Column FCB Olé, Olé in De Morgen van zaterdag 2 maart 2024

FCB Olé, Olé

Het filmpje duurt maar 22 seconden. Lang genoeg om je geloof te verliezen in dat deel van de mensheid dat zich wekelijks achter een voetbalgoal schor schreeuwt in een donkere jas, desgevallend met bivakmuts.

Het filmpje is te vinden onder de kop ‘Spelers en coach Club moeten zich verantwoorden na nederlaag’. Het begint met de spelers van Club die zopas met 2-0 hebben verloren en vooral dat tweede doelpunt is hard aangekomen.

Het is de vijfde keer in een maand dat ze in blessuretijd een doelpunt slikken en deze opdoffer betekent geen bekerfinale in mei. Vorig weekend werd al in extremis de thuiswedstrijd tegen Anderlecht verloren, waardoor ook de landstitel buiten bereik is.

Het filmpje begint met spelers die na de wedstrijd richting de uit-tribune van het Dudenpark slenteren. Veel zin hebben ze er niet in want ze weten wat er komt, nadat ze drie dagen eerder al door de eigen achterban zijn uitgescholden.

Volgend beeld: drie mannen van middelbare leeftijd werken hun haat en nijd uit op hun helden, wellicht omdat ze door die twee nederlagen hun bruto familiaal voetbalgeluk voor het volgende half jaar doorgespoeld zagen.

De eerste speler in beeld is Simon Mignolet. Ondanks zijn gehavende hamstring kiest hij er toch voor om spitsroeden te lopen, maar de plotse existentiële twijfel over het nut van zijn voetbalbestaan spat van het scherm af. Hans Vanaken dan. De kapitein gaat voorop in de zelfkastijding, niet van harte. Vervolgens zien we trainer Ronny Deila. Zijn blik is hol. Even geen blauw-zwart meer, maar de witte leegte van de Hardangervidda voor hem alstublieft.

Tientallen medestanders van de drie scheldende fans zochten na de wedstrijd boel met de Brusselse politie, uitgerekend nadat die een dag eerder die andere boeren op hun dak hadden gekregen. Nog een ander deel van de harde kern reed meteen door naar het trainingscentrum in Westkapelle om daar de spelers op het matje te roepen. Weeral ‘mochten’ Vanaken en Mignolet ‘het gesprek’ aangaan.

Neen, van ‘FCB olé, olé’ was geen sprake de voorbije week. De Brugse timing zat niet goed. Uitgerekend tussen die twee cruciale verliespartijen, met die tweede uitslag op dat moment nog niet gekend, gaf de nieuwe CEO Bob Madou zijn eerste interview.

In één krant luidde de laatste vraag aan Madou of hij dacht dat hij met zijn antwoorden de supporters had gerustgesteld. Hij draaide wat rond de pot zoals in het hele interview en zijn laatste zin was: “Dat is waarom we hen (de fans) respecteren. En waarom Union zo belangrijk wordt.” Van een valse start gesproken.

Over Madou (voorlopig) hier geen kwaad woord meer. Dat was in een ander leven anders. In 2009 wilde hij Vlaams topsportmanager te worden, maar hij woog te licht. Kort daarna kwam hij terecht bij de voetbalbond, waar hij voorbeeldig werk leverde. Daarna volgde iets op de VRT en in 2018 ging hij fulltime bij FCB werken.

Neen, het interview met Madou zal de de Brugse harde kern niet hebben gerustgesteld, maar het was anderzijds erg lezenswaardig. Vooral de passage over de televisierechten en hoe Club bezwaar had aangetekend tegen de collectieve verkoop sprong in het oog. Club denkt dat het “samen met een paar anderen” een groter deel van de mediakoek verdient.

Madou verwees naar de Premier League, waar de minst betoelaagde club nog 100 miljoen euro kreeg. Dat klopt niet want het is 128 miljoen, en hij weet blijkbaar ook niet dat dit enorme bedrag juist bij de gratie van de grote clubs tot stand is gekomen.

In de Premier League van 2003 kreeg het nummer één 150 procent meer tv-rechten dan het nummer laatst. Twintig jaar later bedraagt het verschil tussen het nummer één en het nummer twintig slechts 35 procent. Alle stijgingen van de tv-rechten zijn in de Premier League juist aangewend om de hele competitie sterker te maken en de kleine clubs meer te geven dan de grote.

In het Belgische profvoetbal ging het precies andersom. Tien jaar geleden verdiende het Belgische nummer één in de tv-rechtenafrekening 3,7 keer meer dan het nummer zestien. Voor de jaargang 2021-’22 was dat tien keer meer. De Jupiler Pro League is de enige competitie die de laatste jaren minder solidair werd.

Dat een grote club meer bijdraagt aan het voetbal dan pakweg een kleintje is in een samenwerkingsverband als een nationale sportcompetitie naast de kwestie. Evengoed kost die grote veel meer. Club Brugge heeft thuis en uit steeds hele pelotons politie nodig om voetbal-een-feest niet te laten ontaarden in een slachtpartij als er een keer te veel wordt verloren. Misschien moeten we ook die maatschappelijke kosten in rekening brengen.

Column Guerillavoetbal in De Morgen van maandag 26 februari 2024

Guerillavoetbal

Nog even terug naar Extra Time van vorige maandag. Naar dat programma wordt steeds minder gekeken en dat is doodzonde. Er valt altijd wel iets te leren van die voetbaldieren, zeker voor een generalist als ondergetekende. Of iets om je aan te ergeren, maar dat hoort bij het vak en het voetbalspel.

Vorige week was Hannes Van der Bruggen van Cercle Brugge te gast. Voor velen uit het Gentse is hij voor eeuwig de jonge, pas 21 geworden Hannes Van der Bruggen van de kampioenenploeg van 2014-2015. Hij kwam de laatste twintig minuten van de kampioenenwedstrijd tegen Standard in het veld voor Moses Simon en hielp zo mee de 2-0 en de titel over de streep te trekken.

Helemaal terecht dat ze bij Extra Time nog eens benadrukten dat hij dat seizoen vijftien keer in de basis stond en negen keer inviel als defensieve middenvelder. Bijna tien jaar later (op 1 april wordt hij 31) is Van der Bruggen nog steeds dezelfde. Spreekt met twee woorden keurig Nederlands, eet met mes en vork, heeft geen tatoeages, voor zover zichtbaar althans. De ideale schoonzoon, ware het niet dat hij al in een relatie zit, zoals valt af te leiden van zijn WhatsApp-account. Op die profielfoto geen Dubai, geen D&G, geen Porsche, maar een jonge man en een jonge vrouw blij fietsend langs een Vlaams aardappelveld. Meer down-to-earth kan niet.

Als jonge gast plooide hij zich dubbel voor de ploeg. Als oudere, ervaren kracht is dat niet anders. Hij loopt gaten dicht, stuurt aan, is het verlengstuk van de coach op het veld. Bij Gent werd hij in de winter van 2017 naar de uitgang geduwd richting Kortrijk. Officieel gratis, maar in de realiteit diende hij als pasmunt voor Birger Verstraete en Samuel Gigot die de omgekeerde beweging maakten.

Toen hij twee weken geleden bij de hold-up van Cercle (met tien, 1-2 gewonnen bij Gent) werd vervangen, ging hij met een gerust gemoed van het veld langs de kant van de Gentse harde kern. De frustratie zat daar al eventjes boven het kookpunt, maar toch eerden ze hem met een applaus en hij bedankte beleefd.

Het ging in Extra Time uiteraard over het lichtjes aparte spel van Cercle. Analist-trainer Arnar Vidarsson hield niet van het verticale, directe voetbal, van de vele duels en het gebikkel. Vreemd, want de voetballer Vidarsson, zelf ex-Cercle, had wel in dat guerrillavoetbal van Miron Muslic gepast. Die directheid en verticaliteit – voetbal is geen schoonheidswedstrijd, zegt Muslic – is geen fabeltje. Ze is terug te zien in de statistieken. Gemiddeld passen de guerrillero’s van Muslic 335 keer per wedstrijd een bal. Club Brugge haalt de helft meer passes en Antwerp komt zelfs aan 565, 70 procent meer. De passnauwkeurigheid van Cercle ligt 20 procent lager dan Gent of Club Brugge, waartegen het twee keer won en twee keer gelijkspeelde.

De IJslander had een statistiek uitgevlooid: het aantal minuten effectieve speeltijd in de wedstrijden van Cercle. Gemiddeld 49 minuten van de 90, af en toe zelfs 100 beschikbare minuten, rolt de bal als de groen-zwarte vereniging tussen de lijnen staat. Bij Club Brugge is dat 56 minuten, en het gemiddelde in de Jupiler Pro League is 53 minuten.

Tot voor dit weekend beging Cercle van de acht ploegen die in aanmerking komen voor de Champions’ play-offs de meeste overtredingen: 347. Wie komt in de buurt van Cercle? Union, ook een team dat van direct spel leeft: 330. Cercle scoort ook erg hoog in de rubriek ondergane overtredingen: 311 keer is in zijn voordeel het spel stilgelegd.

Resultaat: in de 26 wedstrijden die Cercle tot dit weekend speelde, lag het spel 658 keer stil, of 25,3 keer per wedstrijd, terwijl het gemiddelde voor 1A op 22,9 ligt. De topploeg waarbij het spel het minst vaak stil lag? Antwerp: 19,8 keer per wedstrijd. Idem in het vorige seizoen, het kampioenenjaar, toen Antwerp nog eens het fairplayklassement (minste gele en rode kaarten) won.

Cercle zal dat klassement niet winnen en Hannes Van der Bruggen al helemaal niet. De ideale schoonzoon pakte in 2022-23 vier gele kaarten, dit seizoen zit hij aan negen. Zijn vereniging heeft al 55 gele kaarten. Ook hier staat Union dicht bij Cercle, met 57 kaarten. Twee ploegen met een herkenbaar systeem, met inwisselbare spelers, die het gevaar neutraliseren op de helft van de tegenstander.

Geen ploeg in België begaat meer fouten dan Cercle en toch heeft het dit seizoen nog nooit een strafschop tegen gekregen. Rode kaarten? Amper twee. Resultaatvoetbal, cynisch voetbal, slim voetbal, welk etiket je er ook opkleeft, Cercle heeft het verheven tot kunst. Dit Cercle Brugge zal nooit kampioen worden, maar als het in de hoogste zes blijft, zal het beslissen wie het wel wordt.

Column One Cycling in De Morgen van zaterdag 24 februari 2024

One Cycling

Laten we positief beginnen: nog nooit in de geschiedenis van het wielrennen heeft een seizoen zich zo spannend aangekondigd als de jaargang 2024. En daar meteen een kritische nood aan toevoegen: desondanks geraakt deze sport internationaal niet uit de marge van de kleine maar fijne nichesporten.

Om dan weer een bocht te maken: wij Belgen voelen ons goed in de niche. In de winter zijn parochianenkoersen in slijm en slijk ons ding, in de lente en zomer mag het iets properder en verder af zijn, en er mogen ook steentjes liggen. Als het maar op den teevee komt, de eigen kerktoren binnen handbereik, dat is de Vlaamse wielerziel.

Daarom neemt niemand, behalve de occasionele Nederlandse fietsfreak, aanstoot aan de slogan ‘De koers is van ons’, die lichtjes pedante en flagrante leugen. Dit weekend worden de eerste twee koersen gereden op Vlaamse bodem en hoewel driekwart van de wereldtop ontbreekt, zal Het Openingsweekend achteraf worden becommentarieerd als betrof het een wereldkampioenschap.

Nooit in de geschiedenis van het wielrennen had deze sport zoveel superatleten om mee uit te pakken. Zelden waren ze ook zo compleet. Wat jammer dat ze elkaar zo weinig tegenkomen als het om de prijzen gaat. De Tour van volgende zomer wordt de uitzondering, maar verder?

Wielrennen heeft een kwantumsprong gemaakt door de trainingswetenschap, maar het neveneffect was hyperspecialisatie. Daardoor kon je al in februari in een onbetekenend rittenwedstrijdje als de Ronde van Algarve zo uitrekenen wie met welk gewicht de laatste helling op moest en waarom die ene met vijftien kilo meer (Wout van Aert) zijn voorsprong niet zou behouden. De organisatoren helpen ook niet. Door hun extreme parcourskeuzes bepalen zij wie kan winnen. Hyperspecialisatie doet de rest. Voor alle sporten is die een zegen geweest, maar net iets minder voor het wielrennen.

Het is doodzonde dat Vingegaard, Roglic, Pogacar, Van Aert, Van der Poel, De Lie (ja ook die), Ayuso, Evenepoel, Pedersen, Mohoric, Ganna, Uijtdebroeks en al die andere superrenners die hier zijn vergeten alleen bij het WK en elke vier jaar bij de Olympische Spelen – als ze daar nog zin in hebben na de Tour – samen aan de start staan.

De eerste pogingen om dat te veranderen dateren van begin deze eeuw en Wouter Vandenhaute was er met zijn Cycling 2020 ooit lovenswaardig dicht bij. Hij had de diepe zakken van investeringsgigant CVC aan boord, maar die haakten af toen ASO van de Tour de France het initiatief boycotte. Later verleende Ackermans-Van Haaren financiële backup, maar de Franse teams stonden op de rem en bleven ASO trouw. Dat komt er nog eens bij: in geen enkele echt grote sport domineert één organisator een heel circuit.

Vijftien jaar later is er One Cycling, aangestuurd door een achttal ploegen – weeral zonder de Fransen, nog steeds omwille van ASO – waarbij vooral Visma-Lease a Bike en Richard Plugge hun nek uitsteken. De ambitie: wielrennen en wielrenners concurrentieel maken voor de Champions League, het golf, American football, het basketbal en de formule 1. Hoe dan? Via een interessante, afgeslankte kalender, met veel prijzengeld waardoor teams geen andere optie hebben dan hun beste renners zo vaak mogelijk in te zetten.

Ambitie tonen is goed, maar hier alvast enkele cijfers. Het American football zet in vier en een halve maand 17,6 miljard euro om. Het basketbal in de VS 9,8 miljard. De Champions League betaalt volgende jaargang 2,4 miljard aan prijzengeld, de totale omzet is nog niet gekend maar ligt om en nabij de 3 miljard.

De verwachtingen zijn dat volgend seizoen het nummer één in het voetbal, Real Madrid wellicht, de kaap van de 1 miljard euro omzet zal overschrijden. Alle achttien World Tour-ploegen samen zijn precies de helft van Real Madrid waard.

One Cycling wil in zee gaan met SRJ (spreek uit: surge) Investment, een Saudisch investeringsfonds met een Australiër aan het roer dat afhangt van het grotere Public Investment Fund en zich richt op nichesporten. Aan het wielerproject zou 250 miljoen euro vasthangen. Dat mag veel lijken, maar de Tour de France alleen al draait 270 miljoen omzet. Voor een beperkte investering in het golf (het LIV-project) en om de bestaande machtsverhoudingen te doorbreken, precies wat het wielrennen nodig heeft, trokken de Saudi’s bijna 2 miljard uit.

Voor de wielrennerij dat glibberige Arabisch pad verder bewandelt, moet ze zich eens afvragen vanaf welk bedrag het de moeite waard is om haar ziel te verkopen aan een van de meest ondemocratische regimes van de planeet. Het wordt alvast kiezen tussen klein maar fijn en (een beetje) groot maar gemeen.

Column over Mbappé in De Morgen van maandag 19 februari 2024

Je te quitte

Het record was drie dagen na elkaar dezelfde sporter op de één van de Franse sportkrant L’Équipe. De voorbije week gebeurde dat vier dagen na elkaar met Kylian Mbappé.

Dinsdag 13 februari: ‘La symphonie des éclairs’, een voorbeschouwing op de Champions Leaguewedstrijd tegen Real Sociedad en een lofzang op het trio Mbappé, Dembélé en Barcola, flitsender dan Messi-Neymar-Mbappé, aldus de krant.

Woensdag 14 februari: dag van de wedstrijd, ‘Mbappé, l’arme anti-Real’. Een jeu de mots zo groot als een huis, wetende dat Mbappé in een geheime vrijage is verwikkeld met Real Madrid.

Donderdag 15 februari: ‘Le débloqueur’. Kylian Mbappé ontwrichtte de stugge Spanjaarden van Sociedad. Het werd 2-0.

Maar dan, vrijdag 16 februari: het charme-offensief van de fanzine van PSG, aldus de andere clubs uit de Ligue 1 over L’Équipe, heeft niet gewerkt. De kop is één en al tristesse: ‘C’est décidé, je te quitte’. De foto: Mbappé, handen in de zij, trekt een pruillip.

Dan binnenin: over Het Vertrek zes pagina’s, onder de noemer: Mbappé vers d’autres cieux. Waarbij cieux het archaïsche meervoud is van ciel. Mbappé naar andere hemelen, toch goed gevonden.

Eergisteren zaterdag 17 februari prijkte zowaar Olympique Lyonnais op de één. Ze hadden gewonnen van Nice, een wedstrijd waarin Fofana en Orban (ex-Gent) van de bank afkwamen.

Binnenin wel een vervolgverhaal op driekwartpagina: ‘Après la déflagration’. Déflagration staat voor plotse, hevige ontploffing. Die kop is fout. Het vertrek van Mbappé is eerder een smeulend vuur zoals dat al een jaar of langer geleden traag begon te branden.

In de zomer van 2022 verlengde Mbappé zijn Parijs verblijf met twee jaar en een jaar met optie. Toen al was duidelijk wat het plan was: twee jaar uitzitten en de optie afwimpelen. Precies wat hij vorige zomer deed: niet zeggen dat bij zou blijven en ook niet zeggen dat hij zou vertrekken. Mbappé (zijn moeder vooral, want zij is zijn makelaar) had zich in een machtspositie gewrongen van waaruit hij rustig de markt kon bekijken en kiezen voor de club die hem het meest kon bieden. Met de nadruk op ‘kon’ want een club moet binnen de huidige Europese financiële spelregels genoeg ruimte hebben om extreme salarissen te mogen aanbieden.

Mbappé staat als speler helemaal boven aan de voedselketen. Hij kiest zijn prooi uit, net als de leeuw, de tijger, de grizzly, de ijsbeer, de orka zo u wil. De prooi heeft niks in te brengen. Mbappé heeft de diepe zakken van Real Madrid gekozen, niet omgekeerd.

Ze zijn dun gezaaid de topspelers die een grote klapper maken zonder dat hun nieuwe club aan de oude moet betalen. Mbappé is 180 miljoen euro waard volgens de in voetballende mensenhandel gespecialiseerde sites en toch gaat hij gratis en voor niks de Parijse deur uit richting Madrid.

Dat hebben Neymar (400 miljoen euro gekost in drie moves) en Cristiano Ronaldo (247 Miljoen euro in vier moves) nooit voor mekaar gekregen. Voor Mbappé is wel al eens 180 miljoen betaald, toen hij van AS Monaco naar PSG ging. Daarom behoort de all time top van de voetbalspelende voedselketen slechts één man toe: Lionel Messi gold tien jaar of langer als de beste speler ter wereld en voor hem is nooit een eurocent betaald.

In Frankrijk zijn ze na deze week een beetje ongerust. Tegelijk met de Mbappé-saga speelde nog een ander vervolgverhaal, misschien minder spannend, maar niet minder belangrijk en de twee verhalen zijn aan elkaar gelieerd.

De televisierechten voor 2024 tot 2029 zijn nu nog steeds niet verkocht. Die van 2019 tot 2023 gingen nog voor 814 miljoen de deur uit, maar Mediapro moest ondanks de aanwezigheid van Neymar, Mbappé en later Messi de betalingen staken. Nu ook de laatste Parijse galactico de deur dichttrekt, dreigt de Ligue 1 weg te zakken in haar financieel moeras van te hoge salarissen (89 procent van de omzet).

De Franse Titanic mag dan wel zinken, het orkest speelt voorlopig lustig verder.

Gisteren zondag 18 februari, L’Équipe. Wéér Mbappé, voor de vijfde keer in zes dagen op de één. Titel: ‘Sur son 21’, een woordspeling van iets met een populair programma op de Franse tv en zijn 21ste doelpunt van het seizoen. Hij was gefrustreerd op de bank begonnen en was in minuut 62 toch in het veld gehaald door Luis Enrique. Een kwartier later zette hij feilloos een strafschop om. Applaus op alle banken volgde, ook die van FC Nantes.

Hij lachte het hele half uur en ook daarna. Kylian Mbappé is begonnen aan zijn afscheidstournee langs de Franse en Europese velden in het shirt van PSG, voor hem sinds vorige week niet langer Prison Saint-Germain.

Column De Verbeterde Mens in De Morgen van zaterdag 17 februari 2024

De verbeterde mens

Van toeval gesproken. Exact in de week dat Marco Pantani is gestorven (twintig jaar geleden dan) was er heel wat te doen over de Enhanced Games, officieel de Verbeterde Spelen voor de verbeterde mens. Officieus: de Dopingspelen.

Eerst even dit, en excuus aan de blindenclub van zijn fans, maar Pantani was niet bepaald een verbeterde mens, eerder een verknoeide mens. Oké, hij was een begenadigd klimmer en hij heeft nog steeds het record van de strafste lange beklimming. Lang als in langer dan twintig minuten, en straf als in veel, heel veel watt per kilogram lichaamsgewicht.

In 1995 reed Pantani, met een flinke dosis epo, l’Alpe d’Huez naar boven in een recordtijd (36:50). Hij scoorde toen 7,5 watt per kilo. Wetend dat de fysiologische grens ergens in de buurt van de 7 watt ligt en liefst niet hoger, op een klim die langer duurt dan twintig minuten, was dit een buitenaardse prestatie.

Om het in perspectief te zetten: 28 jaar later, en niet eens aan het einde van een etappe, reden Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard de Tourmalet naar boven in een recordtijd, maar aan 6,5 watt, 15 procent minder vermogen. Daarmee zouden ze op l’Alpe d’Huez allebei op meer dan een minuut van Pantani zijn geëindigd. Zo fenomenaal, beter nog zo medicinaal was Pantani.

Als hij nog zou leven, dan was ‘Il Pirata’ vast en zeker de posterboy van de Enhanced Games. Bij gebrek aan beter is het die halfgare zwemmer James Magnussen, een Australische subtopper die tien jaar geleden zijn hoogtepunt beleefde maar tot zijn grote frustratie op de Olympische Spelen nooit op het hoogste treetje is geraakt.

Erger nog, toen hij in 2012 in Londen onverwacht de 100 meterfinale verloor van de Amerikaan Nathan Adrian konden heel wat leden van het Australische zwemteam hun lol niet verbergen. Magnussen faalde als speerpunt van de 4×100 vrije slag ook als eerste zwemmer. Londen 2012 werd een drama voor de aussies.

Later zou bekend raken dat onder impuls van de haantjes van de vrije slag, Magnussen voorop, op het Australische trainingskamp in Manchester geregeld Stillnoct-fuiven werden georganiseerd. Sindsdien is deze inslaper, waarvan het hallucinerende effect ook gekend is in het wielrennen, streng verboden in Australische sportmiddens.

Voorgaande om u wat wegwijs te maken over een klojo van inmiddels 32 die toch al meer dan vijf jaar is gestopt. Hij wil op de Verbeterde Spelen (lees: Dopingspelen) het wereldrecord op de 50 meter breken. Uiteraard, nadat hij zich heel oordeelkundig heeft volgestopt met doping.

De Enhanced Games maken wellicht geen kans, al was het maar omdat in de meeste landen openlijk dopinggebruik strafbaar is en bestaande sportlocaties niet geassocieerd willen worden met atleten die aan de pillen, spuiten of wat dan ook hebben gezeten in de hoop om iets te winnen.

Dat is aan de ene kant wat jammer, want Magnussen maakt geen schijn van kans op een record en zo zouden de Enhanced Games ook een signaal kunnen zijn dat doping (in zijn geval anabole steroïden) niet de wondermiddelen zijn waarvoor ze worden versleten.

Voor epo moeten we een slag om de arm houden. Als er nu één doping was die heeft gewerkt en helemaal niet zo schadelijk was als beweerd, dan wel epo. En neen, voor de zoveelste keer, de hartdoden van de jaren tachtig -toen epo nog moest worden uitgevonden – zijn niet het gevolg van epo.

Wie Dopingspelen wil organiseren en nog meer wie eraan wil deelnemen is van het padje af. Vrij gebruik van doping is wel degelijk gevaarlijk. Dopingcontroles zijn misschien ver van perfect, maar ze zetten wel een rem op de excessen. Ongelimiteerd dopinggebruik, zogezegd onder doktersbegeleiding, kan de shortcut zijn naar het crematorium. Daarvoor is sport niet uitgevonden.

Het concept van de verbeterde sportmens die niet aan regeltjes gebonden wil zijn, deed zijn intrede rond de eeuwwisseling als een uitwas van het transhumanisme. De mens is niet begrensd en meer van dan dat soort stellingen vonden toen een gretig publiek. De vrijgave van doping in de sport was de sportieve versie van het transhumanisme.

Anderzijds moeten we wel beseffen dat er iets op ons afkomt waardoor het hele concept van doping en de al of niet illegale verbetering van de mens over afzienbare tijd op de schop gaat. Dat is de gentherapie, die al bestaat voor een aantal defecten en ooit wellicht voor pakweg een verhoogde VO2max zal kunnen zorgen. Als bewezen is dat mensen met een goede uithouding langer en beter leven, kunnen we hen beletten om zich te verbeteren door gentherapie? Met andere woorden: als het zover is, wie zal bepalen waar genezen eindigt en waar verbeteren begint?

Column Team Belgium in De Morgen van maandag 12 februari 2024

Team Belgium

Weet u nog hoe op de vorige Olympische Spelen België ineens een teamsportland werd? Kwartfinale met de basketbalvrouwen, vierde plaats met de 3×3 mannen, goud met het hockey…

Even een administratieve noot tussendoor: aflossingsteams, opgetelde prestaties en dubbels in het tennis zijn geen teamsporten. Dit gaat over de overtreffende trap van sport waarbij chemie en samenspel tussen meer dan twee atleten essentieel zijn.

Vandaag, minder dan zes maanden voor de openingsceremonie van Parijs 2024, heeft Team Belgium alweer drie teams op de Olympische Spelen. En met steile ambities, als we hen mogen geloven.

De Belgian Cats zijn er voor de tweede opeenvolgende keer bij. In zowat de meest mondiale teamsport voor vrouwen is het een hele prestatie om acht jaar lang bij een select kransje van twaalf te horen.

De hockeymannen zijn er voor de vijfde opeenvolgende keer bij. In de kleinste van de teamsporten, dat wel, maar daarom niet minder indrukwekkend. Ze werden negende in Peking in 2008, vijfde vier jaar later in Londen, tweede (zilver) in Rio in 2016. Ten slotte wonnen ze goud in Tokio na een memorabele wedstrijd tegen Australië, beslist door shoot-outs.

De hockeyvrouwen hebben zich voor de tweede keer gekwalificeerd. In Londen in 2012 lieten ze geen onvergetelijke indruk na. Ze werden laatste in de poule, en voor de wedstrijd om de elfde plek konden ze gelukkig wel de VS kloppen. Sindsdien zijn de Red Panthers aan een steile opgang bezig op de mondiale ladder.

Op 18 januari was het weliswaar zwoegen en zweten om Groot-Brittannië af te houden en het ticket voor Parijs binnen te halen. Dat ze een dag en een kater later ook in extremis Spanje konden opzijzetten, gaf aan hoe dat team is gegroeid.

Wie missen we nog? De 3×3 van het basketbal. Hun vierde plaats in Tokio zou weleens een one time wonder geweest kunnen zijn nu ook andere landen deze competitieformat als een prioriteit zijn beginnen te beschouwen. Wellicht wordt het voor onze ‘pleintjesbasketters’ wachten tot juni, als de laatste tickets de deur uitgaan.

Wie hadden er moeten bij zijn? De volleybalmannen. Na een schitterend olympisch kwalificatietoernooi lieten die een haast zekere kwalificatie schieten door in de laatste wedstrijd te verliezen van een land (Bulgarije) dat niks meer te winnen en te verliezen had.

Wie missen we ook? De volleybalvrouwen. Hoezo, die zijn toch nooit in de buurt gekomen van een olympisch ticket? Klopt, maar als de ploeg de voorbije jaren niet was verknoeid door bondscoach Gert Vande Broek en de volleybalbond, waardoor de beste Belgische speelsters wel waren geselecteerd of voor hem hadden willen spelen, dan had een olympische deelname erin gezeten.

Die ambities, hoe zit het daarmee? Welnu, laten we toch een slagje om de arm houden.

De hockeymannen zijn een dubbeltje op zijn kant. Het Belgische hockey is door alle andere landen van naald tot draad geanalyseerd en het was tekenend dat het olympische kwalificatietornooi van januari 2024 pas de eerste toernooiwinst in drie jaar was van de regerende olympische kampioen. Inmiddels heeft bondscoach Michel van den Heuvel wel wat nieuw bloed door de rode leeuwen gejaagd. Afwachten of die al klaar zijn voor nog eens een stap naar de absolute wereldtop.

De hockeyvrouwen hebben nog de grootste progressiemarge met jonge speelsters die in een lange, gedegen voorbereiding op het olympische toernooi een kwantumsprong kunnen maken. Niet schrikken als de Red Panthers nog het verst komen.

Ten slotte de nationale basketbalvrouwen. We moeten een kat een kat durven noemen: de Belgian Cats hebben in Tokio schitterend gepresteerd, maar hadden ook het grote geluk dat ze door het verlies tegen China niet in de tabelhelft van de VS terechtkwamen. Tegen Japan gaven ze een medaillekans lullig weg.

Er is natuurlijk die fenomenale Europese titel, en die neem je hun niet af, maar Europa is niet toonaangevend in de basketbalwereld. Bovendien heeft het bescheiden, ook Europese Polen getoond hoe je het snelle basketbal van de Cats aan banden kunt leggen.

“We gaan voor een medaille”, hoor en lees je nu overal. Of nog: “We gaan naar Parijs.” Ambitie is mooi, maar realisme is hier op zijn plaats. De Cats gaan voorlopig alleen naar de groepsfase in Lille, dat is Frans voor Rijsel. Net over de Franse grens, daar zijn ze al. Pas als ze het goed doen in Rijsel, en zich voor de kwartfinales plaatsen, mogen ze naar Parijs. En dan begint het echt.

Column over Super Bowl in De Morgen van 10 februari 2024

Taylor en Travis

Zondagnacht staan in Las Vegas San Francisco 49ers tegenover Kansas City Chiefs in de Super Bowl, de finale van het American football.

Om u even bij te praten met een weetje dat u gerust dit weekend mag doorvertellen, teneinde uzelf interessant te maken: de NFL draait meer omzet en heeft hogere tv-rechten dan de vijf grote Europese voetbalcompetities opgeteld. En dat voor 32 teams die amper 17 wedstrijden spelen in de reguliere competitie en maximaal 3 play-offwedstrijden tot aan de Super Bowl.

Geïnteresseerd in de sportieve afloop? De Chiefs zijn titelhouder nadat ze vorig jaar Philadelphia Eagles hebben geklopt en ze wonnen ook in 2020 tegen diezelfde 49ers van zondag. In 2021 verloren ze dan weer van Tampa Bay Buccaneers.

Heel de VS vraagt zich nu af hoe het is gesteld met het competitieve evenwicht in de NFL en hoe het mogelijk is dat in de meest gelijkwaardige competitie ter wereld een en hetzelfde team nu al voor de vierde keer in vijf jaar in de finale staat. “Is the system broken?”

Maar heel de VS vraagt zich nog iets anders af: “Will she make it to the Super Bowl?” She, als in Taylor Swift, van wie ik al had gehoord (zoals laatst toen ze voor de zoveelste keer een Amerikaanse MIA kreeg) maar van wie ik mij geen bijzondere daden kon herinneren. Na extensieve research komt deze omissie geheel voor mijn rekening.

Jammer dat we de Swifties na de vorige paragraaf kwijt zijn, waarvoor excuus. U die bent gebleven, vraagt zich vast en zeker af wat mevrouw Swift (34 jaar inmiddels) te zoeken heeft op de Super Bowl.

Pro-choice feministe, uitgesproken tegen seksuele intimidatie, pro rechten van de andersgeaarde medemens, voor strengere wapenwetten, deelgenomen aan Black Lives Matter-demonstraties, ten slotte ook openlijk achter eerst Hillary Clinton en later Joe Biden gaan staan en tegelijk Donald Trump meermaals bekritiseerd… Verder afstaan van de leefwereld van het American football als deze, volgens de gemiddelde Republikein, staatsgevaarlijke communiste lukt niet. Toch zal ze zich na haar concert van vandaag in Tokio in een private jet richting Las Vegas reppen. Taylor wil bij Travis zijn, dat is de reden.

Travis, als in Travis Kelce, een oermens die zondag zal optreden als tight end van Kansas City Chiefs. Het daten van een tight end, niet te vertalen, is een gedurfde keuze. Bij veruit de meeste romances tussen celebrity’s uit de show- of andere bizz en een NFL-speler is een quarterback betrokken. Dat is de spelverdeler en meteen ook de man in een NFL-ploeg die het langst meegaat: twaalf jaar gemiddeld. Tom Brady was zelfs meer dan twintig seizoenen actief. Hij is getrouwd met supermodel Gisele Bündchen.

Brady-Bündchen staat op één. Verder in de top tien van beroemdste NFL-koppels vind je maar twee niet-quarterbacks. Het zijn wide receivers, en dat zijn dan weer de erg snelle en spectaculaire spelers die een bal moeten vangen die van de quarterback komt. Travis Kelce is niets van dat alles. Hij is een tight end, een monstertruck met een baard op snelle benen.

Samengevat komt het erop neer dat een tight end als offensieve speler eerst een soort levende muur vormt om te beletten dat de lopende mensen van zijn team worden aangevallen, waarna hij zelf een offensief wapen wordt. Een tight end is inferieur aan de quarterback, maar ook een beetje superieur aan de rest want hij mag tenminste nog een bal vangen en dat is niet alle posities toegestaan.

Hij is wat ze noemen een hybride speler en Kelce (ook 34) heeft daar het lichaam voor: 1,96 meter en 114 kilogram droog aan de haak. Swift zou 1,80 meter lang zijn en maar 60 kilogram wegen, dat gooien we er even tussen voor wie het zou interesseren.

Ze matchen sinds vorige zomer toen hij een concert van haar bezocht in zijn eigen thuisstadion in Kansas en er iets gebeurde met vriendschapsarmbandjes. Het komt erop neer dat hij een bandje met zijn nummer aan haar wilde geven. Wat toen niet lukte. En later klaarblijkelijk wel en sindsdien kussen ze openlijk op het veld na een wedstrijd.

Ik heb te doen met Swift, van wie ik na het schrijven van dit stukje een playlist ga starten. Haar lief mag dan wel volgens gespecialiseerde sites een hoge pijndrempel hebben en een laag blessurerisico lopen, hij heeft al twee hersenschuddingen en een nekcontusie opgelopen naast wat knie- en schouderdingetjes. Een tight end krijgt klappen, veel klappen, en al een jaar of vijf weten ze dat alle spelers die veel klappen krijgen ooit met hersenschade eindigen.

Column over WK veldrijden in De Morgen van maandag 5 februari 2024

Redelijk desastreus WK


Toen de profs aan de start stonden, prijkte Belgium op de medailletabel op de vijfde plaats met één zilvertje en twee bronsjes. Nederland stond op één met twee keer goud en nog drie andere kleurtjes, Frankrijk op twee met een wereldkampioene bij de juniores en de eerste plek in de verder compleet overbodige gemengde aflossing. Aflossing op zich is sportief al discutabel, gemengde aflossing is geforceerde inclusie, staat haaks op de sportieve en biologische realiteit en is daarom lichtjes ridicuul. Nederland, hét crossland van het moment, vond het niet eens de moeite om in te schrijven.

Groot-Brittannië ten slotte stond stevig op drie na de beloftewereldtitel van Zoë Backstedt. Italië stond ook nog voor België met dat ene goud van de junioreswereldkampioen Stefano Viezzi.

Dan begonnen de profs aan hun wedstrijd. Toen Vanthourenhout heel even in zijn remonte de tweede plaats van Joris Nieuwenhuis leek te bedreigen, ontsnapte aan VRT-commentator Ruben Van Gucht de overpeinzing of Michael Vanthourenhout daarmee het vel van zijn oom aan het redden was. Zijn oom, voor wie het niet volgt, is de genaamde Sven met dezelfde familienaam, en die is bondscoach van alles en iedereen die namens de Belgische driekleur op twee wielen rijdt.

Alle begrip voor commentatoren die een wedstrijd van een uur moeten volpraten waarin de posities na vier minuten koers al vast lagen. Dan wijdt een mens, en Van Gucht is tot nader order ook maar een mens, al graag nog eens uit en verkent hij grenzen al was het maar om ons thuis wakker te houden. Hij zou niet de eerste commentator zijn die ongelukkigerwijs nonsens uit zijn botten slaat, maar naast hem zat ene Paul Herygers als co-commentator en die – altijd goed ingevoerd de Pol – zweeg na die opmerking. Zou het?

Twee keer in enkele maanden – in Glasgow op de weg en in Tabor in de wei – werd de Belgische selectie weggeblazen door dezelfde renner, toevallig in België geboren, ook pratend met een Belgisch Kempens accent, maar uiteindelijk wel een Nederlander en dus in het oranje fietsend. Drie keer op rij in twaalf maanden zelfs, als je het WK veldrijden van vorig jaar in Hoogerheide er ook bij neemt.

Na de profs pakte Nederland met acht medailles veertig procent van de beschikbare podia in Tabor. België eindigde met vier medailles. Michel Vanthourenhout was de enige die een beetje in het Nederlands toneelstukje voorkwam en haalde brons. Eindresultaat: Belgium, vijfde plaats, nul goud.

Zou er waarlijk iemand in Tubeke Sven Vanthourenhout dit redelijk desastreus WK ten kwade duiden? Vlaanderen is dé crossregio in de wereld en hoewel dit resultaat beschamend is, was het te verwachten. Cross is hier meer circus dan sport.

Cross als (top)sport zou een trainingsvorm kunnen zijn, maar dan met een slanker en logisch opgebouwd wedstrijdprogramma. Dan nog zouden de Iserbytjes, Nysjes en Sweeckjes van deze wereld het wellicht moeten afleggen tegen echte toprenners als Van der Poel, maar ze zouden alvast niet zo uitgewoond en quasi ongeïnteresseerd aan de start van de belangrijkste wedstrijd van het jaar staan.

Cross is hier meer een verdienmodel dan een sport, zowel voor drank- en frietkramen, voor renners van de tweede garnituur, voor organisatoren, en niet het minst voor de werkgever van de bondscoach, de Koninklijke Belgische wielrijdersbond, die slapend rijk wordt van de wedstrijdvergunningen en geen heil ziet in een afgeslankte crosskalender.

Veldrijden moet nu echt gaan oppassen dat het niet het kleine, achterlijke broertje van de grote wielerfamilie wordt. Welke sport kan zichzelf serieus nemen als twee van de drie beste renners van het moment het WK links laten liggen? Welke sport kan het zich permitteren om zeventig procent van de contracten bij één wielerholding (de ploegen van de Roodhoofts) onder te brengen?

Het WK bij de profs was een non-vertoon. Tien meter heeft Van der Poel niet op kop gereden omdat er één in de start een fractie sneller in de pedalen zat. Na tien meter reed hij aan de leiding en voor zover die info juist was, is Niels Vandeputte in de eerste vier minuten één keer per ongeluk op kop geraakt. Vervolgens reed Van der Poel weg, maar dat enige spannende moment van actie heeft de regie jammerlijk gemist, en daarna maalde hij zijn rondjes af in steady state. Het veldrijden moet nu hopen dat Van der Poel in het voorjaar goed presteert op de weg of de zesvoudige wereldkampioen zien ze niet meer terug. Of hoe een vertier dat ooit dacht als sport op de Olympische Spelen te geraken, stilaan vervelt tot een Vlaamse kermis.

Column over WK veldrijden in De Morgen van maandag 6 feb 2024

Redelijk desastreus WK

Toen gisteren de profs aan de start stonden, prijkte Belgium op de medailletabel op de vijfde plaats met één zilvertje en twee bronsjes. Nederland stond op één met twee keer goud en nog drie andere kleurtjes, Frankrijk op twee met een wereldkampioene bij de juniores en de eerste plek in de verder compleet overbodige gemengde aflossing.

Aflossing op zich is sportief al discutabel, gemengde aflossing is geforceerde inclusie, staat haaks op de sportieve en biologische realiteit en is daarom lichtjes ridicuul. Nederland, hét crossland van het moment, vond het niet eens de moeite om in te schrijven.

Groot-Brittannië ten slotte stond stevig op drie na de beloftewereldtitel van Zoë Backstedt. Italië stond ook nog voor België met dat ene goud van de junioreswereldkampioen Stefano Viezzi.

Dan begonnen de profs aan hun wedstrijd. Toen Vanthourenhout heel even in zijn remonte de tweede plaats van Joris Nieuwenhuis leek te gaan bedreigen, ontsnapte aan VRT-commentator Ruben Van Gucht de overpeinzing of Michael Vanthourenhout daarmee het vel van zijn oom aan het redden was. Zijn oom, voor wie dat niet zo volgt, is de genaamde Sven met dezelfde familienaam, en die is bondscoach van alles en iedereen die namens de Belgische driekleur op twee wielen rijdt.

Alle begrip voor commentatoren die een wedstrijd van een uur moeten volpraten waarin de posities na vier minuten koers al vast lagen. Dan wijdt een mens, en Van Gucht is tot nader order ook maar een mens, al graag nog eens uit en verkent hij grenzen al was het maar om ons thuis wakker te houden.

Hij zou niet de eerste commentator zijn die ongelukkigerwijs nonsens uit zijn botten slaat, maar naast hem zat ene Paul Herygers als co-commentator en die – altijd goed ingevoerd de Pol – zweeg na die opmerking. Zou het?

Twee keer in enkele maanden – in Glasgow op de weg en in Tabor in de wei – werd de Belgische selectie van Sven Vanthourenhout weggeblazen door dezelfde renner, toevallig in België geboren, ook pratend met een Belgisch Kempens accent, maar uiteindelijk wel een Nederlander en dus in het oranje fietsend. Drie keer op rij in twaalf maanden zelfs, als je het WK veldrijden van vorig jaar in Hoogerheide er ook bij neemt.

Na de profs pakte Nederland met acht medailles veertig procent van de beschikbare podia in Tabor. België eindigde met vier medailles. Michael Vanthourenhout was de enige die een beetje in het Nederlands toneelstukje voorkwam en haalde brons. Eindresultaat: Belgium, vijfde plaats, nul goud.

Zou er waarlijk iemand in Tubeke Sven Vanthourenhout dit redelijk desastreus WK ten kwade duiden? Vlaanderen is dé crossregio in de wereld en hoewel dit resultaat beschamend is, was het te verwachten. Cross is hier meer circus dan sport.

Cross als (top)sport zou een trainingsvorm kunnen zijn, maar dan met een slanker en logisch opgebouwd wedstrijdprogramma. Dan nog zouden de Iserbytjes, Nysjes en Sweeckjes van deze wereld het wellicht moeten afleggen tegen echte toprenners als Van der Poel, maar ze zouden alvast niet zo uitgewoond en quasi ongeïnteresseerd aan de start van de belangrijkste wedstrijd van het jaar staan.

Cross is hier vooral meer een verdienmodel dan een sport, zowel voor drank- en frietkramen, voor renners van de tweede garnituur, voor organisatoren, en niet het minst voor de werkgever van de bondscoach, de Koninklijke Belgische wielrijdersbond, die slapend rijk wordt van de wedstrijdvergunningen en geen heil ziet in een afgeslankte crosskalender.

Veldrijden moet nu echt gaan oppassen dat het niet het kleine, achterlijke broertje van de grote wielerfamilie wordt. Welke sport kan zichzelf serieus nemen als twee van de drie beste renners van het moment het wereldkampioenschap links laten liggen? Welke sport kan het zich permitteren om zeventig procent van de contracten bij één wielerholding (de ploegen van de Roodhoofts) onder te brengen?

Het WK bij de profs was een non-vertoon. Tien meter heeft Van der Poel niet op kop gereden omdat er één in de start een fractie sneller in de pedalen zat. Na tien meter reed hij aan de leiding en voor zover die info juist was, is Niels Vandeputte in de eerste vier minuten één keer per ongeluk op kop geraakt.

Vervolgens reed Van der Poel weg, maar dat enige spannende moment van actie heeft de regie jammerlijk gemist, en daarna maalde hij zijn rondjes af in steady state. Het veldrijden moet nu hopen dat Van der Poel in het voorjaar goed presteert op de weg of de zesvoudige wereldkampioen zien ze niet meer terug. Of hoe een vertier dat ooit dacht als sport op de Olympische Spelen te geraken, stilaan vervelt tot een Vlaamse kermis.

Column over Africa Cup in De Morgen van zaterdag 3 feb 2024

AFCON

Ooit heette het toernooi de Coupe d’Afrique des Nations, afgekort de CAN. Vandaag heet het over het hele continent de AFCON, Africa Cup of Nations.

Zelfs in Marokko, Mali en Burkina Faso is de Engelse afkorting de regel en dat is een gevolg van de geopolitiek in die regio. Waar Frankrijk en het Frans ooit de referentie waren – vooral in de Afrikaanse landen waar ze de koloniale plak zwaaiden – worden ze vandaag uitgespuwd.

In november tijdens een tiendaagse omzwerving door het zuiden van Marokko viel het op hoe de gids, de chauffeur, de man of vrouw van de riad, de dromedarisdrijvers, tot de kruidenier van de ras el hanout toe er op stonden om slecht Engels te spreken in plaats van hun van oudsher redelijk school-Frans.

Met een van die riadeigenaars – een jurist die zijn kamers naar vrijheidsstrijders als Mandela, Castro, Martin Luther King had genoemd – ging het er op een avond heel militant aan toe.

… Alles was beter voor Afrika dan Frankrijk en het Frans, en bij uitbreiding was alles beter voor Afrika dan Europa en het Westen… De Wagner-milities en de Russen, daarvan konden wij in Europa wel vinden dat ze slecht waren en uit op macht, rijkdom en uiteraard grondstoffen, maar dat moest eerst nog maar eens worden bewezen… En de Chinezen, wel, die kwamen ten minste hun beloftes na…

Niet het minst in Ivoorkust. Het Beijing Institute of Architectural Design tekende het Alassane Ouattara Stadium in Abidjan, waar op 11 februari de AFCON-finale gepland staat. Beijing Construction Engineering Group bouwde het stadion.

Het Laurent Pokou Stadium in San Pedro is dan weer gebouwd door de China Civil Engineering Construction Corporation en de China National Building Material Group bekommerde zich om het stadion in Korhogo.

De Chinese stadiondiplomatie, gebaseerd op geschonken of door Chinese staatsbedrijven erg goedkoop gebouwde stadions (alleen al in Ivoorkust investeerde China 2 miljard dollar), is gelinkt aan de ‘One Belt, One Road’-politiek, bij ons beter bekend als de Nieuwe Zijderoute. Voor wat, hoort wat, natuurlijk. Sinds de Chinezen in 2016 de eerste steen legden van het nationaal stadion, hebben ze hun import van ruwe grondstoffen uit Ivoorkust verzevenvoudigd.

Dat maakt de Amerikanen erg bezorgd en in de eerste week van de AFCON kreeg organiserend land Ivoorkust hoog politiek bezoek. Op terugweg van Israël, waar blijkbaar ook wat te doen was, pikte niemand minder dan de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en zelfverklaard voetballiefhebber Antony Blinken een wedstrijdje mee naast president Ouattara.

De strategische rivaal van China in Afrika is evenwel niet langer Frankrijk en ook niet de VS, maar Saudi-Arabië. Dat land is de hoofdsponsor geworden van de African Football League, de Afrikaanse versie van de Europese Champions League, en gaat partnerships aan met alle Afrikaanse landen waar het welkom is, en dat zijn er heel wat. Ook voor Saudi-Arabië is voetbal een glijmiddel om zich te verzekeren van onder meer het nodige lithium, kobalt en koper.

De AFCON wordt door nogal wat Afrikanen gezien als het ultieme bewijs dat Afrika de rest van de wereld niet nodig heeft om te excelleren. De realiteit is nochtans dat die hele Africa Cup niet alleen gebruikt en misbruikt wordt in het geopolitiek theater van de 21ste eeuw, maar in het internationale voetbal ook nog eens als een tang op een varken slaat en daar sportief onder lijdt.

Niks klopt aan de AFCON. Niet de timing, midden in het Europese voetbalseizoen, niet de 24 deelnemers en al helemaal niet de frequentie, om de twee jaar. Een Europees kampioenschap voetbal wordt bijvoorbeeld om de vier jaar gespeeld, netjes geschrankt met de World Cup, die ook om de vier jaar wordt georganiseerd.

Nadat in 2019 de Afrikaanse bond had beslist dat het toernooi in de zomer zou doorgaan om niet in het vaarwater van de Europese toernooien te komen, is die om diverse redenen toch altijd weer in de Europese winter gespeeld. Tot ergernis van de grote (Europese) clubs, die in tegenstelling tot selecties voor de World Cup en de Euro-toernooien geen compensatie van de Afrikaanse voetbalbond krijgen als ze hun spelers voor de AFCON afstaan.

Deze editie is een sportieve sof, ondanks de lyrische verhalen over pakweg de kwartfinale vanavond tussen de Kaapverdische Eilanden en Zuid-Afrika. Van de vijf Afrikaanse deelnemers aan de laatste World Cup – Kameroen, Tunesië, Marokko, Ghana en Senegal – geraakte geen enkele in de kwartfinales. Dat is geen toeval. Het was volgens waarnemers ter plaatse opvallend hoe vooral de in Europa geboren Afrikanen (een op drie) en de toppers met de rem op speelden.