Column Verkeerde strijd in De Morgen van maandag 20 januari 2025

Verkeerde strijd

Een arrondissementsrechtbank in de staat Kentucky heeft vorige week brandhout gemaakt van een bepaling die de Democraten vorig jaar nog snel aan Title IX wilden toevoegen.

Dat behoeft uitleg. Title IX (spreek uit: Title Nine) is een toevoeging uit 1972 aan de federale wet op onderwijs in de VS, die bepaalde dat niet mag worden gediscrimineerd op basis van geslacht. Dat was zowaar een verwezenlijking van gangster-president Richard Nixon, toen de meeste Republikeinen nog een beetje oké waren.

Title IX zou cruciaal blijken voor de ontvoogding en de gelijke kansen van studerende vrouwen. Niet onbelangrijk in een land dat tot op vandaag nog steeds geen algemene nationale wet heeft op de gelijke rechten van man en vrouw en dat thema aan de staten overlaat. (Wie meer wil weten, zoek op Equal Rights Amendment.)

Title IX ging dus in ondergeschikt belang ook over gelijke studiebeurzen voor sportende studenten. Het mondiale sportlandschap is er terdege door veranderd. Een generatie later konden de VS met dank aan hun sportende vrouwen stilaan de voet zetten naast de Sovjet-Unie.

Niemand wil Title IX terugdraaien, zelfs Donald Trump niet. De Joe Biden-administratie wilde zelfs een stap verdergaan en Title IX uitbreiden naar een verbod op discriminatie op basis van gender.

Het resultaat zou zijn geweest dat trans personen toegang hadden gekregen tot competities en dus aanspraak konden maken op sportbeurzen op basis van hun nieuw (al of niet zelfverklaard) gender. Daar heeft die rechter in Kentucky nu een stokje voor gestoken.

De olifant in de kamer heeft hier een naam: trans vrouwen die met of tegen vrouwen/meisjes zouden sporten en dus met hen de kleedkamer en toiletten zouden delen. Nooit gaat het in deze moeilijke materie om trans mannen. Een vrouw die een transitie ondergaat naar man blijft hormonaal deels een vrouw en maakt nul kans in mannensporten waarin de fysieke component mee het resultaat bepaalt.

Trans vrouwen zijn de kop van Jut van Republikeins Amerika. Daarvoor hoeven ze niet eens te sporten, trans zijn volstaat. Als gevolg daarvan heeft iets-minder-rechts Amerika (lees: de Democratische Partij) ongenuanceerd de andere kant gekozen in het gender/sportdebat.

Het gekelderde Democratisch gendervoorstel sloeg nergens op. Het was een schoolvoorbeeld van een verkeerde strijd. Zoals filosofe Alicja Gescinska vorige week in deze krant schreef: of hoe progressief links zich vastrijdt in de modder van achterhoedegevechten. En: hoe woke zichzelf in slaap heeft gewiegd.

Er is geen enkele objectieve, sportieve, medische, filosofische of andere goede reden – tenzij het dogma van de onvoorwaardelijke inclusie – om vrouwensporten waarin de fysieke component speelt open te stellen voor trans vrouwen. Althans die trans vrouwen die na de puberteit hun transitie hebben ondergaan en daardoor een deel van hun verworven mannelijk fysiek voordeel behouden.

Voor de ene trans vrouw is dat voordeel al meer uitgesproken dan voor de andere, maar meestal blijft genoeg voordeel over om de competitie op haar kop te zetten, zo is de laatste jaren gebleken in enkele schaarse gevallen in de Amerikaanse universitaire sport.

Schaarse gevallen, jawel, maar het argument van de verwaarloosbare uiterst kleine minderheid houdt geen steek. Dat kun je evengoed omdraaien: door het uitsluiten van een minieme minderheid – die om welke reden ook vrij heeft besloten tot die transitie – bescherm je de overgrote meerderheid van sportende vrouwen die als vrouw zijn geboren.

Het zegt genoeg dat je geen topsportsters vindt die géén probleem hebben met de inclusie van trans vrouwen. Een vervelend gevolg van de hele discussie is dat het een debat is geworden van believers en non-believers, waarbij de voorstanders van de totale inclusie gemakshalve het licht van de zon – het blijvend fysiek voordeel – ontkennen.

Helemaal erg wordt het als je je in dat debat plots in creepy gezelschap bevindt. Zoals in de uiterst rechtse hoek van de Republikeinse volksvertegenwoordiger en pilaarbijter Greg Steube uit Florida. Die heeft voor de derde keer een wetsvoorstel neergelegd dat (in de sport) het onderscheid jongens/meisjes en mannen/vrouwen laat afhangen van het biologische geslacht. Veel kans dat het voorstel, dat afgelopen woensdag door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd, straks ook in de Senaat een meerderheid vindt.

Of je bent bij de geboorte ingericht om zaadcellen te produceren en dan ben je voor de sport een man. Waren het eicellen, dan ben je voor de sport een vrouw. Wie de sportieve realiteit ook maar een beetje onder ogen wil zien, vindt dat de logica zelf.

Column Nostalgie Forest in De Morgen van zaterdag 18 januari 2025

Nostalgie Forest

Je had het de jongens van Nottingham Forest zo gegund, afgelopen woensdag. Een overwinning tegen Liverpool op eigen veld, nadat ze daar vier maanden eerder al verrassend waren gaan winnen, het heeft er een uurtje of wat ingezeten. Toen sloeg het motortje van Liverpool aan.

Het was maar een motortje en dus werd het slechts 1-1, wel genoeg om Nottingham Forest op zes punten te houden. De 1-1 was al bij al flink bij de haren getrokken, want met 30 procent balbezit en maar de helft van de expected goals zal Nottingham deze wedstrijd geen tweede keer gelijkspelen.

Dat gelijkspel had het finaal te danken aan Matz Sels, de man die tien jaar geleden bij AA Gent in het doel stond toen die club zijn enige titel uit de geschiedenis pakte. Sels zal dat niet weten, maar was hij niet voorbestemd om via Newcastle, Anderlecht en Strasbourg uiteindelijk in Nottingham te belanden en daar weer zijn Gentse niveau te halen? Nottingham heeft maar twee zustersteden en daar is Gent een van.

Voor Sels mag na woensdag een standbeeld worden opgericht. Wat hij uit zijn doel ranselde, nam courtoisiaanse proporties aan. (Dan niet de Thibaut Courtois van de met 2-5 verloren supercup van vorige zondag, welteverstaan.) Bij het tegendoelpunt hoorde ik wel zijn ex-trainer en tegenwoordig analist Hein Vanhaezebrouck van veertig kilometer verder zuchten.

Sels raakte in die fase niet langs een blokkende Cody Gakpo bij een bal die hij minstens had moeten aanraken. Dat was iets wat Vanhaezebrouck hem in zijn Gent-periode en later bij Anderlecht weleens verweet: fenomenaal tussen de palen, maar niet genoeg baas in zijn kleine backlijn.

Nottingham Forest als onwaarschijnlijke titelkandidaat, voorlopig althans, is pure nostalgie, een sprookje van bijna een halve eeuw geleden op de repeat. In 1975 kwam Brian Clough bij de club als trainer/manager. In 1977 promoveerde Forest onverhoopt van Division Two naar Division One. De spelers waren samen op trip in Mallorca toen ze hoorden dat hun derde plaats zou volstaan voor promotie. Sein om het er meteen nog meer op een zuipen te zetten.

‘Cloughie’, die achttien jaar trainer zou blijven in de Midlands, kocht niet al te veel: doelman Peter Shilton, die 125 keer voor Engeland zou spelen, en de Schot Archie Gemmil, een kleine kalende middenvelder. Daarna kwam Kenny Burns, een notoire zuipschuit, gokker en luie spits die hij centraal achterin zette.

Dat zootje ongeregeld verloor drie keer in de eerste zestien wedstrijden. ‘Slechts drie keer’ schreven de media, wat een succes voor een promovendus! Waarna de band of brothers van Clough tot het eind van het seizoen geen enkele competitiewedstrijd meer zou verliezen en met zeven punten voorsprong op Liverpool kampioen speelde. Het is de laatste club die dat in Engeland voor elkaar kreeg: promoveren en meteen kampioen worden in de hoogste reeks.

Sportliefhebbers van mijn generatie herinneren zich vast nog wel de meezinger van de Nottinghamse groep Paper Lace in samenwerking met de fans. “We’ve got the whole world in our hands, we’ve got the best team in the land”, het werd over heel Europa meegezongen, door welke winnende club in welke sport in welke kantine of café dan ook. Nog meer toen Nottingham Forest in de twee daaropvolgende seizoenen telkens de Europabeker voor landskampioenen won, de voorganger van de Champions League.

Zo is Nottingham Forest uniek in het internationale voetbal: twee keer op rij de beste van Europa tegenover één keer de beste in eigen land.

Behalve Sels zit er nog een Belgisch paragraafje in de geschiedenis van Nottingham. In de UEFA Cup van 1983-’84 verloor het de halve finale van Anderlecht na een schandalige prestatie van de Spaanse ref Emilio Carlos Guruceta Muro. Die gaf Anderlecht een strafschop cadeau en keurde daarna om onduidelijke reden een doelpunt van Nottingham af.

Vele jaren later raakte bekend dat scheidsrechter Guruceta Muro een ‘lening’ van één miljoen Belgisch frank (25.000 euro) had gekregen van Anderlecht-voorzitter Constant Vanden Stock. Anderlecht zou daarvoor pas in 1997 worden gestraft met een jaar schorsing van de Europese competities.

Het voetbal dat Nottingham Forest dit seizoen speelt – de bus parkeren en razendsnel uitbreken – kan beter, veel beter, dat geven ook de fans toe. En toch, wie ooit de kans heeft om een wedstrijd op City Ground bij te wonen: dóén. Dat is nog een echt voetbalstadion, rond een grasveld vier verschillende bouwsels met windgaten ertussen. City Ground is zoals het voetbal: het is onaf, het lijkt nergens op. Tot de 30.000 fans het clublied ‘Mull of Kintyre’ van Paul McCartney aanheffen en dan komt al het haar recht.

Column Nys, de dynastie in De Morgen van maandag 13 januari 2025

Nys, de dynastie

In het latere coronajaar 2020 was ik op bezoek in de camper van de NV Grondwerken Nys & Nys. Het was in Hoogerheide, we waren een week verwijderd van het WK in het het Zwitserse Dübendorf.

Na de eerste race die ochtend was junior Thibau Nys gehuldigd als winnaar van de Wereldbeker, het meest prestigieuze regelmatigheidscriterium. Nooit een gehuldigde gezien met meer tristesse dan Thibau Nys op dat podium in Hoogerheide. Nooit een rustiger vader gezien dan Sven Nys terwijl zijn zoon door eigen stommiteiten een wedstrijd had verloren. 

“Wat is het plan: er van wegrijden of controleren en sprinten?”, had hij Thibau voor zijn opwarming op de rollen gevraagd. Waarop de zoon: “Ik ga er van weg rijden.” Hij reed weg, maar na eerst een val en daar bovenop een weerbarstige pedaal in de sprint, eindigde Thibau Nys na zes World Cups te hebben geheerst als derde. Letterlijk een accident de parcours maar relativeren is lastig voor een zeventienjarige. “Nu heb ik heel mijn seizoen verkloot. Ik wilde alle zeven wereldbekers winnen.” 

Vader Nys, eerlijk waar, stond van bij de start tot en met die verklote laatste ronde met de glimlach. Nadien voorspelde hij: “Jonge, jonge, nu zal onze Thibau boos zijn. Dat wordt wat straks, ons gesprek. (Ernstig) Wachten tot de laatste ronde is tricky. Dit is het beste dat hem kon overkomen op een week van het WK.” Natuurlijk werd Thibau Nys een week later wereldkampioen.

Gisteren won de jonge senior Thibau Nys na eerder het Europees ook het Belgisch kampioenschap bij de profs. Thuis kan getuigen, ik had hem als favoriet. Maar als ik hem vooraf had gezien zoals hij er achteraf bij stond tussen beren als Toon Aerts en Laurens Sweeck, had ik misschien toch getwijfeld.

Dat gesprek van 2020 in Hoogerheide in die camper, met zijn (toen nog ander) lief Melanie en vaste begeleider Benny als supporting cast, verliep hilarisch. Pa probeerde de toon te voeren. Helaas, de kleine nam het voortouw.

“Dat logo – TN? Zelf ontworpen. Hoe gaat dat…, supporters wilden petten en ik ben beginnen tekenen.”

“Die matjes voor de camper met dat logo? Het moet af zijn: de fietsen moeten mooi voor de mobilhome staan, die matjes moeten goed liggen. Dat is goed voor de moral.”

“Ik wil zo snel mogelijk met de profs meerijden, niet zoals in om vijfde te worden. Als het dat maar is, doe ik iets anders. Zoek ik een studie om daarna in iets anders de beste te zijn.”

Thibau Nys zou je kunnen zien als het voorspeld product van een crossdynastie, maar dat klopt van geen kanten. Ik heb ook een ander moment meegemaakt, in 2014, toen voor een ander dubbelinterview met trainer Paul Van Den Bosch en zijn atleet Sven Nys.

Sven was toen net een paar maand gescheiden van zijn Isabelle en meer dan zoekende. Diep in het gesprek dat in de tuin in een heerlijk zonnetje verliep, kwam de elfjarige Thibau van school. De kampioen veranderde op slag in een zorgzame vader en voor we het wisten waren Thibau, Sven, Paul en ik aan het voetballen.

Nooit was er ook maar enige druk en alles heeft Thibau mogen proberen. Heel even was hij op weg op een tennistalent te worden. Hij zat zelfs in BeGold, het nationaal jeugdproject voor talentrijke jeugd. Dat werd wat veel. Pa Sven: “Hij moest uren skippen op school om naar die tennisacademie in Tessenderlo te gaan en dat was te zwaar.”

Neen, dat manneke is bij lange na niet genetisch geselecteerd en voorgeprogrammeerd. Hij heeft altijd lol gehad in sport, al had hij wel een verdomd goeie leerschool. Ouderen zullen zich nog wel de beelden herinneren van de kleine Thibau die na de cross op zijn eigen kleine fietsje door de modder probeerde te pikkelen.

Gisteren zei Sven: “Dat kon ik niet op mijn 22ste.” Klopt helemaal. Ze komen jonger dan ooit, maar Thibau Nys is dan ook nog eens van uitzonderlijke klasse. Geen Mathieu van der Poel wellicht, maar misschien op termijn wel een Wout van Aert waard, misschien zelfs meer killer. 

Na gisteren is hij ook een kampioenschapsrenner, een man van de grote momenten. Dat is mede te verklaren door het excellente werk van trainer Paul Van Den Bosch die met zijn kilometers ervaring die kleine keikop in toom wist te houden. 

Nys II deed in Zolder alles goed en reed een perfecte, vooral slimme wedstrijd. Rustig starten, goed opschuiven, meerijden, prikken in ronde vier, weer meerijden, tussendoor pokeren maar vervolgens doortrekken en gestaag de voorsprong uitbouwen zonder nog één foutje te maken. In Hoogerheide destijds zei hij het nog luidop. “Ik weet dat ze mij niet kunnen volgen.” Precies wat hij in Zolder vooraf dacht, maar zweeg.

Column Sympathie voor de 3×3 (bis) in De Morgen van zaterdag 11 jan 2025

Sympathie voor de 3×3 (bis)

In onze donderdagkrant heette het “de beschamendste episode ooit uit de Belgische olympische geschiedenis”. En nog: “Het internationale gezichtsverlies is navenant.”

In het bewuste artikel ging het over de veroordeling afgelopen woensdag in de Antwerpse rechtbank van de Belgische 3×3 basketbalspelers, die het in 2021 tot de Spelen van Tokio schopten. Vooraleer ze aan ballen toekwamen in het olympische traject hadden ze eerst hun toevlucht moeten zoeken tot een administratief handigheidje.

De 3×3 Belgian Lions verblijdden ons daar in Tokio en mochten er zowaar om de derde plek en het brons spelen. Eerlijk is eerlijk – ik was erbij -, ze maakten nooit een kans, niet tegen de Letten in de halve finale die ze in de poule nog hadden geklopt en ook niet tegen de Serviërs om brons.

Met enig sarcasme zou je kunnen zeggen: typerend voor het Belgische basketbal. Het verschil tussen de Cats en de 3×3 Lions was evenwel dat we van die laatsten niks hadden verwacht. Alleen basketbalinsiders kenden de namen van de 3×3-spelers en ook die insiders hadden er geen goed oog in. De spelers daarentegen geloofden in hun kansen en ze gingen voluit.

Hulde daarvoor, dat blijft. Eervol vierde werden ze. Al bij al een groot geluk bij een klein ongeluk, want die medaille hadden ze met de huidige stand van zaken – veroordeeld in eerste aanleg tot het betalen van een schadevergoeding en werkstraffen – mogen inleveren.

Is dat de beschamendste episode ooit uit de Belgische olympische geschiedenis? Neen. Op straffe van cancelling en een emmer shit op de sociale media houden we het hier op: er zijn in onze olympische geschiedenis prijzen behaald met andere, meer ongeoorloofde middelen.

En wat dan met het internationale gezichtsverlies? Dat is er ook niet. De avonturen van Celis, Marien, Chada en nog een rist anderen zijn een bagatel. In L’Équipe was alvast niks over die veroordeling te vinden en de Nederlandse kranten hadden het evenmin opgepikt. Misschien dat in Hongarije enkele mediabellen afgingen, want zij kregen als benadeelde partij een voorlopige schadevergoeding van 1 euro.

Benadeelde partij, dat moet je met een korrel zout nemen en verdient wat context. België heeft Hongarije uit het olympische toernooi in Tokio gehouden, dat klopt, maar dan wel door van Hongarije te winnen ín Hongarije op een basketbalveldje.

Voor er één bal was opgegooid, op weg naar die olympische kwalificatietoernooien in Graz (waar het nog net mis ging) en Debrecen (waar de Hongaren voor de bijl gingen), hebben de 3×3-jongens gebruikgemaakt van dat administratieve handigheidje.

In België waren – volle corona, remember – niet genoeg toernooien georganiseerd om 3×3 Belgium toegang te verlenen tot het olympische kwalificatietraject. Het besluit was vlug genomen. Met medeweten van minstens drie personeelsleden van de basketbalbond werd besloten om fictieve toernooien te antidateren, waardoor de Belgische ploeg wat hoger op de ranking uit zou komen en zijn kans zou mogen gaan in de kwalificaties.

Eenmaal dat geregeld, hebben de 3×3 Lions alles met hun eigen bloed en zweet verwezenlijkt. Recent kwamen daar tranen bij. Tranen van ontgoocheling, wellicht ook van spijt, maar toch vooral van woede dat zij nu aan de schandpaal moeten, terwijl het trucje van de fictieve toernooien een bekend internationaal fenomeen was. Zonde, die veroordeling.

Als er al iemand aan de schandpaal zou moeten, dan misschien de basketbalbonden die zo arrogant waren om als benadeelde partij een schadevergoeding te vragen. De rechter wees die eis af. Terecht. Tegen Basketbal Vlaanderen en Basketball Belgium loopt een apart onderzoek in Gent naar hun betrokkenheid in deze affaire.

Niemand is hier een benadeelde partij. Ook niet de Hongaren. Zeker niet de klikspaan Anthony Chada, die pas wroeging kreeg over de ‘fraude’ toen hij uit het team was gezet. Ook hij is niet meer dan terecht met een werkstraf wandelen gestuurd. En al helemaal niet het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité dat godbetert 25.000 euro schadevergoeding kreeg. Waarvoor dan? Omdat de 3×3 wat olympische spullen in een valies cadeau kregen? Ze betaalden alles terug in onverhoopte reclame.

Bovenaan op het beklaagdenbankje zou de internationale basketbalbond FIBA moeten zitten. In de haast om een straatsport onterecht de olympische status te verlenen liet die de kwalificatieprocedures over aan de straatbasketballers zelf. Met dat reglementaire vacuüm zijn de Belgen (en anderen) creatief de slag gegaan. Dat was pas echt schuldig verzuim.

Column Woke basketbal in De Morgen van maandag 30 december 2024

Woke basketbal

Ajay Mitchell heeft zaterdag met zijn Oklahoma City Thunder gewonnen. Mitchell is een in Luik geboren Belg (van een Amerikaanse vader, Barry Mitchell). Dat is nu al de tweede Belg die mag starten in een NBA-team, na Toumani Camara bij Portland Trail Blazers, dat het veel minder goed doet dan OKC.

Het dient daarbij vermeld dat Oklahoma heel wat geblesseerden telde en Charlotte een van de mindere teams is. Het fenomeen eindejaarsbasketbal, waarbij de teams vooral aanvallen en minder verdedigen, kwestie van aan klantenbinding te doen, was dan weer niet van tel. Charlotte-OKC eindigde op 94-106 en was de enige wedstrijd waarbij een team onder de 100 punten bleef. LA Lakers tegen Sacramento (132-122) bijvoorbeeld was zo’n ouderwetse run-and-gun of lopen-en-schietenwedstrijd.

De NBA is de competitie met het hoogste gemiddeld salaris. De vijfhonderd basketballers met een gegarandeerd contract verdienen gemiddeld 11,9 miljoen dollar per seizoen. De minst betaalde met een vast contract krijgt nog steeds 1,1 miljoen en de beste betaalde (Stephen Curry van Golden State Warriors) moet het met 55,8 miljoen doen. Mitchell heeft geen gegarandeerd contract, wel bij het G League-team (tweede ploeg) van Oklahoma, en verdient honderd keer minder dan Curry.

Hij komt op het goede moment bovendrijven en krijgt vast een upgrade. Vanaf volgend jaar gaat ook de nieuwe tv-deal in voor de NBA. Die loopt tot 2036 en in die elf jaar zullen Disney, NBC en Amazon samen 76 miljard dollar betalen. Dat is niet het vetste sportcontract. Die eer is voor het American football van de NFL, dat zich in elf jaar van 110 miljard verzekerd weet.

De huidige tv-contracten van de NBA zijn 2,7 miljard dollar per seizoen waard, vanaf volgend jaar wordt dat 6,7 miljard om dan jaar na jaar een beetje te stijgen. Dat betekent automatisch dat het salarisplafond zal volgen, weliswaar niet zo snel als de tv-rechten. In de collectieve arbeidsovereenkomst tussen de spelersvakbond en de eigenaars is overeengekomen dat het plafond jaarlijks met niet meer dan 10 procent mag stijgen.

Tot zover de les sporteconomie, nu een vleugje sportsociologie. Die megadeal is er gekomen tegen een achtergrond van tegenvallende kijkcijfers. Hoe komt het dat de NBA de laatste jaren en dit seizoen weer minder kijkers trekt? De basketbalbalbeesten onder de collega’s bleven bij de sport en wezen op het spel dat zou zijn veranderd. Hoezo? In de tijd van Michael Jordan was elke topspeler vogelvrij om getorpedeerd en gemutileerd te worden. De spelers zijn atletischer dan ooit, het spel is minder fysiek slopend en maar goed ook. Bovendien wordt meer gescoord van achter de driepuntlijn als een eindresultaat van afgesproken plays. Ligt het dan aan de driepunters zelf? Zou kunnen, maar dat is net de specialiteit van de best betaalde van het hele lot, Curry.

Natuurlijk zijn honderd wedstrijden (voor de finalisten van de play-offs) in zeven en een halve maand van het goede te veel, en meer en meer spelers slaan wedstrijden over om fris in de play-offs te geraken, waardoor de fans hun interesse in het reguliere seizoen verliezen.

Ligt het aan de topspelers? Amerikanen willen toch vooral Amerikanen zien schitteren. Drie van de top vijf van de NBA hebben geen Amerikaans paspoort en spreken Engels met Europees haar op: Nikola Jokic (Serviër), Luka Doncic (Sloveen) en Giannis Antetokounmpo (Griek met Nigeriaanse roots).

In een recente analyse durfde nieuwsmedium The Wrap toch nog een ander puntje aanhalen, de olifant in de basketbalhal: het activisme van de NBA heeft in de raciaal gepolariseerde VS heel wat blanke kijkers doen afhaken.

Die teruglopende interesse voor basketbal op tv begon niet toevallig met de Black Lives Matter-beweging in 2020. Die was het resultaat van de dood van George Floyd bij een gewelddadige arrestatie door de politie. De spelers verwisselden daarop hun speelshirts voor exemplaren met BLM en ‘I can’t breathe’. Ook blanke spelers en coaches (Gregg Popovich, Steve Kerr) deden mee, in tegenstelling tot de NFL, waar blank en zwart tegenover elkaar stonden maar nadien de zwarte spelers weer in het gelid kwamen lopen.

Dat activisme van de NBA was al begonnen in de eerste regeerperiode van Donald Trump (2017-’21). Geen enkele kampioen is de titel gaan vieren in het Witte Huis, op den duur werden ze niet eens meer uitgenodigd. Nu komt Trump bis eraan. De ‘zwartste’ competitie op de planeet – bijna 80 procent van de spelers heeft (deels) zwarte roots – zal op het veld activistisch blijven. Voor de 100 procent blanke eigenaars is dat dan weer een woke-hoek waar ze zo snel mogelijk uit willen.

Column Tearjerker FC in De Morgen van zaterdag 28 december 2024

Tearjerker FC

Drie dagen geleden, niet toevallig met kerst, postte Liverpool FC een filmpje van tien minuten. Zoek op ‘Liverpool, Isaac’ op YouTube. Als u geen zin hebt in het door het filmpje beoogde sentiment vertellen we het hier graag voor u na.

Isaac is een jongetje van zes dat in Liverpool woont en lijdt aan het Wolf-Hirschhorn-syndroom. Zijn moeder legt in het begin uit dat hij meer dan zeventig genen mist op chromosoom vier en dat hij een openhartoperatie onderging toen hij drie was. Van die rits op dat borstje krijgen we een still te zien, kwestie dat u het toch maar allemaal gelooft.

De meeste mensen haken dan al af onder het mom ‘genoeg ellende in de wereld’ maar de producers van het filmpje waren natuurlijk zo slim om ons door middel van een aantal teasers bij de les te houden.

Volgende sequens is een huisgemaakt filmpje bij Isaac: hij zingt de liedjes van de Kop (dat is de supporterstribune). ‘Kopite’ Isaac kent alle liedjes uit zijn hoofd. Hij kent ook alle spelers. Mum and dad waren er eerder al snel bij om die filmpjes te posten en zodoende is Isaac al een tijdlang een knuffelbeer op YouTube.

Over naar het trainingscentrum van Liverpool. Virgil van Dijk zit naast Mo Salah en toont hem een post van de zingende Isaac. ‘Mo, look at this…’ Samen lachen ze om een zorgvuldig samengestelde compilatie van Isaac-beelden. “Wat een supporter, misschien moeten we die eens verrassen, dat zou leuk zijn.” Plots beslissen ze – dat had u vast niet geraden – om hem te gaan opzoeken!

Out of the blue en met toevallig enkele camera’s in de buurt rijden ze naar zijn school. Eerst gaat Van Dijk binnen en verrast de duidelijk aangedane Isaac. Niet zeker, maar hij lijkt de enige die niet zorgvuldig is geregisseerd en niet op voorhand een scenario heeft moeten instuderen. Dat moment en vele andere momenten met Isaac zijn, met tegenzin toegegeven, hartverwarmend.

Moeder en vader van Isaac kijken door de deur mee en daar staat ook nog Salah te wachten. “Ik heb mijn vriend mee,” zegt Van Dijk tegen de kleine, “mag hij ook komen?” Enter Salah. Enter ook de ouders die Isaac vragen waarom Mo en Virgil daar zijn. “They like me”, aldus Isaac. Een tearjerker, echt.

Nieuwe ingeving: ze gaan naar het oefencentrum. Isaac ontmoet er achtereenvolgens een hele rist spelers. Daarna mag Isaac de (voorlopig althans) succestrainer Arne Slot uit zijn kantoor halen. “Hiya, Slot.” Dan is het tijd voor de training. In de tribune zingt Isaac, al of niet daartoe aangespoord, liedjes over zijn favoriete voetballers.

En nog is het niet gedaan. Bij Liverpool-Manchester City mag hij mee het veld oplopen met de captain Van Dijk. Die wedstrijd wordt gewonnen – uiteraard, wie wint niet van Man City? – maar dat zit niet in het filmpje. Het filmpje eindigt met de ouders die zeggen hoe gelukkig ze zijn met Isaac. De aftiteling is ‘Yes Isaac, You’ll never walk alone’.

Misschien eens schetsen wat er aan het filmpje is voorafgegaan. Iemand in de communicatieafdeling van Liverpool moet op een late herfstdag op het idee zijn gekomen om voor de kerst iets met dat leuke mannetje van YouTube te doen. “Je weet wel, die hadden we vorig jaar al op het oog, maar hij overleefde toen de pitch niet.”

Kerst 2024 werd wel die van Isaac. Een heel scenario werd uitgeschreven en het geheel aan een productieteam gegeven dat daarvoor het nodige (de settings, de belichting, de redactie, de personages, de timing) optuigde. Of verzekeraar en hoofdsponsor AXA voor het filmpje extra heeft betaald, dan wel of dat in het contract zat, is niet duidelijk, maar AXA is net iets te nadrukkelijk in beeld om te geloven in toeval.

Net zoals reclame voor sigaretten en alcohol verboden zijn in voetbal, en die voor goksites aan banden is gelegd maar nog niet voldoende, zou het professionele voetbalclubs verboden moeten zijn om door middel van professioneel gemaakte videootjes volksverlakkerij als ‘wij zijn een waardegedreven club van de gemeenschap’ op het goedgelovige voetbalvolkje los te laten.

Liverpool FC zet jaarlijks 713 miljoen euro om en rijdt zoals alle voetbalclubs de gaten dicht met mensenhandel. De club is niet ‘van de gemeenschap’, maar is een winstgedreven vehikel in handen van de Amerikaanse Fenway Sports Group van John Henry en Tom Werner. Dat is een gesofisticeerd sportconglomeraat met waarden die vergelijkbaar zijn met die van de wapenproducenten.

Van een onmogelijke evenwichtsoefening gesproken: het is nu al uitkijken naar hoe het LFC-promoteam in mei van volgend jaar de verdiende titel en de veertigjarige herdenking van het Heizeldrama in één filmpje zal proppen.

Column Lamborghini 4×4 in De Morgen van maandag 23 december 2024

Lamborghini 4×4

Zou er een sport te vinden zijn op deze planeet waarover commentatoren ongestraft meer journalistieke onzin mogen verkondigen dan veldrijden? Let wel, dat ligt vooral aan de sport. De commentatoren proberen ook maar hun werk te doen en ons te vermaken. Wellicht zijn ook zij al lang bij dat een veldrit zoals die van gisteren in Zonhoven maar een uurtje duurt.

Niet mee eens? Dan kent u vast een andere sport waarin de tweede als overwinnaar wordt bejubeld. Waarvan die commentatoren zeggen “wie tweede wordt, heeft eigenlijk gewonnen”. Pijnig de hersenen en sla de sportencyclopedie open. In het biatlon destijds met Ole-Einar Björndalen? Op de 100 en 200 meter sprint met Usain Bolt? In het zwemmen met Michael Phelps? Laat maar. Het antwoord is neen.

Zelfs in de grote rondes dit jaar, door Tadej Pogacar op meesterlijke wijze gewonnen, heeft niemand Jonas Vingegaard winnaar van de Tour genoemd. En probeer nu maar de tweede van de Giro voor de geest te halen. Neen? Dat was Daniel Martinez, de Colombiaan van Bora-Hansgrohe. Niemand heeft het een nanoseconde in zijn hoofd gehaald hem een winnaar te noemen.

Dat de tweede plaats van Thibau Nys gisteren telde als een overwinning. Zo werd even gesuggereerd. Daar was de kleine van Sven het niet mee eens en dat siert hem. Hij had het over zichzelf en het gevoel dat hij er aan overhield. Dat was een goede race van Thibau en hij analyseerde goed: Zonhoven is een parcours waarop je je vermogen kwijt kan.

Dat was heel goed zichtbaar daar in Zonhoven, en al lang voor de start. Mathieu van der Poel was in zijn Lamborghini gearriveerd, daarbij de media en de steeds weerkerende vragen als “wat denk je?”, “hoe voel je je?”, “wanneer zal je tevreden zijn?” op meesterlijke wijze ontwijkend. De Lamborghini is van het type Urus (een 4×4, maar dan een rappe). Er zit een 4.0-liter twinturbo achtcilinder onder de motorkap en het systeemvermogen bedraagt 650 pk met 850 Nm koppel.

Van der Poel had net voor de start de auto geruild voor de Canyon-crossfiets maar daar was nauwelijks iets van te merken. Het was alsof hij nog steeds in de Urus zat en de rest in een Fiatje 500. Starten op de derde rij, bij de eerste bocht twintigste, vijftig meter verder bij de tweede bocht derde, bij bocht nummer drie al tweede. De Urus gaat van 0 tot 100 in 3,5 seconden, zijn eigenaar op de fiets moest daar niet voor onderdoen.

Welgeteld één minuut en zestien seconden na de start dook hij via een andere lijn onder Toon Aerts door in de befaamde zandkuil van Zonhoven en kwam zo op kop. Vijfhonderd meter verder reed Aerts al op zes seconden. Urus van der Poel was uit het zicht en de rest van het veld zou hem pas terugzien na de aankomst.

De eerste drie ronden pakte hij telkens zestien seconden voorsprong, vervolgens nam hij wat gas terug en deed er nog eens een halve minuut bij in de resterende vijf ronden. Waar voor werd gevreesd, de totale declassering en ridiculisering van het crosspeloton 24-25, was een feit: Van der Poel had er een dikke minuut voor nodig.

Dat moet ook voor hem een record zijn. Er zijn jaren geweest – één om precies te zijn – dat hij zijn eerste cross niet won, andere jaren dat het wat duurde tot hij voorop geraakte en nog andere jaren dat hij pas halfweg van de tegenstand af geraakte. Zesenzeventig seconden duurde het in Zonhoven en de Lamborghini 4×4 had alle Fiatjes ingehaald en achtergelaten.

Het werd een masterclass, een demonstratie, om bang van te worden als collega-veldrijder. Of vijftig kilometer daarvandaan een verkoudheid op te doen, zoals Wout van Aert spontaan overkwam. Diens afzegging voor Mol vandaag is een domper op de vreugde. Die vier confrontaties van de twee wereldkampioenen van de laatste tien jaar (uitzondering: bij hun afwezigheid Pidcock in Fayetteville 2022) zijn er maar al drie meer.

Van Aert werd vorig jaar ook meermaals zoek gereden, maar Van Aert gaf nooit op. Hij bleef rijden tot hij zwart voor de ogen zag en soms was er zelfs een echte wedstrijd in de wedstrijd, zoals in Herentals, waar Van Aert in extremis platviel en in Benidorm, waar hij won.

Ook nu weer krijgen we twee wedstrijden voor de prijs van één als Van der Poel aan de start staat. Een tijdrit voor Van der Poel en daarachter de strijd om de ereplaatsen om met de beste veldrijder aller tijden samen op de podiumfoto te mogen staan.

Als Zonhoven een voorbode is voor die andere tien crossen die Van der Poel nog rijdt, stevenen we af op een mix van topsport (Van der Poel) en topvermaak (de rest). Misschien moeten we bij die andere alleskunner eens aandringen om te komen veldrijden. Wat als Tadej Pogacar…?

Column Terug naar af in De Morgen van zaterdag 21 december 2014

Terug naar af

Twintig procent minder brengt het Belgische tv-contract het profvoetbal de komende vijf seizoenen op. Dat is een evolutie in lijn met de rest van de Europese secundaire voetbalmarkten.

Het Belgische tv-contract brengt vanaf volgend seizoen 84,2 miljoen euro op. Tot en met 2024-’25 was dat 103 miljoen. Als de nieuwe oude rechtenhouder DAZN – let op, over afzienbare tijd in Saudi-Arabische handen – winst maakt, zou daar nog iets bij kunnen komen en zou het meer dan 90 miljoen kunnen worden.

Met de nadruk op zou. Als de Europese tendens wordt gevolgd, gaat het vanaf nu alleen nog bergaf. De recentst toegekende rechten zijn die van het Duitse profvoetbal. Die stonden al historisch laag, maar stegen niettemin niet. DAZN is ook daar een van de rechtenhouders.

De Franse tv-rechten zijn gehalveerd, toevallig of niet maar daarom niet minder pijnlijk, nadat de private kapitaalsverstrekker CVC zich voor 13 procent of 1,5 miljard euro had ingekocht in de mediapoot van de Ligue de Football Professionnel.

De Franse clubs kregen daardoor een kapitaalsinjectie en dat was nodig nadat Mediapro in 2020 na vier maanden al de stekker had getrokken uit een tv-contract dat meer dan 800 miljoen euro waard was. Tegelijk werd door de clubs flink geleend en dat moet nog worden terugbetaald. Analisten wezen al op het virtuele failliet van het Franse profvoetbal dat de voorbije jaren recordverliezen boekte, met uitzondering dan van PSG dat 200 miljoen eiste en kreeg van de CVC-deal.

De naam CVC kwam deze week ook in België even bovendrijven, via een gestuurde mediacampagne waarvoor de populaire sportkranten zich graag lieten gebruiken. CVC zou de Pro League kunnen bijstaan in de oprichting van een mediakanaal, waarmee het dan de eigen rechten zou vermarkten en zelfs uitzenden. Wie dat leest en ook maar iets afweet van wat tv allemaal kost en wat dat Belgische voetbal maar voorstelt denkt meteen aan 1 april.

Dat CVC plots op tafel lag, hoeft niet te verwonderen met Anderlecht-voorzitter Wouter Vandenhaute als lid van de raad van bestuur van de Pro League. Hij investeert samen met de Belgische CVC-topman Geert Duyck via hun bedrijf Mauvavie in Anderlecht. Vijftien jaar geleden was CVC al via Vandenhaute in beeld als investeerder in het hervormde profwielrennen. Dat plan (Cycling 2020) knapte af op de onwil van de ASO en de Tour.

Uiteindelijk heeft de Pro League toch eieren voor haar geld gekozen. Dat is wijs, al zal dat niet helemaal naar de zin zijn geweest van Anderlecht en Club Brugge die best wel wat meer risico hadden willen nemen, bijvoorbeeld met een eigen zender. De andere clubs dachten van niet.

Die passen nu beter op hun tellen, want voor zover bekend zijn de verdeelsleutel en het competitieformat nog niet afgeklopt. Dat zijn pas twistpunten en vooral dan de verdeelsleutel. Club Brugge denkt inmiddels dat het beter is dan de andere grote zes clubs en de G6 vindt dat ze beter zijn, en dus meer geld moeten krijgen, dan de K12.

De Belgische verdeelsleutel is nu al de minst solidaire van de West-Europese voetbalcompetities. Alle stijgingen in het verleden van de tv-rechten zijn gebruikt om de grote clubs beter te bedelen. Als nu nog eens een daling wordt gebruikt om de kleintjes te benadelen, wordt dat een pijnlijke zaak voor clubs die soms tot 30 procent van hun omzet uit tv-rechten halen.

Een clubleider wees erop dat er nog mogelijkheden waren om de markt in het buitenland te verkennen. Dat is onzin. De interesse voor buitenlandse investeerders in de Belgische clubs is erg groot. De interesse in de Belgische uitzendrechten en de competitie is dan weer nul.

Achttien van de 28 profclubs zijn in buitenlandse handen. Die buitenlanders zitten hier niet voor titels of omdat de competitie zo aantrekkelijk is en de tv-rechten zo makkelijk te vermarkten zijn. Ze zitten hier om winst te maken op goedkoop ingevoerd of goedkoop opgeleid voetbaltalent, een handeltje dat door de overheid jaarlijks ten belope van 200 miljoen euro wordt gesubsidieerd.

Op het Monopoly-bord is het Belgische profvoetbal op het vakje ‘terug naar af’ terechtgekomen. Tegelijk met het afkalven van de tv-rechten dreigt het verlies van goksponsoring, komen straks die 200 miljoen euro lastenverlagingen weer in beeld samen met de kosten voor ordehandhaving en zal de niet te vermijden hervorming van de transfermarkt resulteren in lagere inkomsten uit mensenhandel.

Omwille van de combinatie van dat alles zou de buitenlandse invasie sneller dan gedacht een exodus kunnen worden. Zo heeft elk nadeel altijd weer zijn voordeel.

Column Failliet in De Morgen van maandag 16 december 2024

Failliet

Eerder deze week verscheen op X een tweet van een supporter van KAA Gent. Hij had een rijtje steden/voetbalteams opgelijst: Lokeren, Aalst, Deinze en Gent. Naast de eerste drie stond een rood kruisje, naast Gent een groen V-tje. En daaronder een dankbericht aan de nieuwe Gentse eigenaar Sam Baro.

Oké, laat dit dan doorspekt zijn met enige naïviteit, het blijft een eerlijke en realistische schets van het failliet van het Oost-Vlaams en bij uitbreiding het Vlaams en Belgisch profvoetbal. Voor wie het allemaal niet zo van nabij heeft gevolgd: de Koninklijke Maatschappij Sportkring of KMSK Deinze is deze week failliet verklaard door de handelsrechtbank in Gent. Het Burgemeester Van de Wielestadion dat sinds 2021 met enige overdrijving ook wel eens de Dakota Arena werd genoemd, is het zoveelste Belgische voetbalkerkhof.

KMSK Deinze speelde in 1B, de Challenger Pro League, dat is de tweede hoogste klasse in ons land. Het deed het daar lang niet slecht, stond zelfs even in de bovenste tabelhelft, tot in november bleek dat de overnemer van de overnemer van de vroegere megalomane eigenaar eens te meer een lege doos was.

Deinze speelde zijn laatste wedstrijd op sinterklaasdag en er werd verloren met 0-1 van Seraing. In 1B spelen voortaan geen zestien ploegen meer, maar slechts vijftien, wat inhoudt dat elk speelweekend een team geen wedstrijd heeft. Eergisteren konden die van Eupen een zaterdagje met het gezin naar de kerstmarkt in Aachen.

Dat brengt het totaal op vijf failliete profploegen in de laatste vijf jaar. Of dat een Europees record is binnen de UEFA-familie moeten collega’s maar uitzoeken. Redelijk uniek is het wel voor het land dat in de Europese ranking veilig op de achtste plaats prijkt en zelfs naar boven kan kijken, naar de nummers zeven en zes Portugal en Nederland.

Voor KMSK en de sympathieke en mooi gelegen stad Deinze is dit een flinke sof. Net als voor de leveranciers, zoals die jonge cateraar die nog 65.000 euro te goed heeft, zo meldden de lokale krantenpagina’s. Voor de fans, maar nog meer voor de voetballende jeugd van Deinze is dit niets minder dan een drama. De club, die op twee jaar stond van het honderdjarig bestaan, is in rook opgegaan.

Boosheid overheerst nu, maar wie moet je met de vinger wijzen? De laatste overnemer, AAD Invest Group, was een luchtbel, laat dat duidelijk zijn. De voorlaatste, het Aziatische ACA Football Partners, was dat ook. Je kan boos zijn op ratten die denken dat ze uit een stort nog wat brokken kunnen wegslepen, maar dat is wat ratten nu eenmaal doen.

Of je kan boos zijn op wie en wat dat stort heeft veroorzaakt. Dan kom je al snel bij de megalomanie van Denijs Van de Weghe (geen familie, let op de schrijfwijze). Die werd de ‘Marc Coucke van Deinze’ genoemd en dat is nooit een goed teken, vooral niet als er voetbal in het spel is. Van de Weghe zag het groot en kondigde ooit twee transfers aan op de lokale televisie. Bleek het later om twee spelers te gaan die door blessures verloren waren voor het topvoetbal, helaas.

Neen, veel kennis van het voetbal ging er niet mee gepaard. In 2012 kwam Van de Weghe aan boord. Onder zijn bewind steeg de club twee keer naar 1B en de tweede keer verkocht hij zijn ploeg aan Singaporezen die er het centrum van hun voetbalwereld van wilden maken. In 23-24 ging de promotie naar 1A net niet door – wat een geluk bij een ongeluk – en daarna begonnen de financiële problemen.

Dus ja, boos op Doudou Cissé, de Afrikaanse Fransman, van AAD Invest Group met zijn 12.000 euro startkapitaal en brievenbus als hoofdzetel, dat mag. Ook op de Aziaten van ACA Football Partners die hun hapklare brok plots onverteerbaar duur vonden. En op de megalomanie van Denijs Van De Weghe moeten ze in Deinze ook boos zijn.

Uiteindelijk ligt de schuld bij het Belgische voetbalbestel dat weigert een strenger kader te voorzien voor overnemers van clubs. Dat weigert om samen met de overheid een economisch en juridisch kader te creëren waarin de handel in voetbaltalent niet langer de drijfveer is om een Belgische club te bezitten. Dat weigert na te denken over een inperking van het aantal profclubs, tot en met de afschaffing van dat achterhaalde promoveren en zakken.

Het is helemaal wraakroepend dat ook de Belgische politiek niet thuisgeeft om een sector – waar jaarlijks 200 miljoen euro lastenverlagingen aan worden toegekend – te verplichten binnen de lijntjes te kleuren. De aanwezigheid van Francs Borains in 1B en haar voorzitter Georges-Louis Bouchez is daar zeker niet vreemd aan.

Column De laatste dinosaurus (Lefevere) in De Morgen van zaterdag 14 december 2024

De laatste dinosaurus

Plagiaat! Ere wie ere toekomt, ‘Le dernier dinosaure’ was donderdag in L’Équipe de kop boven een verhaal over de retraite van Patrick Lefevere.

Lefévère, om de Fransen na te bootsen, want zij schrijven zijn naam met twee accenten. Ik heb mij jaren suf gepiekerd over het waarom van die accenten tot ik de auteur van dit verhaal een keertje tegen het lijf liep. Hij legde simple comme bonjour uit dat het de uitspraak van die naam vergemakkelijkte, en dat ze daar het recht toe hadden want dat de naam duidelijk een Franse achtergrond had met ‘Le’ en dat die naam ook in Frankrijk voorkwam, maar dan met accenten.

‘De laatste dinosaurus’ is heel treffend verwoord. Lefevere is de laatste van een generatie sportbestuurders die stammen uit het niet altijd zo ongerepte ecosysteem, zeg maar jungle van het wielrennen van de jaren tachtig en negentig.

Lefevere is al een tijdje geen sportbestuurder meer. Onderweg steeg hij op in de vaart der volkeren en werd deels eigenaar, deels opperbaas van zijn team dat hij runde via zijn eigen bedrijf, weliswaar op de vingers gekeken door medeaandeelhouders onder wie de mecenas Zdenek Bakala.

Lefevere kreeg in de loop der jaren zoals zoveel anderen ineens het acroniem CEO voor zijn naam. Misschien een beetje veel eer voor een voormalig zeepverkoper met een boekhoudersdiploma en een grote mond. Als u dat laatste denigrerend vindt, wees gerust, hij zal zelf de laatste zijn om dat niet te vinden.

Als journalist was Lefevere the man you hate(d) to love. Altijd goed voor een mening, altijd goed voor visie ook, altijd goed voor spektakel in de koers (met zijn renners dan). Maar toch niks leukers dan een voorjaar waarin zijn ploeg in het openingsweekend op zaterdag niet thuis gaf, waarna hem om een reactie werd gevraagd. Die begon steevast met “ik maak de rekening pas na de Waalse klassiekers”, waarna zijn coureurs alsnog een veeg uit de pan kregen en op zondag de boel aan flarden reden. Of niet, en dan werd hij opnieuw gebeld.

Ik heb Lefevere nooit gehaat en ook nooit van hem gehouden. In 2006 kwam het tot een serieuze clash. Naar aanleiding van de positieve plas van Floyd Landis in de Tour had hij gedreigd met een proces tegen Landis. Ik schreef toen een column met als kop ‘Hypocriet’ omdat hij zelf de Franse dopingzondaar Richard Virenque had binnengehaald.

Later dat jaar bracht de Krant van West-Vlaanderen ons samen voor een goed gesprek. Dat was best gezellig. Met Lefevere is het prima ruziemaken: hij komt met bokshandschoenen en je ziet hem komen. Hij is niet het type van de dolk in de rug en ook niet van de rancune. Het leverde voor deze krant een spraakmakend eindejaarsverhaal op, waarin hij terloops vertelde over hoe hij als renner ook ooit doping had gebruikt en hoe hij daar slecht op had gereageerd.

In januari 2007 publiceerde Het Laatste Nieuws een dossier waarin Lefevere werd beschuldigd in zijn team systematisch dopinggebruik te hebben georganiseerd. Het overgrote deel van het verhaal was uit de duim gezogen en wat wel klopte, was al bekend. Dat schreven wij toen ook zo op in deze pagina’s. Waarna een vreemde situatie ontstond. De kletterende ruzie van weleer was al gestabiliseerd in een gewapende vrede, maar opeens leken we de “grands amis, bien étonnés de se trouver ensemble”, schreven ze destijds in L’Équipe.

Lefevere werd in de lofdichten deze week de grootste wielermanager ooit genoemd. Groot jazeker, maar misschien niet zo groot als hij had kunnen zijn. Zijn team en zijn expertise verdienden beter dan wat hij uit de commerciële vijver opviste.

Waarom bestond en bestaat zijn team bij de gratie van een mecenas en zijn de echte grote internationale sponsors nooit aan boord gekomen? Waarom is hij nooit het UAE of het Team Sky van België geworden, dominant in de klassiekers én dominant in de wedstrijden die internationaal meer aanspreken, de grote rondes?

Waarom greep Lefevere naast twee van de grootste renners die vandaag maar ook tien jaar geleden al in zijn voortuin furore maakten? Met andere woorden, waarom rijden Wout van Aert en Mathieu van der Poel voor andere ploegen? Bij Lefevere moet je je altijd afvragen of hij zijn team groot heeft gemaakt, dan wel net zo groot dat het voor hem nog bevattelijk bleef.

Voor wie meer wil weten over zijn exit, hoe dat in zijn werk ging, of dat wel met de volle goesting was en wat dat schoof, hij blijft een West-Vlaamse boekhouder en dus zullen we het fijne daar nooit van weten. Dat nieuwe leven is hem overigens van harte gegund. Het is te hopen dat het hem bevalt.