Column Sympathiebarometer in De Morgen van maandag 10 juli 2023

Sympathiebarometer

Niemand wordt beter in de Tour. Niemand op de fiets en ook niemand naast de fiets. De Tour is één langgerekte sloop, waarbij één moeilijk moment zoals een te zware, te hete col of een niet-verteerde maaltijd gevolgd door een slechte slaap volstaan om je hele Tour te hypothekeren.

Zelfs in de tijd van Roger (en Eddy) zat beter worden er niet in met de ‘ondersteunende middelen’ van toen. Ook tijdens de jaren negentig met de steile opgang van de wonderbaarlijk efficiënte epo bleef de Tour een aanslag op het hormonale stelsel, zo bleek uit bloedanalyses.

Beter wordt niemand van 21 dagen op de fiets over berg en dal, maar de ene wordt minder snel gesloopt dan de andere. De hamvraag is nu wie van de twee favorieten eerder kapot gaat straks in die gruwelijke derde week, Jonas Vingegaard of Tadej Pogacar?

Als de logica wordt gerespecteerd, moet dat Pogacar zijn. Zijn val in Luik-Bastenaken-Luik en zijn operatie aan de hand, dat heette eerst geen probleem te zijn. Hij had weer snel en goed kunnen trainen, eerst binnen op de rollen en later buiten. Tot hij op de Marie Blanque in de tang werd genomen door Team Jumbo-Visma en een minuut aan zijn broek kreeg. Toen luidde het ineens dat hij nog wat trainingsachterstand had. Maar, geen paniek, want hij zou verbeteren naarmate de Tour vorderde.

Waar hij dat vandaan haalde? Alvast niet van Iñigo San Millán, de performance director van Team UAE. Van hem zal je die onzin niet te lezen krijgen, hoewel die niet veel nodig heeft om op een tafel te springen. Ere wie ere toekomt, San Millán is als arts verbonden aan de universiteit van Colorado en runt daar een researchprogramma naar de rol van mitochondriën in de ontwikkeling en dus genezing van kanker. Geen kleine jongen dus.

Mitochondriën zijn de energieproducenten van de lichaamscellen. Wat dan weer volgens nogal wat Franse non-believers het bewijs zou zijn dat Pogacar op speciale benzine rijdt, omdat zijn arts-trainer-coach daar toegang toe zou hebben. Er is nul bewijs van het bestaan van zo’n geheim middel, voor alle duidelijkheid.

Vingegaard heeft in tegenstelling tot Pogacar wel een probleemloze voorbereiding gekend. Hij is samen met zijn team getraind, gefinetuned en geprogrammeerd om drie weken lang de prestaties te leveren die dit zware parcours vraagt. En wat heet zwaar? Als u dacht dat ze het ergste hebben gehad, te beginnen op vrijdag 14 juli volgen nog zes bergritten.

Een andere hamvraag luidt: waarom supportert de overgrote meerderheid in, rond en buiten het peloton voor Pogacar in deze titanenstrijd?

Op de Denen na uiteraard, die zijn pro Vingegaard. En de Nederlanders die TJV als hun nationale wielertrots beschouwen. Naar mij is verteld, zijn ook sommige vrouwen op de hand van Jonas. Vooral zij die gelukkig worden bij de gedachte dat zo’n timide jongen zijn vertrouwen heeft te danken aan zijn elf jaar oudere vrouw Trine.

Dat gevoel is hun gegund, maar gisteren beleefden zij alvast een baaldag. Beetje bij beetje knabbelt Pogacar aan de achterstand op Vingegaard. Tikje na tikje deelt hij uit, als een volleerde pugilist die eerst de lever, dan de armen en ten slotte de slapen en de kin van zijn tegenstander teistert. Tot die zich gewonnen geeft. Of niet.

De sympathieke Pogacar is een speelvogel, of laat ons tenminste geloven dat hij een speelvogel is. Zijn uitstapjes naar de klassiekers en daarbij altijd meedoen voor de winst, om er daarna nog een grote ronde aan te plakken en daarbij ook voor winst te gaan, daar houden wielerfans van.

De saaie Vingegaard heeft het nadeel dat niet alleen hij – te bleek, te timide, te weinig bink, te veel voorgeprogrammeerd – maar ook zijn team de perceptie tegen heeft. De combinatie van Denemarken en Nederland, twee zelfverklaarde gidsnaties, heeft daar veel, zo niet alles mee te maken.

Al bij al is dat vreemd, want wie ooit met TJV en co. te maken had weet dat ze meer open boek zijn dan UAE. Dat team wordt gerund door oliesjeiks vanuit Abu Dhabi en beschikt over een onmetelijke zak geld. Daarenboven is bij UAE de CEO Mauro Gianetti. Hij was als renner hoofdrolspeler in 1998 in een dopingklassieker waarbij hij bijna het leven liet. Later werd hij ploegbaas van Saunier-Duval met de beruchte Ricardo Riccò, die onder zijn toezicht werd geschorst wegens epo.

Pogacar met zijn ontwapenende glimlach, zijn geintjes en zijn aanvalslust zorgt er in zijn eentje voor dat zijn team toch hoog scoort op de sympathiebarometer. Het grootste deel van de wielerwereld gunt Pogacar deze Tour, maar toch deze voorspelling: Vingegaard trekt op zondag 23 juli het geel aan in Parijs.

Column Meester(knecht) in De Morgen van zaterdag 8 juli 2023

Meester(knecht)

Hoe zegden ze dat nu alweer, gisterenochtend aan de bus van Team Jumbo-Visma? “Tenzij Wout van Aert een kronkel krijgt, sprint hij niet mee.” Het Noord-Nederlandse ‘kronkel’, zou dat hetzelfde zijn als het Zuid-Nederlandse ‘het zot in de kop’?
Wout van Aert heeft gisteren niet mee gesprint. Hij deed wel even alsof. Sprong weg en liet zich terstond weer inlopen door het peloton dat hem vervloekte. Wel lachen, maar geen zot in de kop. Net als de dag ervoor, de dag daarvoor en ook woensdag niet. Dinsdag probeerde hij er zich wel tussen te wurmen, maar dan bleek eens te meer dat Van Aert in alles op de racefiets uitblinkt maar in niks een absolute superspecialist is.
Een spurtbom was ellebogend met Jasper Philipsen naar de meet gereden en had desnoods onderweg nog een keirin-kopstoot uitgedeeld. Niet Wout van Aert en dat siert hem. Cleane renner, in alle opzichten.
Eerst even deze disclaimer. Dit is voorlopig niet het jaar van Van Aert, maar voor hetzelfde geld wint hij vandaag in de sprint en morgen na een monsterontsnapping op de Puy de Dôme, om daarna zijn Sarah aan het kraambed bij te staan en fris en monter naar Glasgow af te reizen en daar wereldkampioen te worden.
Wout van Aert is een fantastische renner, maar te weinig winnaar. Zijn scoringspercentage als hij in een kansrijke positie voor doel komt is het laagste van alle wereldtoppers. Dat weerspiegelt zich in zijn palmares, bij uitstek in 2023: tweede op het WK veldrijden (na Van der Poel); derde in Milaan-San Remo (na Van der Poel); eerste in de E3; tweede in Gent-Wevelgem; vierde in de Ronde van Vlaanderen (na Pogacar en Van der Poel); derde in Parijs-Roubaix (na Van der Poel); tweede in Tübach-Weinfelden, herdenkingsrit voor Gino Mäder, maar wel de groene trui gewonnen in die Ronde van Zwitserland. Oef.
Zijn tweede winst van het seizoen was op het BK tijdrijden, met overmacht. Maar wat als Remco Evenepoel niet was gevallen? Inderdaad, wat als… Wat als Van Aert had geweten dat dit seizoen er eentje is van net niet, had hij dan in Wevelgem alsnog Christophe Laporte laten voorgaan?
En dan die tweede Tour-rit naar San Sebastián. Een echte sprinter brult over de radio de hele ploeg doof als hij niet genoeg mannetjes voor zich krijgt om dat laatste gaatje te dichten. Niet Wout van Aert. Een echte sprinter zal zelfs niet meer sprinten als hij ook maar vermoedt dat hij tekort zal komen. Niet Wout van Aert. Dan maar stranden op een meter of drie.
Dat gooien met die drinkbus, niet zeker wat de achterliggende psychologie is maar van koelbloedigheid getuigt het niet. Ook zijn reactie op het spotten van Tadej Pogacar was niet cool. Haal gewoon je schouders op en zeg vooral niet dat je zal antwoorden met de benen. Dat heeft hij donderdag geprobeerd, eerst op de Tourmalet en daarna op de klim naar Cauterets-Cambasque. Hij vatte die laatste klim aan als een dolleman, tot het op was en hij amper nog snelheid maakte om recht te blijven. Aardige omstanders gaven hem dan maar een zetje. Zijn kopman Jonas Vingegaard versnelde daarna om op een counter te lopen. Het was Pogacar die antwoordde met de benen. Van Aerts inspanning was voor niks.
In een krant verscheen een verhaal dat we ons als Belgen in de handen moeten wrijven met zo’n renner. Zeker, maar je kan het ook omdraaien en als een vraag verpakken. Is Van Aert niet veel te goed om zich zo uit de naad te rijden voor een bleke Deen die alleen maar wedstrijden wint omdat zijn watt per kilogram lichaamsgewicht (en zijn VO2max en zijn fietseconomie) nu eenmaal hoger/ gunstiger is dan dat van welke andere renner in de Tour ook?
Van Aert heeft te veel klasse om als de eerste de beste baroudeur bij kilometer nul van achter de rode auto van de koersdirectie weg te springen. Van Aert is te goed voor de Oscar voor de Speciale Effecten in deze Tour, ook bekend als die krankzinnige prijs van de strijdlust.
Van Aert is geen meesterknecht, hij is een meester en die horen niet te knechten, ook niet als ze daar miljoenen voor worden betaald. Wat moet hij dan? Specialisten in zijn ploeg beweren dat hij met dit gewicht de Tour niet kan winnen. Durf ze niet tegen te spreken. Wie het tegendeel beweert, is met zekerheid nooit verder geraakt dan de inleiding van de fysiologie van het wielrennen.
Toch is het zonde, gooien met krachten, woekeren met immens talent, wat de klasbak Wout van Aert doet om zijn eigen Tour kleur te geven. Het is te hopen voor hem dat Sarah sneller dan uitgerekend moet bevallen en hij naar huis kan. Het zal zijn WK ten goede komen.

Column Team NEOM in De Morgen van maandag 3 juli 2023

Team NEOM

In de Franse sportkrant L’Equipe stond gisteren een interview met Richard Plugge, de Patrick Lefevere van Team Jumbo-Visma.
Niets wijzer van geworden, behalve dat je er een beetje moe van wordt om steeds weer te moeten lezen dat zijn ervaringen als journalist en als hoofdredacteur hem hebben geholpen om de ploeg te formeren die vandaag bij de betere van het profpeloton behoort. Plugge heeft vooral een heel gedreven en competente staf. En zeer goede renners natuurlijk.
En veel geld. Als TJV vandaag bovenaan de voedselketen van de koers staat, is dat toch in de eerste plaats te danken aan de J in die afkorting. J staat voor Jumbo, de supermarktgigant die als prijsbreker furore heeft gemaakt.
Jumbo stopt als hoofdsponsor. Slimme zet van Jumbo. De naam is bekend, tijd om andere dingen te doen met de tien-vijftien of nog meer miljoenen euro die het bedrijf jaarlijks in het wielrennen stopt.
Volgens de doorgaans erg goed geïnformeerde website Wielerflits zou Plugge als nieuwe hoofdsponsor onderhandelingen voeren met NEOM City, een nieuw te bouwen stad in Saudi-Arabië, een totaalproject van om en nabij de 500 miljard dollar. NEOM is een samentrekking van het oudgriekse neo en het Arabische woord voor toekomst, mustaqbal.
Het einddoel is om één miljoen mensen te laten wonen en werken in een volledig CO2-vrije stad. NEOM is onderdeel van Vision 2030, een masterplan dat door de koninklijke familie is uitgewerkt en als doel heeft van Saudi-Arabië een niet te negeren toeristische bestemming te maken. Toerisme, sport(industrie) en entertainment moeten de speerpunten worden van de Saudische economie van de toekomst, en dat alles klimaatneutraal.
In een eerste fase wordt met NEOM gemikt op 2029. Het hele plan voorziet in een lintbebouwing van honderdzeventig kilometer lang, opgedeeld in woonhubs met in elke hub alle voorzieningen van winkels over ziekenhuizen tot werk en scholen. Onder de stad van in totaal 26.000 vierkante kilometer is een hypersnelle trein gepland waarmee je in twintig minuten van noord naar zuid reist.
NEOM ligt in het noorden van Saudi-Arabië aan de doorgaans bloedhete Golf van Akaba. Aan de andere kant van de 24 kilometer brede golf kijkt NEOM uit op het Egyptische zonneoord Sharm-El-Sheikh waar het op een koude winterdag nog steeds twintig graden is. Honderd kilometer in het binnenland achter NEOM moet het wintersportoord Trojena komen, een ook nog te bouwen stad in de bergen. Daar moeten in 2029 de tiende Asian Winter Games doorgaan. Winterspelen in de woestijn, waarom ook niet.
Richard Plugge werd gevraagd naar NEOM. Hij ontkende niet. Dat had gekund, zoiets als: “Saudisch geld, liever niet hoor.” Neen, er volgde een gemeenplaats. “Ik ben erg vertrouwensvol dat we snel de juiste sponsor vinden die klaar is om onze gedachte te omarmen van een wielrennen als oplossing voor wereldproblemen zoals obesitas en het klimaat.”
Aan obesitas alvast geen gebrek, al helemaal niet in de Golf-regio’s, en klimaatproblemen kennen ze daar ook, ze zijn er zelf ten dele verantwoordelijk voor met hun fossiele energie. Als NEOM, dus de Saudische overheid, via het Public Investment Fund of PIF ooit sponsor wordt van een van de grootste ploegen uit het wielrennen, is dat echt niet om iedereen op de fiets te krijgen of om het klimaat te redden.
Saudi-Arabië was een beetje laat met investeren in de wereldsport en haalt nu zijn achterstand in op Qatar en de Emiraten. Daarvoor dienen de bodemloze investeringen in het Europees voetbal en de eigen voetbalcompetitie.
Overigens is Saudi-Arabië al wielersponsor, maar dan bij het team Jayco-AlUla. AlUla is eigenlijk Al-‘Ula, een historische stad in een natuurgebied in het centrum van Saudi-Arabië. Die sponsoring komt van de toeristische dienst van dat land.
De plannen om een eigen wielerteam te beginnen, hebben niets vandoen met de wereldproblemen waarvan sprake, maar alles met het UAE dat Tadej Pogacar en co. steunt. United Arab Emirates, dat zijn die kleine oliestaatjes met die sjeiks met al hun praatjes die dringend een les moeten krijgen in wie nu de heerser is in de Golf-regio. Jayco-Alula is iets te klein om UAE de duvel aan te doen, vandaar de opportuniteit TJV.
Niet vierkant ontkennen dat het NEOM en Saudi- Arabië zou kunnen worden, betekent dat ze hebben gepraat, of nog aan het praten zijn, of al een deal hebben.
TJV moet doen wat het denkt te moeten doen, maar als Plugge en co in zee gaan met Saudi-Arabië is er toch iets loos met hun moreel kompas. Misschien kan iemand Plugge inseinen dat de opperbaas van zijn nieuwe sponsor in 2018 een kritische journalist in stukken liet zagen.

Column ‘La course, c’est nous’ in De Morgen van zaterdag 1 juli 2023

La Course, c’est nous

De zomer is de Tour. De Tour is de zomer. Door die zomer is de Tour de belangrijkste wielerwedstrijd van de wereld. Dat is het gevolg van een stom toeval. De eerste Tour had moeten beginnen op 1 juni en had moeten duren tot 5 juli. Dat was in 1903, precies 120 jaar geleden.

Dat stomme toeval, dat de Tour niet in juni maar in juli wordt gereden, was het gevolg van een te klein aantal inschrijvingen. Voor amper vijftien geïnteresseerden had het voor Henri Desgrange geen zin om Frankrijk rond te rijden. Dan maar in juli, dan maar ook het inschrijvingsgeld halveren. Ineens schreven 108 renners zich in, maar op 1 juli 1903 stonden er slecht zestig aan de start.

Eenentwintig renners haalden de eindmeet op 18 juli. De Tour was toen nog echt een ronde. Vertrekken in Parijs, ritje van 467 kilometer naar Lyon, dan naar Marseille, via Toulouse over Bordeaux naar Nantes en zo terug naar Parijs. Zes ritten, de langste was 471 kilometer, de kortste 268, en tussen de ritten soms twee, soms drie maar een keertje vier rustdagen. Tussen rit vier en vijf zat geen enkele rustdag.

In die 120 jaar zijn 110 edities van de Tour georganiseerd. Het verschil van tien komt door de twee wereldoorlogen, die respectievelijk vier en zes edities geschrapt zagen. De enige editie die niet in de zomer werd gereden, was die van 2020. Door corona werd die naar september verschoven.

Volgend jaar zal de Tour niet in Parijs eindigen, en dat is voor het eerst sinds 1904. (De eerste editie van de Tour eindigde in Ville d’Avray, een voorstad van Parijs.) Dat komt door de Olympische Spelen, die weliswaar pas vijf dagen na de laatste rit beginnen, maar drie weken en vier weekends lang Parijs overhoop halen is van het goede te veel.

In 2024 zal de Tour ook voor het eerst in Italië starten. Officieel omdat met Ottavio Bottecchia dan honderd jaar geleden de eerste Italiaan de Tour won. Officieus omdat de Tour graag zijn economische overmacht demonstreert. Vandaag de grand départ in het Spaanse Baskenland, de meest wielergekke regio van Spanje; volgend jaar de grand départ in Toscane, het wielerwalhalla van Italië.

De Tour de France is een bubbel van Franse extraterritorialiteit, die gaat waar hij wil en doet waar hij zin in heeft. La course, c’est nous. Een voorbeeld: de Franse gendarmerie houdt ook in het buitenland te allen tijde de regie en de controle over de veiligheid op het wedstrijdparcours. De lokale politie dient als supporting cast.

De systeemfout die het wielrennen vandaag hypothekeert in zijn economische en sportieve groei is terug te voeren op het ontstaan van de sport en de laatste decennia op het succes van de Tour. Wielrennen op de weg zat van in het begin op een fout spoor.

Neem nu doping. De eerste Tour de France werd de meest extreme vorm van sport die de mens kon beoefenen. Het gebruik van hulpmiddelen om op min of meer menswaardige wijze het einde te halen, weze het met toverdranken of ander bedrog, is door de Tour een tijdlang gemeengoed geweest in het cyclisme.

De broers Pélissier waren in 1924 na hun opgave de eersten om de omerta te doorbreken in het inmiddels mythische artikel van Albert Londres in Le Petit Parisien, ‘Les forçats de la route’ of ‘De dwangarbeiders van de weg’. “Het is lijden van het begin tot het einde. Wij rijden op cocaïne en op chloroform, op dynamiet dus”, aldus de Pélissiers.

Neem het gevaar. Het eerste wedstrijdwielrennen werd oorspronkelijk op de wielerbaan georganiseerd. De Tour heeft de wielrenners naar de weg gehaald. De weg is steeds gevaarlijker geworden en de snelheid steeds hoger, al zou het tot 1934 duren voor de Tour een eerste dode moest betreuren. Dat was de Spanjaard Francisco Cepeda op 11 juli van dat jaar na een banale val.

Waar alle sporten veiliger zijn geworden, heeft wielrennen autoracen en military (vandaag eventing) ingehaald inzake onveiligheid en dodelijke ongevallen. Wielrennen is door die obsessie om op de openbare weg te sporten niet alleen de sport met de meeste doden, maar telt ook meer doden op training dan in wedstrijd.

Neem de fragiele wielereconomie. Wegwielrennen is een Europese sport met her en der in de wereld een fanatieke aanhang. Eén wedstrijd vertegenwoordigt ongeveer de helft van de wielereconomie. Dat is de Tour. En de strijd in die ene wedstrijd draait dit jaar rond amper twee renners.

Zo kan een sport niet groeien. Het wielrennen ook niet, daarom is het ook een kleine, ondergewaardeerde en ondergefinancierde sport gebleven. En de Tour de France, die vindt het best zo. Die wil liever de helft van iets kleins zijn dan een deel in een veel groter geheel.

Column San Tibu (en zijn trouw) in De Morgen van maandag 26 juni 2023

San Tibu

Thibaut Courtois trouwt vandaag. Hij trouwde ook al gisteren. Volgens één populaire krant zou hij ook morgen nog een heel klein beetje natrouwen, maar volgens een andere is het vandaag al afgelopen met het feest.

Dat feest vond/vindt/vindt nog plaats in Nice, Cannes of in die buurt en er zouden driehonderd aanwezigen zijn. Die moesten hun reis zelf betalen, ook hun hotel boeken en betalen, en ze kregen nog eens schriftelijk gemeld dat ze niks mochten zeggen, op straffe van. Wie ooit met de toorn van de clan-Courtois te maken had, die houdt de lippen stijf op elkaar.

We zijn inmiddels zondagochtend en een search op ‘trouw Courtois’ en ‘marriage Courtois’ levert geen extra details op. De precieze locatie, daar was het nog naar gissen. We weten van twee dresscodes. Hoe dat is gevallen (en die andere kosten) bij de familie van Groot-Bilzen is niet helemaal duidelijk. Tenzij hij die is ontstegen en die op een andere keer op zijn kosten naar de McDonald’s aan de afslag van de E313 mogen.

Bottomline: we weten niet veel en dat kan twee oorzaken hebben. Of alles gebeurt echt top secret, inclusief dwaalsporen voor paparazzi en consorten. Of die geheimhouding was nergens voor nodig en het interesseert de pers geen ene fuck waar en hoe Thibaut en zijn Mishel hun jawoord geven.

Wat wel opviel in de berichtgeving rond dit zelfverklaarde huwelijk van het jaar was de toon van de verhalen. Journalisten/media die niks met voetbal hebben of die Courtois nooit van dichtbij zullen zien, fantaseerden er maar op los. Journalisten die nog altijd hopen op een audiëntie bij San Tibu kropen net niet in de kont van de keeper.

Ze droegen er zorg voor de aanstaande Mishel Courtois lof toe te zwaaien, een vrijgevochten vrouw, zoals dat heet. Mishel heeft in het Israëlische leger gediend. Zo gaat dat in Israël. Enfin, het leger werd de marine, op een reddingsschip. Je hebt ook minder gelukkige Israëlische vrouwen die hun twee jaar dienst in de fauda van de bezette gebieden moeten volbrengen.

Uiteraard werd Thibaut Courtois nog eens de beste doelman ter wereld genoemd. Courtois is voor 2022 (net als in 2018) tot beste doelman ter wereld uitgeroepen door de International Federation of Football History & Statistics (IFFHS), dat staat vast. Andere sites en ook gerespecteerde bladen zetten Alisson Becker op één en Courtois op twee. Ergens stond hij zelfs op vijf.

Onzin, hij behoort wellicht tot de beste drie doelmannen ter wereld, maar hij speelt dan ook bij een team aan de top van de voedselketen, dat bovendien tegen een beetje sterke tegenstander eerst niks wil weggeven vooraleer het zelf wil aanvallen. Als het dan toch eens ruimte weggeeft of wordt overspoeld zoals in Manchester tegen City krijgt de beste van de wereld er ook gewoon vier om de oren.

Wat verbaast in die hele berichtgeving over Courtois en zijn weglopen bij de Rode Duivels is dat niemand van die voetbaljournalisten zijn hoofd uit de keeperskont durft te trekken, om te schrijven dat dit in de sterren stond geschreven. Dat het ‘zich benadeeld voelen’ een familietrekje is van de Courtois. Zijn zus had het in het volleybal, Thibaut heeft het in het voetbal.

De rol die ze zichzelf toedichten is altijd veel groter dan hoe de buitenwereld dat ziet. Valérie Courtois was als volleybalspeelster libero. Dat is een zwaktebod. Volleybal is niet uitgevonden om niet te mogen aanvallen en niet (bovenhands) te mogen passen. Libero’s vallen overal tussen en dienen als nuttig opvulsel. Je zou ze de doelman/vrouw van het volleybal kunnen noemen. Ze ondergaan het spel, tactisch hebben ze heel weinig impact.

Idem voor de doelman in het voetbal. Die ondergaat ook. Alleen al die contradictie: als zijn team prima speelt, is de doelman niet te zien. Alleen als het team het een beetje laat afweten, kan hij schitteren. Dat heeft Courtois meermaals gedaan, zoals in de Champions League-finale vorig jaar. Daar was geluk bij nodig. Als dat geluk er niet is, wordt het ook 4-0 zoals tegen City en moet de beste doelman ter wereld ook ondergaan.

Courtois wil zo graag meepraten over de richting die de Rode Duivels uit moeten, over de tactiek, over wie, wat, waar en hoe. Dat mocht van Roberto Martínez. Of die luisterde, is een ander verhaal. Bondscoach Domenico Tedesco en vooral technisch directeur Frank Vercauteren vinden – terecht of onterecht, wie zal het zeggen – dat een doelman zich moet beperken tot zijn taak: zo adequaat mogelijk in de weg liggen/staan als op zijn doel wordt geschoten. Praatjes zijn daarbij overbodig, meningen ook. Niet gehoord en niet erkend is niet gerespecteerd worden. Erger kan je een Courtois niet aandoen.

Column over Wembanyama in De Morgen van zaterdag 24 juni 2023

De grote Wemby show

De suppoost van de Metropolitan Transportation Authority in het station Yankee Stadium was afgelopen maandag wellicht ingeseind dat een lange jongeman over de poortjes zou springen in plaats van een pasje te gebruiken. Een hele meute camera’s en fotografen in zijn gevolg wees erop dat dit een heel belangrijke bezoeker moest zijn.

Toen basketbalspeler Victor Wembanyama met zijn 2,21 meter (?) vlot over het draaihekje sprong, imiteerde hij daarmee voormalig Frans president Jacques Chirac, die ooit in de Parijse metro over een poortje sprong, zo legde The New York Times uit. Ook die laafden zich aan de grote ‘Wemby’-show.

De verplaatsing per metro eindigde bij het Yankee Stadium, waar hij de first pitch (de aftrap, maar dan als worp, in het honkbal) mocht gooien. Hij was gekleed in het iconische Yankee-uniform van wit met donkerblauwe krijtstrepen. Zijn pitch kwam niet in de buurt van de slagman, maar niemand die erom maalde.

Zijn passvaardigheden had hij al uitgebreid getoond in de Franse basketbalcompetitie en daarnaast beheerste deze alien (aldus LeBron James) zowat alles wat je in basketbal moet beheersen om de stempel versatile player mee te krijgen.

Versatile betekent zoveel als van alle markten thuis, voor geen gat te vangen. Met zijn lengte is hij normaal veroordeeld om als center dicht bij de ring te spelen, maar zijn techniek laat hem toe om als spelverdeler de bal op te brengen, in Nikola Jokic-stijl. Zodoende kan hij met zijn voorlopig nog smalle negentienjarige schoudertjes het gevecht onder de ringen mijden met de widebody’s van de NBA. Hij kan perfect uit het duel spelen en is shotprecies van alle afstanden. Of zoals de Amerikanen zeggen: ‘Wemby’ is the total package.

Zijn leeftijd is geen issue: negentien. Zijn afkomst ook niet: moeder was een blanke Franse basketbalspeelster van 1,90 meter, die met een zwarte Congolese atleet van 2 meter trouwde. Zoals zo vaak werd minstens een van de kinderen nog langer. Hoe lang is een beetje een mysterie. De Fransen houden het op 2,21 meter. De Amerikaanse bronnen variëren tussen 7ft1 en 7ft4 tot zelfs 7ft7 (2,16m, 2,23m tot 2,31m). Dat laatste is het zeker niet, maar alles tussen 2,16 en 2,23 meter is een goede gok.

Wembanyama is de veertiende niet-Amerikaan die als eerste werd gekozen in de NBA draft, de jaarlijkse marktplaats waar de armste (minst succesvolle) teams van het voorbije seizoen eerst mogen kiezen uit het beschikbare talent. Het waren de San Antonio Spurs die al op 17 mei wisten dat zij al eerste zouden mogen kiezen en zich een maand lang konden verheugen op de komst van de meest gehypete jonge speler sinds LeBron James. Die zette twintig jaar geleden als achttienjarige vanuit de middelbare school de stap naar de NBA.

Wembanyama komt terecht in het diepe zuiden van Texas, niet bepaald de meest aantrekkelijke staat, maar hij vindt in het aangename San Antonio (de zevende grootste stad van de VS) wel een opmerkelijke subcultuur. Zo heeft het team een traditie inzake het opleiden en koesteren van big men. In 1987 gebruikten de Spurs hun eerste keus in de draft om David Robinson te kiezen. Hij won twee titels met de Spurs. In 1997 namen ze als first pick Tim Duncan, die nog eens vijf titels voor hen won.

Wembanyama komt ook in een nest terecht waar ze ervaring hebben met Frenchies. Tony Parker (Amerikaanse naam, maar echt wel een Fransman, bovendien geboren in Brugge) kozen ze in 2001. Met hem op de spelverdeling wonnen ze vier NBA-titels. Later kwam daar nog Boris Diaw bij, die in 2014 deel was van het laatste kampioenenteam. Buitenlanders zijn er erg geliefd bij het meest diverse publiek (latino’s, native Americans, zwarten en blanken door elkaar) in de NBA. Getuige daarvan de goddelijke status die Duncan, Parker en de Argentijn Manu Ginobili er genieten.

Toch wordt het afwachten of de hype realiteit wordt. Fysiek heeft de tengere Fransman nog stappen te zetten. De grootste troef voor zijn ontwikkeling wordt ‘Coach Pop’. Toen Gregg Popovich de ook negentienjarige Parker onder zijn hoede kreeg, heeft hij hem eigenhandig tot op de grond afgebroken en zorgvuldig weer opgebouwd tot de kampioenenmaker die hij uiteindelijk is geworden.

Memorabel moment tijdens de play-offfinales van 2014 is wanneer Popovich Parker naar de kant haalt als de overwinning binnen is. “Je hebt er geen dertig gescoord, maar je toonde groots leiderschap. En je spel was zeer solide.” De volgende wedstrijd speelde Parker op een wolk en won zijn vierde titel tegen James. Popovich is 74 en gaat zijn 29ste seizoen in als hoofdcoach van de Spurs. Aan ‘Pop’ om ‘Wemby’ op zijn eigen wolk te krijgen.

Column (On)veilig koersen in De Morgen van maandag 19 juni 2023

(On)veilig Koersen

SafeR zou de nieuwe ad hoc opgerichte organisatie heten en die zou het aantal potentieel gevaarlijke ongevallen in het wielrennen willen halveren door de parcoursen te controleren op heikele, tricky of ronduit crazy passages en finishes.

Maar neem nu die Albula waar Gino Mäder dodelijk crashte. Renners kennen die afdaling. Niet erg gevaarlijk, is hun conclusie. In Italië kom je wel eens een afdaling tegen met stukken uit de weg, onverlichte tunnels en onverhoedse obstakels. In Frankrijk krult het asfalt ook wel eens op, of hebben ze net une route goudronnée heraangelegd. Eerst teer gieten en daarna steentjes erover. De auto’s rijden het wel vast, de fietsers kunnen de boom in.

Zwitserse bergpassen zijn doorgaans goed aangelegd: mooie, gladde wegen waarop het goed bollen is. De Albula nodigde uit tot een snelle afdaling. Alleen bij die bocht, scherper dan verwacht, ging het fout. Dat zal de conclusie zijn van de Zwitserse politie: een stuurfout met fatale gevolgen.

Stuurfouten horen bij sporten waarin moet worden gestuurd. Een val als die van Mäder is niet nieuw in het wielrennen. De bekendste die een ravijn indook, is de Nederlander Wim van Est die in 1951 zeventig meter steil naar beneden duikelde in de Aubisque.

Hij werd met een ketting van fietsbanden omhoog gehesen. Op die plek staat al twintig jaar een bord. Hijzelf hield er een contract aan over met Pontiac dat adverteerde met: “Ik ben Wim van Est. Zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep…”

Nog duikelpertes die in het geheugen van de Belgische wielerfan gegrift staan zijn die van Johan Bruyneel in de Cormet de Roselend, Remco Evenepoel, Jan Bakelants en Laurens De Plus allemaal in de Muro di Sormano. Alle renners herstelden – behalve misschien tussen de oren. Wouter Weylandt niet. Die viel in de Passo del Bocco, op een stuk rechte weg keek hij achterom. Waren die renners automobilisten, dan luidde de gemene deler: onaangepaste snelheid en/of stuurfout.

Dat SafeR, zal dat voortaan de Albula cancellen? Dan moet de helft van de Franse en Italiaanse Tour- en Giro-cols op de schop. SafeR zal wellicht (proberen) verbieden dat een aankomst kort na een afdaling ligt, waardoor vermoeide renners in die afdaling over de limiet gaan. Terecht. Een aankomst kort na een bocht, ook die zal terecht een no go krijgen, maar als een berg oprijden een essentieel onderdeel van de sport is, dan ook een berg afrijden.

Hoe kan je afdalen veiliger maken? In het skiën zijn vangnetten en kussens voorzien, weliswaar nadat de skiër eerst in de zachte sneeuw naast de piste is beland waar de bomen vakkundig zijn verwijderd. In het skiën gaan ze harder – tot 140 per uur – maar de langste afdaling is drie kilometer en niet overal zijn netten of stootkussens nodig. Een bergetappe beveiligen zoals een afdaling in het skiën is onbetaalbaar voor het economisch fragiele wielrennen.

Wielrennen zou het bredere plaatje moeten bekijken. Waarom zijn er tegenwoordig meer valpartijen dan ooit? De renners zijn beter getraind dan ooit, maar rijden ook sneller en anders. Vergelijk een peloton van de jaren zeventig en één van vandaag vanuit de helikopter en je ziet een veel compactere massa zich voortbewegen aan een veel hogere snelheid. De minste fout en er liggen er twintig tegen de grond.

Die nerveuze, lichte fietsen, die elke watt op de pedaal omzetten in voorwaartse kracht, met daarop renners met afgeschaafde bovenlijfjes, machine en mens steeds aerodynamischer, allemaal goed en wel. Naar de tijd van het staal en de gebogen voorvorken wil niemand terug, maar toch even bij stilstaan, zoals ook bij het steeds later en krachtiger remmen met de schrijfremmen.

Dat wielrennen de formule 1 is van dertig jaar geleden, klopt helemaal. In formule 1 gebeuren nog evenveel incidenten als dertig jaar geleden, alleen is de omgeving van de atleet veiliger gemaakt. De rijders hebben halo’s, hun auto’s vliegen niet meer plots in brand en ook niet meer zomaar in de lucht, aan de parcoursen is geschaafd en rondom de track is alles voorzien om de impact van een crash te verminderen.

Niks van wat de formule 1 doet is haalbaar in het wielrennen, of het zou een vast beveiligd parcours moeten zijn. Luik-Bastenaken- Luik op Francorchamps bijvoorbeeld. Of nog, een airbag. Daar zijn olympische skimedailles mee gewonnen, in een wedstrijd van anderhalve minuut bij nul graden of minder. Wielrenners willen geen extra gewicht zes uur lang bij dertig graden.

Als veiligheid een absolute prioriteit wordt voor wielrennen zal die sport zichzelf moeten heruitvinden. In het huidige klimaat van sneller, harder en riskanter is het wachten op een nieuwe Mäder.

Column Het Wilde Oosten in De Morgen van 17 juni 2023

Het Wilde Oosten

‘Leg mij eens uit wat het businessmodel is van soccer? Behalve pintjes verkopen dan?” De man naast mij was een Amerikaan, een belangrijke Amerikaan die in ons land woonde, de naam doet er niet toe. Hij was een sportfanaat en zo was ons contact ook gegroeid.

Eerst ging het over American football en de sukkels van de Washington Redskins (inmiddels na gedoe over culturele toe-eigening als Commanders herdoopt) die zelden of nooit wat wonnen. Vervolgens over de NBA, waar ik meer van afwist dan hij. In honkbal en (ijs)hockey waren we behalve wat household names allebei leek.

Zijn zoon was “very much into your football”, wat hem fascineerde want behalve heen en weer hollen gebeurde volgens hem waarlijk niks in die sport. Zodoende inviteerde ik hem voor een wedstrijd van Gent. Hij kwam alleen, op een man na die in zijn auto bleef zitten. Zijn security detail wist niks van zijn uitje. Alleen die ene man. Dat deed hij wel meer. Hij was al eens in Ghent geweest – nothing like Baghdad, relax – dus kon hij zich deze frivoliteit permitteren.

In de rust, toen ik hem de promenade toonde, kwam die vraag over het businessmodel van voetbal. Ik antwoordde: “Pintjes verkopen inderdaad, beetje ticketing maar niet te veel want de stadions zitten vaker niet dan wel vol, klein beetje sponsoring en een heel klein beetje televisierechten. De rekeningen worden aangezuiverd met het surplus verwezenlijkt op de import-export van spelers.”

Hij lachte: “Human trafficking, mensenhandel dus. Dat hebben wij in de VS al lang achter ons. Er komt een dag dat jullie dat ook zullen verbieden.”

Aan dat gesprek moest ik denken bij het nieuws dat een Amerikaanse investeringsmaatschappij zich had ingekocht in KV Kortrijk. De Kaminski Group zou 15 miljoen euro hebben betaald, exclusief bonussen aan de vorige eigenaar van KVK, de Maleisiër Vincent Tan, die uitgekeken was op Kortrijk en omgekeerd.

Vijftien miljoen voor – excuus – KV fucking Kortrijk, wie haalt dat in godsnaam in zijn stomme kop? Alleen een Amerikaan blijkbaar en hij ziet het helemaal zitten. Zegt hij. Ik citeer uit de concurrentie: “We willen fans trots maken. Het is onze taak om het succes te bevorderen zodat de stad kan blijven bloeien.”

Cut the crap. Waar het Maciek Kaminski om te doen is, dat zal wel snel duidelijk worden, maar de fans en de stad zijn niet zijn eerste bekommernis, laat dat duidelijk zijn. Kaminski wil een voetbalnetwerk van clubs uitbouwen. Zo zou hij al hebben onderhandeld met Panetolikos uit Griekenland en ‘aan tafel hebben gezeten’ met Everton en Atlético Madrid, wat dat ook te betekenen heeft.

Zes Belgische clubs zijn eigendom van of hebben investeerders met Amerikaanse roots. Toeval of niet, het zijn niet bepaald de voetbalbastions van dit land, Standard misschien uitgezonderd. En uiteraard Club Brugge, maar daar gaat het over een echte minderheidsinvesteerder.

Beveren, RWDM, KV Oostende en KV Kortrijk zijn liftploegen, eeuwig op de wip tussen A en B. Wat komen ze hier dan zoeken, die Amerikanen? Winst maken met een voetbalclub is vanaf de tweede garnituur uiterst onzeker en hangt af van toeval, of van de verkoop van spelers. Kortrijk en al die andere Amerikaans-Belgische clubs zijn tiende garnituur. Ze zijn kansloos in het bredere verhaal van de economische mondialisering van het (Europese) voetbal, zelfs kruimels zijn hun niet gegund.

De sensatie van het onzekere, de volledig vrije markt van het voetbal, je kan niks anders verzinnen waarom Amerikanen ineens in Belgisch voetbal willen investeren. In de VS is alles streng gereglementeerd: inkomsten en talent worden op haast oud- communistische wijze verdeeld, salarissen en uitgaven worden beperkt. In Europa is niks gereglementeerd: het is hier het Wilde Westen maar dan in het oosten. Het is zelfs een beetje negentiende-eeuws zoals spelers als handelswaar aan de man worden gebracht.

In Europa wordt ook niks herverdeeld: de winnaar krijgt misschien niet alles, maar toch heel veel. En als er nu iets is wat Amerikanen bijzonder waarderen. In de Amerikaanse sport is de rijkste niet automatisch de beste, zelfs niet bijna de beste. Getuige de New York Knicks in de NBA: de grootste omzet (waarvan ze een deel afstaan) maar al vijftig jaar geen kampioen. In de Europese sport is het van money talks, bullshit walks; de rijkste is meestal de beste.

Maar dan nog, waarom België godbetert en niet pakweg Nederland? Dat heeft dan weer te maken met de bijzonder gunstige (para)fiscale voordelen en de afwezigheid van welke drempel ook om niet-EU-spelers te implementeren. In het Wilde Oosten is het Belgische voetbal Deadwood: geen regels.

Column Me, myself and zij over Kim Clijsters in De Morgen van maandag 12 juni 2023

Me, myself and zij

Ten behoeve van de trouwe lezers die maar een beetje geïnteresseerd zijn in sport en op dit stukje rekenen om mee te zijn met de belangrijkste bijzaak van het leven werden de vijf afleveringen van Kim Clijsters: come back home (KCCBH) gebingewatcht op VRT MAX.

Gesteld dat u na lezing dezer toch zou besluiten om het erop te wagen, de laatste en de eerste aflevering zijn de beste. En dan misschien beginnen met de laatste, de vijfde, en daarna de eerste bekijken.

Jaja, ze hebben het echt wel geprobeerd om het spannend te houden, de makers van de docuserie, maar het is ze niet gelukt. KCCBH, het verhaal van een voorspelbare mislukking, is nooit spannend.

We krijgen wel een unieke inkijk in wat er in het hoofd van een topsporter omgaat. Het enthousiasme waarmee ze haar derde carrière begint, de tweede comeback al en die eerste was nog wel zo succesvol, de respons van het publiek, het werkt allemaal zo aanstekelijk. Je zou bijna gaan geloven dat het haar zou lukken, maar de beelden van een Clijsters totaal uit vorm zetten je meteen met beide voeten terug op de grond. Een blessure lijkt onvermijdelijk en die komt er al snel. Godbetert, van het padellen nog wel.

De wanhoop die er vanaf aflevering drie insluipt en die zich vanaf aflevering vier helemaal van haar meester maakt, het gevecht met negatieve gedachten, haar reactie op haar entourage bij slecht nieuws, het wordt allemaal onverbloemd in beeld gebracht.

Hulde dat ze dit allemaal heeft toegestaan, al kan het ook zijn dat dit de makkelijkste (lees: de goedkoopste) manier was om onder het contract met het productiehuis uit te komen. Dat zegt ze ook als ze nog maar eens heeft verloren in de eerste ronde, in 2021 op de US Open: “Ik bel en zeg dat ze met de docu stoppen, ik betaal alles terug.”

Om het een beetje te kaderen: dit had een Netflix-serie moeten worden, in meer dan vijf afleveringen. Een echte comeback (pakweg top honderd) had geholpen om het aan de streamingboer te slijten, maar van in het begin was dit een kansloze missie.

Eenieder met wat kennis van sport had zich vragen moeten stellen. Wat denken ze te bereiken? Wat kan een atlete die op haar dertigste al moest stoppen met blessures, en toen al niet te fit meer, zeven jaar later nog? Bovendien inmiddels met drie drukke schatten van kinderen, niet te vergeten die vijftien kilo overgewicht, en dat alles in een veel competitievere omgeving dan toen ze stopte.

“Ik kan die meisjes aan”, maakt ze zichzelf wijs. Begrijpelijk, maar de anderen rond haar weten beter. “Dit wordt lastig, randje onhaalbaar”, wordt in de serie vaak tussen de lijnen door meegegeven, door haar coach Carl Maes, door haar fysiektrainer Sam Verslegers, haar kine, sportdiëtiste, arts, maar ook door de commentatoren. “Ze is niet wedstrijdfit voor dit toernooi.”

Leeftijd heeft daar overigens niks mee te maken. Gisteren speelde Novak Djokovic de finale op Roland Garros. Hij is 36, een jaar jonger dan Clijsters bij haar tweede comeback. Hij won en is nu alleen recordhouder in aantal grandslamtitels. Hij rekt zijn houdbaarheidsdatum omdat hij altijd superfit is geweest en nog steeds is. Die graad van fitheid heeft Clijsters nooit bereikt, ook niet op haar top.

Komt daar nog eens bij: topsport is me, myself and I. Die I heeft Kim Clijsters III vervangen door zij: haar kinderen, haar gezin, haar huis, haar hond, haar familie… Het tennis deed ze er een beetje bij, als het paste met de rest. Heeft ze echt ooit gedacht dat het haar zou lukken om al die ballen in de lucht te houden?

Misschien van KCCBH toch vooral een leuk fragment onthouden. We schrijven voorjaar 2020. Wimbledon is zojuist geannuleerd vanwege covid. Clijsters heeft in Iedereen beroemd gezien hoe in Zevekote bij Gistel de 73-jarige Lionel in het grasveld in zijn tuin lijnen heeft getrokken en een net opgehangen. Zonde, geen Wimbledon, en dus heeft de brave man zijn eigen mini-Wimbledon opgetuigd.

Bij wijze van uitsmijter zegt hij: en als Clijsters een balletje wil komen slaan, is ze welkom. Het is niet bekend hoeveel gearrangeer eraan te pas is gekomen – tv is zelden spontaan – en pr-gewijs kwam het voor de docuserie goed uit, maar het blijft mooie tv als Clijsters 230 kilometer verwijderd van Opitter bij Lionel binnenstapt en vervolgens op een veredelde weide een partijtje tennis speelt.

Ook gearrangeerd natuurlijk wordt het 6-6 en Clijsters krijgt de kans om het uit te maken. Haar heerlijk droge reactie zegt veel over haarzelf en haar relativeringsvermogen: “Wow, een matchbal, hoelang is dat al niet geleden?”

Column Groot, Groter Grootst in De Morgen van zaterdag 10 juni 2023

Groot, groter, grootst

Boeiende sporttijden. Dat zijn het voorwaar en dan slaat dat boeiend niet op de Tour die eraan komt, niet op de finale van Roland Garros van morgen, zelfs niet op de wedstrijd van vanavond tussen Inter Milaan en Manchester City.

U zult vast wel ergens hebben gelezen dat de Champions League-finale een clash is tussen Romelu Lukaku en Kevin De Bruyne en tussen Simone Inzaghi en Pep Guardiola. Daar zullen de commentatoren u ongetwijfeld alles over vertellen, zoals ook over de looplijnen en heat maps van ‘Big Rom’ en ‘King Kev’ en hoe die verschillen van bij de Duivels.

Nog boeiender dan de looplijnen zijn de financiële lijntjes. Zo is Inter tegen City evengoed een clash tussen China en Abu Dhabi of zelfs een beetje China en Hongkong tegen China.

Het is Suning Holdings Group en LionRock Capital aan Milanese zijde tegen Abu Dhabi United Group, Silver Lake en CITIC Group aan Engelse zijde. Suning is een grote Chinese winkelketen en e-commercebedrijf. LionRock Capital is een privaat investeringsfonds uit Hongkong. Allebei uiterst actief met goedkeuring van de Chinese staat. FC Internazionale is dus een Chinese club.

Silver Lake, dat 18 procent van de aandelen van City Football Group (CFG) bezit, is ook een privaat investeringsfonds, Amerikaans en opgericht tijdens de technologieboom. CITIC group, ooit voor 13 procent eigenaar van de CFG maar nu nog slechts voor 1 procent, is dan weer de Chinese staatsinvesteringsmaatschappij. Manchester City is bijgevolg een club uit de Emiraten, met een Amerikaans- Chinees randje.

In de nog te schrijven geopolitieke geschiedenis van de wereldsport zal het tweede en derde decen- nium van de 21ste eeuw worden gedefinieerd als de derde grote commercialiserings- en mondialiseringsgolf in de sport. De eerste was in de jaren tachtig met de opkomst van de sponsoring. De tweede was in de jaren negentig met de opkomst van commerciële tv en de daarmee gepaard gaande boom in televisie- contracten.

De derde is begonnen de dag dat een schatrijke Rus zich in 2003 een club kocht in Londen. Hij werd gevolgd door een nog rijkere Amerikaan in Manchester in 2005, en andere Russen en Amerikanen volgden. De Russen zijn inmiddels weer weg.

Het hek ging van de dam toen ze in het Midden- Oosten vonden dat ze ook een rol hadden te spelen in de amusementsindustrie voetbal. Abu Dhabi was eerst, met het kleine Manchester City, in 2008 overgenomen van een corrupte Thai. Klein werd groot en groter en grootst. Dat wekte jaloersheid op in de Golfregio. De Qatarese overheid kocht in 2011 een andere relatief kleine club, in de grootstad Parijs, omdat geen club in Engeland meer beschikbaar was, en kocht zich meteen ook in bij de UEFA via televisierechten voor het Europese voetbal.

Dé dijkbreuk was de intrede van de grootste politieke macht van het Midden-Oosten in het wereldvoetbal. In oktober van 2021 belandde het zieltogende Newcastle in het karretje van het Private Investment Fund (PIF) van Saudi-Arabië. Vorige maand verzekerde dat Newcastle zich van deelname aan de Cham- pions League.

Saudi-Arabië zal de wereldsport de komende decennia bepalen. De middelen zijn onmetelijk, de ambitie is dat evenzeer. Eerder deze week raakte bekend dat Karim Benzema voor 200 miljoen euro per jaar bij Al-Ittihad gaat voetballen. De Saudische overheid meldde in een moeite dat de vier topclubs Al-Ittihad, Al-Ahli, Al-Nassr en Al-Hilal een andere structuur krijgen. Ze komen voor 75 procent in handen van het PIF, zeg maar de nationale schatkist van Saudi-Arabië.

Lionel Messi kiest – ook om economische en sportief geopolitieke redenen – voor de VS, maar hij blijft er ambassadeur. Topsport wordt het economische speerpunt van Saudi-Arabië. Niet alleen voetbal. Een andere revolutie voltrok zich deze week. Twee jaar geleden lokte Saudi-Arabië al eens de helft van de top van het internationale golfcircuit voor een veelvoud van het prijzengeld dat ze tot dan bij de PGA Tour konden verdienen.

Een afscheurcompetitie was tot voor kort zelden een goed idee en de LIV Golf Tour was misschien geen instant succes, maar de bedreiging van nog meer geld en nog meer toppers die de overstap zouden wagen, zorgde voor een ongezien precedent. Dinsdag werd aangekondigd dat de PGA Tour, DP World Tour en LIV gaan fuseren in een nieuwe, collectieve entiteit met winstoogmerk.

De CEO van de PGA Tour gaat de zaak leiden, maar de voorzitter wordt een Saudiër. Het geld komt – één keer raden – van het Saudische PIF. Een voorspelling: het is een kwestie van jaren voor de Saudi’s (en de rest van de Golfregio) ook het voetbal en alle andere mondiale sporten overnemen.