Column Dream Team Belgium in De Morgen van maandag 1 juli 2024

Dream Team Belgium

Frankrijk uit, Frankrijk thuis, simpel: altijd lastig. Vergeet de commentaren en voorbeschouwingen, vergeet de statistieken, vergeet alle voorgaande wedstrijden, vanavond komt het aan op de vorm van de dag, het grijpen van het moment, het afwenden van ongeluk en forceren van geluk.

Realitycheck: dit is maar interlandvoetbal, een wedstrijd tussen twee nationale selecties van de beste spelers uit eenzelfde land. Als je het zou vergelijken met een leger, dan is interlandvoetbal een oorlogje tussen twee legers van alleen maar hogere officieren, min of meer gelijken in hiërarchie want allemaal behorend tot de belangrijkste personeelsleden in hun bataljon.

Clubvoetbal is tussen legers met hogere officieren gesteund door lagere officieren en die dan weer door onderofficieren die op hun beurt het kanonnenvlees aansturen. Een bondscoach moet met zijn verbaal en tactisch overwicht hogere officieren overtuigen om zoveel keer per jaar – en nu zelfs een hele maand – ook in de loopgraven te duiken voor de eer van het land, het ego van een collega en voor veel minder geld dan gewend.

Dat lukt heel zelden en daarom krijg je op wereldbekers en continentale kampioenschappen soms van die rare wedstrijden, waarin alle – soms ook Belgische – baasjes ogenschijnlijk zonder plan maar wat in de rondte lopen.

De beste bondscoach is er één die vanwege palmares en bewezen capaciteiten overwicht heeft op zijn spelers, in wiens voetbalvisie ze rotsvast geloven en voor wie ook de hogere officieren door het vuur willen. Zijn enige taak is die elf namen die hij op het wedstrijdblad schrijft ervan te overtuigen dat ze hun eigenbelang ondergeschikt moeten maken aan het team.

In colloquia over teamsporten wordt vaak naar het ‘Dream Team’ op de Olympische Spelen van 1992 verwezen en hoe dat sterrenensemble toch als ‘one team, one dream’ opereerde. Onzin. Vooreerst hebben die sterren een andere ster (Isaiah Thomas) gecanceld omdat hij de absolute leider – Michael Jordan – te veel op zijn zenuwen had gewerkt.

Dat deed denken aan een rel dichter bij huis, bij het wonderbaarlijke Nederlands elftal van de worldcup van 1974. Johan Cruijff en doelman Jan van Beveren hadden een zakelijk conflict en dat eindigde – in 1974 en in 1977 – op last van Cruijff in de niet-selectie van Van Beveren, toen een wereldkeeper.

Dream Team in Barcelona, dat waren elf onemanshows (en collegespeler Christian Leattner) naast en achter elkaar opgevoerd. Hun technisch, fysiek en tactisch overwicht was zo groot dat ze alles wonnen zonder als team te spelen. Dat overwicht is nadien nooit meer vertoond in teamsporten op het hoogste niveau.

Tot de eerste wedstrijd tegen Slovakije had Tedesco nog nooit verloren met zijn ‘Team Belgium’. Soms waren er momentjes dat de Rode Duivels even niet thuis gaven, maar die vlotte kwalificatie en die prima helften uit tegen Duitsland en Engeland – weliswaar vriendschappelijk – lieten het beste verhopen voor Euro 24.

De vraag is dus: behalve dat dit een toernooi is, wat is anders aan de Belgische nationale ploeg dat het plots meer vierkant dan rond draait?

Tip: vergeet de affaire Courtois, dat speelt niet, wel integendeel.

Nog geen idee?

Kevin De Bruyne is terug. Hij speelde de eerste twee interlands onder Tedesco (0-3 in Zweden en 2-3 vriendschappelijk in Duitsland), maar gaf toen tien wedstrijden op rij verstek door die hamstringblessure. Begin juni speelde hij voor het eerst weer een helft tegen Montenegro.

Nogal wat analisten vragen zich af of de aanwezigheid van Kevin De Bruyne – de enige echte wereldster van deze selectie – niet al te verlammend werkt op de ploeg. Dat is niet iets wat je De Bruyne kan verwijten. Die kan het ook niet helpen dat hij het sneller ziet dan anderen en voor zover bekend had hij geen invloed op de selectie zoals Cruijff.

Zijn karakter heeft hij evenmin gekozen en zijn obsessieve benadering van het voetbalspel maakt hem juist zo goed. Het is duidelijk dat het voetbal dat De Bruyne voor ogen heeft niet het voetbal is dat tegen Slovakije en al helemaal niet tegen Oekraïne is gespeeld. Of zijn voetbalwensen conflicteren met de capaciteiten van zijn medespelers, dan wel met de consignes van de coach, of met allebei, dat blijven open vragen.

Misschien had Tedesco meer kunnen doen om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Wat hij vooral niet had moeten doen, is Kevin De Bruyne de kapiteinsband geven. Een perfectionist die alles te goed wil doen, moet je nooit kapitein maken. Zelfs die van het Dream Team was niet Michael Jordan, maar de hiv-positieve Magic Johnson.

Column Leve de VAR in De Morgen van zaterdag 29 juni 2024

Leve de VAR

De kritiek op de Video Assistant Referee (VAR) heeft nog nooit zo hol geklonken als tijdens dit Europese kampioenschap voetbal. De kritiek varieert van:

– een knieschijf buitenspel, daarvoor is dit toch niet uitgevonden?

– een ferme speler staat dan altijd buitenspel

– voor een beetje handspel een goal afkeuren, belachelijk

– alle emotie verdwijnt uit het spel.

De regel die wordt toegepast door de VAR is dezelfde regel zoals die in 1863 is uitgevonden en in 1925 is teruggebracht van drie naar twee spelers achter wie de aanvaller moest blijven, en vanaf 1990 was dat op gelijke hoogte. Achter, gelijk of voor, het is hoe je het bekijkt.

‘Het is hoe je het bekijkt’ is een beetje zoals de ‘grensrechters’ tot de uitvinding van de VAR met hun vlagje zwaaiden en doelpunten afkeurden of niet zwaaiden en lieten doorgaan. De buitenspelregel is dus níét uitgevonden door en voor de VAR.

Wat men heeft geprobeerd met de introductie van de VAR is het objectiveren van de voor een mens onmogelijke oefening die erin bestaat dat je moet meelopen met de aanval, tegelijk inschatten wanneer de bal vertrekt en twintig meter verder of de aanvaller op datzelfde moment niet voorbij de voorlaatste speler staat.

Uit onderzoek bleek dat de refs in sommige wedstrijden bij de helft van de nipte buitenspelbeslissingen (en strafschoppen) er compleet naast zaten. Minimaal ging het om 10 procent foute inschattingen. De VAR is er dus gekomen om juiste beslissingen te nemen en een oneerlijk spel iets minder oneerlijk te maken. In een sport die vaak wordt beslist met één goaltje is het niet overdreven om die cruciale fases correct te beoordelen.

Oké, pechvogel Romelu Lukaku heeft drie keer gescoord op dit EK en twee keer was dat voor nipt buitenspel. Niet buitenspel staan of net wel kun je evengoed uitleggen als aanvallende luciditeit, die de soms wonderbaarlijke spits Lukaku op dit EK in de steek laat – hij miste een rist andere kansen.

Hoeveel hijzelf tegen Roemenië buitenspel stond (een knieschijf) is compleet naast de kwestie, omdat een beetje buitenspel niet bestaat. Je staat voorbij de op één na laatste speler met een deel van je lichaam waarmee je zou kunnen scoren of je staat er niet voorbij. Elke toepassing van de buitenspelregel is een oefening in landmeten, door een machine of door een mens.

De machine, dat staat buiten kijf, is juister. Maar dat het oordelen een beetje sneller zou moeten dan in de Jupiler Pro League en dat de beste technologie zich opdringt, dat spreekt vanzelf. De 3D-semiautomatische on/offside-beoordeling op dit EK werkt prima. Het afkeuren van het doelpunt van Oranje omdat Denzel Dumfries in buitenspel deelnam aan het spel duurde dan weer wat lang, maar dat was de schuld van een fotograaf die een sensorbakje had gesloopt.

De emotie gaat uit het spel en je niet weet of je een doelpunt mag vieren dan wel betreuren, stelde Jan Vertonghen. Weeral: naast de kwestie. Er zijn meer sporten met lage scores waarin (doel)punten achteraf machinaal moeten worden gevalideerd, van het kleine hockey tot de reuzengrote machtige geldmachine van het American football. Rare sport die emotie prefereert boven eerlijkheid.

Kritiek op de VAR wordt al te vaak verward met kritiek op de regels van het voetbal. Neem dat hands van Loïs Openda, onvrijwillig en zonder voordeel. Vroeger was dat doelpunt geldig. Het is niet de VAR of de chip in de bal die dat doelpunt afkeurt, het zijn de (stomme) regels die bepalen dat elke onbewuste offensieve hands een doelpunt annuleert.

Neen, de VAR is een zegen. Er kan nooit te veel VAR zijn. Maak er zelfs maar een VAR 2.0 van, bijvoorbeeld bij gemiste gemene fouten en rode kaarten tussen de strafschopgebieden. Niks zo erg dan een ref die een carrièrebedreigende aanslag op enkels en knieën laat passeren omdat hij het niet heeft gezien of zich omgekeerd laat vangen bij een toneeltje matennaaierij. In het rugby (en American football) wordt ook teruggekeken naar de hoge tackle en vliegen spelers alsnog naar de strafbank.

Marco van Basten, ten slotte, vond het sneu als ex-aanvaller dat de buitenspelregel spreekt van gelijke hoogte. Pas als een aanvaller volledig voorbij de voorlaatste verdediger staat, dan zou het buitenspel moeten zijn, aldus Van Basten.

Gelijk heeft hij, maar dat is de buitenspelregel, niet de VAR. Overigens zal de kwestie van de vijf millimeter knieschijf buitenspel er dan een worden van één millimeter hiel (achterste lichaamsdeel) die in 3D net wel of net geen contact maakt met de lange neus (voorste lichaamsdeel) van de verdediger. Iemand al gedacht aan buitenspel afschaffen?

Column Nieuw nationalisme in De Morgen van maandag 24 juni 2024

Nieuw nationalisme

Welk van de 24 landen Europees kampioen wordt, dat weet geen mens nu al te voorspellen. Welk van de 24 landen géén Europees kampioen wordt, dat dan weer wel. Spanje dus. Het best voetballende land op een toernooi wint nooit een WK of een EK.

Zo was het in het verleden, zo zal het nu zijn en in de toekomst ook. Of enkele keyspelers lopen een blessure op, of raken vermoeid in al hun enthousiasme, of worden gewoonweg van het veld geschopt, of ze hebben pech dat ze op een muur stuiten en zelf alle kansen de nek omwringen waarna ze één welgemikte counter inclusief frommelgoal tegen krijgen.

Oké, we hebben het over voetbal, de meest onvoorspelbare sport ter wereld. Als Spanje alsnog die onzalige traditie zou doorbreken, zou dat erg goed nieuws zijn, maar het blijft weinig waarschijnlijk.Hoe Spanje vorige week donderdag Italië van het kastje naar de muur speelde, was wellicht van het beste dat een landenteam ooit op een voetbalveld heeft gelegd in een traditionele clash tussen twee tegenstanders van niveau op het scherpst van de snee. Het was een mix van virtuositeit, dynamiek, snelheid, tactiek, durf en die saus werd gekruid en gebonden door een niet-aflatende bereidheid om (kilo)meters te maken tot meerdere eer en glorie van team en vaderland.Heerlijk die Poule B, vooraf bestempeld als groep des doods. Vanavond speelt Spanje tegen Albanië en moet Italië nog aan de bak tegen Kroatië. Spanje is al 95 procent zeker groepswinnaar tenzij het verliest en Italië op doelsaldo over Spanje springt. Schrijf maar op: 30 juni in Keulen, dan speelt Spanje zijn achtste finale tegen een derde uit de poules A, D, E of F. België zit in E: derde worden, betekent – volgens @FootballMeetsData – 60 procent kans dat je tegen Spanje moet.

Op de eerste twee dagen vielen in de eerste vier wedstrijden al meteen zestien goals. Dat was een goede opwarmer, zeker voor de neutrale toeschouwer. En er waren mooie prestaties met hartverwarmend offensief voetbal van Duitsland, Spanje en eerst ook Nederland. Daarna werd het wat minder.

Een van de eerste vaststellingen: geen enkel land kan als zwak broertje worden bestempeld. Niet Schotland dat er vijf om de oren kreeg van gastland Duitsland. Ook niet Georgië dat goed voetbalt, en zeker niet Oekraïne dat de betere ploeg was tegen Roemenië, maar drie keer werd afgestraft op een counter.

Nog een vaststelling, en denk maar niet dat dit niks met het sportieve te maken heeft: de natieploegen worden massaal toegezongen. Die indruk kan niet alleen het gevolg zijn van hoe close de camera’s dat nationalistisch intermezzo in beeld brengen. Nooit eerder hebben hele tribunes zo uit volle borst, de ogen rood en de kelen schor, de volksliederen meegezongen. Ook de spelers ontkomen er niet aan. Op Euro 2000 was het een enkeling die de hand op het hart hield en het volkslied luidop meezong. Vandaag is het de hele selectie, de bank en de staf incluis die elkaar vastnemen en hand op het hart de liefde voor de natie belijden. Zelfs buitenlandse coaches zingen (of lippen) mee, zoals Tedesco de Brabançonne.

In deze verwarrende tijden – met een oorlog in het oosten en verhitte discussies tussen landen binnen en buiten de Europese Unie – is interlandvoetbal meer dan ooit een podium voor het nieuw Europees nationalisme. Nog een reden waarom Spanje het niet wordt: die kennen geen nationale eenheid en daarom heeft hun hymne geen tekst.

Ooit beperkte de Europese voetbalanimositeit zich tot Nederland tegen Duitsland en een klein beetje Engeland tegen Frankrijk. Die oude haat en nijd lijkt er helemaal uit. Nu is het Slovenië (EU-lid) tegen Servië (kandidaat-EU-lid dat het nooit zal worden). Twee landen die in 1991 tien dagen lang in oorlog waren. Of Oekraïne dat vrijdag won van Slovakije, een land in oorlog met Rusland tegen een land dat Rusland-gezind is.

Of het überhaupt mogelijk was, dan wel of men de situatie op voorhand heeft ontmijnd, is niet duidelijk, maar de grootste clash is op deze Euro 2024 alvast vermeden en zit er ook niet meer in: Albanië tegen Servië, dat was pas een oorlogje op noppen geworden.

Bijproduct van die opstoot van nationalisme is het fanatisme waarmee minder getalenteerde selecties hun grondgebied verdedigen en zich met een groot hart voor elke bal gooien. Ook dat is een tendens op dit EK: een gebrek aan talent wordt gecompenseerd door onverdroten inzet. Talent alleen volstaat niet meer. De Rode Duivels hebben het talent, nu nog minstens die inzet van tegen Roemenië oproepen tegen Oekraïne, de grootste harten van het toernooi.

Column Diversifiëring in De Morgen van zaterdag 22 juni 2024

Diversifiëring

Het was nu een keertje rustig. Geen rondgestuurde videootjes en appjes met bezwarend materiaal, geen speler die de selectie verdeelde, geen gedoe en een bondscoach boven alle verdenking…

De hypergetalenteerde Les Bleus leken op missie: in de finale Engeland, Duitsland, Spanje of wie dan ook op 14 juli even opzijzetten en 24 jaar na Euro 2000 een derde Europese titel ophalen en daarmee op gelijke hoogte komen van (West-)Duitsland en Spanje.

En dan was er die persconferentie van vorige zondag. Marcus Thuram was het eerst en het felst. “We moeten zorgen dat het Rassemblement National (van Marine Le Pen, HVDW) niet ‘passeert’.” Vervolgens kwam de kapitein van de ploeg aan het woord, de pas gearriveerde superster van Real Madrid, de enige echte Kylian Mbappé.

Hij pleitte eerst voor eenheid in het land, vervolgens was hij tegen ‘extremen’ en ten slotte zei hij schouder aan schouder te staan met zijn maat Thuram. Veel duidelijker kon niet, maar omdat hij het RN niet vermeldde kozen veel media ervoor om zijn uitspraken als verzoenend, soms zelfs in tegenspraak met Thuram, voor te stellen.

Franse internationals die zich mengen in een ander debat dan het sportieve, het doet denken aan vorig jaar. Volgende week, op 27 juni, is het een jaar geleden dat de Franse politieagent Florian M. de zeventienjarige Nahel Merzouk doodschoot in een auto toen die wilde wegrijden bij een controle. Het gevolg: gewelddadige protesten en de Parijse voorstad Nanterre die een week lang brandde.

Na de dood van de Frans-Algerijnse jongen namen de (zwarte) internationals Kylian Mbappé, Jules Koundé, Mike Maignan en Aurélien Tchouaméni het racisme bij de Franse politie op de korrel. Koundé ging nog een stap verder en beschuldigde de media van desinformatie en medeplichtigheid. Toen hij daarop werd gevild op sociale media bleef hij uithalen naar le système.

De gebroken neus van Mbappé mag dan nog net iets urgenter zijn, Frankrijk is sindsdien verdeeld over die politieke stellingnames van Mbappé en Thuram. Mbappé liet overigens uitschijnen dat hij hierover met de ploeg had gesproken en hun instemming had. Waarop rechts Frankrijk fulmineerde dat de nationale ploeg vooral moest voetballen en als ze dan toch wat te melden had over iets anders dan voetbal, ze de belangen moest dienen van de meerderheid en de natie.

De heftigste reacties waren nog verder rechts van het centrum te vinden: die migrantenploeg kan onmogelijk Frankrijk vertegenwoordigen. En toen viel het begrip ‘le grand remplacement des Bleus’, iets wat bij ons zou klinken als ‘de omvolking van de Rode Duivels’.

Dat zagen we eerder in Duitsland, waar figuren van de AfD zich al in 2016 openlijk distantieerden van hun ‘volksvreemde’ nationale selectie. Het ging toen zelfs zover dat ze hun leden vroegen de repen Kinder-chocolade met daarop de zwarte Jérôme Boateng en de geboren Turk Ilkay Gündogan te boycotten.Voorafgaand aan dit EK werd in Duitsland een poll opgezet met als vraag hoeveel niet-Duitse spelers de Mannschaft mocht tellen. De aanleiding was onder meer Gündogan die voor dit EK in eigen land de kapiteinsband van de Mannschaft draagt. Hij is sinds 2018, toen eerst Boateng en daarna Sami Khedira de band droegen, de derde captain ooit met niet-Duitse roots. Overigens, de Duitsers tellen zes spelers met niet-Europese roots in de selectie, zeven volgens de AfD die de Turk Gündogan meetelt.

De diversifiëring van de nationale selecties heeft zich doorgezet deze eeuw. Vooral het aanbod aan niet-blank/wit spelerspersoneel met niet-Europese roots valt op. Tien van de 24 aanwezige landen hebben minstens één voetballer met een kleurtje mee naar het EK. Wat ook impliceert dat veertien landen maagdelijk wit zijn. Elf daarvan komen uit Oost-Europa. Denemarken en Schotland zijn de uitzonderingen uit West-Europa. Het veertiende land met een ‘volkseigen’ selectie is Turkije.

Het meest gekleurde land is Frankrijk met 19 op 25, daarna komen Nederland met 16, Engeland met 11 en zowaar de Rode Duivels met 10. Engeland en België zijn de landen die deze eeuw hun selectie het snelst hebben zien verkleuren.

Op Euro 2000 hadden Engeland en België respectievelijk drie en twee spelers (de Mpenza’s) met niet-Europese roots in de ploeg. Frankrijk, Nederland, Engeland en België samen hadden in 2000 22 spelers van kleur, een kwarteeuw later zijn er dat 56. Wie Spanje donderdag zag en België (op een goede dag) ziet aanvallen, kan dat onmogelijk betreuren.

Column De code gekraakt van zaterdag 15 juni 2024

De code gekraakt

Euro 2024 en voetbal kunnen wachten. Eerst moeten we het nog even hebben over dat andere Euro 2024, de Europese kampioenschappen atletiek die eindigden op woensdagavond met een sessie waarin het Belgische eremetaal in een uur werd verdubbeld.

Oef. Zes. Sportieve baas van het atletiek Rutger Smith had op zeven medailles gehoopt. Nog even herhalen: goud voor de inmiddels lichtjes legendarische Nafi Thiam in de zevenkamp, de 4×400 mannen en de surprise van de chef, een 400 metertitel voor Alexander Doom; zilver voor 1.500 meterloper Jochem Vermeulen; en brons voor zevenkampster Noor Vidts en de 4×400 vrouwen.

Die zeven van Smith, dat was niet lukraak gekozen. België heeft nooit eerder meer dan zes medailles gehaald op een EK atletiek. En zes stuks hadden we al een keer, in Berlijn in 2018. Toen waren er ook drie gouden medailles (Thiam, 4×400 en marathonloper Koen Naert), twee zilveren (Bashir Abdi en een Borlée) en één brons (een andere Borlée).

Met andere woorden: Berlijn 2018, waar België als vijfde land eindigde en de Russen zes medailles wonnen als ‘neutralen’, was kwalitatief nog net iets beter dan Rome 2024 (zevende land). Dat is dan ook de enige relativerende noot bij deze al bij al zeer goede Europese kampioenschappen.

We komen van ver. Tien jaar geleden in Zürich ging België naar huis met een bronsje, behaald door een negentienjarig meisje dat het jaar ervoor in Gent een juniorenwereldrecord had gevestigd dat door een vergeten dopingcontrole niet kon worden gevalideerd. Dat brons in Zürich was voor Nafissatou Thiam. De 4×400 eindigde toen zesde in de finale. Oké, 2014 was de laatste keer dat Rusland als land bij het atletiek mocht aantreden en het haalde toen vijftien medailles. Die concurrentie viel nadien weg, tot op heden.

Nafi Thiam, die twee jaar na Zürich in Rio olympisch kampioene werd, is nu goed op weg om haar derde olympische podium op rij te scoren. Met nog wat progressie en zonder blessures kan dat een derde goud op rij worden, een nooit geziene krachttoer op de atletiekplaneet.

Een olympische medaille voor de 4×400 wordt al wat lastiger, maar is zeker mogelijk. Zelfde verhaal voor hun slotloper Alexander Doom. Laten we hopen dat ook hij heel blijft. De anderen moeten gaan voor finales en dan maar lopen/sprinten/springen/gooien en kijken waar het schip strandt, zoals die Jochem Vermeulen op de 1.500 meter.

Cédric Van Branteghem, tegenwoordig CEO van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), werd als voormalig 400 meterloper gevraagd naar commentaar bij de prestatie van Doom. “Hij heeft de code van de 400 meter gekraakt”, zei Van Branteghem, waarmee hij bedoelde dat Doom de baanronde in zijn benen, armen, lichaam en hersenen heeft opgeslagen. Vierhonderd meter hardlopen met een gemiddelde van meer dan 32 kilometer per uur, met zeven in je nek hijgende windhonden die jou als konijn zien, dat vereist beheersing, meesterschap en vooral mentale sterkte.

Het goud van Doom was, samen met dat van Thiam, de knapste prestatie ooit van een Belgische atleet op een recent EK atletiek. Het verheugende aan Rome 2024 is dat die twee niet langer alleen staan. Als Doom de code van de 400 meter heeft gekraakt, dan kent een deel van de Belgische topatleten alvast de code van het presteren.

De medaille van de 4×400 bij de vrouwen belooft niks voor de Spelen van Parijs, echt niks, maar je kunt er wel een prestatiecultuur op bouwen. Net zoals die groeide bij de aflossingsploeg van de mannen kan dat nu ook bij de vrouwen. Dit moet je vasthouden, voeden met nieuw talent en niet laten doodbloeden zoals de 4×100 vrouwen van Peking.

Een beetje haaks op dat nieuwe besef dat die anderen ook maar twee armen en twee benen hebben, en dat je vooral bij jezelf te rade moet gaan, stond het geklaag van Thomas Van der Plaetsen over het rankingsysteem in de tienkamp. Hij scoorde 8.084 punten en werd elfde. Dan kun je alleen maar vaststellen dat hier het verhaal eindigt.

Van der Plaetsen (31ste op de wereldranglijst) verbaasde zich er ook over dat er niet langer 32 maar nog slechts 24 olympische startbewijzen zijn. Ze mogen dan de goden van het stadion zijn, twee keer 24 meerkampers is veel te veel volk voor de atletiekhemel.

Twaalf goden en twaalf godinnen zouden ruimschoots volstaan voor een discipline die in tijden van hyperspecialisatie door de grote sportsystemen niet meer voor vol wordt aangezien. Zelfs World Athletics wil er niet meer aan. In de plannen voor een Ultimate Championship, waar meer geld dan ooit te vangen valt, is van meerkamp geen sprake.

Column Kevin De Bruyne in De Morgen van maandag 10 juni 2024

Kevin De Bruyne

Hij stond dit weekend op de cover van L’Équipe Magazine. Wie nu denkt ‘et alors?’ weet niet waar de klepel hangt op planeet sport. De cover van ‘Le Mag’ is in de regel voorbehouden voor Fransen, en als er geen Fransen meer zijn voor wereldsterren uit wereldsporten.

Gravend in het geheugen staat mij bij dat eerder drie Belgen in de sport deze eer te beurt is gevallen. Ik denk aan Eddy Merckx, Nafi Thiam en uiteraard – noblesse oblige met L’Équipe als organisator van de Tour de France en andere grote wedstrijden – Remco Evenepoel. Hoewel, ik ben zeker van een verhaal maar niet zeker van de cover, behalve dan bij Merckx.

Soit, in het blad staan is al heel wat, de cover sieren in het laatste nummer voor aanvang van een Europees kampioenschap voetbal met Frankrijk als een grote favoriet is de ultieme consecratie. Het verhaal van acht pagina’s binnenin is overigens één grote lofdicht op Kevin De Bruyne.

Dat De Bruyne niet alleen big in the UK maar evengoed grand en France is, getuigt de uitspraak van zijn naam bij voetbalwedstrijden op de Franse zenders. Ooit was dat De Brwien, vandaag is dat De Bruineuh en dat lijkt er al heel wat beter op.

De kop van het De Bruyne-verhaal is: ‘Un géant parmi les siens’. Vertaald: een reus onder de zijnen. Goed gevonden, zonder meer. De reporter had verkozen naar Drongen af te reizen en zo staat het ook in het blad, als Drongen. Alsof hij het eerst over London zou hebben en pas later in het verhaal over Londres, verschijnt de oude Franse naam Tronchiennes pas op de derde pagina. Nóg meer eer.

En dan die laatste zin in de inleiding: “Il n’y a pas plus humble que lui sur la planète foot.” Niemand bescheidener dan hij op de planeet voetbal. Dat klinkt mooi, maar zoals veel in het leven is dat niet altijd en helemaal waar.

Natuurlijk, humble of bescheiden is hij in de betekenis van niet willen opvallen. Wat een contrast met het verhaal na hem in dat nummer. Dat gaat over de Franse internationals en hoe ze zich op en top gestyled door hun stilisten hadden aanboden bij het EK-trainingskamp in Clairefontaine in outfits waarmee alleen voetballers (of NBA-spelers van wie ze kopiëren) op straat durven te komen.

KDB liep vorige week in zijn korte broek en sweater op sportschoenen (tot en met de sokken alles neutraal grijs) op de veldjes van KVE Drongen rond en ging zo later op de foto met de winnende U15 van Manchester City. Niet zeker of hij dat ook met de andere finalist had gedaan als die had gewonnen, want dat was toevallig zijn eerste grote club KAA Gent die hij de rug toekeerde.

Nog een overigens: het verhaal gaat óver Kevin De Bruyne, het is niet eens een interview. Twee quotes van de middenvelder, op acht pagina’s, en voor de rest pa De Bruyne, ma De Bruyne, jeugdkennissen en organisatoren van de KDB Cup die over Kevin De Bruyne praten. Hoofdverhaal én cover, faut le faire.

Daarom zou het zo verschrikkelijk jammer zijn, zo vreselijk tekortdoen aan zijn imago van oervoetballer en bescheiden medemens, als hij deze zomer, of de volgende als hij einde contract is, zou kiezen voor Saudi-Arabië.

Daarom: niet doen, Kevin De Bruyne. Wees grootser dan dat. Een tip: lees eens wat over dat land, over de gebruiken aldaar, het religieuze fanatisme, de dictatuur, de maatschappij, de beperkte bewegingsvrijheid.

Oké, dochter Suri zal nog maar vier of vijf zijn als ze daar landt, en hoewel je al abaja-sets kunt kopen voor kleuters is het nog geen verplichting. Afgezien daarvan, denk twee keer na, drie mag ook. Oké, Jeddah schijnt mooi te zijn. Medina mag je als buitenlander sinds kort bezoeken, ook mooi. En dan is er nog de natuur van Al-‘Ula natuurlijk en Hegra dat daar in de buurt ligt. Vervolgens Riyad, Al-Diriyah en de stranden als je tenminste het geluk hebt dat de staatskas van Mohammad bin Salman je ergens bij een team in de buurt van de Rode of de Arabisch Zee posteert.

En dan dat voetbal. Die tijdstippen waarop wordt getraind. Dat leven in die luxegevangenis van die compound. Je vrouw Michèle ziet een exotisch avontuur wel zitten? Weet dat niet alleen niks juist is aan Saudi-Arabië, maar ook niks exotisch.

Een suggestie. Jullie zijn getrouwd in Sorrento. Hulde voor die keuze. Doe eens gek en ga bij Napels voetballen. Die kunnen je geen 75 miljoen euro per seizoen betalen, dat niet, maar wil jij niet heel graag geliefd zijn? Welnu, sinds ‘Ciro’ Mertens dragen ze daar alle Belgen op handen, laatst nog gemerkt. Sono belga was goed voor gratis limoncello. Voor jou zal dat iets meer zijn.

Column Witte mannen kunnen niet springen in De Morgen van zaterdag 8 juni 2024

Witte mannen kunnen niet springen

Celtics prevail in game 1 romp. Vertaald: Celtics te sterk in stoeipartij in eerste wedstrijd. Of zoiets.

We hebben het over de NBA-finales die donderdagnacht zijn begonnen in Boston en zondag hun vervolg kennen met een tweede wedstrijd in Boston. Waarna het circus voor twee wedstrijden naar Dallas verhuist en als het dan nog niet gedaan is (met Dallas) terug naar Boston, weer naar Dallas en finaal game 7 in Boston.

Even terzijde. Als u ooit in een opwelling van enthousiasme na het lezen van deze werv(el)ende column naar de site van de NBA zou surfen, een aanrader, weet dan dat die gekke Amerikanen het bezoekende team eerst vermelden. Dallas @ Boston 89-107 betekent gewoon dat Dallas een pakje slaag kreeg in de Boston TD Garden.

Jammer dat het hier nog niet is voorspeld, maar wellicht maakt Dallas Mavericks geen kans tegen Boston Celtics. Boston heeft in de conference finals tegen Indiana niet te best verdedigd, maar dat hoefde niet. Als de Celtics het willen, kunnen ze een tegenstander vastzetten en vooral hun sleutelspelers uit de wedstrijd houden.

Dat is precies wat donderdag is gebeurd met de in deze play-offs tot nog toe schitterende Kyrie Irving, die 6 op 19 gooide en 0 op 5 van achter de driepuntlijn. Daardoor kwam al het gewicht eens te meer terecht op Luka Doncic, en aan zijn 46 procent gewone doelpogingen, 33 procent driepunters en uiteindelijk toch nog dertig punten hadden de Mavs niet voldoende. Nog een statistiek: Irving 3 assists, Doncic maar 1; Boston 23 assists, Dallas 9.

Dallas Mavericks is een raar team. Je kunt ervan houden en je kunt het haten. Niet alleen omwille van coronawappie Irving, die in 2021 en 2022 weigerde zich te laten vaccineren en ook niet weet of de aarde plat dan wel rond is maar die namens Pepsi evengoed de hoofdrol speelt in de hilarische Uncle Drew-filmpjes.

Ook heb je de hoofdaandeelhouder. Dokter Miriam Adelson is een grote Donald Trump-supporter en fanatieke aanhanger van de Israëlische oorlog tegen Gaza en Hamas. Neen, dan waren de Mavs toch iets meer een out-of-the-boxfenomeen toen libertariër Mark Cuban (nu voor 24 procent eigenaar) nog het hele team bezat.

Onder Cuban koos Dallas destijds voor Dirk Nowitzki, de Duitser die hen in 2011 kampioen maakte. Sindsdien is ‘Durk’ een godheid in en rond Dallas. Doncic moet zijn opvolger worden. ‘Loeka’ wordt beschouwd als een genie, zijn bijnaam is Magic. Als je weet dat de vorige Magic in de NBA ene Earvin ‘Magic’ Johnson was, dan weet je het wel hoe hoog Luka Magic staat aangeschreven.

Nogmaals, het zal niet volstaan voor zijn eerste ring. De Celtics zullen dat niet laten gebeuren. Het traditieteam uit het oosten vindt dat het meer recht heeft op een kampioenschapsring dan de Mavs. Die hebben één titel, de Celtics zeventien. Als mederecordhouder samen met Los Angeles Lakers en na twee verloren finales in 2010 en 2022 wordt het hoog tijd dat ze alleen de rangschikking aanvoeren.

Dan is er nog een dingetje. Basketbal is de meest ‘zwarte’ van de grote Amerikaanse sporten. Alleen is het aandeel Afro-Amerikanen van 77 procent in 2010 gezakt naar 70 procent vorig jaar. Hoewel die perceptie bestaat, zijn niet meer Europeanen actief maar is de aandacht voor de overzeese spelers (Jokic, Doncic, Sabonis, Markkanen, Vucevic, Wagner, Porzingis) wel toegenomen. Volgens de zwarte Amerikaan is die buiten proportie.

Victor Wembanyama, Rudy Gobert en Giannis Antetokounmpo zijn de andere Europese sterspelers, maar zij krijgen dispensatie omdat ze Afrikaanse roots en dezelfde huidskleur hebben.

Wat ook steekt: al zes jaar op rij is een niet-Amerikaan verkozen tot beste van de competitie, of most valuable player. Drie keer was dat de Serviër Nikola Jokic van Denver Nuggets, ook dit seizoen overigens. Een bleke blanke, randje lompe Europeaan. En dat in een sport waarin atletisch vermogen een essentieel onderdeel is van de sport en de boutade white men can’t jump als hét credo gold.

Doncic blinkt ook niet uit in sprongkracht. Hij weegt ongeveer tien kilogram te zwaar en sjokt over het veld, maar zijn balbehandeling is ongeëvenaard, evenals zijn inzicht in het spel. Hij is de Europese kopie van Magic Johnson in zijn betere jaren, een dubbele meter die als metronoom de ploeg dirigeert.

Tot donderdag. De meeste analisten vonden de terugkeer uit blessure van Kristaps Porzingis de bepalende factor voor de zege van de Celtics. Dat is een Let van 2,18 meter. Witter dan wit en randje lomp, jawel. Commentaar van zijn zwarte teamgenoot Jrue Holiday: “Zelfs onze blanke spelers verdedigen.”

Column Bosman II in De Morgen van maandag 3 juni 2024

Bosman II

De prijslijst van de honderd duurste voetballers is vorige week verschenen. Althans deze opgesteld door CIES Football Observatory, een studiecentrum verbonden aan de universiteit van Neuchâtel. De prijslijst – dus wat de speler waard is, niet wat hij effectief zal kosten – is gebaseerd op data van 5.500 betaalde transfers.

Op één, met grote voorsprong, staat Jude Bellingham van Real Madrid. De 20-jarige Engelsman van Real Madrid is 280 miljoen euro waard. Als hij al te koop zou zijn. Wellicht vraagt Real nog meer.

Geven we even de top vijf verder: Erling Haaland (255 miljoen), Vinicius Junior (241 miljoen), Rodrygo (221 miljoen) en Phil Foden (204 miljoen).

Opvallend: drie spelers in de top vijf spelen bij Real Madrid, de twee andere bij Manchester City, dat op zeven met Julian Alvarez (168 miljoen) net als de Spaanse landskampioen drie spelers in de top tien heeft. Ook Arsenal heeft er twee met Bukayo Saka (195 miljoen) en Martin Ødegaard (136 miljoen). En als u dan nog weet dat Lamine Yamal van FC Barcelona op acht 141 miljoen waard is, dan hebt u meteen de top tien gehad.

De eerste speler in de top honderd die niet in Engeland, Duitsland, Spanje of Frankrijk speelt, is de 20-jarige Antonio Silva van Benfica op plaats dertig. Een plaatsje lager staat de eerste speler uit de Italiaanse Serie A, Rafael Leao, ook een Portugees. In die top dertig ook maar één speler uit de Franse Ligue 1, Warren Zaïre-Emery, en maar drie uit de Bundesliga. Engeland en Spanje spannen de kroon.

En de Belgen in die prijslijst?

Loïs Openda van RB Leipzig staat het hoogst, op plaats 32 en zou 101 miljoen waard zijn. Tien plaatsen lager staat Jeremy Doku (Man City), een koopje van 94 miljoen. De derde en laatste Belg is Johan Bakayoko van PSV Eindhoven op plaats 97 (65 miljoen euro).

Nederland heeft overigens vijf spelers in die top honderd, tegenover drie voor België. Nog opvallend: slechts vijf clubs met acht spelers in die top honderd komen niet uit in een van de vijf grote voetcompetities. Daar heeft Nederland er ook nog twee van met Jarrel Hato van Ajax en onze Bakayoko. België heeft er geen. De grootste talenten worden in dit land al op heel jonge leeftijd weggehaald bij de moederclub en verhuizen (te) snel naar een van de grote voetballanden. De allergrootste talenten vinden uiteindelijk hun weg naar de allergrootste clubs, dat is de natuurlijke gang van zaken in de voetbaljungle. De volgende grote transfer wordt Endrick Felipe van Palmeiras, een jonge aanvaller van 17 en de enige van de top honderd die nog niet in Europa speelt. Hij zou nu al 92 miljoen waard zijn.

Laten we wel wezen, deze koehandel met mensen in de vorm van een betaalde transfer is een regelrechte schande. Voetbal is de enige sport die mensen verkoopt. Als daar kritiek op komt, is het antwoord steevast: dat is nu eenmaal ons economisch model en daar willen we niks aan veranderen.

Of nog: de betaalde transfer afschaffen en vervangen door vrije, kosteloze spelersovergangen zou het fundament onder de voetbaleconomie onderuithalen. Meer in het bijzonder de clubs uit kleinere voetballanden (waaronder ook België) die mikken op een positieve transferbalans (duurder verkopen dan inkopen) zouden daar erg onder lijden.

Zonder transfergeld zou hun tweede belangrijkste geldstroom (na de televisierechten) opdrogen.

Sporteconomen hebben van die argumenten brandhout gemaakt en bewezen eerder al dat de betaalde transfer geen positief effect heeft op de balansen van de kleinere clubs en ook geen herverdelend effect op het talent. Ook de omloopsnelheid van het voetballend personeel zal niet toenemen. Het is precies de betaalde transfer die sommige netto-verkopers onder de clubs herleidt tot duiventillen. Ten slotte zijn de Amerikaanse economische sportmodellen waarin geen mensen worden verkocht meer waard, en ook winstgevender.

Misschien wordt deze hele discussie iets voor de lessen sportgeschiedenis: “Ooit deden we in het voetbal aan mensenhandel.” In de zaak-Diarra, een Fransman die in 2013 zijn transfer naar Charleroi door de neus geboord zag vanwege de FIFA-reglementering, heeft de eerste advocaat-generaal van het Europees Hof recent in een advies geoordeeld dat de FIFA-transferregels beperkend zijn voor het vrij verkeer van personen en dus in strijd met de Europese regels.

De kans is groot dat het Hof in het najaar het advies van de advocaat-generaal volgt. De zaak-Diarra zou daarmee de allure krijgen van een nieuw Bosman-arrest. De vraag is niet óf de betaalde transfer op de schop gaat, maar wanneer.

Column Belgen aan de zijlijn in De Morgen van zaterdag 1 juni 2024

Belgen aan de zijlijn

Vincent Kompany verhuist naar Beieren nadat Bayern München meer dan 10 miljoen euro op de rekening van Burnley heeft gestort en de trainer en de club er onderling ook zijn uitgekomen. Nooit heeft een Belgische trainer een betere ploeg onder zijn vleugels genomen. De volgende vraag moet je stellen: is Kompany wel een Belgische trainer? En die vraag heeft dan niks te maken met zijn Congolese roots en als gevolg daarvan zijn huidskleur, maar eerder met zijn voetbalfilosofie.

Kompany is niet het archetype van de Belgische trainer, die resultaat altijd vooropstelt. Ook al beweert die het anders – ik wil de bal, ik wil aanvallend voetballen, je hoort niks anders -, de Belg langs de lijn kiest altijd eieren voor zijn geld. Als de nood hem daartoe dwingt, zal hij een busje parkeren en dat mag ook een dubbeldekker XXL zijn.

De Belgische trainer heeft namelijk rekening te houden met de kortzichtigheid van de Belgische clubbestuurders en managers. Die verkopen bijvoorbeeld liever hun talenten vroeger dan later om toch maar zeker te zijn van het geld en zien zich daardoor titels door de neus geboord.

De Belgische clubs kiezen nooit voor het avontuur, altijd voor zekerheid, waarbij het snelle financiële gewin primeert op het sportieve. De enige uitzondering daarop, en dat verdient een applaus(je), is Club Brugge, dat zich door goed beleid kan permitteren om voluit voor de prijzen te gaan zonder de voetbalidentiteit te verloochenen.

Neen, Kompany wordt geen wegbereider voor meer Belgen aan de buitenlandse zijlijnen. De Belgische voetbaltrainer zal niet in het spoor van Kompany worden gevraagd om zijn voetbaldenken te implementeren in de Europese top, zelfs niet de subtop.

Kompany de coach is Kompany de speler: uniek en gehaat of geliefd.

HLN had deze week een overzicht van de Belgische voetbalcoaches in het buitenland. Dat zijn er twaalf, althans volgens HLN. De hoogst genoteerden na Kompany zijn Philippe Clement bij Rangers, de tweede club van Schotland maar geen jota beter dan de Belgische top. Of Maarten Martens bij AZ in Nederland, een club met een voorbeeldopleiding maar ook niks beter dan Club. Peter Maes bij Willem II werd kampioen in de tweede klasse en promoveert.

Voor het overige: tweede Bundesliga voor Karel Geraerts (Schalke 04, als hij daar blijft), eerste klasse in Litouwen, een paar in Luxemburg en tweede klasse in Oostenrijk.

En dan zijn er nog de bondscoaches, Hugo Broos op kop in Zuid-Afrika. De avonturen van Paul Put in Oeganda en Tom Saintfiet op de Filipijnen moet je eerder rangschikken onder sportieve verbanning of toerisme.

Of ik heb erover gekeken, maar HLN vermeldde een dertiende naam niet: Marc Brys als bondscoach van Kameroen. Dat is begrijpelijk, gezien de precaire situatie waarin Brys zich bevindt.

Kameroen is een van de grote Afrikaanse voetballanden. Laten we het anders stellen: Kameroen brengt veel grote talenten voort en is op het Afrikaanse continent in potentie een van de grote voetballanden. Maar als het daar goed gaat, is het als geen ander in staat om het allemaal weer te verknoeien.

Zo wordt het land geleid en zo vergaat het ook zijn voetbal. De laatste twee toernooien (WK en Afrika Cup) gingen behoorlijk de mist in en dus gelastte president Paul Biya zijn minister van Sport om een trainer te zoeken in West-Europa. Aan een Belg hadden ze goeie herinneringen – Broos had hun de Afrika Cup geschonken in 2017 – en dus kwamen ze uit bij Brys.

Als er nog een andere goede reden was om voor Brys te kiezen dan hun gelijkluidende namen en hetzelfde grijswitte kapsel, dan is die toch voorlopig niet gekend. Let wel, Brys is een vakman en een peoplemanager, maar hij heeft een levensgroot probleem: bondsvoorzitter Samuel Eto’o, ex-sterspeler van Chelsea, Real Madrid, Inter Milaan en Barcelona en een ego van hier tot Yaoundé, wilde niet weten van le nouveau sélectionneur. Voor een filmpje over hun discussie eerder deze week moet je bij Sporza zijn.

Eergisteren excuseerde Eto’o zich dan weer. Een inschatting: als het haantje Eto’o niet in de gevangenis vliegt, wordt verbannen of op andere wijze blijvend tot de orde wordt geroepen door de stokoude president-alleenheerser Biya is Brys bij de eerste miskleun van een wedstrijd geen bondscoach van Kameroen meer. Laten we dat vooral hopen. Brys is te veel gentleman en te goed als trainer om mee te spelen in die Afrikaanse draaideurkomedie.