Column Europese coëfficiënt in De Morgen van zaterdag 23 augustus 2025

Europese coëfficiënt

De wijzertjes, de wijzerplaat en de kast willen nogal eens verschillen, maar het binnenwerk blijft hetzelfde en is betrouwbaar. Het Zwitserse klokje Club Brugge heeft zijn basisniveau verankerd op een stevige staalplaat. Het kan nog altijd een wedstrijd verliezen die het had moeten winnen of op een lome vrijdag een wanprestatie afleveren. Het blijft tenslotte voetbal, de meest onvoorspelbare spelsport. Maar als Club er moet staan, dan staat het er.

In Glasgow afgelopen dinsdag deden ze wat ze moesten doen: de thuisploeg geen kans geven om in de wedstrijd te komen en Ibrox meteen de mond snoeren. 0-3 na negentien minuten was wat overdreven, maar je moet er die drie nog altijd in krijgen. Club heeft zich zo goed als verzekerd van de vetpotten van de Champions League.

Het profiteert meteen van het nieuwe verdeelsysteem van de UEFA Champions League (UCL). Tot twee edities geleden zou Club het aanzienlijke bedrag van het Belgische marketpoolgeld moeten delen met kampioen Union. De market pool is het deel dat is gebaseerd op de waarde van televisierechten in het land van de UCL-deelnemer. Union zou daarbij als landskampioen een groter deel van de koek hebben gekregen.

Vorig jaar was Club de enige Belgische ploeg in de Champions League en was een herverdeling niet aan de orde. Deze editie 2025-’26 zijn er twee Belgische ploegen en speelt het nieuwe verdeelsysteem. Met dat systeem vloeit nog altijd meer geld naar de grote televisiemarkten en is België zelfs een kneusje onder de kleine markten.

Voor de onderlinge verdeling van het geld voor de Belgische ploegen is niet langer van belang wie kampioen en tweede werd, maar is de UEFA-coëfficiënt gebaseerd op de prestaties van de voorbije jaren allesbepalend. Club staat daarin op een mooie 23ste plek. Union moeten we zoeken op plaats 47. Aanstaande donderdag om 18 uur wordt in Monaco geloot en weten we meer en vooral tegen wie ze moeten.

Het Belgische voetbal scoort goed Europees. In het voorjaar leek het erop dat in september 2026 de nummers één en twee van de competitie nu al zeker zouden zijn van een plaats in de leaguefase van de Champions League, met nog eens voor het nummer drie van de Jupiler Pro League een voorronde. Het feest ging niet door.

Twee rechtstreekse deelnemers, dat is België nooit eerder overkomen. Er was zelfs een tijd dat de kampioen zich moest plaatsen via de voorrondes en daar niet eens in slaagde. Zo heeft België in de 33 jaar Champions League in zeven edities geen enkele deelnemer gehad. De laatste keer dat ons dat overkwam, was tussen 2007 en 2011. De Belgische kampioen wist zich toen drie keer in vier jaar niet te plaatsen bij de laatste 32.

Dat staat in schril contrast met het laatste decennium: elk jaar minstens één Belgische ploeg op het meest prestigieuze voetbaltoneel en zelfs drie keer een achtste finale met AA Gent in 2016 en Club in 2023 en 2025.

België heeft als land een steile opgang gekend. Vijftien jaar geleden stonden we nog geparkeerd tussen de B- en de C-landen op een twaalfde plaats. Vanaf de editie 2012-’13 begon de gestage opgang. Bijna elk jaar werd een plaatsje gewonnen tot we in 2018-’19 voor het eerst achtste stonden, bij de betere B-landen.

Even was er dan weer een terugval met als gevolg een dertiende plaats in 2021-’22, maar een jaar later stond België alweer achtste, onder meer door het wegvallen van Rusland en eerder al Oekraïne. Opvallend: ook Nederland deed het de laatste tien jaar opvallend goed. In 2019-’20 stonden ze nog op tien, twee plaatsjes lager dan België, maar in goed vijf jaar ging het in een ruk naar zes, waar ze vandaag nog steeds staan.

De Nederlanders ogen nu naar de vijfde plek van Frankrijk, maar als het hen wat tegenzit, kan België evengoed voor die zesde plek gaan tegen het einde van de volgende Europese campagne in mei 2026, wat pas zijn effect heeft voor 2027-’28 . Virtueel staat het in de tussenstand nu al op zes, maar daar moeten de resultaten van deze editie nog bij.

België heeft de laatste jaren beter gepresteerd dan Nederland en Portugal op Europees vlak. Als het dit seizoen gelijke tred kan houden of minimaal inlevert, komt het op zes. Alleen zijn we deze cruciale Europese campagne niet bijster goed gestart. Charleroi leverde al meteen in de voorronde zijn Europees ticket in en zo is België het enige land uit de top tien dat niet al zijn paardjes meer in koers heeft.

Als tot overmaat van ramp Anderlecht nog eens zou uitglijden in Athene volgende week, blijven we maar met drie over. Dat is te weinig om genoeg punten te halen en dan is alle euforie tijdelijk geweest.

Column Wereldspelen in De Morgen van maandag 18 augustus 2025

Wereldspelen

België heeft zestien medailles behaald op de Wereldspelen. Mooi. Willen ze ook op het balkon in Brussel? Oké.

Her en der werd wat discussie opgepookt: zes medailles meer op de Wereldspelen dan op de Olympische Spelen terwijl er minder medailles te verdelen zijn en de deelnemers aan de Wereldspelen nog vaak hun kosten moeten ophoesten, hallo? Met als onderverzwegen suggestie: moeten we de sporten niet anders gaan subsidiëren?

Neen, en wel hierom.

Vooraf dit: hulde aan de VRT en Sporza dat ze elke medaille aandacht gaven. Of zilver in het touwtrekken of het korfbal dan weer in Het journaal moet, daar kun je van mening over verschillen. Brons in het beachkorfbal was wel een hoofditem waard, en zeker het zilver van Nederland, dat voor het eerst sinds Deurne 1991 een internationaal korfbaltoernooi verloor.

België verloor van Taiwan met 8-7 in de halve finale. 7-7 stond het na de twee keer zes minuten en toen moest de gouden goal de wedstrijd beslissen. België schoot nog één keer op doel, miste. Taiwan schoot twee keer en de tweede van Ying-ting Huang – onthouden die naam – was wel raak.

Dan zou je denken: na Hongarije met 12-4 te hebben opgevreten, wéér goud voor Nederland. Dat dachten zij ook: na vier minuten in de eerste helft, een derde van de wedstrijd, stond het 5-1. Negen seconden in de tweede helft stond het al 5-5 (voor een lange bal krijg je twee punten). Jesper Tolsma miste vier keer op rij, het werd 6-6 en wie bracht de stand op 6-8? U raadt het: Ying-ting Huang!

Hoe wij van de sportredactie van De Morgen dat allemaal weten? Surf eens naar de site van de Wereldspelen. Sinds het ontstaan van het internet nooit een betere en informatievere site gezien dan die van de Wereldspelen.

Rechts bovenaan die site staan de olympische ringen. Dat is verwarrend, net zoals onze journaallezers er meenden goed aan te doen te melden dat de World Games de Olympische Spelen zijn voor niet-olympische sporten. Wat de niet-olympische sporten doen en hoe ze dat organiseren heeft niks te maken met de Olympische Spelen. De World Cup voetbal is ook niet de Olympische Spelen van het voetbal.

Wat met die olympische ringen dan? Daar staat in kleine lettertjes naast: organisation recognised by the International Olympic Committee. Wat wil zeggen: de bigshots in Lausanne weten dat we bestaan en ze laten ons met rust.

Elke vergelijking van prestaties met de echte Olympische Spelen is totaal van de pot gerukt. Een voorbeeld: drukte om zestien medailles en de zestiende plek op de medailletabel is nergens voor nodig. In 2022 eindigde België met twintig medailles waarvan elf keer goud en was toen het zevende land. Bart Swings won in zijn eentje vier keer goud.

Ook in Wroclaw in 2017 en in Cali in 2013 prijkte België netjes in de top tien. De onderscheidende factor is hier: doet hij mee of doet hij niet mee, Swings dus. In Chengdu was hij er niet bij. Last van de knie en een belangrijker event in het verschiet.

Swings is destijds overgestapt naar het olympische snelschaatsen. Hij had het wellicht leuk gevonden als skeeleren op het olympische programma was verschenen, maar die sport was kansloos. Te weinig landen, te weinig continenten, te weinig om olympisch te worden, net als bijna alles op het programma van de Wereldspelen. (Flag football, lacrosse en squash zijn wel in LA 2028, maar dat is eenmalig.)

Hoewel je voor alle sport, ook de nichesporten van de Wereldspelen, respect kunt/moet opbrengen, mag je de hiërarchie der sporten niet op haar kop zetten. De absolute topsporten die rekruteren uit de grootste pool van beschikbaar talent zijn de olympische sporten, met voetbal als absolute nummer één en buitenbeen.

Atleten die blijven hangen in sporten die op de Wereldspelen worden aangeboden, doen dat om verschillende redenen. Of ze missen een stukje talent, zijn gemakzuchtig, blijven liever in de niche, of ze hebben hun sportieve prioriteiten niet op orde. In de topsporthiërarchie zijn de Wereldspelen een verzameling B- en C-sporten.

Elk sportsysteem die naam waardig gaat vol voor de olympische sporten, hoewel daar ook rare sporten als schieten en moderne vijfkamp op het programma staan. China eindigde deze editie in eigen land dan wel op één, maar was in de VS drie jaar geleden pas het tiende land. Het grootste sportland, de VS, eindigde op de eigen Wereldspelen van 2022 tweede en was in Chengdu pas het zesde land. Dat getemperde vreugde op zijn plaats is, bewijst België door nu al drie edities op rij beter te doen dan Nederland terwijl het op de echte Spelen niet aan zijn enkels reikt.

Column Dokudocu in De Morgen van maandag 11 augustus 2025

Dokudocu

Je hangt op de bank op het terras – iPad binnen bereik – en je denkt: wat als ik nu als beloning voor het vele werk van de voorbije weken een beetje hersenloos zou wezen, bijvoorbeeld voetbal kijken? Dat had gekund, ooit, maar Play Sports is opgezegd en de app van DAZN – het dingetje van sportzender ‘Da Zone’ – komt hier voorlopig niet op de Samsung en ook niet op de portables.

Even terzijde. Het maakt niet uit wie hier de schuldige is, DAZN of de providers, fout zijn ze allemaal. Het is toch te gek voor woorden dat wij flink moeten betalen om Belgisch voetbal te kijken, wetende dat die sector jaarlijks voor 200 miljoen euro via lastenverlagingen wordt gesubsidieerd door België, dus door u en ik.

Iets verder slingert een krant van vrijdag. Het oog valt op een kop die triggert: ‘Koppels die wachten hebben vaak foute verwachtingen’ met daaronder een fotootje van een relatietherapeute en een grote foto. Hé, is dat Jeremy Doku niet? De pagina gaat open en warempel, daar staat Doku op nog twee foto’s.

De interesse is gewekt. Je leest de inleiding. Doku gaat trouwen, is de eerste zin. In de tweede staat de verklaring voor de kop. Tot de huwelijksnacht delen de gelovige voetballer en zijn zes jaar oudere verloofde Shireen Raymond de lakens niet.

Oké, dáár gaat het artikel over: geen seks voor het huwelijk. Ter allicht overbodige verduidelijking: ik ben van de generatie die soms het motto ‘eerst poepen, dan klappen’ (eerst neuken, dan praten) huldigde. Juist, dat had wat subtieler gekund, maar jaren een lief hebben en daar nooit mee naar bed gaan, dat is toch het andere uiterste.

Oké, tot daar deze discussie. Iedereen doet wat hij/zij wil zolang niemand daar last van heeft. Seks voor of na het huwelijk, daar gaat dit stukje helemaal niet over. Wel over hoe dit nieuws tot ons is gekomen en daar is niets ingewikkeld of vreemd aan. Jeremy Doku heeft het zelf verteld, aan iedereen die het wil horen. Het staat op YouTube, waar hij zijn eigen kanaal heeft.

De eerste twee van de beloofde zes afleveringen staan online en dat is precies hoe ik dit weekend hersenloos ben beziggeweest: ik heb naar Jeremy Doku gekeken, twee afleveringen van telkens een kwartier lang, en ik ben niet in slaap gevallen, net niet.

In deel 1 zien we Jeremy die terugkeert naar waar het allemaal begon, naar Borgerhout. Naar ‘de pleintje’ dat fel is veranderd (aldus Doku) waar ze ooit van zonsopgang tot zonsondergang voetbalden. Hij was voor de gelegenheid vergezeld van vrienden. Het thema van aflevering één was duidelijk: met de homies terug naar the hood, inclusief de baggy pants, dreadlocks en kruis om de nek.

Afwisselend horen we straattaal met Nederlandse klanken en gekapt Engels stro. YouTube heeft meer Engelstalige geïnteresseerden dan Nederlandstalige, vandaar. Na Borgerhout volgt Neerpede, ook flink veranderd. Tussendoor krijgen we beelden van zijn eerste wedstrijd op 25 november 2018.

Over zijn trainer Hein Vanhaezebrouck die hem die kans gaf, weinig goeds. Vincent Kompany daarentegen, die heeft een impact gehad. Zal ook wel te maken hebben met waar hij nu speelt. De hele eerste aflevering en de tweede – tot onze grote spijt – is gelardeerd met dingetjes over zijn geloof. Rare zinnen ook, die eerder passen bij bijgeloof, maar is dat geen synoniem voor alle geloof?

Bijvoorbeeld: “God heeft mij dit talent gegeven, hij kan het ook wegnemen.” Zoals G. bij een van zijn homies – ene Zacarias ‘Zaca’ Antonio – heeft gedaan, al geeft die later toe dat hij zo lui was als de neten en het heeft verbrod.

Nog een rare zin die nergens op slaat: “Werk alsof je nooit hebt gebeden, bid alsof je nooit hebt gewerkt.” Samengevat: aflevering één had weinig om het lijf en dan was het tijd voor aflevering twee. Die speelt zich geheel af in het praalparadijs voor patsers, voetballers en drugsbazen, Dubai genaamd.

Je ziet Doku zoals je hem nooit hebt gezien, maar misschien ook niet wil zien (mijn insteek, want ik hou vooral van de voetballer). In een buggy door de woestijn. In een mall in een opvallend Vuitton-shirt zoekend naar een bananapudding, dan even een bijbeltussendoortje waarna het naar de driving range gaat waar hij gaten in de tee en de wolken slaat. Vervolgens de finale: het huwelijksaanzoek op een helemaal aangekleed strand.

Einde aflevering twee van de Dokudocu.

De belofte was volledige toegang tot zijn leven. Houden die belofte, Jeremy, geef ons dan ook de huwelijksnacht. Aflevering drie, vier, vijf, zes? Wellicht wordt het zes. Deze rubriek houdt u op de hoogte wanneer de bebloede lakens in Manchester uit het raam zijn gehangen.

Column ‘Fijn, maar te klein’ in De Morgen van zaterdag 9 augustus 2025

Fijn maar te klein

De staatsschuld even niet meegerekend hebben we van twee dingen te veel in België/Vlaanderen: horeca en wielrenners/wielrennen. De horeca is deels gesaneerd in de covidjaren, maar horeca heeft dezelfde beginletters als hoornaars en die komen ook terug en met steeds meer.

Wielrenners/wielrennen dan. “Je kan niet te veel wielrenners hebben.” Dat hoorde je nog verkondigen tijdens de ellenlange Tour-lives. Bijna stond hier verslaggeving, maar dat zijn die uitzendingen al lang niet meer. Ze houden het midden tussen cafetariageleuter in een woon-zorgcentrum en het getater op een kleuterspeelplaats.

Even tussendoor: vroeger had je nog Vive le vélo om later op de avond op niveau te worden bijgepraat, maar dat was deze editie ook te veel gevraagd.

Bijgevolg: er is dus te veel wielrennen op de televisie, daarnaast ook te veel wielrenners – daar komen we straks nog op terug – en er zijn te veel wielerploegen. Wáren, moet dat zijn.

Volgend seizoen is er wellicht één team minder door de aanstaande fusie van Lotto en Intermarché-Wanty. Lotto is overigens een apart verhaal en exemplarisch voor de staat van het Belgische wielrennen. Vorige winter waren ze al zeker van promotie naar de World Tour (vanuit de Pro Tour) en vervolgens slaagden ze er niet in om een tweede sponsor te vinden.

De logica had erin kunnen bestaan dat verzekeraar Baloise zich aan die ploeg zou verbinden, want die zien in hun wielerploeg Sport Vlaanderen-Baloise hun Vlaams overheidsgeld (de salarissen van renners en staf) na 2026 wegvallen.

Hetzelfde verhaal aan Waalse kant, waar Wagner- Bazin zijn overheidsgeld nooit heeft gezien en nooit meer zal zien. Zoals het er nu naar voor staat, tenzij economische wonderen zich voltrekken, houdt België eind 2026 drie professionele wielerteams (World Tour en Pro Tour) over van de zes die momenteel rondrijden.

Dat zijn dan Soudal-QuickStep, Alpecin-Deceuninck en Lotto-Intermaché-Wanty, als die laatste fusie doorgaat. Gaan ze niet samen, dan blijven ze vroeger dan later nog met twee over, want geen van beide constructies is een lang leven beschoren. Twee Belgische profteams zou beantwoorden aan de economische logica van sportland België en het wielrennen.

Op termijn zit er nog meer sanering aan te komen. Ramen- en deurenfabrikant Deceuninck stapt eind dit jaar op als naamsponsor bij de ploeg van de broers Roodhooft (nu Alpecin-Deceuninck) en het is geen al te goed teken dat de ploeg met de tweede meest sexy wielrenner van de aardbol (na Tadej Pogacar) niet nu al een vervanger heeft kunnen aankondigen.

Als Soudal op termijn verdwijnt, lijkt een nieuwe fusie onafwendbaar. Of de Roodhoofts zouden eens te meer moeten verbazen, maar het is meer dan een teken aan de wand als sponsorbedrijven niet staan te springen om zich te verbinden met een Mathieu van der Poel in misschien zijn laatste goede jaren.

Her en der komen wel multinationals om de hoek piepen zoals Decathlon en Red Bull. Die worden door sportmarketeers die een fiets hebben opgegeten opgevoerd als een bewijs van de groei van het wielrennen. Decathlon en Red Bull zijn grote spelers, tien keer groter dan Soudal, maar ook tien keer kleiner dan Lidl en die hebben de sport ook niet veranderd. Bovendien is het ook goed om te kijken naar wie en wat er verdwijnt. In Frankrijk kappen Arkéa en B&B Hotels met wielersponsoring en stopt meteen ook de gelijknamige ploeg.

Het hele landschap van het wielrennen hangt aan elkaar met demografische, organisatorische en economische haken en ogen. Het is een dure, sponsoring- en subsidieslurpende en toch ondergefinancierde sport, zonder een echt verdienmodel, die zich afspeelt in een onaangepaste omgeving (de openbare weg) met als gruwelijke nevenschade dat het de meest dodelijke sport is.

Wielrennen mogen wij dan in Vlaanderen een wereldsport vinden, dat is het nog steeds niet, dat is het steeds minder en dat zal het ook nooit worden. Er rijden 523 wielrenners in de World Tour, komende uit 39 landen. Ter vergelijking: 523 is ongeveer de helft van het aantal voetbalprofs in België. 39 landen lijkt veel, maar 446 van de 523 renners komen uit Europa. Zeventig procent komt uit West-Europa en net niet de helft van het World Tour-peloton is in vier landen geboren.

Frankrijk staat op één met 81, België op twee met 72, gevolgd door Italië (dat niet eens een World Tour-team heeft) met 57 en Nederland met 49. Meer dan een op de vijf World Tour-renners komt uit de Lage Landen. Ziedaar het grootste manco van de fijne, maar al te kleine sport wielrennen en waarom ze nooit echt groot zal worden: het sterk regionale, bijna lokale karakter.

Column Eerlijke Sport in De Morgen van maandag 4 augustus 2025

Eerlijke Sport

Het stond woensdag op X. Verwacht was een minitsunami aan berichten, eerst online, een dag later in de print, wie weet zelfs in de televisiejournaals. Raar: niks. Nog een dag later, vrijdag dus: weer niks. Dit weekend was het het nieuws nog steeds niet opgepikt door onze sportmedia.

Nu goed, alle begrip voor onze media. Er was veel ander wereldnieuws in de sport natuurlijk zoals de klinkende overwinningen van onze koene Vlaamse coureurs in de na-Tourcriteria.

Toch is het vreemd, want nog vorige week werd net niet met grote trom (her en der ook met vreugdekreten) gemeld hoe een Brusselse rechter met een onwetenschappelijke argumentering een vijftigjarige trans vrouw had toegestaan om bij de vrouwen te wielrennen. Dat was haar eerder verboden door een reglement van de wereldwielerbond UCI.

Dat de internationale atletiekbond vanaf 1 september trans vrouwen en sommige vrouwen met een afwijkende seksuele ontwikkeling (de zogeheten DSD-atleten) verbiedt om deel te nemen aan vrouwennummers beheerst nu al een paar dagen de internationale sportwereld. Tot België is dit nog niet doorgedrongen. Nu weet u het ook. Met dank aan deze rubriek. Graag gedaan.

Het wordt ingrijpend, randje vernederend, het is niet anders. Alle vrouwen die willen deelnemen aan het WK atletiek in Tokio, dat begint op 13 september, moeten verplicht een SRY-gentest ondergaan. Het resultaat daarvan moet op 1 september bij World Athletics worden gemeld.

Het goede nieuws is dat het om een eenmalige test gaat. Een atlete die heeft bewezen dat ze dat gen niet in haar hormonale systeem heeft is oké, bewezen vrouw dus, voor de rest van haar carrière. Het minder goede is dat dit allemaal in deze augustusmaand moet worden afgerond via een wanguitstrijkje of een bloedtest.

Dat zal nog wel lukken in België en een groot aantal andere landen, maar of ze dat overal zo snel voor elkaar krijgen? Of dat resultaat vervolgens op tijd bij de desbetreffende federatie terechtkomt valt ook nog te bezien. Volgens World Athletics duurt het tussen één en twee weken vooraleer het resultaat bekend is. Dat wordt nog een discussietje wat weleens tot een kort geding bij het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) zou kunnen leiden.

De SRY-test is bijzonder accuraat. Of hij makkelijk is, geen idee. Het klinkt alvast ingewikkeld, een test via een in-vitrodiagnosekit gebruikmakend van kwantitatieve fluorescerende polymerasekettingreactie. Misschien is het een routineding, laten we het hopen.

De QF-PCR-test is van oorsprong een prenatale test die zoekt naar hormonale abnormaliteiten in een ongeboren baby, maar hier zal hij bepalen of bij de vrouw een SRY-gen aanwezig is. Dat SRY-gen bevindt zich op het Y-chromosoom en is cruciaal voor de mannelijke geslachtsbepaling bij zoogdieren. Met andere woorden: vrouwen die dat SRY-gen hebben, worden in de atletiek uitgesloten omdat ze biologisch eerder man zijn dan vrouw.

Dat is lastig, heel lastige zelfs, want niet alle vrouwen in kwestie zijn ooit man geweest en hebben een transitie ondergaan. Sommige van die vrouwen zijn geboren als vrouw, opgevoed als vrouw en hebben een tijdje aan competitie gedaan als vrouw. Denk in dat verband aan Caster Semenya.

Seb Coe, de grote baas van de wereldatletiek en aartsvijand van Semenya, was onverbiddelijk: “Wat we met deze regel bedoelen, is dat je biologisch een vrouw moet zijn om topsport te bedrijven in de vrouwencategorie. Gender gaat niet boven biologie.”

Een eerbaar standpunt, zonder meer, nog eens wetenschappelijk verantwoord. Voor trans vrouwen die na hun puberteit met de transitie zijn begonnen is met deze regel de deur zo goed als gesloten. Alleen zijn er momenteel geen trans vrouwen actief. Die kunnen er wel komen.

De regel treft momenteel vooral de DSD-atleten. Die kunnen, ook als ze als intersekse-atleet meer man zijn dan vrouw, toch de dans ontspringen als ze aan het volledig androgeenongevoeligheidssyndroom of CAIS lijden, waardoor ze geen baat hebben van de mannelijke geslachtshormonen die hun lichaam produceert. Ook dat: te bewijzen door de vrouw in kwestie.

Het enige voordeel aan deze regel, die volgens Coe de eerlijkheid in de vrouwensport bevordert en daar heeft hij een punt, is de duidelijkheid. Het nadeel is dan weer het uitsluiten van een klein aantal sporters die de pech hebben dat ze met kenmerken van de twee geslachten zijn geboren.

Nu dat enorme probleem is aangepakt – het gaat om promilles van de atletenbevolking – kan men misschien ook eens werk maken van de één op de vier vrouwelijke sporters die tijdens hun carrière wordt geïntimideerd en misbruikt.

Column WK zwemmen in De Morgen van zaterdag 2 augustus 2025

WK Zwemmen

Er is eind vorige maand een nieuwe beheersovereenkomst afgeklopt voor de VRT en daar zit ook een luikje sport aan. Volgende paragraaf viel in deze krant terug te lezen over die overeenkomst en de sport.

De VRT participeert niet in een prijsverhogend opbod. Dat betekent niet dat er minder sport te zien zal zijn. Alleen wordt de focus een beetje bijgesteld. De VRT moet de komende jaren elke dag aandacht hebben voor vrouwensport, g-sport of sporten met een kleiner draagvlak. Bovendien moet minstens 30 procent van het aanbod op de Sporza-site betrekking hebben op vrouwensport, g-sport of minder populaire sporten. Tijdens een olympisch jaar stijgt dat aandeel zelfs naar minstens 35 procent.

Het zinnetje ‘de focus wordt een beetje bijgesteld’ springt in het oog. Bijstellen mag, moet zelfs, en een beetje is niet voldoende. Er is sprake van extreme bijziendheid. Als twee mannen en sedert een paar jaar ook twee vrouwen achter elkaar aan rijden, in spandex of een aanverwante stof en met een helm op, dan rukt Sporza met alle middelen uit.

De Grote Schermgezichten worden dan van stal gehaald en mogen hun ding doen, analisten worden aangebracht in draagstoelen en rondgereden. Tijdens de lives wordt van begin tot eind gekird en geleuterd dat het geen naam heeft. Dat wielrennen geen dure sport is en een beetje tot het Vlaamse DNA behoort, is geen argument. Frietkoten behoren ook tot ons DNA en de openbare zender promoot tot nader order niet elke dag frieten eten.

Alle overdrijving even terzijde: wielrennen is gezonder dan frieten eten – als je overeind blijft tenminste – en het is een mooie, zeer eerlijke sport waarin we meetellen. Point taken. Wielrennen mag op tv, moet op tv, maar stilaan loert de overkill om de hoek.

Ander zinnetje hierboven: de VRT moet de komende jaren elke dag aandacht hebben voor vrouwensport, g-sport of sporten met een kleiner draagvlak.

Oei. De inclusie-obsessie.

Op straffe van cancelling – maar het heeft hier al eens gestaan en toen heb ik het overleefd -, ik heb daar een mening over en die wil ik met u delen. Van mij mogen alle vrouwen, beperkte sporters (alleen niet overdrijven met de Special Olympics) elke dag op televisie komen, iedereen heeft tenslotte de vrije keuze om te kijken.

Het eerste criterium om de buis te halen en dus in die beheersovereenkomst had moeten zijn: we gaan voor de brede topsport. Dan heb je meestal ook meteen een heel deel vrouwensport erbij. Niet alle topsport is betaalbaar voor de VRT, begrijpelijk, maar was het echt zo veel gevraagd en zo duur om iemand naar Singapore te sturen en daar de reanimatie van het Belgische zwemmen te verslaan?

Tot en met dit weekend vindt in Singapore het wereldkampioenschap zwemmen plaats. Zwemmen jawel, dat is al een paar edities de eerste olympische sport samen met gymnastiek. In zwemmen waren wij in de jaren negentig redelijk bedreven en daarna een tijdje niet meer, hoewel er af en toe uitschieters op het pad kwamen, denk maar aan het zilver van Pieter Timmers in Rio 2016.

Als je pretendeert een sportzender te zijn en je hebt wat geld om sportrechten te kopen, dan ben je nu in Singapore. Als je pretendeert een sportzender te zijn die ook aandacht moet hebben voor sporten met een kleiner draagvlak, dan ben je zeker in Singapore. Als je pretendeert een sportzender te zijn met aandacht voor vrouwen, dan ben je zelfs in vol ornaat in Singapore want drie van de vier aanwezige Belgische atleten zijn vrouwen.

Meer zelfs, een van die vrouwen heeft een prijs gepakt, en die heeft Sporza met glans gemist. Een prijs? Jawel, Roos Vanotterdijk won zilver op de 100 meter vlinderslag. Nu zijn er wellicht die denken: ach vlinderslag, wie doet dat nog? Welnu, de 100 meter vlinderslag is een topnummer in het zwemmen. Vanotterdijk zou het verdienen om Sportvrouw van het Jaar te worden.

Als men u dat zwemmen niet aanbiedt en u dat dus niet te zien en te horen krijgt, tenzij u zo slim bent om naar de kenner Jeroen Grueter op de NOS te luisteren, dan is de wereldprestatie van Vanotterdijk compleet aan u voorbijgegaan.

Overigens hebben de vier Belgische zwemmers bijna in al hun nummers de halve finales gehaald, dat betekent bij de beste zestien van de wereld. Onder meer in Antwerpen wordt hard gewerkt aan een topsportcultuur in het zwemmen, straks ook met enkele Nederlandse toppers.

In die beheersovereeenkomst voor de VRT had ook gemoeten: het versterken van een topsportcultuur door gerichte aanwezigheid van Sporza bij de grote momenten van ook andere sport dan voetbal en koers.

Column Hobbyisten in De Morgen van maandag 28 juli 2025

Hobbyisten

Drie weken geleden waren we twee ritten ver en stond op deze plek dat Visma-Lease a Bike de Tour zou verstoren en dat door aan te vallen waar mogelijk. Niet dat het veel opleverde, maar er werd aangevallen. Vrijdag was er dan de ingekorte rit naar La Plagne en kon die theorie van de niet-aflatende disruptieve aanvalslust bij het vuilnis.

Zelden een laffere renner gezien dan Jonas Vingegaard in de klim naar La Plagne, of het moest Joop Zoetemelk zijn die van Eddy Merckx destijds de bijnaam wieltjeszuiger kreeg. Eigen schuld, dikke bult, dat de Deen op luttele seconden na Thymen Arensman strandde, na de enige honderd meter van de hele etappe dat hij Tadej Pogacar voorafging.

Pogacar speelde het toen meesterlijk, maar veel lol beleefde hij er niet aan en dat was hem aan te zien. Omdat Vingegaard weigerde mee te werken, liet hij Arensman rijden en zorgde er vervolgens voor dat die niet echt meer werd bedreigd. Die euforie in Nederland om de eerste Nederlander die twee bergetappes wint, is daarom een beetje overdreven.

Team Visma-Lease a Bike is de grote verliezer van deze 112de Tour de France. De stand in de wedstrijd Pogacar-Vingegaard of Team UAE-Team VLB is 4-2 voor de club uit de Emiraten. Wielrennen zal zowat de enige sport zijn waar een rijk team uit de zandbak meer sympathie, empathie en aanhang genereert dan een minder rijk team uit West-Europa, en dat in een van oorsprong door en door West-Europese sport.

Visma-Lease a Bike en Vingegaard hebben wellicht heel Denemarken achter zich en allicht ook wat aanhang in Nederland, hoewel ze reden zonder Nederlanders. De fans van Wout van Aert hinken op twee gedachten en zijn er meer en meer van overtuigd dat Visma niet de juiste omgeving is voor Van Aert. 

Wie Van Aert een beetje heeft gevolgd deze Tour kan dat alleen maar beamen. Het beeld van een renner die rondrijdt als een kip zonder kop spoort niet met het intellect van Van Aert, dus daar zit iets fout. Als Soudal-Quickstep nu eens die miljoenen die het straks krijgt voor Remco Evenepoel zou spenderen aan het losweken van Van Aert?

Team VLB werd in de derde Tourweek Team OCS, van obsessieve-compulsieve stoornis. Zoals Vingegaard zelfs zaterdag naar Pontarlier nog op het wiel van Tadej Pogacar reed, was geen plan, geen tactiek, maar een dwangstoornis. 

Het Plan is een uitstekend boek over toen nog Team Jumbo-Visma dat in 2023 de drie grote rondes in één jaar won. Sindsdien werden ze in alle grote rondes in het verlies gereden, met uitzondering van de Giro dit jaar. Ook daar ging het mis tot de twee beste renners (Del Toro en Carapaz) op de Colle del Finestre elkaar het wit uit de ogen keken en Simon Yates er van door ging om later met de hulp van Wout van Aert het roze te pakken.

Deze Tour hadden ze ook plannen, eentje voor elke rit nog wel. Ze zouden aanvallen en in het hoofd kruipen van Tadej Pogacar. Dat laatste is gelukt, ze hebben hem op de zenuwen gewerkt met hun praatjes. In de derde week was hij ook vermoeid, zoals ze hadden voorspeld. Alleen was heel het peloton vermoeid en Vingegaard nog vermoeider dan Pogacar, die al meer dan vier minuten voorsprong had gepuurd uit de eerste twee weken.

Pogacar en UAE hebben duidelijk geleerd van die eerste verloren Tour van 2022 toen ze zichzelf op de Galibier in de vernieling reden tegen het duo Roglic-Vingegaard. Hoe Pogacar daar ook sprong op Roglic, dat was nergens voor nodig. De volgauto van UAE heeft toen grove fouten gemaakt, is de analyse van elke sportdirecteur met wat kilometers in de Tour.

Daarentegen, hoe Pogacar anno 2025 zowel in de rit naar de Ventoux, Col de la Loze als naar La Plagne verkoos om defensief te rijden, wat tegen zijn natuur ingaat en hem het plezier in deze Tour uiteindelijk ontnam, dat was voortschrijdend inzicht.

In Het Zuiderkruis 23 in De Bosch, de service course van Team VLB, moeten ze terug naar de tekentafel. Hun aanpak heeft compleet gefaald. Het genie van de tactiek had uitgerekend, voorspeld en intern voor waar verkondigd dat Vingegaard in de tijdritten zijn concurrent op achterstand zou zetten. Het omgekeerde gebeurde, hij kreeg twee oplawaaien. 

Wie die praatjesmaker Patrick Broe van de podcast Lanterne Rouge de ronkende titel Head of Strategy heeft gegeven en de tactiek heeft laten bepalen terwijl die nog nooit een peloton van dichtbij had gezien, mag zich deze déconfiture aanrekenen. Er zit ook een voordeel aan dit drama: die jongetjes van Lanterne Rouge zijn nu wel definitief ontmaskerd als hobbyisten die zich voordoen als specialisten. Niet te geloven, dat het hyperprofessionele Visma-Lease a Bike daar is ingetuind.

Column Verdachtmakingen in De Morgen van zaterdag 26 juli 2025

Verdachtmakingen

De gemiddelde snelheid van deze Tour de France was tot voor de vrijdagrit 43,2 kilometer per uur. Dat is voorlopig een kilometer per uur sneller dan de snelste Tour en dat was die van 2022, de eerste eindzege van Jonas Vingegaard.

Je hoort het elke dag: deze Tour breekt alle records, is dit nog normaal?

Ze breken niet alle records. Tadej Pogacar reed Vingegaard in een rechtstreeks duel naar de filistijnen op Hautacam. Hij klom een halve minuut trager dan Bjarne Riis in 1996, haast dertig jaar geleden. Op de Ventoux waren ze dan weer merkelijk sneller dan het vorige record uit 2004. Ook Primoz Roglic en Florian Lipowitz gingen onder de 55:51 van Iban Mayo, die hij neerzette in een klimtijdrit in de Dauphiné.

Sneller aan het eind van een vlakke rit dan in een klimtijdrit die met epo is gereden, moeten we dat twintig jaar later verdacht vinden? Neen. In andere sporten zie je dezelfde progressie. Nog slechts vijf van de veertig zwemrecords dateren uit 2009. Dat was het laatste jaar van de drijvende zwempakken, wellicht de extreemste vorm van doping in de sportgeschiedenis.

Oké, maar elke dag weer zo snel rijden? Juist, er wordt elke dag van bij het begin van de etappe hard gereden. Vast staat dat de gemiddelde renner sneller is geworden en de besten onder die verbeterde renners worden geselecteerd voor het Tour-peloton. Vast staat dat de gemiddelde fiets ook veel sneller is geworden en dat het geleverde vermogen vandaag resulteert in een hogere snelheid dan vijf, tien en twintig jaar geleden.

Vervolgens zijn er de verbeterde trainingen, de gerichte voeding en de kennis van de recuperatie. In twintig jaar is veel veranderd. Lance Armstrong at nog confituur- en rijsttaartjes uit Izegem tijdens de rit en een bord aardappels met olijfolie als hij in het hotel arriveerde. Vandaag gaat het om precies samengestelde koolhydraatrijke producten en uitgekiende maaltijden achteraf.

Nog geen tien jaar geleden luidde de theorie dat 70 gram koolhydraten opnemen per uur het maximum was, in de hoop dat 60 gram hun weg zouden vinden naar de spieren. Vandaag zijn er renners die hun maag-darmstelsel hebben laten wennen aan het dubbele.

De renners zijn vooral beter geworden door de vroege selectie. Zoals ex-prof Tom Danielson onlangs op X zette: “Mijn zoon van vijftien draait WorldTour-trainingsprogramma’s en rijdt nu al waarden die ik als beginnend prof pas haalde.” Gevolg: dat peloton is met de jaren dichter geworden, vooral in kwaliteit, en dat resulteert in een grote snelheid van dat hele pak.

Het belangrijkste argument om doping vooralsnog uit te sluiten is de totale afwezigheid van concrete geruchten. Sinds het eerste gebruik van doping wist iedereen in en rond het peloton wat er werd gebruikt, te beginnen met amfetamines, later cortico- en anabole steroïden en vanaf de jaren negentig erytropoëtine. Men wist wat aan de hand was, maar er werd over gezwegen en door de pers niet over geschreven of gesproken. Vandaag zijn dat geruchtencircuit en de heen- en weerbeschuldigingen onbestaand, ondanks een nooit eerder zo groot verloop tussen de ploegen.

De verdachtmakingen vandaag zijn vooral gebaseerd op het begrip watts per kilogram lichaamsgewicht dat in klimprestaties wordt gehanteerd. Zo zou Pogacar tijdens de 23 minuten lange klimtijdrit naar Peyragudes 7,3 watt hebben geleverd. Volgens sportfysiologen correspondeert dat met een maximale zuurstofopname van minstens 96. Hoewel daar geen absolute bovengrens op zit – misschien is Pogacar wel een poolhond want die gaan tot 200 – is 96 zo onwaarschijnlijk hoog dat er ergens sprake moet zijn van een systeemfout.

Watt per kilo is een waarde bij benadering, gebaseerd op de snelheid waarmee wordt geklommen en gecorrigeerd volgens omgevingsfactoren. Vervolgens wordt alles teruggerekend naar een standaardrenner van 60, 65 en soms zelfs 70 kilo. Onnodig te zeggen dat de foutenmarge daarop erg groot is en de toprenners hebben geen zin om de juiste data te delen.

Zo wordt de drafting (in het zog rijden) wellicht schromelijk onderschat, evenals de (stijg)winden. De snelle tijden op de Ventoux hebben alles te maken met de tactiek van Visma om de hele klim tempo te maken. Pogacar reed daar het zwaarste deel van de klim in derde of vierde positie en dat is de gunstigste plek om te zitten.

In een snel peloton praat je op plek vier over een besparing tot 70 procent vermogen. Pogacar won en leverde minder vermogen dan Vingegaard. Dat was op de Ventoux, officieel 1.910 meter, maar de aankomst ligt in werkelijkheid op 1.897 meter, nog een aanwijzing dat er met het begrip watt per kilo heel veel mis is.

Column ‘Wat gaat er nu in je om?’ in De Morgen van dinsdag 22 juli 2025

Wat gaat er nu in je om?

Excuus, maar we moeten het nog eens hebben over Remco Evenepoel. Er was een interessante interventie op de Nederlandse televisie in De Avondetappe van zaterdag. Ex-wielrenner Stef Clement had het over de druk van de wielergekke natie België en haar media en hoe de helden daar aan ten onder gaan.

Hij noemde Frank Vandenbroucke, Tom Boonen en Remco Evenepoel in één zin. In Vive le vélo sprong Jan Bakelants net niet uit zijn vel. “Alles op een hoop gegooid. Onzin”, concludeerde de (meestal) uitgesproken analist en ook ex-renner.

Jan Bakelants heeft gelijk. Frank Vandenbroucke en Tom Boonen gingen geheel of gedeeltelijk ten onder aan roem (en coke) en waren seriële vreemdgaanders. Remco Evenepoel is niets van dat alles. Geen alcohol, pas getrouwd, nooit in de boekskes. Het meest aparte nieuws dit jaar was dat hij had leren bidden van zijn vrouw.

Maar Stef Clement heeft natuurlijk ook een beetje gelijk als hij de rol van de media in België, en meer nog de media in Vlaanderen, in het vizier neemt. Evenepoel was nog maar net uit de pampers toen hij al in een uitzending van het wereldkampioenschap voor junioren in Innsbruck over het paard werd getild door het duo Wuyts-De Cauwer.

Een WK voor junioren hoort niet op de buis. Hoe fenomenaal de winst in die wegwedstrijd ook was – eerst gevallen, gat dicht en dan weggereden – dat lyrisch commentaar was er ver over. Junioren worden niet bejubeld, in de eerste plaats omdat je met junioren niet weet of ze de lijn zullen doortrekken als senior.

Evenepoel deed dat wel, en hoe, maar dat doet er nu even niet toe. Stef Clement verwondert zich over hoe de Belgische sportmedia berichten. Begrijpelijk en terecht. Ik heb mijn mooiste jaren in Nederland gewerkt bij een heel mooi, op en top journalistiek blad waar de baas mij opdroeg om oren en ogen open te houden, te documenteren en te analyseren om dan te gepasten tijde de juiste vragen te stellen.

“Niet dat vraagje-quotetje-vraagje-quotetje van jullie, want dat creëert alleen maar afhankelijkheid, waardoor je op de duur geen vraag meer mag, kan of durft te stellen.” Klopt helemaal. Er valt niet aan te ontkomen: de Belgische sportpers leeft in opperste symbiose met de sport die ze toegewezen krijgen en waarover ze tot aan hun pensioen hopen te berichten.

Eerst worden ze supporters van hun sport. Volgende stap is de kont likken van de sporters die hun sport bevolken, want die hebben ze nodig voor hun quotetje. Daarbij worden de moeilijke vragen nooit of maar heel zelden gesteld. Dat is geen verwijt, wel een vaststelling en raad eens: het is nog te begrijpen ook. Wie aan een Belgische wielrenner een lastige vraag stelt, kan het nadien wel schudden. En wordt als toemaat gratis belaagd in de socialemediariooltjes.

Stel, je mag twee vragen stellen aan Wout van Aert. Dan zou je moeten beginnen met: “leg nu eens uit waarom jij hier zo anoniem rondrijdt en zelfs geen sprint meer kan winnen van Alaphilippe?” Die vraag wordt niet gesteld, om Wout niet te bruuskeren, want elke dag moet er een beetje Wout in de eeuwigdurende live.

Of neem Remco Evenepoel. Waarom heeft die bijvoorbeeld na de Dauphiné niet deze vraag gekregen: “Jij wil de kloof op Pogacar en Vingegaard dichten, maar het ziet er naar uit dat dit voorlopig niet te best lukt. Integendeel, je wordt nu zelfs belaagd door jongere collega’s.” Om te besluiten met de Sporza-dooddoener “wat gaat er nu in je om?”

Huiswerk maken zou ook al helpen om journalistiek wat meer beslagen voor de dag te komen. Neem nu dat excuus van die ‘vreselijke’ winter van Remco Evenepoel. “Drie tot vier maanden niet kunnen trainen”, aldus de alternatieve feiten van Patrick Lefevere.

O ja, zo moeilijk is die tijdlijn toch niet dankzij de socials?

Seizoen 2025: tegen een auto gereden op 3 december. Schouder, ribben en sleutelbeen geraakt, operatie. 12 januari: bericht over zenuw geraakt in schouder, nog niet buiten trainen. 13 januari: wel op de rollen (na zes weken). 1 februari: buiten trainen (na minder dan twee maanden). 18 april: Brabantse Pijl gewonnen tegen Van Aert. 15 juni: vierde in de Dauphiné.

Seizoen 2024: op 4 april een moordcrash in Baskenland, sleutelbeen en schouderblad gebroken, transfer en operatie. 9 juni: zevende in de Dauphiné. 21 juli: derde in de Tour.

Tik dat lijstje uit, in twee kolommetjes, laat het hem lezen en vraag beleefd: “Je hebt het nu over die slechte winter maar vorig jaar had je minstens even erge schade en dat vier maanden later. Sorry dat we dit vragen, maar euh… Remco, ben je zeker dat er niets anders speelt?”

Column Tussen de oren in De Morgen van zaterdag 19 juli 2025

Tussen de oren

Iedereen die zich in topsport wil verdiepen: lees het boek Endure van Alex Hutchinson. Hutchinson kwam op mijn radar op een congres in 2014 op Columbia University over het juiste gebruik van wetenschap in sportjournalistiek.

Ik mocht daar in een nevensessie een exposeetje houden over journalistiek en doping en Hutchinson, een voormalige atleet uit Canada, kwam luisteren. Bij het diner na de vierdaagse zaten we aan dezelfde tafel. Toen al was hij bezig met de research van wat zijn The New York Times-bestseller zou worden. Hij zette mij op het spoor van Samuele Marcora, een Italiaan die destijds in het Verenigd Koninkrijk onderzoek deed. Marcora wordt in Endure veelvuldig geciteerd.

In 2019, twee maanden na het verschijnen van Endure, ben ik naar Marcora gaan luisteren toen hij op bezoek was aan de VUB. De effecten van mentale vermoeidheid op uithoudingsvermogen en breintraining voor duursporters, dat was zijn onderwerp. Boeiend zonder meer, helemaal voor de gepatenteerde luiaard en altijd-te-lastig-recreant-sporter in mij. Waarom ga je die ene keer wel door de denkbeeldige muur en stop je de volgende keer nog voor de muur in zicht is?

Het boek van Hutchinson heeft als ondertitel: Mind, Body and the Curiously Elastic Limits of Human Performance. De elastische grenzen van menselijke prestaties oprekken, daar ligt de sleutel.

Misschien moeten Remco Evenepoel, zijn entourage en zijn begeleiders dat boek ook eens lezen.

Er is geen fysiologische reden om te rijden zoals Evenepoel donderdag in de eerste bergrit. Lossen bij de eerste versnelling die niet eens een echte versnelling was en vervolgens terugkeren op de groep met alle favorieten om ten slotte weer te moeten lossen bij dé versnelling, daar valt geen peil op te trekken.

Met andere woorden: dit lijkt een mentale kwestie.

Terug naar het boek. Endure, of to endure, zou je kunnen vertalen als uithouden. Dat ligt voor de hand omdat endurance of uithouding als dusdanig is ingeburgerd in de sport. Verduren of verdragen is een betere vertaling.

Het verdragen van een inspanning, dat werkt op twee fronten. Enerzijds is er de fysiologie: die is trainbaar, rekbaar, maar niet tot in het oneindige. Wie niet de aanleg heeft van een uithoudingsatleet zal er nooit een worden.

Wie die aanleg wel heeft, is ook begrensd en die grens zit vaak tussen de oren. Het is bekend dat de beperking van de sportende mens zich eerder in het hoofd dan in de spieren bevindt. De ene haalt 80 procent van zijn potentie, de andere 90 en de absolute topper zit boven de 95. Om het helemaal ingewikkeld te maken, verschilt dat percentage nog eens van dag tot dag.

Sportdirecteurs weten dat uiteraard en de slimme Tom Steels zeker. Het zou niet werken om die wetenschap met je renner te delen als je vindt dat hij te vroeg afhaakt. Evenepoel bergop op de Soulor door het autoraampje erop wijzen dat het bij hem tussen de oren zit? Niet doen.

Ergens stond te lezen dat ze hem nog nooit hadden zien afhaken en toch zo terugvechten. Dat zijn dan mensen met een kort geheugen. Won hij zo niet zijn eerste WorldTour-wedstrijd? In 2019 werd hij gelost in de Clásica San Sebastián, keerde terug vooraan en demarreerde toen zelf.

Te snel lossen, te snel de handdoek gooien, het is Evenepoels grote werkpunt. De energie die hij na dat afhaken opsoupeert om terug te keren in de kopgroep is vele malen groter dan wat hij aan watts nodig heeft om die eerste pijn te verbijten.

Behalve het boek Endure, waar heel goed wordt ingegaan op het onaangeroerde prestatief vermogen in een lichaam, zou ook een goede psycholoog kunnen helpen. Bij Evenepoel zit de rek in zijn mentale ingesteldheid. Die lichaamstaal tijdens de tijdrit, jongens toch.

Misschien kan hij een studie maken van de meester van zijn universum, Tadej Pogacar. Vergelijk de gevallen, opgenaaide Evenepoel in de olympische wegrit met de gevallen, rustige Pogacar in de etappe naar Toulouse. Vergelijk de eeuwige glimlach van Pogacar, zelfs bij verlies in die Tours van 2022 en 2023 en Parijs-Roubaix, met de nijd bij een verliezende Evenepoel op het BK.

Vergelijk Pogacar bij een haast desastreuze tegenslag (die val eergisteren) met Evenepoel die zonder erg heel even door een vlag rijdt en zich opwindt. Wat Pogacar en Evenepoel wel gemeen hebben, is hoe ze de koerstactiek van Visma-Lease a Bike in het belachelijke trekken. Ook dat is voer voor een therapeutische sessie: de ene heeft meer recht van spreken dan de andere.