Column Vallen en Opstaan in De Morgen van zaterdag 7 september 2024

Vallen en opstaan

Wout van Aert zien we dit jaar niet meer op de weg. Wellicht nog wel eens, of meer dan eens, in zijn eerste speeltuin, het veld. Ook dat is niet zeker. Geen Europees kampioenschap en ook geen wereldkampioenschap op de weg noch op gravel voor Belgiës nummer twee. Een sof, in de eerste plaats voor de renner en voor de Belgische wielerliefhebber.

Wat de nummer één daar echt van denkt, is misschien niet wat hij erover zei. Enerzijds wordt Remco Evenepoel nu de enige kopman in de sowieso erg sterke nationale ploeg. Anderzijds mist hij de bliksemafleider Van Aert waar iedereen naar keek, waarna Evenepoel het zaakje kon afmaken. Te zijner verschoning, zijn wereldtitel in Australië kwam er na een ander scenario. Toen wist hij: ik moet hier zo snel mogelijk wegraken of we houden de boel gesloten voor Wout.

Het forfait van concurrent Van Aert is dus een mes dat aan twee kanten snijdt. Voor de Belgen is er duidelijkheid: allen voor Remco (of doen alsof). Voor de tegenstand is het makkelijk: laat de andere Belgen maar rijden en hou alleen die kleine met zijn grote mond in de gaten.

Of Van Aert klaar had kunnen zijn voor dat WK op de weg, dat weten alleen hij en zijn behandelende arts. Die hebben we niet gehoord. Wel ongeveer alle artsen die hem niet behandelen. Die zeggen dan ook: ik kan mij niet uitspreken over die specifieke blessure, maar… Gevolgd door een hele uitleg die elke vijfdejaars in de geneeskunde ook kan verzinnen. Een beter antwoord had kunnen zijn: u hoeft mij niet te bellen, ik heb ook maar gezien dat hij niet meer verder kon en dat hij bloedde. Hoezeer dat essentiële gewricht heeft geleden, daarvoor moet u in Herentals zijn. Wilt u het nummer?

Ervan uitgaand dat het EK te vroeg kwam, blijft de vraag: had Van Aert klaar kunnen zijn voor het WK op de weg? Dat weten we dus niet, maar dat deed er misschien niet meer toe. Wil hij wel klaar zijn om aan 95 procent bliksemafleider te spelen voor Evenepoel op een parcours waar hij het normaal zou moeten afleggen tegen de betere klimmers en waar hij nu met een inderhaast opgelapte knie helemaal kansloos is?

Hij kent het antwoord, maar het zou niet verbazen als hij die nacht in dat hotel in Spanje zijn gedachten al had geordend in de richting van een break. Een keertje je eigen verjaardag ongehinderd kunnen vieren met familie en vrienden, ook dat kun je meenemen in de overwegingen.

De val van dinsdag is door ooggetuigen omschreven als een rare val. “A bizarre crash”, zei Jay Vine. Waarmee hij tussen de regels aangaf dat die niet nodig was want het meest technische en gevaarlijke stuk van de afdaling was achter de rug. In hoever de Collada Llomeda in de Picos de Europa een voetnoot dan wel een heel hoofdstuk wordt in de Belgische wielergeschiedenis moet nog blijken.

Volgens de volgers van het peloton is het Van Aerts tiende val van het jaar. Die eerste twee zonder erg (in de cross in Benidorm over de balkjes en drie weken later in de Algarve in een monstercrash) zou je nog kunnen schrappen. Die andere acht, zit daar een patroon achter?

Of de olifant in de kamer: valt Van Aert niet te veel en vooral te snel? Met andere woorden: is hij te veel waaghals volgens zijn stuurkunsten? Aan zijn meer dan bovengemiddelde stuurkunsten moet niet worden getwijfeld, anders wint hij niet zoveel crossen. Maar goede stuurkunsten moeten in verhouding staan tot aanvaard risico en zijn collega Mathieu van der Poel gaat ook weleens onderuit op een plek en een manier waarvan je denkt: was dat nu nodig?

Het enige patroon dat je kunt herkennen in de meeste van die crashes is gretigheid. Neem de horrorcrash van 2019 in de Tour de France: slecht opgestelde hekken, dat wel, maar Van Aert draait als enige te kort de bocht in en blijft haperen, met een carrièrebedreigende blessure als gevolg.

Pech wordt dan gezegd, maar pech is vaak het fenomeen dat zich pas manifesteert als je zelf eerst de voorwaarden daartoe hebt gecreëerd. De val in het gootje van de Paterberg in de E3 Classic dit jaar: pech of eigen schuld dat je niet zit waar je moet zitten? Dwars door Vlaanderen: pech of te dicht op het wiel van Tiesj Benoot gereden? In de Tour dit jaar: te gretig in een bocht en vallen. Op de Olympische Spelen: te gretig in een bocht en vallen. Die laatste val: te dicht in de afdaling op Felix Engelhardt en zeer hard vallen. Einde seizoen.

Fysiek valt de blessure mee, zo wordt gemeld. De schade die de Collada Llomeda heeft aangericht tussen de oren van de renner die inmiddels beseft dat hij net iets meer valt dan normaal, dat is een ander probleem.

Column Ontluizing in De Morgen van maandag 2 september 2024

Ontluizing

Er hadden negentig AIN moeten deelnemen aan de Paralympische Spelen van Parijs.

Voor eens en voor altijd: het zijn de Paralympische Spelen of Paralympic Games. De Paralympics, in tegenstelling tot de ‘echte’ Olympics, bestaan niet. De band tussen beide is zo goed als onbestaand, wat men u ook wijsmaakt tijdens openings- en sluitingsceremonies. De relatie is zelfs koeler dan ooit, maar dat is voor een andere keer.

AIN staat voor athlètes individuels neutres, Russen en Wit-Russen die niks te maken hebben met de oorlog, nooit openlijk hun steun hebben toegezegd aan Poetin en goed genoeg zijn in hun sport om deel te nemen. Negentig is veel. Bij de Olympische Spelen waren de AIN met 32, meer Wit-Russen (17) dan Russen (15) overigens.

Er zijn dus niet alleen meer dode dan levende Russen – zoals te lezen viel in Zeno – of althans meer dode dan we denken, blijkbaar is er ook een overaanbod van Russen met een beperking. Niet helemaal duidelijk of dat te verklaren is door die inmiddels tien jaar speciale operaties in Oekraïne, maar het is bekend dat een flinke oorlog in de jaren nadien merkbaar is in het deelnemersveld.

Oorlog is trouwens de origine van de Paralympische Spelen. De Stoke Mandeville Games in 1948, een idee van de in 1933 gevluchte Duits-Joodse neuroloog Ludwig Guttman, waren bedoeld om de mensen met paraplegie van de Tweede Wereldoorlog te laten sporten. Ze hadden het beter bij paraplegen gehouden in plaats van het allegaartje aan classificaties van vandaag, maar ook dat is voor een andere keer.

De AIN op de Paralympische Spelen doen het beter dan de AIN op de Olympische Spelen. Bij het ter perse gaan stonden ze derde in de medailletabel met 26 medailles.

Die negentig zijn er niet allemaal geraakt. Vorige week is twee paralympiërs uit Rusland een visum geweigerd door de Franse autoriteiten, tot ergernis van de Russen. Vreemd is dat, want de Russische olympiërs die toch afreisden naar Parijs worden sindsdien door de hardliners onder de Russische politici onder vuur genomen voor hun neutrale houding. Die waren dan ook niet te best op dreef, misschien ligt het daaraan.

Van de vijf medailles die de neutralen wonnen was er één voor Rusland. Mirra Andreeva en Diana Shnaider verloren de dubbelfinale in het tennis. Goed dus dat die Spelen niet te zien waren in Rusland. Andreeva woont in Cannes en Shnaider studeert aan North Carolina State. Houden zo, dames.

Rusland is niet het enige land dat moeilijk doet over zijn al of niet terugreizende olympiërs. Hongkong won twee keer goud in het schermen. Cheung Ka-long, die al in Tokio voor de enige titel zorgde voor Hongkong, pakte opnieuw goud. Hij is een voorvechter voor een democratisch Hongkong en steunt openlijk de activistische zangeres Denise Ho.

Zijn schermcollega Vivian Kong, ook goud gewonnen, is dan weer pro China. Zij studeerde aan de Renmin-universiteit in Peking en schreef haar thesis over de weldaden van het één land/twee systemenmodel. Ze werd uitgespuwd op de sociale media.

China hield zich tijdens de Spelen actief bezig met het opsporen van Hongkongers die haar aanvielen en Cheung bewierookten, maar ook van zij die zich hadden verkneukeld in de dubbele val van de Chinese gymnast Su Weide in de allroundfinale, wat China het goud kostte.

Geen enkel land bakt het evenwel zo bruin als Noord-Korea als het gaat om vervelend doen tegen atleten die terugkeren naar hun land na al of niet succesvolle Spelen. Niet duidelijk of u dat mee hebt gekregen in al het onnozele gehype van Sporza, maar er was wat aan de hand na de tafeltennisfinale in het gemengd dubbel.

Ri Yong-sik en Kim Kum-yong uit Noord-Korea (afgekort PRK) hadden met 4-2 verloren van het Chinese paar en bij de medailleceremonie achteraf gingen ze maar wat graag op de foto met het hele podium. Probleempje: de nummers drie waren het paar uit Zuid-Korea en laat KOR nu toevallig de aartsvijand zijn van PRK. De selfie was al genoeg om de alarmbellen te laten afgaan, maar dat Ri en Kim volgens officiële rapporten glimlachten naar atleten van andere landen, Zuid-Koreanen inbegrepen, is een serieuze inbreuk op de gedragscode van Noord-Korea.

Besmetting door buitenlandse invloeden moet te allen prijze worden vermeden. De tafeltennissers zullen worden onderworpen aan een ontluizing in drie ronden, met een ideologische schrobbeurt als uiteindelijk doel. Niet duidelijk of dat al achter de rug is, evenmin of we Ri en Kim ooit nog zullen zien, laat staan op het WK volgend jaar in Doha.

Column De CEO in De Morgen van zaterdag 31 augustus 2024

DE CEO

De basisregels voor een aanstaande CEO van een sportbond, aangeboden door uw ervaringsdeskundige.

Regel 1: zet uw ego opzij, DOE HET NIET!

Regel 2: als uw ego te groot is, zie regels 3 en verder.

Regel 3: u heeft in uw nieuwe organisatie geen medestanders, laat staan vrienden.

Regel 4: spreek met elk personeelslid en met elke bestuurder maar weet dat zij overleven door nooit het achterste van hun tong te laten zien.

Regel 5: besef dat een sportbond meer lijkt op een politieke partij dan een bedrijf. Uw vijanden van morgen staan vandaag het dichtst bij u.

Regel 6: voortvloeiend uit regel 5. U bent eeuwige trouw verschuldigd aan wie u heeft aangesteld/gevraagd, ook al blijkt die misschien een corrupte stoethaspel.

Regel 7: om te anticiperen, is het goed om alle belangen in kaart te brengen en ernaar te handelen.

Regel 8: hoe zwaar het u ook valt, laat uw minachting voor die treurige spelletjes en bekrompen belangen nooit blijken.

Regel 9: roep de hypocriet in u op, vergeet de sympathie voor uw beter personeel en kies altijd de kant van de bestuurders, hoe hol en vooringenomen die ook zijn.

Regel 10: verbaas u te zijner tijd niet dat uitgerekend de minkukels in en rond uw organisatie u zullen doen struikelen.

Piet Vandendriessche hoefde niet zo nodig nog iets. Hij wilde een rol met maatschappelijk belang opnemen. Dat is begrijpelijk na jaren met zijn Deloitte bedrijven te hebben afgezet met veel te hoge facturen voor diensten waarvan ze later beseffen dat ze die zelf beter en goedkoper hadden kunnen doen. (Dat laatste geldt ook voor de andere leden van ‘the big four’.)

De ex-CEO van de Koninklijke Belgische Voetbalbond is er alvast niet al te beschadigd uitgekomen. Natuurlijk is hij nijdig dat hij er toch is ingetuind, maar dat zal slijten en al snel zal hij opgelucht zijn. Wanneer had hij voor het eerst door dat niet het grote belang telt – zoals van de voetbalwereld een grote sportieve, waardegestuurde beweging maken – maar wel hoe al die ego’s van het voetbal konden worden gemasseerd?

Behalve tegen alle tien de regels zondigen die hierboven staan, heeft hij nog een fout gemaakt: de vleugels tegen zich in het harnas jagen. Hij had beter moeten weten. De put van 6 miljoen euro waarvoor Voetbal Vlaanderen en de Franstalige tegenhanger zogezegd verantwoordelijk zijn, gaat in wezen om taken die vroeger bij de voetbalbond lagen en die op het bordje van de vleugels terecht zijn gekomen.

Zijn vraag om de bondsbijdragen te verhogen om die put te dempen, viel op een koude steen. Regel 11: als de kleintjes schouder aan schouder gaan staan, pas op je tellen want als ze combines vormen met de groten, ben je verloren. Precies wat is gebeurd.

Die bestuurders van de voetbalbond moeten voor wat hierna komt toch eens nadenken en dan hebben we het niet over die vier die door de Profliga zijn afgevaardigd want die weten wat ze willen en vooral wie ze willen bij de bond en dat is Vincent Mannaert.

Door niet zomaar Mannaert en zijn oekazes binnen te willen halen, ging Vandendriessche in tegen Wouter Vandenhaute en co. Je zou dat een foute en tegelijk een goede inschatting kunnen noemen want Vandenhaute en Mannaert zijn twee handen op één buik, twee mannetjes die de bond naar hun hand willen zetten.

‘Wil je Mannaert dan dood?’ Dat vroeg een bezorgde lezer, nadat ik eerder deze week bezwaar had gemaakt met betrekking tot zijn profiel van drinkebroer. Helemaal niet, ik heb hem zelfs ooit beterschap gewenst omdat hij een zeer gedegen clubmanager was. Dat is hij nog steeds, maar nu wel even zonder club.

De KBVB-bestuurders zouden moeten beseffen dat er een verschil is tussen een nationale voetbalbond en een club. Een nationale sportbond die – wat is het? – 400.000 vooral niet profvoetballers en voetballertjes (v/m/x) overkoepelt, is deels gestuurd door waarden en normen. Een profclub is een bedrijf in privéhanden, een vehikel om mensen te verhandelen en daar winst mee te maken. Zoek daar de waarden en normen.

Een profiel als dat van Vincent Mannaert slaat voor een koepelfederatie als een tang op een varken. Niet alleen is hij meermaals veroordeeld voor dronkenschap, bovendien zat hij tot over zijn oren (in totaal voor 2,4 miljoen euro) in de witwaszaak rond spelersmakelaar Dejan Veljkovic. Die mocht onder meer 1,5 miljoen euro factureren aan Cyprus voor ‘scoutingopdrachten’.

Mannaert werd aangeklaagd, heeft geschikt, heeft dus betaald, heeft dus bekend. Mag die dan niks meer nadien? Natuurlijk wel, maar misschien is de voetbalbond niet onmiddellijk de meest geschikte plek voor iemand met zijn rugzak.

Column Marktplaats.be in De Morgen van maandag 26 augustus 2024

Marktplaats.be

We lezen voor uit de sportkaternen van dit weekend, de koppen volstaan om te begrijpen waar het over gaat.

…Bijna witte rook voor Lukaku (die aan Napoli moet worden verkocht)

…Puertas op weg naar promovendus in Saudi-Arabië

…Torino meldt zich voor Cuesta

…El Khannouss zet zinnen op Premier League

…Eriksen naar Anderlecht wordt aartsmoeilijk

…Goudhaantje Mandela Keita wacht op zijn transfer

…Transfer Hong van Gent naar Trabzon sleept aan

…Standard vangt 5 miljoen voor Ngoy

Andere verhalen gaan over Club Brugge en zijn CEO die hebben opgetreden tegen neofascistische ‘enkelingen’ onder hun supporters. Of over de problemen bij de voetbalbond, zoals de late evaluatie van de bondscoach en de financiën. Of over diezelfde bondscoach onder wie de Primadonna van Madrid, aka Courtois, niet meer wil spelen.

Ook een niet onbelangrijk verhaal over het uitstellen van twee wedstrijden met daarin drie Belgische clubs die volgende week hun Europese deelnames aan de groepfases van de kneusjescups willen veiligstellen en vooral welke problemen dat zal geven in een overvolle kalender.

Verder een verhaal over die nieuwe Oostendse fata morgana KV Diksmuide Oostende van Karl Vannieuwkerke, die wel zegt waar het op staat: “Om eerlijk te zijn vind ik het voetbal in 1A en 1B commercie: kopen, verkopen, geld verdienen.”

Echte voetbalverhalen? Iets over Noah Sadiki (die naar het buitenland zou kunnen, dus ook handel…). Jan Van den Bergh die in Nederland speelt en iets aan zijn hoofd had en Carl Hoefkens die in Nederland trainer is (van Van den Bergh) en niks in zijn hoofd heeft, zo wordt gezegd.

Nog goed dat er andere sport in de katernen staat en dat die echt over winnen of verliezen gaat. Vannieuwkerke heeft gelijk. Voetbal in België is marktplaats.be, kopen en verkopen, import en export.

Tot zaterdagnamiddag zijn volgens de website transfermarkt.be uit de zestien 1A-clubs van de Jupiler Pro League 189 spelers vertrokken en daarvoor zijn er 178 in de plaats gekomen. In totaal zijn deze zomermercato alleen al 367 spelersbewegingen (in of out) genoteerd bij de zestien topclubs. 138 of meer dan een derde van die bewegingen waren/zijn huurconstructies tussen clubs, het voetbalequivalent van koppelbazerij.

Dat is de stand van zaken op 24 augustus en we hebben nog tot 6 september. Deze handel in voetballende mensen zorgt voor een voorlopig positieve handelsbalans van dik 132 miljoen euro, of zo’n 8,3 miljoen gemiddeld per 1A-club.

Met gemiddeldes moet men evenwel oppassen. Op één staat Genk met 35,65 miljoen euro aan winst en dan moet Bilal El Khannouss nog worden verkocht voor een miljoen of veertig. Club Brugge is tweede met 28,5 miljoen euro aan overschot en dat ondanks de extreme waardevermindering die ze hebben geboekt op Jaremtsjoek. Gekocht voor 17 miljoen euro in 2021 en verkocht voor 2 miljoen deze zomer. Een kemel van formaat maar de Club-kas kan dat hebben.

Negatieve handelsbalansen zijn er voorlopig voor Union dat een miljoentje meer uitgaf dan het binnenkreeg en voor Westerlo dat in evenwicht was tot het Madsen wegdeed voor 3,75 miljoen en Bayram bij Galatasaray haalde voor 4 miljoen.

AA Gent staat er op papier het slechtst voor, met 6,8 miljoen in de min. Vorig seizoen verkocht het wel ongeveer iedereen die een doelpunt kon maken, miste daardoor play-off 1, maar hield er wel een positief saldo van bijna 36 miljoen aan over. Een gedeelte daarvan werd gebruikt om de schuldenberg af te lossen, een ander deel moet dienen om de kern te versterken en tegelijk nog wat meer mensen naar het voorlopig halflege stadion te lokken.

AA Gent is een apart geval. Ze willen het daar anders aanpakken en dat zie je nu al. Amper dertien inkomende en uitgaande transfers voorlopig. Dat staat in schril contrast met de gemiddeld 52 spelersbewegingen per seizoen sinds de titel in 2015. Anderlecht heeft er ook nog maar twaalf, maar Club Brugge bijvoorbeeld 28.

Interessant experiment om volgen, als ze dit kunnen volhouden tenminste. Stabiliteit is de kern van elk succes in teamsport, maar daartegenover staat de economische realiteit dat het Belgisch profvoetbal aan het infuus van de transferinkomsten hangt.

Niks mag die mensenhandel in de weg staan en daarom begint de Jupiler Pro League met veel te veel wedstrijden zes weken vroeger dan het einde van de mercato. Daarom ook moeten teams die hun Europese inkomsten willen veiligstellen hun belangrijkste duels winnen uitgerekend in de maand dat hun personeelsbestand alle kanten opschiet.

Column De Zondaar in De Morgen van zaterdag 24 augustus 2024

De Zondaar

Toepasselijke namen, ze zijn niet altijd even toepasselijk. Neem nu de tennisspeler Jannik Sinner. Sinner’s sin, de zonde van Sinner, je ziet het zo al voor je in de Amerikaanse media. Voor wie een beetje weinig sport heeft gevolgd deze week: Sinner betekent zondaar en die Jannik Sinner, de nummer één van het moment, heeft een zonde begaan.

Tot twee keer toe is tijdens het toernooi van Indian Wells in zijn urine het spierversterkende middel clostebol gevonden in erg lage hoeveelheden. Hij kreeg geen straf, omdat hij met een aanvaardbare uitleg kwam. Zijn masseur had bij zichzelf een zalfje met clostebol gebruikt op een wonde en hem daarna gemasseerd.

De masseur is op dat toernooi gefotografeerd met een verband om de duim. De masseur had een bonnetje van de aankoop van de zalf. En Sinner lijdt aan de huidziekte psoriasis, waardoor het clostebol makkelijker in zijn systeem kwam.

Maandag begint Sinner aan de US Open en dat wordt daar nog een dingetje. John McEnroe reageerde in bewoordingen als ‘shocking’ en ‘bombshell news’. De niet altijd prettig gestoorde Nick Kyrgios vond het een schande dat hij geen vier jaar straf kreeg.

Het zou handig zijn als iedereen met een mening over dit dossier ook het hele dossier zou hebben gelezen. Het is maar 33 pagina’s en je kunt het inmiddels vinden op de site van ITIA. Wie het leest, zal begrijpen dat hier geen speld valt te tussen te krijgen. Sinner is terecht vrijgesproken. Zijn dossier is onderzocht door drie onafhankelijke experts, twee aangeduid door de internationale tennisbond en één door Sinner zelf.

De drie experts zijn of waren directeurs van een WADA-antidopinglab. Unaniem kwamen ze met de conclusie: de uitleg is consistent met het afwijkende analyseresultaat. Daarop hebben drie rechters van het arbitragetribunaal van de internationale tennisbond ook unaniem de experts gevolgd. Dat heet gerechtigheid.

Uiteraard zou Sinner clostebol systemisch kunnen hebben gebruikt in de wetenschap dat hij achteraf met die uitleg van contaminatie via huid kon komen. Alleen moet doping ook beantwoorden aan een zekere logica.

In tijd bijvoorbeeld: waarom zou Sinner tijdens of voor het toernooi van Indian Wells plots clostebol gebruiken? Dat slaat nergens op.

In kwantiteit: het gaat om erg minimale hoeveelheden die het lab moet rapporteren. Die zouden sporen kunnen zijn van een vroegere kuur, maar geen enkele andere van zijn dopingtests tussen maart 2023 en april 2024 – hij onderging er twaalf – hebben sporen van verboden substanties opgeleverd.

En dan het product: er is op de markt van de spierversterkers performanter en minder makkelijk opspoorbaar spul dan clostebol.

Jawel, vooral de Italianen zijn hardleers wat clostebol betreft, een middel dat daar vrij in de apotheek beschikbaar is in een zalf. De vraag is dan of we de carrière van een profsporter die van niks wist on hold moeten zetten voor de hardleersheid van een derde? Is dat de gerechtigheid die we willen in dopingzaken?

Uiteraard is hier klassenjustitie in het spel, maar dan in de twee richtingen. Sinner is meer zondaar als nummer één dan als nummer tweehonderd. Tegelijk is voor Sinner de kostprijs van een dure advocaat het equivalent van een eerste ronde overleven in een achteraftoernooitje.

In de dopingbepalingen (TADP) van de internationale tennisbond staat voor een product als clostebol een tarief van vier jaar. Tenzij er geen intentioneel gebruik en ook geen onzorgvuldigheid in het spel is. Dan wordt het twee jaar.

Artikel 10.5 van de TADP spreekt ook van geen straf, maar alleen als kan worden aangetoond dat de atleet in kwestie nooit op enige manier kon weten of hij in aanraking kwam met een middel, uiterste zorgvuldigheid in dat verband heeft nagestreefd en tegelijk wel kan bewijzen hoe het in zijn systeem is terecht gekomen.

Sinner is daar samen met zijn dure advocaat in geslaagd. Therese Johaug bijvoorbeeld niet. Zij was de (latere) viervoudige olympisch kampioene langlaufen die in 2016 werd betrapt op clostebol. Haar uitleg: ik heb Trofodermin (zelfde zalfje als Sinner) gebruikt voor mijn verbrande lippen en ik heb niet gekeken naar de verpakking (waarop staat dat het doping is). Johaug kreeg een gereduceerd tarief van achttien maanden omdat ze niet ‘uiterst zorgvuldig’ was.

Het valt nu te bezien hoe het wereldantidopingagentschap WADA reageert. Dat is de enige instantie die in beroep kan gaan tegen de vrijspraak. Laat die nu net onder vuur liggen, vooral dan in de VS waar Sinner maandag begint te tennissen, voor een ander geval uit 2021 van vrijspraak na contaminaties bij de Chinese zwemploeg.

Column Spektakel (v.) in De Morgen van maandag 19 augustus 2024

Spektakel (v.)

Mijn kennismaking met vrouwenwielrennen dateert van 2011. Toen arriveerde een bedeesde tiener op de Topsportschool in Gent. Dat was Lotte Kopecky. Ze reed rondjes op de wielerbaan en af en toe buiten op de weg, samen met de jongste jongens en een paar keer met de algemeen directeur van Wielerbond Vlaanderen in het peloton. Die laatste, dat was ik in een vorig leven. Kopecky, die reed gewoon mee en zweeg.

Vrouwenwielrennen en de promotie ervan stond hoog op de prioriteitenlijst. Meer en meer vrouwen waren op koersfietsen gesignaleerd en ze reden steeds sneller, maar dat vertaalde zich niet in meer wedstrijden of meer belangstelling voor vrouwenwielrennen.

Op een zaterdag stond ik ergens in de Vlaamse Ardennen aan een café waar een vrouwenwedstrijd – ik meen een Vlaams kampioenschap – rondjes draaide. Ik noteerde: vrouwenkoers, Niet Om Aan Te Zien.

Elke ronde passeerde een grote groep, breed uitgesmeerd over de weg. Op de derde rij waren ze aan het keuvelen. Op de vierde aan het breien. Hellingen genoeg, maar geen ontsnappingen, ook geen afvallingskoers. Gewoon rondjes draaien en iedereen welkom om eraan te blijven hangen. Na x aantal rondjes kwam een groepje naar de meet. Dat had de rest gelost op een bultje en sprintte vóór het café voor de overwinning.

Maandag hadden we stafmeeting of zoiets en ik vroeg aan de technici van onze bond wat ik had gezien. “Vrouwenwielrennen”, luidde het antwoord. “Ze durven niet te koersen, ze smijten zich niet, bang om dood te gaan. Maar dat is aan het veranderen onder impuls van de Hollandse vrouwen.”

“Juist, Leontien van Moorsel,” opperde ik, “heb ik nog geïnterviewd in mijn Hollandse jaren.”

Neen, was het antwoord. Marianne Vos is het grote voorbeeld.

Vos is nog steeds een voorbeeld, Annemiek van Vleuten was dat ook maar die is gestopt, Kopecky is nu de evenknie van wie dan ook in de wereldtop, en er wordt gekoerst. Vrouwenwielrennen is even spannend als mannenwielrennen en dus even spectaculair. Gisteren in de Tour de France Femmes viel Demi Vollering aan op 53,7 kilometer van de aankomst, op de Glandon en met nog een beklimming van Alpe d’Huez als dessert. Het was spektakel à la Pogacar. Het werd een ouderwets slagveld.

Vrouwenwielrennen is niet zoals vrouwenvoetbal. Het mag trager gaan, je ziet het niet. Zolang er maar wordt gekoerst en gisteren is volop gekoerst.

Vollering reed bijna anderhalve minuut bij elkaar op de Glandon, maar zag dat herleid tot 35 seconden. Gele trui Katarzyna Niewiadoma kwam dichter, maar toen begonnen ze aan de alp. Seconde na seconde moest ze inleveren en na vijf kilometer klimmen reed Vollering in het geel, op voorwaarde dat ze Pauliena Rooijakkers nog zou kunnen lossen.

Waarna het weer omsloeg. Seconde na seconde kwam Niewiadoma dichterbij, maar toen had Vollering nog een laatste gruwelijk snelle kilometer in de benen en zag Niewiadoma haar boniseconden ultiem nog afgepakt, waardoor het een secondespel werd.

Vier seconden scheelde het voor een gele trui. Vollering was ontroostbaar, Niewiadoma steeg op naar een wolk. De spannendste wielerwedstrijd, misschien wel spannendste sport van het jaar was de Tour de France Femmes.

Bijkomstig voordeel van vrouwenwielrennen zijn de interviews voor de start van de etappe of nadien. Jarenlang hebben die vrouwen in de relatieve anonimiteit hun ding gedaan. De eerste keer dat een journalist aan hun campertje verscheen schrokken ze zich een hoedje.

Leontien was de eerste die journalisten tegen de gilet trok. Met teksten over haar twijfels, depressies, eetstoornissen en ten slotte met prestaties zoals haar drie keer goud in Sydney 2000.

Het zijn allemaal Leontiens. Heerlijk moet het zijn als journalist om iemand voor je microfoon/bandje te krijgen die dankbaar is dat je hen de aandacht schenkt die ze verdienen en die ook op alle vragen antwoordt.

De smiley-trui voor de beste interviews gaat zonder enige discussie naar Justine Ghekiere. Ze was het brede publiek al opgevallen in Parijs toen ze zich uit de naad reed voor Kopecky. Dat vond ze genoeg reden om een paar nachten stevig door te feesten tot de ploegleiding haar naar de Tour sommeerde. Ze maakte van de nood een deugd en ging voor de bollentrui voor beste klimmer. Die had ze dit jaar al gepakt in de Giro. Gisteren was ze half koers zeker van eindwinst in dat nevenklassement. Haar uitleg, haar teksten, haar interviews kortom; lesmateriaal voor hoe je de interviewers en het publiek moet inpakken. Van Ghekiere word je op slag blij. Heeft die vrouw een supportersclub? Ik wil lid worden.

Column Na de euforie (van de OS) in De Morgen van zaterdag 17 augustus 2024

Na de euforie

.. Na de tien medailles van de Olympische Spelen is het een goed idee om met onze beide voetjes terug op de grond te komen, straks. Eerst nog wat verder surfen op de golf van olympisch enthousiasme.

We zijn in de officiële stand 25ste geëindigd op 84 landen/regio’s die een medaille hebben gewonnen. Dat is volgens de telling ‘goud eerst’. Nemen we het totaal aantal medailles – tien dus – dan eindigen we 21ste.

Ten slotte is er de NCAA-telmethode, ontwikkeld door de koepelorganisatie van de universitaire sport in de VS. Die is interessant voor ons, want ze geeft punten aan één tot acht. Daarin eindigen we zowaar 19de. Afgezet tegenover onze economie (22ste) boksen we in deze stand boven ons gewicht.

Hoe we ook rekenen, we moeten ons nu al zorgen beginnen maken voor over vier jaar. Alles wijst erop dat de zeven medailles van Tokio en de tien van Parijs toe te schrijven zijn aan een generationeel effect. Aan toeval, met andere woorden.

De meeste medaillewinnaars van Parijs kunnen mee tot Los Angeles, op Bashir Abdi en Nafi Thiam na, al weet je met haar nooit. Bij de anderen staan ook levensgrote vraagtekens. Blijft dat taekwondo voor Sarah Chaari te combineren met die doktersstudies? Hebben Remco Evenepoel en Wout van Aert goesting in een derde Olympische Spelen helemaal over de plas naar de andere kant van de VS? Zelfde vraag voor Lotte Kopecky. En voor Fabio Van den Bossche en andere baanwielrenners moeten we vooral hopen dat ze geen wegrenner worden.

Bij de topachtplaatsen, onder wie geen jong volk, is de spoeling pas dun. Van de teams lijken alleen de Red Panthers in het hockey in een opwaartse spiraal te zitten. De Red Lions moeten herbronnen en voor de Belgian Cats was Parijs het nu-of-nooitmoment en zij moeten verjongen.

Er is ook goed nieuws. Topsport is een van de weinige Vlaamse domeinen waarin serieus is geïnvesteerd de voorbije jaren. Een klein bedrag van een aantal miljoenen maakt al een heel verschil. De topsportcultuur is verbeterd. De investeringsbereidheid van de atleten is groter dan ooit. De coaches zijn beter en worden beter behandeld.

Jammer, maar dat zal niet volstaan om in een kleine markt als België/Vlaanderen een gestage aanvoer van medaillewaardige atleten te garanderen. Neen, wij blijven afhankelijk van toeval. Onze sportbasis is meestal niet in staat om uit een steeds kleiner aanbod (sedentarisme!) die schaarse talenten te vinden en die de kans te geven zich te ontplooien.

De structurele manco’s zijn al langer bekend.

Wij hebben 17.000 sportclubs voor 6,8 miljoen inwoners. Nederland heeft voor 18 miljoen inwoners 25.000 sportclubs, met een iets grotere sportparticipatie. Onze clubs zijn te klein, te weinig professioneel en drijven op de goede wil van benevolen. Een standbeeld voor die mensen, maar zo is het Vlaamse clublandschap meer recreatie dan sport, laat staan topsport.

Alleen wielrennen ontsnapt aan die wetmatigheid, omdat de jonge wielrennertjes hier aan de bomen groeien. Zelfs daar moet je vaststellen dat meer dan wie, welke club of bond ook, Remco Evenepoel vooral zichzelf heeft opgeleid.

Uit dat recreatief landschap van die vele clubjes wordt vervolgens het bestuurlijk ‘talent’ voor de bonden gerekruteerd. Hoe hoog de bestuurder in de bonden geraakt wordt niet bepaald door kwaliteit, wel door diens tijd en ego.

Ten slotte kan her en der ook wat vet van de soep. Neem nu de problematiek van de nationale koepelbonden. Sport is regionale materie, wat inhoudt dat elke regio zijn sportbond heeft en daarboven een koepel hangt. In de meeste sporten stelt die niks voor, behalve bij voetbal (KBVB), wielrennen (KBWB) en de Olympische Spelen (BOIC).

De voetbal- en de wielerbond stonden deze week nog in de krant: ze moeten besparen. Die klaagzang tart alle verbeelding. Nationaal georganiseerde sportbonden zijn in de eerste plaats gericht op maximaliseren van de subsidiestromen, al of niet via de Nationale Loterij of hun regionale vleugels.

Daarnaast genereren ze eigen middelen door het ophalen van sponsoring. Die vloeit grotendeels terug als return aan de sponsors, waardoor die bonden bij grote events ware reisbureaus worden. Een ander deel gaat naar de eigen werking, lees zware loonlasten en het comfort van de bondsstructuur. Check de nationale bondsgebouwen (KBVB, KBWB) en de plannen (BOIC).

Omdat het federaal niveau niks vandoen heeft met sport, ontsnappen die nationale koepelbonden aan elke vorm van controle. Misschien een adviesje aan de volgende minister van Sport: ga met uw Franstalige FWB-collega rond de tafel zitten en spreek af om dat nationaal potverteren een halt toe te roepen.

Column Dominator in De Morgen van maandag 22 juli 2024

Dominator

Niks mooiers in de topsport dan de algehele dominantie van de ene atleet tegenover de andere, tot en met de complete annihilatie van de tegenstand.

Eddy Merckx die in die vijf haast onklopbare jaren niks weggaf. Of de jonge Muhammad Ali die iedere andere bokser alle hoeken van de ring liet zien. Zeker ook de oudere Michael Jordan die zich scorend en verdedigend naar drie nieuwe titels trashtalkte. Jawel, ook Lance Armstrong, sprinter Usain Bolt en tennisser Novak Djokovic.De kannibalen Merckx, Ali, Jordan, Armstrong, Bolt en Djokovic, ooit kwamen ze allemaal op een punt waarop de bewondering voor hun meesterschap vervaagde en de publieke opinie begon over te hellen naar verveling en voor een deel zelfs naar haat. Om ten slotte te eindigen bij opluchting: gedaan met de dominantie, ander en beter.

Niet zeker of de nieuwe dominator in het wielrennen datzelfde lot beschoren is. Tadej Pogacar, hoe wreed hij ook is met zijn tegenstander(s), hoe kannibalistisch, hoe overheersend, het is nooit met de grim- maar altijd met de glimlach.

Wielrennen is voor Pogacar het ene moment een speeltuin om even later een spel van dominator en onderworpene te worden, bdsm op twee wielen als het ware. Als die onderwerping ook nog eens mooi in beeld wordt gebracht, kan je alleen maar vaststellen: daarvoor is topsport zo’n 2.800 jaar geleden uitgevonden.

Pogacar is de ultieme dominator, in zover dat nu wordt gespeculeerd of Tadej Pogacar geen betere renner is dan Eddy Merckx ooit is geweest. Niet overdrijven met heiligschennis. Het volstaat dat een sprinter godbetert het record voor aantal Tour-overwinningen van Merckx heeft verbeterd.

Om beste renner ooit te worden heeft Tadej Pogacar nog wat gaten in het palmares te vullen, zoals alle monumenten meerdere keren winnen, elf grote rondes en drie wereldtitels. Het is onzinnig om tijdperken die vijftig jaar uit elkaar liggen te vergelijken, maar voor wie het niet kan laten: hij komt qua palmares voorlopig niet aan de enkels van Merckx, die van Hinault zijn in zicht.

Waar Pogacar ook in verschilt van Merckx is zijn speelsheid waarmee hij wint, maar evengoed verliest, zoals de voorbije twee jaren. De meeste volgers hebben Merckx alleen leren kennen toen hij met koersen was gestopt en in een paar maanden die aimabele, timide man werd die hij vandaag nog is. De wielrenner Merckx kon niet tegen zijn verlies.

De gemiddelde wieleraficionado prefereert Pogi boven Jonas, dat staat als een paal boven water. Zijn koersgedrag, altijd het volle pond geven en niet rekenen. Zijn verscheiden koersprogramma, dat hebben we in decennia niet gezien. Ondanks zijn dominantie is de gunfactor van Tadej Pogacar vooralsnog vele malen groter dan die van Jonas Vingegaard.

Alleen Visma-Lease a Bike en hun fans werkte hij deze Tour op de zenuwen, maar dan echt ook alleen maar die club. Wat een hele rare opmerking van Team VLB-baas Marijn Zeeman eerder deze week nadat Pogacar zijn vierde bergetappe had gewonnen ten koste van Matteo Jorgenson. Waar haalde Zeeman het dat dit de populariteit van Pogacar niet ten goede zou komen?

Thomas De Gendt verwoordde het goed: “Waarom zou een sprinter wel vier vlakke ritten mogen winnen en klassementsrenners geen vier bergritten?”

Natuurlijk was Pogacar de voorbije week op missie: tijd om de puntjes op de i’s te zetten van Visma-Lease a Bike. Boven op Isola 2000 stond Jorgenson het huilen veel nader dan het lachen. Vingegaard huilde zelfs echte tranen in de armen van zijn vrouw. De annihilatie van de tegenstand kon niet treffender zijn en was geen toeval.

Tadej Pogacar is nu al vier jaar lang eerst het zwarte beest, om later de norm te worden om tegen op te tornen. Het begon in 2020 met die tijdrit op La Planche des Belles Filles toen Primoz Roglic seconde na seconde moest prijsgeven en finishte als een uitgewoonde postbode. De nieuwe jonge god Pogi vloog over het verse asfalt van de Vogezen naar het geel.

Een jaar later was plots de anti-Pogimissile Jonas Vingegaard voor het eerst van de partij. Hij toonde zijn potentie en werd tweede. In 2022 en 2023 zou Vingegaard winnen. “Omdat wij weten wat er nodig is om Pogacar te kloppen. Hij is niet goed op lange klimmen en niet goed in de hitte.” Na de eerste etappes van deze Tour, Vingegaard zelf: “Ach dertig seconden. Vorig jaar kreeg Pogacar zeven minuten aan de broek in de echte bergen.”

Pogacar mag dan altijd glimlachen, hij is eerzuchtig en hij onthoudt goed. Jumbo-Visma en nu Visma-Lease a Bike hebben hem de voorbije twee jaar vernederd. Zo voelde hij dat en het is niet eens ver van de waarheid. Het was tijd voor een payback. En wat voor één.

Column Wondermiddelen in De Morgen van zaterdag 20 juli 2024

Wondermiddelen

Zijn de prestaties van Tadej Pogacar verdacht?

De vraag is niet meer of hij de Tour wint, ook niet langer hoe dat gebeurt. Dat weten we: hij wint zondag zonder ongelukken of rare wendingen en dat doet hij door heel hard te rijden, elke dag weer. Alleen op welke speciale brandstof hij rijdt, dat moet nog even worden uitgeklaard.

Vreemd toch dat het in de koers altijd weer over geheime wondermiddelen gaat die de ene renner zou hebben en de andere niet. Vaak wordt verwezen naar de epo-jaren van eind vorige en begin deze eeuw om te verklaren waarom die sport niet los geraakt van het dopingspook. Dat is onzin.

Wondermiddelen en alle daarmee verbonden verhaaltjes zijn van alle tijden. Het beste voorbeeld is de mythe rond de Welshe wielrenner Arthur Linton, die in 1896 Bordeaux-Parijs won en – zo staat het in nogal wat boeken – als gevolg van de middelen die zijn soigneur hem had toegediend bij zijn thuiskomst stierf. De realiteit: Linton stierf inderdaad dat jaar, maar wel pas twee maanden nadat hij Bordeaux-Parijs had gewonnen. Van buiktyfus, een toen veel voorkomende ziekte.Bij die verhaaltjes zijn we weer aanbeland nadat vorig weekend bekend werd dat CO inademen wordt gebruikt als (volstrekt legale) testmethode, maar ook zou kunnen worden misbruikt. De aanzet tot die insinuatie werd gegeven op een klein sportwetenschappelijk congres dat in de aanloop naar de Tour een studie presenteerde over CO-inhalatie in zeer lage hoeveelheden. Een nieuw opgerichte website pikte dat op, sprak een aantal betrokkenen die daar erg open over waren en gooide boven het verhaal een kop dat renners CO ter prestatieverbetering inademen.

Dat stond nergens in de tekst, de geciteerden spraken dat zelfs tegen, maar zo’n titel moest wel scoren en de nieuwe site (opvolger van CyclingTips) bekendheid geven. Zo geschiedde.

Zijn de prestaties van Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard, en neem er ook maar Remco Evenepoel bij, verdacht? Er wordt al langer gratuit gejongleerd met watt per kilogram lichaamsgewicht en met klimtijden. Die vier minuten die Pogacar van de tijd van Marco Pantani afdeed op Plateau de Beille is behoorlijk indrukwekkend, net als de vermeende 6,8 tot 6,9 watt per kilo van de Sloveen, maar ook Evenepoel en Vingegaard waren ruim sneller dan Pantani.

Die waarden zijn onderhevig aan flinke foutenmarges van 5 procent en meer. De omgevingsomstandigheden (wind, drafting) worden niet meegerekend. De reële waarden zijn niet gekend: de 6,8/6,9 is berekend op basis van klimtijden en herleid naar een standaardrenner.

En dan is er nog die fysiologische bovengrens en de premisse dat een mens met een maximale zuurstofopname van 100 onmogelijk zou zijn. Daarbij wordt dan verondersteld, ook door media, dat je nooit meer dan 100 kunt hebben, alsof het om een percentage zou gaan.

De VO2max wordt evenwel uitgedrukt in milliliter opgenomen zuurstof per minuut per kilogram lichaamsgewicht. Sledehonden geraken tot 240, sommige antilopen tot boven de 300. Vooralsnog is een mens geen sledehond en de VO2max van de mens zal uiteraard begrensd zijn, maar waar ligt dan die grens? Onthoud vooral: wat wordt gemeten, daar zit flink wat ruis op.

Er zijn vooralsnog meer redenen om aan te nemen dat ze vandaag clean rijden dan omgekeerd. Wielrennen is een totaal andere sport geworden. De fietsen zijn beter, de wegen zijn beter, de voeding is beter, de atleten zijn beter en het steeds compactere peloton rijdt (en valt) sneller dan ooit.

Een paar voorbeelden: vroeger konden banden niet dun genoeg zijn en niet te hard worden opgepompt. Plots blijkt breder in combinatie met de juiste velgen en minder druk voor minder rolweerstand en ook minder vermoeidheid te zorgen.De voeding van Lance Armstrong onderweg bestond deels uit confituurtaartjes uit Izegem en na de wedstrijd stond zijn bordje aardappelen met een beetje olijfolie klaar. Vandaag staat alles in het teken van de juiste fueling met verschillende suikers en eiwitten inclusief nadien de onmiddellijke recuperatie aangepast aan het individu.

Wielrennen is van een archaïsche sport een hoogtechnologische sport geworden. De trainingswetenschap met hitte/hoogtetrainingen heeft het overgenomen van het nattevingerwerk. Of zoals een trainer zei die ooit met renner X derde werd in de Tour: “Als ik toen had geweten wat ik nu wist over trainingen, X had die Tour gewonnen.”

Het allerbeste argument om in de kampioenen van vandaag te geloven is dit: wondermiddelen die over minstens vier verschillende ploegen worden gebruikt en die nog eens geheim blijven, dat is een onmogelijkheid in de roddelbarak van het wielrennen.

Column Best of the rest in De Morgen van maandag 15 juli 2024

Best of the rest

Een week geleden geraakte een tweet niet weg, of toch niet helemaal. Die luidde: “Visma-Lease a Bike rijdt zoals Frankrijk voetbalt of zoals Joop Zoetemelk wielrende.”

Even ter verduidelijking voor de jonge lezertjes: Zoetemelk won de Tour in 1980, zijn enige, en alleen maar omdat gele trui Bernard Hinault opgaf met knieproblemen. Zoetemelk werd ook zes keer tweede, alleen door te volgen. ‘De wieltjeszuiger’ was de bijnaam die wij Belgen hem gaven.

Ervaren twitteraars zullen wellicht meteen merken of een tweet al of niet doorkwam. Pas na enkele uren bleek dat die nog bij de concepten stond en toen was de vraag: to post or not to post.

Waar die vandaan kwam, een raadsel, maar mildheid borrelde op. Die arme Jonas Vingegaard voor dood opgeraapt uit die Baskische greppel, die gehavende ploeg, geen Dylan van Baarle, geen Steven Kruijswijk, Wout van Aert nog snel in elkaar gevezen na zijn Dwars door Vlaanderen-crash, hebben die niet al genoeg meegemaakt? En – slag om de arm ook – wie weet wat er nog gebeurt deze Tour?

Niet gepost, gelukkig maar. Gisteren reed Visma-Lease a Bike zoals Oranje voetbalt: om te winnen. Wellicht hebben ze de Tour verloren, al is dat niet zeker. Hulde aan Visma-Lease a Bike. Voor het vijfde jaar op rij helpen ze om van de Tour de France een fenomenaal kijkstuk te maken.

De voorbije twee jaar reden ze Tadej Pogacar in de vernieling, nadat die hen in 2020 in de laatste klimtijdrit een onwaarschijnlijke hak had gezet en in 2021 met overmacht had gewonnen. In 2022 was het aan Team Visma met die tweetrapsraket Roglic- Vingegaard, waarbij Pogacar op alles sprong wat bewoog maar zo slecht werd gecoacht vanuit de volgwagen dat het pijn deed aan de ogen.

In 2023 was Pogacar in de situatie waarin Vingegaard zich dit jaar bevindt: krakkemikkige voorbereiding, twijfel in het hoofd, toch maar bluffen, gokken, proberen…

2024: de rollen zijn omgekeerd. Keer na keer na keer pakte Pogacar de voorbije twee weken tijd op zijn directe rivaal. En steeds meer tijd, gisteren zelfs meer dan een minuut, wat doet vermoeden dat Vingegaard sneller stukgaat in deze Tour dan de Sloveen.

U hebt misschien gelezen dat sommige renners beter worden naarmate de Tour vordert. Geloof dat maar niet. Niemand wordt beter. Ja, Mathieu van der Poel en Wout van Aert, maar die kiezen hun momenten uit, wisselen intensieve prikkels af met extensieve uithouding en gebruiken de Tour als een rondreizend trainingskamp.

Iedereen die voor het klassement rijdt wordt minder vanaf de tweede week. Rare vergelijking misschien, maar Pogacar in deze Tour de France is een beetje zoals Usain Bolt op de 100 meter. Na de 60 meter leek die weg te lopen van de rest, maar dat was gezichtsbedrog. Hij ging gewoon minder snel stuk.

Vijfennegentig procent van de wieleraficionado’s wil dat Pogacar wint. Omwille van zijn panache, zijn stijl, zijn aanvalslust, zijn grapjes, zijn interviews… Die andere 5 procent zijn Denen en enkele verdwaalde Nederlanders die Visma-Lease a Bike als hun nationale wielerploeg zien.

Vingegaard, het moet gezegd, die inspireert alleen de blinden. Hoe die op een fiets zit, dat ziet er echt niet uit. Dat geel waren we op den duur gewend omdat op den duur alles wel went, maar in die bollentrui van tweede bergkoning, jeetje. Dat shirt is gewoon een maat te groot. En is er dan niemand bij het team die ziet dat hij door die communicatie-unit op zijn rug een soort quasimodo op een fiets wordt?

Wie nu beter dan wel slechter is dan vorig jaar, daar hebben we het raden naar zolang we geen objectieve gestandaardiseerde data hebben. Of we die ooit zullen zien, twijfel daar maar aan. Dat behoort tot de bedrijfsgeheimen.

Wie wel beter is dan ooit, en dat kun je op het eerste gezicht en vooral op zijn gezicht zien, is Remco Evenepoel. Hij speelt in een andere reeks dan die eerste twee, maar dat had hij ook zo voorspeld. Van alle klassementsmannen die niet Tadej of Jonas heten met hun voornamen is hij de beste.

Evenepoel the best of the rest klinkt onrespectvoller dan het is bedoeld. Zonder ongelukken wordt hij derde in deze Tour en als Vingegaard er helemaal onderdoor gaat, zit er misschien zelfs een tweede plaats in. Dat is veel beter dan verhoopt. We moeten de derde week nog afwachten, maar als hij ook in de volgende zes etappes (waarvan drie hele zware) niet total loss wordt gereden, dan heeft België voor de volgende tien jaar elke zomer iets om naar uit te kijken.