Column Diversifiëring in De Morgen van zaterdag 22 juni 2024

Diversifiëring

Het was nu een keertje rustig. Geen rondgestuurde videootjes en appjes met bezwarend materiaal, geen speler die de selectie verdeelde, geen gedoe en een bondscoach boven alle verdenking…

De hypergetalenteerde Les Bleus leken op missie: in de finale Engeland, Duitsland, Spanje of wie dan ook op 14 juli even opzijzetten en 24 jaar na Euro 2000 een derde Europese titel ophalen en daarmee op gelijke hoogte komen van (West-)Duitsland en Spanje.

En dan was er die persconferentie van vorige zondag. Marcus Thuram was het eerst en het felst. “We moeten zorgen dat het Rassemblement National (van Marine Le Pen, HVDW) niet ‘passeert’.” Vervolgens kwam de kapitein van de ploeg aan het woord, de pas gearriveerde superster van Real Madrid, de enige echte Kylian Mbappé.

Hij pleitte eerst voor eenheid in het land, vervolgens was hij tegen ‘extremen’ en ten slotte zei hij schouder aan schouder te staan met zijn maat Thuram. Veel duidelijker kon niet, maar omdat hij het RN niet vermeldde kozen veel media ervoor om zijn uitspraken als verzoenend, soms zelfs in tegenspraak met Thuram, voor te stellen.

Franse internationals die zich mengen in een ander debat dan het sportieve, het doet denken aan vorig jaar. Volgende week, op 27 juni, is het een jaar geleden dat de Franse politieagent Florian M. de zeventienjarige Nahel Merzouk doodschoot in een auto toen die wilde wegrijden bij een controle. Het gevolg: gewelddadige protesten en de Parijse voorstad Nanterre die een week lang brandde.

Na de dood van de Frans-Algerijnse jongen namen de (zwarte) internationals Kylian Mbappé, Jules Koundé, Mike Maignan en Aurélien Tchouaméni het racisme bij de Franse politie op de korrel. Koundé ging nog een stap verder en beschuldigde de media van desinformatie en medeplichtigheid. Toen hij daarop werd gevild op sociale media bleef hij uithalen naar le système.

De gebroken neus van Mbappé mag dan nog net iets urgenter zijn, Frankrijk is sindsdien verdeeld over die politieke stellingnames van Mbappé en Thuram. Mbappé liet overigens uitschijnen dat hij hierover met de ploeg had gesproken en hun instemming had. Waarop rechts Frankrijk fulmineerde dat de nationale ploeg vooral moest voetballen en als ze dan toch wat te melden had over iets anders dan voetbal, ze de belangen moest dienen van de meerderheid en de natie.

De heftigste reacties waren nog verder rechts van het centrum te vinden: die migrantenploeg kan onmogelijk Frankrijk vertegenwoordigen. En toen viel het begrip ‘le grand remplacement des Bleus’, iets wat bij ons zou klinken als ‘de omvolking van de Rode Duivels’.

Dat zagen we eerder in Duitsland, waar figuren van de AfD zich al in 2016 openlijk distantieerden van hun ‘volksvreemde’ nationale selectie. Het ging toen zelfs zover dat ze hun leden vroegen de repen Kinder-chocolade met daarop de zwarte Jérôme Boateng en de geboren Turk Ilkay Gündogan te boycotten.Voorafgaand aan dit EK werd in Duitsland een poll opgezet met als vraag hoeveel niet-Duitse spelers de Mannschaft mocht tellen. De aanleiding was onder meer Gündogan die voor dit EK in eigen land de kapiteinsband van de Mannschaft draagt. Hij is sinds 2018, toen eerst Boateng en daarna Sami Khedira de band droegen, de derde captain ooit met niet-Duitse roots. Overigens, de Duitsers tellen zes spelers met niet-Europese roots in de selectie, zeven volgens de AfD die de Turk Gündogan meetelt.

De diversifiëring van de nationale selecties heeft zich doorgezet deze eeuw. Vooral het aanbod aan niet-blank/wit spelerspersoneel met niet-Europese roots valt op. Tien van de 24 aanwezige landen hebben minstens één voetballer met een kleurtje mee naar het EK. Wat ook impliceert dat veertien landen maagdelijk wit zijn. Elf daarvan komen uit Oost-Europa. Denemarken en Schotland zijn de uitzonderingen uit West-Europa. Het veertiende land met een ‘volkseigen’ selectie is Turkije.

Het meest gekleurde land is Frankrijk met 19 op 25, daarna komen Nederland met 16, Engeland met 11 en zowaar de Rode Duivels met 10. Engeland en België zijn de landen die deze eeuw hun selectie het snelst hebben zien verkleuren.

Op Euro 2000 hadden Engeland en België respectievelijk drie en twee spelers (de Mpenza’s) met niet-Europese roots in de ploeg. Frankrijk, Nederland, Engeland en België samen hadden in 2000 22 spelers van kleur, een kwarteeuw later zijn er dat 56. Wie Spanje donderdag zag en België (op een goede dag) ziet aanvallen, kan dat onmogelijk betreuren.

Column De code gekraakt van zaterdag 15 juni 2024

De code gekraakt

Euro 2024 en voetbal kunnen wachten. Eerst moeten we het nog even hebben over dat andere Euro 2024, de Europese kampioenschappen atletiek die eindigden op woensdagavond met een sessie waarin het Belgische eremetaal in een uur werd verdubbeld.

Oef. Zes. Sportieve baas van het atletiek Rutger Smith had op zeven medailles gehoopt. Nog even herhalen: goud voor de inmiddels lichtjes legendarische Nafi Thiam in de zevenkamp, de 4×400 mannen en de surprise van de chef, een 400 metertitel voor Alexander Doom; zilver voor 1.500 meterloper Jochem Vermeulen; en brons voor zevenkampster Noor Vidts en de 4×400 vrouwen.

Die zeven van Smith, dat was niet lukraak gekozen. België heeft nooit eerder meer dan zes medailles gehaald op een EK atletiek. En zes stuks hadden we al een keer, in Berlijn in 2018. Toen waren er ook drie gouden medailles (Thiam, 4×400 en marathonloper Koen Naert), twee zilveren (Bashir Abdi en een Borlée) en één brons (een andere Borlée).

Met andere woorden: Berlijn 2018, waar België als vijfde land eindigde en de Russen zes medailles wonnen als ‘neutralen’, was kwalitatief nog net iets beter dan Rome 2024 (zevende land). Dat is dan ook de enige relativerende noot bij deze al bij al zeer goede Europese kampioenschappen.

We komen van ver. Tien jaar geleden in Zürich ging België naar huis met een bronsje, behaald door een negentienjarig meisje dat het jaar ervoor in Gent een juniorenwereldrecord had gevestigd dat door een vergeten dopingcontrole niet kon worden gevalideerd. Dat brons in Zürich was voor Nafissatou Thiam. De 4×400 eindigde toen zesde in de finale. Oké, 2014 was de laatste keer dat Rusland als land bij het atletiek mocht aantreden en het haalde toen vijftien medailles. Die concurrentie viel nadien weg, tot op heden.

Nafi Thiam, die twee jaar na Zürich in Rio olympisch kampioene werd, is nu goed op weg om haar derde olympische podium op rij te scoren. Met nog wat progressie en zonder blessures kan dat een derde goud op rij worden, een nooit geziene krachttoer op de atletiekplaneet.

Een olympische medaille voor de 4×400 wordt al wat lastiger, maar is zeker mogelijk. Zelfde verhaal voor hun slotloper Alexander Doom. Laten we hopen dat ook hij heel blijft. De anderen moeten gaan voor finales en dan maar lopen/sprinten/springen/gooien en kijken waar het schip strandt, zoals die Jochem Vermeulen op de 1.500 meter.

Cédric Van Branteghem, tegenwoordig CEO van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), werd als voormalig 400 meterloper gevraagd naar commentaar bij de prestatie van Doom. “Hij heeft de code van de 400 meter gekraakt”, zei Van Branteghem, waarmee hij bedoelde dat Doom de baanronde in zijn benen, armen, lichaam en hersenen heeft opgeslagen. Vierhonderd meter hardlopen met een gemiddelde van meer dan 32 kilometer per uur, met zeven in je nek hijgende windhonden die jou als konijn zien, dat vereist beheersing, meesterschap en vooral mentale sterkte.

Het goud van Doom was, samen met dat van Thiam, de knapste prestatie ooit van een Belgische atleet op een recent EK atletiek. Het verheugende aan Rome 2024 is dat die twee niet langer alleen staan. Als Doom de code van de 400 meter heeft gekraakt, dan kent een deel van de Belgische topatleten alvast de code van het presteren.

De medaille van de 4×400 bij de vrouwen belooft niks voor de Spelen van Parijs, echt niks, maar je kunt er wel een prestatiecultuur op bouwen. Net zoals die groeide bij de aflossingsploeg van de mannen kan dat nu ook bij de vrouwen. Dit moet je vasthouden, voeden met nieuw talent en niet laten doodbloeden zoals de 4×100 vrouwen van Peking.

Een beetje haaks op dat nieuwe besef dat die anderen ook maar twee armen en twee benen hebben, en dat je vooral bij jezelf te rade moet gaan, stond het geklaag van Thomas Van der Plaetsen over het rankingsysteem in de tienkamp. Hij scoorde 8.084 punten en werd elfde. Dan kun je alleen maar vaststellen dat hier het verhaal eindigt.

Van der Plaetsen (31ste op de wereldranglijst) verbaasde zich er ook over dat er niet langer 32 maar nog slechts 24 olympische startbewijzen zijn. Ze mogen dan de goden van het stadion zijn, twee keer 24 meerkampers is veel te veel volk voor de atletiekhemel.

Twaalf goden en twaalf godinnen zouden ruimschoots volstaan voor een discipline die in tijden van hyperspecialisatie door de grote sportsystemen niet meer voor vol wordt aangezien. Zelfs World Athletics wil er niet meer aan. In de plannen voor een Ultimate Championship, waar meer geld dan ooit te vangen valt, is van meerkamp geen sprake.

Column Kevin De Bruyne in De Morgen van maandag 10 juni 2024

Kevin De Bruyne

Hij stond dit weekend op de cover van L’Équipe Magazine. Wie nu denkt ‘et alors?’ weet niet waar de klepel hangt op planeet sport. De cover van ‘Le Mag’ is in de regel voorbehouden voor Fransen, en als er geen Fransen meer zijn voor wereldsterren uit wereldsporten.

Gravend in het geheugen staat mij bij dat eerder drie Belgen in de sport deze eer te beurt is gevallen. Ik denk aan Eddy Merckx, Nafi Thiam en uiteraard – noblesse oblige met L’Équipe als organisator van de Tour de France en andere grote wedstrijden – Remco Evenepoel. Hoewel, ik ben zeker van een verhaal maar niet zeker van de cover, behalve dan bij Merckx.

Soit, in het blad staan is al heel wat, de cover sieren in het laatste nummer voor aanvang van een Europees kampioenschap voetbal met Frankrijk als een grote favoriet is de ultieme consecratie. Het verhaal van acht pagina’s binnenin is overigens één grote lofdicht op Kevin De Bruyne.

Dat De Bruyne niet alleen big in the UK maar evengoed grand en France is, getuigt de uitspraak van zijn naam bij voetbalwedstrijden op de Franse zenders. Ooit was dat De Brwien, vandaag is dat De Bruineuh en dat lijkt er al heel wat beter op.

De kop van het De Bruyne-verhaal is: ‘Un géant parmi les siens’. Vertaald: een reus onder de zijnen. Goed gevonden, zonder meer. De reporter had verkozen naar Drongen af te reizen en zo staat het ook in het blad, als Drongen. Alsof hij het eerst over London zou hebben en pas later in het verhaal over Londres, verschijnt de oude Franse naam Tronchiennes pas op de derde pagina. Nóg meer eer.

En dan die laatste zin in de inleiding: “Il n’y a pas plus humble que lui sur la planète foot.” Niemand bescheidener dan hij op de planeet voetbal. Dat klinkt mooi, maar zoals veel in het leven is dat niet altijd en helemaal waar.

Natuurlijk, humble of bescheiden is hij in de betekenis van niet willen opvallen. Wat een contrast met het verhaal na hem in dat nummer. Dat gaat over de Franse internationals en hoe ze zich op en top gestyled door hun stilisten hadden aanboden bij het EK-trainingskamp in Clairefontaine in outfits waarmee alleen voetballers (of NBA-spelers van wie ze kopiëren) op straat durven te komen.

KDB liep vorige week in zijn korte broek en sweater op sportschoenen (tot en met de sokken alles neutraal grijs) op de veldjes van KVE Drongen rond en ging zo later op de foto met de winnende U15 van Manchester City. Niet zeker of hij dat ook met de andere finalist had gedaan als die had gewonnen, want dat was toevallig zijn eerste grote club KAA Gent die hij de rug toekeerde.

Nog een overigens: het verhaal gaat óver Kevin De Bruyne, het is niet eens een interview. Twee quotes van de middenvelder, op acht pagina’s, en voor de rest pa De Bruyne, ma De Bruyne, jeugdkennissen en organisatoren van de KDB Cup die over Kevin De Bruyne praten. Hoofdverhaal én cover, faut le faire.

Daarom zou het zo verschrikkelijk jammer zijn, zo vreselijk tekortdoen aan zijn imago van oervoetballer en bescheiden medemens, als hij deze zomer, of de volgende als hij einde contract is, zou kiezen voor Saudi-Arabië.

Daarom: niet doen, Kevin De Bruyne. Wees grootser dan dat. Een tip: lees eens wat over dat land, over de gebruiken aldaar, het religieuze fanatisme, de dictatuur, de maatschappij, de beperkte bewegingsvrijheid.

Oké, dochter Suri zal nog maar vier of vijf zijn als ze daar landt, en hoewel je al abaja-sets kunt kopen voor kleuters is het nog geen verplichting. Afgezien daarvan, denk twee keer na, drie mag ook. Oké, Jeddah schijnt mooi te zijn. Medina mag je als buitenlander sinds kort bezoeken, ook mooi. En dan is er nog de natuur van Al-‘Ula natuurlijk en Hegra dat daar in de buurt ligt. Vervolgens Riyad, Al-Diriyah en de stranden als je tenminste het geluk hebt dat de staatskas van Mohammad bin Salman je ergens bij een team in de buurt van de Rode of de Arabisch Zee posteert.

En dan dat voetbal. Die tijdstippen waarop wordt getraind. Dat leven in die luxegevangenis van die compound. Je vrouw Michèle ziet een exotisch avontuur wel zitten? Weet dat niet alleen niks juist is aan Saudi-Arabië, maar ook niks exotisch.

Een suggestie. Jullie zijn getrouwd in Sorrento. Hulde voor die keuze. Doe eens gek en ga bij Napels voetballen. Die kunnen je geen 75 miljoen euro per seizoen betalen, dat niet, maar wil jij niet heel graag geliefd zijn? Welnu, sinds ‘Ciro’ Mertens dragen ze daar alle Belgen op handen, laatst nog gemerkt. Sono belga was goed voor gratis limoncello. Voor jou zal dat iets meer zijn.

Column Witte mannen kunnen niet springen in De Morgen van zaterdag 8 juni 2024

Witte mannen kunnen niet springen

Celtics prevail in game 1 romp. Vertaald: Celtics te sterk in stoeipartij in eerste wedstrijd. Of zoiets.

We hebben het over de NBA-finales die donderdagnacht zijn begonnen in Boston en zondag hun vervolg kennen met een tweede wedstrijd in Boston. Waarna het circus voor twee wedstrijden naar Dallas verhuist en als het dan nog niet gedaan is (met Dallas) terug naar Boston, weer naar Dallas en finaal game 7 in Boston.

Even terzijde. Als u ooit in een opwelling van enthousiasme na het lezen van deze werv(el)ende column naar de site van de NBA zou surfen, een aanrader, weet dan dat die gekke Amerikanen het bezoekende team eerst vermelden. Dallas @ Boston 89-107 betekent gewoon dat Dallas een pakje slaag kreeg in de Boston TD Garden.

Jammer dat het hier nog niet is voorspeld, maar wellicht maakt Dallas Mavericks geen kans tegen Boston Celtics. Boston heeft in de conference finals tegen Indiana niet te best verdedigd, maar dat hoefde niet. Als de Celtics het willen, kunnen ze een tegenstander vastzetten en vooral hun sleutelspelers uit de wedstrijd houden.

Dat is precies wat donderdag is gebeurd met de in deze play-offs tot nog toe schitterende Kyrie Irving, die 6 op 19 gooide en 0 op 5 van achter de driepuntlijn. Daardoor kwam al het gewicht eens te meer terecht op Luka Doncic, en aan zijn 46 procent gewone doelpogingen, 33 procent driepunters en uiteindelijk toch nog dertig punten hadden de Mavs niet voldoende. Nog een statistiek: Irving 3 assists, Doncic maar 1; Boston 23 assists, Dallas 9.

Dallas Mavericks is een raar team. Je kunt ervan houden en je kunt het haten. Niet alleen omwille van coronawappie Irving, die in 2021 en 2022 weigerde zich te laten vaccineren en ook niet weet of de aarde plat dan wel rond is maar die namens Pepsi evengoed de hoofdrol speelt in de hilarische Uncle Drew-filmpjes.

Ook heb je de hoofdaandeelhouder. Dokter Miriam Adelson is een grote Donald Trump-supporter en fanatieke aanhanger van de Israëlische oorlog tegen Gaza en Hamas. Neen, dan waren de Mavs toch iets meer een out-of-the-boxfenomeen toen libertariër Mark Cuban (nu voor 24 procent eigenaar) nog het hele team bezat.

Onder Cuban koos Dallas destijds voor Dirk Nowitzki, de Duitser die hen in 2011 kampioen maakte. Sindsdien is ‘Durk’ een godheid in en rond Dallas. Doncic moet zijn opvolger worden. ‘Loeka’ wordt beschouwd als een genie, zijn bijnaam is Magic. Als je weet dat de vorige Magic in de NBA ene Earvin ‘Magic’ Johnson was, dan weet je het wel hoe hoog Luka Magic staat aangeschreven.

Nogmaals, het zal niet volstaan voor zijn eerste ring. De Celtics zullen dat niet laten gebeuren. Het traditieteam uit het oosten vindt dat het meer recht heeft op een kampioenschapsring dan de Mavs. Die hebben één titel, de Celtics zeventien. Als mederecordhouder samen met Los Angeles Lakers en na twee verloren finales in 2010 en 2022 wordt het hoog tijd dat ze alleen de rangschikking aanvoeren.

Dan is er nog een dingetje. Basketbal is de meest ‘zwarte’ van de grote Amerikaanse sporten. Alleen is het aandeel Afro-Amerikanen van 77 procent in 2010 gezakt naar 70 procent vorig jaar. Hoewel die perceptie bestaat, zijn niet meer Europeanen actief maar is de aandacht voor de overzeese spelers (Jokic, Doncic, Sabonis, Markkanen, Vucevic, Wagner, Porzingis) wel toegenomen. Volgens de zwarte Amerikaan is die buiten proportie.

Victor Wembanyama, Rudy Gobert en Giannis Antetokounmpo zijn de andere Europese sterspelers, maar zij krijgen dispensatie omdat ze Afrikaanse roots en dezelfde huidskleur hebben.

Wat ook steekt: al zes jaar op rij is een niet-Amerikaan verkozen tot beste van de competitie, of most valuable player. Drie keer was dat de Serviër Nikola Jokic van Denver Nuggets, ook dit seizoen overigens. Een bleke blanke, randje lompe Europeaan. En dat in een sport waarin atletisch vermogen een essentieel onderdeel is van de sport en de boutade white men can’t jump als hét credo gold.

Doncic blinkt ook niet uit in sprongkracht. Hij weegt ongeveer tien kilogram te zwaar en sjokt over het veld, maar zijn balbehandeling is ongeëvenaard, evenals zijn inzicht in het spel. Hij is de Europese kopie van Magic Johnson in zijn betere jaren, een dubbele meter die als metronoom de ploeg dirigeert.

Tot donderdag. De meeste analisten vonden de terugkeer uit blessure van Kristaps Porzingis de bepalende factor voor de zege van de Celtics. Dat is een Let van 2,18 meter. Witter dan wit en randje lomp, jawel. Commentaar van zijn zwarte teamgenoot Jrue Holiday: “Zelfs onze blanke spelers verdedigen.”

Column Bosman II in De Morgen van maandag 3 juni 2024

Bosman II

De prijslijst van de honderd duurste voetballers is vorige week verschenen. Althans deze opgesteld door CIES Football Observatory, een studiecentrum verbonden aan de universiteit van Neuchâtel. De prijslijst – dus wat de speler waard is, niet wat hij effectief zal kosten – is gebaseerd op data van 5.500 betaalde transfers.

Op één, met grote voorsprong, staat Jude Bellingham van Real Madrid. De 20-jarige Engelsman van Real Madrid is 280 miljoen euro waard. Als hij al te koop zou zijn. Wellicht vraagt Real nog meer.

Geven we even de top vijf verder: Erling Haaland (255 miljoen), Vinicius Junior (241 miljoen), Rodrygo (221 miljoen) en Phil Foden (204 miljoen).

Opvallend: drie spelers in de top vijf spelen bij Real Madrid, de twee andere bij Manchester City, dat op zeven met Julian Alvarez (168 miljoen) net als de Spaanse landskampioen drie spelers in de top tien heeft. Ook Arsenal heeft er twee met Bukayo Saka (195 miljoen) en Martin Ødegaard (136 miljoen). En als u dan nog weet dat Lamine Yamal van FC Barcelona op acht 141 miljoen waard is, dan hebt u meteen de top tien gehad.

De eerste speler in de top honderd die niet in Engeland, Duitsland, Spanje of Frankrijk speelt, is de 20-jarige Antonio Silva van Benfica op plaats dertig. Een plaatsje lager staat de eerste speler uit de Italiaanse Serie A, Rafael Leao, ook een Portugees. In die top dertig ook maar één speler uit de Franse Ligue 1, Warren Zaïre-Emery, en maar drie uit de Bundesliga. Engeland en Spanje spannen de kroon.

En de Belgen in die prijslijst?

Loïs Openda van RB Leipzig staat het hoogst, op plaats 32 en zou 101 miljoen waard zijn. Tien plaatsen lager staat Jeremy Doku (Man City), een koopje van 94 miljoen. De derde en laatste Belg is Johan Bakayoko van PSV Eindhoven op plaats 97 (65 miljoen euro).

Nederland heeft overigens vijf spelers in die top honderd, tegenover drie voor België. Nog opvallend: slechts vijf clubs met acht spelers in die top honderd komen niet uit in een van de vijf grote voetcompetities. Daar heeft Nederland er ook nog twee van met Jarrel Hato van Ajax en onze Bakayoko. België heeft er geen. De grootste talenten worden in dit land al op heel jonge leeftijd weggehaald bij de moederclub en verhuizen (te) snel naar een van de grote voetballanden. De allergrootste talenten vinden uiteindelijk hun weg naar de allergrootste clubs, dat is de natuurlijke gang van zaken in de voetbaljungle. De volgende grote transfer wordt Endrick Felipe van Palmeiras, een jonge aanvaller van 17 en de enige van de top honderd die nog niet in Europa speelt. Hij zou nu al 92 miljoen waard zijn.

Laten we wel wezen, deze koehandel met mensen in de vorm van een betaalde transfer is een regelrechte schande. Voetbal is de enige sport die mensen verkoopt. Als daar kritiek op komt, is het antwoord steevast: dat is nu eenmaal ons economisch model en daar willen we niks aan veranderen.

Of nog: de betaalde transfer afschaffen en vervangen door vrije, kosteloze spelersovergangen zou het fundament onder de voetbaleconomie onderuithalen. Meer in het bijzonder de clubs uit kleinere voetballanden (waaronder ook België) die mikken op een positieve transferbalans (duurder verkopen dan inkopen) zouden daar erg onder lijden.

Zonder transfergeld zou hun tweede belangrijkste geldstroom (na de televisierechten) opdrogen.

Sporteconomen hebben van die argumenten brandhout gemaakt en bewezen eerder al dat de betaalde transfer geen positief effect heeft op de balansen van de kleinere clubs en ook geen herverdelend effect op het talent. Ook de omloopsnelheid van het voetballend personeel zal niet toenemen. Het is precies de betaalde transfer die sommige netto-verkopers onder de clubs herleidt tot duiventillen. Ten slotte zijn de Amerikaanse economische sportmodellen waarin geen mensen worden verkocht meer waard, en ook winstgevender.

Misschien wordt deze hele discussie iets voor de lessen sportgeschiedenis: “Ooit deden we in het voetbal aan mensenhandel.” In de zaak-Diarra, een Fransman die in 2013 zijn transfer naar Charleroi door de neus geboord zag vanwege de FIFA-reglementering, heeft de eerste advocaat-generaal van het Europees Hof recent in een advies geoordeeld dat de FIFA-transferregels beperkend zijn voor het vrij verkeer van personen en dus in strijd met de Europese regels.

De kans is groot dat het Hof in het najaar het advies van de advocaat-generaal volgt. De zaak-Diarra zou daarmee de allure krijgen van een nieuw Bosman-arrest. De vraag is niet óf de betaalde transfer op de schop gaat, maar wanneer.

Column Belgen aan de zijlijn in De Morgen van zaterdag 1 juni 2024

Belgen aan de zijlijn

Vincent Kompany verhuist naar Beieren nadat Bayern München meer dan 10 miljoen euro op de rekening van Burnley heeft gestort en de trainer en de club er onderling ook zijn uitgekomen. Nooit heeft een Belgische trainer een betere ploeg onder zijn vleugels genomen. De volgende vraag moet je stellen: is Kompany wel een Belgische trainer? En die vraag heeft dan niks te maken met zijn Congolese roots en als gevolg daarvan zijn huidskleur, maar eerder met zijn voetbalfilosofie.

Kompany is niet het archetype van de Belgische trainer, die resultaat altijd vooropstelt. Ook al beweert die het anders – ik wil de bal, ik wil aanvallend voetballen, je hoort niks anders -, de Belg langs de lijn kiest altijd eieren voor zijn geld. Als de nood hem daartoe dwingt, zal hij een busje parkeren en dat mag ook een dubbeldekker XXL zijn.

De Belgische trainer heeft namelijk rekening te houden met de kortzichtigheid van de Belgische clubbestuurders en managers. Die verkopen bijvoorbeeld liever hun talenten vroeger dan later om toch maar zeker te zijn van het geld en zien zich daardoor titels door de neus geboord.

De Belgische clubs kiezen nooit voor het avontuur, altijd voor zekerheid, waarbij het snelle financiële gewin primeert op het sportieve. De enige uitzondering daarop, en dat verdient een applaus(je), is Club Brugge, dat zich door goed beleid kan permitteren om voluit voor de prijzen te gaan zonder de voetbalidentiteit te verloochenen.

Neen, Kompany wordt geen wegbereider voor meer Belgen aan de buitenlandse zijlijnen. De Belgische voetbaltrainer zal niet in het spoor van Kompany worden gevraagd om zijn voetbaldenken te implementeren in de Europese top, zelfs niet de subtop.

Kompany de coach is Kompany de speler: uniek en gehaat of geliefd.

HLN had deze week een overzicht van de Belgische voetbalcoaches in het buitenland. Dat zijn er twaalf, althans volgens HLN. De hoogst genoteerden na Kompany zijn Philippe Clement bij Rangers, de tweede club van Schotland maar geen jota beter dan de Belgische top. Of Maarten Martens bij AZ in Nederland, een club met een voorbeeldopleiding maar ook niks beter dan Club. Peter Maes bij Willem II werd kampioen in de tweede klasse en promoveert.

Voor het overige: tweede Bundesliga voor Karel Geraerts (Schalke 04, als hij daar blijft), eerste klasse in Litouwen, een paar in Luxemburg en tweede klasse in Oostenrijk.

En dan zijn er nog de bondscoaches, Hugo Broos op kop in Zuid-Afrika. De avonturen van Paul Put in Oeganda en Tom Saintfiet op de Filipijnen moet je eerder rangschikken onder sportieve verbanning of toerisme.

Of ik heb erover gekeken, maar HLN vermeldde een dertiende naam niet: Marc Brys als bondscoach van Kameroen. Dat is begrijpelijk, gezien de precaire situatie waarin Brys zich bevindt.

Kameroen is een van de grote Afrikaanse voetballanden. Laten we het anders stellen: Kameroen brengt veel grote talenten voort en is op het Afrikaanse continent in potentie een van de grote voetballanden. Maar als het daar goed gaat, is het als geen ander in staat om het allemaal weer te verknoeien.

Zo wordt het land geleid en zo vergaat het ook zijn voetbal. De laatste twee toernooien (WK en Afrika Cup) gingen behoorlijk de mist in en dus gelastte president Paul Biya zijn minister van Sport om een trainer te zoeken in West-Europa. Aan een Belg hadden ze goeie herinneringen – Broos had hun de Afrika Cup geschonken in 2017 – en dus kwamen ze uit bij Brys.

Als er nog een andere goede reden was om voor Brys te kiezen dan hun gelijkluidende namen en hetzelfde grijswitte kapsel, dan is die toch voorlopig niet gekend. Let wel, Brys is een vakman en een peoplemanager, maar hij heeft een levensgroot probleem: bondsvoorzitter Samuel Eto’o, ex-sterspeler van Chelsea, Real Madrid, Inter Milaan en Barcelona en een ego van hier tot Yaoundé, wilde niet weten van le nouveau sélectionneur. Voor een filmpje over hun discussie eerder deze week moet je bij Sporza zijn.

Eergisteren excuseerde Eto’o zich dan weer. Een inschatting: als het haantje Eto’o niet in de gevangenis vliegt, wordt verbannen of op andere wijze blijvend tot de orde wordt geroepen door de stokoude president-alleenheerser Biya is Brys bij de eerste miskleun van een wedstrijd geen bondscoach van Kameroen meer. Laten we dat vooral hopen. Brys is te veel gentleman en te goed als trainer om mee te spelen in die Afrikaanse draaideurkomedie.

Column Grote Schoenen in De Morgen van maandag 27 mei 2024

Grote Schoenen

Wanneer precies is niet terug te vinden. Het sneeuwde. Waar precies evenmin. Maar het was hoog, ergens in de Dolomieten, dat Rafael Nadal en Roger Federer elkaar niet zo heel lang geleden hebben ontmoet. Tennissen was er niet bij, ze hebben gewoon gepraat. In een dikke jas, gezeten op een dure koffer die eerder al figureerde in een duet van Lionel Messi en Cristiano Ronaldo.

Het sneeuwde, maar contract was contract, en voor geld dansen de beren, dat is bekend. Dus praatten ze terwijl ze ondergesneeuwd werden. Er bestaat een videootje van. Acht minuten nog wel: over hoe het is gegaan, over het afscheid (Federer) en het nakende afscheid (Nadal) en wat hierna nog moet komen.

Maar vooral over kernwaarden. Zo heet ook de campagne: Core Values, door Louis Vuitton. In een van de gemonteerde foto’s zie je hen een bergwandeling maken in retrokledij met een trendy rugzak van dat gelijknamige merk. Even gegoogeld: het was de versie Christopher en die heb je al voor 4.900 euro.

Eerder deze week was Federer in Parijs om een tenniscourtje te openen in 9-3 (spreek uit: neuf-trois), het departement Seine-Saint-Denis, palend aan 75 Parijs. Daar is deze megaster ook weer niet te beroerd voor, om zich tussen het plebs te begeven, zij het dan op vraag van zijn sponsor Uniqlo en ex-prof Yannick Noah.

L’Équipe was erbij en vroeg hem naar zijn prognose voor het grandslamtoernooi Roland Garros, dat gisteren is begonnen. Meer in het bijzonder over de kansen van zijn voormalige rivaal, tegenwoordig vriend, Nadal, die volgende maandag 38 wordt. Federer bleef op de vlakte. “Zijn niveau is het probleem niet, wel de recuperatie op die leeftijd. Maar met telkens een dag tussen de wedstrijden stijgen zijn kansen. Ik zie hem ver komen.”

Toen was de loting evenwel nog niet bekend. Deze middag moet Nadal op het court Philippe Chatrier Alexander Zverev in de ogen kijken. Nadal staat 276ste, Zverev 4de. De winnaar van dat duel moet overigens tegen de winnaar van David Goffin versus de Franse reus Giovanni Mpetshi Perricard (2,03 meter).

Nadal hangt nauwelijks nog met haken en ogen aan elkaar en de kans dat Zverev weer een van zijn non-matches aflevert, is redelijk onbestaand, vooral omdat hij Nadal al heeft geklopt op gravel. Wie het mogelijk laatste optreden van Nadal wil zien op Roland Garros, de grand slam die hem op het lijf was geschreven en die hij dan ook veertien keer won, moet deze middag kijken.

Het hele toernooi lijkt in het teken te staan van de grote, definitieve, niet te vermijden machtswissel. De voorbije negentien edities in Parijs zijn op één na allemaal gewonnen door de grote drie: Nadal (14), Djokovic (3), Federer (1). Alleen Stanislas Wawrinka wist zich daar in 2015 tussen te wurmen door Novak Djokovic te kloppen.

Die Djokovic staat nog steeds nummer één op de wereldranglijst, maar na dit toernooi zou daar voor eens en voor altijd verandering in kunnen komen. De Serviër kampt met blessures, is ook al 37 en is op trage ondergronden niet echt op zijn gemak. Carlos Alcaraz, Alexander Zverez, Stefanos Tstitsipas, Jannik Sinner en Casper Ruud worden door de kenners evenveel of meer kansen toegedicht.

2024 kan het allerlaatste jaar worden van de grote drie, die al sinds 15 september 2022 met het afscheid van Federer waren herleid tot de grote twee. De vraag is dan hoe het verder moet met die sport. Ook zonder die iconen zal er worden getennist op de grand slams, maar het zijn de andere toernooien die zullen zweten eens de publiekstrekkers zijn verdwenen.

Vijftien van de 59 grandslamtoernooien die sinds 2004 werden gespeeld zijn niet door de grote drie gewonnen en die haken nu één na één af. Tegelijk merk je dat tennis binnen de grote sportkosmos aan commerciële aantrekkelijkheid moet inboeten. Jarenlang stonden de grote drie samen in de top twintig van de best verdienende sporters van de planeet. Vanaf 2020 haalde alleen Federer nog de ranking. Met een recordbedrag aan commerciële inkomsten (100 miljoen dollar) stond hij dat jaar zelfs op één. Zijn laatste grand slam won hij in 2018. Zelfs in 2021 (geopereerd), 2022 (revaliderend) en 2023 (al gestopt) bleef hij de enige tennisser onder de topverdieners, alleen al door zijn ongeveer 90 miljoen zogeheten off the field earnings.

In de recentste lijst van Forbes staan geen gepensioneerden en dus geen Federer en dus geen tennisser. Niet in de top tien, niet in de top twintig, maar ook niet meer in de top vijftig. Na het vrouwentennis is het nu de beurt aan het mannentennis om zich opnieuw uit te vinden. Een stap terug lijkt niet te vermijden. De grote schoenen van de grote drie zullen alvast niet worden gevuld door Zverev, Alcaraz of Sinner.

Column Baby Pep in De Morgen van zaterdag 25 mei 2024

Baby Pep

Ineens stond het er: de naam Vincent Kompany op de shortlist die rondging bij Bayern München, dat op zoek was naar een vervanger voor Thomas Tuchel. Scepsis was de reactie.

Een dag later wist de gespecialiseerde pers te melden dat die naam nogal hoog op de shortlist stond, of althans steeds hoger was komen te staan nadat al wie voor hem stond beleefd neen had gezegd tegen de Rekordmeister.

U moet weten dat 2023-’24 een compleet rampseizoen was. Een ramp voor Bayern betekent niet kampioen spelen, ook niet tweede eindigen, maar gewoon plebejisch derde. Geen eerste was geleden van 2012, geen tweede van 2011.

Derhalve waren ze bij Bayern zoekende, maar naar wat of wie? Naar een messias die hen de weg kon wijzen, maar toch niet naar een coach die een keertje kampioen was geworden in de Championship en daarna weer kansloos was gedegradeerd? Toch niet naar een coach die door de Engelse analisten overdreven naïviteit en gebrek aan ervaring werd verweten?

Blijkbaar wel. Eergisteren berichtten de media dat Kompany en Bayern eruit waren, er restte nog de vrijgave (tegen betaling uiteraard) vanwege Burnley.

Deze transfer wekt verbazing. Een team dat sportief geregeld tot de top vier van Europa behoort en commercieel jaar na jaar Europese top is dat kiest voor een trainer die het voorbije seizoen 5 van zijn 38 wedstrijden wist te winnen, van alle ploegen op twee na het minst scoorde en op twee na de meeste goals tegen kreeg, met een degradatie als gevolg.

De meeste waarnemers en analisten van het Engelse voetbal, de pundits genaamd, waren al verwonderd dat Burnley halfweg het seizoen Kompany nog niet op straat had gezet. Verbijsterd waren ze toen bleek dat Kompany onaantastbaar ook volgend seizoen op Turf Moor aan het seizoen zou beginnen. Nu vallen ze helemaal van hun stoel. Anderen moeten het maar opzoeken: de carrièremove van Kompany is op dat niveau wellicht nooit eerder vertoond.

Het zegt alles over de paniek bij Bayern, zo wil de algemene teneur. Dat is Kompany geweld aandoen. Het zegt vooral alles over Kompany en de verwachtingen die deze jonge coach losmaakt.

De Bundesliga is voor Kompany geen onbekende. Voor Manchester City speelde hij bij Hamburger SV. Niet al te vaak, dat dient gezegd, slechts 54 wedstrijden waarvan veel invalbeurten over twee seizoenen.

Deze krant, in de persoon van uw dienaar, is hem daar in Hamburg ooit gaan opzoeken. Hij was toen weer even geblesseerd – ‘de man van glas’ was zijn bijnaam – maar op zijn 21 evengoed de eloquente seigneur die hij nog steeds is. In het salon van zijn hotelsuite lag zijn lectuur ter ontspanning: De geschiedenis van de Israëlisch-Arabische oorlogen, maar dan in het Frans. Daar moet hij nu even niet over beginnen in Duitsland, maar dat zal hij wel weten.

Zijn vertrek uit de Bundesliga, daar waren we ook halvelings bij want dat speelde zich af in de coulissen van de Olympische Spelen van Peking in 2008. Na de groepsfase in het voetbaltoernooi (en een lichte blessure) werd hij geacht terug te keren naar Duitsland, wat hij vertikte. Onder het mom dat hij zijn paspoort was vergeten bleef hij nog even in China, kwestie van zijn zaakwaarnemers de tijd te geven Hamburg te overtuigen dat hij het daar voor bekeken hield. Hij reisde door naar Manchester, de stad van zijn vrouw en de rest is een hele mooie geschiedenis.

Dat vreemde gedoe zal straks allemaal worden opgerakeld, is het niet door de gewone media, dan wel door de krant Bild die zowat kantoor houdt op Bayerns Leistungszentrum aan de Säbener Strasse.

Dat Bayern heet een puinhoop te zijn, geen enkele trainer wilde er zijn vingers aan verbranden. Onthoud wat hierna volgt: als er één dit kan overleven, dan wel Kompany, polyglot met een bovengemiddeld IQ en vooral EQ. Als er één die puinhoop kan opruimen, dan wel Kompany. Noteer: Bayern wordt volgend jaar weer gewoon kampioen en Kompany zal op zijn 39ste zijn eerste echt grote triomf op zijn trainerspalmares kunnen bijschrijven. Revanche nemen op de Bundesliga, in de Bundesliga, wie had ooit gedacht?

Baby Pep wordt een hit. Het voetbal dat Kompany wil spelen, is dat van Pep Guardiola, de trainer die hij heeft ingeslikt. Met Anderlecht lukte dat haast nooit, met Burnley alleen in de Championship. Bij FC Hollywood mag hij met een sterrenensemble aan het werk. Slagen bij Bayern en de weg ligt open voor een terugkeer door de grote poort naar Manchester en alle andere Europese grootheden. Zo zal hij het ongetwijfeld ook aan Carla en de kinderen hebben verkocht.

Column Unscripted drama in De Morgen van dinsdag 21 mei 2024

Unscripted drama

Unscripted drama, dat is de tagline die de beheerders van onze pintjesliga hebben laten verzinnen door LDV United samen met productiehuis AKA De Mensen. Deze campagne verdient prijzen, zo niet alle lof.

Niet LDV United, stichter Harry Demey, noch De Mensen hebben verdienste bij de spanning die nu al twee seizoenen lang tot op de laatste speeldag de Belgische voetbalfan doet nagelbijten. Het competitieformat met die deling van punten na de reguliere competitie is de grote bezieler van het ongeschreven drama. Laten we dat maar behouden zoals het is, maar met minder ploegen.

Club is de grootste tegenstander van hoe de competitie nu is georganiseerd, maar heeft er nu wel het meeste baat bij. Profiteren is een te lelijk woord. De spelers van Club en hun trainersstaf hebben aangetoond dat hun voorzitter en hun supporters raaskallen als ze op dat format afgeven. Club heeft twintig (20!) wedstrijden meer gespeeld dit seizoen dan Anderlecht. Dat heeft hen niet belet om er te staan op het moment dat ze er moesten staan. Presteren in money time, dat is topsport, zo pak je prijzen.

De wedstrijd van zondagavond is langs alle kanten geanalyseerd en men kwam tot de niet geheel verbazende vaststelling dat Anderlecht verdiend had verloren van Club Brugge. Er werd gewezen op de blessures bij Anderlecht, maar die waren er niet toen ze in de heenwedstrijd in Brugge ook werden gedomineerd. Club had ook blessures, bijvoorbeeld Thiago en Skov Olsen, die wel nog inviel maar op twee cilinders niets meer betekende.

De gemene deler in de beoordelingen was wel dat viermansmiddenveld dat Club Brugge had neergezet en waarmee het Anderlecht onder de knoet hield. Alle lof dus voor Nicky Hayen en iemand moet toch eens uitleggen waarom die Hayen aan het eind van het seizoen geen doorstart zou mogen maken als T1.

Dat hij zich twee keer geel liet aansmeren aan het eind en volgende week niet op de bank zit? Och ja, dat leergeld heeft hij dan ook eens betaald. Club mag er vooral geen nieuwe Rik De Mil van maken. Ook die had het verdiend om T1 te worden en nu zit die in Charleroi godbetert.

De statistieken gaven aan dat het een wedstrijd was tussen twee gelijkwaardige teams. Puur op aantal schoten had Anderlecht zelfs het overwicht, maar wie de wedstrijd heeft gezien, weet dat statistieken niet alles vertellen.

In sporten met lage scores win je wedstrijden door controle te houden over het spel en door het aantal cruciale fouten te beperken. Anderlecht, dat al het hele seizoen wedstrijden had gewonnen die het eigenlijk niet verdiende te winnen, geraakte nu nauwelijks uit de greep. Onderweg beging het een cruciale blunder waarvan het zich niet kon herstellen.

Neem nu de rol van Zeno Debast bij de goal van Dennis Odoi. Verbazingwekkend hoe de media koesteren wie ze hebben gepromoveerd tot sterren of aankomende sterren. Al het hele seizoen is Debast een risicopatiënt achterin, met infiltraties die soms geniaal lijken en andere interventies die dan weer kinderlijk mislukken.

Debast moet nog veel boterhammen eten en het valt nog te bezien of die hem in Portugal overeind zullen houden. Voorlopig lijkt hij een van die Belgische talenten die veel te vroeg zullen vertrekken. Bon, die Debast trapte gewoon naast de bal en daar viel de enige goal van de wedstrijd uit. Verdien je dan een zes of zelfs maar een vijf? Neen, dat is een drie of een vier waard.

Maar goed, Debast is een international, zal straks op het EK bij de Rode Duivels achterin staan naast die andere risicopatiënt Jan Vertonghen en dus werk je die als media best niet te veel op de zenuwen, ook al omdat je misschien nog een interviewaanvraag hebt lopen. Of hoe de pest van de quotezakkerij correcte journalistiek verhindert.

Met Brian Riemer hebben de media niets en die krijgt wel de volle laag. Riemer heeft alles van een blaaskaak en dat maakt hem als voetbalcoach allesbehalve uniek. Het probleem met Riemer is niet zijn arrogantie en zijn show, maar sinds zondag zijn onvermogen om voor die ene cruciale wedstrijd zijn team en zijn key players met de juiste intensiteit in het veld te sturen.

Dat hij er vervolgens een hele wedstrijd niet in slaagt om de controle te verkrijgen in het eigen stadion, kolkender haast dan Jan Breydel, dat moet de bazen zorgen baren. Daar is het probleem dan weer dat zijn rechtstreekse sportieve baas ook een Deen is, net als enkele bepalende spelers die niet thuis gaven. Denen vinden zichzelf een beetje superieur en zijn vooral erg goed in zelfzorg. Anderlecht is nog niet helemaal waar het wil zijn, zoveel is duidelijk.

Column Manchester City in De Morgen van zaterdag 18 mei 2024

Manchester City

Zou het nog mis kunnen gaan voor Manchester City met die achtste titel in zestien jaar eigenaarschap van Abu Dhabi? Een week later kan City de dubbel pakken als het in de FA Cup-finale (op 25 mei) stadsgenoot en aartsrivaal Manchester United klopt. En dan was/is er nog dat derde front waar Manchester City meer dan alle zeilen moet bijzetten.

De club moet zich bij de Premier League verantwoorden voor 115 financiële inbreuken. Een straf ontlopen wordt lastig. Van een simpele boete over puntenaftrek, of verlies van titels en prijzen, tot zelfs verbanning uit de Premier League, het kan allemaal.

Zeg Football Leaks u nog iets? Een van de onthullingen betrof Manchester City en Paris Saint-Germain. Hacker Rui Pinto toonde met documenten haarfijn aan hoe die twee clubs de financiële regels van de Europese voetbalbond UEFA meermaals bewust hadden overtreden, hoewel ze daar in 2014 al voor waren veroordeeld.

Tja, die UEFA. Daar zijn er meer dan een paar op hun honger blijven zitten. Vooral zij dan die in 2020 dachten een ijzersterk dossier te hebben tegen het Manchester City van sjeik Mansour bin Zayed al Nahyan, naast eigenaar ook lid van de koninklijke familie van Abu Dhabi.

Van bij zijn aantreden pompte hij sloten vol geld in de ploeg. Succes volgde snel. In 2012 werd City voor het eerst sinds 1968 kampioen en daarna volgen nog zes titels in tien seizoenen.

Na de onthullingen in Der Spiegel opende de UEFA een onderzoek via haar IC of investigative chamber, toen nog onder leiding van de voormalige Belgische eerste minister Yves Leterme.

De conclusie van de UEFA loog er niet om: tussen 2012 en 2016 had de club in de jaarrekeningen de inkomsten ten belope van ongeveer 240 miljoen euro overschat. Opblazen van de inkomsten en onderschatten van de kosten, dat was wat City jaar na jaar had gedaan om de regels van de Financial Fair Play van de UEFA te omzeilen. Die regels uit 2009 bepaalden dat een club maar 30 miljoen euro schulden mocht maken over drie seizoenen. City zat daar ver boven.

De straf die de UEFA vroeg, was het klassieke tarief voor zo’n vergrijp, verzwaard door een manifeste weigering van City om mee te werken aan het onderzoek: drie jaar uitsluiting van Europese competities en 30 miljoen euro boete.

Vijf maanden later gebeurde er iets waarmee de onderzoekers geen rekening hadden gehouden en waarop onder meer Leterme is afgeknapt. Manchester City was tegen de straf in beroep gegaan bij het Hof van Arbitrage voor Sport (TAS) in Lausanne. Toen de UEFA voor het TAS de kans kreeg om meer onderzoek te voeren en meer materiaal boven te spitten, werd dat aanbod door de advocaten van de voetbalkoepel afgeslagen.

Dat vervolgens City twee van de rechters van het driekoppige arbitragetribunaal mocht aanduiden, zonder protest van de tegenpartij, deed intern bij de UEFA heel wat wenkbrauwen fronsen.

Dat hun vorige baas Gianni Infantino (secretaris-generaal van de UEFA tot 2016 en sindsdien FIFA-voorzitter) in 2014 Manchester City en Paris Saint-Germain – toen ook al omwille van financieel bedrog – vrijuit liet gaan met een spreekwoordelijke tik op de vingers, daar schrok niemand van.

Het was een ferme tegenvaller toen bleek dat ook zijn opvolgers Aleksander Ceferin (voorzitter) en Theodore Theodoridis (secretaris-generaal) de kool en de geit wilden sparen. Uiteindelijk zou City bij het TAS vrijuit gaan omdat in de UEFA-statuten sprake was van een verjaringstermijn van vijf jaar.

City vierde de vrijspraak met opgestoken middenvinger, maar bij de Premier League gingen ze in stilte aan het werk en verzamelden alle bezwarend materiaal waar ze bij het TAS de hand op konden leggen. Niemand die zich toen realiseerde dat bij de Premier League geen verjaringstermijn stond op financiële inbreuken.

Op 6 februari van vorig jaar stuurde de Premier League dan het bericht naar buiten dat ze een 115- voudige aanklacht had tegen Manchester City voor financieel wanbeheer, bedrog, illegaal boekhouden, tegenwerking en agressie. De Premier League heeft geduld en werkt aan een juridisch waterdicht dossier. Begin 2025 wordt het verdict verwacht.

Twee recente precedenten – puntenaftrek voor Everton (6+2) en Nottingham (4) – laten uitschijnen dat het financiële bedrog van Manchester City veel zwaarder zal worden gestraft. Niet alleen omdat het over veel grotere sommen gaat en het sportieve resultaat veel meer is beïnvloed, maar vooral omwille van de grenzeloze arrogantie van de club. City heeft laten weten dat het elke veroordeling als een oorlogsverklaring zal opvatten.