Column ‘Puntje van Kritiek’ over de rel in volleyballand (speelsters/bondscoach) in De Morgen van zaterdag 11 dec 2021

Puntje van kritiek

Kinderen van de Collaboratie, daarna Kinderen van het Verzet, gevolgd door Kinderen van de Holocaust: interessante tv. Ook Kinderen van de kolonie en van de migratie: relevant. Kinderen van de topsport is van dezelfde programmamakers maar heet dan weer De prijs van de winnaar. Vreemd, maar nog vreemder en totaal onbegrijpelijk is dat dit programma het scherm haalde.

Aflevering één van De prijs van de winnaar was een herhaling van zetten: nog eens die eetstoornissen, nog eens de dwangarbeid in de gymzaal, nog eens de druk van de trainers, nog eens die moeite om blij op de carrière terug te blikken (dat komt wel, over een paar jaar). Er passeerden ook een paar nieuwe namen de revue. Toevallig of niet mannen want anders denken we nog dat alleen vrouwen kunnen zeuren. Zoals de immer bereidwillige Bashir Abdi, die kwam zeggen dat topsport hard is. Van een openbaring gesproken.

In deel twee doken basketbalspelers Tomas Van Den Spiegel en Retin Obasohan op, en hun quotes pasten als een tang op een varken. Was deel één overbodig, dan was het al bij al onschuldig. Deel twee daarentegen was journalistiek oneerlijk en Canvas- onwaardig. Vilein was het. Naar het schijnt was bij de VRT en Sporza het kot te klein toen men hoorde/zag welke richting de tweede aflevering uitging. De Canvas-bazen verdedigden zich met “dit programma doet niet aan journalistiek, het laat de mensen verhalen vertellen”. Puntje van kritiek waard toch, deze aanpak.

Soms dringt een journalistieke benadering zich op. Met Kinderen van de Holocaust is het makkelijk. Je laat de geïnterviewden hun verhaal doen en behalve een handvol negationisten weet iedereen dat de Jodenvervolging echt is gebeurd. Er is met andere woorden geen behoefte aan een tegenwoord van een nazi die zich excuseert voor of contextualiseert wat er in de concentratiekampen is gebeurd.

In deel twee van De prijs van de winnaar was tegengewicht wel op zijn plaats, al was het maar omdat het programma een regelrechte karaktermoord pleegde op iemand van wie de naam niet eens werd genoemd. Nuance en tegenwoord ontbraken totaal. Dit was een georchestreerde aanval, een zelden geziene beschadigingsoperatie. Alles netjes inblikken en net voor de aflevering op antenne gaat de belaagde de beelden tonen en om een reactie vragen, dat doe je hooguit met Steve Bakelmans. Niet met een bondscoach die altijd voor- en tegenstanders zal hebben en tegen wie in deze problematiek (soms familiale) agenda’s spelen.

In tijden van media die elkaar achternalopen, om vervolgens allemaal als konijnen naar een lichtbak te staren, beperkte de perversiteit zich niet tot de uitzending. Die liet eerst de volleybalspeelsters unisono inhakken op de bondscoach, waarna de site Sporza de smeuïgste passages selecteerde. De uitzending had al bijna geen context en die was nu helemaal weg.

Pas op, het was niet allemaal slecht. Eén speelster vond hem wel een heel erg goede coach, de op één na beste zelfs. Haar beslissing om te stoppen had ze al maanden geleden genomen, en dat had ze de coach toen ook meegedeeld. Ze hadden dat uitgepraat, maar haar exit maakte ze nu pas wereldkundig. Toevallig in harmonie met het salvo van het vuurpeloton. Klein detail: als er een andere bondscoach komt, zou ze misschien wel overwegen om terug te keren. Hallo zeg.

Vervolgens gingen ook de andere media erop door. Experts die van ‘grensoverschrijdend gedrag’ hun core hebben gemaakt en professoren sportpedagogiek zonder de minste millimeter in topsport mochten hun mening geven. Frituristen die het over de keuken van Peter Goossens hebben, zo klonk het.

Belgiës beste volleybalspeelster aller tijden was heel snel opgestaan ter verdediging van de bondscoach. Die tegenstem verzoop in de beschuldigingen. Ook de huidige hoofdaanvalster (voorlopig de nummer drie, maar hard op weg op de tweede beste Belgische aanvalster ooit te worden) kwam hem spontaan verdedigen. De huidige nummer twee viel hem af, dat klopt, maar die is dan ook uit de nationale ploeg gezet.

Er zijn minnen, maar er zijn ook plussen in deze affaire. Precies dat had Canvas en de andere media moeten aanzetten tot meer voorzichtigheid. Hoe zwaar de minnen nog zullen wegen na het onderzoek en of de plussen de minnen uitstrepen, dat wordt nu uitgezocht door een magistraat aangesteld door de minister van Sport. Afgezien van de vaststelling dat wij ongeveer het enige land ter wereld zijn waar de minister van Sport tussenkomt als de bondscoach hommeles heeft met zijn (ex-)internationals (en rechters zich bemoeien met veldloopselecties) is een onderzoek naar de totstandkoming van dit programma en de kwaliteitscontrole bij Canvas evenzeer op zijn plaats.

Column Fancultuur in De Morgen van maandag 6 december 2021

Fancultuur

Je hoort weleens, ook hier in België, dat de voetbalsupporter inspraak moet krijgen in zijn club omdat de club in de eerste plaats van de supporters is en niet van een binnenlandse of buitenlandse rijkaard. Oké, over welke supporter hebben we het dan? Over een supporter als Michael Ott, de advocaat die vorige week de ledenvergadering van Bayern München op zijn kop zette omdat hij de sponsordeal met Qatar Airways wilde laten stopzetten?

Die Ott mag dan wel naïef zijn – denken dat er echt inspraak is, waar haalt hij het? – hij is wel iemand met het hart op de juiste plaats en een moreel kompas dat goed staat afgesteld. Zijn betoog tegen het hoofdbestuur van Bayern was duidelijk: “Jullie zeuren altijd over PSG en Manchester City die groot zijn geworden met dank aan de olie- en gasdollars, maar wij zijn geen haar beter want wij worden ook gesponsord door Qatar.”

Waarop Ott de voorzitter vroeg om een motie te laten stemmen waarbij de ledenvergadering zou beslissen over het al of niet voortzetten van die Qatar-deal. Die motie kwam er niet, de stemming dus ook niet, Ott werd de mond gesnoerd en de romantici van het voetbal zaten terug bij af. De 50+1-regel in het Duitse voetbal, die stipuleert dat de ledenvergadering altijd de meerderheid moet bezitten van het Verein, is pure windowdressing.

Gelukkig is die Duitse fancultuur zo bijzonder dat dit niet meer weggaat. Bij die vergadering was het al te horen: “Wij zijn Bayern, niet jullie.” Een wedstrijd later hielden de fans een reuzegrote banner op: ‘Voor geld wassen wij alles rein.’ Het beeld was duidelijk: Bayern- CEO Oliver Kahn en clubvoorzitter Herbert Hainer die bebloede kledij in een wasmachine stoppen en rond hen dwarrelen de dollars. Dit blijft leven en bij de volgende algemene ledenvergadering zal het er weer bovenarms op zitten. Het bestuur heeft dat eindelijk ingezien en gaat met Ott en co. aan tafel zitten.

België heeft geen fancultuur zoals Duitsland. Jammer, want er lopen hier ook wel een paar Otts rond. Hoewel her en der goedbedoelde initiatieven worden genomen, zijn de bezoekers van de Belgische voetbalstadions doorgaans niet geëngageerd, ook niet geïnteresseerd in een breder project en al helemaal niet in de maatschappelijke rol die hun club zou kunnen spelen.

Bezoekers van Belgische voetbalstadions kun je ruwweg opdelen in twee categorieën: keurig en minder keurig. Minder keurig behelst een heel spectrum, van gewoon minder keurig tot barbaars. Een prominent lid van die laatste categorie kwam gisteren in beeld, of beter gezegd niet in beeld. De rechtenhouder vond het maar niks en daarom vertikte de regisseur het om die ene Beerschot-fan te tonen toen die naar het Antwerp-vak spurtte om daar een vuurpijl in te gooien. Het was omdat Tom Boudeweel op Radio 1 zich er zo over opwond dat het uiteindelijk een item is geworden. Nadien doken amateurbeelden op die het incident bevestigden.

In dat geviseerde Antwerp-vak was de concentratie barbaren ongetwijfeld ook erg hoog, en sommige clubbestuurders zijn al zover mee in de normvervaging dat ze het niet erg vinden als de harde kernen elkaar de hersens in slaan. Maar dit, elkaar in brand steken, was een station verder dan klappen uitdelen. Dit was ongezien voor België.

Wat die Beerschot-fan uitvrat was een regelrechte poging tot doodslag. Neen, een gegooide vuurpijl zal niemand direct doden, maar de kans op ernstige verwondingen is groot. Onrechtstreeks kan zo’n vuurpijl in een vol vak wel een reactie veroorzaken waarvan je het resultaat niet kunt inschatten. Voor je het weet worden er beneden een paar vertrappeld omdat ze boven of halfweg op hol slaan.

Wat bezielt iemand om op een natte zondagnamiddag thuis een hele donkere jas en een hele donkere broek aan te trekken, een bivakmuts op zak te steken en in de bilspleet of hoger een vuurpijl te verstoppen? Hoe erg moet je jeugd zijn geweest als je vervolgens tijdens een heftige partij voetbal besluit dat ding boven te halen, aan te steken om er uiteindelijk mee naar het Antwerp-vak te lopen?

Wat is allemaal fout gegaan in je leven dat je dit überhaupt probeert, heel goed wetend dat dit je misschien gevangenisstraf zal opleveren, al zeker een boete en heel zeker een lang stadionverbod? Een upgrade bij FC De Barbaren? Ik kan niks anders verzinnen. Na de wedstrijd zou een hele horde paars-witte Hunnen het veld bestormen.

Jammer genoeg is het in België dat soort fan dat medezeggenschap eist, dat na twee of meer verlieswedstrijden op rij eerst de trainer, dan de spelers en uiteindelijk het bestuur tot de orde roept. Het argument dat het incident van gisteren een actie was van één fan houdt geen steek. Kijk, hoor en huiver: als de vuurpijl in dat Antwerp-vak belandt, juicht de Beerschot-tribune.

Column Dossier Veljkovic in De Morgen van zaterdag 4 december 2021

Dossier Veljkovic

Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) van het hof van beroep in Antwerpen in het dossier tegen makelaar Dejan Veljkovic leest als een jongensboek. Misschien eerst even recapituleren hoe de methode-Veljkovic in elkaar stak. U weet ongetwijfeld dat het voetbal de sector is die veruit de laagste belastingen en minimale sociale lasten betaalt. Om nóg minder belastingen en sociale lasten te betalen werd door Veljkovic een constructie met valse facturen via het buitenland opgezet.

De hoofdbrok van het arrest betreft spelers. De makelaar factureerde vanuit verschillende Balkan-landen voor een fictieve opdracht, de club betaalde die facturen, de makelaar betaalde daar ter plekke minimale belasting op en roomde zijn commissie af (10 procent zegt men), waarna het geld cash terugkwam via een Belfius-bankfiliaal in Genk.

Wie waren die clubs en om hoeveel deals ging het? Club Brugge (vier en niet van de minste), Racing Genk (vijf), Standard (twee), Anderlecht (vier), OH Leuven (drie), Sporting Lokeren (vier), KV Oostende (één), KV Kortrijk (twee), Waasland-Beveren (één) en uiteraard KV Mechelen, de kampioen in dit dossier, met twintig deals die door het parket als witwas werden gekwalificeerd.

De eerste publicatie over dit dossier begon met een opsomming van wie allemaal geld zou hebben gekregen, in het zwart, in plastic zakken of in enveloppes. Dat is het einde van de witwasketen en is net het lastigste om te bewijzen. Veljkovic, een gangster en laat daar geen twijfel over bestaan, kan dan wel zeggen dat hij her en der cash geld heeft betaald aan deze en gene, als die beweren dat ze nooit iets hebben gekregen en dat ze van die constructies niet afwisten, wordt het woord tegen woord.

Het fijne van elk dossier zullen we nooit kennen omdat een aantal betrokkenen ongetwijfeld al een minnelijke schikking hebben afgesproken. Bovendien is het niet zeker of het Openbaar Ministerie in alle gevallen de vervolging zal eisen, maar gezien de publiciteit die Operatie Zero kreeg, wordt verwacht dat er verschillende processen zullen volgen.

Het goede nieuws is ook, aldus een mens met kennis van zaken, dat de strafrechter de bewijslast mag wegen en andere elementen mee mag nemen in zijn beoordeling van fout of niet fout. De kans op veroordelingen is dus bijzonder groot.

Helemaal een gewonnen veldslag is de beschuldiging van witwas in hoofde van de clubs. Nemen we het voorbeeld van Belgische trots Club Brugge en meer in het bijzonder paragrafen 160 en 161 in de aanklacht, die gaan over de transfer van Karlo Letica die voor 3 miljoen euro verhuisde van Hajduk Split naar Club. Op 17 augustus 2018 ondertekenden CEO Vincent Mannaert en voorzitter Bart Verhaeghe een overeenkomst met Beneyug Sport in Cyprus met ene Goran Veljkovic (dat is Dejan die met de naam van een familielid tekent) voor een bedrag van 1 miljoen euro, en ook nog eens een scoutingsovereenkomst met Magnum Doo in Montenegro voor 500.000 euro.

Dat zijn maar twee van de elf (!) bedrijven die Veljkovic in zijn constructies gebruikte. Het doet overigens niks ter zake dat die betalingen nooit zijn gebeurd omdat hij enkele maanden later werd opgepakt en er overal huiszoekingen volgden. In het arrest van de KI staat onomwonden: deze overeenkomsten dienden om officieuze betalingen (lees: zwart geld) te verrichten buiten het officieel contract tussen Club Brugge en Karlo Letica. Dat is witwas.

Club reageert verbolgen op de aantijging met “we hebben prestaties in de vorm van scoutingsverslagen ontvangen en zullen die te gepasten tijde voorleggen”. Anderhalf miljoen en nog eens 500.000 euro voor scouting? Voor een reservedoelman die sindsdien nauwelijks een wedstrijd in een basis heeft gespeeld? Een Balkan-scout die vast in dienst is bij een club kost geen 100.000 euro – 50.000 is al duur betaald – en daar werkt hij een heel jaar voor.

Die valse facturen zijn, om in voetbaltermen te blijven, owngoals die de clubs hebben gescoord want die zitten zowel in de boekhouding van de clubs als in die van Veljkovic. Overigens heeft Club ook zo’n deal afgesloten voor Mats Rits, die ineens bij zijn overgang van KV Mechelen van makelaar veranderde. Ook voor Ivan Trickovski werd die piste bewandeld en de eerste keer dat die techniek in Brugge werd toegepast was bij het ontslag van Georges Leekens in 2013.

Een veroordeling voor witwas is niet alleen een dure affaire want daar staan geldboetes op, en gevangenisstraffen, al of niet met uitstel. De vraag is ook wat er met de straks veroordeelde actieve bestuurders moet gebeuren. Als het Belgisch profvoetbal het meent met de grote schoonmaak is royeren de enige mogelijkheid.

Column De Voorzijde van de medaille in De Morgen van maandag 29 november 2021

De voorzijde van de medaille

De prijs van de winnaar is een driedelige docu die vanavond begint op Canvas, net voor Extra Time. De trailer gaf mij een ongemakkelijk gevoel. De prijs van de winnaar gaat duidelijk niet over wat topsporters met hun prestaties verdienen. Niet dat ze van een driekamerflat naar een vrijstaande woning kunnen verhuizen. Evenmin dat ze zich in plaats van Ikea ineens Linea kunnen permitteren. De docuserie gaat over wat zo mooi heet ‘de keerzijde van de medaille’. En die hoort dan lelijk te zijn of althans minder mooi dan de voorzijde.

Trouwe lezers van deze kolommen zullen niet opschrikken – de anderen moeten nu hun ogen afwenden – als ik hier herhaal dat ik het een beetje heb gehad met dat achterafgeklaag van al of niet vermeende topsporters en alle miserie die de sport en de entourage in die sport hen heeft aangedaan.

Bon, toegegeven, dat laatste is een al te grove veralgemening. Laten we hopen dat De prijs van de winnaar iets meer nuance aanbrengt en dat de trailer vooral bedoeld was om het programma onder de aandacht brengen. Ik heb ook nogal vertrouwen in Ann Simons die aan de docu heeft meegewerkt. Ann was keihard voor zichzelf en heeft als topsporter zo’n beetje alles meegemaakt wat in de topsport fout kan gaan: eetstoornissen, blessures, verbale agressie, fysieke agressie, noem maar op. Ze is daar behoorlijk ok uitgeraakt.

Neen, ik ben niet blind voor wat fout kan gaan in de sport. Ik heb zelf lang genoeg op een niveau gespeeld waar winnen voor sommige van mijn ploegmaats hun inkomen en hun goed- of slechtbevinden voor een hele week bepaalde. Zelf had ik daar minder last van. Eén mindere nacht na een slechte wedstrijd en dat was het.

Schelden op wie zijn taak vergat, de tegenstander kleineren, de scheidsrechter met zijn dikke buik schofferen, een deel daarvan heb ik eerst zelf ondergaan en uiteindelijk heb ik mij daar ook zelf aan bezondigd als agressor. De vraag is nu – en neen, het is geen trauma
– of ik een soort kindermisbruiker was die zelf ooit is misbruikt, dan wel gewoon te fanatiek in het spelletje (volleybal in mijn geval) opging.

Kort nadat ik was gestopt, werd ik perschef van het Belgian Olympic Team. Wij hadden toen Heidi Rakels in de selectie van Barcelona. Die vocht in de toenmalige klasse tot 72 kilogram, maar daar koos de bondscoach voor het grote talent Ulla Werbrouck en dus moest Heidi Rakels, die al moest afvallen om de 72 te halen, nog meer afvallen om onder die 66 te geraken. Daar zijn mijn ogen deels open gegaan.

Zo fel vermageren tegen alle adviezen van trainers en artsen in, was er ver over. Iemand had haar toen moeten stoppen. Niet zeker of dat vandaag niet opnieuw zou kunnen. Gelukkig is het helemaal goed gekomen met Heidi, burgerlijk ingenieur, IT-Woman of the Year en nu al aan het rentenieren.

Ze zit niet in de serie, maar is daar ongetwijfeld voor gevraagd, dat kan niet anders. Ze heeft dit achter zich gelaten, althans dat hoop ik. Wie er wel in zit, is Frank Boeckx, ex-doelman, en met diens optreden heb ik bij voorbaat al iets meer moeite. Hij zal getuigen over boulimia nervosa. Met andere woorden: compulsief eetgedrag ten gevolge van stress en in zijn geval te veel eten. Dat was er voor ons media ook altijd aan te zien, die keren dat hij in het doel mocht staan: Boeckx was gewoon niet fit, te dik met andere woorden.

Als het de bedoeling is van de serie om in deel twee aan te geven dat wij als media een sporter niet meer mogen wijzen op een gebrek aan fitheid ten gevolge van een te hoog vetpercentage (zie Eden Hazard, Kim Clijsters), omdat de sporters daar stress van krijgen, dan geef ik niet thuis. Een aangepast gewicht en fysiek hoort bij topsport. Als het de bedoeling van de docuserie om aan te geven dat het ok is als sporter om grenzen te stellen, dat het niet ok is om in een eetstoornis te vervallen, ook niet dat de trainer je continu uitscheldt of kleineert, of – nog erger – aan je zit, dan is ze erg op haar plaats.

Wat daar wel moet bij worden vermeld is dat topsport bij uitstek niét inclusief is, niet voor iedereen is weggelegd. Topsport is tot het gaatje gaan, de grens opzoeken en verleggen en dat vereist juist onbalans, maar dan wel goed georkestreerd en begeleid. Wie daar niet tegen is bestand, is niet geschikt voor topsport. Topsport discrimineert, elimineert, selecteert, doet soms pijn, is soms ongezond – doe aan topsport, anders blijf je gezond – maar geeft ook heel veel terug. De voorzijde van de medaille is vaak mooier dan de keerzijde. Topsporters die hun tijd als topsporter vervloeken, zijn op één hand te tellen.

Column No sweat, No glory in De Morgen van zaterdag 27 november 2021

No sweat, no glorypage1image58979952

De Morgen – 27 Nov. 2021 Pagina 19

HANS VANDEWEGHE sportjournalist @hansvdw

Geen cartoonist kan de sportactualiteit zo vatten als Marc De Cloedt. Hij tekent dagelijks onder Marec in Het Nieuwsblad. Dat is een concurrerende krant uit die andere grote mediagroep, maar als ‘de vijand’ goed is moet je dat durven toe te geven. En heel af en toe bewieroken.

Marec is een Cercle-fan en deze week had hij een hele kluif aan de dramatische nederlaag van Club in de Champions League. In
de donderdagkrant deed hij nog snel-snel iets met Philippe Clement die aan de glühwein zat en daar een kater aan overhield, maar gisteren was hij ronduit geniaal. Opdat u die krant niet zou moeten kopen – zo gek zijn we nu ook weer niet – volgt nu een beschrijving van zijn tekening.

De ene muur is zwart, de andere blauw. In de hoek een kalende man. Gestraft, zo lijkt het wel. Hij staat licht gebogen, handen in
de zakken, trekt een pruillip, alles klopt aan die cartoon. Hij mijmert, dat lezen we in een tekstballon: ‘Erkend als spijtoptant’. Als ik Clement was, ik bestelde een uitvergroting van die cartoon en hing hem in mijn kantoor op het trainingscentrum. Als een opgestoken vinger, maar subtieler.

Zal niet gebeuren, hoewel Clement over een uitzonderlijk EQ beschikt, zoveel is wel duidelijk geworden na die afgang. “Dit neem ik op mij”, zei hij onmiddellijk. Dat was niet van harte maar zijn EQ fluisterde hem in dat dit een strijd was die hij op dat eigenste moment niet kon winnen, dus paste hij het adagium van crisiscommunicatie toe: benoem het probleem. Geen olifanten in de kamer toelaten, er zelf over beginnen en meteen toegeven, dat werkt altijd.

Zo kan de interviewer zijn volgende drie vragen meteen schrappen, waarna een lullig opvolgvraagje komt om te kunnen nadenken over een volgende interessante insteek. Gilles De Bilde van VTM heeft daar geen last van. Die stelt gewoon drie keer dezelfde vraag, wat soms vervelend tijdverlies is in een programma waarin de reclameblokken een veelvoud duren van de analyse.

Philippe Clement schijnt een dag later ook door het stof te zijn gegaan voor zijn spelersgroep, of althans zijn fout te hebben toegegeven. Zo staat het in de krant, maar uit ervaring weet ik dat niet alles wat in een krant verschijnt helemaal strookt met de waarheid. Erger nog, in de schaarse gevallen waar ik wel de waarheid ken zitten de media er soms compleet naast. Jammer dat Gert Verheyen ergens op een boot zit. Ik had hem weleens willen horen en lezen over deze deconfiture. Het is makkelijk om de omzetting van 4-3-3 naar 3-4-3, of was het nu weer een 3-5-2, als oorzaak te zien voor wat een ontwrichting van de Brugse speelstijl heette en resulteerde in een afgang.

Dat een nota bene minder hoog spelende Hans Vanaken 21 keer balverlies leed, meer dan het dubbele van een normale wedstrijd, wat heeft Clement daarmee te maken? Dat Ignace Van der Brempt, een groot talent maar woensdag even niet, bij twee goals nul druk zet, wat heeft dat te maken met de veldbezetting? Als een speler in je zone komt, dan val je die aan. Club had 54 procent van de tijd de bal. Dat was over de hele wedstrijd. De eerste helft, waarin alles gebeurde en alles fout ging wat kon fout gaan, was dat 50 procent.

Clement had een plan en dat is mislukt. Of het plan dan slecht was, is een andere kwestie. Dat geven de cijfers alvast niet aan. Club gaf 75 passes meer dan Leipzig. Dat liep dan weer 2 kilometer meer en die 2 kilometer stond al na een halfuur in de statistieken. Die Duitsers zijn als leeuwen aan de wedstrijd begonnen en na dat eerste halfuur stond het 0-3. Club had ook 13 corners tegenover 3 voor de Duitsers. Daartegenover staat dan weer dat Leipzig 22 keer tackelde tegenover 9 keer bij Club. Maar Club won in totaal 124 duels, Leipzig 114.

En toch, de Duitsers waren doelgerichter: Leipzig schoot 23 keer op doel, met 13 ballen binnen het kader. Club schoot 13 keer op doel en 3 keer binnen het kader. Het werd die voorspelde open wedstrijd met twee aanvallend ingestelde ploegen, maar het grote verschil was de intensiteit, door Clement meteen na de wedstrijd aangegeven als “we moesten het afleggen in duelkracht”. Dat ging verloren in het gedruis rond zijn mea culpa. Hij sprak ook nog over ‘overpowerd’ en ook dat raakte ondergesneeuwd door de obsessie dat zijn tactische keuzes de schuld van alles waren.

Minstens evenveel schuld, indien niet meer, ligt bij de spelers, die woensdag hun poot niet hebben gezet. Het was ‘No sweat, no glory’ maar dan letterlijk. Konden ze niet of wilden ze niet, dat is nu de vraag. Alleen in het tweede geval heeft Clement een levensgroot probleem.

Column Moreel kompas in De Morgen van maandag 22 november 2021

Moreel kompas

1-2 Nanxincang Guoji Dasha, 22A Dongsishitiao, Dongcheng district, Beijing 100007. Daar bevindt zich Pekings restaurant van het jaar 2014: Da Dong Roast Duck, genaamd naar de chef Da Dong. Een aanrader is de overheerlijke pekingeend die ze daar zelf klaarmaken, van kelen over pluimen tot roasten. Je eet er overigens ook fantastische andere gerechten zoals wagyusteak. Vier dollartekentjes op TripAdvisor. Het kost dus een cent, maar de koers is gunstig.

Da Dong was mijn kantine toen ik in 2008 meer dan een maand in hotel Poly Plaza verbleef op de oostelijke tweede ring van Peking, meer in het bijzonder op Dongsishitiao, waar je rechts naar het Worker’s Stadium en aanverwanten gaat. Daar zit trouwens ook het Belgisch restaurant Morel’s. Daar kun je dan weer mosselen of stoofvlees met frieten eten. Allemaal gedaan in 2008, heerlijke tijd gehad, beste Olympische Spelen ooit.

Ben ik jaloers op de collega’s die straks de Winterspelen in Peking zullen verslaan? Een heel klein beetje, met de nadruk op heel klein. Ik voorzie veel ellende. De Japanners hadden al een heilige schrik voor Covid-19 maar de Chinezen, die zijn pas echt panisch of hysterisch, of alles gecombineerd. In Tokio slaagde ik erin om de verboden te interpreteren of te negeren, zoals die ene keer dat ik op een late avond gewoon tussen de Japanners de metro nam – vier dagen te vroeg – en niemand die er iets van zei. Dat was een overwinning op de staat Japan en op mijzelf.

Dat zou ik in Peking niet durven. Daar komt nog bij dat het Winterspelen zijn, wat het bewegingsgemak serieus beperkt. En alsof Covid-19 en de winter niet volstaan is er nu ook een politieke dimensie opgedoken die voorlopig niet weggaat. Die tennisspeelster van het zevende knoopsgat van wie niemand al had gehoord, dat wordt een lastig dossiertje, niet het minst voor het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en die hadden al zoveel aan hun hoofd.

Ik hoor het de moraalridders al zeggen: dan hadden ze maar niet naar Peking moeten gaan met hun Winterspelen want China is een dictatuur. Jaja, maar daartegenover staat dat dit soort mondiale events baat heeft bij dictaturen. Wat nodig is om het evenement in de beste omstandigheden doorgang te laten vinden, dat gebeurt ook in die landen. Cynisme ten top? Natuurlijk, maar het is niet anders. Peng Shuai, vandaag een household name, is morgen vergeten, wordt overmorgen gecanceld door haar Volksrepubliek en geen haan of pekingeend die er zal naar kraaien.

Het moreel kompas van de wereldsport, de topsport, de commerciële sport, is niet meer geheel op orde, voor zover het ooit op orde is geweest. Rare regimes hebben baat bij sport om zich te manifesteren, dat weten we sinds Berlijn 1936, en de sportbonden hebben soms baat bij rare regimes om in alle rust te kunnen organiseren. Het IOC was maar wat blij dat ze naar het oude vertrouwde Peking konden.

Niet vergeten dat Oslo toen de algemene favoriet was, maar een verrassende beslissing van het Noors parlement om de kandidatuur niet langer te steunen herleidde de kandidaten tot nog twee: Almaty in Kazakstan en Peking. Die laatste haalde het met amper vier stemmen.

Het wordt me het sportjaartje 2022: in februari naar Peking met de Spelen en in november naar Qatar met de World Cup. Als het IOC en de olympische sportbonden cynisch pragmatisme kan worden verweten, wat dan te denken van de voetbalwereld en haar houding tegenover Qatar 2022?

Australië, Zuid-Korea, Japan en de Verenigde Staten waren ook kandidaat. Stuk voor stuk democratieën met dossiers die ingingen tegen verspilling. Toch won een dossier dat op technisch vlak het minst had gescoord, dat de traditionele voetbalkalender overhoop haalt, dat acht stadions van minsten 40.000 plaatsen of meer bouwt in een straal van 35 kilometer, dat wil voetballen bij 35 graden en meer, en in open stadions airco wil voorzien. En niemand die op dat moment aan de alarmbel trok, of het waren een paar Australiërs die als gefrustreerd werden weggezet. Nu er her en der wat veel doden zijn gevallen onder de migranten-arbeiders weerklinkt een beetje protest. Maar we moeten vooral zelf eerst komen kijken voor we oordelen, vindt Mini Toby (Alderweireld).

Ach wat, Qatar had in 2010 nooit de World Cup mogen krijgen en bij de eerste serieuze aanwijzing van onregelmatigheden had de FIFA het dossier moeten terughalen. Dat is allemaal niet gebeurd. Met nog een jaar te gaan tot het eigenlijke WK komt elk protest rijkelijk laat. Over een jaar wordt de openingswedstrijd gespeeld en dan gaan we tenten bouwen en vlaggetjes kopen en hopen en afhankelijk van hoe de Rode Duivels presteren wordt het een goed of slecht WK. Al het andere? Bijzaak.

Column Opleiding in De Morgen van zaterdag 20 november 2021

Opleiding

Het staat de politici vrij de feiten aan het eind van deze column zonder bronvermelding te gebruiken in hun lastige discussie met de sector van de profsport.

Dat de voetballers en meer in het bijzonder de voetbalclubs het niet zien zitten om ineens sociale lasten te betalen op het volle salaris berekend, is bekend. Dat is trouwens ook een legitieme eis. Ten eerste moet er een overgangsperiode komen en ten tweede kan het niet dat het volle salaris in aanmerking komt voor de berekening.

Is er een goede reden om profsporters niet het statuut van zelfstandige te geven? Dan betalen ze maximaal 4.300 euro sociale lasten op een geplafonneerd bedrag van net geen 90.000 euro, zelfs al verdienen ze 900.000 euro. Jawel, met zelfstandigen werkt dat ook zo. De sociale bescherming is evenwel navenant, je krijgt dan bijvoorbeeld geen werklozenuitkering.

Dat profsporters onder leiding werken en dus statutair geen zelfstandige kunnen zijn, daar kan de wetgever een mouw aanpassen. De facto is elke profsporter zelfstandige, en al helemaal de voetballer die zich gedraagt als een bv of nv Die leiding – van een trainer of een bestuurder – wordt maar aanvaard als de eigen business er wel bij vaart. Elke wedstrijd kijkt de profsporter-zelfstandige met welke andere bv’s of nv’s hij een joint venture moet aangaan. De voornaamste drijfveer van de profsporter is eigenbelang, meer eenmanszaak kan je niet zijn. Dit zal niet gebeuren, maar het had een mooie uitweg kunnen zijn.

Wat de belastingen (bedrijfsvoorheffing) betreft, dat is een ander paar mouwen. Vincent Van Peteghem (CD&V), onze minister
van Financiën, wil zowel de sociale-lastenvermindering als het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing conform de Europese regelgeving maken. Het huidig systeem staat gelijk met verdoken staatssteun en kan nooit de Europese toets doorstaan. Daar moet iets aan veranderen.

U zal begrijpen dat de arm van het voetbalbestel lang is en dat er meerdere armen zijn, want dat voetbalbestel lijkt in alles op een octopus. Als u La Piovra — De Octopus — ooit hebt gezien, dan weet u waar dit over gaat, voetbal is in veel opzichten een maffiose organisatie. Momenteel wordt dus gepraat, bedisseld, gedreigd, beïnvloed langs alle kanten. Met succes soms. Enkele politieke partijen hebben al duidelijk aangegeven dat ze voor het voetbal rijden.

Het wielrennen reageert ook bezorgd, maar die hebben door hun internationaal karakter al een aantal uitwegen geëxploreerd waardoor ze denken de dans deels te kunnen ontspringen. Wordt interessant om volgen. Deze week reageerden basketbal en volleybal. De hypocrisie uit het voetbal — de breedste schouders dragen de lichtste lasten en omgekeerd — heeft nu ook die sporten aangestoken. ‘We willen niet dat de maatregelen voor het voetbal worden doorgetrokken worden naar onze sport, want wij zijn geen grootverdieners.’

Het klopt dat de salarissen in de zaalsporten vergeleken met tien jaar geleden zowat gehalveerd zijn, terwijl die in het voetbal meer dan verdubbelden. Ondanks alle (para)fiscale voordelen was er blijkbaar al nood aan een economische correctie. Een afbouw van die voordelen zouden basketbal en volleybal niet overleven, klonk het unisono bij Filou Oostende en Knack Roeselare. Hoezo dan?

De nieuwe CEO van BC Oostende begaf zich op nog gladder ijs: “In het basketbal, hockey en volleybal hebben we geïnvesteerd in een professioneel kader met onder meer een jeugdopleiding. Nu dreigen we terug te vallen op een semiprofessioneel kader.”

Vreemd. De aanwezigheid van geld aan de top en de mogelijkheid profs uit andere landen aan te trekken is juist nefast voor jeugdwerking. In het Belgisch hockey, waar geen halve zolen uit de VS of voormalig Joegoslavië rondlopen, wordt maar een heel klein beetje betaald of helemaal niet en toch zijn ze de beste van de wereld.

Nog voorbeelden? Het Nederlands basketbal betaalde altijd al een fractie van de Belgische lonen in hun basketbalcompetitie. Rik Smits, Francisco Elson (won een NBA-titel), Dan Gadzuric en Geert Hammink haalden de laatste decennia de NBA. In het België brak alleen DJ Mbenga door, na drie jaar ‘opleiding’. Idem voor het vrouwenbasketbal. In België krijg je peanuts betaald, toch haalden ze bijna de halve finales van de Olympische Spelen.

Het meest flagrante voorbeeld vind je in het volleybal. Toen na de Italiaanse en Duitse in de Belgische volleybalcompetitie de grootste fortuinen werden betaald, werkte Nederland vanuit een semiprofessionele competitie aan een opleidingsmodel. Dat heeft vijf olympische deelnames op rij opgeleverd: een vijfde plaats, zilver, goud, nog eens vijfde en negende.

Column De Staat van Eden in De Morgen van maandag 15 november 2021

De staat van Eden

Nu de Rode Duivels zich voor de vijfde opeenvolgende keer wisten te kwalificeren voor een eindronde van een groot toernooi – waarvoor welgemeende hulde – kunnen we u in primeur aankondigen wat de komende maanden de voetbalpagina’s over de Rode Duivels zal beheersen. Dat wordt de kwestie Eden Hazard. Meer in het bijzonder of hij nog een plaats in de basiself verdient en in het verlengde of het niet opportuun is de kapiteinsband aan iemand anders te geven, bijvoorbeeld aan Kevin De Bruyne.

Daarmee zijn we terug bij af, of toch bij de periode voorafgaand aan het EK 2016 en bij de vraag die toen niet mocht worden gesteld: wiens team zijn die Rode Duivels, van Eden of van Kevin?

Van Eden Hazard natuurlijk vonden de Franstaligen, van Kevin De Bruyne vonden de Nederlandstaligen. De Bruyne heerste bij Manchester City. Hazard bij Chelsea. Toen Hazard de overstap maakte naar Real Madrid voor de grootste transfersom ooit voor een Belgische voetballer betaald (100 miljoen euro), was de kwestie van de baan. Hazard was de man.

Die 100 miljoen hadden er 145 kunnen worden en dat was nog steeds meer geweest dan de 115 miljoen die Chelsea afgelopen zomer neertelde voor Romelu Lukaku. Liep dat even anders zeg. De grote Eden Hazard zou nu minder waard zijn dan zijn kleine broer Thorgan en dat is voor het eerst. Eden meer Kylian dan Thorgan, wie had dat ooit gedacht.

L’Equipe gisteren, in het verslag van de wedstrijd tegen Estland: “Alle ogen waren natuurlijk gericht op Eden Hazard. Hij was af en toe geïnspireerd en gaf bijna een assist in minuut 36, maar zijn actie waarbij hij alleen op de doelman afging en die probeerde te omspelen, mislukte jammerlijk.”

L’Equipe had medelijden met Hazard, die ze nog kennen en appreciëren van zijn tijd bij Lille toen hij erg benaderbaar was. De Belgische media waren niet echt scherper. Zoals: “Je ziet nog altijd wel dat hij een begenadigd voetballer is. De geniale invallen zijn evenwel schaarser geworden.” Tegen Estland bleek vooral dat zelfs Esten niet bang meer zijn om hem scherp te dekken. Er was die ene fase waarbij hij zich liet inhalen en de doelman niet kon omspelen, maar in een andere fase zag je een Est succesvol op hem doorjagen en hem simpelweg van de bal zetten. Alsof de Est wist dat bij Eden Hazard niets meer is wat het vroeger was.

Ergens kon je ook weer iets lezen over matchritme. Dat bestaat, maar het is een overschat begrip dat te vaak wordt gebruikt waardoor andere manco’s niet benoemd geraken. Bij Eden Hazard is dat manco zijn afgebotte snelheid. De ideeën zijn er nog, maar het gaat allemaal iets trager, iets minder soepel, het is niet meer vanzelfsprekend en het mentale overwicht op zijn tegenstander is hij helemaal kwijt. Die ene Est die succesvol doorjoeg, dat waren er drie jaar geleden twee geweest en die hadden nooit doorgedekt. Zij waren op drie meter gebleven, bang om te worden dolgedraaid.

Hier is meer aan de hand dan blessures en tegenslag. Hazard voetbalt vandaag nog op dezelfde manier als tien jaar geleden: bal aannemen, rondje draaien, enkele keren met de kont schudden, het zaakje even aankijken (vaak met de rug naar het doel!) en dan zelf actie ondernemen (meestal lateraal) of steekpasje geven (meestal onderschept). Dat vloekt met het hedendaags voetbal waarin alles verticaal en op snelheid gebeurt. Komt daarbij dat storen, meeverdedigen en negatieve pressing niet bepaald zijn ding zijn. Iets wat het evenwicht in de ploeg bij balverlies niet ten goede komt.

Deze Eden Hazard lijkt passé en de hamvraag is nu: kan deze ongetwijfeld begenadigde voetballer zichzelf nog heruitvinden op zijn dertigste? De vrees bestaat dat hij op dit kruispunt in zijn carrière een fysieke achterstand heeft opgelopen die nooit meer goed te maken is. Hij heet nu eenmaal Eden Hazard en niet Cristiano Ronaldo.

Recent ontdekten sportarcheologen bij onze bondscoach Roberto Martínez een barstje in zijn tot voordien ondoordringbaar pantser van positivisme. Na de dubbele verlieswedstrijd in de Nations League kreeg hij het op de zenuwen. De pers moest communiceren, en zich niet bezighouden met voetbaltactiek analyseren, was zijn (flauwe) antwoord. Tijd voor de slechte karakters in ons gild om de staat van Eden, de basisplaats en in het verlengde daarvan zijn kapiteinschap in vraag te stellen, toch?

Enkele suggesties: Is uw geduld met Eden Hazard eindeloos of wanneer komt daar ooit een einde aan? Wat vindt u zelf van zijn prestatie en vertraagt hij het aanvalsspel van de Rode Duivels niet te veel? Waarom stelde u man in vorm Charles De Ketelaere niet op om hem maximaal te integreren tegen het echte WK?

Column Eisern Union in De Morgen van zaterdag 13 november 2021

Eisern Union

Ik ben in Berlijn en logeer twee kilometer van Berlin Hauptbahnhof. De wandelweg van het station naar de Airbnb loopt door het park waar het meer dan honderd jaar geleden begon voor een van de oudste voetbalclubs van Duitsland, 1. FC Union Berlin. Alleen de atletiekafdeling zit nog in het park, het voetbal speelt al een hele tijd in An der Alten Försterei, een stadion in de bossen in het zuidoosten van Berlijn.

Union Berlijn heeft onlangs het bezoek gekregen van de hunnen uit Rotterdam. De Feyenoord-aanhang vond er niet beter op om een deel van de Berlijnse Muur met hun naam te bekladden. Dat alles in het teken van de revanche op de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers op de haven van Rotterdam. Je moet er maar opkomen om tachtig jaar later op zo’n debiele manier je gram te halen. Alleen in voetbal. Twee weken eerder al was het Union-bestuur aangevallen toen ze in de heenwedstrijd in Rotterdam een terrasje deden.

Union verloor dan wel twee keer van Feyenoord, in de Bundesliga staat het netjes in de linkerkolom. Niet slecht voor een team dat altijd het kneusje was, zeker in Oost-Duitsland waar Dynamo Berlijn van de Stasi de hoofdrol opeiste, en later ook in het eengemaakte Duitsland. Union speelt volgend weekend thuis de derby tegen Hertha BSC.

Union Berlin is tegenwoordig dé cultclub voor iedereen in de Duitse hoofdstad die een punthoofd krijgt van de rechtspopulisten, zoals die van Alternative für Deutschland. Klein maar fijn, unieke fancultuur, rake acties, en de kreet Eisern aan de ene kant van het stadion en Union aan de andere kant die door merg en been gaat. 1. FC Union Berlin is een club die juist het primitieve van voetbal overstijgt.

Dat het nooit de bedoeling was om op het hoogste niveau terecht te komen, bewijst de uitspraak ‘Scheisse, wir steigen auf’ (Verdorie zeg, we promoveren zowaar) toen ze in 2019 opgingen naar de Bundesliga. Het eerste seizoen werden ze meteen elfde en een jaar later zelfs zevende en daarom spelen ze deze jaargang voor het eerst Europees, weze het dan in de kleuterklas van de Conference League.

Het verhaal van Union Berlijn lijkt op dat van ons eigen Union uit Sint-Gillis – opgericht in 1897 en wel elf titels behaald. Week na week na week voorspellen analisten dat het met de zwaarder wordende velden en de toegenomen belasting steeds lastiger zal worden voor Union St-Gillis om zich bovenaan te handhaven. Daar zit een bepaalde logica in want Union zou maar veertien volwaardige eersteklassespelers in de kern hebben.

Hoe dat dan weer wordt geëvalueerd – wie volwaardig is en wie niet – moeten de specialisten van de glazen voetbalbol toch maar eens uitleggen. In alle voorbeschouwingen op de competitie luidde het dat de kern van Union te licht zou wegen om een rol van betekenis te spelen. Niet dus. Ze staan vier punten los op de tweede, Club Brugge.

Jammer voor Union dat play-off 1 maar met vier wordt gespeeld. Met vier wordt lastig, ondanks die voorsprong. Her en der zijn ook al grote theorieën verkondigd over het geheim van Union. Het duo Dante Vanzeir-Deniz Undav voorin zou een gouden duo zijn. Kan zijn, zien of het blijft duren. Dan is er die Japanner Kaoru Mitoma en nog wel wat andere huurlingen van Brighton and Hove Albion FC, de moederclub van Union. Een goeie, die Mitoma, maar misschien moet die wel in januari terug.

Felice Mazzu zou een ideale trainer zijn voor een ploeg die afwisselend met een laag en een middelhoog blok speelt. Ook dat kan juist zijn, maar ook weer niet. Wel goed dat hij na zijn debacle in Genk weer op het hoogste plan zijn ding kan doen. Hij doet een beetje denken aan Hein Vanhaezebrouck. Die werd ook in Genk bedankt en nam jaren later revanche door met Gent kampioen te spelen.

Kampioen wordt Union niet en geheimen hebben ze ook niet. Hun recept is simpel: no-nonsensevoetbal. Snel en verticaal aanvalsspel, opportunistisch en met een goeie mentaliteit. In Gent werden ze twee weken geleden helemaal onder de voet gelopen. Ze kwamen twee keer over de middellijn, en scoorden twee keer. Dat geluk is geen toeval. Dat dwing je af. Onder meer door je kop er voor te leggen en door te lopen en te blijven lopen. Als er één geheim is aan het succes van Union dan wel hoe ze voor elkaar lopen.

Union is een aanwinst voor de Belgische eerste klasse, maar Union uit Brussel is niet Union uit Berlijn. Bij Union Berlijn hebben de fans medezeggenschap. Het Belgische Union is in handen van een Engelse baas van een gokbedrijf en kan met dat bouwvallige stadion geen kant op, behalve dan terug naar onderen.

Column Olijke duo in De Morgen van maandag 8 november 2021

Olijk duo

Het meest belangwekkende voetbalnieuws van de voorbije week was niet de afdroging van Club Brugge bij FC Sjeik en co., ook niet alle andere Europese esbattementen van de Belgische clubs, nog minder de aangekondigde terugkeer van Xavi Hernández naar Barcelona en al helemaal niet de selectie van Dante Vanzeir.

Het meest belangwekkende voetbalnieuws en bij uitbreiding sportnieuws van de voorbije week heeft het niet verder geschopt dan de status van een eenkolommertje, al bracht één krant het bericht wel in een verhaaltje op de algemene pagina’s. Ook een vergissing. Waarom moet (slecht) voetbalnieuws dat niet over 1-0 of 1-1 gaat op de algemene pagina’s? Er is geen andere reden te verzinnen dan deze: om de voetbalfan niet uit zijn dagelijkse dosis waan te halen.

Het meest belangwekkende voetbalnieuws en bij uitbreiding sportnieuws van de voorbije week was de inbeschuldigingstelling van het olijke duo Sepp Blatter-Michel Platini door het openbaar ministerie van de Helvetische Confederatie, het Zwitsers parket zeg maar. Het is nu aan het federaal gerechtshof in Bellinzona om te beslissen of het tot een proces komt. Laten we met zijn allen hopen van wel en dat die twee zakkenwassers hun schuld niet kunnen afkopen zoals Dejan Veljkovic in dit land. Normaal volgt de rechter het parket en in dat geval kunnen Blatter en Platini veroordeeld worden tot een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar.

Weet u niet meer waar dat precies over ging?

Na de val van Blatter in 2015 als voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA is het Zwitsers gerecht met de oordeelkundige hulp uit de FIFA-cenakels uitgekomen op een aantal bedrieglijke transacties. Een daarvan was een betaling in 2011 door Blatter (uit de kas van de FIFA) aan Platini: 2 miljoen Zwitserse frank (1,8 miljoen euro) veranderde toen van eigenaar.

Voor bewezen diensten als sportief raadgever tussen 1998 en 2002, argumenteerde Platini. Blatter kon of wilde dat niet meteen bevestigen. Wat hij precies heeft verklaard, komen we misschien straks te weten want beide heren, ooit handlangers, staan nu diametraal tegenover elkaar. Na onderzoek bleek de som bedoeld te zijn om Platini te overtuigen om zich bij de nakende FIFA- voorzittersverkiezingen van 2011 nog niet meteen kandidaat te stellen, maar de eer nog wat aan Blatter te laten.

De Zwitsers konden daar niet om lachen en de FIFA, die zich inmiddels als burgerlijke partij benadeeld achtte, ook niet. Vandaar de zwaarwegende beschuldigingen van oplichting, schriftvervalsing en misbruik van vertrouwen.

Een proces zou een licht kunnen werpen op de gang van zaken in dat gezegende jaar 2015 toen de Zwitserse recherche aan de vooravond van het FIFA-congres binnenviel in hotel Baur au Lac in Zürich. Daarna zou niets in het wereldvoetbal nog zijn zoals het daarvoor was.

Blatter en Platini weten duivels goed wie hen de das heeft omgedaan. Dat is de man die uiteindelijk heeft geprofiteerd van de val van het infame duo, de huidige FIFA-voorzitter Gianni Infantino. Die was op dat moment de secretaris-generaal van de Europese bond UEFA en toen Platini (op dat moment UEFA-voorzitter) ook in opspraak kwam, lag de weg voor Infantino wijd open. Bobo’s die het hele proces van nabij hebben gevolgd, spreken zes jaar later nog steeds in bewonderende bewoordingen over het meesterlijke schaakspel dat toen door Infantino is opgevoerd.

De aanvankelijk minzame Zwitserse Italiaan heeft zich snel de tips en tricks van zijn voorganger eigen gemaakt en probeerde op zijn manier de gang van zaken te beïnvloeden. Ook hij ging daarbij over de schreef en Infantino wordt nu zwaar aangerekend dat hij tot drie keer toe in het geheim – en achteraf uitgelekt – het Zwitsers parket-generaal in deze zaak heeft gezien. Dat is verboden en leidde al tot wraking van een topmagistraat.

Zes jaar geleden is de eerste onderzoeksdaad gesteld tegen corruptie bij de wereldvoetbalbond FIFA en nog weten we er het fijne niet van. De reden is erg eenvoudig: het internationaal sportbondenlandschap is een politiek kluwen waar iedereen schatplichtig is aan iedereen en waar maffiose praktijken eerder de regel dan de uitzondering zijn. De verwevenheid met de politieke en juridische machtsstructuren in gastland Zwitserland maken alles extra gecompliceerd.

En neen, het voetbal staat niet alleen. Dezelfde column kan gaan over de internationale gewichtheffersbond, de boksbond, de atletiekbond en recentelijk nog de internationale handbalbond die er geen graten in zag om een tot gevangenisstraf veroordeelde corrupte Koeweitse sjeik te laten herverkiezen.