Column Imagogeld in De Morgen van zaterdag 6 december 2025

Imagogeld

Eerder deze week is de top van de best verdienende vrouwelijke sporters bekendgemaakt. Vroeger leidde het zakenblad Forbes de dans in dat soort berichten en klasseringen, tegenwoordig moet je daarvoor bij de gespecialiseerde site Sportico zijn. Alle bedragen die volgen zijn in dollar, zo gaat dat in de mondiale topsport.

Sinds Anna Koernikova zijn waarnemers van de topsportindustrie een beetje argwanend als ze lijstjes van vrouwelijke topverdieners onder ogen krijgen. De Russische (tegenwoordig Amerikaanse) Koernikova stond jarenlang bovenaan als best betaalde vrouwelijke atleet, met geregeld 10 miljoen dollar aan sponsorinkomsten. Dat was een beetje een raadsel, maar eigenlijk ook weer niet.

Die 10 miljoen dollar – élk jaar – oversteeg ruimschoots haar totale prijzengeld dat ze verdiende op het WTA-circuit. Over haar hele carrière heeft ze ‘amper’ 4 miljoen bij elkaar getikt met het spelletje tennis. Koernikova werd betaald omwille van haar looks, niet haar prestaties. Hoe is het anders te verklaren dat ze vijf jaar de best betaalde vrouwelijke sporter van de wereld was, zonder ook maar één WTA-toernooi, laat staan een grand slam te winnen.

In 2025 is het opnieuw een tennisspeelster die de ranking aanvoert. Een zwarte, maar ook daar moeten we niet verbaasd over zijn. Topsporter is ook bij de vrouwen het inclusiefste beroep ter wereld, althans wat huidskleur betreft. Serena Williams stond jarenlang op nummer één. Zij was tegelijk vaak de echte sportieve nummer één, met uitzondering dan van de jaren dat Kim Clijsters en Justine Henin de beste maar niet de best betaalde speelsters ter wereld waren.

Coco Gauff heeft dit jaar 31 miljoen dollar verdiend. Ze klopte Aryna Sabalenka (30 miljoen) en Iga Swiatek (23 miljoen) op het podium van de grootverdieners, twee speelsters die op de sportieve eindranking boven haar staan. De logica achter die non-logica is simpel: geografie. Amerikaanse atleten harken vergeleken bij niet-Amerikanen altijd een veelvoud aan extrasportieve inkomsten bij elkaar. New Balance, Rolex, Bose, Baker Tilly, Fanatics, Head en UPS, het is geen verkeerd rijtje dat Gauff ondersteunt ten belope van 23 miljoen per jaar.

Heel opvallend aan de topverdieners bij de vrouwen is het belang van die niet-sportieve inkomsten. Zeventig procent van de inkomsten van de top vijftien bij de vrouwen wordt buiten het speelveld verdiend. Imagogeld is alles in de vrouwentopsport. Bij de mannen is dat het omgekeerde: 72 procent van de inkomsten van de vijftien best betaalde atleten halen zij uit hun sportieve arbeid.

In de top bij de vrouwen staan zelfs drie atleten die sportief nauwelijks het zout op de aardappelen verdienen, maar wel de miljoenen aanslepen.

Eileen Gu, nummer vier in de ranking, is een Chinees-Amerikaanse die 2025 afsloot met 23 miljoen dollar inkomsten; 99,9 procent daarvan is sponsoring. Als u haar niet kent, ze neemt over een maand deel in Cortina aan de Winterspelen in het freestyleskiën en wel namens China, waar ze razend populair is. Venus Williams, inmiddels 45 en kampend met een auto-immuunziekte, speelde in 2025 vier enkelpartijtjes en verloor er drie. Niettemin: 10 miljoen bijgeschreven op de rekening.

Hebt u een dochter – dochtertje, want vroeg beginnen is de boodschap – en wilt u een rustige oude dag: tennis, tennis, tennis. Tien van de vijftien best betaalde vrouwelijke sporters komen uit het tennis. Golf, twee speelsters, is een goeie B-optie. Verder staat er één gymnast tussen (Simone Biles), Gu (reeds vermeld) en ten slotte basketbalspeler Caitlin Clark.

Zij is een fenomeen. Aanbeden door de MAGA-achterban van Donald Trump, gehaat door nogal wat zwarte collega’s. Haar bijnaam is, niet geheel terecht, dan ook MAGA Barbie. Ze miste dan wel door blessure de laatste drie maanden van het seizoen, maar is meer dan ooit de blanke hoop in de zwarte dagen van de vrouwencompetitie WNBA.

Die WNBA – de W staat voor woke, aldus de Republikeinen – werkt samen met groepen zoals Planned Parenthood en GLSEN, een lgbtq+-jeugdorganisatie. Na de moord op George Floyd in 2020 droegen de speelsters opwarmingsshirts met ‘Black Lives Matter’ en wedstrijdshirts met de naam van Breonna Taylor, een slachtoffer van politiegeweld.

En nu is er Clark, zo blank als wit kan zijn. Voor haar prestaties op het veld wordt ze niet al te best vergoed: slechts 100.000 dollar als tweedejaars. Naast het veld daarentegen: 16 miljoen aan commerciële deals, meer dan al haar andere basketbalcollega’s samen.

Column Ongelijk speelveld in De Morgen van maandag 1 december 2025

Ongelijk speelveld

Vorige week lag in de Premier League een belangrijk voorstel ter stemming. De bedoeling was het financiële speelveld te effenen. Financiële regels bestaan al langer.

De Fransen waren in 2006 eerst met hun financiële controle van het voetbal. Dat was eerder gericht op het vroegtijdig stoppen van te gekke uitgaven en de faillissementen die daar het gevolg van waren.

De eerste echte aanzet kwam van de UEFA en dat heette de Financial Fair Play (FFP). Ook hier was de bedoeling in de eerste plaats het vermijden van de negatieve publiciteit door plots failliete topclubs. Een eerlijke herverdeling van middelen was niet aan de orde. De Engelsen hadden ook hun rekening gemaakt en stelden vast dat de clubs bijna 4 miljard euro schulden hadden. Ze volgden snel en hun eigen versie van de financiële regels heette de Profit and Sustainability Rules (PSR).

Inmiddels was de UEFA na Covid-19 overgegaan naar een nieuwe set regels: de UEFA Financial Sustainability Regulations (FSR). Een niet eens nieuw principe in de FSR was de Squad Cost Ratio. Simpel gesteld: wat mag een team kosten in verhouding tot de omzet. Dat principe hadden ook de Engelsen aanvaard en zij legden dat op 85 procent van de totale omzet, die vaak door allerlei trucs werd opgepompt.

Clubs die in Europa wilden aantreden, moesten zich evenwel aan de 70 procent van de UEFA houden. Geen van die regels, ook niet de Squad Cost Ratio, had de intentie om het competitief evenwicht te bevorderen. Wat ter stemming lag vorige week in Engeland had dat wel. Lang niet zoals in de Amerika, waar echt wordt herverdeeld, maar toch min of meer een stap in de richting van het afvlakken van een in toenemende mate financieel ongelijk speelveld.

Het had een revolutie kunnen betekenen, de aanvaarding van een financiële verankering, officieel Top to Bottom Anchoring (TBA). Hoe moest dat werken? Het voorstel bestond erin dat de maximale uitgaven van een club in de Premier League zouden worden beperkt tot ongeveer vijf keer wat het twintigste gerangschikte team in de Premier League aan televisie- en prijzengeld zou ontvangen. Voor dit seizoen zou dat budgetplafond net geen 700 miljoen euro bedragen.

Lang verhaal kort: de financiële verankering werd weggestemd, door de topclubs. De Squad Cost Ratio ligt nog steeds op 85 procent maar wordt nu berekend op alle voetbalgerelateerde inkomsten. Daarbij ook de transferinkomsten, want we hebben het over de enige industrie die ongehinderd mensen mag verkopen.

Noem mij gek, desnoods geobsedeerd, maar daar zat ik aan te denken toen ik zaterdag Bayern – St. Pauli volgde vanop de rollen. Ik ergerde mij blauw aan de commentator, vooral dan omdat hij de 1-1 die aan het bittere einde nog op het bord stond moedig en net niet verdiend noemde.

Het werd nog 3-1. 1-1 was niks minder dan een sportieve schande geweest. In geen enkele ploegsport kan je met zo weinig aanvallende intenties aanspraak maken op zo’n resultaat. Voetbal mag dan juist populair zijn omwille van die onvoorspelbaarheid door extreem lage scores, wat is er in godsnaam mis met sportieve eerlijkheid? Moeten we er gewoon niet voor zorgen dat er meer kan worden gescoord in dat spel?

FC St. Pauli, pff. Hoe zij in München kwamen voetballen, dat was antivoetbal tot de tiende macht. Hun trainer, Alexander Blessin, kennen we nog van bij KV Oostende en Union. Blessin stond volgens de overlevering voor aanvallend en intens voetbal.

Aanvallen was niet aan St. Pauli besteed. Dat intense, dat kennen we van Union. Overal en altijd in duel, met een verbetenheid die grenst aan het fanatieke en het reglementaire. Tikje op de kuit hier, duwtje in de rug daar, gaan liggen voor dood, iedereen op en rond het veld op de zenuwen werken.

Inmiddels aanbeland in de cooldown, was het moment waarop ik aan dat financiële speelveld moest denken. De commentator had gelijk: het moedige St. Pauli, voorlaatste en acht duels verloren, had wel degelijk het recht om zo te voetballen.

Dat recht ontleent het aan de in het voetbal ingebakken ongelijkheid. De kleine club van Hamburg heeft vorig seizoen een omzet van 100 miljoen euro gedraaid. Bayern München klokte af op net geen 1 miljard euro. Die ongelijkheid onder Europese topcompetities en binnen alle nationale competities neemt jaar na jaar toe. De topclubs – dat bewezen ze in Engeland – vinden het mooi zo. Welaan, dan moeten ze het parkeren van een hele vloot bussen door de bezoekende kleine club en het puntenverlies na een non-wedstrijd er maar bij nemen.

Column Het Product in De Morgen van zaterdag 29 november 2025

Het Product

De minister van Media heet Cieltje Van Achter. Nu ze het een keertje over iets anders mocht hebben dan Brussel had ze ook een mening klaar over de DAZN-vaudeville.

DAZN is de rechtenhebbende partij die het Belgische profvoetbal voor vijf jaar heeft gekocht maar die daar na een half jaar alweer vanaf wil. Televisierechten stuur je niet terug via een ophaalpunt, dus dat is inmiddels een juridisch dingetje. In zoverre dat tot donderdag niet duidelijk was of er dit weekend überhaupt camera’s langs de velden zouden staan. Voorlopig wel, maar hoelang nog?

De minister noemde het onaanvaardbaar dat DAZN geen beelden zou aanleveren. De Vlaming had daar recht op! In het belang van de geloofwaardigheid van onze nieuwsvoorziening!

Misschien moet iemand van haar kabinet haar eens het fenomeen radio laten aanhoren. Voetbal op de radio, altijd spannend. Daarnaast zijn er nog de kranten en de nieuwssites om ons van sportinfo te voorzien. Meer is niet nodig om te weten hoe het je favoriete team is vergaan. Beelden van dat – laten we wel wezen – belabberde Belgische voetbal zijn geen basisbehoefte.

Uiteraard kun je je vragen stellen bij de contractbreuk door DAZN. Wat er ook van zij, de Pro League had nooit in zee moeten gaan met die partij. Dat is achteraf makkelijk spreken, maar van bij het eerste contract (toen nog met voorganger Eleven Sports) werd al gewaarschuwd voor een rampscenario.

Dat voetbalcontract was in 2020 een recordbedrag van 103 miljoen euro waard, amper enkele miljoenen meer dan wat Telenet en co. boden. Er was bijgevolg geen goede reden om van de ingespeelde, vertrouwde mediapartner naar het onbekende Eleven over te stappen. Onder meer Club Brugge en Charleroi zetten toen fel druk. Later bleek dat Eleven al commerciële deals had afgesloten met die clubs.

Na de stopzetting van de competitie in volle eerste Covid-19-golf eisten de gedumpte partijen Telenet, Proximus en VOO via arbitrage 15 miljoen euro televisiegeld terug, iets wat bij een voortzetting van hun verbintenis nooit was gebeurd. Per saldo was het profvoetbal toen al slechter af.

Twee jaar later werd Eleven Sports overgenomen door de DAZN Group. Vorig jaar liep dat eerste tv-contract af en bood DAZN nog maar 84 miljoen euro voor de rechten van 2025 tot en met 2030. Zowel Eleven als DAZN beschikt niet over een eigen televisiekanaal en is dus aangewezen op een doorverkoop van zijn product via telecomoperatoren zoals Telenet en Proximus. Als ‘bedrogen’ ex-rechtenhouder stapten die in 2020 nog mee in het Eleven-verhaal, maar deze zomer weigerden ze een deal te tekenen. Gevolg: een debacle dat het profvoetbal in België op zijn grondvesten deed daveren.

Met wat simplisme zou je de volle schuld bij DAZN kunnen leggen. Sinds die dag in 2020 dat ze voor een paar miljoenen meer voor Eleven koos, heeft de Pro League minstens evenveel boter op het hoofd. Het creëerde de voorwaarden voor de perfecte storm waarin het nu zit: Eleven had nauwelijks Belgische verankering, werd kort daarna overgenomen door een Britse oligarch en inmiddels zijn Saudische oliesjeiks mede-eigenaar geworden.

De DAZN-soap leidt af van de essentie van deze affaire: de kijker lust het product Belgisch profvoetbal niet meer, althans niet tegen de prijs waarvoor het in het schap ligt. Dat je wellicht nergens in Europa goedkoper voetbal kunt bekijken, moet tot denken aanzetten.

Eindelijk heeft de sportfan door dat het Belgische voetbal een gigantische zeepbel is. Het is overgefinancierd door onrealistisch hoge televisierechten en wordt nog eens geruggensteund door 200 miljoen euro lastenverlagingen vanuit de federale portemonnee, laaghangend fruit waar Bart De Wever zich op verzoek van Georges-Louis Bouchez niet durft aan te vergrijpen.

Wat krijgt de Belgische belastingbetaler daarvoor terug? Een doorloopcompetitie dunner dan de dunste diarree. De voorbije tien jaar hebben de clubs uit 1A voor 847 miljoen euro spelers aan het buitenland verkocht.

Zeven op de tien verhandelde spelers waren jonger dan 23. De Jupiler Pro League als opleidingswalhalla? Niet echt. De meeste spelers worden jong gehaald uit het buitenland en iets minder jong weer doorverkocht. In de klassering van speelminuten voor jonge spelers die in aanmerking komen voor de nationale ploeg, Belgen dus, staat Nederland elfde. België tikt af op een bedroevende 29ste plaats op vijftig landen.

Van lokale verankering en herkenbaarheid is geen sprake. De voetbalfan wordt gevraagd om elk seizoen een halve nieuwe kern exoten te omarmen. Om vervolgens vast te stellen dat wie een paar ballen goed raakt meteen wordt doorverkocht.

Column Achteraf-uitleggers in De Morgen van maandag 24 november 2025

Achteraf-uitleggers

Weekendsportkrant 1.

Twee pagina’s interview met een technisch directeur van een voetbalclub, gevolgd door een halve pagina over een assistent-coach.

Iets verder: bijna dubbele pagina met de recentste ex-trainer van de regerende kampioen.

Aan het eind: een column over trainers.

Weekendsportkrant 2.

Na wat onzin over wielerprijzen waar geen kat nog interesse in heeft, al helemaal de renners zelf niet (ten bewijze het afgelaste gala), een interview van twee pagina’s met een trainer.

Iets verder: een goed verhaal – elk verhaal over hem is goed – over de trainer van Bayern München, dat is een Belg.

Volgende pagina: een verhaal over de recentste ex-trainer van de regerende kampioen.

Dat laatste onderwerp is niet het enige wat de twee sportkaternen met elkaar gemeen hebben. Beiden besteden ze aandacht aan Marc Overmars, technisch directeur van Antwerp, al verschilt de insteek meer dan lichtjes.

In de ene krant staat hoe hij met zijn verzwakt hart voor Antwerp heeft gekozen en wordt terloops vermeld dat er een boek is verschenen waar zijn dickpic-schandaal van bij Ajax “weer eens wordt opgerakeld”.

Niet zo in de andere sportkrant. Er was meer aan de hand dan een dickpic, aldus het boek, het ging over driehonderd pagina’s expliciete teksten aan Ajax-personeel. Het heeft er alle schijn van dat die driehonderd pagina’s berichten de echte redenen zijn om niet meer terug te willen naar Ajax en niet dat zijn geteisterd hart zich beter zou voelen op de Bosuil.

Maar nu de hamvraag van dit stukje: hoe komt het dat we in de weekendkranten nooit meer dubbele pagina’s lezen met iemand die een hoofdrol zou kunnen spelen in de speeldag die eraan komt? Een gesprek met of een verhaal over een voetballer dus, en als het even kan geen meeloper maar een bepalende speler.

De fixatie op trainers en aanverwanten is ontstaan in het tweede decennium van deze eeuw. Nog niet zo heel lang geleden zou je in die sportkaternen verhalen hebben gelezen met Bryan Heynen, Thorgan Hazard, Hans Vanaken en anderen. Nog niet zo heel lang geleden kon je gewoon naar een midweektraining gaan, bij voorkeur als het zonnetje scheen, en daar een uurtje of wat rondhangen om daarna een speler aan te schieten.

Of hij tien minuutjes had. Die had hij meestal. Bij een koffie of wat fris. En dan had jij je verhaal, want die tien werden vijftien minuutjes en soms het dubbele. Met de introductie van gesloten trainingen, persattachés en woordvoerders is dat veranderd. Die moeten hun salaris waarmaken en dat doen ze door controle uit te oefenen op wat verschijnt.

O wee de media die daar niet in meegaan. Dan wacht de zwarte lijst of de interview-vergeetput. Vandaar het overaanbod trainers op de sportpagina’s. Wekelijks worden die naar een perszaaltje, soms een heus auditorium gesommeerd om daar hun visie op de aanstaande wedstrijd te geven. Soms kun je hen ook langer spreken. Soms.

Ach, trainers. Net als analisten zijn het hineininterpreteerders, achteraf-uitleggers van iets wat niet liep zoals het vooraf door hen was voorspeld. Soms vloeien trainers en analisten in elkaar over: dat zijn de Hein-interpreteerders.

Een mens heeft bij voorkeur zo weinig mogelijk gemeen met Bart Verhaeghe, maar met de inwisselbaarheid van trainers heeft hij een punt. Formeer, koop desgevallend een wel gevoede, goed opgevoede, uitgekiende groep talenten, betaal die degelijk, en iedere aap met een hoedje en een tactisch bord zal zijn wedstrijdjes winnen.

Uiteraard zijn er trainers die meer kunnen dan anderen, die het keer op keer waarmaken. Of die spelers beter maken, de zogeheten teachers, immens respect voor dat slag. Anderen vallen dan weer ongenadig door de mand als ze na jaren triomferen met een uitgekiende groep talenten een net iets mindere verzameling in handen krijgen.

Die kunnen zich daarna alleen nog interessant maken door raar uit de hoek te komen. Denk in dat verband aan José Mourinho. Tot welke categorie Arne Slot behoort, de jury is er nog niet uit. Liverpools wondercoach van vorig jaar werd meteen kampioen nadat de vorige wondercoach was vertrokken. Hij werd net niet heilig verklaard.

Zes maanden verder is Slot de kop van Jut, past zijn voetbal niet bij de club aldus de professionele achteraf-uitleggers en moet hij zich zorgen maken nadat hij zes van zijn laatste zeven competitiewedstrijden heeft verloren. “You’re getting sacked in the morning”, zong de Kop hem toe.

In het verlengde daarvan, Vincent Kompany bij Bayern München: toptrainer of tijdelijk eigenaar van een dikke konijnenpoot? Ik wil het eerste geloven, maar zie, zaterdag 0-2 na twintig minuten. Uiteindelijk wel 6-2. Vooralsnog een toptrainer.

Column Snipersafari in De Morgen van zaterdag 22 november 2025

Snipersafari

Het filmpje van het bezoek staat op YouTube en ik heb het nog eens bekeken ter opfrissing van het geheugen. Aangewakkerd door een verschrikkelijk bericht eerder deze week kwam het allemaal weer boven.

Hoe de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, Juan Antonio Samaranch, en zijn gedoodverfde opvolger van zeven jaar later, Jacques Rogge, in een gepantserd voertuig werden gepropt, nadat hun eerst een blauwe VN-helm op het hoofd was gezet en ze een kogelvrij vest hadden aangetrokken.

Het zinnetje van de militair die ons had begroet: “Oh, you are too many, there is only one armored vehicle.” Voor de rest van de delegatie stonden er camionettes klaar, aftands, ratelend, soms zonder raam. De uitleg: snipeuh, hoe vaak we dat niet zouden horen.

Wij kregen geen blauwe helm, niet belangrijk genoeg, wel een kogelvrij vest. Dat van mij was te klein en het stonk, niet normaal hoe dat stonk. De gepantserde auto was inmiddels weg en wij mochten er niet achteraan. Op ons hadden ze niet gerekend. De afspraken waren niet overal even goed doorgekomen.

Het kapotgeschoten sportcentrum Skenderija en de compleet vernielde Zeta Olympic Hall, waar de bloedmooie achttienjarige Katarina Witt tien jaar eerder had geschitterd en nu ontheemde families tussen het puin sliepen, het was een ver-van-ons-bedshow. Rogge en Samaranch zijn wel ter plekke gegaan en kwamen onthutst terug.

Tot zover het drie uur durende blitzbezoek op 14 februari 1994. Dat even ook leek te mislukken omdat het vliegtuig waarmee we van Oslo waren gekomen een ingezette landing abrupt afbrak en daarna nog een uurtje of wat boven de Bosnische bossen bleef cirkelen.

We waren op vredesmissie, een ideetje van Samaranch, die de olympische vrede wilde promoten bij de vechtende partijen rond de stad Sarajevo. Tevergeefs. Die gedachte is overigens nog steeds niet verlaten en klonk even hol toen deze week de resolutie Olympic Truce in de Verenigde Naties werd aangenomen.

Het was niet de bedoeling dat ik daarbij was. Rogge bleek zich te hebben vergist in wie hij mee mocht vragen en briefte mij net voor het vertrek. Ik was zijn medewerker, geen journalist. Hij vroeg mij ook om niks te schrijven over die trip. Dat heb ik tot op vandaag volgehouden. De grote man is overleden, veel te vroeg; dertig jaar na datum mag het wel.

1994 was mijn tweede van vier bezoeken aan Sarajevo. In 1986 was ik er al eens voor een Europees eindtoernooi in het volleybal. Toen was het nog een vredige stad, badend in de olympische glorie van twee jaar eerder. Vanaf de jaren negentig zou dat veranderen en tot op vandaag is Sarajevo de langst belegerde hoofdstad in de geschiedenis van de moderne oorlogsvoering.

Vanuit de bergen rond Sarajevo, waar in 1984 de ski- en andere competities plaatsvonden, is de stad 1.425 dagen lang beschoten. Op 5 februari, twaalf dagen voor ons bezoek, had een mortieraanval op de Markale-markt 68 mensen gedood en 144 verwond. Toen wij er met de olympische delegatie landden, was een tijdelijk staakt-het-vuren afgesproken met de Serviërs. Dat werd ons althans voor waar meegedeeld.

Jaren later liet Rogge zich tijdens een behoorlijk rommelige terugvlucht van Olympia ontvallen dat een beetje onweer toch nog altijd minder tricky was dan destijds in Sarajevo. Ik keek hem vragend aan. Of ik dan niet wist hoe het toen was gegaan in Sarajevo met die mislukte landing? Neen dus.

Bleek dat sommige Servische facties in de bergen niet goed doorhadden dat op 14 februari de oorlog een paar uurtjes pauze moest houden. Een onverlaat had ons vliegtuig beschoten en gelukkig gemist, waarop de piloot wijselijk besloot niet te landen. Toen alle snipers en anderen op de hoogte waren van het bezoek zette hij ons alsnog aan de grond.

Dat schoot mij allemaal te binnen met dat bericht over het snipertoerisme tijdens de Bosnische burgeroorlog. Sarajevo zit onder mijn huid. Je komt er niet makkelijk, maar het is de trip waard. Sarajevo is oude en moderne geschiedenis door elkaar verweven in een stad die ooit als het Constantinopel van de Balkan werd geroemd omwille van de religieuze diversiteit en het vreedzame samenleven.

Als u er ooit raakt, één must-do en -see: neem een taxi naar de heuvel Trebevic en vraag naar de olympische bobbaan. Die is tijdens het beleg van Sarajevo gebruikt als schietstand om de stad te bombarderen. Je hebt een prachtig zicht op de stad en als je langs de bobbaan naar beneden loopt, is er tijd om te denken. Dan daalt het onvermijdelijk in: wat doen mensen elkaar toch allemaal aan?

Column Black Friday in De Morgen van maandag 17 november 2025

Black Friday

Geen smeekbede om medelijden, maar toch: tussen halftwee afgelopen vrijdag en vijf uur zaterdag heb ik drie voetbalwedstrijden bekeken. Het begon met de U17, daarna liet ik de U21 schieten, vervolgens stond ’s avonds de kraker Polen-Nederland op en een dag later zouden de Rode Duivels in Kazachstan hun kwalificatie voor de World Cup van volgend jaar afdwingen.

Drie voetbalwedstrijden in goed 24 uur en drie keer kut met peren. Excuses voor dit grof woordgebruik, maar het is niet anders. Drie keer gewoon slecht voetbal, treurig vertier, zonde van de tijd.

De bondscoach van de U17 had er in de loop van vorige week goede hoop op. Vrijdag zou een mooie dag voor het Belgisch voetbal kunnen worden, bij uitbreiding zelfs een mooi weekend, en dat was niet gelogen. Zijn U17 speelden de zestiende finales op het WK voor tieners en de beloften van de U21 moesten kort daarna in de wei in en tegen Oostenrijk.

De U17 waren in een toernooifase met rechtstreekse uitschakeling beland na een aantal heel overtuigende wedstrijden, maar ze hadden het niet echt getroffen met Europees kampioen Portugal als volgende tegenstander. De U21 werken momenteel een poulefase af op weg naar het EK van 2027.

Om een lang verhaal kort te maken: het werd geen mooie vrijdag voor het Belgisch voetbal, maar een Black Friday, zij het twee weken te vroeg. De echte zwarte vrijdag valt – na de laatste jaren te zijn gebrainwasht door de commercie weten we dat allemaal – de dag na Thanksgiving en dat is dan weer de vierde donderdag van de maand november.

De U17 en de U21 gingen vrijdag kansloos onderuit. Ik heb alleen de U17 bekeken. Helemaal overtuigen kon die generatie niet. Ik vond hen spelen met een airtje. Zo van: kijk eens wat ik nu ga proberen en kijk goed want mij wordt een mooie toekomst voorspeld.

Ai, actie niet gelukt, jammer, wie is de volgende in de rij die zijn kunstje wil tonen? Samen voetballen, samen strijd maken, hun poot zetten tegen potige Portugezen, dat ging al helemaal niet.

De kindsterretjes die door hun ploeg maar laat waren vrijgegeven, waren meteen in de ploeg gedropt, maar konden ook het verschil niet maken. Het paars-witte wonderkind Nathan De Cat vond nooit zijn draai en Jorthy Mokio speelde zoals zijn ploeg Ajax.

De VRT zond het uit, Sporza had de spelers netjes opgelijnd en aan ons gepresenteerd als de nieuwe Courtois, Kompany, De Bruyne en Hazard, maar dat hadden ze beter niet gedaan. Nog voor in de verte een prijsje lonkte, werd het inmiddels helemaal uitgeholde predikaat Gouden Generatie weer eens bovengehaald. We leren het maar niet.

Misschien toch maar beter een verbod uitvaardigen op het uitzenden van jeugdinterlands. Opdat we bijgevolg niet te veel aandacht besteden aan hun prestaties. Omdat alleen telt wat ze later op het hoogste niveau zullen presteren. Als ze daar al geraken en als ze daar kunnen blijven.

Uiteindelijk verloren de U17 omdat ze twee goals cadeau gaven, voorheen atypisch Belgisch, maar inmiddels een Belgische ziekte. Iets later die vrijdag verloren de U21 in Oostenrijk, ook door een weggegeven goal, maar nog niets is verloren. Daar zijn ze nog maar halfweg in de poule en de betere U17’ers zijn weer inzetbaar.

Komen we bij het echte werk: de Rode Duivels. Met morgen nog een gezondheidswandeling annex schietoefening tegen Liechtenstein is het al een tijdje zeker dat België als groepswinnaar zeker is van het zevende grote toernooi op rij. Daarmee is al het goede nieuws gemeld.

Als tot de laatste wedstrijd Noord-Macedonië en Wales je op de hielen zitten, kan je bezwaarlijk van een glorieuze kwalificatiecampagne spreken. Met andere woorden: Rudi Garcia is niet de heilsprofeet gebleken voor de Rode Duivels. Garcia mocht dan wel niet coachen na een schorsing, de voorbereiding van de wedstrijd nam hij wel voor zijn rekening.

Wat zei de beste Belg Jeremy Doku? “Onze campagne was niet top. We hebben te veel punten laten liggen. Iedereen moet beter doen, de coach, ik, iedereen.”

Dat ook de coach, als eerste vermeld, beter moest doen, dat was geen slip of the tongue. “We keken naar deze ploeg en dachten dat ze lang zouden spelen maar dan spelen ze kort en gaan ze voetballen. Het was een totaal andere wedstrijd dan thuis. Misschien hebben we onze tegenstander (in eigen stadion spelend, bedoelde hij) niet genoeg geanalyseerd.”

Het verhaal van die wedstrijd en van de hele campagne is nochtans eenvoudig samen te vatten: voorin komen ze maar niet tot scoren en achterin leiden keer op keer beginnersfouten tot tegendoelpunten. Met dat tussenrapport kan je, om weer Doku te citeren, niks gaan doen op een World Cup.

Column Olympische onnozeliteiten in De Morgen van zaterdag 15 november 2025

Olympische onnozeliteiten

Het programma van de Olympische Spelen is niet evenwichtig. Elke medaille telt, maar de ene medaille is goedkoper dan de andere en dus is de ene sport gewoon meer waard dan de andere.

Een gelukje voor België. Zonder die ‘goedkope’ medailles hadden we er een stuk minder. Welke sporten top zijn en welke goedkoop, om niet te veel ergernis ineens op te wekken, laten we hier even buiten beschouwing. Alvast dit: dé topmedaille van deze eeuw is ongetwijfeld het gymgoud op de brug van Nina Derwael.

Al het andere verbleekt bij de prestatie van Derwael. De topmedaille van de twintigste eeuw is voor meer discussie vatbaar, maar het goud van Fred Deburghgraeve op de 100 meter schoolslag in Atlanta zal zeer hoog scoren. Zwemmen, gymnastiek en atletiek (althans de topnummers) zijn nu eenmaal de meest universele disciplines en bijgevolg de meest aansprekende medailles.

Natuurlijk zitten op het programma van de Olympische Spelen enkele rare sporten, randje onnozeliteiten. Voor een niet-limitatieve opsomming van wat allemaal weg mag, verwijzen we u naar eerdere bijdragen in deze rubriek.

Om het punt van deze column te maken: het is niet omdat er al onnozeliteiten op de olympische agenda staan en er recent nog wat zijn toegevoegd – denk aan breaking en skateboarden – dat er nog meer onnozeliteiten bij moeten.

Derhalve is het de morele plicht van de weldenkende sportlievende mens om te hopen dat veldrijden níét op de sportenlijst van de Olympische Winterspelen van 2030 terechtkomt.

Voor de Winterspelen geldt nog meer dan voor de Zomerspelen dat er al voldoende rariteiten op het programma staan en het dus onzinnig zou zijn om de zelfkant van de sport helemaal op te zoeken.

Volgens de Vlaamse sportmedia was het zowat een uitgemaakte zaak dat veldrijden olympisch zou worden. Die verlieten zich de voorbije jaren op de natte dromen van Flanders Classics en Golazo, die af en toe naar bed gaan met UCI-voorzitter David Lappartient.

In de olympische coulissen heeft die laatste de reputatie van een tafelspringer. Zijn demarche om zich amper drie jaar na zijn IOC-lidmaatschap al meteen verkiesbaar te stellen voor de opvolging van Thomas Bach als sportpaus, heeft bij veel collega-kardinalen voor gefronste wenkbrauwen gezorgd. Hij haalde amper vier stemmetjes.

De blaaskaak Lappartient zou dolgraag ‘le cyclo-cross’ op de Spelen hebben, maar als er al tegenwind nodig was, kwam er vorige week een ferme aanwaaien vanuit de hoek van de Winter Olympic Federations.

Dat is de belangenvereniging van alle wereldsportbonden die op de Winterspelen actief zijn. De neen tegen veldrijden was redelijk duidelijk. “Laten we eerst onze wintersporten ontwikkelen en niet nieuwe sporten introduceren die tegen het ijs- en/of sneeuwcriterium in het Olympisch Charter ingaan.” Duidelijke taal.

Er is geen enkele objectieve reden waarom veldrijden plots olympisch zou moeten worden. Integendeel. Er zijn alleen maar objectieve redenen om die onzinnige gedachte meteen te verlaten.

Zoals, niet in volgorde van belang… Een: de beste atleten doen doorgaans niet mee tenzij in enkele goed uitgekozen wedstrijden. Twee: de beste atleten, als ze er zijn, winnen meestal met een straat voorsprong. Drie: offroad wielrennen is al olympisch. Het heet mountainbike. Een echte topsport, want als de beste veldrijder ooit, tegelijk een van de beste wegrenners van het moment, er zich aan waagt, wordt hij zoek gereden.

Vier: de sport veldrijden is niet eens een sport, maar een zeer kleine discipline of training in circusverpakking in de bijzonder kleine sport wielrennen. Vijf: veldrijden is niet een internationaal, ook niet regionaal, maar een lokaal tijdverdrijf.

Dat wintersporten per definitie een verzameling van klein en lokaal zijn, klopt niet. Op de recentste Spelen wonnen tien landen uit drie continenten de medailles in het snelschaatsen.

Of neem rodelen, ‘luge’ in het olympische jargon, dat geldt als een van de meest gesloten wintersporten. Welnu, van de zes Winterspelen deze eeuw is er maar één waar twee mannelijke landgenoten op het podium stonden. Alle andere medailles waren telkens verdeeld over drie landen, uit twee continenten. Bij de vrouwen is Duitsland de grote slokop, dat is wel een probleem.

Zelfde beeld bij de op en top Canadese sport curling. In de voorbije twee Spelen heeft Canada van de twaalf medailles maar één keer brons gewonnen.

Je kan raden hoe het er in het veldrijden zou aan toegaan. Misschien een verdwaalde Engelsman of Fransman tussen van één tot tien Belgen en Nederlanders, wellicht met die ene Nederlander op het hoogste schavotje.

Column Superdivers in De Morgen van maandag 10 november 2025

Superdivers

De jonge Duivels stoten op het wereldkampioenschap U17 door naar de zestiende finales. Na al het goede dat over hen is verschenen, zou het tegendeel hebben verbaasd. Hoewel, de eerste wedstrijd in de groepsfase werd vorige week maandag nog verloren van Argentinië, dat een 2-1 achterstand omboog in 2-3-winst.

Door de winst afgelopen donderdag tegen Fiji (7-0) en tegen Tunesië (2-0) gisteren, zijn de jonge Belgen zeker van de tweede plaats in hun groep. Vrijdag spelen ze hun volgende partij en daarvoor zijn deze week drie extra spelers afgereisd.

Nathan De Cat, Jorthy Mokio en Mo El Adfaoui konden door hun clubs Anderlecht, Ajax en Gent on-mo-ge-lijk gemist worden voor de competitie, maar nu met de interlandbreak weer wel. Hoe lang ze zullen mogen blijven, gesteld dat de U17 hun ambities waarmaken, dat zijn zorgen voor later.

Een tip voor wie moet terugkeren, maar toch wil blijven: het verhaal van Vincent Kompany op de Olympische Spelen in Peking. De Belgen gingen door, maar Kompany moest licht geblesseerd terugkeren van zijn werkgever, Hamburg. Hij ging naar de luchthaven, althans dat zei hij, om daar plotsklaps vast te stellen dat hij zijn paspoort was vergeten. Vlucht gemist. Enkele weken later zou hij bij Manchester City tekenen.

Deze selectie heet een gouden generatie te zijn. Wij zijn een land met veel meer gouden generaties dan gouden medailles. Tien jaar geleden was er al eens een gouden generatie U17’ers met een Belgisch paspoort. Sinds het WK van 2015 in Chili heten ze de bronzen generatie.

Ze verloren toen in de halve finale van Mali met 3-1 en wonnen de wedstrijd om de derde plaats van Mexico met 3-2, met twee doelpunten van Dante Vanzeir, nu op de bank bij KAA Gent.

Prestaties geleverd in de jeugd zijn niet altijd een garantie voor de toekomst. Van de bronzen generatie spelen er nu twee in een toonaangevende Europese competitie en zijn vandaag nog international: Wout Faes van Leicester en de revaliderende Orel Mangala van Lyon. Van de andere doelpuntenmakers in dat toernooi – Jorn Vancamp (Dessel Sport), Dante Rigo (Beveren) en Matthias Verreth (Bari) – is alleen die laatste internationaal aan de slag, maar wel in de Serie B.

Opvallend: in 2015 hadden vier spelers in de selectie één of meer ouders met buitenlandse roots. Vandaag zijn dat er tien op een superdiverse selectie van eenentwintig. Toen waren alleen Orel Mangala en Ismail Azzaoui (na zware blessures geen club meer) van kleur. Vandaag is een derde van de selectie zwart. Eén speler heeft Marokkaanse roots en twee hebben Zuid-Koreaans en Spaans bloed in zich.

Wat dat uitmaakt? Niks. En heel wat. Het zijn Belgen, voor alle duidelijkheid. Ze hebben een Belgisch paspoort, anders waren ze nooit op dat vliegtuig richting Qatar gezet. Maar aangezien deze rubriek zich graag op glad ijs waagt, zit er ook een anderzijds aan dit verhaal.

Pleitbezorgers van de sociale constructietheorieën en ontkenners van de natuur, gelieve nu op de achterste poten te gaan: met zwarte jongens van die leeftijd sta je doorgaans een stapje verder in de fysieke ontwikkeling.

Dat is geen wet. Niet alle zwarte tieners zijn sterker, groter en sneller dan hun West-Europese en bij uitbreiding blanke, witte, zeg maar Kaukasische collega’s, maar gemiddeld wel. De verschillen vergroten naarmate je opschuift naar het einde van de klokcurve, waar topsport rekruteert onder de outliers, de buitenbeentjes.

Een selecte groep met een fysiek voordeel, helemaal als het gaat om jongens met West-Afrikaanse roots. Het bewijs vind je in het palmares. Van de negentien eerdere WK’s U17 zijn er elf gewonnen door een land met hoofdzakelijk zwarte spelers. Vier keer was Brazilië aan het feest, maar zeven edities gingen naar een West-Afrikaans land met alleen maar zwarte spelers, twee keer Ghana en vijf keer Nigeria, dat daarmee recordhouder is.

Over tien jaar zullen we kijken hoeveel van deze en onze wonderboys hun groeipad verder hebben bewandeld. Inschatten of er nog rek zit op het talent en waar zich het plafond bevindt, is van het moeilijkste in de sport.

Het onderzoeksbureau CIES publiceerde deze week een lijst van 113 tieners (onder 20) bij 80 clubs in 25 topdivisies die minstens 10 miljoen euro waard zijn. Daarin drie Belgen: Mokio, De Cat en Julien Duranville, die bij Borussia Dortmund speelt.

Drie andere spelers op die lijst hebben een Belgische werkgever, maar zijn geen Belgen. De Serviër Mihaljo Cvetkovic en de Turk Yasin Özcan bij Anderlecht en Kos Karetsas bij Genk, een Belgische Griek die voor Griekenland koos. Die laatste zou de duurste moeten zijn. Dertig miljoen euro zegt CIES. Benieuwd.

Column Stammenoorlog in De Morgen van zaterdag 8 november 2025

Stammenoorlog

Er is gedoe in de voetbaltribunes. Is er niet al-tijd gedoe in de voetbaltribunes? Als de ploeg het goed doet en in extremis een overwinning uit de brand sleept, is dat het sein voor een collectief orgasme. O wee als de ploeg het slecht doet, want dan moet de helft aan de Prozac of modernere varianten.

Of wordt de tribune verbouwd door enkelingen. Dat deel is minder geïnteresseerd in de sport as such, maar houdt zich ook graag onledig met het beledigen van de scheidsrechters, de tegenstander en desgevallend ook de eigen ploeg als die niet presteert naar de verwachtingen van de ‘fan’.

Een heel aparte vorm van ontevredenheid kan zich ook tegen het eigen bestuur en de trainer richten. Bijvoorbeeld als zo’n bestuur een trainer te lang aanhoudt. Of als het bestuur, het management, niet goed genoeg of niet genoeg hebben ingekocht.

Een kleiner deel van dat deel van de voetbaltribunes gaat een beetje verder en zou zelfs de scheidsrechter en de tegenstanders willen belagen. Daarom zitten die in een soort kooi en staan er hekken, hangen er netten en worden ze van alle kanten gefilmd. En dan nog gooien ze met van alles en nog wat als het potje overkookt.

Voetbal maakt niet bepaald het beste los in de mens. Niet op het veld, niet naast het veld en niet in de tribune. In alle tribunes, alle vakken. Tot die vaststelling kwam ik een jaar of tien geleden, uitgenodigd in de businessseats. Onze favoriete club speelde tegen de favoriete gehate club en leidde.

Waarop wij ons in de viptribune lieten gaan en een verdwaalde fan van de gehate club allerlei verwensingen naar het hoofd slingerden (en omgekeerd). Een handgemeen – jawel een handgemeen, echt waar – werd nauwelijks vermeden. De klik in het hoofd was instant: hiervoor is een voetbalwedstrijd niet bedoeld, dit is het niet waard, dit kan en moet anders.

Een deel van het voetbalpubliek komt niet in de buurt van die klik. Die zien voetbal als wat Desmond Morris in 1981 in The Soccer Tribe omschreef als een stammenoorlog. Morris, ooit technisch directeur bij Oxford United, had in zijn boek ook nog verwijzingen naar het dierenrijk.

Dat deel van het voetbalpubliek, daar is nu gedoe mee. Dat deel van het voetbalpubliek steigert. Vorige week kwam een bepaling van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken erg hard binnen. Voetbalsupporters die een stadion proberen binnen te komen met een ticket of abonnement dat niet op hun eigen naam staat, riskeren zware sancties. De FOD BZ zal controles houden en streng optreden. Ze waarschuwen voor onmiddellijk stadionverboden van drie maanden en bijkomende boetes.

Dreigen met stadionverboden heeft hetzelfde effect als een rode lap op een stier. Om de een of andere reden vindt een tribune van een paar honderd man dat stadionverboden niet het antwoord zijn op hooliganisme. Is dat cognitieve dissonantie of gewoon domheid? De maatregel werkt, zo bewijst het protest.

Supporters met een lopend stadionverbod hebben zich in het verleden zwaar misdragen, van gooien met van alles tot en met het in elkaar slaan van andere mensen. Om die onverlaten uit het stadion te houden, is het stadionverbod een probaat middel. Hun medestanders zitten er niet mee om hun verbannen vrienden toch naar het stadion te halen. Die maatregel van de FOD BZ moet daar een antwoord op bieden.

De reacties waren voorspelbaar. ‘Ik geef mijn abo soms door aan een goeie vriend of mijn schoonvader. Wat nu?’ ‘Dat zal geen halve hooligan uit het stadion halen.’ ‘Bullshit.’ Dat laatste klopt, maar dan toch vooral voor het onbegrip tegen de maatregel.

Of nog. ‘Waarom kan ik naar een concert of een optreden met een ticket van een ander en niet naar een voetbalwedstrijd?’ ‘Waarom moet de grote meerderheid boeten voor een kleine minderheid?’ Welja, omdat op een concert of een optreden geen structureel geweld wordt gepleegd en de fans van Pommelien en Willy Sommers elkaar niet staan op te wachten om de schedel in te slaan.

Het klopt dat de grote brave meerderheid hiermee boet voor een foute minderheid. Dat komt omdat de sociale controle op de voetbaltribunes, waar men zo hard op rekende, totaal onbestaande is. Niemand zal een bezitter van stadionverbod daarop aanspreken, laat staan aangeven.

De hele heisa vindt zijn oorsprong in de weerstand tegen een verregaande regulering van het stadionbezoek, tot voor kort zowat een Far West. Het protest is trouwens oneerlijk. Het abonnement voor één of meerdere wedstrijden aan iemand anders doorgeven, kan nog steeds perfect. Op voorwaarde dat gever en ontvanger netjes gekend zijn. Dus digitaal.

Column De zaak Lazkano in De Morgen van maandag 3 november 2025

De zaak Lazkano

En? Wanneer komt er nog eens een update van je dopingboek?”

Hoe vaak die vraag mij is gesteld, niet normaal. Telkens gaf ik hetzelfde antwoord. “Wat moet er dan worden geüpdatet? De strijd wordt gestreden en wordt grotendeels gewonnen. De zware misbruiken zijn eruit en er is inmiddels al bijna een hele generatie met wielerpensioen die nooit met een dopingcultuur te maken kreeg.”

Ik geloof de bevragingen onder atleten niet, waaruit zou blijken dat 20 procent aan de doping zit. Dat 20 procent of meer van de atleten vreest dat ze worden genaaid door ‘anderen’ die wel doping zouden gebruiken, dat misschien wel.

Ik geloof eerder de testing die tussen de 0 en 5 procent positieven oplevert, afhankelijk van het tijdstip van controle, de producten en de sporten. Het staat als een paal boven water dat atletiek de eerste dopingsport is. In absolute getallen moet daarbij worden vermeld, gezien het grote aantal disciplines en de wijde verspreiding van die sport.

Rekening houdend met het aantal topatleten wereldwijd is gewichtheffen de echte nummer één, afgezien dan van de vechtsporten. Als ze onder de kooivechters van de UFC zouden testen zoals onder de olympische sporters, er was van die vreselijke MMA (mixed martial arts) geen sprake.

Maar goed, de aanleiding voor dit stukje – dat hebt u misschien al begrepen – is de aanklacht voor dopinggebruik op basis van afwijkende bloedparameters tegen de Spaanse wielrenner Oier Lazkano.

Dat is met afstand de grootste vis uit de wielervijver die het laatste decennium tegen de dopinglamp is gelopen, al moeten we altijd een slag om de arm houden. De zaak-Claudia Pechstein heeft bewezen dat er medische redenen kunnen zijn voor afwijkende bloedwaarden. Anderzijds is Lazkano een Baskische wielrenner en als ergens de dopingcultuur diep geworteld was (is?), dan wel in Spaans Baskenland.

Lazkano reed tot en met 2021 voor Caja Rural, waarna hij naar Movistar trok. In België reed hij zijn eerste prijzen. In 2022 won hij een etappe in de Ronde van Wallonië, in 2023 werd hij tweede in Dwars door Vlaanderen. De Spaanse flandrien was in bloedvorm want hij won daarop de Boucles de la Mayenne en werd kampioen van zijn land.

Een jaar later reed hij samen met Wout van Aert voorop in Kuurne-Brussel-Kuurne en deed het prima bergop in de Dauphiné. De flandrien was een allrounder zowaar. Red Bull-Bora-Hansgrohe contracteerde hem die zomer voor het seizoen 2025.

Na Parijs-Roubaix dit voorjaar (117de) reed hij geen enkele koers meer en sinds 31 mei ontbrak elk spoor. Nu blijkt waarom. Door abnormale schommelingen in zijn biologisch paspoort is hij aan de kant gezet en ontslagen. Tot hij zijn onschuld kan bewijzen – als hij daar de zin van inziet en er zin in heeft – doen zijn bloedwaarden hem de das om.

De zaak-Lazkano is niet het begin van een nieuw rondje dopingverhalen in het wielrennen. De zaak-Lazkano is een goede zaak voor het wielrennen. Een sport die nooit een grote vis vangt, is niet ernstig in de dopingbestrijding.

De zaak-Lazkano bewijst ook dat de weg die de wereldwielerbond UCI begin deze eeuw is ingeslagen de juiste is. Begin deze eeuw, jawel, zo lang wordt al gebruik gemaakt van informatiegaring rond bloedwaarden om verdachte renners te targeten via onverwachte controles.

Dat heeft een extra effect naast het uiteindelijk betrappen. Een renner die voelt dat hij wordt gevolgd of dat te horen krijgt, zal twee keer nadenken voor hij verder gaat met doperen.

De eerste die zo werd betrapt, was Raimondas Rumsas. Hij werd in 2003, na jarenlang te zijn getarget, aan een positieve test op epo gelinkt. Later zou ook zijn ene zoon worden betrapt, tot twee keer toe. Zijn andere zoon overleed in zijn slaap en was ook gedopeerd. Om maar even te duiden welke drama’s zich soms afspelen in de dopingcoulissen.

Dopingbestrijding begon ooit als een urinetest na een wedstrijd. Dat was tot Ben Johnson tegen de lamp liep op de Spelen van Seoel. Daarna kwamen de onaangekondigde trainingscontroles. Na de Festina-Tour van 1998 werkte men aan andere methoden. In 2005 werd het biologische paspoort aangekondigd en dat werd in 2008 operationeel.

De aanpak veranderde, onder druk van steeds moeilijker opspoorbare epovarianten. Het harde bewijs van een positief staal was niet langer nodig. Afwijkende bloedwaarden als marker van het effect van een dopingkuur volstonden.

Lazkano heet een intellectueel te zijn, met een leven buiten de wielrennerij. Dat leven is hem gegund. Het is te hopen dat hij ook zo slim en eerlijk is om de autoriteiten inzage te geven in het hoe, wat, waar en vooral wie van zijn (vermeend) dopinggebruik.