Verhaal over Richie Porte in De Morgen van zaterdag 1 juli 2017

Niemand kwam van verder met meer ambitie

De Tasmaanse triatleet Richie Porte is 32 en won nog nooit een Tour-etappe, maar dit jaar heeft hij alles in huis om in het geel naar Parijs te rijden. Nu nog Greg Van Avermaet overtuigen om meesterknecht te spelen.

Het is na de bekendmaking van het Tour-parcours vaste prik voor de ploegen die menen een kans te maken op het eindklassement, en het was niet anders bij BMC. Boven in de service course in Eke-Nazareth bij Gent werd het etappeschema tegen de flipchart gepind en werden de ritprofielen uitgedeeld. De conclusie was unaniem: “Als Richie tot de Izoard in het algemeen klassement in de buurt van de leider kan blijven, dan kan hij daar het geel pakken en de klus afmaken in de laatste tijdrit in het centrum van Marseille.”

De Izoard staat de laatste donderdag op het programma, de tijdrit op zaterdag. Dat is het bestcasescenario: kanshebber blijven tot het laatst en de klus afmaken in een mano a mano, bij voorkeur in het apocalyptische decor van La Casse Déserte. Een bijna bestcasescenario is dat hij vroeger het geel pakt en zijn team het kan verdedigen, maar ook weer niet meteen in de eerste week op de steile La Planche des Belles Filles want nog twee weken het peloton in bedwang houden, dat kan dit BMC niet aan.

Worst case? Dat hebben we gezien in de Dauphiné, toen Richie Porte aan de leiding stond maar in de laatste rit alleen kwam te zitten in een vallei en zijn leidersplaats kwijtspeelde aan Jakob Fuglsang. Hij donderde zelfs van het podium af. Alles begon die dag met een zelfmoordaanslag van Chris Froome. Die bezweek aan zijn verwondingen, maar de schade bij de anderen en met name bij zijn vriend Porte was ook niet te overzien.

Niets ergers voor een niet al te sterke ploeg, die ook nog eens op twee paarden wedt (zie verder), dan een open koers waarbij enkele favorieten niet te beroerd zijn om een bom te gooien, niet wetend of ze die zelf wel zullen overleven.

Vier kandidaat-winnaars

De Tour de France draait om die ene trui, die gele. De groene trui is bijkomstig en zou normaal naar Peter Sagan moeten gaan, maar wat is normaal in een sport van vallen en opstaan, maar ook soms niet kunnen doorgaan? De bolletjestrui van beste klimmer, vergeet het: spielerei, tenzij een Belg die wint en dan gaan we die lauweren als geel. Etappezeges? Tja, het blijft vreemd dat een deel van het peloton drie vierde van de Tour de France in rustmodus probeert af te werken. Vervolgens concentreren ze zich op een vijftal etappes om daar als eerste over de streep te kunnen komen en desgevallend vieren ze dit succesje als een wereldtitel.

Het geel, daar draait het om. Favorieten voor deze 104de Tour de France zijn in de eerste plaats de ex-winnaars Chris Froome en Alberto Contador. Die eerste had nog wat werk na de Dauphiné, maar maakt zich geen zorgen. Hij moet het alvast stellen zonder zijn meesterknecht van vorig jaar, de onbaatzuchtige Wout Poels.

De tweede zit in een sterker team dan ooit, maar is hij zelf wel sterk genoeg? Laten we het hierop houden: toen bij het begin van het bloedpaspoort (officieel vanaf 2008) de marges van het normaal nog verder uit elkaar lagen dan nu, was Contador beter. Hij was ook jonger en wat meer heeft doorgewogen dan het andere zullen we wel nooit weten.

Chris Froome reed dit jaar 26 dagen competitief op de fiets en won geen wedstrijd en ook geen etappe. Vorig jaar won hij wel twee etappekoersen vooraleer ook in de Tour te scoren. Alberto Contador zat 38 dagen op de fiets, meer dan ooit tevoren, en won ook niks. In drie kleine etappewedstrijden in Spanje en in Parijs-Nice werd hij tweede in het eindklassement. In de Dauphiné werd hij pas elfde.

Nairo Quintana zit al aan veertig dagen, waaronder een loodzware Ronde van Italië die hij ultiem verloor van Tom Dumoulin. Als hij tot het einde meedoet om de prijzen zoals vorig jaar, moeten heel wat theorieën op de schop, maar vooralsnog wordt de dubbel Giro-Tour door alle waarnemers onmogelijk geacht.

Richie Porte, 29 dagen in het geweer in 2017, is de derde favoriet die op de eerste rij zou starten als dit de formule 1 was. Als hij het voorjaar niet heeft gedomineerd, dan heeft hij toch overtuigd, te beginnen met winst in de Tour Down Under, volgens de data van de BMC-vermogensmeters een van de zwaarste races van het jaar. Tussendoor won hij nog de Ronde van Romandië. En die Dauphiné die hij door zijn neus zag geboord door de schuld van Chris Froome, daarin overtuigde hij eigenlijk ook. Helemaal alleen kwam hij terug op Froome en de rest, en klom de laatste klim sneller dan wie ook. De nederlaag was die dag een halve overwinning waard.

Zijn ploegleider die Dauphiné en ook in deze Tour, Fabio Baldato, zag een hele goede Porte en neemt zelf de schuld op zich voor het verlies. “We rekenden op een min of meer gesloten en beter te lezen etappe, maar toen het ontplofte, was er nog niks aan de hand. We hadden een mannetje bij hem moeten posteren, maar we werden overspoeld. Wat hij daarna heeft getoond na al die kilometers alleen in de vallei tegen de wind, sneller klimmen dan wie ook, heeft ons gerustgesteld. Al bij al was dit een goeie les en een wake- upcall: alles is straks mogelijk, dus we moeten nog meer opletten.”

De klasse van Mister Porté

Bij BMC zagen ze een uitzonderlijk pissige Porte na die etappe. Boos op zichzelf, boos op de ploeg maar vooral boos op Froome, zijn voormalige kopman, buur in Monaco, trainingsmaat van jaren op de Col de la Madone en het achterland van Nice en – naar hij dacht – min of meer een vriend.

Froome verkoos zijn eigen kansen op te offeren in een wanhoopspoging en in één moeite ook Porte mee in zijn graf te nemen. Een voorbode van de manier waarop hij zal koersen in deze Tour? Misschien, Froome kwam vorig jaar al agressiever uit de hoek en verkreeg zo een psychologisch voordeel op Quintana.

 

Het verbaasde Porte nog meer dat ‘Froomey’ in de week na de Dauphiné gewoon aan de telefoon hing met de vraag hoe laat ze zouden gaan trainen. Mind games, even checken hoe zwaar het er had ingehakt? Misschien, maar Porte ging er gewoon op in en deed onderweg alsof er niks aan de hand was. Bij BMC hoopt men dat Froome nu vermoedt dat hij Porte in zijn achterzak heeft, maar niets is minder waar.

Allan Peiper, sporting manager van BMC, heeft Porte zien evolueren. “Ik heb Richie destijds bij ons aangeprezen omdat ik vermoedde dat hij de kwaliteiten had om als kopman een grote ronde te winnen. Ik ben daarvan nog meer overtuigd geraakt in dat anderhalf jaar dat hij bij ons is. In 2016 had hij brute pech, maar dit jaar koerst hij stevig.

“Hij is vooral heel erg rustig in alle omstandigheden, verspilt geen energie en weet wat hij wil. Hij heeft ook een bepaalde klasse die ik maar zelden ben tegengekomen. Toen hij wist dat ik met een oude koersmaat ging eten in een restaurant in Tasmanië, waar hij woont, mocht ik niet afrekenen. Mister Porté, aldus de ober, had gebeld en de rekening al opgeëist. De meeste renners houden alleen maar de hand op.”

Mister Porté, zo sprak de man in het restaurant zijn naam uit, want Richie P. is vooralsnog een nobele onbekende op die voormalige gevangenkolonie. Parijs-Nice twee keer winnen, who cares? De enige race die wordt gevolgd, is de Tour de France en dus is Richie Porte op zoek naar die eeuwige glorie.

“Nooit gedacht dat ik alleen door op een fiets te rijden zo goed kon verdienen”, filosofeerde de man die ooit zijn sportcarrière begon als triatleet. Dat is een zeer goede basis, getuige daarvan de zevenvoudige Tour-winnaar Lance Armstrong en anderen. Overigens, nooit kwam iemand van verder naar de startplaats van de Tour. Cadel Evans was geboren in Katherine in Australië en dat was 13.700 kilometer in vogelvlucht. Porte leeft een groot deel van het jaar op 16.847 kilometer van startplaats Düsseldorf.

Snelste op Col de la Madone

Over test- en vermogens- of andere exacte waarden worden geen mededelingen gedaan bij BMC, en dat is jammer. De ploeg doet inzake geslotenheid en paranoia een beetje denken aan US Postal en dat is dan weer niet te verwonderen, want de algemeen manager heet Jim Ochowicz en die was ook betrokken bij de ploeg van Armstrong. Een interview met in België bekende personeelsleden zoals Allan Peiper voor dit specifieke Tour-verhaal werd op het laatst afgeblazen. Informele contacten zijn niet gewenst. Alles gaat via de twee persmensen van de ploeg en die hebben als taak de output te controleren.

Wat we weten over Porte komt van toevallige tweets of uitlatingen van anderen. Intrinsiek is hij de beste klimmer van het peloton. Jawel, even goed als of beter dan Nairo Quintana. Porte reed in 2015 29 seconden sneller op de Col de la Madone (13,1 kilometer voor een gemiddelde van 7 procent) dan zijn toenmalige kopman Froome bij Sky. De 29:40 is ook een minuut sneller dan de tijd die Armstrong in 1999 al liet optekenen. Op de minder steile stukken (tussen 7 en 10 procent) is hij de allerbeste en op de steilste (plus 10 procent) kan hij normaal Quintana aan.

Maar wat met zijn klassieke jour sans? Ook daar heeft men bij BMC een antwoord op. “Dat is een verzinsel. Richie reed tot en met 2015 in dienst van Froome. In 2014 viel Froome en werd hij ineens kopman. Maar van plan A zomaar naar plan B overgaan, dat werkt niet.”

Op Chamrousse kreeg hij enkele dagen later negen minuten aan zijn broek. Vorig jaar was zijn eerste jaar als kopman en ook dan ging het mis. Een lekke band in de tweede etappe kostte hem 1:45 en hij was op achtervolgen aangewezen. “Een tactische fout van hemzelf en van de ploeg”, luidde de strenge analyse. “Er had altijd iemand bij Porte moeten zijn om hem bij te staan. Dat zal ons leren voor de komende edities.”

Porte was ook de renner die samen met Froome op de Ventoux achter op een gestopte motor knalde, waarna Froome het op een lopen zette. In Rio, ten slotte, ging Richie Porte in de afdaling waar Annemiek van Vleuten haar moordsmak maakte ook tegen de grond en brak zijn schouderblad. Zijn eerste seizoen als kopman van BMC zat erop.

Van Avermaet ideale knecht?

Het is nog maar de vraag of ze hebben geleerd bij BMC van de Tour 2016 als je de samenstelling van de ploeg ziet. Nog nooit heeft een team ongestraft op twee paarden kunnen wedden, al heeft Sky ook weleens Mark Cavendish meegehad in een ploeg met Tour- winnaar Froome, maar ‘Cav’ moest en kon ook zelf zijn plan trekken als de streep in zicht kwam. Porte is minder bedreven en kan hulp best gebruiken.

De ideale meesterknecht voor Porte zou Greg Van Avermaet kunnen zijn: sterk als een beer, altijd vooraan willen koersen en geen probleem om hellingen te verteren. Van Avermaet zou de man kunnen zijn die Porte afzet aan de laatste col of in de veilige zone in de buurt van om het even welke aankomst.

Fabio Baldato lacht als we hem dit voorstellen. “Yeah, yeah. No question dat Greg een ideale man is om Richie door het peloton te leiden en dat heeft hij ook vorig jaar al gedaan, maar Greg zal ook zijn eigen kansen verdedigen.”

Niet iedereen bij BMC is ervan overtuigd of dat wel zo’n goed idee is, in die mate dat er zelfs voorstellen zijn geformuleerd om Ben Hermans te selecteren en Van Avermaet thuis te laten. Hermans, die in de Giro schitterde maar na zestien etappes uitstapte met een virus in maag en darmen, had Porte kunnen bijstaan in de bergen. Ochowicz hakte ten slotte de knoop door: de beste klassieke renner van het ogenblik moest ook mee. ‘Och’ weet hoe snel de kansen kunnen keren. BMC heeft nu vier man voor het vlakke, vier man voor bergop én kopman Richie Porte.

Bij BMC heeft men ook het etappeschema uit het hoofd geleerd en daar hebben ze gezien dat de twee Pyreneeën-etappes, waarin Van Avermaet van onschatbare waarde zou kunnen zijn voor Porte, gevolgd worden door de etappe naar Rodez. Daar brak Van Avermaet in 2015 de ban door een bloedstollende sprint bergop tegen Sagan af te sluiten met een overwinning. Een BMC’er: “Wetende dat de Tour wordt gewonnen door je kopman energie te laten sparen is de vraag: in hoeverre wil Greg zich in de Pyreneeën opofferen voor Richie?”

Bij BMC weet men dat Rodez en ook Longwy (derde etappe, maandag) met stip staan aangeduid bij Van Avermaet en eerder deze week liet hij al verstaan dat hij wel vijf mogelijkheden zag en dat hij ze niet zou laten liggen. “Het is te hopen dat Baldato hem bij de les houdt. We hebben een unieke kans om een Tour te winnen, dan geeft het geen pas als een van onze sterkste renners zich in overgangsetappes choco rijdt voor eigen gewin.”

 

 

Porte en co

Column Epo werkt wel in De Morgen van zaterdag 1 juli 2017

Epo werkt wel

En zo is het wielrennen, dit jaar nummer acht op de internationale hitlijst van de dopingovertredingen waarin atletiek alweer alle records overtreft, er toch in geslaagd het bij de start van de Tour de France over doping te hebben. In de eerste plaats gaat onze dank uit naar de heer André Cardoso voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan dit debat door net voor de Tour zich te laten betrappen op erytropoëtine, het product dat doorgaans wordt aangeduid met de afkorting epo. Domoor.

We zitten in Duitsland en dat is precies tien jaar nadat het zoveelste Duitse dopinggeval de nationale zenders ARD en ZDF deed afhaken als rechtenhebber van de Tour de France. Dat ene en voorlopig laatste geval, hoewel hij nog eens tegen de lamp zou lopen vier jaar later, heeft een naam: Patrik Sinkewitz. Die is heel erg bekend in enkele Vlaamse huizen en kantoren, maar voor de een is de herinnering aan Sinkewitz al gelukkiger dan voor de andere, dat even terzijde.

Het is ook geen toeval dat uitgerekend gisteren The Lancet met zijn publicatie kwam van een onderzoek van de Universiteit van Leiden naar de effecten van epo. En het is nog minder toeval dat de studie meteen vrij beschikbaar was op het internet. Terwijl je daar in sommige gevallen klauwen vol geld moet voor betalen, kon je het artikel met de bevallige naam ‘Effects of erythropoietin on cycling performance of well trained cyclists: a double-blind, randomised, placebo-controlled trial’ integraal downloaden.

Het was een beetje schrikken toen deze ochtend Radio 1 in mijn oor fluisterde dat was bewezen dat epo niet helpt. De NOS-site meldde het ook: ‘Epo laat wielrenners niet beter presteren’, tussen aanhalingstekens weliswaar. In de tekst stond ook een quote van een onderzoeker dat er geen reden is om aan te nemen dat het resultaat van dit onderzoek, afgenomen bij goed getrainde amateurwielrenners, zou verschillen van de profs. Gedurfd.

Het Centre for Human Drug Research (CHDR) in Leiden heeft 48 goed getrainde wielertoeristen dubbelblind een epo- of een placebokuur toegediend en vervolgens getest op een maximale vermogenstest in een labo en daarna op de Ventoux in een klimtijdrit. De epogroep presteerde beter op de maximale test: 3 procent meer output en 5 procent meer maximale zuurstofopname. In de submaximale test – de klim naar de top van de Ventoux – was geen verschil merkbaar.

Het artikel is goed wetenschappelijk werk, correct opgeschreven en heeft de grote verdienste dat het de fel overdreven effecten die aan doping worden toegedicht relativeert. Het is langer bewezen dat doping bij getrainden niet het directe effect heeft van de plotse wonderpil. Het is geen toeval dat de DDR het destijds had over ondersteunende middelen, bedoeld om meer trainingsarbeid te kunnen verzetten.

Ergens aan het eind van het artikel staat wel: ‘Our study design has several inevitable limitations.’ Dat willen we best geloven. De selectie van de atleten bijvoorbeeld. Uiteindelijk kwamen ze boven met een gemiddelde tijd van 1u40. Dat is goed, maar bijvoorbeeld professor Europese Studies Hendrik Vos haalt elke dag die tijd, en als het moet achterstevoren. Het geleverde vermogen van 3 watt per kilo tijdens de studie is precies de helft van wat een goeie prof haalt. Terecht stelt de studie dat het een open vraag is of de bevindingen van deze studie ook gelden voor de top.

Voor deze proef misschien wel, maar wellicht niet voor pakweg de Tour. Het is al langer bekend dat epo vooral goed werkt in de recuperatie tijdens meerdaagse inspanningen en dat heeft deze studie niet kunnen/mogen onderzoeken. Die beperking geeft het artikel ook trouwens netjes aan en daarom is het fundamenteel oneerlijk en/of dom van de media om dat er niet bij te vermelden.

Epo werkt minder spectaculair dan men denkt, maar het effect van de werking neemt toe met de lengte van de inspanning. Stel dat epo je 2 procent (erg conservatieve schatting) beter laat recupereren en dat je elke dag maar 5 procent minder wordt in plaats van (zonder epo) 7 procent. Na tien dagen is de epogebruiker 11 procent beter dan de niet-epogebruiker. Daarmee word je in de vernieling gereden en dan vergeten we nog gemakshalve het desastreuze effect op het lichaam van de minder gerecupereerde als die achter eporenners moet aanrijden. De belangrijkste zin van de hele studie staat ergens middenin: “Jammer dat we door de WADA-bepalingen deze test niet met echte profs kunnen doen.”

 

Epo werkt wel