Column Team Flanders-Baloise in De Morgen van zaterdag 12 april 2025

Team Flanders-Baloise

Hoewel het niet aan de start staat in Parijs-Roubaix (maar wel in de Brabantse en in de Waalse Pijl) moeten we het even hebben over Team Flanders-Baloise. Recent hebben enkele van ver of van nabij betrokken prominenten hun licht laten schijnen over de wielerploeg van Christophe Sercu. Vervolgens had Vlaams Belang nog iets te melden.

Even situeren. Team Flanders-Baloise heette tussen 2017 en 2022 Sport Vlaanderen-Baloise en tussen 2013 en 2017 Topsport Vlaanderen-Baloise. Baloise kwam toen aan boord als het moederbedrijf dat eerder Mercator-Noordstar had overgenomen. Topsport Vlaanderen-Mercator heette het team tussen 2009 en 2012.

Was Mercator (samengegaan met Noordstar) nog te situeren in de fanatiek Vlaamsgezinde hoek, het Zwitserse Baloise was dat geenszins. Ten slotte, of ten beginne, is er de periode van 2006 tot 2009 toen het team als hoofdsponsor Chocolade Jacques had en Topsport Vlaanderen cosponsor was.

Team Flanders-Baloise is dit jaar begonnen aan zijn twintigste seizoen met de Vlaamse overheid eerst als co- en later als hoofdsponsor. Dat heeft de nieuwe minister van Sport Annick De Ridder (N-VA) niet belet een ballonnetje op te laten over de toekomst van het team. Daaruit werd geconcludeerd dat het team geen toekomst meer zou hebben.

Marc Sergeant suggereerde om van de Lotto-ploeg en Flanders-Baloise één geheel te maken, waarbij Sport Vlaanderen als opleidingsploeg zou fungeren. Een Belgische wielerpiramide is een oude droom van Sergeant. Alleen is de realiteit soms anders dan de droom: als er nu twee ploegen echt niet bij elkaar passen, dan wel deze twee. Lotto is de Nationale Loterij, onder federale bevoegdheid, en Flanders is Vlaamse bevoegdheid met Vlaams (topsport)geld.

Patrick Lefevere vond dan weer dat Team Flanders-Baloise een bestaansreden had als opleidingsinstituut. Want, zo gaf hij toe, hij had er vaak voor geen geld half-opgeleide renners kunnen weghalen waarmee zijn ploeg goed af was.

Ondertussen had niemand echt gezegd dat de ploeg geen bestaansreden had, maar de voorzet van minister De Ridder werd zo wel begrepen. Ook door Vlaams Belang, dat sprak van een iconische Vlaamse wielerploeg die op de helling stond. Of daar de oude Noordstar-link voor voor iets tussen zat, is niet bekend, maar het zou zomaar eens kunnen.

Er is een probleem met Team Flanders-Baloise, maar wat dan?

Bijvoorbeeld dat Flanders-Baloise wordt gesubsidieerd vanuit het Vlaamse budget voor topsport en dat voor Flanders-Baloise andere normen gelden dan voor pakweg Nina Derwael en de andere Vlaamse topsporters.

Wat zegt de Vlaamse doelstelling over topsport? “Vlaanderen ondersteunt en investeert enkel in topsportprogramma’s. De focus ligt op het behalen van medailles op Europese kampioenschappen en topachtplaatsen en medailles op wereldkampioenschappen en Olympische Spelen.”

Team Flanders-Baloise is alvast geen topsport zoals Vlaanderen dat definieert. Het is eerder erfgoed dan topsport. Het team heeft nog nooit een renner opgeleid die een grote klassieker kon winnen. Nog nooit? Wel, Jelle Wallays won twee keer de semiklassieker Parijs-Tours. Vorige zomer was er Fabio Van den Bossche die brons haalde op de olympische wielerbaan van Parijs. Hij was dan al drie jaar in dienst van Alpecin-Deceuninck, maar reed in 2020 en 2021 voor Flanders-Baloise. Dat is het ongeveer.

Is die ploeg dan overbodig?

Eerder dan een topsportproject is Team Flanders-Baloise een tewerkstellingsproject. Dat brengt ons naadloos bij een andere vraag. Is Vlaamse overheidssteun wel nodig in het wielrennen? Die sport zit in het DNA van Vlaanderen. In elke parochie is wel een wielerclub en waar je ook aan een Vlaamse boom schudt, er vallen wielrenners uit.

Geen land dat meer wielerprofs heeft voorgebracht en nog steeds voortbrengt dan België. Als het adagium wordt toegepast dat een overheid pas moet tussenkomen (lees: subsidiëren) als de markt faalt, lijkt deze overheidssteun niks anders dan slecht besteed geld.

Dat de minister van Sport niet kon garanderen dat de ploeg in haar huidige vorm behouden blijft, klinkt dan logisch. Toch zou het verstandig zijn om niet overhaast te werk te gaan. Alle Belgische baanwielrenners die ooit kleine of grote prijzen hebben gewonnen, zijn via Team Flanders-Baloise gepasseerd.

Die ploeg is de enige veilige haven voor die specialisten, mét de garantie dat hun baanprogramma voorrang krijgt op de weg. Dat is ook wat waard, meer zelfs, baanwielrennen is heel veel waard en wordt in de toekomst nog belangrijker. Anders had Vlaanderen in Zolder geen nieuwe wielerbaan gebouwd.

Column Wurgslang in De Morgen van maandag 7 april 2025

Wurgslang

Een voorspelling voor zijn achterban die zich hier (onterechte perceptie, maar wat doe je er aan?) week na week geschoffeerd voelt. Wout van Aert stond misschien niet op het podium van de Ronde van Vlaanderen, zijn eerste doel van 2025, volgende week wint hij wel Parijs- Roubaix. Of is hij althans een vijfsterren- favoriet.

Het effect van de hoogtestage – train low, en altijd weer die berg op en sleep high – heeft zich eindelijk doorgezet. De opoffering van de afzondering in dat vulkaanlandschap in Hotel Parador was dan toch de moeite. Toch een beetje vreemd dat die boost zich uitgerekend in de finale van de uiterst slopende Ronde van Vlaanderen manifesteerde. Plots werd Van Aert vintage Van Aert en boog hij zonder te barsten.

Na winnaar Tadej Pogacar leek hij de sterkste man in de wedstrijd, nadat hij eerder op zowat alle cruciale hellingen een gaatje, een gat of een groot gat moest laten. Volgende week tussen Compiègne en Roubaix gaat het geen meter bergop en is het als vanouds afzien, buigen, maar niet barsten. Dat biedt perspectief.

Het zou een atypische Ronde van Vlaanderen worden, dat had Van Aert zelf voorspeld. Dat gold in de eerste plaats vooral voor hemzelf. Wat de wedstrijd zelf betreft, kwam die voorspelling maar gedeeltelijk uit. Nadat de meeste zware hellingen waren verteerd, bleven de twee beste renners van de wereld samen over: Mathieu van der Poel, winnaar van Milaan-Sanremo en Tadej Pogacar, winnaar van de Strade Bianche. Allebei zeven Monumenten op het palmares en de meest recente wereldkampioenen.

Wat toen gebeurde, of vooral niét gebeurde, maakte deze editie toch atypisch. De twee monstres sacrés van het hedendaagse cyclisme geraakten niet samen weg. Bang van elkaar? Of was er één duidelijk de mindere en had de andere dat in het snotje? We kwamen het te weten op de derde keer Oude Kwaremont, waar Van der Poel ongenadig uit het wiel werd gereden. Tot dan had hij de wereldkampioen en Tour-winnaar ogenschijnlijk makkelijk kunnen volgen, maar plots was het op.

Van Aert, Mads Pedersen, Mathieu Van der Poel en Jasper Stuyven probeerden nog wel wat, maar ze zagen de regenboogtrui met elke pedaaltred met die kortere cranks van hem centimeters wegrijden. De Ronde van Vlaanderen is een eerlijke wedstrijd en de onderwerping van de mindere aan de betere is totaal na 250 kilometer over bergjes, door dalletjes, langs knotsende kasseien en finaal met de tegenwind.

Die onderwerping zie je nooit aankomen, toch niet als je zoals uw bereidwillige een hele Ronde van Vlaanderen uitzit. Het is een oefening in hersenverdwazing. Noem het gerust journalistiek masochisme. Gras zien groeien is spannender, het is niet anders. Het zette de mysterieuze Mou, grote fan van Tadej Pogacar die deze coup had voorspeld, er op X toe aan om te suggereren dat ze het peloton beter meteen naar de tweede klim (van drie) op de Oude Kwaremont zouden teleporteren.

Wel ja, en ook weer neen. 210 kilometer lang was er echt niks te beleven, behalve dan die val van Mathieu van der Poel. Alleen, 210 kilometer aan een hele dikke veertig per uur – ze kwamen uit bij een record van 45 – dat liegt niet, dat doe je niet ongestraft, dat sloopt. Wielrennen zou de sport niet zijn en de klassiekers niet de klassiekers als ze geen 220 achter de kiezen hadden voor ze de tweede Kwaremont opstormden.

De Ronde van Vlaanderen wurgt zijn deelnemers beetje bij beetje en het helpt niet als aan de top van de voedselketen ook nog een wurgslang meerijdt. En geen gewone. De Sloveen verstikt zijn prooien, maar niet meteen. Het sadistische spel mag wat duren. Dus lost hij zijn prooien tot ze het gevoel krijgen: dit overleven we. Waarna een nieuwe wurging volgt, en opnieuw lossen. Meestal is de derde wurging de finale klap.

Hoeveel keer hij bij Mathieu van der Poel de illusie heeft gewekt dat hij een partij zou zijn op weg naar Oudenaarde, en of Van der Poel dat dan ook geloofde, dat zullen we nooit weten. Van der Poel was wel eerlijk om toe te geven dat de beste had gewonnen.

Van der Poel heeft het snel te warm en hij zou wat ziekjes zijn geweest, maar verder mag hij deels bij zichzelf te rade gaan voor de verklaring waarom hij deze keer de prooi en niet de wurger was. Die val, daar kon hij niet aan doen, maar nadien verschoot hij twee ferme cartouches die niet nodig waren, telkens omdat hij minder goed gepositioneerd zat. Dat leek op de Van der Poel van enkele jaren geleden, rondrijden met overmoed, zonder veel overleg.

Afspraak volgende week op weg naar Roubaix: zelfde cast, andere film, spanning beloofd.

Column Patiënt WVA (bis) in De Morgen van zaterdag 5 april 2025

Patiënt WVA (bis)

Dwars door Vlaanderen heeft zijn reputatie van volstrekt overbodige klotekoers weer eens alle eer aangedaan. Niet het minst voor Team Visma-Lease a Bike en zijn kopman Wout van Aert.

Vorig jaar gingen ze op hun bek – letterlijk in het geval van Van Aert – in de afdaling naar de Kanarieberg, maar wonnen ze met Matteo Jorgenson. Dit jaar overleefden ze alle afdalingen en klimmetjes met verve, maar gingen ze finaal alsnog op hun bek. Weer Van Aert, nu figuurlijk, op amper tien meter van de eindmeet in Waregem.

Eerst even dit toelichten. Jawel, Dwars door Vlaanderen is een klotekoers die op dit moment in het seizoen nul functie heeft, tenzij wat kleinere ploegen startrecht verlenen tussen de grote jongens en het valse gevoel geven dat ze ook wielrenner zijn. Dwars door Vlaanderen hoort in het seizoensbegin te zitten, maar daar zit al een andere Dwars door Vlaanderen en dat is de Omloop. Beide wedstrijden worden georganiseerd onder de paraplu van Flanders Classics, dat Dwars door Vlaanderen gebruikt om de E3 Classic – heel toepasselijk – dwars te zitten.

Bijgevolg wordt twee keer dwars door Vlaanderen gereden, maar niet over de volle afstand. Er bestaat ook een derde Dwars door Vlaanderen in XXL-formaat en die heet dan weer de Ronde van Vlaanderen. ‘De Ronde’ voor de Vlamingen, ‘Vlaanderen’ voor de buitenlanders. Tenzij u deze ochtend bent ontwaakt uit een diepe coma weet u dat die bewuste échte Ronde zondag wordt gereden.

Nog een tussengedachte. Wie in de Vlaamse Ardennen in de buurt van of op zo’n helling in het ouderlijke huis is blijven wonen, is van in de wieg vertrouwd met wielrenners die een paar keer per jaar passeren. Maar wie o wie had in 1980, 1990 of zelfs in 2000 kunnen bevroeden dat anno 2025 de Paterberg, Oude Kwaremont en andere hellingen een soort cyclo-Plopsaland zouden worden? Niet te vergeten: als de echte renners er niet rijden, is het de beurt aan de pseudorenners en die zijn nog geschifter dan hun grote voorbeelden.

Dit gezegd zijnde, een van de vorige bijdragen op deze plek droeg als kop ‘Patiënt WVA’. De teneur was simpel in zijn eenvoud: schrijf Van Aert niet te snel af na die wanprestatie in de E3 Classic. Zijn doelen komen nog, te beginnen met de Ronde van Vlaanderen. Zo’n hoogtestage, het ene jaar is het andere niet, en ooit kickt die wel in, om de tegenwoordige wielertaal te gebruiken.

Na Dwars door Vlaanderen kan de voorlopige conclusie zijn dat het inkicken een beetje lang op zich laat wachten. Vandaar de makkelijkheidsoplossing voor de kop boven deze column: ‘Patiënt WVA (bis)’.

Daarom had ik te doen met de vliegende wielerreporters die woensdag voorafgaand aan Dwars door Vlaanderen de werklijst zagen. Die moeten zich hebben gevoeld als de honden die in de (lichtjes foute) grap van Ricky Gervais door God taken krijgen toegewezen. De pekineesjes in de joke in kwestie: dolblij dat ze levenslang door homo’s worden rondgedragen. De Rhodesian ridgeback: balen dat hij het moet opnemen tegen de leeuwen.

Wie blij was bij het lezen van de werklijst voor Dwars door Vlaanderen – “Joepie, analyse Wout van Aert. Haha, kan niet missen tegen die halve zolen” – zal onderweg nog blijer zijn geworden en zal dat zijn geweest tot aan die laatste tien meter op de Zuiderlaan in Waregem. Waarna de blijheid zal zijn omgeslagen in wanhoop: van pekineesje tot Ridgeback.

Dat kon je ook lezen/beluisteren. Hoe na die deconfiture de kool en de geit, Wout genaamd, werden gespaard, journalistiek gênant bijwijlen. Ter verschoning: had ik daar gestaan, ik deed het niet anders. Ter vervollediging: ik heb altijd kunnen vermijden om daar te staan en bij die vermijding hoorde ook een flinke dosis voortschrijdend inzicht.

Bon, hoe is patiënt Wout van Aert er na Dwars door Vlaanderen 2025 aan toe? Beter dan na 2024, toen hij vijf kilo vel en lichaamssappen op de N48 moest achterlaten voor hij in een ambulance werd geschoven. Beter moet u hier interpreteren als minder slecht.

Hij verloor woensdag vel noch sap, maar een sprint die hij sinds zijn achttiende niet meer heeft verloren, van een veredelde klimmer nog wel. Hij verloor de sprint na een koers van 184 kilometer en weet het aan een kramp, maar die kramp was hem alvast niet aan te zien. Het leek eerder op gewoon… ‘op’.

Moet Van Aert zich zorgen maken voor een koers die tachtig kilometer langer en twee keer lastiger is? Wellicht wel, maar ooit komt het goed. Neen, dan de vliegende reporter die zondag op de werklijst naast zijn naam ‘diepgravende analyse Wout van Aert’ ziet staan. Die heeft pas zorgen.

Column Patiënt WVA in De Morgen van maandag 31 maart 2025

Patiënt WVA

Het voornemen bestond om hier niks meer te schrijven over Wout van Aert tot de grote doelen voorbij waren. Dat kwam door een beleefde mail van een slimme fan. Die dacht dat ik Van Aert onderuit wilde halen door hem steeds weer af te wegen tegen Mathieu van der Poel. Echt niet.

Hij schreef: iemand die minder begiftigd is met talent maar door hard zwoegen toch presteert is ook mooi. En nog: het kan dat zijn populariteit groter is dan zijn palmares. Dat laatste is zeker. Zijn status en salaris binnen Team Visma-Lease a Bike zijn onderhand ook groter dan zijn palmares en dat kan op termijn misschien een echt probleem worden.

Waarom dan toch dit stukje? Dat is de schuld van de populaire sportkranten, die het over Van Aert hebben als over een terminale patiënt.

In Het Nieuwsblad werden ze na de E3 Classic van vrijdag tegen elkaar afgezet: Heerser Mathieu, Zorgenkind Wout. In Het Laatste Nieuws hadden ze een gedurfde kop die ik hooguit als werktitel had gebruikt: ‘Het is geel-zwart en het fietst achter de feiten aan’, en dan een verhaal waarom en hoe alles misloopt bij de ploeg waarbij tot voor een jaar alles op wieltjes liep. Twee pagina’s, opgeleukt, met drie foto’s van een zwoegende, een gesloopte en een lachende Van Aert, geen misverstand mogelijk om wie het ging.

Het is altijd goed om verder te kijken dan de Vlaamse navel. Het achter de feiten aanlopende Visma-Lease a Bike staat in 2025 na UAE (23 keer winst) netjes tweede met twaalf overwinningen in WorldTour-wedstrijden. Dit weekend won het nog de Coppi e Bartali met Ben Tulett, en Jonas Vingegaard en Matteo Jorgenson pakten elk al hun grote kleine ronde.

Wat Van Aert betreft, de grote doelen moeten nog komen, te beginnen met de Ronde van Vlaanderen aanstaande zondag en een week later Parijs-Roubaix. Nog iets later de Amstel Gold Race. Voorlopig staat zijn teller in 2025 op nul.

Van Aert werd ooit nog populairder dan hij al was door de uitspraak ‘ik moet just niks’ nadat hij in 2023 de E3 Classic had gewonnen in de sprint tegen Van der Poel en Tadej Pogacar. Podium met de grote drie, zo heette dat toen. Hij had zich geërgerd aan de druk van buitenaf om de Ronde en/of Roubaix te winnen.

Twee jaar later staat hij voor het blok: hij moet nog steeds misschien niks, maar hij mag wel eens meer beginnen te winnen. Een seriële winnaar was hij nooit. Geen renner die meer in een kansrijke positie kwam en die minder won dan Van Aert. In de voorbije jaren won hij 5 (2024 en 2023), 9 (2022), 13 (2021) en 6 (2020) keer. Dat is 38 keer als eerste in de voorbije vijf seizoenen. Van der Poel, om de vergelijking te maken, won in die vijf jaar 31 keer. Daarvan wel zeven monumenten.

2020 en 2021 waren de mooiste jaren van Van Aert met overwinningen in (zijn enige monument) Milaan-Sanremo, Strade Bianche, Gent-Wevelgem en de Amstel. Waarom het daarna niet meer liep zoals in die boerenjaren, daar kunnen alleen insiders de vinger op leggen.

Duwt hij niet meer de wattages van weleer? De tamtam spreekt dat tegen. Is de concurrentie sterker geworden? Dat is zeker. Zijn sterkste jaren 2020 en 2021 waren de coronajaren, misschien speelde dat mee. Is hijzelf even sterk of sterker geworden, maar tegelijk onzekerder? Zou kunnen, je zou voor minder na negen keer te zijn gevallen in de eerste negen maanden van 2024.

Hoe goed is Van Aert van de Teide gekomen, weten we dat? De tamtam zegt dat hij prima heeft getraind. Als er iets is waar inspanningsfysiologen mee worstelen, dan wel het effect van een hoogtestage. Die is altijd positief, maar wanneer en hoe die zich in het lichaam manifesteert, een knappe kop die dat weet te voorspellen.

Waar Van Aert nu geen boodschap aan heeft, is de praat bedoeld voor de zelfhulpgroep van supporters. Zoals zijn klimtijd op de Oude Kwaremont van afgelopen vrijdag. Wielerflits meldde dat hij daar sneller klom dan Mads Pedersen en Filippo Ganna, maar wel tien seconden trager dan Van der Poel.

Op dat moment reed hij wel al kilometerslang in het tweede achtervolgend peloton op uiteindelijk meer dan een minuut achterstand. Of om het met Briek Schotte te zeggen: koersen is rap rijden wanneer je rap móét rijden.

Wout van Aert kan heel rap rijden. Wout van Aert kan heel erg afzien. Wout van Aert kan zich als geen ander vastbijten in het wiel van een betere tot die het gevoel krijgt dat hij niet meer beter is. Wout van Aert is erg snel in de sprint. Laten we derhalve meer dan één slag om de arm houden. Voor hetzelfde geld vliegt hij zondag over de Paterberg en een week later over Carrefour de l’Arbre.

Column Sprintersvel in De Morgen van zaterdag 29 maart 2025

Sprintersvel

Een samenloop van omstandigheden… Dat was de uitleg van de organisator van Brugge-De Panne voor de vele valpartijen. De man heeft een naam, maar die doet er nu even niet toe omdat, zoals hij zelf zegt, niemand een koers organiseert om valpartijen te zien.

Als u onder een steen zat van woensdagnamiddag tot nu, probeer dan eens de finale terug te zien. De laatste vijf kilometer van de bijna tweehonderd volstaan, meer tijd hoeft u er niet in te steken. Of u kunt ook gewoon op Sporza de gruwelfoto’s van de geschaafde renners bekijken.

De wedstrijd kondigt zichzelf aan als ‘The Great Sprint Classic’. Of nog: ‘Sprintersfestival of waaierspektakel? Sprint Classic Brugge-De Panne schiet Vlaamse wielerweek op gang’. Het werd niet het ene (geen waaiers bij gebrek aan de juiste wind) en niet het andere. Dus geen sprint, omdat er in de laatste kilometers net iets te veel afgeschraapt sprintersvel aan het tarmac bleef hangen.

Bij Tim Merlier was er sprake van vel en een stukje van zijn knie. Lionel Taminiaux hield er een klaplong aan over, een andere een gebroken ruggenwervel. Al bij al viel de schade mee en dat is een goede zaak, maar het helpt de discussie over de veiligheid niet echt vooruit als bij dat soort crashes de renners steeds weer uit de doden opstaan en als halve helden nadien trots hun oorlogswonden showen. Anderzijds, wie hoopt op een echte dode in plaats van een halve om zo veiligheid bovenaan de prioriteitenlijst van het wielrennen te krijgen, die is ook niet goed wijs.

Bij de organisator deed het pijn aan zijn hart. Begrijpelijk, maar uit zijn uitleg bleek dat hij niet geschikt is voor die functie en zijn wedstrijd niet meer van deze tijd is. “Het peloton heeft het parcours driemaal afgewerkt voor de finish, maar in de laatste kilometers gebeuren zulke valpartijen. Het parcours is al jaren ongewijzigd en wordt door de UCI gecontroleerd. De renners wilden duidelijk allemaal alles geven om te winnen, jammer genoeg heeft dat tot ongelukken geleid.”

Wie zijn wedstrijd aankondigt als een sprintersfestival en in de laatste kilometers een versmalling legt, vraagt om moeilijkheden. Wie zich er vervolgens over verwondert dat renners alles geven om te winnen is van het pad af. En wie hoopt op de controles van de UCI om veiligheid te garanderen is naïef.

Hou op met die onzin. Hou op met dat soort onzinnige wedstrijden over onzinnige parcours met onzinnige aankomsten. Als het wielrennen niet slim genoeg is om in te zien dat dit geen sport meer is maar rodeo op twee wielen, kunnen we dan geen hogere instantie vragen om dit te verbieden op ons grondgebied?

Brugge-De Panne heeft Safe Cycling als partner. Hulde daarvoor, maar hadden die niet moeten ingrijpen en melden dat het geen goed idee is om dit peloton door deze laatste kilometers te jagen?

Jawel, dít peloton. Er is in dezen sprake van gedeelde schuld. De renners hebben zich als onnozelaars gedragen, het is niet anders. Zoek anders maar op ‘kopstoot Jonathan Milan’, die volgde op een duw van Alexander Kristoff en verbaas u er vervolgens over dat Milan zijn tweede plaats mocht behouden en dat hij ervan af kwam met een gele kaart.

Hij mag nog één gele krijgen binnen de volgende maand zonder dat hij wordt gestraft. Twee betekent veertien dagen schorsing. Rood, een flinke boete en een maand op de strafbank was hier op zijn plaats geweest.

Het probleem met veiligheid in het wielrennen is dat alle incidenten in één grote zak worden gedaan, waarna er mee wordt geschud en her en der slimme en minder slimme mensen met allesomvattende oplossingen komen aandraven. Bredere banden en andere versnellingen, allemaal goed en wel, maar de ene valpartij is de andere niet.

De meeste valpartijen zijn de schuld van het peloton, dus van de renners, dus van de ploegen. De zware val in Dwars door Vlaanderen van onder meer Wout van Aert, aanstaande woensdag een jaar geleden, lag aan de hoge snelheid van een opeengepakt peloton zeer goed getrainde, vanuit de volgauto opgehitste renners.

De val van Remco Evenpoel, Jonas Vingegaard en co. in de Ronde van het Baskenland lag enerzijds aan de renners, die toegaven dat ze veel te snel gingen, en anderzijds aan het wegoppervlak. Dat was niet heel effen, maar dat heb je op de weg. Wie effen wil rijden, moet naar de wielerbaan.

De val in De Panne van afgelopen woensdag is de schuld van organisatoren én renners. De aankomst van een wedstrijd die bijna altijd op een massasprint eindigt, verdient een andere aanloop op brede wegen. Het wordt nu toch echt hoog tijd voor een onafhankelijke keuringsinstantie. Als strengere voorwaarden betekenen dat wedstrijden als Brugge-De Panne er de brui aan geven, dan is dat maar zo.

Column Monumentaal in De Morgen van maandag 24 maart 2025

Monumentaal

Is de Milaan-Sanremo van zaterdag de mooiste Milaan-Sanremo ooit? Dat hangt ervan af hoe oud je bent en wat je hebt meegemaakt. In mijn geheugen was dat tot zaterdag 1975. Eddy Merckx reed toen een kloofje dicht dat was ontstaan in de afdaling van de Poggio. Net op tijd kwam hij na een reuze-inspanning bij Francesco Moser en co aansluiten en trok op wel vierhonderd meter van de meet meteen de sprint op gang. En won.

Dat was sensationeel, maar het verbleekt bij het spektakel van de voorbije editie. Wat Pogacar, Van der Poel en Ganna hebben opgevoerd, dat was nooit eerder vertoond in een wedstrijd die de reputatie heeft van saai. Of La Primavera afgelopen zaterdag tussen vier en vijf van karakter is veranderd – van een lange koers met anderhalve ontploffing naar een aanvallersfestival met tien verschoten cartouchen – dat valt nog te bezien.

Wat we hebben gehad en gezien dat hebben we alvast gehad en het was een uur lang genieten. Een klein uur om precies te zijn, vanaf de beklimming van de Cipressa en bergaf over die van de Poggio en bergaf tot de redelijk onconventionele sprint op de Via Roma. MSR ’25 was een Monumentaal Monument.

Het begon met die raketaanval op de Cipressa van UAE, bedoeld om Tadej Pogacar alleen te zetten of desnoods in een man-tegen-mansituatie te brengen, waarna hij de klus zou afmaken op de Poggio. In de wandelgangen van UAE bleek achteraf dat daar iets is misgegaan. Isaac del Toro bleek heel even vermist waardoor vooral Tim Wellens en vervolgens heel kort Jhonatan Narvaez de lanceerplatformen waren voor de allesbeslissende aanval van de Sloveense kopman.

Ze reden aan 43-44 een helling van vier procent op en nog volstond dat niet. Dat Mathieu van der Poel kon volgen, daar had Pogi allicht nog enigszins rekening mee gehouden. Dat ook Filippo Ganna met zijn bijna tachtig kilo er nog aan hing, was dan weer een tegenvaller.

De Cipressa, de Poggio en vervolgens de kansloze sprint van Pogacar waren aanleiding voor opluchting binnen en buiten de wielerwereld. Oef, Tadej Pogacar is wel degelijk te kloppen. Alsof dat nog moest bevestigd worden. Om maar een oude/nieuwe vergelijking weer eens van stal te halen: Eddy Merckx won ook niet alle koersen waarin hij aan de start stond.

Meer zelfs, Eddy Merckx was zoals elke coureur: hij verloor meer dan hij won. Zijn winstpercentage over zijn hele carrière is wel ongezien. In zijn beste jaren won hij meer dan één op drie wedstrijden waarin hij startte. Over zijn hele carrière komt hij net niet aan dertig procent. Pogacar zit in die buurt.

De vrees dat Pogacar dit jaar alles zou winnen, is vorig seizoen ontstaan toen hij in 58 koersdagen 22 keer won, de eindklasseringen van de kleine en grote rondes niet meegerekend. Dat was Merckxiaans. Voorlopig slaat wat hierna komt nergens op, is het ook nergens op gebaseerd tenzij op een buikgevoel, maar het zou dit seizoen evengoed kunnen tegenvallen voor de Sloveen.

De oorzaak is dan niet ver te zoeken. Negentig jaar geleden schreef historicus Jan Romein – een Nederlander en, o jee, een marxist – in zijn essay ‘De dialectiek van de vooruitgang’ over wat hij de wet van de remmende voorsprong noemde. Voorsprong leidt er vaak toe dat niet naar verdere verbetering wordt gezocht. Althans niet bij wie voor ligt.

Wie achterop loopt, of fietst in dit geval, zal wel een tandje bijsteken om die voorsprong teniet te doen. Pogacar heeft voorsprong genomen door van trainer en vooral van aanpak te veranderen, maar past nu toch maar beter op zijn tellen. Jonas Vingegaard en Team Visma-LAB zijn in alle rust al bezig met de Tour van volgende zomer.

Mathieu van der Poel heeft dan weer overduidelijk extra huiswerk gemaakt voor de eendagswedstrijden. Niet zeker of het Pogacar is die hem heeft aangezet om anders en beter te trainen, dan wel zijn gedeeltelijke verhuis naar Zuid-Spanje. Wellicht is het van allebei een beetje. Combineer dat met het comfort van dat mooie palmares dat hij in vijf jaar tijd bij elkaar heeft gefietst, op de weg en in het veld. Het voorlopige eindresultaat is een übertalent dat zich goed in zijn vel voelt, zijn doelen uitkiest, daar precies en rustig naar toewerkt, als geen ander weet hoe hij moet winnen en waar blijkbaar nog conditionele rek op zit.

Van der Poel is in de hiërarchie van winnaars in de vijf Monumenten een plek opgeschoven en staat nu met zijn zeven zeges op plaats zeven, samen met Pogacar, Cancellara, Boonen en Bartali. Als Pogacar en Van der Poel nog wat doorgaan op dat elan kunnen ze misschien op elf komen. Dan staan ze als tweede in de eeuwige rangschikking naast Roger De Vlaeminck. Een geruststelling: aan de negentien stuks van Eddy Merckx komen ze nooit.

Column Onwaarschijnlijke heldin in De Morgen van zaterdag 22 maart 2025

Onwaarschijnlijke heldin

David Hubert ontslagen bij Anderlecht, als u dat belangrijk vindt mag u dat vinden.

De Rode Duivels ingemaakt als Bleke Duiveltjes, als u dat aan uw hart hebt laten komen, feel free.

Maar hét belangrijkste sportfeit van de voorbije week, en waar deze rubriek wild van wordt, is toch de verkiezing van Kirsty Coventry als voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

Laat het tot u doordringen. Sinds de creatie van de moderne olympische beweging in 1896 als Vaticaan van de sport waren er meer echte pausen in Rome dan sportpausen in Lausanne. De tiende sportpaus is nu een… pausin, als dat woord tenminste bestaat.

In de sport, een vermaak dat ooit is uitgevonden op maat van de mannelijke hormoonspiegel, is de hoogste autoriteit een vrouw en dat voor de komende acht jaar, met een mogelijke verlenging van vier extra jaren. Een 41-jarige vrouw werd gekozen door een exclusieve club van toch vooral oudere mannen.

Een moeder van twee nog wel, een paar maanden geleden bevallen van haar tweede. Wel de tweede voorzitter op rij in het bezit van gouden medailles, net als haar voorganger afkomstig uit de atletencommissie.

Een Afrikaanse ook, een blanke weliswaar en lid van een minderheid. Er wonen maar 40.000 blanken op een bevolking van ruim 11 miljoen in Zimbabwe. Dat is het vroegere Zuid-Rhodesië, waar geen officiële apartheid bestond maar waar in de praktijk de zwarte bevolking evenzeer werd geschoffeerd en gekleineerd als in Zuid-Afrika.

In die zin moeten de Britten na de degradatie van hun Seb Coe niet komen klagen. Coventry heeft Britse roots. Haar ouders, die een chemische fabriek bezitten, en zijzelf hebben hun adoptieland omarmd. Ze zijn gebleven, zelfs toen de zwarte Robert Mugabe de blanke Zimbabwanen decimeerde door hen te verjagen uit het land.

Coventry is wel degelijk Afrikaanse en sinds deze week nog meer de trots van Zimbabwe. Dat land heeft ooit acht olympische medailles gewonnen. Zeven daarvan zijn van Coventry. Toen ze terugkwam na haar eerste goud van Athene 2004 werd ze met alle egards overladen door de president, maar ook de bevolking stond rijendik langs de kant van de weg.

Vandaag lopen in Harare en wijde omstreken twintigjarigen rond met namen als Kirstee Coventree Kavamba, Threemedals Chinotimba, Swimmingpool Nhanga, Freestyle Zuze, Backstroke Banda, Goldmedal Zulu, Gold Silver Bronze Ndlovu en Individual Medley Mbofana.

‘An unlikely hero’ was de kop van een verhaal dat destijds verscheen in Swimming World. Dat was ze als heldin van haar land, dat was ze ook toen ze in het IOC als lid van de atletencommissie werd opgenomen. Aanvankelijk raakte ze daar niet verkozen. Pas nadat ze klacht had ingediend tegen twee atleten die iets te veel reclame hadden gemaakt in het olympische dorp (een verboden praktijk) kwam zij boven aan de lijst van verkozenen te staan.

Sinds donderdag is Coventry meer dan ooit die heldin met een onwaarschijnlijk traject. Nooit eerder heeft een vrouw in een mannenbastion zo brutaal het glazen plafond doorbroken. Haar verkiezing wordt nu afgedaan als verrassend, maar dat is te wijten aan de blindheid en vooringenomenheid van een groot deel van de olympische pers.

Er is bijvoorbeeld die Noord-Europese (slechte) gewoonte om de Engelstalige gespecialiseerde pers naar de mond te praten. De olympische pers is niet zelden ook atletiekpers en die hebben zich blindgestaard op de kandidaat uit die wereld, smooth talker Coe. Welnu, ‘superkandidaat’ Coe heeft een luizige acht stemmen gekregen in de eerste ronde. Daarmee was hij niet de slechtst presterende: Johan Eliasch en Feisal al-Hussein (elk 2), David Lappartient en Morinari Watanabe (elk 4).

Nooit eerder vertoond is de absolute meerderheid die Coventry (49) in de eerste ronde kreeg, zij het met maar één stem op overschot. Die snelle meerderheid is haar geluk geweest. In dat soort verkiezingen wordt in de eerste ronde niet zelden uit sympathie gestemd, waarna het ernstig begint. Hoe langer een verkiezing duurt, en deze had heel lang kunnen duren, hoe verleidelijker voor de onbeslisten om van kandidaat te wisselen.

Dat is niet gebeurd en dus krijgt Donald Trump straks voor Los Angeles 2028 te maken met een vrouw. Wie daar een verzwakte positie van het IOC in ziet, is ook fout. Niemand – niet Coe, niet kleine Samaranch die gelukkig niet is verkozen maar 28 stemmen kreeg van de oude garde – niemand kan die blaaskaak in het Witte Huis straks het hoofd bieden. Dat wordt een editie die de olympische beweging met toegeknepen billen zal moeten uitzitten.

Column Sportpaus X in De Morgen van maandag 17 maart 2025

Sportpaus X

Het is zondagavond 15 juli 2001 als op mijn kamerdeur in Hotel Mezhdunarodnyy in Moskou wordt geklopt. Een man in maatpak excuseert zich voor het late storen. Of ik toch even wil meekomen.

(Wijlen) Hein Verbruggen, lid van het Internationaal Olympisch Comité, zit mij in een suite op te wachten. Ik ken Hein als verdoken campagneleider van ook al wijlen Jacques Rogge, toen frontrunner in de voorzittersverkiezingen van de volgende ochtend. Samen hebben we die dag tijdens de receptie vanaf het balkon de laatste bewegingen bestudeerd van de andere kandidaten. Hein was er niet gerust op: “Ze belazeren de boel.”

Enkele uren later zit kingmaker Hein in de sofa en overhandigt mij een brief. Hij zegt: “Lees effe. Wat zal de internationale pers hiermee doen, denk je?”

Ik lees. Een IOC-lid vraagt aan de ethische commissie om een onderzoekje in te stellen naar de belofte van een kandidaat-voorzitter (de Koreaan Kim, weten we allemaal) die IOC-leden uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika heeft beloofd dat hij als voorzitter zal zorgen voor een IOC-salaris van minstens 50.000 dollar per jaar.

De brief is kort, zakelijk, en is ondertekend door His Royal Highness Willem-Alexander of the Netherlands. Ik zucht en zeg: “Dit is een bom, het einde van Kim, het gaat nu nog alleen tussen Rogge en Pound.” Waarop Verbruggen: “Pound is kansloos. Jacques wint morgen in de tweede ronde.”

Het bestaan van de brief is een paar uur later bekend, de ethische commissie tikt Kim op de vingers. In de eerste ronde krijgt Rogge in de meest betwiste IOC-voorzittersverkiezing ooit al meteen 46 stemmen. Na het afvallen van Anita Defrantz, de eerste vrouw die ooit kandidaat was, krijgt hij in de tweede ronde dertien stemmen meer: 59 voor Rogge, tegen 51 voor de drie andere kandidaten samen.

Kim eindigt met de tweede meeste stemmen. De Nederlandse démarche was dus een gamechanger, onzeker of Rogge anders had gewonnen. De Koreaanse donderwolk Un Yong Kim vloog terug met hetzelfde vliegtuig en op dezelfde rij als ik. Gelabeld als een Rogge-man keek hij mij meermaals aan alsof hij mij wilde vermoorden. In 2004 zal hij voor corruptie naar de gevangenis moeten.

Rogge was nummer acht. Donderdag kiest het Internationaal Olympisch Comité zijn tiende sportpaus (v/m) sinds de oprichting in 1894. In het echte Vaticaan traden sinds 1900 elf pausen aan. Er is mondiaal geen exclusiever ambt dan voorzitter van de wereldwijde sportkerk.

Deze tiende verkiezing is nog meer betwist dan die van Rogge in 2001. De stemgerechtigde IOC-leden moeten met een eenvoudige meerderheid een nieuwe voorzitter kiezen uit zeven kandidaat-leden. Frontrunners zijn Sebastian Coe (Groot-Brittannië), Juan Antonio Samaranch jr. (Spanje) en Kirsty Coventry (Zimbabwe), maar het kan alle kanten uit.

Een itempje wordt de leeftijdslimiet van zeventig. Zelfs voor een voorzitter, tenzij door de executive board wordt voorgesteld om eenmalig voor vier extra jaren te verlengen.

Atletiekvoorzitter Sebastian Coe wordt 69 in september en moet dus al na twee jaar van die eenmalige verlenging gebruikmaken. In theorie kan Coe maar zes jaar aanblijven, terwijl de meest recente voorzitters als Jacques Rogge en Thomas Bach hun volledige twaalf jaar (acht en vier extra jaren) volbrachten.

Sebastian Coe is inzake cv de beste gekwalificeerde kandidaat en dat zou kunnen doorwegen als de leden rekening houden met wie ze straks voor Los Angeles 2028 naar dat vreselijke Witte Huis moeten afvaardigen. Coe is ex-politicus, ex-voorzitter van een nationaal olympisch comité, ex-ondernemer, ex-organisator van Olympische Spelen en tegenwoordig voorzitter van de grootste olympische sportbond, World Athletics.

Of hij het wordt, is nog maar de vraag. Rogge was de geprefereerde kandidaat van zijn voorganger Samaranch. Bach was dat niet van Rogge, maar die had vanaf 2011 door ziekte geen zin meer in achterhoedegevechten. Voor Bach, die tachtig van de huidige 109 leden zelf heeft gecoöpteerd, is de gedoodverfde opvolger niet Coe, met wie hij vaak overhoop lag. Wel Kirsty Coventry. Zij is 41, Afrikaanse (blank), moeder, ex-minister van sport en drievoudig winnares van zwemgoud.

Bach houdt van symboliek. Een dag voor het begin van de lente wil hij zijn opvolger kennen, die pas bij het begin van de zomer, op 21 juni mag aantreden. Voor deze historische verkiezing is het hele circus naar de Peloponnesos moeten verhuizen, inclusief een verplicht bezoek aan waar het allemaal begon, Olympia. Thomas Bach die voor zijn opvolging een vrouw regelt, dat vindt hij zelf een mooie en passende laatste verwezenlijking. Spreek hem eens tegen.

Column Rudi Garcia in De Morgen van zaterdag 15 maart 2025

Rudi Garcia

Neen, eerlijk is het niet en kort door de bocht is het zeker, maar is het niet verdomd lastig nu al niet doodziek te worden van die nieuwe bondscoach Rudi Garcia, ja toch?

Wat een kontendraaier. Tegen L’Equipe verklaarde hij zich al honderd procent Belg te voelen. De man is verdorie al bij al anderhalve maand in dienst van de voetbalbond, verbleef tweederde van die tijd in Rome of in Cannes en was voor de rest af en toe in Tubeke of in een Belgisch stadion te vinden.

Wat is dat, je Belg voelen? Oké, zijn huik hangt hij desgevraagd naar de wind en dat is uiteraard typisch Belgisch. Maar is dat überhaupt nodig – je Belg voelen – om de Belgische nationale ploeg te coachen? Zever in pakjes dus, maar de grootste onzin verscheen gisteren. Ga toch maar even zitten voor u verder leest.

(Begin citaat.)

… Behalve zijn verleden als grensarbeider in Lille is het zijn passie voor één Belgisch cultfiguur die Garcia verbindt met ons land. Als kind verslond Garcia de stripboeken van Kuifje…

(Het wordt nog beter.)

… Zijn initialen (van Rudi Garcia dus) zijn R.G. Spreek ze uit in het Frans en je krijgt Hergé. Op een verzamelbeurs kocht hij een anderhalve meter grote replica van de iconisch rood-wit geblokte raket van de stripheld…

(En nu komt het.)

… Centraal in de luchthavenhal van Zaventem staat hetzelfde exemplaar maar dan vijf keer zo groot. Telkens wanneer Garcia na een van zijn vele vliegreizen landt in Zaventem, maakt zijn hart een vreugdesprongetje…

Een vreugdesprongetje omwille van België, dat we dat nog mogen meemaken. Je hebt journalisten die dat opschrijven en je hebt er die dat niet opschrijven – u zal vast steller dezes’ voorkeur kunnen inschatten. Maar ook journalisten die dat zonder kotsneigingen toch menen te moeten opschrijven, vinden dat niet uit. Iemand, Rudi lui-même allicht, heeft dit ooit ergens laten vallen of verteld aan iemand die dacht het te kunnen doorvertellen.

En daarmee moeten we het nu doen. Tintin ligt te veel voor de hand, maar was ik international, ik doopte hem in de beslotenheid van mijn kaarterstafel kapitein Haddock. Of Bianca Castafiore. Of Professor Zonnebloem.

Had Roberto Martínez een bijnaam? De man was best wel oké. Alleen zijn communicatie verveelde op de duur, waardoor de Belgische voetbalpers, gewend van in quotes te denken, al snel ook verveeld geraakte met hem.

Er kwam een nieuwe bondscoach, Domenico Tedesco. Een jonge, kwestie van een breuk met het verleden in de verf te zetten. Die had de pech dat hij te veel luisterde naar Frank Vercauteren, die te veel als gefrustreerde trainer redeneerde en te weinig als verbindend technisch directeur. Hij stuurde Tedesco in de wei met een opdracht: gedaan met privileges, verjongen is de boodschap.

Tedesco volgde die orders nauwgezet op. Hij ging in één moeite een conflict aan met de prima donna-van-de-kleine-backlijn Thibaut Courtois én hij verjongde. Hulde! Haha, eindelijk een bondscoach met haar op de tanden. Tot de resultaten tegenvielen en de experimenten met jongeren af en toe de mist ingingen.

Vercauteren zit alweer veilig en wel in Rusland en er kwam een nieuwe technisch directeur, Vincent Mannaert. Die zocht en vond Rudi Garcia. Een lotgenoot, want beiden waren toe aan een herlancering van hun carrière die om diverse redenen – te veel (drank) bij de ene, te weinig (gewonnen) bij de andere – in het slop was geraakt.

De slinger dreigde weer de andere kant op te gaan. Even was er sprake van een terugkeer van de net niet pensioengerechtigde gouden generatie die nooit goud won, maar dat onheil bleef ons bespaard.

Thibaut Courtois – een rat, volgens half Madrid – is wel terug. Wie dacht dat dit hoogstens met wat binnensmonds gemompel zou worden afgedaan, was de stille Koen Casteels vergeten. Die zat in een podcast en schoot voor de boeg. “Ik stop. Courtois zo maar terughalen is onrespectvol tegenover de ploeg en er zijn er nog die zo denken.”

De voetbalpers koos eieren voor zijn geld. Waar het eerst leek alsof Casteels lof kreeg voor zijn oprisping, werd zijn verwijzing over ‘niet mijn waarden’ afgedaan als onzin omdat hijzelf in Saudi-Arabië zijn geld verdient. Dat hij de Rode Duivels in hun meest heikele momenten recht had gehouden na de vaandelvlucht van Courtois, werd maar terloops vermeld.

Geen woord over de essentie van de zaak, bijvoorbeeld of het opportuun is om iemand die een ploeg in de steek heeft gelaten, zomaar terug te halen. Dat is het niet, voor alle duidelijkheid en als Garcia ballen aan zijn lijf heeft, zet hij Courtois op de bank ten voordele van Matz Sels. Een inschatting: die ballen heeft hij niet.

Column Hoogmoed in De Morgen van maandag 10 maart 2025

Hoogmoed

Beginnen met excuses: hoewel er zaterdag van de eerste twintig in de UCI-ranking maar twee op het appel waren, stonden toch nog twee van de beste vijf renners aan de start van de Strade Bianche. En dus niet één van de vijf zoals hier zaterdag nog stond. Tom Pidcock (met zijn gedachten erbij) is bij die beste vijf, waartoe ook Jonas Vingegaard (als hij verschijnt) en Mathieu van der Poel (als hij goesting heeft) behoren. Voor de vijfde naam kan het alle kanten uit. De ene keer zal dat Wout van Aert zijn, de volgende keer Remco Evenepoel, maar toch vaker die laatste.

Pidcock uit Merchtem is een durver. Op de strook waar Pogacar vorig jaar iedereen uit het wiel reed, de Sante Marie-klim, versnelde hij en legde de wedstrijd in een definitieve plooi waaruit hij zelf vijftig kilometer verder zou wegvallen.

Pogacar vond het fantastisch. Hij zat op dat moment allicht al te twijfelen en te schuiven op zijn zadel? Gaan of wachten, springen of blijven zitten? Aanvallen betekende de toorn en de afgunst van een half peloton over zich afroepen, om nog maar te zwijgen van de verdachtmakingen. Blijven zitten en afwachten was de beste optie. En toen was daar die move van Pidcock.

Een all-indemarrage was het nu ook weer niet van de Engelsman. Meer een poging om met een kleine kopgroep over te blijven, wat altijd voordelen biedt op dat soort parcours: betere lijnen kunnen rijden, geen slepers die hangend tussen hun kader blijven volgen en zenuwachtigheid veroorzaken en duidelijkheid over wie nu de sterksten zijn.

Hoelang zal Pidcock op kop hebben gereden? Niet zeker of het vijftig meter was. Pogacar sprong meteen op het wiel en reed even later zelf op kop. Een counter, luidde het commentaar. Dat was het ook niet, eerder een statement aan de collega’s. Gezien? Hij (Pidcock) is begonnen, ik kan er niks aan doen dat ik mee moet gaan. En weg waren ze.

Die val van Pogacar dan. Eigen schuld. Te snel in een bocht willen gaan die hij naar eigen zeggen al wel twintig keer heeft gereden. Lelijke val, zonder meer, erg lelijke val zelfs, maar wel een geluk bij een ongeluk. Een boordsteen of een paaltje te veel en hij had heel zijn seizoen of zelfs zijn carrière om zeep kunnen helpen.

Dat gebeurde niet, hij verloor iets meer dan een halve minuut en reed die in vijf kilometer dicht. Pidcock reed niet vol door, aldus de commentatoren. En zo naderde de Sloveen erg snel, waarna de Engelsman even informeerde of alles oké was en of het goed was dat ze nu samen verder zouden rijden.

In academische kringen die iets te maken hebben met psychologie wordt wielrennen vaak in verband gebracht met het gevangenendilemma. Dat is een speltheorie die de moeilijke keuze tussen het samenwerken met of het bedriegen van de andere(n) benadrukt, steeds met als doel om er zelf zoveel mogelijk profijt uit te halen. Dat zou een schone theoretische verklaring kunnen zijn voor het gedrag van Pidcock, maar zou het niet evengoed kunnen dat Pidcock in de stroken daarvoor al had ondervonden dat hij de mindere was van Pogacar?

Nogmaals, wielrennen is geen voetbal. In wielrennen is niks toeval, behalve dan de val en die liep in deze wedstrijd goed af. Wie ooit in een peloton heeft gereden, de snelheid doet er niet toe, of zelfs maar met twee, herkent de spontane hiërarchie die ontstaat tussen sporters op een koersfiets.

Pidcock had al snel door dat hij de mindere van de twee was en koos dus eieren voor zijn geld in de hoop dat hij alsnog een buitenkans zou krijgen om zelf te winnen. Zoniet zou hij haast zeker tweede eindigen en tweede na de beste, dat moet je koesteren.

Er zijn niet veel sporten waarbij de totale onderwerping zo uitgesproken is als in het wielrennen. Soms wordt die sport vergeleken met boksen, maar die ene toevallig rake knock-outpunch van de underdog bestaat niet in een gevecht op twee wielen. Wielrennen is één lange sloop door de beste sloper van de bende. Dat is Pogacar.

Lance Armstrong noemde hem met de nodige schroom een van de beste renners ooit. Die schroom mag hij achterwege laten. Pogacar komt als compleet renner dichter bij Eddy Merckx dan eender wie van zijn collega’s uit een ver of recent verleden.

De tegenstand was zaterdag niet bijzonder talrijk, die slag moeten we nog om de arm houden, maar het ziet er meer en meer naar uit dat de Sloveen in de eerste plaats vooral door hemzelf kan worden geklopt. Bijvoorbeeld door hoogmoed die, zo wil het spreekwoord, voor de val komt. Welnu, die val zaterdag was een veruitwendiging van hoogmoed en nonchalance. Maar de Tour de France, dat wordt een ander verhaal.