Column Sportprijzen in De Morgen van 2 januari 2023

Sportprijzen

In Nederland zijn de sportprijzen al een paar weken uitgereikt. Naar aloude gewoonte was er gedoe. Niet zozeer over de winnaar bij de mannen. Dat werd Max Verstappen die voor de tweede keer wereldkampioen was geworden in de formule 1.

Bij de vrouwen won Irene Schouten en daar was wat meer over te doen. Irene Schouten is een schaatster en hoewel schaatsen een oer-Hollandse sport/tijdverdrijf is, zijn er ook Nederlanders die de aandacht voor schaatsen overdreven vinden. Zwemmers waren de eersten om het schaatsen als televisiesport in vraag te stellen. De laatste jaren is ook de wielerlobby zich gaan storen aan al dat schaatsen op de televisie.

Op Twitter verscheen een vraag van een ex-wiel- renster: “Wat moet Annemiek Van Vleuten nog meer doen dan de drie grote rondes winnen en wereldkampioen worden om sportvrouw van het jaar te worden?” Het klopt dat Van Vleuten die prijs nog nooit heeft gewonnen. Zelfs als ze op haar fiets was blijven zitten in Rio tijdens de olympische wegrit (maar ze crashte jammerlijk), had ze nog niet gewonnen. Nederland had toen met Sanne Wevers voor het eerst een olympisch kampioene in de gymnastiek.

Van Vleuten kan niet veel meer doen dan wat ze al jaren aan een stuk doet: alles winnen waar ze aan de start komt. Herhaalt ze dat in haar afscheidsjaar 2023, dan is de prijs voor haar. Voor 2022 kozen de vakjury (die de shortlist opstelde) en uiteindelijk de topsporters voor Irene Schouten, die op de winterspelen in Peking drie keer goud en één keer brons won. Terecht. Wie die keuze in vraag stelt, snapt niets van sport. Of is bezeten van één sport en in dat laatste bedje zijn wel meer wieleraficionado’s en heel veel sportjournalisten ziek.

Over naar België. Onze sportman/vrouw/ploeg/coach van het jaar worden aanstaande vrijdag bekendgemaakt. Bij de vrouwen is het een no-brainer. Ondanks de mooie prestaties van wielrenster Lotte Kopecky moeten de Europese en wereldtitels in de zevenkamp van Nafi Thiam hoger worden ingeschat.

Als Thiam de prijs niet zou krijgen, heeft dat niets met sportieve afwegingen te maken, maar met de breuk met haar coach Roger Lespagnard. Die move kon vooral in het zuiden van het land op weinig begrip rekenen en toen ze dan ook nog eens met een Vlaamse coach in zee ging, was het hek van de digue. Afwachten wat het wordt, maar dat geldt nog meer bij de mannen.

Toen Remco Evenepoel in april Luik-Bastenaken- Luik won op weergaloze wijze, was hij op slag de topfavoriet voor sportman van het jaar. Althans bij de wielerpers. Kort nadien lag Thibaut Courtois een paar keer goed in de weg in de Champions League-finale en was ook hij de gedoodverfde sportman van het jaar. Althans voor de voetbalpers.

Nog een maand later was het Ronde van Frankrijk en reed Wout van Aert het hele veld op een hoopje. Zijn ploeg pakte de hoofdprijs. Hij kreeg een eervolle groene vermelding voor moed en opoffering en werd ook frontrunner voor sportman van het jaar. Fast forward naar de Vuelta. Remco Evenpoel won er als eerste Belg in 45 jaar een grote ronde. Nu was de discussie echt beslecht: hij en niemand anders zou sportman van het jaar worden.

Toen hij een week later ook nog eens wereldkam- pioen werd in de stijl van Luik- Bastenaken-Luik, kreeg ik voor de zoveelste keer de vraag: en, stem je nog altijd voor Bart Swings als sportman van het jaar?

Natuurlijk wel.

De man is Europees en olympisch kampioen, godbetert, hoger kan niet. In de Vlaamse topsport-index, die de verschillende kam- pioenschappen en prestaties waardeert met punten, is een vierjaarlijkse olympische titel alleen al zestien punten waard, een wereldtitel die jaarlijks wordt uitgedeeld vier punten. Tel er daar vier bij voor de Vuelta en LBL en je zit nog maar aan twaalf.

Ik dacht dat ik naar aloude traditie comfortabel alleen stond met die mening, maar tot mijn immense vreugde waren de heren- sportkenners Jean-Marie Dedecker en José De Cauwer zaterdag in Het Nieuwsblad dezelfde mening toegedaan: Swings sportman van het jaar en Evenepoel tweede.

Frank Raes probeerde nog wat te relativeren: de massastart zou iets meer niche zijn dan de vijf en tien kilometer. Sorry, maar neen, het is andersom. Swings controleerde een veld Amerikanen, Koreanen, Chinezen, Japanners — die we niet zien op een WK wielrennen — en tot slot ook Europeanen. Hij maakte hen één na één af op het hoogste schouwtoneel van de sport.

Als Remco Evenepoel Sportman van het Jaar 2022 wordt in België is dat het gevolg van de stemprocedure. Als we in België niet de sportjournalisten maar de topsporters zouden laten kiezen zoals in Nederland, dan wordt het ongetwijfeld Bart Swings.

Column Hemelpost (aan Michel Verschueren) in De Morgen van 24 december 2022

Mister Michel, meester Hans hier,
Ik kreeg de kans om mij nog even postuum tot u te richten en die kan ik niet laten liggen.

U was een van de eerste bekende lezers van mijn columneske rubriek ‘Breed getackeld’ en hoewel u het maar om de zoveel weken helemaal eens was met mij, bent u de man die mij heeft aangemoedigd om die stijlvorm # soms gebrek-aan-stijl-vorm, dat wéét ik # te blijven beoefenen.

U vond het natuurlijk niet plezant als ik ook u eens bij uw grijze haren door de modder trok. Zoals toen u eind vorige eeuw met ‘alternatieve feiten’ de misdragingen en uitschuivers van uw club en uw bazen nogal breed interpreteerde. Wie aan uw these twijfelde, kon op uw toorn rekenen.

Zoals ik dus, die ene keer. Ik herinner mij nog uw telefoontje, op zaterdag bij het ontbijt. “Meester Hans”, zo sprak u mij altijd aan, “ge weet er geen kloten van, ge zijt mis, maar ge zijt gene onnozelaar. En daarom, kom dinsdag naar mijne bureau om 11 uur en dan gaan we klappen en daarna iets eten in mijn frituur.” Uw frituur, dat was de Saint-Guidon en die had toen nog één Michelinster.

Zo geschiedde en zo discussieerden we bij een fles wijn, nadat we eerst op uw kantoor # die donkere spelonk in het Vanden Stockstadion # enkele porto’s hadden genuttigd. U was de eerste die tegen mij de woorden agree to disagree gebruikte. U voegde daar aan toe: “Maar niet overdrijven, hé maat!”

Omdat u mij bleef lezen en berichtjes bleef sturen, heb ik u vorig jaar de compilatie van mijn columns opgestuurd. Die zijn gebundeld en heten Laster en eerroof. Nog steeds te koop, schrijf ik er nu even snel bij ten behoeve van de lezers die nog verlegen zitten om een eindejaarsgeschenkje.

U belde meteen. “Meester Hans, moet ge nu wat weten? Ik heb de tranen in mijn ogen. Ik, Mister Michel, jawel, de tranen in mijn ogen omdat ge nog aan mij denkt. Ge zijt nen trouwe vriend. Ik ga dat lezen en ik bel u op als het uit is.”

Ik wilde riposteren dat ik geen vrienden wil hebben in het voetbal, maar u had al neergelegd. Ik heb u niet meer gehoord. Zat ik te veel op de kap van het voetbal? Ik wilde u bellen toen ik een reportage met u zag in het revalidatiecentrum waar u wachtte op een knieoperatie. Jammer, u heeft mij niet meer gehoord, het einde had u en mij ingehaald.

Ik had u nog willen zeggen dat u een van die mensen was die mijn vak aangenaam hebben gemaakt. U nam uw telefoon op, u argumenteerde, u kon tegen een grap en u antwoordde altijd. Behalve die ene keer toen ik u sprak over de affaire-Kazimierski. In het seizoen 90-91 zou Gent kampioen gaan spelen, tot hun Poolse doelman twee wedstrijden na elkaar plots over ballen dook die hij een week eerder met zijn rug naar het veld had gestopt.

Niet Gent, maar Anderlecht werd kampioen. Omkoping? In elk geval, de doelman werd meteen uit Gent verbannen. Ik heb u ooit gevraagd wat daar aan de hand was, of Anderlecht… U antwoordde: “Hanske, dat waren andere tijden. Ge moet u daar niet meer druk over maken.” Ik had het zo graag nog eens gevraagd. Met Constant onder de zoden, u niet meer schatplichtig aan de familie Vanden Stock en zelf iets kwetsbaarder geworden: deze keer had u mij vast de ware toedracht verteld. Als u nog De Morgen leest, geef mij dan een seintje.

Column Trainerskerkhof in De Morgen van 24 december 2022

Trainerskerkhof

Dit stond eergisteren op een nieuwssite: “De spelers van Club Brugge hebben donderdag, een dag na de 1-4-bekernederlaag
tegen Sint-Truiden, niet getraind. De bekeruitschakeling van woensdag hakte er stevig in bij Club Brugge. De geplande training van donderdag zou niet zijn doorgegaan. Intussen zou er op bestuurlijk vlak druk beraadslaagd worden. Het is nog onbekend of coach Carl Hoefkens moet vrezen voor zijn job.”

Gisteren bleek dat hij mag blijven. Voorlopig, want zijn krediet is opgebruikt. Dat moet niet verwonderen. Nergens worden trainers sneller ontslagen dan in België en dat zal Hoefkens dra ook overkomen. Afgezien daarvan moet je je de vraag stellen – en misschien doen ze dat in Westkapelle beter ook – op welke basis Hoefkens ooit hoofdtrainer is geworden.

Tot zijn aanstelling in mei was zijn meest opvallende rol in het Belgische voetbal het uitreiken samen met Gunther Schepens van de eerste Gouden Pump aan een voetbal-WAG en dat in het gezegende jaar 2003. Wie toen die prijs als mooiste voetbalvrouw kreeg weet ik nog. Het was de Gentse mooie Eveline Hoste, van wie je nu huizen kunt kopen en die later ook meedeed aan het wereldrecord fietsbelrinkelen.

De Gouden Pump, alleen al de naam, alleen al de prijs, alleen al die uitreiking, geen idee of het nog bestaat, laten we hopen van niet. Die Hoefkens dus, met één titel als voetballer op zijn palmares en als trainer vier jaar actief in de opleiding, is vorig jaar de keurige mens en prijzenpakker Philippe Clement opgevolgd als hoofdtrainer van Club Brugge.

Nogal wat intimi van het Belgische voetbal verklaarden dat als volgt: “De manager en de voorzitter denken niet alleen dat ze de beste manager en voorzitter van België zijn, maar diep in hun binnenste denken ze ook de beste voetbaltrainers te zijn. En zo hebben ze na de koppigaard Clement iemand neergezet die én goedkoper is én wel naar hen luistert.”

Tot zover een analyse die kan kloppen. Aangezien Club Brugge onder het mom van voetbalvertier voor zijn vele fans toch in de eerste plaats winst wil maken op de import en export van voetbaltalent is het handig om je trainer aan een leiband te kunnen houden en te wegen op wie speelt en wie niet.

Voetballers voelen dat. Je mag hen niet van overdreven veel inzicht in het reilen en zeilen van hun club verdenken, maar als ze voor iets een neus hebben, dan wel voor de wankele machtsbasis van hun chef. Zodoende is Hoefkens na de bekerblamage tegen Sint- Truiden aangeschoten wild en daar zal de ‘steun van de kleedkamer’ niks aan veranderen.

Natuurlijk was het een rare wedstrijd waarin voor Club niks aan de hand leek, tot de man die dit seizoen nooit flatert toch in de fout ging. Daarna was alles prijs wat op de kooi van Simon Mignolet werd afgevuurd.

Dat kan gebeuren in voetbal. Op het veld werd niet gereageerd en dus werd gekeken naar de coach om het vuur in de ploeg krijgen. Door wissels, door prikkels, door schelden, door ruzie te zoeken met de ref en/of met de tegenstand. Hoefkens kreeg het ook niet
in gang en dat is niet voor het eerst. Hoewel dat uiteraard niet aan hem alleen ligt, wil de harde logica wel dat zijn hoofd nu op het kapblok ligt.

In weerwil van alles wat hiervoor staat, heeft Hoefkens dit seizoen ook al wel wat gepresteerd. Denk maar aan de prachtige Europese campagne. Het zou zonde zijn, meer zelfs, het zou compleet krankjorum zijn als de eerste Brugse trainer die overwintert in de Champions League ontslagen wordt, maar het zou geenszins verwonderen.

Tenslotte is dit België, een trainerskerkhof dat zijn gelijke in de wereld niet kent. Weet u wie de langst zittende trainer is in de Jupiler Pro League? Marc Brys bij OHL, tweeënhalf jaar staat hij aan het roer. De op één na langste? Hein Vanhaezebrouck, net iets meer dan twee jaar. Vervolgens zingen Jonas De Roeck en Bernd Hollerbach het warempel al een jaar uit bij hun clubs Westerlo en STVV.

Veertien van de achttien huidige Belgische eersteklassetrainers hebben minder dan zes maanden dienst. In Nederland is de helft van de trainers langer dan een jaar in dienst, waarvan vijf langer dan twee jaar en Dick Lukkien houdt het al zes jaar uit bij FC Emmen.

Het spelersverloop is haast nergens groter dan hier en het trainersverloop slaat alle records. Ook de bestuur- en managementkamers ontsnappen niet aan de waanzin. Eergisteren berekende een krant dat bij Anderlecht in vijf jaar tijd dertig leidinggevenden zijn gepasseerd. Iemand moet die voetbalclubs van ons toch eens uitleggen dat continuïteit de eerste vereiste is voor sportief succes.

Column ‘En de winnaar…’ in De Morgen van maandag 19 december 2022

En de winnaar…

Van deze 22ste World Cup is… niet het voetbal want we hebben te veel hele en halve non-wedstrijden gezien, waarbij een ploeg die toevallig op voorsprong kwam de boel vervolgens dichtgooide. Al maakte de krankzinnige finale, de mooiste ooit, wel heel veel goed.

Honderd procent zeker niet de spelers want die mogen de komende maanden dubbele shifts draaien, of erger.

Ook niet de arbitrage want die was beneden alle peil. Meer zelfs, er viel gewoon geen peil op te trekken. Idem voor de VAR of andere technologie die in hetzelfde inconsequente bedje ziek was.

De vrouwelijke arbitrage, heeft die het glazen plafond doorbroken? Nauwelijks, want de uitstekende Stéphanie Frappart floot één luttel wedstrijdje en haar vrouwelijke collega’s kregen hooguit een rol als vierde scheids of secretaresses langs de lijn.

De lokale mensenrechten of de arbeidsomstandigheden van de migranten of de queergemeenschap zijn er ook niet op vooruitgegaan tijdens dat maandje voetballen in Qatar, wat hadden ze dan gedacht? Er was vooral veel geblaat maar weinig of geen wol.

De sportieve winnaars zouden niet uit België komen, werd vooraf vermoed, en dat werd snel bevestigd. En ook niet uit Duitsland.

Gelukkig kwamen ze niet uit Marokko. Niet te vatten, dat gedweep met een van de meest negatief ingestelde ploegen. In het veld altijd dat ergerlijke geweeklaag en naast het veld de met voorsprong onsympathiekste aanhang. In de tribunes de tegenstander voortdurend uitfluiten en na elke wedstrijd amok maken in de straten van Europese steden, je zou voor minder hopen dat ze zoals elke Afrikaanse ploeg na dit succesje ruzie maken en de volgende World Cup thuis moeten blijven.

Overigens, wie Marokko als vertegenwoordiger voor Afrika ziet en jubelt om het doorbreken van het glazen plafond kent Afrika alleen van de les aardrijkskunde. Marokko mag dan in het noorden van dat continent liggen, het heeft niks met de landen onder de Sahara.

De winnaars van de World Cup kwamen jammer genoeg ook niet uit Kroatië. Een wereldtriomf was dat grote kleine jonge sportlandje anders wel gegund.

Een al te slap Frankrijk heeft het niet gehaald en dus ook niet Kylian Mbappé. De gemeneriken uit Argentinië werden uiteindelijk verdiend wereldkampioen en kroonden Lionel Messi tot wat hij al was, de grootste voetballer van deze eeuw. Het is hem gegund, maar niet hij is de grote triomfator van deze 22ste FIFA World Cup; wél Qatar, de Arabische regio, de FIFA en bovenal Gianni Infantino.

De organisatie door de ministaat Qatar was af. De Europeanen bleven massaal thuis en protesteerden pro forma tegen van alles en nog wat, tot ze de weg kwijt waren. De bezoekers uit andere werelddelen hebben zich ongelooflijk vermaakt in de plastieken en betonnen setting van Doha en wijde omstreken.

De Arabische wereld is verguld. Het tot voor kort in die regio verguisde Qatar heeft alle andere landen in de Golf de weg getoond. Voetbal wordt daar naast olie en gas het derde import-exportproduct en Mohammad bin Salman weet zich nu al met Saudi-Arabië verzekerd van een van de volgende World Cups. Zijn bedenkelijke reputatie en die van zijn regime na de moord op journalist Jamal Khashoggi lijkt eerder een troef dan een nadeel om een groot kampioenschap binnen te halen. Geen gedoe met zo’n baas.

De grote triomfator op de 22ste FIFA World Cup is de FIFA en MVP van het toernooi is de president zelf, Infantino. Eén miljard meer inkomsten uit de voorbije vierjaarlijkse cyclus, dat betekent nog meer geld om uit te delen en volgend jaar zijn presidentiële status te continueren. Die zal duren tot 2031 want in de marge van dit toernooi verkreeg hij dat zijn eerste drie jaar voorzitterschap vanaf 2016 niet meetellen voor de drie maximale termijnen van vier jaar. Bravo Gianni. Sepp had het niet beter gedaan.

Tegelijk ontvouwde Infantino zijn plannen om voor de volgende cyclus te mikken op een omzet van 11 miljard dollar, nog eens een stijging met 50 procent. Die plannen omvatten vanaf 2025 een World Cup voor clubs met 32 deelnemers en een landen-WK met 48 landen.

Europa (lees: de UEFA) is tegen. Dat kan Infantino niet schelen want de rest van de voetbalwereld is groter dan Europa en is pro FIFA en anti UEFA. De gladde Zwitser heeft op deze World Cup zijn machtsbasis en die van het voetbal nog maar eens weg van Europa en naar het Oosten kunnen laten opschuiven. Hij wil nog verder. In 2024 wordt de World Cup van 2030 toegekend. Tot 2034 is Azië (door Qatar 2022) in principe een no-gozone voor een World Cup. Niet verbaasd opkijken als China volgens de FIFA plots niet langer in Azië ligt en de editie 2034 krijgt.

Column De Vlieg op de Vlo in De Morgen van zaterdag 17 dec 2022

De Vlieg op De Vlo

Lionel Messi riskeert zondag voortaan de omschrijving ‘allerbeste voetbalspeler ooit’ aan zijn naam verbonden te zien worden. Dat is onzin, want waar meet je dat aan af? De prijzen? De impact op het spel? De prestaties? Voetbal is een teamsport en wie op het juiste moment de juiste prestaties levert in de juiste competitie bij het juiste team heeft veel voor op wie in zijn eentje een team naar boven trok.

Dat laatste gold bijvoorbeeld voor Diego Maradona en Napoli, maar evenzeer voor Johan Cruijff en Ajax en Cruijff en Barcelona. Dat geldt niet voor Cristiano Ronaldo, die haast altijd in een gespreid bedje terechtkwam, waardoor de teams eerder hem beter maakten dan hij het team.

Neen, de discussie Ronaldo/Messi is al langer beslecht en of La Pulga (de Vlo dus) nu goud dan wel zilver wint zondag, dat maakt het verschil niet. Alleen moeten we het wel heel even hebben over de vlieg die op de vlo zit. De gang van zaken mag dan al gekend zijn, geen reden om die niet minstens om de zoveel tijd te herhalen: na zijn verhuis naar Catalonië kreeg Messi als opgroeiende tiener van zijn club FC Barcelona een behandeling met groeihormoon cadeau en werd 1,70 meter.

Als wielrenner met die voorgeschiedenis van groeihormoon had hij nooit gekoerst, als voetballer wordt Messi aanbeden. Hij is, behalve dan voor de Madridistas, zonder discussie de beste voetballer van de planeet. Hij won alle trofeeën die hij kon winnen en hij was bepalend in alle cruciale wedstrijden.

Ik ben messiaan, maar de vraag die je hier moet stellen als sportjournalist zonder de oogkleppen van de voetbaljournalist is deze: waarom hanteren we andere normen voor voetbal dan voor pakweg atletiek of neem nu wielrennen?

Stel dat Patrick Lefevere ergens in een ver land een talentje zou ontdekken, begiftigd met een grote motor en oneindige mogelijkheden, maar een beetje klein. Veel groei lijkt er niet in te zitten, want het hele gezin komt niet boven de 1,60 meter uit.

Stel nu ook dat Lefevere zou besluiten om voor dat talentje een hormonenkuurtje te financieren, op voorwaarde dat hij een contract tekent en dat hij verhuist naar zijn land.

Stel nu dat het rennertje van toen vandaag niet meer klein zou zijn en ook niet meer flauw in de spiertjes zou zitten, maar wel integendeel de beste renner van de hele wereld zou zijn.

Wat zou die meemaken, denkt u? Pek en dan veren, toch? Verboden om te rijden in Frankrijk, dat zeker, en vervolgens een outcast die nergens aan de bak zou komen. En Lefevere, aan welke boom zouden we die ophangen en in welke vergeetput gooien?

Carles Rexach van FC Barcelona is de man die Messi ontdekte als begaafd voetballertje van dertien in een achterafbuurt in Rosario. Hij was toen 1,43 meter en werd conservatief behandeld met groeihormoon. Barcelona haalde hem op aandringen van assistent Rexach naar Spanje en betaalde voor een intensievere behandeling met groeihormoon. Terwijl de kuur liep kregen de familie Messi en Lionel een salaris uitbetaald. Drie jaar na zijn verhuis debuteerde Messi als zeventienjarige in de eerste ploeg van Barcelona.

Niemand die er toen op wees dat groeihormoon op de verboden lijst staat. Het was in die jaren haast onopspoorbaar, maar dat is een andere kwestie. De Messi van vandaag is opgetrokken uit gepantserd beton, nooit geblesseerd, doorgaans te goed voor de concurrentie en hij lijkt het eeuwige voetballeven beschoren.

Dat is niet helemaal, maar alvast onder meer aan het groeihormoon te wijten. Messi weegt 67 kilogram voor 1,70 meter. Volgens sommige endocrinologen is dat een wel heel erg succesvolle behandeling met groeihormoon, want doorgaans wordt gemikt op een eindresultaat rond de 1,60 meter.

Veel vragen worden daarover niet gesteld, behalve dan destijds in Madrid, waar ze hem liefdevol met het koosnaampje el conejo dopado (het gedopeerde konijn) omschrijven. Natuurlijk kan Messi voetballen en is het een verademing om naar zo’n begaafde speler te kijken, maar daar gaat het nu even niet om.

Was hij een wielrenner, hij reed nooit meer met de fiets. Maar hij is een voetballer en dus worden die vragen niet gesteld. Integendeel, ooit werd in een verhaal gepeild naar het hoe en waarom van zijn rendement en zijn grote aantal wedstrijden. Geen enkele keer ging het over zijn groeihormoonkuur. Neen, door bijzonder diepgravende journalistiek waren ze uiteindelijk toch achter het grote geheim van Messi gekomen: elke dag een siësta.

Column Vive la France/Ajmo Hrvatska in De Morgen van maandag 12 december 2022

Vive la France / Ajmo Hrvatska

De leukste grote toernooien zijn die waar je zelf geen uitgesproken gevoelens bij hebt en waar je volop kan proberen genieten van het sportieve spektakel. Proberen dus. Spektakel moest in de laatste wedstrijden op de World Cup vooral komen van de spanning. De techniciteit en inventiviteit waren soms ver te zoeken. Spanning wordt pas ondraaglijk als je zelf een onvoorwaardelijke fan bent.

Ook dan kan onthechting optreden. Dat overkwam mij vrijdagavond met Nederland tegen Argentinië. Soms neemt de journalist het over van de fan en zo ging dat vrijdag ook. Tijdens de wedstrijd de statistieken bekijken om tot de conclusie te komen dat Nederland niet verdiende te winnen.

Dat had natuurlijk ook op puur empirische basis kunnen worden vastgesteld. Het moet van de jaren zestig geleden zijn dat Nederland zo zwak was in balbezit. Zelfs tijdens de tocht door de woestijn in de jaren tachtig, eindigend in de enige triomf ooit op het EK van 1988, deed het voetbal minder pijn aan de ogen. Maar op klotestrafschoppen eruit gaan na die geniale vrije trap voor de 2-2, dat was dan weer meer dan vervelend.

Ze moeten trouwens iets vinden op die strafschoppen. Als sport de bedoeling heeft de beste te laten winnen, slaat zo’n strafschoppenserie als een tang op een varken. Het team dat er negentig minuten lang in slaagt om de tegenstander weg te houden van zijn doel en zelf geen enkele doelpoging onderneemt, krijgt alsnog 50 procent kans om te winnen. Voetbal is oneerlijk door die lage score, maar je moet het niet gekker maken dan het al is.

Zaterdagavond was ik dan weer op de hand van Frankrijk. Toegegeven, de statistieken geven aan dat Engeland meer kans had om te winnen dan Frankrijk, maar dat Frankrijk efficiënter was. Engeland had 2,32 expected goals en Frankrijk maar 1,19. Die ene verschil is wellicht die gemiste strafschop. Met de nadruk op gemist, want niet gestopt en gewoon los over doel getrapt. Dom. Sinds brexit en Boris verdient Engeland alle ellende van de planeet.

Frankrijk-Marokko en Argentinië-Kroatië. Dat zijn de redelijk onverwachte halve finales. Vier landen met een onwaarschijnlijk vermogen om wedstrijden naar hun hand te zetten en overwinningen uit de brand te slepen. Dat is iets waar, om het er nog eens over te hebben, de Rode Duivels veel te weinig van hebben.

Na de wedstrijd Frankrijk-Engeland, de beste wedstrijd van het toernooi volgens de kenners, kreeg doelpuntenmaker Tchouaméni (ook verantwoordelijk voor de eerste strafschop en dus de 1-1) de vraag of het niet vervelend was dat de hele wereld Frankrijk woensdag wil zien verliezen tegen Marokko.

De hele wereld? Dan hoor ik niet bij de hele wereld. Veel verschil zal het nu niet meer maken, want ze spelen sowieso nog twee wedstrijden, maar alleen al voor de rust van de binnensteden van Antwerpen en Brussel was het goed en terecht geweest als Marokko al meteen in de achtste finale uit het toernooi was geknikkerd.

Marokko speelt een soort catenaccio met een groot hart. Het heeft heel goede voetballers, die er geen graten in zien om op de eigen helft in de weg te lopen in de hoop dat ze een paar keer snel aan de overkant geraken om daar een doelkansje te versieren. Of zoals tegen Portugal een doelman op hun weg te vinden die het zot in de kop krijgt. Als Kevin De Bruyne een Marokkaan was, hij was al naar huis vertrokken.

Over de rellen kunnen we kort zijn. Neen, niet de hele Marokkaanse gemeenschap treft schuld. Wel die paar honderd casseurs en
in ondergeschikte orde dat deel (familie) dat er niet in slaagt het schorriemorrie van straat te houden. Overigens zijn rellen bij voetbal geen voorrecht van Marokkanen, ook niet als de nationale ploeg speelt. Ik kreeg ooit een steen op mijn kop bij rellen op de Antwerpse Suikerrui nadat België was uitgeschakeld.

Dat was in 1986 in de nacht nadat Maradona de Rode Duivels op een hoopje had gespeeld. En dat ik daar toen was met een fotografe betekent dat de krant verwachtte dat er iets stond te gebeuren. Geen Marokkaan gezien toen, wel een hoop zat Belgisch crapuul.

Wie moet wereldkampioen worden? Lionel Messi had de voorkeur vóór het WK maar zijn gedrag na de kwartfinale tegen Nederland was ontluisterend. Eerst de ref in zijn zak steken en die daarna afmaken, de tegenstand niet respecteren maar uitdagen, neen, doe dan maar Kroatië. Een van de grootste, zo niet het grootste kleine sportland ter wereld, onverzettelijkheid gecombineerd met goed voetbal. Goed in voetbal én goed op de Olympische Spelen, meer medailles dan België met een derde van onze inwoners. Zo’n goed sportland verdient de hoofdprijs.

Column Eden Hazard in De Morgen van zaterdag 10 december 2022

Eden Hazard

Het lezen en aanhoren van de éloges, waarbij alleen de plussen overbleven en de minnen in een ach-ja-dat-ook-nog-zinnetje verstopt zaten, deed pijn aan de ogen en oren. De compilatie in Villa Sporza afgelopen woensdag kwam dan weer net op tijd om het geheugen op te frissen en was goed voor een glimlach, balancerend tussen medelijden en bewondering.

Bonjour. Meer heb ik nooit gekregen van Eden Hazard, maar dat hoeft ook niet want ik heb ook nooit meer verwacht omdat ik nooit meer heb gevraagd. Zo’n afgebakende ‘relatie’ schept alvast duidelijkheid.

Een bewonderaar van Hazard ben ik ook nooit geweest. Deels omdat ik sportjournalist ben geworden onder de vleugels van cheffen die mij op het hart drukten dan idolatrie moest worden vermeden. Dat was voor fans. Tegenwoordig ook voor fans die een laptop hebben en plaats krijgen in allerlei media om zonder al te veel kennis of achtergrond hun geloof in de ene of het gene te belijden.

Er is een tijd geweest, en die is al een tijd voorbij, dat je Hazard vereeuwigd op een shirt overal in de wereld tegenkwam. Letterlijk overal. Hangend aan een kraampje in Padum in de Zanskar-vallei bijvoorbeeld, meer afgelegen kan haast niet. Of boven op Khardung La. Het is daar 5.359 meter hoog, maar het was geen hallucinatie. Daar liep zowaar een Indiër met op de rug ‘Hazard’. Duidelijk namaak, wel in het rood van de Rode Duivels en niet in het blauw van Chelsea. Big in Ladakh, zo groot is deze kleine man geweest.

Zo groot dat mijn avondlijke radiopraatje bij de NPO langer dan de gebruikelijke vijf minuten duurde. Of de Rode Duivels en de natie België het zullen overleven, een leven zonder Hazard, was de centrale vraag. Dat zullen ze. Bovendien ben ik van mening (hoop ik) dat in deze eeuw van de sportieve comebacks een vertrek nooit definitief is.

Stel nu dat Hazard een club vindt die hem weghaalt uit Madrid, naar een plek waar het ook goed toeven is, waar de zon schijnt en het in de winter lente is. En stel dat hij de tijd krijgt en de goesting om zich wat op te trainen. Dat er in dat team achter hem een
paar gasten lopen die hem willen ontlasten van wat tegenwoordig heet ‘vuile meters maken’, dat ellendige storen en meeverdedigen waardoor je geen lucht meer hebt als je weer aan de bal bent en kan aanvallen. Stel dat hij rustig kan groeien. Dat er vervolgens een bondscoach komt die hem kan overtuigen. Het zou zomaar kunnen…

De lofdichten waren vaak compleet naast de kwestie. De analyse van ex-ploegmaat Steven Defour in Villa Sporza was zelfs op het hilarische af. Dat het nu wat minder gaat met hem was de schuld van alles en nog wat en iedereen, maar niet van Eden, “zo ne goeie, plezante gast”.

Ongetwijfeld, maar dat doet er niet toe. Hazard hééft geleden onder blessures, maar wie niet? Hij hééft pech gehad dat die op het verkeerde moment kwamen, maar hij heeft vooral geleden onder zijn belabberde basisconditie. Veel van zijn ellende heeft hij over zichzelf afgeroepen.

In het moderne sneltreinvoetbal à rato van twee optredens per week is hij alvast niet langer bedrijfszeker. Dat hij in de wedstrijd tegen Kroatië maar helemaal op het laatst kon invallen, lag echt niet aan Roberto Martínez. Die had hem maar wat graag langer opgesteld, zelfs van bij de aftrap, maar Hazard was van die twee keer een uur tegen Canada en Marokko simpelweg niet hersteld. Voor iemand van 31 en blessurevrij moet dat een heel pijnlijke vaststelling zijn.

Dat mag hij zichzelf aanrekenen en misschien moet hij ook zijn opeenvolgende coaches ter verantwoording roepen en vragen waarom ze niet eerlijk tegen hem zijn geweest. Hebben zij hem nooit voorspeld dat hij voor zijn speelstijl, gebaseerd op snelheid, wendbaarheid en explosiviteit, beter elke dag krachttraining zou doen en tegelijk aan zijn uithouding werken? Dat hij voor het moderne voetbal van twee keer per week honderd minuten beter geen hele zomer lang op zijn luie kont aan het strand kon zitten om met zijn kinderen te spelen?

De waarheid was al langer bekend bij insiders, maar nu heeft ook de wereld het gezien: Hazard was een groot talent dat te weinig uit zijn immense vat aan intrinsieke kwaliteiten heeft gehaald. Nog pijnlijker: Hazard is voorlopig de miskoop van de eeuw in het topvoetbal.

115 miljoen euro heeft Real Madrid voor hem betaald toen zijn marktwaarde op 150 miljoen werd geschat. Een koopje, dachten ze. Hij bleek een kat in een zak. Hazard heeft tot nog toe 2.400 competitieminuten voor de Koninklijke gespeeld. Dat is 48.000 euro per minuut.

Volgens Transfermarkt is hij nog 7,5 miljoen euro waard. Van kapitaalvernietiging gesproken. En toch, had ik het geld en had ik een club, ik zou het erop wagen.

Column Klassenjustitie in De Morgen van maandag 5 december 2022

Klassenjustitie

Deze week stond een aardig verhaal in deze krant. Jawel, in deze krant staan alleen aardige verhalen, maar dat was nu eens een alleraardigst verhaal, net op tijd. Het kwam goed van pas want het ging over de statistieken waarmee we op deze World Cup om de oren worden geslagen. Die zijn namelijk een beetje anders, gecompliceerder, dan wat wij doorgaans in Europa gewend zijn.

Als trouwe bezoeker van deze rubriek weet u allicht dat het vaak oneerlijke voetbal uitgerekend een sport is die moeilijk in een set data te gieten valt. Je hebt enerzijds de prestatiestatistieken — zoals, hoeveel loopt een ploeg, hoe vaak, hoe snel — en anderzijds de resultaatstatistieken — zoals, hoe vaak komt een team voor het andere doel en kan het doelkansen afdwingen?

Hoeveel een team loopt, doet alvast niets ter zake. Van de dertien teams die het meeste liepen in de groepsfase, hebben er maar vijf die groepsfase overleefd. Veel lopen is dus geen garantie op succes. Weinig lopen ook niet overigens. Dat bewezen de Rode Duivels. Juist lopen, op de goede momenten, daar komt het op aan.

De vorige World Cup wees uit dat shots on target — schoten binnen het doelkader — correleerden met winnen. Deze World Cup gaat een stapje verder en berekent de schoten of acties die een doelpunt hadden moeten opleveren. Dat heet expected goals, het aantal doelpunten dat een team hoorde te scoren op basis van de spelfases.

Na de groepsfase was de FIFA tot de vaststelling gekomen dat twaalf van de achtenveertig wedstrijden een verrassend, statistisch onlogisch, resultaat hadden opgeleverd. Sorry, dataminers van de FIFA, waar baseren jullie zich op? Ik moet het bij negen wedstrijden houden. Negen keer heeft een team meer punten gehaald (gelijkgespeeld of gewonnen) als het minder expected goals had dan de tegenstander.

Kroatië-België was de meeste opvallende anomalie: Kroatië had maar 22 procent kans om de nul te houden en toch gebeurde het. Andersom had België tegen Canada maar 28 procent kans op winst en toch wonnen ze. België-Marokko had gelijk kunnen eindigen, maar België verloor.

Duitsland-Japan bewijst overigens hoe oneerlijk voetbal kan zijn. Duitsland speelde een half uur niet goed, en ging er uit. België speelde een half uur niet slecht, en ging er ook uit.

Gevolg: voor het eerst in twintig jaar hebben teams uit vier verschillende confederaties hun groep gewonnen. Acht Europese teams op zestien is een laagterecord. Iedereen gelukkig, want: halleluja… diversiteit.

Op deze World Cup komt die in verschillende gedaantes en niet altijd op even fraaie wijze. Neem nu de arbitrage. Neen, Stephanie Frappart hoeft zich geen zorgen te maken, dit gaat niet over haar. Als een vrouw kan lopen als een man, kan ze ook scheidsrechteren bij de mannen. Reglementen hebben geen gender. Reglementen hebben jammer genoeg wel een kleurtje en zijn nog meer regiogebonden.

Er valt echt geen peil te trekken op de beslissingen van de scheidsrechters.

De eerste week van dit toernooi was elke aanraking in de zestien een strafschop, maar werden elke wedstrijd minstens vijf enkels gesloopt omdat iemand met de voet vooruit erin ging, bij voorkeur over de bal.

Ook nieuw: door de vierde ref werd een halve helft per helft extra speeltijd bijgerekend. Tot iemand in de FIFA-coulissen er iets van zei en dan werd nog maar een kwartje helft extra gespeeld.

En wat moet je met die Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse refs op zo’n World Cup? Wilton Pereira Sampaio uit Brazilië hoeft zich niet aangesproken te voelen. Hij was in de wedstrijd van Nederland tegen de VS top. Het probleem is niet zozeer de ref zelf, maar de voetbalcultuur waar hij/zij elke week in werkt.

Het is geen geheim (en ook geen racisme) dat ze in het Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse voetbal een rode kaart beginnen te overwegen als je iemand doormidden wil schoppen. Pas als je daar ook grotendeels in slaagt, krijg je dat rood, niet eerder.

Aanslagen op de enkels leveren in de meeste West-Europese voetballanden meteen rood op. Minder evenwel op deze World Cup, omdat de meeste scheidsrechters rekening houden met de wensen van de FIFA: de teams zo lang mogelijk heel houden, zodat we met de beste spelers de laatste fase bereiken. Klassenjustitie heet dat.

Wat wel goed werkt op deze World Cup — tot spijt van de romantici allicht — is de VAR bij buitenspel. Al heeft ook dat zijn beperkingen. Drie Argentijnse goals tegen Saudi-Arabië werden afgekeurd op centimeters. Hadden die spelers in die situatie een meter on side gelopen, dan nog hadden ze gescoord. De wereld is niet perfect, de World Cup dus ook niet, en het voetbal al helemaal niet.

Column Uitgewoond in De Morgen van zaterdag 3 december 2022

Uitgewoond

Een paar dingetjes moeten worden opgehelderd. Laten we beginnen met het begrip ‘gouden generatie’. Dat was een fata morgana van de Belgische sjotterspers na een tienjarige tocht door de voetbalwoestijn. Deze generatie is nooit ook maar in de buurt van goud geweest. Om van goud te spreken moet je finales spelen en minstens hebben gereikt naar het hoogste.

Er is niet eens een generatie. Inmiddels zit tussen de oudste en jongste vaste waarde van de nationale kern een verschil van bijna vijftien jaar. Wel waar is de vaststelling dat de Rode Duivels in hun startformatie eergisteren tegen Kroatië de tweede oudste ploeg in de geschiedenis van de World Cup waren.

Een ploeg is als een huis: als je én je dak niet vernieuwt, én je muren niet isoleert, je keuken niet vernieuwt én je ramen nog steeds van enkel glas zijn, dan kun je van afstand nog wel een mooi huis hebben, maar het is niet aangepast aan de moderne noden.

Uitgewoond, zo presenteerden de Rode Duivels zich op dit WK. Te weinig snelheid in de acties, te weinig snel gelopen, geen durf, noem maar op. Enfin, het recept om geholpen door wat pech compleet af te gaan. Wat ook is gebeurd.

Nog iets om recht te zetten. Lees nooit de Belgische kranten na een wedstrijd van de Rode Duivels. Ten eerste lijkt het alsof de wereld is vergaan nu brave little Belgium uit het toernooi ligt, maar niets is minder waar. The New York Times maakte er welgeteld één zin aan vuil, in een verhaal over de uitschakeling van Duitsland. L’Equipe wijdde wel twee pagina’s aan de Belgische exit en was hard maar rechtvaardig voor Martínez en co.

L’Equipe heeft met de Belgisch kranten gemeen dat ze na een wedstrijd punten geven. Dat is de grootste sportjournalistieke onzin ooit uitgevonden, maar het zegt wel iets over hoe sportjournalisten worden beïnvloed door wat in de vakliteratuur bias by proxy wordt genoemd. Voor u deze rubriek beticht van het Wesley Sonck-syndroom – gratuit Engelse woorden gebruiken om je slimmer voor te doen dan je bent – ziehier een vertaling: vooringenomenheid van iemand die dicht bij het voorwerp van interesse staat.

In L’Equipe krijgt zowel Mertens, Trossard, Lukaku als Carrasco een onvoldoende. De eerste drie moeten het met een 3 stellen, Carrasco met een puntje meer. Alleen Dendoncker (6) en Courtois (7) kunnen op clementie rekenen.

Neem je er dan Het Nieuwsblad bij. Op pagina zes en zeven krijgen de Duivels een algemeen rapport met als kop ‘Een Dikke Buis’. Oei, dat is hard. Tot je het verhaal leest: twee spelers met onderscheiding (Onana en Courtois), acht spelers met voldoende, zes met onvoldoende en twee met ruim onvoldoende. Dat is geen dikke buis, het is zelfs geen buis, het is met de hakken over de sloot. En dat voor een ploeg die één keer heeft gescoord en als nummer twee van de wereld naar huis moet na drie wedstrijden.

De wedstrijdpunten na de afgang tegen Kroatië halen in die krant gemiddeld zes. Niemand zit onder de helft. Het Laatste Nieuws gaat dezelfde toer op, ook zes gemiddeld, alleen zit Meunier wel net onder de helft. En dat na een wedstrijd waarin amper een half uur goed werd gespeeld, nadat de Kroaten het hadden vergeten af te maken, maar waarin alle kansen werden gemist.

Daarom verdient Romelu Lukaku die 3 uit L’Equipe en geen puntje meer. Vier puntgave kansen, nul gescoord; zelfs voor een spits die weinig heeft gespeeld, is dat ruim ondermaats. Of hij dan huilt, dug-outs in elkaar slaat, een emotioneel wrak is, dat doet niet ter zake. Het rapport van topsport is hard. Falen met de mantel der liefde bedekken, zoals in het onderwijs of de maatschappij de trend is, daar heeft niemand iets aan.

We gaan door met de rechtzettingen. Er is wel degelijk een hoog oplopende woordenwisseling geweest in de kleedkamer, onder meer met Hazard en Vertonghen. Dat stond in L’Equipe: une vive altercation. Daar stond niks in over dat ze bijna hadden gevochten, zoals het in de Vlaamse kranten werd geïnterpreteerd. Er is gescholden. Dat ontkennen is nergens voor nodig. Het nieuwtje kwam trouwens van Hazard zelf, want de man die het opschreef is al van in zijn tijd bij Lille de Franse huisjournalist van Eden en de familie Hazard.

Nog een puntje op de i. De beste Belgische speler van het moment, misschien wel uit de geschiedenis van het Belgische voetbal, kan zich door de onverzettelijkheid in zijn voetbalvisie en zijn onwil om zich aan te passen aan zijn medespelers mede dit fiasco aanrekenen. Kevin De Bruyne heeft zijn bondscoach die hem op handen droeg in de steek gelaten en staat na deze afgang met een half been buiten de groep. De volgende bondscoach weet wat hem te doen staat: er zal worden gevoetbald zoals KDB dat wil, of het zal zonder KDB zijn.

Column Blik en Bladgoud in De Morgen van maandag 28 november 2022

Blik en Bladgoud

Allah was gisteren te groot voor de Rode Shaitans.
Nu moet er iets worden gehaald tegen Kroatië, wallah.

Filip Joos had het nog over een foutje, maar je gelooft je oren toch niet als je de analisten hoort rond de pot draaien over die eerste goal van Marokko, waarbij godbetert Abdelhamid Sabiri van Serie A-voorlaatste Sampdoria de bal rechtstreeks in doel trapt vanaf een plek waar dat never nooit mag gebeuren.

Dat was Thibaut Courtois nota bene al een keer overkomen in de eerste helft, maar toen liep een te gretige Marokkaan in de weg en kon de VAR de Belgen nog behoeden voor een achterstand. Laat u niks wijsmaken, dames en heren in het Wintercircus al of niet aan de tafel bij Karl, kinderen, ouders en ouderlingen thuis, die 0-1 was een blunder, met grote B.

Het is niet omdat het Courtois is en hij tegen Canada bij een slecht getrapte strafschop in de weg lag dat we het niet als zodoende mogen benoemen. Het is niet omdat Frank Boeckx hoopt om ooit nog bij de Rode Duivels in de staf te geraken dat hij als analist en ex- vliegenvanger niet de waarheid moet vertellen. Het was een blunder van formaat van een doelman die zou moeten doorgaan als de beste van de wereld, maar zich twee keer in dezelfde wedstrijd in dezelfde korte hoek laat vangen aan een gedurfde vrije trap. Niet. Te. Geloven.

Dat tweede doelpunt was dan weer vintage het bedje waarin de Rode Duivels anno 2022 ziek zijn. Timothy Castagne, de snelste van de Belgische verdedigers (die met vijf tegen drie waren in die fase) die zich op lullige wijze laat voorbij lopen door Hakim Ziyech, die teruglegt op Zakaria Aboukhlal, die de bal hoog in het dak poeiert.

Twee halve Nederlanders (Ziyech geboren in Dronten en Aboukhlal in Rotterdam, ik gok op Zuid) deden België de das om. Courtois was nu echt kansloos omdat Axel Witsel naar recente gewoonte geen poot meer uitsteekt naar een bal die niet pardoes op hemzelf belandt en dus Aboukhlal geen strobreed in de weg legde.

De harde realiteit is dat deze Rode Duivels hun geluk hebben opgebruikt. In Rusland vier jaar geleden zijn ze al door het oog van
een hele kleine naald gekropen tegen Japan en Brazilië, maar je kan niet blijven teren op geluk en hier en daar een flits van een wereldspeler als Kevin De Bruyne. Om resultaten te halen in grote toernooien heb je een basisniveau nodig en vooral een attitude die de tegenstander schrik inboezemt.

Dat was in Rusland nog wel het geval, maar de laatste jaren is de status van de Rode Duivels als topteam in sneltempo geërodeerd. Elk land weet inmiddels dat België te pakken is als je hen aanpakt. De wedstrijd tegen Canada was daarvan het beste voorbeeld.

België had het verdiend om na twee wedstrijden met nul punten te staan en dus uitgeschakeld te zijn, dat is de harde conclusie van dit WK 2022. Maar omdat voetbal een oneerlijk toevalspel is hebben ze alles nog in handen, kunnen ze zelfs nog wereldkampioen worden. Winnen van Kroatië en alles is vergeten.

Onderliggend is er wel een groot probleem. Deze Rode Duivels zijn uit elkaar aan het vallen. De gouden generatie blijkt van afbladderend bladgoud, het blik wordt zichtbaar. Dat was al duidelijk na Canada met de oprisping van De Bruyne, die zich gisteren weer te veel vastliep in zijn haast om iets te forceren.

Dat werd na Marokko nog eens benadrukt door de uitlatingen van Jan Vertonghen, die het had over te weinig creëren en te oud om aan te vallen en nog wel meer onzin waarmee hij zijn eigen straatje alvast probeerde schoon te houden.

Als aanstaande zaterdag de eerste achtste finales worden gespeeld gaat deze World Cup gewoon verder. Met de Duivels als ze winnen van Kroatië, zonder de Duivels als ze verliezen van Kroatië.

Zal België gemist worden? Neen.

Brazilië, Frankrijk, Spanje, die willen we nog aan het werk zien en Argentinië natuurlijk. Maar ook Canada, de VS en Ecuador, heerlijk fris-van-de-levervoetbal hoog in het veld, geen schrik van iemand, gaan met die banaan en kijken waar het schip strandt. Soms strandt het echt, soms haalt het de haven. De VS tegen Engeland, Saudi-Arabië tegen Argentinië, Iran tegen Wales.

De traditionele voetballanden schrikken van die onverdroten inzet. Die zijn niet gewend dat de hiërarchie zo brutaal overhoop wordt gehaald door respectloze B-landen. Nooit gedacht dat ik enthousiasme zou kunnen opbrengen voor voetbal van streng islamitische republieken en dat los zou kunnen zien van de politieke en religieuze repressie in die landen. Er moet nog wat gebeuren voor het zover is, maar ik gun het de Arabische wereld, een team of twee die doorgaan, vooral als Qatar daar niet bij is.