantie dat hun baanprogramma voorrang krijgt op de weg. Dat is ook wat waard, meer zelfs, baanwielrennen is heel veel waard en wordt in de toekomst nog belangrijker. Anders had Vlaanderen in Zolder geen nieuwe wielerbaan gebouwd.

Column Wurgslang in De Morgen van maandag 7 april 2025

Wurgslang

Een voorspelling voor zijn achterban die zich hier (onterechte perceptie, maar wat doe je er aan?) week na week geschoffeerd voelt. Wout van Aert stond misschien niet op het podium van de Ronde van Vlaanderen, zijn eerste doel van 2025, volgende week wint hij wel Parijs- Roubaix. Of is hij althans een vijfsterren- favoriet.

Het effect van de hoogtestage – train low, en altijd weer die berg op en sleep high – heeft zich eindelijk doorgezet. De opoffering van de afzondering in dat vulkaanlandschap in Hotel Parador was dan toch de moeite. Toch een beetje vreemd dat die boost zich uitgerekend in de finale van de uiterst slopende Ronde van Vlaanderen manifesteerde. Plots werd Van Aert vintage Van Aert en boog hij zonder te barsten.

Na winnaar Tadej Pogacar leek hij de sterkste man in de wedstrijd, nadat hij eerder op zowat alle cruciale hellingen een gaatje, een gat of een groot gat moest laten. Volgende week tussen Compiègne en Roubaix gaat het geen meter bergop en is het als vanouds afzien, buigen, maar niet barsten. Dat biedt perspectief.

Het zou een atypische Ronde van Vlaanderen worden, dat had Van Aert zelf voorspeld. Dat gold in de eerste plaats vooral voor hemzelf. Wat de wedstrijd zelf betreft, kwam die voorspelling maar gedeeltelijk uit. Nadat de meeste zware hellingen waren verteerd, bleven de twee beste renners van de wereld samen over: Mathieu van der Poel, winnaar van Milaan-Sanremo en Tadej Pogacar, winnaar van de Strade Bianche. Allebei zeven Monumenten op het palmares en de meest recente wereldkampioenen.

Wat toen gebeurde, of vooral niét gebeurde, maakte deze editie toch atypisch. De twee monstres sacrés van het hedendaagse cyclisme geraakten niet samen weg. Bang van elkaar? Of was er één duidelijk de mindere en had de andere dat in het snotje? We kwamen het te weten op de derde keer Oude Kwaremont, waar Van der Poel ongenadig uit het wiel werd gereden. Tot dan had hij de wereldkampioen en Tour-winnaar ogenschijnlijk makkelijk kunnen volgen, maar plots was het op.

Van Aert, Mads Pedersen, Mathieu Van der Poel en Jasper Stuyven probeerden nog wel wat, maar ze zagen de regenboogtrui met elke pedaaltred met die kortere cranks van hem centimeters wegrijden. De Ronde van Vlaanderen is een eerlijke wedstrijd en de onderwerping van de mindere aan de betere is totaal na 250 kilometer over bergjes, door dalletjes, langs knotsende kasseien en finaal met de tegenwind.

Die onderwerping zie je nooit aankomen, toch niet als je zoals uw bereidwillige een hele Ronde van Vlaanderen uitzit. Het is een oefening in hersenverdwazing. Noem het gerust journalistiek masochisme. Gras zien groeien is spannender, het is niet anders. Het zette de mysterieuze Mou, grote fan van Tadej Pogacar die deze coup had voorspeld, er op X toe aan om te suggereren dat ze het peloton beter meteen naar de tweede klim (van drie) op de Oude Kwaremont zouden teleporteren.

Wel ja, en ook weer neen. 210 kilometer lang was er echt niks te beleven, behalve dan die val van Mathieu van der Poel. Alleen, 210 kilometer aan een hele dikke veertig per uur – ze kwamen uit bij een record van 45 – dat liegt niet, dat doe je niet ongestraft, dat sloopt. Wielrennen zou de sport niet zijn en de klassiekers niet de klassiekers als ze geen 220 achter de kiezen hadden voor ze de tweede Kwaremont opstormden.

De Ronde van Vlaanderen wurgt zijn deelnemers beetje bij beetje en het helpt niet als aan de top van de voedselketen ook nog een wurgslang meerijdt. En geen gewone. De Sloveen verstikt zijn prooien, maar niet meteen. Het sadistische spel mag wat duren. Dus lost hij zijn prooien tot ze het gevoel krijgen: dit overleven we. Waarna een nieuwe wurging volgt, en opnieuw lossen. Meestal is de derde wurging de finale klap.

Hoeveel keer hij bij Mathieu van der Poel de illusie heeft gewekt dat hij een partij zou zijn op weg naar Oudenaarde, en of Van der Poel dat dan ook geloofde, dat zullen we nooit weten. Van der Poel was wel eerlijk om toe te geven dat de beste had gewonnen.

Van der Poel heeft het snel te warm en hij zou wat ziekjes zijn geweest, maar verder mag hij deels bij zichzelf te rade gaan voor de verklaring waarom hij deze keer de prooi en niet de wurger was. Die val, daar kon hij niet aan doen, maar nadien verschoot hij twee ferme cartouches die niet nodig waren, telkens omdat hij minder goed gepositioneerd zat. Dat leek op de Van der Poel van enkele jaren geleden, rondrijden met overmoed, zonder veel overleg.

Afspraak volgende week op weg naar Roubaix: zelfde cast, andere film, spanning beloofd.

Column Patiënt WVA (bis) in De Morgen van zaterdag 5 april 2025

Patiënt WVA (bis)

Dwars door Vlaanderen heeft zijn reputatie van volstrekt overbodige klotekoers weer eens alle eer aangedaan. Niet het minst voor Team Visma-Lease a Bike en zijn kopman Wout van Aert.

Vorig jaar gingen ze op hun bek – letterlijk in het geval van Van Aert – in de afdaling naar de Kanarieberg, maar wonnen ze met Matteo Jorgenson. Dit jaar overleefden ze alle afdalingen en klimmetjes met verve, maar gingen ze finaal alsnog op hun bek. Weer Van Aert, nu figuurlijk, op amper tien meter van de eindmeet in Waregem.

Eerst even dit toelichten. Jawel, Dwars door Vlaanderen is een klotekoers die op dit moment in het seizoen nul functie heeft, tenzij wat kleinere ploegen startrecht verlenen tussen de grote jongens en het valse gevoel geven dat ze ook wielrenner zijn. Dwars door Vlaanderen hoort in het seizoensbegin te zitten, maar daar zit al een andere Dwars door Vlaanderen en dat is de Omloop. Beide wedstrijden worden georganiseerd onder de paraplu van Flanders Classics, dat Dwars door Vlaanderen gebruikt om de E3 Classic – heel toepasselijk – dwars te zitten.

Bijgevolg wordt twee keer dwars door Vlaanderen gereden, maar niet over de volle afstand. Er bestaat ook een derde Dwars door Vlaanderen in XXL-formaat en die heet dan weer de Ronde van Vlaanderen. ‘De Ronde’ voor de Vlamingen, ‘Vlaanderen’ voor de buitenlanders. Tenzij u deze ochtend bent ontwaakt uit een diepe coma weet u dat die bewuste échte Ronde zondag wordt gereden.

Nog een tussengedachte. Wie in de Vlaamse Ardennen in de buurt van of op zo’n helling in het ouderlijke huis is blijven wonen, is van in de wieg vertrouwd met wielrenners die een paar keer per jaar passeren. Maar wie o wie had in 1980, 1990 of zelfs in 2000 kunnen bevroeden dat anno 2025 de Paterberg, Oude Kwaremont en andere hellingen een soort cyclo-Plopsaland zouden worden? Niet te vergeten: als de echte renners er niet rijden, is het de beurt aan de pseudorenners en die zijn nog geschifter dan hun grote voorbeelden.

Dit gezegd zijnde, een van de vorige bijdragen op deze plek droeg als kop ‘Patiënt WVA’. De teneur was simpel in zijn eenvoud: schrijf Van Aert niet te snel af na die wanprestatie in de E3 Classic. Zijn doelen komen nog, te beginnen met de Ronde van Vlaanderen. Zo’n hoogtestage, het ene jaar is het andere niet, en ooit kickt die wel in, om de tegenwoordige wielertaal te gebruiken.

Na Dwars door Vlaanderen kan de voorlopige conclusie zijn dat het inkicken een beetje lang op zich laat wachten. Vandaar de makkelijkheidsoplossing voor de kop boven deze column: ‘Patiënt WVA (bis)’.

Daarom had ik te doen met de vliegende wielerreporters die woensdag voorafgaand aan Dwars door Vlaanderen de werklijst zagen. Die moeten zich hebben gevoeld als de honden die in de (lichtjes foute) grap van Ricky Gervais door God taken krijgen toegewezen. De pekineesjes in de joke in kwestie: dolblij dat ze levenslang door homo’s worden rondgedragen. De Rhodesian ridgeback: balen dat hij het moet opnemen tegen de leeuwen.

Wie blij was bij het lezen van de werklijst voor Dwars door Vlaanderen – “Joepie, analyse Wout van Aert. Haha, kan niet missen tegen die halve zolen” – zal onderweg nog blijer zijn geworden en zal dat zijn geweest tot aan die laatste tien meter op de Zuiderlaan in Waregem. Waarna de blijheid zal zijn omgeslagen in wanhoop: van pekineesje tot Ridgeback.

Dat kon je ook lezen/beluisteren. Hoe na die deconfiture de kool en de geit, Wout genaamd, werden gespaard, journalistiek gênant bijwijlen. Ter verschoning: had ik daar gestaan, ik deed het niet anders. Ter vervollediging: ik heb altijd kunnen vermijden om daar te staan en bij die vermijding hoorde ook een flinke dosis voortschrijdend inzicht.

Bon, hoe is patiënt Wout van Aert er na Dwars door Vlaanderen 2025 aan toe? Beter dan na 2024, toen hij vijf kilo vel en lichaamssappen op de N48 moest achterlaten voor hij in een ambulance werd geschoven. Beter moet u hier interpreteren als minder slecht.

Hij verloor woensdag vel noch sap, maar een sprint die hij sinds zijn achttiende niet meer heeft verloren, van een veredelde klimmer nog wel. Hij verloor de sprint na een koers van 184 kilometer en weet het aan een kramp, maar die kramp was hem alvast niet aan te zien. Het leek eerder op gewoon… ‘op’.

Moet Van Aert zich zorgen maken voor een koers die tachtig kilometer langer en twee keer lastiger is? Wellicht wel, maar ooit komt het goed. Neen, dan de vliegende reporter die zondag op de werklijst naast zijn naam ‘diepgravende analyse Wout van Aert’ ziet staan. Die heeft pas zorgen.