Column Biatlon in De Morgen van maandag 17 februari 2025

Biatlon

De winterspelen van Salt Lake City in 2002 staan in mijn geheugen gegrift. Ten eerste omdat ze in Salt Lake City waren, dezelfde stad waar ik vier jaar eerder getuige was van de zesde titel van Michael Jordan.

Die trip was ook om een andere reden onvergetelijk. NBA-commentator Eric Goens en ik werden opgevoerd in de Jay Leno Show. Als een rariteitenkabinet weliswaar. “Belgian waffles on an MJ pelgrimage”, was de teneur. Daar gaven we niet om, het was ten slotte Jay Leno.

Maar dan die winterspelen. Als magazinejournalist in Nederlandse loondienst, geen druk van de dagelijkse deadline, in alle rust afspraken kunnen maken met de Nederlanders die prijzen hadden gepakt. Tussendoor gaan kijken naar de (h)eerlijke Kevin Van der Perren.

Ook even binnenspringen bij het shorttrack, waar ik de meest onwaarschijnlijke gouden medaille ooit heb zien winnen door de Australiër Steven Bradbury, die zowel in de halve finale als in de finale alle deelnemers voor hem zag vallen. Te zien op YouTube, een aanrader.

Ook memorabel, het bezoek aan Jacques Rogge die de vorige avond door de Russen ongeveer was ontvoerd omdat de nieuwe president van de Russische Federatie – ene Poetin – met hem een hartig woordje wilde wisselen over de telefoon. De Russen hadden de jury bij het paardansen omgekocht en dat was bekendgeraakt, vandaar. Poetin ontkende. We hadden het kunnen weten.

Maar niets topt de lange busrit naar Soldier Hollow die ik doorbracht in het gezelschap van een collega uit Chisinau. Een Moldaviër dus, die het erg koud had, helemaal niet gekleed was op de mintemperaturen boven op die hoogvlakte en die mij uitlegde hoe hij met zijn tien dollar daggeld probeerde rond te komen. Ik schonk hem mijn Powerade.

Op Soldier Hollow maakte ik live kennis met een sport die ik tot dan alleen van tv kende: langlaufen en schieten, biatlon dus. Het was er min twintig, ik stond buiten op het persplatform en heb geen minuut meer live gemist van het spektakel dat zich onder mij en – te zien op jumbotrons – in de verte in de bossen afspeelde.

Biatlon is fan-tas-tisch. Het heeft de intensiteit van een finale van de Ronde van Vlaanderen met dat verschil dat Wout, Mathieu en Tadej boven op de Paterberg en de Kwaremont moeten afstappen om vijf keer te schieten. Missers komen hen duur te staan want dan moeten ze een extra klimmetje fietsen.

Je op ski’s voortbewegen met een schietgeweer op je rug, dat was decennialang een manier van overleven in besneeuwde gebieden, met name in Scandinavië. Van het huidige biatlon is al sprake sinds Squaw Valley in 1960. De vrouwen kwamen erbij in 1992.

Wat het moderne biatlon zo uniek maakt is de continue zoektocht naar spanning en spektakel door weloverwogen ingrepen in de wedstrijdformules.

In 2006 in Turijn kwam de massastart voor het eerst op het programma: instant goede kijkcijfers. Niets mooier dan in een maagdelijk winterlandschap tussen de besneeuwde bomen plots in één lange rij een roedel felgekleurde skiërs zien opduiken. Ze zuchtend, schruwelend en knarsentandend een helling zien op schaatsen, waarna ze bij een schietplaats aankomen en afwisselend rechtop en liggend moeten schieten.

De Eddy Merckx van het biatlon is de Noor Ole Einar Bjørndalen, die acht gouden medailles won op een totaal van dertien, wat een record is voor de winterspelen. Bjørndalen was lang getrouwd met de halve Belgische Saskia Santer, dochter van een Oostendse die ooit de liefde vond in Zuid-Tirol.

Via Santer kon ik Bjørndalen spreken in Turijn, vier jaar later. Het mysterie van schieten bij hoge hartslagen, daar ging het gesprek over. Bjørndalen liet het makkelijk klinken: je komt aan bij de schietstand aan hartslag 200. Het hartritme krijg je niet lager, vergeet dat. Je hart zal je sturen. Je geweer laden, luisteren naar je hart en dan schieten tussen de hartslagen.

Afgelopen woensdag is het WK biatlon in het Zwitserse Lenzerheide begonnen. Er zijn al vier dagen competitie achter de rug, vandaag is rustdag, morgen beginnen de laatste vijf dagen, en dat alles is te zien op Eurosport. De commentator is een Nederlander die bij totale afwezigheid van Nederlanders goed let op de Belgen die meedoen.

Vrijdag behaalde Maya Cloetens een achtste plaats op de sprint. Maya is de in Frankrijk opgegroeide dochter van een uitgeweken Vlaming. Gisteren werd ze zeventiende op de achtervolging. Lotte Lie haalde haar in en werd veertiende nadat ze foutloos was in het schieten. De andere Belgen heten Thierry Langer, Marek Mackels en Florent Claude. Die laatste, een uitgeweken Fransman, werd veertiende in de achtervolging.

Column Competitieformat in De Morgen van zaterdag 15 februari 2025

Competitieformat

Rechtenhouder DAZN denkt er ernstig over na om een deel van de Franse televisierechten in te houden. De reden? Minstens de helft van wie een Franse klassieker bekijkt doet dat via een piratenkanaal of illegaal. En het product Frans voetbal is niet wat ze zich hadden voorgesteld. En er zijn minder abonnees dan verwacht.

DAZN is ook de rechtenhouder in België. Ze betalen nu 10 miljoen euro minder dan voor het vorige contract. Een meevaller, in Frankrijk was dat de helft minder, maar geen euforie: het Belgische voetbal past beter op zijn tellen.

De discussie over het competitieformat in de Pro League zal ongetwijfeld ook de bazen van DAZN op de zenuwen werken. Datzelfde DAZN dat heel recent 10 procent van de aandelen verkocht voor 1 miljard dollar aan het private investeringsfonds SURJ Sports Investment van Saudi-Arabië. Analisten menen dat Saudi-Arabië op termijn het hele DAZN van Len Blavatnik wil overnemen. Die Blavatnik, dat even terzijde, is een voormalige Russische oligarch die door Oekraïne op de sanctielijst is gezet. En daar doen wij zaken mee.

Dit alles om u even het bredere kader te schetsen van de hallucinante discussie rond de competitiehervorming.

De oorsprong van de hervormingsdrang is de bewering dat het grote aantal wedstrijden (40) dat onze Belgische topclubs moeten spelen én de zware play-offs aan het eind nefast zou zijn voor hun Europese prestaties. Er is geen enkel objectief argument voor die bewering, niet sportief en ook niet economisch. Alle parameters wijzen zelfs op het tegendeel.

De uitslagen van de Belgische clubs in Europa zijn er de laatste jaren alleen maar op vooruitgegaan, in zoverre dat we op een zucht stonden van een unieke prestatie: een tweede direct ticket voor de Champions League.

Tweede argument: de waarde van het tv-contract is deze eeuw proportioneel meer gestegen dan waar ook in Europa en is recent minder sterk gedaald. Derde argument: de waarde van de verkochte spelers is exponentieel gestegen, onder meer door die prestaties in het Europese uitstalraam.

De 26 profclubs – 26 is het dubbele van wat in België economisch leefbaar is – moeten zich goed bezinnen vooraleer ze zich laten ringeloren door de G6. En zich de vraag stellen: waartoe dient een Belgische voetbalcompetitie? Ook in de nieuwe federale regering mogen ze zich die vraag stellen: waartoe dient de Belgische voetbalcompetitie?

U weet wel, die competitie die wij jaarlijks 200 miljoen euro lastenverlagingen toekennen. Die wekelijks gratis een beroep kan doen op hele hordes politie. Die desondanks jaar na jaar de verliezen opstapelt, 160 miljoen voor de recentste jaargang.

Terwijl we toch bezig zijn… Die hun velden een hele winter van onderen verwarmen en van boven beschijnen, daar waar de modale burger energie moet besparen. Die in de zomer, als hun regenwater op is en de boeren een oppompverbod hebben, kraantjeswater op hun velden spuiten. En die het verbod op gokreclame vrolijk aan hun laars lappen.

Antwoord: de Belgische voetbalcompetitie moet een sportief en economisch kader scheppen voor een vast bepaald aantal profclubs die onder elkaar uitmaken hoe ze de Belgische voetballiefhebber het best mogelijke product kunnen aanbieden.

De Belgische voetbalcompetitie is er niet alleen voor de clubs die jaar na jaar in Europa scoren en daarmee exorbitant veel geld verdienen, waardoor het competitieve evenwicht in de thuismarkt wordt verstoord. De focus bij elke hervorming moet bijgevolg op het Belgische hoofdproduct liggen, niet het Europese bijproduct. Evenmin op dat andere bijproduct: de import van goedkope Afrikaanse ‘grondstoffen’ om die als halfafgewerkte producten in Europa te slijten. Dat laatste model staat sowieso op instorten.

In de discussie over de competitiehervorming maken alle partijen gebruik van foute argumenten. Zo weigeren de kleinere clubs bijvoorbeeld mordicus een vermindering van het aantal clubs in 1A. Economisch-geografisch zou dat van zestien naar twaalf moeten, mét een flinke eindronde, maar zelfs veertien is onbespreekbaar.

Het helpt de discussie ook niet verder als trainers met prepensioen als Hein Vanhaezebrouck beweren dat een competitie met minder ploegen automatisch leidt tot niveauverlies. Elke competitie bokst in haar juiste gewichtsklasse. Eerder dan door het aantal clubs wordt die bepaald door de algemene economie van dat land. De eerste vijf economieën van Europa hebben de grootste vijf voetbalcompetities. België heeft de tiende economie van Europa en ook de tiende voetbaleconomie, zo simpel kan het soms zijn.

Column Achterafwedstrijdje in De Morgen van maandag 10 februari 2025

Achterafwedstrijdje

Misschien is het u nog niet opgevallen, maar er wordt alweer echt gekoerst. Op de weg dan. En niet zo’n klein beetje. Ze komen ook steeds dichter bij huis, want dat gedoe in Australië, was daar iemand mee bezig?

De vrouwen zijn in Abu Dhabi aan de slag gegaan en de mannen hadden de keuze uit Oman, Valencia en Zuid-Frankrijk. Als ik profrenner was, dan had ik minstens één keer in het naar het schijnt erg mooie Oman willen rijden. Maar had ik al een keertje in Oman gereden, dan zou ik Valencia ook wel zien zitten, omwille van het eten dan. Lang niet zeker dat ik van mijn voedingsapp de toestemming zou krijgen voor een paella op een terras.

Gezien mijn uiterst beperkte talent zou ik niet te kiezen hebben en zou mijn ploeg mij wellicht verbannen naar een achterafwedstrijdje, neem nu de Ster van Bessèges. Prachtige streek om en rond de Gard, dat wel: mooie steden, interessante geschiedenis ook, maar begin februari? Dat is vragen om miserie. Iedereen met een buitenverblijf in Zuid-Frankrijk (niet ik) zegt dat je daar tot eind maart beter wegblijft.

De Ster van Bessèges eindigde gisteren in en rond Alès met een korte tijdrit met aan het einde een flinke klim. Kévin Vauquelin, een Fransman, heeft l’Etoile de Bessèges gewonnen. Zo zijn de Fransen ook weer content. Een schrale troost, want voor een wedstrijd die naar een ster is genoemd, is de ster al lang tanende.

Eerder deze week stapten acht ploegen uit. De aanleiding was een dubbel incident, zo werd eerst verklaard. Later bleek het om meervoudige incidenten te gaan, twee dagen op rij, met auto’s die her en der op het parcours verschenen, rijdend en geparkeerd. Een beetje zoals op training, maar dan met 150 trainende wielrenners achter elkaar. Gekkenwerk.

‘Bessèges in de storm’, titelde de Franse sportkrant L’Équipe vrijdag. Dubbele bodem, die kop, want het stormde letterlijk over Zuid-Frankrijk, met regen en veel wind. En tegelijk waren er die incidenten, waardoor die acht ploegen er de brui aan gaven.

Ineos Grenadiers, Red Bull-Bora-Hansgrohe, Soudal-QuickStep, Uno-X Mobility, Lidl-Trek, EF Education-EasyPost, Unibet Tietema Rockets en AG2R La Mondiale besloten af te stappen. Vooral die laatste ploeg baarde opzien, omdat het de enige Franse ploeg was die de afspraken met de rennersvakbond opvolgde.

Team Flanders-Baloise bleef wel in koers. Dat kun je vreemd vinden voor een opleidingsploeg, maar anderzijds is TFB begrijpelijk opportunistisch en een beetje oldskool. Als ze nog eens ergens worden uitgenodigd, voelen ze niet de behoefte om in de soep te spuwen, zoals de Fransen dat zo mooi zeggen.

Bij het andere Belgische team Lotto waren de meningen blijkbaar verdeeld. Dat twee renners in koers bleven en de andere vijf de bus opzochten en opteerden voor een vrijwillige did not finish werd uitgelegd als een communicatiestoornis. Onzin natuurlijk. Arnaud De Lie en de enige Fransman in de ploeg, Baptiste Veistroffer, wisten maar al te goed dat ze alleen verder moesten. Dat draaide nog goed uit in die rit want De Lie won zijn eerste sprint van het nieuwe jaar.

Alle Franse ploegen behalve AG2R bleven, uiteraard. Volgens L’Équipe toonden ze zich solidair met de organisatoren, die het al niet makkelijk hebben. Ook De Lie sprak over solidariteit. “Ik heb de organisator gerespecteerd.” Het is niet toevallig dat het om twee Franstaligen gaat in die ploeg, die ook wordt aangestuurd (voorlopig toch nog) door een Fransman.

Lotto-CEO Stéphane Heulot kwam wel met een heel rare quote. “Ik dien de zaak van de veiligheid, maar ik heb Arnaud toch gefeliciteerd en hem bedankt in naam van de organisatoren die hun uiterste best doen, want het zijn tenslotte vrijwilligers.”

De vraag mag worden gesteld of je organisatoren te allen prijze moet respecteren, ook wanneer ze als vrijwilliger je leven in gevaar brengen. De vraag mag ook worden gesteld of een Ster van Bessèges nog wel thuishoort op een profkalender of welke andere kalender dan ook.

Frankrijk heeft de best georganiseerde wielerwedstrijd ter wereld (de Tour) en de slechtste (Bessèges). Het ligt dus niet aan het land, maar aan de middelen die worden ingezet. Wie er niet in slaagt het parcours te beveiligen met voldoende seingevers heeft niet het recht een wedstrijd te organiseren.

Alle extreem gevaarlijke sporten zoals formule 1 en eventing zijn de laatste decennia veiliger geworden. Het wielrennen werd daarentegen onveiliger dan ooit en is vandaag, ook zonder auto’s op het parcours, de dodelijkste sport ter wereld. De rennersvakbond krijgt nu alle lof. Het is wachten op de represailles ten aanzien van CPA-voorzitter Adam Hansen.

Column Overwinningsparade in De Morgen van zaterdag 8 februari 2025

Overwinningsparade

Donald Trump wordt zondagnacht de eerste zittende president van de VS die de Super Bowl bijwoont. Die vindt plaats in New Orleans tussen de regerende kampioen Kansas City Chiefs en Philadelphia Eagles.

Dat is een ferm statement dat door de wakkere media in de VS meteen werd gelinkt aan de recente beslissing van de NFL, de bond van het American football, om de boodschap ‘End Racism’ weg te halen uit de eindzones, daar waar een touchdown kan worden gescoord. De kapitaalkrachtigste competitie ter wereld besloot om die slogan uit 2021, kort na de dood van George Floyd ten gevolge van politiegeweld, te vervangen door ‘Choose Love’ en het neutralere ‘It Takes All Of Us’. Dat kwam verdacht snel na het presidentiële decreet van Trump om alle diversiteitsprogramma’s te stoppen.

Trump en de NFL, dat is een oud huwelijk met oud zeer. In 1983 kocht hij voor 6 miljoen dollar New Jersey Generals, een nieuw team in de ook al nieuwe United States Football League (USFL). Meteen trok hij naar de rechtbank om de NFL te betichten van monopolievorming. Trump wilde de NFL verplichten zijn team op te nemen in haar competitie. Volgens zijn mede-eigenaars van de USFL hebben juist zijn ondoordachte acties geleid tot de kansloze collaps van de nieuwe competitie.

In 2014 wilde hij Buffalo Bills uit de NFL kopen, maar had daar de middelen niet voor. Hij greep naast de Bills en mokte zich een eind weg. Toen de gekleurde quarterback Colin Kaepernick van San Francisco 49’ers in 2016 plots ging knielen tijdens het nationale volkslied werd Trump, die net aan zijn eerste termijn als president was begonnen, net niet razend.

“Ik wacht op een eigenaar die de klootzakken ontslaat die ons volkslied en onze vlag beledigen.” Hij bekritiseerde ook de maatregelen die de NFL had genomen om het spel veiliger te maken nadat was gebleken dat de herhaalde hersenschuddingen tot permanente hersenschade en vroegtijdige overlijdens hadden geleid. “Hitting hard, dat willen we zien.”

Hoewel de sport van conservatief Amerika, is ook de NFL verdeeld over Trump, met dien verstande dat de tegenstanders zich gedeisd houden. Die hebben even niet de behoefte om zich te uiten. De voorstanders van Trump doen dat maar al te graag en betalen met plezier de boetes die ze krijgen opgelegd om een MAGA-pet te dragen tijdens de interviews na de wedstrijd.

Zondagnacht zit Trump in hetzelfde stadion als Taylor Swift. De immens populaire zangeres heeft een relatie met Travis Kelce, de vaak scorende tight end van de Chiefs. Swift heeft zich in het verleden en tot in het heden als een felle tegenstander van Trump geout, wat ook Trump was opgevallen. Die reageerde in september met “ik haat Taylor Swift”.

Kelce van zijn kant kwam deze week in zwaar weer met de fans van zijn lief. Hij zei het een grote eer te vinden om voor de president te spelen. Ongeacht wie die president was, voegde hij eraan toe, maar die laatste cryptische toevoeging ging verloren. De reacties van de swifties varieerden van “die slaapt op de bank deze nacht” tot “ga weg bij die hork, Taylor”.

De aanwezigheid van Trump heeft minder te maken met een plotse liefde voor sport dan wel met een victory parade en spierballengerol naar eenieder – Kaepernick, Swift en alle andere wokies – die hem ooit heeft uitgedaagd.

Tot spijt van wie het benijdt, dit zal niet de laatste column zijn over die rare man in het Witte Huis. Trump bis krijgt de twee grootste sportevents van de wereld over de vloer, te beginnen met de wereldbeker voetbal volgend jaar. Dat zal nog wel loslopen, FIFA-baas Gianni Infantino zat al op de eerste rij bij zijn inauguratie. Maar in 2028 komen de Olympische Spelen naar de VS. Die profileren zich als voorlopers in de gelijkberechtiging van de vrouw, met de helft vrouwelijke deelnemers. Die weigeren als superbond ook een standpunt in te nemen over trans vrouwen en atletes met afwijkende geslachtsontwikkeling en laten dat terecht over aan de sportbonden.

Trump is hen voor geweest: zonder enige vorm van nuance bant hij alle transgender atleten uit de sport en van de Olympische Spelen, met als argument “omdat ik het heb gezegd”. Dat is een inbreuk op het Olympisch Handvest en de overeenkomst die het Amerikaanse olympisch comité heeft getekend.

Er is meer: de VS weigeren sinds vorig jaar de bijdrage voor het wereldantidopingagentschap WADA te betalen en zijn dat ook niet meer van plan. Sinds Berlijn 1936 zijn er nooit méér goede redenen geweest om een land de Olympische Spelen af te nemen. Maar dat zal niet gebeuren.

Column Oranje boven in De Morgen van maandag 3 februari 2025

Oranje boven

Hoe ‘groter’ een sportevenement, des te groter ook de onzin die over ons naïevelingen wordt uitgestort. Neem nu dat Sporza-stukje over de zeven wereldtitels van Mathieu van der Poel. Waarom dat moest worden gelardeerd met de mening van (pseudo-)BV’s als Metejoor, Jacques Vermeire en natuurlijk de onvermijdelijke Linde Merckpoel en pornosnor Average Rob, dat moet een slim Sporzaatje mij te gepasten tijde eens komen uitleggen.

Nog meer onzin? Die fixatie op Erik De Vlaeminck en meer in het bijzonder diens record van zeven crosswereldtitels dat kon worden geëvenaard door Van der Poel. Een getal is maar een getal en getallen uit totaal verschillende tijdperken tegen elkaar afzetten is historische nonsens en vooral journalistiek fout. Prestaties van vijftig jaar geleden kun je niet vergelijken met vandaag. Merckx en Pogacar? Van der Poel en De Vlaeminck? Hebben niks met elkaar te maken. Min of meer dezelfde sport, maar totaal andere omstandigheden, totaal ander niveau.

Er was er zelfs een die het bestond om over Erik De Vlaeminck te raaskallen dat hij ook een degelijk wegrenner was. De Vlaeminck heeft één etappe gewonnen in de Ronde van Frankrijk, in zijn beste jaar 1968, en verder alleen maar criteriums.

Pour la petite histoire: ik heb een tijdlang met Erik De Vlaeminck samengereden. Dat was rond de eeuwwisseling aan en onder de kust, met VRT-sportbaas Marc Stassijns als initiatiefnemer van een vriendengroepje. Erik reed voor ons op kop, hij keek nooit om, sprak weinig. Hij keek mij ook altijd meewarig aan als de beginnende wielertoerist die tussen het kader hing in zijn wiel als hij tegenwind met 33 per uur langs de IJzer op kop sleurde.

De combinatie van amechtige wielertoerist en journalist met een gezonde – ongezonde volgens Erik ongetwijfeld – interesse voor doping deed er ook geen goed aan. Vervolgens ging het tempo naar 35 per uur en trok hij ons nog iets meer op de kant. Ook na afloop sprak hij geen woord. Hij was in de Oost-Vlaamse polders geboren en een stugge bewoner van de West-Vlaamse polders geworden. Bij het nalezen van zijn Wikipedia-pagina viel mij op dat hij door dezelfde vreselijke ziekte (parkinson) is geveld als Stassyns en nog twee andere leden van die vriendengroep.

Om de spanning bij de lezer wat weg te nemen: Mathieu van der Poel heeft De Vlaeminck wel degelijk bijgehaald. Dat deed hij door de tegenstand compleet te declasseren. Als u de wedstrijd hebt bekeken op televisie zult u dat anders hebben gehoord. Het scenario leende zich ook voor een staaltje volksbedrog.

Het begon bij de start. De arme Wout van Aert die op de vierde rij moest starten, zou dat wel goed komen? Neen, het kwam niet goed, maar dat is eigen schuld, dikke bult. Zoals Paul Herygers een beetje voorzichtig suggereerde: een uurtje meer in de wereldbeker crossen had twee startrijen gescheeld.

Dat Van Aert niet uit de massa wegraakte, en de nadarhekken toucheerde, dat lag misschien wel aan de renner Van Aert die vaker (weg, veld) de pech gaat opzoeken. Excuses genoeg dus, maar wie de wedstrijd ook maar een beetje analyseert ziet heel duidelijk dat Van der Poel speelde met de tegenstand.

Zijn eerste ronde van 7:24 sneed iedereen de benen en de adem af. Hij had toen al twintig seconden marge. Na de derde ronde was dat 46 seconden. Van Aert reed dan al voorin. Van der Poel had een kwart ronde op een lekke voorband gereden, nadien pakte hij haast freewheelend in ronde vier, vijf en zes telkens vijf seconden op Van Aert. Heel even was de kloof 1:05 en dan ging de voet van het gaspedaal bij de Nederlander. Uiteindelijk bleven nog 45 seconden over.

En wat als? Wat als Van Aert wel op de eerst rij was gestart? “As is verbrand hout”, zegt Van Aert zelf. Klopt. Veel kans dat Van der Poel hem ook in een tweestrijd op dit parcours alle kleuren van de regenboog had laten zien en de uitkomst dezelfde was.

Van Aert mag tevreden zijn. Lachen op het podium was er niet bij, maar het was ook niet de sombere blik van Hoogerheide twee jaar geleden. Er kon een glimlach van af. De carrosserieschade van de Vuelta is verleden tijd. Het voorjaar lonkt.

Conclusie: cross mag dan ons Vlaams tijdverdrijf zijn, hét crossland van het moment is Nederland. Drie van de vier grote titels gingen naar Nederland. Alleen bij de -23 bij de vrouwen speelde geen ‘Wilhelmus’. Bij de profs nog eens winnen wordt nog een dingetje voor een Belg. Ook Van der Poel zal voor een achtste, negende en tiende wereldtitel beloftekampioen Tibor del Grosso, ook in het oranje, in de ogen moeten kijken.

Column Mind games in De Morgen van zaterdag 1 februari 2025

Mind games

De plotse deelname van Wout van Aert aan het wereldkampioenschap cross van morgen in Liévin moet niet verwonderen. Wel verwonderlijk en eerder een half mysterie was waarom dat WK op een goed uur rijden van zijn voordeur níét op zijn programma stond.

Stick to the plan was een beetje het devies van Jumbo-Visma en dat is bij Visma-Lease a Bike niet anders. Het plan is trouwens een uitstekend boek van de hand van de Nederlandse collega Nando Boers, verschenen in juni 2023, en gaat over hoe dat team met meticuleuze planning aan de top van de wielervoedselketen wilde komen. Een aanrader.

Zorgvuldige planning, gebaseerd op data, is de leidraad van de moderne wielertrainer en Mathieu Heijboer is net als zijn voorganger Marc Lamberts een onderlegd adept van die nieuwe school. In die originele planning was dat WK niet opgenomen. Zegt men. De reden die je toen las en hoorde: niet passend in de voorbereiding op het wielerseizoen in combinatie met die zware revalidatie ten gevolge van die val op de knie in de Vuelta.

Aan die uitleg kan nu worden getwijfeld. Dat had nog wel steek kunnen houden als Van Aert onmiddellijk na Maasmechelen bijvoorbeeld op ploegstage naar Spanje was vertrokken. Heen en weer reizen na lange trainingen moet je er dan niet nog eens bij hebben. Je kon je toen al vragen stellen bij de melding dat hij na Maasmechelen gewoon in België zou blijven en vanuit zijn villa in Herentals het WK samen met wat vrienden zou bekijken, liggend in de zetel.

Waarom niet wat thuis verder trainen en dat WK nog meenemen? Het blijft veldrijden, een sport vol van onzekere factoren. Remember Zolder 2016, Bieles 2017 en Valkenburg 2018, waar Van Aert telkens wereldkampioen werd omdat Mathieu van der Poel van alles overkwam en toen hem niets overkwam nog eens van alles fout deed.

Het blijft veldrijden, een sport van tweeënhalve grote motoren (Thibau Nys is nog maar een halve, maar die komt er wel) tegen een peloton mobilettes voor wie veldrijden een lucratieve ontsnappingsroute is, weg van het echte wielrennen. Als een van die grote motoren wat aan de hand heeft, ben je zo een wereldtitel rijker.

De vraag is nu: waarom wilde Van Aert dat WK aanvankelijk niet rijden? En waarom plots nu weer wel?

Het antwoord is wellicht te vinden tussen de twee oren van Van Aert. Het mag bekend zijn dat hij een puur professionele en verre van een amicale relatie heeft met Van der Poel. Al van bij de jeugd is die Hollander die alles in zijn schoot geworpen kreeg (genen, fietsen, flair, talent en wat al niet meer) een halve obsessie. De zwoegende Van Aert verloor veel meer van het zondagskind Van der Poel dan omgekeerd. In hun beginjaren bij de profs had Van Aert door hard werken wel weer een voorsprong verworven en dat resulteerde in drie veldritwereldtitels op rij.

Een tijdlang waren ze elkaars evenknie, tot Van der Poel meer ernst aan de dag begon te leggen en zich onderwierp aan de schema’s van zijn trainer(s). Het resultaat is gekend: zes monumenten gewonnen inmiddels, waaronder drie keer de Ronde van Vlaanderen en twee keer Parijs-Roubaix. Tel daarbij één wereldtitel op de weg.

Daartegenover stelt Van Aert amper één monument, Milaan-Sanremo in 2020, hetzelfde jaar als de eerste Ronde van Vlaanderen van Van der Poel. Die werd door corona in oktober gereden en eindigde in een sprint tussen Van der Poel en Van Aert, die zich in de luren liet leggen door de snelheid te veel te laten zakken, waardoor de sprint een soort herstart werd.

Van Aert heeft dan wel weer iets hangen in zijn trofeeënkast wat Van der Poel nog wil: olympische medailles, twee zelfs, wel geen goud. Dat is het dan. Van der Poel en ook Remco Evenepoel, die trouwens wel amicaal met elkaar omgaan en samen trainen, zijn Van Aert ver voorbij.

Het WK veldrijden niet rijden, was dat niet eerder een vlucht, ver weg van zijn Nemesis die sinds 2019 zes keer wereldkampioen werd, met hemzelf vier keer als posterboy op de tweede plaats?

Wie heeft Van Aert omgepraat? Moeilijk te zeggen. Het is bekend dat hij een mental coach heeft en sinds vorig jaar is hij na zijn vele valpartijen ook met een neurotherapeut aan de slag gegaan. Dat pleit voor de slimheid en het sérieux van de atleet Van Aert. Een van die twee zal hem het principe van face adversity hebben uitgelegd. De attitude of de mindset die je kiest is de ultieme bepalende factor om als atleet met tegenstand om te gaan. Weet dat je als topatleet altijd tegenstand zult krijgen. Loop er niet van weg, integendeel, kijk de tegenstand in de ogen.

Column Bedriegerssyndroom in De Morgen van maandag 27 januari 2025

Bedriegerssyndroom

Manchester was ooit de voetbalhoofdstad van de wereld. United werd de eerste veertien jaar van deze eeuw acht keer kampioen. De volgende elf jaar kwamen ze nog twee keer in de buurt met een tweede plek. Vorig seizoen werd het dieptepunt bereikt: achtste.

De laatste United-titel dateert van 2013. Een jaar eerder was City, die andere kleine club van Manchester, kampioen geworden en die zouden dat kunstje nog zeven keer herhalen. We zijn eind januari in het 26ste jaar van de 21ste eeuw, dé voetbaleeuw van Manchester, en City staat vierde, United dertiende.

Dit is geen momentopname. Bij United is er een aanwijsbare oorzaak voor het verval. De Glazer-familie nam United over in 2005 en deed dat met een lening die ze op de boekhouding van de club afwentelde. Die zadelde de club op met een schuld van 650 miljoen euro. Het merendeel van de flinke winsten die de club maakte, ging naar het afbetalen van die lening.

Drie jaar later kregen de blauwe buren van het kleine City bezoek van Arabieren uit de Golf, uit Abu Dhabi. Het vervolg is gekend: onmetelijke investeringen aan de blauwe kant van Manchester en besparingen aan de rode kant.

Het is 2025 en die van United hebben één troost: ook bij City zit inmiddels de klad erin. Het is niet ondenkbaar dat hun problemen groter, om niet te zeggen haast onoverkomelijk zijn.

Sportief loopt het daar voor geen meter meer. City rijgt de rare resultaten als kraaltjes aan elkaar. Na een periode zonder overwinning ging het na nieuwjaar even weer beter. Tot vorige week in Parijs…

0-2 scoren in een paar minuten tijd en toch nog met 4-2 verliezen, dat overkomt topteams niet. Zelfs niet in Parijs, al helemaal Manchester City niet, nooit. En toch. In L’Equipe spraken ze van een remontada. Onzin. Als het dan toch in het Spaans moet, die vier goals in het laatste half uur, dat was een derrumbamiento, een totale ineenstorting.

Dat beeld van Pep Guardiola… Eerst tijdens de wedstrijd langs de lijn, in die regen, dat gebogen hoofd, de wanhoop die van hem afstraalde. En daarna tijdens de persconferentie waarin hij geen uitleg had voor die ineenstorting. Of toch wel: “Ze waren beter. We slagen er niet meer in om tegen topteams een vuist te maken.”

Het verval van Manchester City wordt de laatste maanden plat geanalyseerd. De dominante theorieën klinken vaak te makkelijk.

Neem nu ‘het gemis van Rodri’. Het zal wel, dat je hem mist, hij is niet voor niets tot beste speler van de wereld verkozen, maar dat kan onmogelijk dé en zeker niet de enige verklaring zijn.

Ook de boutade dat de ploeg te oud is geworden voor het voetbal dat Guardiola voorop staat, houdt geen steek.

Of nog, dat het schaakvoetbal van Guardiola achterhaald zou zijn. Tot vorig jaar haalden ze met dat schaken nog makkelijk de achterlijn en scoorden vlot. In de voorbije zeven jaar werden ze zes keer kampioen van Engeland. Het is niet dat het voetbal sinds juni 2024 zo revolutionair is veranderd dat alle ploegen daar ineens een antwoord op hebben.

City zelf haalt niet meer het oude niveau. In een half jaar – om juist te zijn: in de voorbij drie maanden – is het zijn aura van onoverwinnelijk en ongenaakbaar kwijtgespeeld. Bij die 0-2 had de tegenstand de handdoek gegooid, in Parijs, in München, in Barcelona, overal.

Aura kwijt, ballon doorprikt, dat mes snijdt aan twee kanten: de tegenstand weet dat niet opgeven tegen City plots weer loont en bij City zelf denken ze “het zal toch niet weer…” De volgende stap is het bedriegerssyndroom. Ze vragen zich af of ze die voorbije jaren echt wel zo goed waren, dan wel of hun successen het gevolg waren van een trucje en dat de tegenstanders hen doorhebben.

De slimmere spelers die wel eens een mediakanaal volgen weten natuurlijk dat zij van City bedriegers zijn, dat hun club wel tien jaar lang de financiële regels heeft overtreden. Net dat lees je in heel weinig analyses van voetbaljournalisten terug omdat het op het eerste gezicht niets te maken heeft met wat op het veld gebeurt.

Juridisch lijkt Manchester City aangeschoten wild. De voorbije maanden zijn steeds meer details bekendgeraakt van het lijvige dossier dat de Premier League tegen City en zijn Arabische eigenaars heeft samengesteld. Geen waarnemer die niet gelooft dat Manchester City straks een zak punten verliest en/of misschien moet degraderen en/of titels kwijtspeelt en/of schadevergoedingen zal moeten betalen.

Als er een goed moment was voor Club Brugge om te stunten bij wat ooit het beste voetbalteam van de planeet was, dan is dat aanstaande woensdag.

Column Migranten-trainers in De Morgen van zaterdag 25 januari 2025

Migranten-trainers

Met Elisabet Gunnarsdottir hebben de Red Flames een buitenlandse bondscoach. Dat geldt ook voor de mannen met Rudi Garcia. Van de acht nationale ploegen in de vier grote ploegsporten in dit land is er nu nog één onder de hoede van een Belg en dat was een ongelukje. Assistent-bondscoach Kris Vansnick erfde de Yellow Tigers van Gert Vande Broek omdat de bond geen geld had voor een buitenlander.

Zou er een land zijn waar meer buitenlandse bondscoaches aan het werk zijn dan België?

Zou er een land zijn waar de topsport meer buitenlandse coaches in dienst heeft?

Neem de olympische medailles van vorige zomer. De wielrenners Remco Evenepoel en Wout van Aert worden door Nederlanders getraind: Koen Pelgrim en Mathieu Heijboer. Marathonloper Bashir Abdi heeft de Engelsman Gary Lough achter zich. Meerkampster Noor Vidts en taekwondoka Sarah Chaâri zweren bij Argentijnen. De verrassende bronzen judoka Gabriela Willems wordt door een Italiaan getraind. Fabio Van den Bossche dan: bij wegploeg Alpecin-Deceuninck heeft hij een Belg als trainer, maar de hoofdcoach van het baanwielrennen is de Nieuw-Zeelander Tim Carswell.

De enige twee medailles van 100 procent Belgische makelij zijn die van Lotte Kopecky, die zichzelf traint, en uiteraard Nafi Thiam, die Michael Van der Plaetsen koos boven buitenlanders.

Zou er een land zijn dat meer te danken heeft aan buitenlandse trainers en coaches dan België?

Met uitzondering van het judo onder Jean-Marie Dedecker en het wielrennen zijn de grootste Belgische prestaties van de moderne topsport (startjaar: 1988) gestuurd door buitenlanders. Het uiterst succesvolle hockeymodel springt daarbij in het oog. Een Nederlandse architect met Bert Wentink en eerst twee Nederlandse bondscoaches, later nog een. Die andere werd door een Nieuw-Zeelander vervangen.

Gymnastiek dan? Gouden Nina Derwael is het product van twee Franse trainers en had recent nog een gepensioneerde Duitse die haar op het goede pad hield.

De zwemmedailles van Fred Deburghgraeve en Pieter Timmers waren het werk van een Nederlander, toptrainer Ronald Gaastra. De laatste judomedaille bij de mannen was die van Mattias Casse in Tokio, behaald met de Nederlander Mark van der Ham in zijn hoek. Datzelfde duo was ook in Parijs, maar daar liep het mis.

Maak nu eens de omgekeerde oefening: welke Belgische coach maakt echt furore in het buitenland? In het voetbal had je Hugo Broos die de Africa Cup won met Kameroen en tegenwoordig doet Vincent Kompany het erg aardig in München bij Bayern, al was die 3-0-bolwassing bij Feyenoord wel opvallend.

Andere sporten? Een stille kracht als wielertrainer Marc Lamberts leverde uitstekend werk bij Jumbo-Visma en doet dat tegenwoordig Red Bull-Bora-Hansgrohe. Ongetwijfeld zijn hier namen vergeten, maar de goede verstaander en lezer zal het eens zijn met de conclusie: het Belgische trainerschap is niet bepaald een exportproduct.

Dat manco heeft verschillende oorzaken. Aan de basis ligt nog steeds een structurele achterstand inzake trainersopleidingen. Die moeten vanuit sportbonden met visie worden gestuurd en die lopen niet dik in dit land. Het bondenlandschap in België is mede door de staatsstructuur nogal chaotisch en daarom onzeker, niet bevorderend voor voltijds engagement. Om al die en nog veel meer redenen slagen wij er zeer zelden in om ex-toppers te recycleren in onze bonden en al helemaal niet als trainer. Dirk Van Tichelt is een uitzondering. Om al die en nog veel meer redenen hebben wij al te vaak buitenlanders nodig om orde te scheppen in de chaos.

Het hockeymodel staat hierboven uitgelegd. De funderingen voor die successen zijn van Nederlands beton. Atletiek en zwemmen hebben nu ook Nederlanders gehaald, niet altijd tot tevredenheid van de Vlaamse en nog minder van de Franstalige achterban.

In het zwemmen trad met Mark Faber een bewezen topcoach als technisch directeur aan en in het Vlaamse atletiekmodel hebben drie Nederlanders (Rutger Smith, Bram Peters en Bart Bennema) een trekkersrol gekregen. De reactie op die aanstellingen was stemmingmakerij, versterkt door een sportpers die de critici eenzijdig aan het woord liet, zonder het minste tegenwerk en zonder de minste achtergrondkennis van wat een performant sportmodel juist inhoudt.

Voorlopig kunnen we in de Belgische sport niet zonder buitenlandse input, maar het wordt dringend tijd dat we de voorwaarden creëren om zelf topsporttrekkers op te leiden. Daarom is het belangrijk dat we die migranten-trainers niet behandelen als passanten maar ervan leren als versterkers van een topsportcultuur die er nu al te vaak niet is.

Column Verkeerde strijd in De Morgen van maandag 20 januari 2025

Verkeerde strijd

Een arrondissementsrechtbank in de staat Kentucky heeft vorige week brandhout gemaakt van een bepaling die de Democraten vorig jaar nog snel aan Title IX wilden toevoegen.

Dat behoeft uitleg. Title IX (spreek uit: Title Nine) is een toevoeging uit 1972 aan de federale wet op onderwijs in de VS, die bepaalde dat niet mag worden gediscrimineerd op basis van geslacht. Dat was zowaar een verwezenlijking van gangster-president Richard Nixon, toen de meeste Republikeinen nog een beetje oké waren.

Title IX zou cruciaal blijken voor de ontvoogding en de gelijke kansen van studerende vrouwen. Niet onbelangrijk in een land dat tot op vandaag nog steeds geen algemene nationale wet heeft op de gelijke rechten van man en vrouw en dat thema aan de staten overlaat. (Wie meer wil weten, zoek op Equal Rights Amendment.)

Title IX ging dus in ondergeschikt belang ook over gelijke studiebeurzen voor sportende studenten. Het mondiale sportlandschap is er terdege door veranderd. Een generatie later konden de VS met dank aan hun sportende vrouwen stilaan de voet zetten naast de Sovjet-Unie.

Niemand wil Title IX terugdraaien, zelfs Donald Trump niet. De Joe Biden-administratie wilde zelfs een stap verdergaan en Title IX uitbreiden naar een verbod op discriminatie op basis van gender.

Het resultaat zou zijn geweest dat trans personen toegang hadden gekregen tot competities en dus aanspraak konden maken op sportbeurzen op basis van hun nieuw (al of niet zelfverklaard) gender. Daar heeft die rechter in Kentucky nu een stokje voor gestoken.

De olifant in de kamer heeft hier een naam: trans vrouwen die met of tegen vrouwen/meisjes zouden sporten en dus met hen de kleedkamer en toiletten zouden delen. Nooit gaat het in deze moeilijke materie om trans mannen. Een vrouw die een transitie ondergaat naar man blijft hormonaal deels een vrouw en maakt nul kans in mannensporten waarin de fysieke component mee het resultaat bepaalt.

Trans vrouwen zijn de kop van Jut van Republikeins Amerika. Daarvoor hoeven ze niet eens te sporten, trans zijn volstaat. Als gevolg daarvan heeft iets-minder-rechts Amerika (lees: de Democratische Partij) ongenuanceerd de andere kant gekozen in het gender/sportdebat.

Het gekelderde Democratisch gendervoorstel sloeg nergens op. Het was een schoolvoorbeeld van een verkeerde strijd. Zoals filosofe Alicja Gescinska vorige week in deze krant schreef: of hoe progressief links zich vastrijdt in de modder van achterhoedegevechten. En: hoe woke zichzelf in slaap heeft gewiegd.

Er is geen enkele objectieve, sportieve, medische, filosofische of andere goede reden – tenzij het dogma van de onvoorwaardelijke inclusie – om vrouwensporten waarin de fysieke component speelt open te stellen voor trans vrouwen. Althans die trans vrouwen die na de puberteit hun transitie hebben ondergaan en daardoor een deel van hun verworven mannelijk fysiek voordeel behouden.

Voor de ene trans vrouw is dat voordeel al meer uitgesproken dan voor de andere, maar meestal blijft genoeg voordeel over om de competitie op haar kop te zetten, zo is de laatste jaren gebleken in enkele schaarse gevallen in de Amerikaanse universitaire sport.

Schaarse gevallen, jawel, maar het argument van de verwaarloosbare uiterst kleine minderheid houdt geen steek. Dat kun je evengoed omdraaien: door het uitsluiten van een minieme minderheid – die om welke reden ook vrij heeft besloten tot die transitie – bescherm je de overgrote meerderheid van sportende vrouwen die als vrouw zijn geboren.

Het zegt genoeg dat je geen topsportsters vindt die géén probleem hebben met de inclusie van trans vrouwen. Een vervelend gevolg van de hele discussie is dat het een debat is geworden van believers en non-believers, waarbij de voorstanders van de totale inclusie gemakshalve het licht van de zon – het blijvend fysiek voordeel – ontkennen.

Helemaal erg wordt het als je je in dat debat plots in creepy gezelschap bevindt. Zoals in de uiterst rechtse hoek van de Republikeinse volksvertegenwoordiger en pilaarbijter Greg Steube uit Florida. Die heeft voor de derde keer een wetsvoorstel neergelegd dat (in de sport) het onderscheid jongens/meisjes en mannen/vrouwen laat afhangen van het biologische geslacht. Veel kans dat het voorstel, dat afgelopen woensdag door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd, straks ook in de Senaat een meerderheid vindt.

Of je bent bij de geboorte ingericht om zaadcellen te produceren en dan ben je voor de sport een man. Waren het eicellen, dan ben je voor de sport een vrouw. Wie de sportieve realiteit ook maar een beetje onder ogen wil zien, vindt dat de logica zelf.

Column Nostalgie Forest in De Morgen van zaterdag 18 januari 2025

Nostalgie Forest

Je had het de jongens van Nottingham Forest zo gegund, afgelopen woensdag. Een overwinning tegen Liverpool op eigen veld, nadat ze daar vier maanden eerder al verrassend waren gaan winnen, het heeft er een uurtje of wat ingezeten. Toen sloeg het motortje van Liverpool aan.

Het was maar een motortje en dus werd het slechts 1-1, wel genoeg om Nottingham Forest op zes punten te houden. De 1-1 was al bij al flink bij de haren getrokken, want met 30 procent balbezit en maar de helft van de expected goals zal Nottingham deze wedstrijd geen tweede keer gelijkspelen.

Dat gelijkspel had het finaal te danken aan Matz Sels, de man die tien jaar geleden bij AA Gent in het doel stond toen die club zijn enige titel uit de geschiedenis pakte. Sels zal dat niet weten, maar was hij niet voorbestemd om via Newcastle, Anderlecht en Strasbourg uiteindelijk in Nottingham te belanden en daar weer zijn Gentse niveau te halen? Nottingham heeft maar twee zustersteden en daar is Gent een van.

Voor Sels mag na woensdag een standbeeld worden opgericht. Wat hij uit zijn doel ranselde, nam courtoisiaanse proporties aan. (Dan niet de Thibaut Courtois van de met 2-5 verloren supercup van vorige zondag, welteverstaan.) Bij het tegendoelpunt hoorde ik wel zijn ex-trainer en tegenwoordig analist Hein Vanhaezebrouck van veertig kilometer verder zuchten.

Sels raakte in die fase niet langs een blokkende Cody Gakpo bij een bal die hij minstens had moeten aanraken. Dat was iets wat Vanhaezebrouck hem in zijn Gent-periode en later bij Anderlecht weleens verweet: fenomenaal tussen de palen, maar niet genoeg baas in zijn kleine backlijn.

Nottingham Forest als onwaarschijnlijke titelkandidaat, voorlopig althans, is pure nostalgie, een sprookje van bijna een halve eeuw geleden op de repeat. In 1975 kwam Brian Clough bij de club als trainer/manager. In 1977 promoveerde Forest onverhoopt van Division Two naar Division One. De spelers waren samen op trip in Mallorca toen ze hoorden dat hun derde plaats zou volstaan voor promotie. Sein om het er meteen nog meer op een zuipen te zetten.

‘Cloughie’, die achttien jaar trainer zou blijven in de Midlands, kocht niet al te veel: doelman Peter Shilton, die 125 keer voor Engeland zou spelen, en de Schot Archie Gemmil, een kleine kalende middenvelder. Daarna kwam Kenny Burns, een notoire zuipschuit, gokker en luie spits die hij centraal achterin zette.

Dat zootje ongeregeld verloor drie keer in de eerste zestien wedstrijden. ‘Slechts drie keer’ schreven de media, wat een succes voor een promovendus! Waarna de band of brothers van Clough tot het eind van het seizoen geen enkele competitiewedstrijd meer zou verliezen en met zeven punten voorsprong op Liverpool kampioen speelde. Het is de laatste club die dat in Engeland voor elkaar kreeg: promoveren en meteen kampioen worden in de hoogste reeks.

Sportliefhebbers van mijn generatie herinneren zich vast nog wel de meezinger van de Nottinghamse groep Paper Lace in samenwerking met de fans. “We’ve got the whole world in our hands, we’ve got the best team in the land”, het werd over heel Europa meegezongen, door welke winnende club in welke sport in welke kantine of café dan ook. Nog meer toen Nottingham Forest in de twee daaropvolgende seizoenen telkens de Europabeker voor landskampioenen won, de voorganger van de Champions League.

Zo is Nottingham Forest uniek in het internationale voetbal: twee keer op rij de beste van Europa tegenover één keer de beste in eigen land.

Behalve Sels zit er nog een Belgisch paragraafje in de geschiedenis van Nottingham. In de UEFA Cup van 1983-’84 verloor het de halve finale van Anderlecht na een schandalige prestatie van de Spaanse ref Emilio Carlos Guruceta Muro. Die gaf Anderlecht een strafschop cadeau en keurde daarna om onduidelijke reden een doelpunt van Nottingham af.

Vele jaren later raakte bekend dat scheidsrechter Guruceta Muro een ‘lening’ van één miljoen Belgisch frank (25.000 euro) had gekregen van Anderlecht-voorzitter Constant Vanden Stock. Anderlecht zou daarvoor pas in 1997 worden gestraft met een jaar schorsing van de Europese competities.

Het voetbal dat Nottingham Forest dit seizoen speelt – de bus parkeren en razendsnel uitbreken – kan beter, veel beter, dat geven ook de fans toe. En toch, wie ooit de kans heeft om een wedstrijd op City Ground bij te wonen: dóén. Dat is nog een echt voetbalstadion, rond een grasveld vier verschillende bouwsels met windgaten ertussen. City Ground is zoals het voetbal: het is onaf, het lijkt nergens op. Tot de 30.000 fans het clublied ‘Mull of Kintyre’ van Paul McCartney aanheffen en dan komt al het haar recht.