Column Witte mannen kunnen niet springen in De Morgen van zaterdag 8 juni 2024

Witte mannen kunnen niet springen

Celtics prevail in game 1 romp. Vertaald: Celtics te sterk in stoeipartij in eerste wedstrijd. Of zoiets.

We hebben het over de NBA-finales die donderdagnacht zijn begonnen in Boston en zondag hun vervolg kennen met een tweede wedstrijd in Boston. Waarna het circus voor twee wedstrijden naar Dallas verhuist en als het dan nog niet gedaan is (met Dallas) terug naar Boston, weer naar Dallas en finaal game 7 in Boston.

Even terzijde. Als u ooit in een opwelling van enthousiasme na het lezen van deze werv(el)ende column naar de site van de NBA zou surfen, een aanrader, weet dan dat die gekke Amerikanen het bezoekende team eerst vermelden. Dallas @ Boston 89-107 betekent gewoon dat Dallas een pakje slaag kreeg in de Boston TD Garden.

Jammer dat het hier nog niet is voorspeld, maar wellicht maakt Dallas Mavericks geen kans tegen Boston Celtics. Boston heeft in de conference finals tegen Indiana niet te best verdedigd, maar dat hoefde niet. Als de Celtics het willen, kunnen ze een tegenstander vastzetten en vooral hun sleutelspelers uit de wedstrijd houden.

Dat is precies wat donderdag is gebeurd met de in deze play-offs tot nog toe schitterende Kyrie Irving, die 6 op 19 gooide en 0 op 5 van achter de driepuntlijn. Daardoor kwam al het gewicht eens te meer terecht op Luka Doncic, en aan zijn 46 procent gewone doelpogingen, 33 procent driepunters en uiteindelijk toch nog dertig punten hadden de Mavs niet voldoende. Nog een statistiek: Irving 3 assists, Doncic maar 1; Boston 23 assists, Dallas 9.

Dallas Mavericks is een raar team. Je kunt ervan houden en je kunt het haten. Niet alleen omwille van coronawappie Irving, die in 2021 en 2022 weigerde zich te laten vaccineren en ook niet weet of de aarde plat dan wel rond is maar die namens Pepsi evengoed de hoofdrol speelt in de hilarische Uncle Drew-filmpjes.

Ook heb je de hoofdaandeelhouder. Dokter Miriam Adelson is een grote Donald Trump-supporter en fanatieke aanhanger van de Israëlische oorlog tegen Gaza en Hamas. Neen, dan waren de Mavs toch iets meer een out-of-the-boxfenomeen toen libertariër Mark Cuban (nu voor 24 procent eigenaar) nog het hele team bezat.

Onder Cuban koos Dallas destijds voor Dirk Nowitzki, de Duitser die hen in 2011 kampioen maakte. Sindsdien is ‘Durk’ een godheid in en rond Dallas. Doncic moet zijn opvolger worden. ‘Loeka’ wordt beschouwd als een genie, zijn bijnaam is Magic. Als je weet dat de vorige Magic in de NBA ene Earvin ‘Magic’ Johnson was, dan weet je het wel hoe hoog Luka Magic staat aangeschreven.

Nogmaals, het zal niet volstaan voor zijn eerste ring. De Celtics zullen dat niet laten gebeuren. Het traditieteam uit het oosten vindt dat het meer recht heeft op een kampioenschapsring dan de Mavs. Die hebben één titel, de Celtics zeventien. Als mederecordhouder samen met Los Angeles Lakers en na twee verloren finales in 2010 en 2022 wordt het hoog tijd dat ze alleen de rangschikking aanvoeren.

Dan is er nog een dingetje. Basketbal is de meest ‘zwarte’ van de grote Amerikaanse sporten. Alleen is het aandeel Afro-Amerikanen van 77 procent in 2010 gezakt naar 70 procent vorig jaar. Hoewel die perceptie bestaat, zijn niet meer Europeanen actief maar is de aandacht voor de overzeese spelers (Jokic, Doncic, Sabonis, Markkanen, Vucevic, Wagner, Porzingis) wel toegenomen. Volgens de zwarte Amerikaan is die buiten proportie.

Victor Wembanyama, Rudy Gobert en Giannis Antetokounmpo zijn de andere Europese sterspelers, maar zij krijgen dispensatie omdat ze Afrikaanse roots en dezelfde huidskleur hebben.

Wat ook steekt: al zes jaar op rij is een niet-Amerikaan verkozen tot beste van de competitie, of most valuable player. Drie keer was dat de Serviër Nikola Jokic van Denver Nuggets, ook dit seizoen overigens. Een bleke blanke, randje lompe Europeaan. En dat in een sport waarin atletisch vermogen een essentieel onderdeel is van de sport en de boutade white men can’t jump als hét credo gold.

Doncic blinkt ook niet uit in sprongkracht. Hij weegt ongeveer tien kilogram te zwaar en sjokt over het veld, maar zijn balbehandeling is ongeëvenaard, evenals zijn inzicht in het spel. Hij is de Europese kopie van Magic Johnson in zijn betere jaren, een dubbele meter die als metronoom de ploeg dirigeert.

Tot donderdag. De meeste analisten vonden de terugkeer uit blessure van Kristaps Porzingis de bepalende factor voor de zege van de Celtics. Dat is een Let van 2,18 meter. Witter dan wit en randje lomp, jawel. Commentaar van zijn zwarte teamgenoot Jrue Holiday: “Zelfs onze blanke spelers verdedigen.”

Column Bosman II in De Morgen van maandag 3 juni 2024

Bosman II

De prijslijst van de honderd duurste voetballers is vorige week verschenen. Althans deze opgesteld door CIES Football Observatory, een studiecentrum verbonden aan de universiteit van Neuchâtel. De prijslijst – dus wat de speler waard is, niet wat hij effectief zal kosten – is gebaseerd op data van 5.500 betaalde transfers.

Op één, met grote voorsprong, staat Jude Bellingham van Real Madrid. De 20-jarige Engelsman van Real Madrid is 280 miljoen euro waard. Als hij al te koop zou zijn. Wellicht vraagt Real nog meer.

Geven we even de top vijf verder: Erling Haaland (255 miljoen), Vinicius Junior (241 miljoen), Rodrygo (221 miljoen) en Phil Foden (204 miljoen).

Opvallend: drie spelers in de top vijf spelen bij Real Madrid, de twee andere bij Manchester City, dat op zeven met Julian Alvarez (168 miljoen) net als de Spaanse landskampioen drie spelers in de top tien heeft. Ook Arsenal heeft er twee met Bukayo Saka (195 miljoen) en Martin Ødegaard (136 miljoen). En als u dan nog weet dat Lamine Yamal van FC Barcelona op acht 141 miljoen waard is, dan hebt u meteen de top tien gehad.

De eerste speler in de top honderd die niet in Engeland, Duitsland, Spanje of Frankrijk speelt, is de 20-jarige Antonio Silva van Benfica op plaats dertig. Een plaatsje lager staat de eerste speler uit de Italiaanse Serie A, Rafael Leao, ook een Portugees. In die top dertig ook maar één speler uit de Franse Ligue 1, Warren Zaïre-Emery, en maar drie uit de Bundesliga. Engeland en Spanje spannen de kroon.

En de Belgen in die prijslijst?

Loïs Openda van RB Leipzig staat het hoogst, op plaats 32 en zou 101 miljoen waard zijn. Tien plaatsen lager staat Jeremy Doku (Man City), een koopje van 94 miljoen. De derde en laatste Belg is Johan Bakayoko van PSV Eindhoven op plaats 97 (65 miljoen euro).

Nederland heeft overigens vijf spelers in die top honderd, tegenover drie voor België. Nog opvallend: slechts vijf clubs met acht spelers in die top honderd komen niet uit in een van de vijf grote voetcompetities. Daar heeft Nederland er ook nog twee van met Jarrel Hato van Ajax en onze Bakayoko. België heeft er geen. De grootste talenten worden in dit land al op heel jonge leeftijd weggehaald bij de moederclub en verhuizen (te) snel naar een van de grote voetballanden. De allergrootste talenten vinden uiteindelijk hun weg naar de allergrootste clubs, dat is de natuurlijke gang van zaken in de voetbaljungle. De volgende grote transfer wordt Endrick Felipe van Palmeiras, een jonge aanvaller van 17 en de enige van de top honderd die nog niet in Europa speelt. Hij zou nu al 92 miljoen waard zijn.

Laten we wel wezen, deze koehandel met mensen in de vorm van een betaalde transfer is een regelrechte schande. Voetbal is de enige sport die mensen verkoopt. Als daar kritiek op komt, is het antwoord steevast: dat is nu eenmaal ons economisch model en daar willen we niks aan veranderen.

Of nog: de betaalde transfer afschaffen en vervangen door vrije, kosteloze spelersovergangen zou het fundament onder de voetbaleconomie onderuithalen. Meer in het bijzonder de clubs uit kleinere voetballanden (waaronder ook België) die mikken op een positieve transferbalans (duurder verkopen dan inkopen) zouden daar erg onder lijden.

Zonder transfergeld zou hun tweede belangrijkste geldstroom (na de televisierechten) opdrogen.

Sporteconomen hebben van die argumenten brandhout gemaakt en bewezen eerder al dat de betaalde transfer geen positief effect heeft op de balansen van de kleinere clubs en ook geen herverdelend effect op het talent. Ook de omloopsnelheid van het voetballend personeel zal niet toenemen. Het is precies de betaalde transfer die sommige netto-verkopers onder de clubs herleidt tot duiventillen. Ten slotte zijn de Amerikaanse economische sportmodellen waarin geen mensen worden verkocht meer waard, en ook winstgevender.

Misschien wordt deze hele discussie iets voor de lessen sportgeschiedenis: “Ooit deden we in het voetbal aan mensenhandel.” In de zaak-Diarra, een Fransman die in 2013 zijn transfer naar Charleroi door de neus geboord zag vanwege de FIFA-reglementering, heeft de eerste advocaat-generaal van het Europees Hof recent in een advies geoordeeld dat de FIFA-transferregels beperkend zijn voor het vrij verkeer van personen en dus in strijd met de Europese regels.

De kans is groot dat het Hof in het najaar het advies van de advocaat-generaal volgt. De zaak-Diarra zou daarmee de allure krijgen van een nieuw Bosman-arrest. De vraag is niet óf de betaalde transfer op de schop gaat, maar wanneer.

Column Belgen aan de zijlijn in De Morgen van zaterdag 1 juni 2024

Belgen aan de zijlijn

Vincent Kompany verhuist naar Beieren nadat Bayern München meer dan 10 miljoen euro op de rekening van Burnley heeft gestort en de trainer en de club er onderling ook zijn uitgekomen. Nooit heeft een Belgische trainer een betere ploeg onder zijn vleugels genomen. De volgende vraag moet je stellen: is Kompany wel een Belgische trainer? En die vraag heeft dan niks te maken met zijn Congolese roots en als gevolg daarvan zijn huidskleur, maar eerder met zijn voetbalfilosofie.

Kompany is niet het archetype van de Belgische trainer, die resultaat altijd vooropstelt. Ook al beweert die het anders – ik wil de bal, ik wil aanvallend voetballen, je hoort niks anders -, de Belg langs de lijn kiest altijd eieren voor zijn geld. Als de nood hem daartoe dwingt, zal hij een busje parkeren en dat mag ook een dubbeldekker XXL zijn.

De Belgische trainer heeft namelijk rekening te houden met de kortzichtigheid van de Belgische clubbestuurders en managers. Die verkopen bijvoorbeeld liever hun talenten vroeger dan later om toch maar zeker te zijn van het geld en zien zich daardoor titels door de neus geboord.

De Belgische clubs kiezen nooit voor het avontuur, altijd voor zekerheid, waarbij het snelle financiële gewin primeert op het sportieve. De enige uitzondering daarop, en dat verdient een applaus(je), is Club Brugge, dat zich door goed beleid kan permitteren om voluit voor de prijzen te gaan zonder de voetbalidentiteit te verloochenen.

Neen, Kompany wordt geen wegbereider voor meer Belgen aan de buitenlandse zijlijnen. De Belgische voetbaltrainer zal niet in het spoor van Kompany worden gevraagd om zijn voetbaldenken te implementeren in de Europese top, zelfs niet de subtop.

Kompany de coach is Kompany de speler: uniek en gehaat of geliefd.

HLN had deze week een overzicht van de Belgische voetbalcoaches in het buitenland. Dat zijn er twaalf, althans volgens HLN. De hoogst genoteerden na Kompany zijn Philippe Clement bij Rangers, de tweede club van Schotland maar geen jota beter dan de Belgische top. Of Maarten Martens bij AZ in Nederland, een club met een voorbeeldopleiding maar ook niks beter dan Club. Peter Maes bij Willem II werd kampioen in de tweede klasse en promoveert.

Voor het overige: tweede Bundesliga voor Karel Geraerts (Schalke 04, als hij daar blijft), eerste klasse in Litouwen, een paar in Luxemburg en tweede klasse in Oostenrijk.

En dan zijn er nog de bondscoaches, Hugo Broos op kop in Zuid-Afrika. De avonturen van Paul Put in Oeganda en Tom Saintfiet op de Filipijnen moet je eerder rangschikken onder sportieve verbanning of toerisme.

Of ik heb erover gekeken, maar HLN vermeldde een dertiende naam niet: Marc Brys als bondscoach van Kameroen. Dat is begrijpelijk, gezien de precaire situatie waarin Brys zich bevindt.

Kameroen is een van de grote Afrikaanse voetballanden. Laten we het anders stellen: Kameroen brengt veel grote talenten voort en is op het Afrikaanse continent in potentie een van de grote voetballanden. Maar als het daar goed gaat, is het als geen ander in staat om het allemaal weer te verknoeien.

Zo wordt het land geleid en zo vergaat het ook zijn voetbal. De laatste twee toernooien (WK en Afrika Cup) gingen behoorlijk de mist in en dus gelastte president Paul Biya zijn minister van Sport om een trainer te zoeken in West-Europa. Aan een Belg hadden ze goeie herinneringen – Broos had hun de Afrika Cup geschonken in 2017 – en dus kwamen ze uit bij Brys.

Als er nog een andere goede reden was om voor Brys te kiezen dan hun gelijkluidende namen en hetzelfde grijswitte kapsel, dan is die toch voorlopig niet gekend. Let wel, Brys is een vakman en een peoplemanager, maar hij heeft een levensgroot probleem: bondsvoorzitter Samuel Eto’o, ex-sterspeler van Chelsea, Real Madrid, Inter Milaan en Barcelona en een ego van hier tot Yaoundé, wilde niet weten van le nouveau sélectionneur. Voor een filmpje over hun discussie eerder deze week moet je bij Sporza zijn.

Eergisteren excuseerde Eto’o zich dan weer. Een inschatting: als het haantje Eto’o niet in de gevangenis vliegt, wordt verbannen of op andere wijze blijvend tot de orde wordt geroepen door de stokoude president-alleenheerser Biya is Brys bij de eerste miskleun van een wedstrijd geen bondscoach van Kameroen meer. Laten we dat vooral hopen. Brys is te veel gentleman en te goed als trainer om mee te spelen in die Afrikaanse draaideurkomedie.

Column Grote Schoenen in De Morgen van maandag 27 mei 2024

Grote Schoenen

Wanneer precies is niet terug te vinden. Het sneeuwde. Waar precies evenmin. Maar het was hoog, ergens in de Dolomieten, dat Rafael Nadal en Roger Federer elkaar niet zo heel lang geleden hebben ontmoet. Tennissen was er niet bij, ze hebben gewoon gepraat. In een dikke jas, gezeten op een dure koffer die eerder al figureerde in een duet van Lionel Messi en Cristiano Ronaldo.

Het sneeuwde, maar contract was contract, en voor geld dansen de beren, dat is bekend. Dus praatten ze terwijl ze ondergesneeuwd werden. Er bestaat een videootje van. Acht minuten nog wel: over hoe het is gegaan, over het afscheid (Federer) en het nakende afscheid (Nadal) en wat hierna nog moet komen.

Maar vooral over kernwaarden. Zo heet ook de campagne: Core Values, door Louis Vuitton. In een van de gemonteerde foto’s zie je hen een bergwandeling maken in retrokledij met een trendy rugzak van dat gelijknamige merk. Even gegoogeld: het was de versie Christopher en die heb je al voor 4.900 euro.

Eerder deze week was Federer in Parijs om een tenniscourtje te openen in 9-3 (spreek uit: neuf-trois), het departement Seine-Saint-Denis, palend aan 75 Parijs. Daar is deze megaster ook weer niet te beroerd voor, om zich tussen het plebs te begeven, zij het dan op vraag van zijn sponsor Uniqlo en ex-prof Yannick Noah.

L’Équipe was erbij en vroeg hem naar zijn prognose voor het grandslamtoernooi Roland Garros, dat gisteren is begonnen. Meer in het bijzonder over de kansen van zijn voormalige rivaal, tegenwoordig vriend, Nadal, die volgende maandag 38 wordt. Federer bleef op de vlakte. “Zijn niveau is het probleem niet, wel de recuperatie op die leeftijd. Maar met telkens een dag tussen de wedstrijden stijgen zijn kansen. Ik zie hem ver komen.”

Toen was de loting evenwel nog niet bekend. Deze middag moet Nadal op het court Philippe Chatrier Alexander Zverev in de ogen kijken. Nadal staat 276ste, Zverev 4de. De winnaar van dat duel moet overigens tegen de winnaar van David Goffin versus de Franse reus Giovanni Mpetshi Perricard (2,03 meter).

Nadal hangt nauwelijks nog met haken en ogen aan elkaar en de kans dat Zverev weer een van zijn non-matches aflevert, is redelijk onbestaand, vooral omdat hij Nadal al heeft geklopt op gravel. Wie het mogelijk laatste optreden van Nadal wil zien op Roland Garros, de grand slam die hem op het lijf was geschreven en die hij dan ook veertien keer won, moet deze middag kijken.

Het hele toernooi lijkt in het teken te staan van de grote, definitieve, niet te vermijden machtswissel. De voorbije negentien edities in Parijs zijn op één na allemaal gewonnen door de grote drie: Nadal (14), Djokovic (3), Federer (1). Alleen Stanislas Wawrinka wist zich daar in 2015 tussen te wurmen door Novak Djokovic te kloppen.

Die Djokovic staat nog steeds nummer één op de wereldranglijst, maar na dit toernooi zou daar voor eens en voor altijd verandering in kunnen komen. De Serviër kampt met blessures, is ook al 37 en is op trage ondergronden niet echt op zijn gemak. Carlos Alcaraz, Alexander Zverez, Stefanos Tstitsipas, Jannik Sinner en Casper Ruud worden door de kenners evenveel of meer kansen toegedicht.

2024 kan het allerlaatste jaar worden van de grote drie, die al sinds 15 september 2022 met het afscheid van Federer waren herleid tot de grote twee. De vraag is dan hoe het verder moet met die sport. Ook zonder die iconen zal er worden getennist op de grand slams, maar het zijn de andere toernooien die zullen zweten eens de publiekstrekkers zijn verdwenen.

Vijftien van de 59 grandslamtoernooien die sinds 2004 werden gespeeld zijn niet door de grote drie gewonnen en die haken nu één na één af. Tegelijk merk je dat tennis binnen de grote sportkosmos aan commerciële aantrekkelijkheid moet inboeten. Jarenlang stonden de grote drie samen in de top twintig van de best verdienende sporters van de planeet. Vanaf 2020 haalde alleen Federer nog de ranking. Met een recordbedrag aan commerciële inkomsten (100 miljoen dollar) stond hij dat jaar zelfs op één. Zijn laatste grand slam won hij in 2018. Zelfs in 2021 (geopereerd), 2022 (revaliderend) en 2023 (al gestopt) bleef hij de enige tennisser onder de topverdieners, alleen al door zijn ongeveer 90 miljoen zogeheten off the field earnings.

In de recentste lijst van Forbes staan geen gepensioneerden en dus geen Federer en dus geen tennisser. Niet in de top tien, niet in de top twintig, maar ook niet meer in de top vijftig. Na het vrouwentennis is het nu de beurt aan het mannentennis om zich opnieuw uit te vinden. Een stap terug lijkt niet te vermijden. De grote schoenen van de grote drie zullen alvast niet worden gevuld door Zverev, Alcaraz of Sinner.

Column Baby Pep in De Morgen van zaterdag 25 mei 2024

Baby Pep

Ineens stond het er: de naam Vincent Kompany op de shortlist die rondging bij Bayern München, dat op zoek was naar een vervanger voor Thomas Tuchel. Scepsis was de reactie.

Een dag later wist de gespecialiseerde pers te melden dat die naam nogal hoog op de shortlist stond, of althans steeds hoger was komen te staan nadat al wie voor hem stond beleefd neen had gezegd tegen de Rekordmeister.

U moet weten dat 2023-’24 een compleet rampseizoen was. Een ramp voor Bayern betekent niet kampioen spelen, ook niet tweede eindigen, maar gewoon plebejisch derde. Geen eerste was geleden van 2012, geen tweede van 2011.

Derhalve waren ze bij Bayern zoekende, maar naar wat of wie? Naar een messias die hen de weg kon wijzen, maar toch niet naar een coach die een keertje kampioen was geworden in de Championship en daarna weer kansloos was gedegradeerd? Toch niet naar een coach die door de Engelse analisten overdreven naïviteit en gebrek aan ervaring werd verweten?

Blijkbaar wel. Eergisteren berichtten de media dat Kompany en Bayern eruit waren, er restte nog de vrijgave (tegen betaling uiteraard) vanwege Burnley.

Deze transfer wekt verbazing. Een team dat sportief geregeld tot de top vier van Europa behoort en commercieel jaar na jaar Europese top is dat kiest voor een trainer die het voorbije seizoen 5 van zijn 38 wedstrijden wist te winnen, van alle ploegen op twee na het minst scoorde en op twee na de meeste goals tegen kreeg, met een degradatie als gevolg.

De meeste waarnemers en analisten van het Engelse voetbal, de pundits genaamd, waren al verwonderd dat Burnley halfweg het seizoen Kompany nog niet op straat had gezet. Verbijsterd waren ze toen bleek dat Kompany onaantastbaar ook volgend seizoen op Turf Moor aan het seizoen zou beginnen. Nu vallen ze helemaal van hun stoel. Anderen moeten het maar opzoeken: de carrièremove van Kompany is op dat niveau wellicht nooit eerder vertoond.

Het zegt alles over de paniek bij Bayern, zo wil de algemene teneur. Dat is Kompany geweld aandoen. Het zegt vooral alles over Kompany en de verwachtingen die deze jonge coach losmaakt.

De Bundesliga is voor Kompany geen onbekende. Voor Manchester City speelde hij bij Hamburger SV. Niet al te vaak, dat dient gezegd, slechts 54 wedstrijden waarvan veel invalbeurten over twee seizoenen.

Deze krant, in de persoon van uw dienaar, is hem daar in Hamburg ooit gaan opzoeken. Hij was toen weer even geblesseerd – ‘de man van glas’ was zijn bijnaam – maar op zijn 21 evengoed de eloquente seigneur die hij nog steeds is. In het salon van zijn hotelsuite lag zijn lectuur ter ontspanning: De geschiedenis van de Israëlisch-Arabische oorlogen, maar dan in het Frans. Daar moet hij nu even niet over beginnen in Duitsland, maar dat zal hij wel weten.

Zijn vertrek uit de Bundesliga, daar waren we ook halvelings bij want dat speelde zich af in de coulissen van de Olympische Spelen van Peking in 2008. Na de groepsfase in het voetbaltoernooi (en een lichte blessure) werd hij geacht terug te keren naar Duitsland, wat hij vertikte. Onder het mom dat hij zijn paspoort was vergeten bleef hij nog even in China, kwestie van zijn zaakwaarnemers de tijd te geven Hamburg te overtuigen dat hij het daar voor bekeken hield. Hij reisde door naar Manchester, de stad van zijn vrouw en de rest is een hele mooie geschiedenis.

Dat vreemde gedoe zal straks allemaal worden opgerakeld, is het niet door de gewone media, dan wel door de krant Bild die zowat kantoor houdt op Bayerns Leistungszentrum aan de Säbener Strasse.

Dat Bayern heet een puinhoop te zijn, geen enkele trainer wilde er zijn vingers aan verbranden. Onthoud wat hierna volgt: als er één dit kan overleven, dan wel Kompany, polyglot met een bovengemiddeld IQ en vooral EQ. Als er één die puinhoop kan opruimen, dan wel Kompany. Noteer: Bayern wordt volgend jaar weer gewoon kampioen en Kompany zal op zijn 39ste zijn eerste echt grote triomf op zijn trainerspalmares kunnen bijschrijven. Revanche nemen op de Bundesliga, in de Bundesliga, wie had ooit gedacht?

Baby Pep wordt een hit. Het voetbal dat Kompany wil spelen, is dat van Pep Guardiola, de trainer die hij heeft ingeslikt. Met Anderlecht lukte dat haast nooit, met Burnley alleen in de Championship. Bij FC Hollywood mag hij met een sterrenensemble aan het werk. Slagen bij Bayern en de weg ligt open voor een terugkeer door de grote poort naar Manchester en alle andere Europese grootheden. Zo zal hij het ongetwijfeld ook aan Carla en de kinderen hebben verkocht.

Column Unscripted drama in De Morgen van dinsdag 21 mei 2024

Unscripted drama

Unscripted drama, dat is de tagline die de beheerders van onze pintjesliga hebben laten verzinnen door LDV United samen met productiehuis AKA De Mensen. Deze campagne verdient prijzen, zo niet alle lof.

Niet LDV United, stichter Harry Demey, noch De Mensen hebben verdienste bij de spanning die nu al twee seizoenen lang tot op de laatste speeldag de Belgische voetbalfan doet nagelbijten. Het competitieformat met die deling van punten na de reguliere competitie is de grote bezieler van het ongeschreven drama. Laten we dat maar behouden zoals het is, maar met minder ploegen.

Club is de grootste tegenstander van hoe de competitie nu is georganiseerd, maar heeft er nu wel het meeste baat bij. Profiteren is een te lelijk woord. De spelers van Club en hun trainersstaf hebben aangetoond dat hun voorzitter en hun supporters raaskallen als ze op dat format afgeven. Club heeft twintig (20!) wedstrijden meer gespeeld dit seizoen dan Anderlecht. Dat heeft hen niet belet om er te staan op het moment dat ze er moesten staan. Presteren in money time, dat is topsport, zo pak je prijzen.

De wedstrijd van zondagavond is langs alle kanten geanalyseerd en men kwam tot de niet geheel verbazende vaststelling dat Anderlecht verdiend had verloren van Club Brugge. Er werd gewezen op de blessures bij Anderlecht, maar die waren er niet toen ze in de heenwedstrijd in Brugge ook werden gedomineerd. Club had ook blessures, bijvoorbeeld Thiago en Skov Olsen, die wel nog inviel maar op twee cilinders niets meer betekende.

De gemene deler in de beoordelingen was wel dat viermansmiddenveld dat Club Brugge had neergezet en waarmee het Anderlecht onder de knoet hield. Alle lof dus voor Nicky Hayen en iemand moet toch eens uitleggen waarom die Hayen aan het eind van het seizoen geen doorstart zou mogen maken als T1.

Dat hij zich twee keer geel liet aansmeren aan het eind en volgende week niet op de bank zit? Och ja, dat leergeld heeft hij dan ook eens betaald. Club mag er vooral geen nieuwe Rik De Mil van maken. Ook die had het verdiend om T1 te worden en nu zit die in Charleroi godbetert.

De statistieken gaven aan dat het een wedstrijd was tussen twee gelijkwaardige teams. Puur op aantal schoten had Anderlecht zelfs het overwicht, maar wie de wedstrijd heeft gezien, weet dat statistieken niet alles vertellen.

In sporten met lage scores win je wedstrijden door controle te houden over het spel en door het aantal cruciale fouten te beperken. Anderlecht, dat al het hele seizoen wedstrijden had gewonnen die het eigenlijk niet verdiende te winnen, geraakte nu nauwelijks uit de greep. Onderweg beging het een cruciale blunder waarvan het zich niet kon herstellen.

Neem nu de rol van Zeno Debast bij de goal van Dennis Odoi. Verbazingwekkend hoe de media koesteren wie ze hebben gepromoveerd tot sterren of aankomende sterren. Al het hele seizoen is Debast een risicopatiënt achterin, met infiltraties die soms geniaal lijken en andere interventies die dan weer kinderlijk mislukken.

Debast moet nog veel boterhammen eten en het valt nog te bezien of die hem in Portugal overeind zullen houden. Voorlopig lijkt hij een van die Belgische talenten die veel te vroeg zullen vertrekken. Bon, die Debast trapte gewoon naast de bal en daar viel de enige goal van de wedstrijd uit. Verdien je dan een zes of zelfs maar een vijf? Neen, dat is een drie of een vier waard.

Maar goed, Debast is een international, zal straks op het EK bij de Rode Duivels achterin staan naast die andere risicopatiënt Jan Vertonghen en dus werk je die als media best niet te veel op de zenuwen, ook al omdat je misschien nog een interviewaanvraag hebt lopen. Of hoe de pest van de quotezakkerij correcte journalistiek verhindert.

Met Brian Riemer hebben de media niets en die krijgt wel de volle laag. Riemer heeft alles van een blaaskaak en dat maakt hem als voetbalcoach allesbehalve uniek. Het probleem met Riemer is niet zijn arrogantie en zijn show, maar sinds zondag zijn onvermogen om voor die ene cruciale wedstrijd zijn team en zijn key players met de juiste intensiteit in het veld te sturen.

Dat hij er vervolgens een hele wedstrijd niet in slaagt om de controle te verkrijgen in het eigen stadion, kolkender haast dan Jan Breydel, dat moet de bazen zorgen baren. Daar is het probleem dan weer dat zijn rechtstreekse sportieve baas ook een Deen is, net als enkele bepalende spelers die niet thuis gaven. Denen vinden zichzelf een beetje superieur en zijn vooral erg goed in zelfzorg. Anderlecht is nog niet helemaal waar het wil zijn, zoveel is duidelijk.

Column Manchester City in De Morgen van zaterdag 18 mei 2024

Manchester City

Zou het nog mis kunnen gaan voor Manchester City met die achtste titel in zestien jaar eigenaarschap van Abu Dhabi? Een week later kan City de dubbel pakken als het in de FA Cup-finale (op 25 mei) stadsgenoot en aartsrivaal Manchester United klopt. En dan was/is er nog dat derde front waar Manchester City meer dan alle zeilen moet bijzetten.

De club moet zich bij de Premier League verantwoorden voor 115 financiële inbreuken. Een straf ontlopen wordt lastig. Van een simpele boete over puntenaftrek, of verlies van titels en prijzen, tot zelfs verbanning uit de Premier League, het kan allemaal.

Zeg Football Leaks u nog iets? Een van de onthullingen betrof Manchester City en Paris Saint-Germain. Hacker Rui Pinto toonde met documenten haarfijn aan hoe die twee clubs de financiële regels van de Europese voetbalbond UEFA meermaals bewust hadden overtreden, hoewel ze daar in 2014 al voor waren veroordeeld.

Tja, die UEFA. Daar zijn er meer dan een paar op hun honger blijven zitten. Vooral zij dan die in 2020 dachten een ijzersterk dossier te hebben tegen het Manchester City van sjeik Mansour bin Zayed al Nahyan, naast eigenaar ook lid van de koninklijke familie van Abu Dhabi.

Van bij zijn aantreden pompte hij sloten vol geld in de ploeg. Succes volgde snel. In 2012 werd City voor het eerst sinds 1968 kampioen en daarna volgen nog zes titels in tien seizoenen.

Na de onthullingen in Der Spiegel opende de UEFA een onderzoek via haar IC of investigative chamber, toen nog onder leiding van de voormalige Belgische eerste minister Yves Leterme.

De conclusie van de UEFA loog er niet om: tussen 2012 en 2016 had de club in de jaarrekeningen de inkomsten ten belope van ongeveer 240 miljoen euro overschat. Opblazen van de inkomsten en onderschatten van de kosten, dat was wat City jaar na jaar had gedaan om de regels van de Financial Fair Play van de UEFA te omzeilen. Die regels uit 2009 bepaalden dat een club maar 30 miljoen euro schulden mocht maken over drie seizoenen. City zat daar ver boven.

De straf die de UEFA vroeg, was het klassieke tarief voor zo’n vergrijp, verzwaard door een manifeste weigering van City om mee te werken aan het onderzoek: drie jaar uitsluiting van Europese competities en 30 miljoen euro boete.

Vijf maanden later gebeurde er iets waarmee de onderzoekers geen rekening hadden gehouden en waarop onder meer Leterme is afgeknapt. Manchester City was tegen de straf in beroep gegaan bij het Hof van Arbitrage voor Sport (TAS) in Lausanne. Toen de UEFA voor het TAS de kans kreeg om meer onderzoek te voeren en meer materiaal boven te spitten, werd dat aanbod door de advocaten van de voetbalkoepel afgeslagen.

Dat vervolgens City twee van de rechters van het driekoppige arbitragetribunaal mocht aanduiden, zonder protest van de tegenpartij, deed intern bij de UEFA heel wat wenkbrauwen fronsen.

Dat hun vorige baas Gianni Infantino (secretaris-generaal van de UEFA tot 2016 en sindsdien FIFA-voorzitter) in 2014 Manchester City en Paris Saint-Germain – toen ook al omwille van financieel bedrog – vrijuit liet gaan met een spreekwoordelijke tik op de vingers, daar schrok niemand van.

Het was een ferme tegenvaller toen bleek dat ook zijn opvolgers Aleksander Ceferin (voorzitter) en Theodore Theodoridis (secretaris-generaal) de kool en de geit wilden sparen. Uiteindelijk zou City bij het TAS vrijuit gaan omdat in de UEFA-statuten sprake was van een verjaringstermijn van vijf jaar.

City vierde de vrijspraak met opgestoken middenvinger, maar bij de Premier League gingen ze in stilte aan het werk en verzamelden alle bezwarend materiaal waar ze bij het TAS de hand op konden leggen. Niemand die zich toen realiseerde dat bij de Premier League geen verjaringstermijn stond op financiële inbreuken.

Op 6 februari van vorig jaar stuurde de Premier League dan het bericht naar buiten dat ze een 115- voudige aanklacht had tegen Manchester City voor financieel wanbeheer, bedrog, illegaal boekhouden, tegenwerking en agressie. De Premier League heeft geduld en werkt aan een juridisch waterdicht dossier. Begin 2025 wordt het verdict verwacht.

Twee recente precedenten – puntenaftrek voor Everton (6+2) en Nottingham (4) – laten uitschijnen dat het financiële bedrog van Manchester City veel zwaarder zal worden gestraft. Niet alleen omdat het over veel grotere sommen gaat en het sportieve resultaat veel meer is beïnvloed, maar vooral omwille van de grenzeloze arrogantie van de club. City heeft laten weten dat het elke veroordeling als een oorlogsverklaring zal opvatten.

Column Club Brugge/Union kampioen in De Morgen van maandag 13 mei 2024

Club Brugge/Union kampioen

Geen enkele niet-betrokken voetbalfan die Union naast de beker ook niet de titel gunt. Als Union tenminste weer boven water komt. Eén randbemerking evenwel. Een kampioen in buitenlandse handen zou een primeur betekenen voor het Belgische voetbal en dat scenario moet zich niet te veel herhalen.

Hoewel Union Saint-Gilloise voorbeeldig wordt geleid, blijft de interesse van een Engelse gokbaas in de derde club van de hoofdstad van de tiende Europese voetbaleconomie een bijzonder vreemd fenomeen waarvan we misschien nog het laatste niet hebben gezien.

In het scenario waarbij Union niet opnieuw boven water komt, bijvoorbeeld door vanavond te verliezen in Brugge, is het te hopen dat Club Brugge kampioen wordt.

Niet Anderlecht, en wel hierom. In een poging om weer bij de mensen te horen heeft de club van Marc Coucke, Wouter Vandenhaute en co. alle mogelijke financiële regels aan de laars gelapt en ze mag daar niet voor worden beloond. Ooit wel. Nu nog niet.

Ze hebben geprofiteerd van de covidversoepelingen rond de financiële fair play en nog werden ze op de vingers getikt door de UEFA. Anderlecht kampioen zou anders wel symbolisch zijn voor de staat waarin het Belgische voetbal zich bevindt. Na Antwerp zou voor het tweede jaar op rij een team kampioen worden dat de financiële regels heeft overtreden en daarvoor is beboet. Het lijkt hier verdorie wel de Premier League.

Club Brugge daarentegen heeft gekleurd binnen de lijntjes van het Belgische voetbalbestel. De tering werd altijd naar de nering gezet en omdat de nering oké was verbeterde ook de tering.

In het westen van Brussel heerst de overtuiging dat Club in het gat is gesprongen dat Anderlecht heeft laten vallen. Onzin. Club is na de overname door Bart Verhaeghe en de komst van Vincent Mannaert een eigen ambitieuze koers gaan varen, zonder omzien naar welke andere club dan ook.

De bewering dat Club het Bayern van België zou worden (tien keer op rij kampioen, dan een keertje niet en dan weer een serietje) is ooit in deze kolommen geponeerd. Het was een fout om geen rekening te houden met twee fundamentele aspecten van het voetbalspel.

Eén: dat behalve de vijf kapitaalkrachtigste clubs van de wereld elke andere club haar toptalenten vroeg of laat moet verkopen en als het niet van moeten is, dan is het van willen. Zo ook Club Brugge, dat met zijn dikke portemonnee dacht in de betere spelerssupermarkten te moeten winkelen maar daar merkte dat niet alles in de Delhaize beter is dan in de Lidl.

Twee: dat het nog altijd gaat om voetbal, het meest oneerlijke spel dat de mens heeft uitgevonden. De beste wint niet altijd en de beste wordt ook niet altijd kampioen.

Als Club dit jaar alsnog kampioen wordt, dan heeft het dat te danken aan het unieke Belgische competitieformat, meer in het bijzonder aan de halvering van de punten na de reguliere competitie. Club heeft in de vijftien jaar van het bestaan van de play-offs vijf keer de titel gepakt, en daar kan een zesde bij komen. (Anderlecht is de tweede beste play-offclub met vier titels.)

Nooit heeft Club een titel verloren door de halvering van de punten en dit jaar dreigt het er een te winnen. Union had negentien punten voorsprong aan het einde van de dertig wedstrijden. Zonder halvering waren die niet meer bij te halen.

Toch blijft Club zeuren over die halvering terwijl het er nota bene zijn voordeel mee doet. Erger nog is dat het alles op een hoop gooit: de halvering, het principe van play-offs, de overdaad aan wedstrijden, het zwaartepunt van de nationale competitie dat samenvalt met dat van de Europese competities.

Dat laatste argument is compleet van de pot gerukt. Spanning tot op het laatst is juist de bedoeling van een competitie en als je wilt meedoen aan twee competities zijn dat de gevolgen.

De play-offs zijn de beste vinding ooit van het Belgische voetbal. De halvering van de punten ook, omdat daarmee zelfs een ploeg die zich pas op het laatst verzekerd wist van de kampioenenplay-off (Club Brugge, jawel) toch nog meedoet om de titel.

De overdaad aan wedstrijden is simpel op te lossen: een competitie met veertien of zelfs twaalf ploegen, meer heeft België niet nodig.

Het argument Europa is een vals argument. Europees voetbal en de inkomsten uit die competitie, ook die van de spelershandel, zijn voorbehouden voor een handvol ploegen. Dat is nefast voor het competitieve evenwicht van de nationale competitie. Die moet altijd de prioriteit krijgen, zeker met die jaarlijkse 200 miljoen euro aan lastenverlagingen.

Column Het drama Standard in De Morgen van 11 mei 2024

Het drama Standard

Onze nationale voetbalcompetitie is internationaal erg geliefd. Nergens zijn er meer profclubs in buitenlandse handen.

Onze nationale voetbalcompetitie is dan ook de beste op aard. Enfin, voetballistiek misschien niet, maar nergens is er meer spanning.

We weten nog steeds niet wie kampioen wordt en we weten ook niet wie allemaal waar Europees speelt, net zomin als wie volgend jaar in 1A of desgevallend in 1B mag/moet voetballen.

Wat we wel weten, en wat is voorspeld op deze plek, is dat enkele clubs met buitenlandse eigenaars vroeg of laat in vieze papieren zouden komen te zitten. KV Kortrijk en KV Oostende hadden we al en deze week kwam de bevestiging van eerdere onheilsberichten: Standard de Liège kan salarissen en facturen niet meer betalen, zo bleek uit de tussentijdse controle van april. Het kijkt tegen een tijdelijk transferverbod aan.

Een transferverbod, was dat het maar. De realiteit is dat Standard met één been in het failliet staat en dat heeft het te danken aan zijn Amerikaanse eigenaars 777 Partners, die aan hun verplichtingen niet kunnen voldoen en zelf dreigen te kapseizen.

Een kaartenhuis op het punt in te storten. Zo omschreef Leadenhall, een investeringsfonds en levensverzekeringsmaatschappij, vorige week 777 Partners in een 82 pagina’s lange klacht bij een New Yorkse rechtbank. Leadenhall had 777 Partners een kredietlijn toegestaan, om nadien vast te stellen dat de activa als onderpand niet bestonden en dat van een terugbetaling niks in huis kwam.

De klacht liegt niet: met geld van investeerders een frauduleus piramidespel opzetten, waarbij nieuw geld oude verliezen moet toedekken. De zaak die Leadenhall aanspande, is de zeventiende in een lange rij van klachten tegen de eigenaars van Standard.

777 Partners kon lang onder de radar blijven, ook toen het Standard van Bruno Venanzi kocht. Sinds het vorig jaar in september begon te onderhandelen met Farhad Moshiri om diens aandelen van Everton over te nemen, volgt men in Engeland het dossier op de voet. Nog meer nadat de andere clubs in het voetbalconsortium van eigenaars Josh Wander en Steven Pasko (Genoa, Sevilla, Hertha Berlijn en dus Standard) op gezette tijden af te rekenen hadden met achterstallige betalingen.

Begin deze maand raakte bekend dat 777 Partners veel te laat een beloofde lening van 18 miljoen euro aan Everton had gestort. Die moest dienen om de dagelijkse operationele kosten te dekken. Ondertussen raakte bekend dat het Engelse pr-bedrijf dat de komst van 777 moest begeleiden dat account heeft teruggegeven omdat het niet werd betaald. Alsof dat niet genoeg was, vroeg de Australische vliegmaatschappij Bonza, waarvan 777 de eigenaar is, recentelijk het faillissement aan.

777 Partners zit pas sedert september 2021 echt in het voetbal toen de zelfverklaarde alternatieve investeringsmaatschappij uit Miami alle aandelen van Genoa CFC voor 150 miljoen euro kocht. In 2018 was het wel al minderheidsaandeelhouder bij Sevilla.

Ernst werd het in 2022 toen 777 Partners in februari de Brazilianen van Vasco da Gama aan de portfolio toevoegde, een maand later Standard en kort daarna de Franse cultclub Red Star Paris. In november van dat jaar werd het bij Hertha BSC de eerste buitenlandse meerderheidsaandeelhouder in de Bundesliga. Begin 2023 volgde dan Melbourne Victory.

Slotsom: zeven clubs in zeven verschillende landen op drie continenten, voor een totale waarde van 835 miljoen euro en bij de overname zo goed als alle verlieslatend, dat bleek te veel om te behappen.

Toen in september 2022 777 Partners in Luik landde, hadden de alarmbellen al kunnen afgaan. Heel even kwam de licentie voor het seizoen 2023-’24 in gevaar. Hoewel 777 Partners en zusterbedrijf 600 Partners LLC geen jaarrekeningen konden voorleggen voor 2021 en 2022 kreeg Standard toch groen licht, op voorwaarde van een maandelijkse rapportage.

Die voorwaarde heeft de club nu de das omgedaan. Zonder snelle hulp van een Sinterklaas of een overnemer met diepe zakken stevent Standard af op een faillissement. Indirect ligt de verantwoordelijkheid voor dit drama bij het Belgische voetbalbestel. Dat rekende zichzelf rijk met allerlei lastenverlagingen, maar zette daardoor de deur open voor buitenlandse investeerders.

Voor een prikje kregen die toegang tot de vele voordelen en de ongelimiteerde import/export van voetbaltalent van over de hele wereld. Baat het niet, dan schaadt het niet, zo’n Belgisch clubje, en je bent hier zo weer weg. Gezien de 200 miljoen euro jaarlijkse staatssteun lijkt een onafhankelijke regulator voor het Belgische profvoetbal meer dan ooit nodig.

Column Marco Pantani in De Morgen van maandag 6 mei 2024

Marco Pantani

Waarvan moeten wij de Giro kennen?

Als Belgen van Eddy Merckx natuurlijk en van zijn exploten in die drie weken door Italië, in zijn tijd de evenknie van de drie weken door Frankrijk en vele malen belangrijker dan de drie weken door Spanje.

De raid van Merckx op de Blockhaus in een Giro die hij nog niet won. Dat was in 1967.

Merckx in 1968 op de Tre Cime, maar eigenlijk al van ver daarvoor. Met dertig kilometer te gaan, maakte hij in helse winterse omstandigheden negen minuten goed op een kleine kopgroep en legde daar de basis voor zijn eerste Girozege. De tegenstand – Felice Gimondi – huilde van ellende na afloop.

Merckx in 1969, die in Savona uit de Giro wordt genomen voor een positieve plas en de staatszaak die dat werd, waarna hij in de Tour iedereen op een hoop reed. Die zeventiende rit naar Mourenx. Acht minuten voor, veertien op Gimondi, die het huilen heeft verleerd.

Merckx ten slotte die in 1974 de eerste tekenen van verval toont en zijn vijfde Giro wint met amper twaalf seconden voorsprong op de matig getalenteerde ronderenner Gianbattista Baronchelli, die nooit dichter zou komen dan een tweede plaats in een grote ronde.

Ook van Johan De Muynck, die een eerste Girozege in 1976 door de neus zag geboord omdat zijn ploegmaat en kopman Roger De Vlaeminck hem die triomf niet gunde en voortijdig opgaf. En van 1978, toen hij wel won en de laatste Belg was die een grote ronde kon winnen, tot Remco Evenepoel in 2022 de Vuelta won.

In het algemeen moeten we de Giro kennen van zijn gekke organisatoren/koersdirecteuren die symbool staan voor het oude wielrennen, de heroïek van het betere sloopwerk, waarbij zoveel mogelijk renners uitgemergeld en uitgewoond over de eindmeet moeten komen. Daarom zoekt de Giro elk jaar naar speciallekes.

De Giro heeft niet de uitstraling van de Tour de France, en daarom heeft men van spektakel de unieke verkoopstrategie gemaakt. Hoger, lastiger, verder werd het devies. Het was Angelo Zomagnan die daarmee op de proppen kwam. Zijn hoogte- en vervolgens dieptepunt beleefde hij met de Giro van 2011, waarin Wouter Weylandt overleed na een zware val in een onveilige afdaling.

Zomegnan moest na die Giro ontslag nemen en werd opgevolgd door Michele Acquarone, die de Giro moest moderniseren, maar het eerste wat die deed, was in de Tirreno een aankomst op een helling van 27 procent leggen. In 2013 is ook Acquarone ontslagen, na een financieel schandaal. Zes jaar later haalde hij alsnog zijn gelijk.

Mauro Vegni is zijn opvolger en die vindt er niks beter op dan op gezette tijden de donkere jaren van het cyclisme weer te belichten met een reuzenschijnwerper. In zijn eerste jaar (2014) als grote baas legde hij een aankomst op Plan di Montecampione omdat Marco Pantani daar in 1998 won. In 2014 was Pantani ook nog eens tien jaar dood, vandaar.

Gisteren – we zijn 2024, dus hij is nu twintig jaar dood – arriveerde de Giro boven het bedevaartsoord Oropa. Scherpenheuvel van Piëmont maar dan na een klim van dertien kilometer. Katholiek Italië op zijn smalst, kortom, een vreselijke plek.

Ook die etappe is een herdenking aan Marco Pantani. Op Oropa won hij zijn laatste rit in de ronde van zijn land. Zes dagen later werd hij uit de wedstrijd genomen omdat zijn percentage rode bloedcellen alle mogelijke alarmbellen deed afgaan. Pantani zou nooit meer de oude worden. Mentaal gekraakt, heet dat in de postume geschiedschrijving. De realiteit is dat hij na zijn gewonnen Festinatour van 1998 zo flagrant op de radar was verschenen van de UCI en alle andere controlerende instanties dat om het even waar hij zijn kale kop vertoonde hij een naald in zijn arm kreeg en/of urine moest afstaan.

Dat vreet aan een mens. Ook aan Marco Pantani, die ongetwijfeld een begenadigd klimmer was, maar zeer zeker ook een van de zwaarst gedopeerde renners uit de vorige eeuw, en toen reden er wel een paar rond die van wanten wisten.

Zijn 36’50 in 1995 voor de 13,8 kilometer lange klim naar L’Alpe d’Huez staat dertig jaar later nog steeds als een huis. Pantani heeft de meeste klimmen van langer dan 20 minuten laten noteren waarin meer dan 7 watt per kilogram lichaamsgewicht aan vermogen is geleverd. Voor een inspanning van langer dan 20 minuten is dat te goed om echt te zijn.

Eerbetoon, herdenking, hebben we dan iets gemist? Nergens voor nodig om op de arme drommel zijn graf te spuwen, maar hij was in de fond een cocaïneverslaafde hardleerse dopinggebruiker. Elke andere sport zou hem in stilte betreuren, maar niet eren en al helemaal niet op een voetstuk zetten. Het oude wielrennen en Italië wel. Jammer.