Column Red Flames in De Morgen van maandag 14 juli 2025

Red Flames

De Red Flames hebben vrijdagavond laat een complete blamage voorkomen door in hun derde en overbodige wedstrijd te winnen van Portugal.

De Red Flames, dat is Belgiës nationale vrouwenvoetbalploeg en die waren op het voorbije Europese kampioenschap aan de slag. Dat ‘voorbije’ slaat in de eerste plaats op de Belgische deelname. Het toernooi zelf komt nu in de knock-outfase en gaat nog wel even door. De finale wordt op zondag 27 juligespeeld, als ook de Tour de France zijn beslag krijgt.

Dat allemaal zonder de Red Flames, die in de poulefase na laat verlies tegen Italië (0-1) en een zeperd tegen Spanje (6-2) waren uitgeschakeld. Portugal werd wel geklopt (1-2), maar op dat moment was zowel Portugal als België zeker van een retourticket.

Dat kan gebeuren. In een eindtoernooi met maar zestien ploegen en geen incentives voor de beste derdes zouden ook de Rode Duivels zomaar kunnen sneuvelen. Anderzijds haalden de Red Flames in de vorige editie (2022 in Engeland) wel de kwartfinales. Daarin verloren ze door een Zweedse goal in blessuretijd. In de poule hadden ze drie jaar geleden nipt van Frankrijk verloren, gelijkgespeeld tegen IJsland en met 1-0 gewonnen van Italië.

Dat de Red Flames drie jaar later verliezen van Italië en nu kansloos zijn tegen Frankrijk, en er dus niet bepaald op vooruit zijn gegaan, is niet alleen een vaststelling op papier. Het is een realiteit dat vrouwenvoetbal in de ons omringende landen de laatste jaren ernstiger wordt genomen. De professionaliseringsgolf die door het Europese vrouwenvoetbal trekt, is in België niet eens een rimpeling waard.

Misschien dat het ooit verandert, maar mijn favoriete kijkstuk wordt het nooit, dat vrouwenvoetbal. En ik ben niet alleen, als ik de reacties hoor en lees. Dat doet hier niet ter zake. Smaken verschillen en die 230.000 kijklustigen die op 3 juli op België-Italië afstemden hebben ook het recht om ernstig te worden genomen. Niet het minst geldt dat voor de speelsters die hun stinkende best doen. Overigens zakte dat kijcijfer vreemd genoeg naar slechts 160.000 voor de toch wel erg cruciale tweede wedstrijd tegen Spanje.

Of dat ‘ernstig nemen’ ook inhoudt dat VRT Canvas in plaats van een mooie natuurdocu de noordse clash Noorwegen-IJsland uitzendt, is een aparte discussie waard. Het is alvast koren op de molen van de critici die vinden dat vrouwenvoetbal ons in de maag wordt gesplitst.

Wat successen losmaken, dat leerden de Belgian Cats (dat is de nationale ploeg in het vrouwenbasketbal) ons op het recente EK. België speelde daar de halve finale tegen Italië op vrijdagavond voor 354.000 kijkers. De finale op zondag tegen Spanje haalde er 825.000 en was daarmee die week het op één na best bekeken programma in Vlaanderen.

De Red Flames wilden op hun EK verder surfen op het enthousiasme na de prestaties van de Belgian Cats. Dat is niet gelukt. De Flames mogen blij zijn als ze hun twintigste plaats op de FIFA-ranking behouden. Ter vergelijking: de Cats zullen bij de nieuwe FIBA-ranking wellicht bij de eerste vijf staan. De Yellow Tigers (dat zijn dan weer de nationale volleybalvrouwen) staan op achttien, maar staan vijf plaatsen te laag.

Vrouwenbasketbal en nog meer -volleybal zijn wereldwijd veel breder uitgerold dan vrouwenvoetbal. In theorie zou het makkelijker moeten zijn om in voetbal flinke progressie te maken, zeker met België, de tiende voetbaleconomie op mondiaal vlak. Als de Rode Duivels in hun FIFA-ranking op acht staan, is er geen enkele goede reden waarom het Belgische vrouwenvoetbal zo achterop zou moeten hinken.

De vrouwelijke voorzitter van de Belgische voetbalbond hebben we nog niet gehoord over de Red Flames. Die heeft het vast te druk met haar mandaat bij de FIFA, waarvoor ze 250.000 euro vangt. De CEO van de voetbalbond, Peter Willems, raakte niet verder dan de gemeenplaats dat de Beneliga van onder het stof moet worden gehaald.

Moeilijk is het niet hoor, dat vrouwenvoetbal in België een duw in de rug geven. Van de voetbalwereld zelf zal het niet komen. De nationale overheid heeft dan weer alle tools in handen, niet het minst met de 200 miljoen euro aan lastenverlagingen die ze het profvoetbal jaarlijks schenkt.

1. Verplicht elke profclub om een vrouwenploeg in leven te houden met minstens twintig minimumcontracten en een werkingsbudget dat minstens de helft bedraagt van het jeugdbudget.

2. Organiseer een competitie waarin talentontwikkeling centraal staat en verliezen niet tot sportieve en economische drama’s leidt.

3. Profclubs die weigeren om een vrouwenploeg op te richten betalen voortaan de volle pot aan belastingen en sociale lasten op hun mannensalarissen.

Column Glijmiddel in De Morgen van zaterdag 12 juli 2025

Glijmiddel

Op nogal wat internationale sites en socialemedia-accounts viel donderdag te lezen dat Soudal-QuickSteps algemeen manager Jurgen Foré had bevestigd dat Remco Evenepoel zijn contract tot eind 2026 zou uitdoen. Hij ontkende daarmee de geruchten dat Evenepoel naar Red Bull-Bora-Hansgrohe zou trekken.

Het toch redelijk gezaghebbende cyclingnews.com – je moet er althans voor betalen – had een post op X: “Hij rijdt zeker nog een jaar bij ons.”

Foré zat woensdagavond in Vive le vélo bij Karl Vannieuwkerke en liet zich uithoren over de geruchten dat zijn godenkind wel heel nadrukkelijk het hof wordt gemaakt door enkele veel kapitaalkrachtigere ploegen. De namen vielen: Red Bull-Bora-Hansgrohe en Ineos.

Foré zei letterlijk dat er tussen Soudal-QuickStep en Evenepoel een contract was waarvan hij verwacht dat dit tot nader order door iedereen zou worden gerespecteerd. De hele toon van dat gesprek, dat tot ‘nader order’, zijn lichaamstaal en alle geruchten over inkomende renners wijzen erop dat Evenepoel zijn contract niet zal uitdoen en dat ze dat bij SQS al een tijdje weten. Aan het eind van het gesprek werd hij fatalist. “Het is niet makkelijk om over de toekomst te praten, als al die geruchten op de achtergrond spelen.”

Of het toeval is dat donderdag het nieuws bekend raakte dat ex-bondscoach Sven Vanthourenhout naar Red Bull-Bora-Hansgrohe trekt als sportief manager, dat zal een latere reconstructie ons wel duidelijk maken. Als het tenminste doorgaat zoals het is aangekondigd. Vanthourenhout zal na vorig jaar altijd een slag om de arm houden.

Na de gouden triomf van de Belgische wielerploeg – van Evenepoel dus – in Parijs leek het alsof alle ploegen in de WorldTour om de hand van bondscoach Vanthourenhout smeekten. Die had gemeld dat hij zou vertrekken bij Belgian Cycling.

De achterliggende redenen verschillen nogal naargelang de bron. Volgens Vanthourenhout was hij uitgekeken op de bond en de manke organisatie rond de nationale ploeg. Zo was hijzelf chauffeur in het transport naar de Olympische Spelen van de matrassen die hij mee naar de kamers had helpen sleuren. Dat woog, letterlijk en figuurlijk.

Omgekeerd zijn er die beweren dat de bond hem liever kwijt dan rijk was omdat hij te veel eiste, te duur was in zijn functioneren en er waren nog wel enkele andere moeilijk te verifiëren redenen die evengoed kunnen worden gecatalogiseerd als onzin. Beschadiging van wie zich buiten de organisatie zet, het is een oude traditie in het archaïsche wielrennen.

Lang verhaal kort: Vanthourenhout koos uit drie aanbiedingen de aantrekkelijkste en dat was die van Patrick Lefevere en Soudal-QuickStep. Tussen de deal met Lefevere en het officialiseren van de deal zat evenwel dat plotse bezoek van Lefevere aan teameigenaar Zdenek Bakala.

Dat was de bewuste meeting in Zwitserland waarop Bakala beleefd maar nadrukkelijk vroeg aan Lefevere om een stap terug te zetten. Plots was Lefevere niet langer de CEO, maar wel zijn opvolger Foré. Die zag het niet zitten om oekazegewijs Vanthourenhout boven zijn morrende sportdirecteurs in het organigram in te schuiven.

Foré koos voor de bestaande organisatie en de goodwill van zijn sportieve staf door Vanthourenhout er niet bij te nemen. Niet erg moedig, maar wel te begrijpen.

Volgens nogal wat volgers zal de voormalige bondscoach als glijmiddel dienen om Evenepoel bij SQS weg te sluizen richting RBH. Feit is dat de renner en de minzame bondscoach elkaar hebben gevonden na een turbulent wielerjaar 2021, waarin de toen 21-jarige Evenepoel zich behoorlijk had aangesteld.

Eerst in Tokio op de coronaspelen, waar hij zich volledig afzonderde van de ploeg en dan maar een aparte kamer kreeg. Vervolgens op het WK in Leuven, waar hij niet voor eigen rekening mocht rijden en de afgesproken tactiek aan zijn laars lapte.

Volgens de entourage van Wout van Aert heeft het koersgedrag van Evenepoel de kansen van Van Aert op een wereldtitel gehypothekeerd. Een jaar later werd Evenepoel dan wereldkampioen in Australië en begonnen Evenepoel en Vanthourenhout aan hun bromance.

Het zou verwonderen als Evenepoel volgend jaar nog voor Soudal-QuickStep rijdt. Het zou nog meer verwonderen als hij niet naar Red Bull-Bora-Hansgrohe trekt.

Of de uitkomst anders was geweest als Foré alsnog de ex-bondscoach bij zijn ploeg had gehaald, is hoogst twijfelachtig. Maar als naast de enorme zak geld van Red Bull de komst van Vanthourenhout die extra troef is om Evenepoel los te weken uit zijn nog lopend contract is dat extra pijnlijk.

Column Disruptie in De Morgen van maandag 7 juli 2025

Disruptie

In alle voorbeschouwingen op de Tour de France ging het over die ene vraag: hoe in godsnaam zouden dat Deentje en zijn geel-zwart gevolg, choco gereden in de Dauphiné, ook maar een schijn van een kans maken tegen de keizerlijke Tadej Pogacar? In die mini-Tour hadden ze zich snel tevreden gesteld met een ondergeschikte rol, volgend in de wielen, en uiteindelijk lossend uit dat ene wiel.

In de eerste rit zaterdag heeft Visma-Lease a Bike meteen kleur bekend. Proberen volgen? Vergeet het. Het wordt strijdend ten onder gaan, de koers op zijn kop zetten waar mogelijk, disruptie all the way.

Ze gaan deze Tour wielrennen zoals de Nederlanders voetballen: omdat de verdediging kwetsbaar is, gaan ze aanvallen en kijken waar het schip strandt. Althans zo ziet het er nu naar uit. Dat is een beetje een stijlbreuk. Remco Evenepoel vroeg zich de vorige Tour nog af hoe dat zat bij Jonas Vingegaard die niet meereed met hem. “Soms moet je de ballen hebben om te koersen. Jonas had vandaag die ballen blijkbaar niet.”

Dit weekend was Jonas Vingegaard een en al balls. Twee keer aangevallen, maar vooral zaterdag sprak tot de verbeelding. Amper 2.700 kilometer in negentien dagen had hij in een peloton gekoerst, dan nog in wedstrijden waarin de selectie meestal werd gemaakt door het klimpercentage. Uitgerekend hij liet het peloton scheuren bij matige rugwind en nul procent helling.

De beste klimmer van het hele peloton (aldus Pogacar over zijn rivaal, maar of hij dat meent is niet duidelijk) trok een waaier alsof hij van zijn achttiende in de Moeren had gereden en nadien zijn postformatie bij Patrick Lefevere had volgemaakt.

De ploeg van Lefevere of wat daarvoor nog moet doorgaan – de ploeg Foré, dat bekt gewoon niet en dat zal nooit bekken – had tot zaterdag een patent op waaiers. Dat zijn ze kwijt door de beslissende slag complete te missen. Evenepoel had het over ‘in slaap laten wiegen’.

Dat is een behoorlijke onderschatting: Soudal-QuickStep heeft zichzelf te kakken gezet.

Lefevere zal het met lede ogen hebben aangezien. De kopman zelf bleef er opvallend rustig bij. Zijn team gaf niet thuis maar hij deelde in de schuld. Niet te verwonderen, zoals ook hijzelf zaterdag een zorgenkind was. Hoe die onderweg na die breuk in het peloton op de zijkant reed, bewijst alleen maar wat insiders al lang weten: Evenepoel en een peloton dat dicht op elkaar rijdt, dat matcht niet.

Dat hoeft ook niet te verwonderen. Hij begon maar laat met koersen en al snel reed hij meestal alleen op kop. Dat laatste geldt ook voor Van der Poel en Pogacar maar die hebben een offroad verleden en zijn daardoor veel betere chauffeurs.

Nog erger was hoe Evenepoel toen hij aan de zijkant reed, zich ook nog eens liet wegdrummen waardoor hij in het gras terechtkwam als de eerste de beste nieuweling. Wat een zielig beeld voor de nummer drie van de vorige Tour.

Iemand zou die jongen aan het verstand moeten brengen dat hij best wel het aura en het palmares heeft om bepaalde privileges zoals een safespace op te eisen.

De Tour de France is voor hem niet te best begonnen. Gisteren dan weer, nadat het kaf van het koren was gescheiden, deed hij wel mee vooraan. Dat zal wat gewicht van zijn schouders halen.

Het is niet makkelijk om Evenepoel te zijn. Niet op de fiets en niet van de fiets. Zaterdag was het evenmin een pretje, niet tijdens de rit en ook niet achteraf. Toen hij op veertig seconden van zijn medepodiumkandidaten bij de bus arriveerde, stond er een jongen hem op te wachten voor een handtekening.

Misschien dat die jongen dat zelf niet besefte, maar dan had iemand – ouders, broer, zus – hem moeten zeggen: ik denk niet dat dit nu een goed idee is, best even wachten voor je hem die pen onder zijn neus steekt. Niet dus.

Het was te verwachten en ook heel goed te begrijpen dat een balende Evenepoel geen zin had in een handtekeningstop. Dat niemand van het team hem behoedde voor zo’n potentieel vervelende sitiuatie, is vreemd. Zodoende moest Evenepoel zelf voor een vrijgeleide zorgen en deed dat zo beleefd als mogelijk na 170 kilometer hectiek: get out of the way, please.

Wat toen gebeurde, is te gek voor woorden. Een of andere klojo filmde die scène (inclusief geluid) en postte die op de sociale media. Sporza nam dat later over.

Die hadden dat niet moeten doen, zelfs niet in de bredere context dat Evenepoel na zijn opfrisbeurt wél tijd maakte voor de fans. Ook dat werd vereeuwigd door godweetwie en op de socials gegooid met de tekst: wat de media u niet tonen, ik maakte wel tijd voor de fans. Spread love, not hate. Ten slotte: dat laatste zinnetje was er dan weer over.

Column Tour 112, Duel 5 in De Morgen van zaterdag 5 juli 2025

Afgelopen woensdag gaf Netflix de derde jaargang van Tour de France, Au coeur du peloton vrij. Er komt geen vierde. Dat is maar goed. Ik heb woensdagavond de acht afleveringen gebinged. Dat wil zeggen, echt gekeken naar alles wat draaide om de strijd om het geel. Op dubbele of drievoudige snelheid bij sprintetappes. Vier keer sneller bij al het gezeur van de Franse ploegen – die in jaargang drie opvallend veel meer aan bod kwamen (zie hierboven).

Helemaal níét gekeken naar de aflevering over Mark Cavendish (aflevering zes) omdat de hele hype rond die 35ste ritzege en ‘het verbreken van het etappezegerecord van Merckx’ een weldenkend mens de strot uitkomt.

Voor eens en voor altijd: Cavendish heeft maximaal 35 keer vijftig meter op kop gereden en heeft ooit één dag een gele trui gedragen. Merckx heeft zijn 34 overwinningen en 96 gele truien behaald met als doel eindwinst in de Tour de France, wat hem vijf keer is gelukt. Daarnaast heeft Merckx ook drie keer de groene trui gewonnen, één keer meer dan Cavendish en ook één keer meer dan Jasper Philipsen en Wout van Aert bij elkaar opgeteld.

Als u toch zou besluiten te kijken naar jaargang drie, let dan toch vooral op Remco Evenepoel. De bimbo d’oro van Schepdaal is opvallend open, hij of zijn ploeg hebben bij de editing ook veel laten passeren. Dat siert hen. Die sneer bijvoorbeeld aan het adres van Jonas Vingegaard dat hij niet ‘the balls to race’ had en dat je die echt soms nodig hebt. In het laatste weekend zou hij de ballen van Vingegaard te zien krijgen.

Of die in scène gezette conversatie met Mikel Landa waarbij Evenepoel plots toegeeft ‘in mijn hoofd ben ik een beetje bang’. Je kan niet anders dan vaststellen dat Remco Evenepoel vorig jaar redelijk wat leergeld heeft betaald en dat hij daar alleen maar beter zal van zijn geworden. Of zoals Sam Bennett, een sprinter maar toch een (te?) slimme, toegeeft: “Wielrennen kan je op een ongelooflijke manier heel nederig doen voelen.”

Er zitten nog andere mooie passages in. Niet vanuit het kamp van Tadej Pogacar. Je merkt dat de toegang, voor het eerst in die drie jaar, erg beperkt was. Zo wordt vooral gefilmd na de etappes, of vanuit de auto van Andrej Hauptman, Pogi’s vaste sportdirecteur.

Bij Visma-Lease a Bike is dat helemaal anders. Die gooiden alle deuren open en zelfs tactische besprekingen werden gefilmd. Dat hadden ze bij nader inzien beter niet gedaan. Hoe Merijn Zeeman zichzelf daar een paar keer te kakken zet, oeioeioei. Die zit nu bij de voetbalclub AZ, maar die zullen ze toch echt niet missen.

Dat steenkolenengels – maar een fractie beter dan Louis van Gaal – waarmee hij het team probeert op te peppen, jeetje. En dan die ene laatste etappe waarin de ploeg alles op alles zet om drie minuten goed te maken op de leider… Daarin kiest Pogacar, nadat de geel-zwarten zichzelf helemaal total loss hadden gereden, zelf voor de aanval. Waarop Zeeman door de oortjes: “Come on Jonas, fuckin’ punish him.”

Waarna het bij Jonas Vingegaard helemaal in de benen slaat en hij zich plots tot zijn sportdirecteur en de ploeg richt: “Grischa, ik voel mij niet zo goed. Ik heb de benen niet. (even stilte) I’m sorry.”

Na de etappe valt hij wenend in de armen van zijn vrouw. Lastig. Ik ben opgegroeid met Eddy en Claudine, die gewoon thuis zat. Mijn voorkeur gaat uit naar een Tour zonder vrouwen in de mixed zone en als ze daar toch staan, dat ze niet beginnen huilen – niet de vrouw, niet de coureur en ook niet ‘de kids’ – maar ik moet mee met mijn tijd.

Laat wat hiervoor staat, uw pret niet bederven. Zou er ooit meer zijn uitgekeken naar een Tour de France dan naar deze 112de editie? In de vorige vier edities ging het tussen Tadej Pogacar (winnaar in 2021 en 2024) en Jonas Vingegaard (winnaar in 2022 en 2023). Dit is het vijfde duel en veruit het interessantste.

Voor het eerst komen ze met gelijke wapens aan de start. Geen zware valpartijen gehad (tenzij Vingegaard in Parijs-Nice), een bijna ideale voorbereiding, en twee complete teams om hen te ondersteunen.

In 2021 kwam Vingegaard nog maar juist kijken. In 2022 liet Pogacar en vooral zijn sportdirecteur zich ringeloren door een uitgekookt Jumbo-Visma. In 2023 (val Pogacar in Luik-Bastenaken-Luik) en in 2024 (moordcrash Vingegaard) was de strijd ongelijk. De ervaren Vingegaard, weliswaar met krassen op de carrosserie en haperingen in de software, tegenover Pogacar, anders en beter dan ooit getraind. Tegelijk meer dan ooit overtuigd van zijn superioriteit, een gevaarlijke combo. Deze Tour heeft alles om de mooiste ooit te worden.

Column Nike in De Morgen van maandag 30 juni 2025

Nike

Ik heb niets van Adidas. Ook nooit iets gehad van dat vreselijke Reebok, of van dat luidruchtige Puma. New Balance, the official shoe of white people volgens een Amerikaanse nazi-site, komt er niet meer in.

Laat staan Under Armour. De baas daar zei in 2016: “President Trump is an asset (een troef) voor ons bedrijf.” Waarop zijn sterspeler Steph Curry repliceerde met: “I agree, as long as you take the ‘et’ from asset.”

Hooguit nog wat Odlo en voor het fietsgerief dan weer het posh Rapha, naar verluidt een merk voor would-befietsers, en dat ben ik. Hier is het Nike all over the place en dat komt hierdoor.

Ik ben drie keer op bezoek geweest in Beaverton nabij Portland, Oregon op het hoofdkwartier van Nike. Een eerste keer was in de nasleep van de World Cup voetbal die in 1994 in de VS doorging. Ik kreeg interviews met R&D, met de atletenvertegenwoordigers en ten slotte met de man van investor relations.

Ik schreef toen ook nog freelance voor De Tijd, stond dus geboekstaafd als een economisch journalist, en de man legde mij haarfijn uit wat hun plannen waren. Voetbal veroveren onder meer, nog meer sterren aan hen binden en innovatie (had ik al gezien).

Het eerste wat ik deed toen ik terug in Gouda kwam, was niet de redactie binnenstappen, maar recht naar de Rabobank waar mijn salaris toen werd gestort. Ik kocht voor 10.000 euro Nike-aandelen. Drie jaar later waren ze twee keer gesplit.

Nike is nu bijna veertig jaar marktleider en slaagt al die tijd in een onmogelijke spreidstand: marktleider zijn en tegelijk rebel. De Nike-commercials onder de noemer Just Do It gingen een eigen leven leiden en werden een subcultuur.

Die van Michael Jordan zijn gekend, maar neem nu die van zijn collega Charles Barkley. In 1993 zegt die in een spotje: “Ik word betaald om tegenstanders te slopen op basketbalvelden en niet om (tegen de ouders) jullie kinderen op te voeden”. Schande, want dat ging in tegen de heersende Amerikaanse cultuur van rolmodellen. In 1995 kwam Nike dan weer met een iconische campagne If You Let Me Play, opgebouwd rond jonge vrouwen die de kans moesten krijgen om aan sport te doen.

De versie van 2018 van Just Do It zou in hun gezicht ontploffen, zo werd voorspeld. Midden in de eerste passage van Donald Trump kwamen zij met een ronduit activistische campagne. Hoofdrolspeler was Colin Kaepernick, de Americanfootballspeler die als eerste knielde tijdens het volkslied uit protest tegen het politiegeweld op zwarten in de VS. Kaep werd daarvoor gevild op Twitter door Trump en de helft van de Amerikanen vonden zijn protest maar niets.

De tagline van de campagne was ‘Believe in something, even if it means sacrificing everything’. Kaepernick gaf echt alles op, want hij kreeg geen nieuw contract meer in de NFL. “Vraag niet of je dromen gek zijn. Vraag of ze gek genóeg zijn. Ze zijn gek tot je ze doet. Just do it”, zo eindigt Kaep – compleet met afrokapsel – zijn commercial.

De reacties waren furieus. De hashtags #JustBurnIt en #BoycottNike deden het erg goed op sociale media. Trump voorspelde een neergang voor Nike. Goed bekeken van Nike, vonden marketeers in de VS. Bij de jonge bevolking bedroeg de steun voor Kaepernick tussen de tachtig en negentig procent.

Om zo kleur te bekennen, daar was moed voor nodig. Hun superster Michael Jordan bekende bijvoorbeeld nooit kleur al was hij een Obama-aanhanger. Zijn leuze luidde: Republikeinen kopen ook schoenen. Dat klopt, maar met wat vertraging waren dat plots geen Nikes meer.

Nike heeft zich duidelijk misrekend op de veranderde VS. Wie niet? Trump kwam terug, de VS werd rechtser dan ooit en Nike zag zijn verkoop voor het eerst in veertig jaar dalen. Gevolg: ook het aandeel Nike zakte behoorlijk in waarde.

De invoerheffingen van Trump deden de rest. Nike is samen met Apple een van de zwaarst getroffen Amerikaanse iconische merken en dat is geen toeval want zowel Nike als Apple waren heel actieve donateurs van Democratische kandidaten. Apple-topman Tim Cook is snel tot inkeer gekomen. Hij doneerde 1 miljoen dollar en was op de inauguratie van Trump II. Van Nike was geen spoor. Eens rebel, altijd rebel.

Inmiddels heeft Nike zijn fiscaal jaar afgesloten met tien procent omzetdaling, min 86 procent nettowinst en een waarschuwing dat de invoerheffingen hen 1 miljard dollar zullen kosten. Als reactie op die mededeling… steeg het aandeel vrijdag met zeventien procent, de grootste stijging in veertig jaar.

De analisten zijn overtuigd dat Nike aan de beterhand is. Ik duim. Dat is niet meer dan een symbolische geste. Ik heb geen Nike-aandelen meer (denk ik) en ook geen plaats meer in de kleerkast(en).

Column John Textor in De Morgen van zaterdag 28 juni 2025

John Textor

Het zou een mooie vraag kunnen zijn in een voetbalquiz: welke speler was de duurste inkomende Belgische transfer van de mercato van de zomer van 2023?

Antwoord: Ernest Nuamah uit Ghana.

Weetje: het Ghanese supertalent spendeerde geen minuut op Belgische bodem, laat staan dat hij een seconde voor RWDM speelde.

De speler werd gekocht bij het Deense Nordsjaelland door RWDM maar meteen doorverhuurd aan Olympique Lyonnais. De 25 miljoen die RWDM betaalde waren en zijn nog steeds een Belgisch record.

Nuamah startte in 23-24 eenentwintig keer in de basis bij Lyon en na dat seizoen verkocht RWDM Nuamah dan definitief aan Lyon voor 28,5 miljoen euro. Vorig seizoen was hij maar dertien keer basisspeler. Begin april scheurde hij na zeven minuten zijn kruisband in de thuiswedstrijd tegen Lille en ligt nu in de lappenmand.

Waar willen we heen met die Nuamah? Die jongen werd destijds met een omweg via Brussel gekocht door de eigenaar van Lyon. Die omweg was nodig omdat Lyon toen al een transferverbod had gekregen van de DNCG. Dat staat voor Direction nationale du contrôle de gestion en dat is dan weer de financiële waakhond van het Franse voetbal, le gendarme financier volgens de Franse media.

Die DNCG was dezelfde instantie die het failliete Bordeaux – ooit een topclub en zesvoudig Frans kampioen – verplichtte te degraderen naar de Championnat National 2, de Franse vierde klasse. Daar zitten ze nu nog steeds, gebonden aan een streng afbetalingsplan.

De DNCG heeft deze week een uitspraak bevestigd in een ander dossier: Olympique Lyonnais, zesde geëindigd in de Ligue 1, wordt teruggezet naar de Ligue 2, de Franse tweede klasse. Lyon werd nog maar begin deze eeuw zeven keer na elkaar kampioen en leek op weg om de eeuwige uitdager te worden van Paris Saint-Germain.

Die uitspraak dateert provisoir al van november. Als Lyon kon bewijzen dat het de schuldenberg van een half miljard euro substantieel had verminderd, kon het alsnog clementie krijgen.

De eigenaar van Lyon wist zich met zijn voeten van het ijs, of dat dacht hij tenminste. Die eigenaar heet John Textor, een Amerikaan geboren in Missouri maar residerend in Florida. Textor dacht slim te zijn en verkocht zijn aandelenpakket in het Engelse Crystal Palace voor 210 miljoen euro. De DNCG was niet onder de indruk en al helemaal niet toen ze de balans van zijn Eagle Football Holdings tegen het licht hadden gehouden.

Destijds had hij bij de aankoop van Lyon 425 miljoen euro geleend bij de Amerikaanse kredietverschaffer ARES. Het onderpand voor die lening bestond uit die aandelen in Crystal Palace, waardoor het grootste deel van die 210 miljoen euro terugvloeit naar ARES.

Verder vond de DNCG nog uitstaande schulden ten aanzien van de voetbalbond en leveranciers en pakte daarom door: degradatie. De club en de eigenaar gaan in beroep tegen die beslissing. Er is een kans dat ze daar hun gelijk halen, maar het lijkt een kwestie van weken, hooguit maanden vooraleer John Textor uit Lyon wordt verbannen.

Textor kreeg de beslissing te horen toen hij na bij de DNCG zijn zaak te hebben gepleit, ferm tegen zijn zin een extra nachtje in Parijs moest blijven. Zonde. Hij was zo lang opgehouden door die Franse pezewevers dat hij geen vlucht meer had kunnen regelen naar de wedstrijd Botafogo tegen Palmeiras die op het WK voor clubs in Philadelphia werd gespeeld.

Botafogo, om duidelijk te zijn, zit ook in zijn voetbalportefeuille. Wat daar nog in zit, is RWDM zaliger, voluit Racing White Daring Molenbeek. Textor kocht Botafogo en RWDM in dezelfde week in januari 2022, een half jaar nadat hij in Crystal Palace had geïnvesteerd. Zes maanden na de verwerving van RWDM kocht hij zich in bij Lyon om later meerderheidsaandeelhouder te worden. Overal werd hij met open armen verwelkomd.

Vier jaar later ziet zijn voetbalwereld er helemaal anders uit. Crystal Palace is hij kwijt. In Botafogo willen ze hem niet meer omdat de club het slecht doet. Na winst in de Zuid-Amerikaans Champions League staan ze nu pas achtste in de Braziliaanse competitie. Zijn mobiel nummer werd gelekt en Textor werd digitaal gelyncht.

In Lyon mag hij zich niet meer vertonen van de harde supporterskern, de Bad Gones, en hard is daar geen overdrijving. Rest hem nog alleen Molenbeek en daar heeft hij het ook verkorven. Vorige week raakte bekend dat hij de naam RWDM wil vervangen door Daring Brussels. De supporters stonden en staan nog steeds op hun achterste poten. Of hoe je eerst als een redder te zijn binnengehaald alsnog overal met pek en veren kan worden verjaagd.

Column Onbenullige onkunde in De Morgen van maandag 23 juni 2025

Onbenullige onkunde

Dé José De Cauwer had laatst, na de Dauphiné, bij Sporza een mooie uitsmijter. Het kwam hierop neer: “We zullen dat analyseren, om nog eens te analyseren en dan nog eens, om dan als analist vast te stellen dat we ernaast zitten.”

Het is al even dat De Cauwer, zelf vaak opgevoerd als een orakel, twijfelt aan de voorspellende waarde van analisten en commentatoren en hun analyses en commentaren in de sport. Ooit bracht hij, dat was op De Groote Sluitingsprijs van Bahamontes, zijn versie van de klassieker ‘Maintenant je sais’, van Jean Gabin.

‘Maintenant je sais’ was rappen avant la lettre, dus veel zingen is daar niet aan, maar iedereen in de zaal hield bij zoveel hybris toch zijn hart vast. Nergens voor nodig. De toen al éminence grise van het gild sloeg zich er moeiteloos doorheen. Al was hij daar zelf niet meteen van overtuigd en geloofde hij achteraf ook het compliment niet van ondergetekende aan zijn adres. Na veel aandringen zei hij: allee dan, merci.

In het chanson gaat Gabin alle leeftijden af waarop hij het zeker wist: maintenant je sais. Om tien jaar later te beseffen: toen wist ik het niet, maar nu wel. Enzovoort en zo verder. Uiteindeljk besluit hij: maintenant je sais, je sais qu’on ne sait jamais.

Gabin was zeventig toen hij dat zong. Daar is De Cauwer al even voorbij, en hij heeft nog even te gaan want in zijn familie worden ze allemaal honderd jaar. Ik ben daar nog niet voorbij, maar de analyse van Gabin en De Cauwer, dat we het nooit weten, deel ik al langer. Zelfs voor zoiets onbenulligs als een mening over sport is dat een permanente garantie op existentiële crises.

De man die mij voor het eerst wees op de illusie van de absolute kennis was Monseigneur le prince Alexandre de Merode, die ik dacht klem te hebben gereden als voorzitter van de medische commissie van het Internationaal Olympisch Comité toen ik doorging op zijn onbestaande medische achtergrond. Hij antwoordde: “Ik ben de best denkbare voorzitter van die commissie. Al die docteurs in mijn commissie denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. Ik niet, ik ken er inmiddels genoeg van om te weten dat ik er niks van ken.”

We worden in de sportuitzendingen en op de sportpagina’s om de oren geslagen met meningen, voorspellingen, ontledingen tot in het absurde. Iemand zou eens alle voorspellingen in de studio’s moeten – jawel – analyseren om na te gaan wat nog overblijft van de aannames weken nadat de wedstrijd is gespeeld of gereden. Misschien kan daar zelfs een score van worden bijgehouden.

Zoals Jan Bakelants: zeven keer juist, tien keer mis, drie keer onbeslist. Of in het voetbal, Frank Boeckx, een hele klus want Boeckx is analist bij elke wedstrijd die op deze planeet wordt gespeeld: zevenduizend keer juist, tienduizend keer mis, drieduizend keer mossel noch vis.

Nu, er is een verschil tussen Bakelants en Boeckx dat in het voordeel pleit van laatstgenoemde. Boeckx – juist of niet – draait nooit rond de pot. Bakelants wel en dat komt omdat hij bevooroordeeld is. Remco Evenepoel en co. worden harder aangepakt dan zijn vriend en trainingsmaat Wout van Aert. Dat is te verklaren, maar daarom nog niet te begrijpen. Een analist hoort afstand te houden tot en zeker niet meer samen te trainen met het lijdend voorwerp van zijn analyse.

Een analist hoort ook een klein beetje afstand te houden van de wereld waar hij tot voor kort deel van uitmaakte. Een ontluizingsperiode is misschien wat overdreven, maar een beetje schroom en discretie zijn op hun plaats. Hein Vanhaezebrouck die met zijn gekende zelfvoldane glimlach op het gezicht meteen in augustus en daarna een heel jaar KAA Gent fileerde, dat wrong. Of die het niet wilde hebben over de Rode Duivels zolang er geen nieuwe bondscoach was aangesteld, dat was dan weer lachwekkend.

Zijsprongetje: het kan nog erger. De overtreffende trap van de analist (v/m) is de expert (v/m). Bij de gewone redactie van de VRT zijn het allemaal experts. Wie één keer ergens is geweest of zich in een onderwerp heeft verdiept, is plots expert van die regio of die problematiek en wordt in Het journaal gevraagd te komen orakelen.

Maar goed dat we daar in de sport nog niet aan toe zijn. Wij weten ten minste dat we deel zijn van een grote business: het sportentertainment. En zo gedragen we ons ook: het slaat soms echt helemaal nergens op. Wat het voorbije moment met een nooit geziene stelligheid is geponeerd, wordt even later met een verbazingwekkende zekerheid tegengesproken. Overtuigend klinken en een beetje maar ook niet te veel controverse oproepen, dan is het al lang goed.

Column Dé Analyse in De Morgen van zaterdag 21 juni 2025

Dé Analyse

Dé José De Cauwer had laatst, na de Dauphiné, bij Sporza een mooie uitsmijter. Het kwam hierop neer: “We zullen dat analyseren, om nog eens te analyseren en dan nog eens, om dan als analist vast te stellen dat we ernaast zitten.”

Het is al even dat De Cauwer, zelf vaak opgevoerd als een orakel, twijfelt aan de voorspellende waarde van analisten en commentatoren en hun analyses en commentaren in de sport. Ooit bracht hij, dat was op De Groote Sluitingsprijs van Bahamontes, zijn versie van de klassieker ‘Maintenant je sais’, van Jean Gabin.

‘Maintenant je sais’ was rappen avant la lettre, dus veel zingen is daar niet aan, maar iedereen in de zaal hield bij zoveel hybris toch zijn hart vast. Nergens voor nodig. De toen al éminence grise van het gild sloeg zich er moeiteloos doorheen. Al was hij daar zelf niet meteen van overtuigd en geloofde hij achteraf ook het compliment niet van ondergetekende aan zijn adres. Na veel aandringen zei hij: allee dan, merci.

In het chanson gaat Gabin alle leeftijden af waarop hij het zeker wist: maintenant je sais. Om tien jaar later te beseffen: toen wist ik het niet, maar nu wel. Enzovoort en zo verder. Uiteindeljk besluit hij: maintenant je sais, je sais qu’on ne sait jamais.

Gabin was zeventig toen hij dat zong. Daar is De Cauwer al even voorbij, en hij heeft nog even te gaan want in zijn familie worden ze allemaal honderd jaar. Ik ben daar nog niet voorbij, maar de analyse van Gabin en De Cauwer, dat we het nooit weten, deel ik al langer. Zelfs voor zoiets onbenulligs als een mening over sport is dat een permanente garantie op existentiële crises.

De man die mij voor het eerst wees op de illusie van de absolute kennis was Monseigneur le prince Alexandre de Merode, die ik dacht klem te hebben gereden als voorzitter van de medische commissie van het Internationaal Olympisch Comité toen ik doorging op zijn onbestaande medische achtergrond. Hij antwoordde: “Ik ben de best denkbare voorzitter van die commissie. Al die docteurs in mijn commissie denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. Ik niet, ik ken er inmiddels genoeg van om te weten dat ik er niks van ken.”

We worden in de sportuitzendingen en op de sportpagina’s om de oren geslagen met meningen, voorspellingen, ontledingen tot in het absurde. Iemand zou eens alle voorspellingen in de studio’s moeten – jawel – analyseren om na te gaan wat nog overblijft van de aannames weken nadat de wedstrijd is gespeeld of gereden. Misschien kan daar zelfs een score van worden bijgehouden.

Zoals Jan Bakelants: zeven keer juist, tien keer mis, drie keer onbeslist. Of in het voetbal, Frank Boeckx, een hele klus want Boeckx is analist bij elke wedstrijd die op deze planeet wordt gespeeld: zevenduizend keer juist, tienduizend keer mis, drieduizend keer mossel noch vis.

Nu, er is een verschil tussen Bakelants en Boeckx dat in het voordeel pleit van laatstgenoemde. Boeckx – juist of niet – draait nooit rond de pot. Bakelants wel en dat komt omdat hij bevooroordeeld is. Remco Evenepoel en co. worden harder aangepakt dan zijn vriend en trainingsmaat Wout van Aert. Dat is te verklaren, maar daarom nog niet te begrijpen. Een analist hoort afstand te houden tot en zeker niet meer samen te trainen met het lijdend voorwerp van zijn analyse.

Een analist hoort ook een klein beetje afstand te houden van de wereld waar hij tot voor kort deel van uitmaakte. Een ontluizingsperiode is misschien wat overdreven, maar een beetje schroom en discretie zijn op hun plaats. Hein Vanhaezebrouck die met zijn gekende zelfvoldane glimlach op het gezicht meteen in augustus en daarna een heel jaar KAA Gent fileerde, dat wrong. Of die het niet wilde hebben over de Rode Duivels zolang er geen nieuwe bondscoach was aangesteld, dat was dan weer lachwekkend.

Zijsprongetje: het kan nog erger. De overtreffende trap van de analist (v/m) is de expert (v/m). Bij de gewone redactie van de VRT zijn het allemaal experts. Wie één keer ergens is geweest of zich in een onderwerp heeft verdiept, is plots expert van die regio of die problematiek en wordt in Het journaal gevraagd te komen orakelen.

Maar goed dat we daar in de sport nog niet aan toe zijn. Wij weten ten minste dat we deel zijn van een grote business: het sportentertainment. En zo gedragen we ons ook: het slaat soms echt helemaal nergens op. Wat het voorbije moment met een nooit geziene stelligheid is geponeerd, wordt even later met een verbazingwekkende zekerheid tegengesproken. Overtuigend klinken en een beetje maar ook niet te veel controverse oproepen, dan is het al lang goed.

Column Paul de France in De Morgen van maandag 16 juni 2025

Paul de France

Een doué, een begaafde, die hadden de Fransen al. Désiré Doué (PSG) schonk hen na meer dan dertig jaar wachten, hopen en smachten een tweede Champions League. Sinds kort heeft sportminnend Frankrijk zijn surdoué, een buitengewoon begaafde, en die heet Paul Seixas.

De begaafde is een voetballer van twintig, de overbegaafde een wielrenner van achttien die in april van dit jaar al de cover sierde van het maandblad Vélo als Paul de France.

Aan de wielrenner om op termijn een einde te maken aan een ander triest Frans record: dat van het aantal jaren zonder Tour-overwinning. Dat zijn er inmiddels veertig. Het aantal jaren zonder Belgische Tour-overwinning staat op 49. Bepaald vreemd, want Frankrijk en België zijn de landen met de meeste Tour-eindzeges, respectievelijk 36 en 18.

Wie het Critérium du Dauphiné heeft gevolgd, kon af en toe zijn naam horen vernoemen. Niet dat Seixas zich in de strijd tussen Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard mengde, maar nadat bergop het kaf van het koren was gescheiden, reed hij nog steeds vooraan, niet zo heel ver van Remco Evenepoel, bijna zeven jaar ouder.

In de drie laatste etappes streed hij altijd voor een toptienplaats. Gisteren werd Seixas achtste in eindafrekening. Hij verloor in de laatste rit nog twee plaatsen door een domme val. Ook in de tijdrit werd hij tiende en dat is in Frankrijk niet onopgemerkt voorbijgegaan. ‘Een eerste bevestigende test’, kopte L’Équipe daags na de tijdrit.

Seixas heeft, zoals we dat het voorbije decennium wel meer zagen, de beloftecategorie overgeslagen. Achttien is heel jong om nu al in de WorldTour aan te treden. Op 24 september wordt hij pas negentien en dat is de leeftijd waarop Evenepoel voor het eerst in een WorldTour-wedstrijd aan de start stond, de UAE Tour. Toeval wil, of niet, dat ook Seixas daar begin dit jaar zijn WorldTour-debuut maakte. Evenepoel gaf op in rit vier na een valpartij. Seixas startte niet in rit zes.

Evenepoel zou later dat jaar een rit en het eindklassement in de Ronde van België winnen, vooraleer in de Clásica San Sebastián zijn eerste grote semiklassieker binnen te halen. Nu we toch aan het vergelijken zijn, Seixas heeft nog een jaartje respijt om hem te evenaren.

Op de schouders van Evenepoel rust de zware Belgische hoop op nog eens een Tour-overwinning, net geen halve eeuw na Lucien Van Impe. Of minstens een halve eeuw, want het ziet ernaar uit dat hij dit jaar nog wat tekort schiet. Laten we een slag om de arm houden. Als Evenepoel plots in juli het gevoel krijgt dat hij wel kan volgen, dan is hij in staat om mentaal een klik te maken. Dat het nog drie weken is tot aan de Tour-start en meer dan een maand tot de beslissende etappes, en dat hij geen gewone soldaat is, dat is het enige wat je nu nog over zijn Tour-kansen kunt zeggen.

Op de schouders van Seixas rust een zo mogelijk nog zwaarder Frans verlangen. Namens een land dat uitblinkt op vlak van individuele en ploegsport, dat de beste Olympische Spelen ooit organiseerde en al decennia de beste wielerwedstrijd van de planeet, is hij de grote Franse hoop om eindelijk weer eens de eigen Tour de France te winnen.

Er zijn wel meer parallellen tussen Evenepoel en Seixas. Neem hun intelligentie. Evenpoel is verstandig, leert snel, is alleen nog wat emotioneel bij momenten. Seixas is zeer verstandig, leert onwaarschijnlijk snel en is in het geheel niet emotioneel of van de wijs te brengen.

Seixas studeert nu zelfs verder aan de hoog aangeschreven Emlyon Business School. Zijn favoriete vak was wiskunde en hij kreeg in de klas al snel de bijnaam Seixas Instruments, naar de in de klas veelgebruikte calculator Texas Instruments.

Evenepoel heeft Seixas nooit eerder gezien tot in deze Dauphiné. Een andere grote Belgische hoop kent hem beter en heeft hem al eens geklopt. Jarno Widar, tien maanden ouder, won in 2023 de sprint tegen Seixas van de Classique des Alpes, een topkoers voor junioren.

Widar, volgens enkele kenners ooit een kanshebber op een Belgische Tour-zege, en Seixas zullen elkaar nog tegenkomen, maar niet meteen. De twee supergetalenteerde renners volgen een verschillend parcours. Waar Seixas nu al voor de leeuwen wordt gegooid door zijn hyperambitieuze ploeg Decathlon-AG2R, idem voor de negentienjarige Matthew Brennan bij Visma-Lease a Bike, rijdt Widar nog steeds wedstrijdjes van de tweede garnituur of tegen leeftijdsgenoten.

Gisteren begon Widar aan zijn tweede Giro Next Gen op rij. Hij won in 2024 en is ook dit jaar de grote favoriet. De tijd zal uitwijzen welke ontwikkelingslijn waar uitkomt.

Column Marktplaats.com in De Morgen van zaterdag 14 juni 2025

Marktplaats.com

Moeilijk te zeggen of er ooit een onzinniger competitie in het leven is geroepen dan de CWC, voluit de Club World Cup. Die begint vanavond (zondagochtend bij ons) in Miami met Al-Ahly uit Egypte tegen Inter Miami uit u-weet-wel, of Emam Ashour tegen u-weet-wel. (Voor wie het niet weet, maar dit toch leest: tegen Lionel Messi.)

Emam Ashour, sterspeler van Al-Ahly, dat is gegoogeld. Het eerste wat op de site van BeIn Sports verscheen, was zijn huidige marktwaarde van 4 miljoen dollar. Daarbij stond vermeld dat met deze competitie dat bedrag zal stijgen. Waarmee meteen de bedoeling achter deze CWC duidelijk is gemaakt: marktplaats.com.

De Club World Cup bestond al, maar was een soort vriendschappelijk toernooi met zeven ploegen waar nauwelijks aandacht aan werd besteed. FIFA-topbons Gianni Infantino gooide het hele concept om en maakte er een vierjaarlijkse competitie van met 32 ploegen van over de hele wereld. Prijzengeld : 1 miljard dollar.

De achterliggende gedachte is dat de FIFA of de wereldvoetbalbond grip wil krijgen op het steeds lucratievere clubvoetbal, dat stilaan ook op een veel hoger tactisch en technisch niveau wordt gespeeld dan het vaak saaie interlandvoetbal. Het is Infantino ook een doorn in het oog dat de Champions League de UEFA jaarlijks klauwen vol geld opbrengt terwijl hij met zijn FIFA alleen winst maakt in de jaren van de ‘echte’ World Cup, die voor landen en voor mannen.

Maar wat kan er nu op tegen zijn om een mondiaal toernooi te organiseren onder clubs van de verschillende confederaties? Bijvoorbeeld dat het niveauverschil tussen Europa en Zuid-Amerika enerzijds en de rest van de wereld daarmee pijnlijk duidelijk wordt aangetoond.

Nog pijnlijker, in alle betekenissen van dat woord, is de belasting van de voetbalspelers. Die van Al-Ahly zullen het niet erg vinden om naast de Egyptische competitie, acht speeldagen ver, en de Afrikaanse Champions League nog wat extra wedstrijden te spelen. Idem voor Urawa Red Diamonds, Auckland City, Inter Miami, CF Monterey en Boca Juniors.

Helemaal anders is het voor Federico Valverde van Real Madrid en Enzo Fernández van Chelsea FC, die voor het einde van het toernooi de kaap van de zeventig wedstrijden in een seizoen zullen ronden met tussendoor twintig intercontinentale trips inclusief jetlags.

Valverde kan uitkomen op 78 wedstrijden en dat zou een nieuw record zijn. Om nooit te vergeten: ooit tikte een Belgische voetballer 72 wedstrijden weg in één seizoen om daarna nauwelijks nog een deuk in een pakje boter te trappen. Dat was Eden Hazard in zijn laatste jaar Chelsea voor hij naar Real Madrid trok.

Alle topsport vraagt het uiterste van zijn atleten en heeft het in zich om de elastiek te rekken tot die breekt, dat is inherent aan een prestatief milieu. Een professionele en door economische wetmatigheden gedreven sportcompetitie heeft daarop geantwoord met een beperking van de belasting. Denk in dat verband aan de Amerikaanse professionele sportcompetities of het tennis, waar topspelers al decennia in discussie gaan over de beperking van het minimale aantal toernooien waar ze moeten aan deelnemen. Dat alles gestuurd door de belangenvereniging van de spelers.

In het voetbal rapporteerde de luid roepende maar weinig beluisterde spelersvakbond FIFPro dat 70 procent van de Europese spelers niet aan de minimale vier weken vakantie en vier weken voorbereiding op het nieuwe seizoen toekomt. Als je weet dat voetbal de enige sport in de wereld is die zijn personeel als handelswaar tegen verkoopwaarde in de boekhouding opneemt, mag het vreemd heten dat niet meer zorg wordt besteed aan het gezond houden van ‘de stock’.

Het kan best dat het een aardig toernooi wordt, met weinig blessures en leuk voetbal, maar er zit alvast één ranzig randje aan deze Club World Cup: de onrust die zich stilaan meester maakt van de stedelijke centra waar veel migranten wonen en waar wordt gevoetbald. Toeval wil nu dat voetbal in de VS vooral een ding is van de latino’s en hispanics en dat die bevolkingsgroepen de meeste al of niet vermeende illegalen tellen.

De ticketverkoop viel tegen in de aanloop naar het toernooi, maar de organisatoren hoopten dat deze week recht te trekken. IJdele hoop. Deze week kwam de mededeling dat Immigration and Customs Enforcement (ICE) en Customs and Border Protection (CPD) de stadionbezoekers als een target beschouwen. Zo bar als het Estadio Nacional in Santiago de Chili in 1973 zal het wel niet worden, maar een eventuele razzia in het Hard Rock Stadium zou aardig in de buurt komen.