Column Het Wilde Oosten in De Morgen van 17 juni 2023

Het Wilde Oosten

‘Leg mij eens uit wat het businessmodel is van soccer? Behalve pintjes verkopen dan?” De man naast mij was een Amerikaan, een belangrijke Amerikaan die in ons land woonde, de naam doet er niet toe. Hij was een sportfanaat en zo was ons contact ook gegroeid.

Eerst ging het over American football en de sukkels van de Washington Redskins (inmiddels na gedoe over culturele toe-eigening als Commanders herdoopt) die zelden of nooit wat wonnen. Vervolgens over de NBA, waar ik meer van afwist dan hij. In honkbal en (ijs)hockey waren we behalve wat household names allebei leek.

Zijn zoon was “very much into your football”, wat hem fascineerde want behalve heen en weer hollen gebeurde volgens hem waarlijk niks in die sport. Zodoende inviteerde ik hem voor een wedstrijd van Gent. Hij kwam alleen, op een man na die in zijn auto bleef zitten. Zijn security detail wist niks van zijn uitje. Alleen die ene man. Dat deed hij wel meer. Hij was al eens in Ghent geweest – nothing like Baghdad, relax – dus kon hij zich deze frivoliteit permitteren.

In de rust, toen ik hem de promenade toonde, kwam die vraag over het businessmodel van voetbal. Ik antwoordde: “Pintjes verkopen inderdaad, beetje ticketing maar niet te veel want de stadions zitten vaker niet dan wel vol, klein beetje sponsoring en een heel klein beetje televisierechten. De rekeningen worden aangezuiverd met het surplus verwezenlijkt op de import-export van spelers.”

Hij lachte: “Human trafficking, mensenhandel dus. Dat hebben wij in de VS al lang achter ons. Er komt een dag dat jullie dat ook zullen verbieden.”

Aan dat gesprek moest ik denken bij het nieuws dat een Amerikaanse investeringsmaatschappij zich had ingekocht in KV Kortrijk. De Kaminski Group zou 15 miljoen euro hebben betaald, exclusief bonussen aan de vorige eigenaar van KVK, de Maleisiër Vincent Tan, die uitgekeken was op Kortrijk en omgekeerd.

Vijftien miljoen voor – excuus – KV fucking Kortrijk, wie haalt dat in godsnaam in zijn stomme kop? Alleen een Amerikaan blijkbaar en hij ziet het helemaal zitten. Zegt hij. Ik citeer uit de concurrentie: “We willen fans trots maken. Het is onze taak om het succes te bevorderen zodat de stad kan blijven bloeien.”

Cut the crap. Waar het Maciek Kaminski om te doen is, dat zal wel snel duidelijk worden, maar de fans en de stad zijn niet zijn eerste bekommernis, laat dat duidelijk zijn. Kaminski wil een voetbalnetwerk van clubs uitbouwen. Zo zou hij al hebben onderhandeld met Panetolikos uit Griekenland en ‘aan tafel hebben gezeten’ met Everton en Atlético Madrid, wat dat ook te betekenen heeft.

Zes Belgische clubs zijn eigendom van of hebben investeerders met Amerikaanse roots. Toeval of niet, het zijn niet bepaald de voetbalbastions van dit land, Standard misschien uitgezonderd. En uiteraard Club Brugge, maar daar gaat het over een echte minderheidsinvesteerder.

Beveren, RWDM, KV Oostende en KV Kortrijk zijn liftploegen, eeuwig op de wip tussen A en B. Wat komen ze hier dan zoeken, die Amerikanen? Winst maken met een voetbalclub is vanaf de tweede garnituur uiterst onzeker en hangt af van toeval, of van de verkoop van spelers. Kortrijk en al die andere Amerikaans-Belgische clubs zijn tiende garnituur. Ze zijn kansloos in het bredere verhaal van de economische mondialisering van het (Europese) voetbal, zelfs kruimels zijn hun niet gegund.

De sensatie van het onzekere, de volledig vrije markt van het voetbal, je kan niks anders verzinnen waarom Amerikanen ineens in Belgisch voetbal willen investeren. In de VS is alles streng gereglementeerd: inkomsten en talent worden op haast oud- communistische wijze verdeeld, salarissen en uitgaven worden beperkt. In Europa is niks gereglementeerd: het is hier het Wilde Westen maar dan in het oosten. Het is zelfs een beetje negentiende-eeuws zoals spelers als handelswaar aan de man worden gebracht.

In Europa wordt ook niks herverdeeld: de winnaar krijgt misschien niet alles, maar toch heel veel. En als er nu iets is wat Amerikanen bijzonder waarderen. In de Amerikaanse sport is de rijkste niet automatisch de beste, zelfs niet bijna de beste. Getuige de New York Knicks in de NBA: de grootste omzet (waarvan ze een deel afstaan) maar al vijftig jaar geen kampioen. In de Europese sport is het van money talks, bullshit walks; de rijkste is meestal de beste.

Maar dan nog, waarom België godbetert en niet pakweg Nederland? Dat heeft dan weer te maken met de bijzonder gunstige (para)fiscale voordelen en de afwezigheid van welke drempel ook om niet-EU-spelers te implementeren. In het Wilde Oosten is het Belgische voetbal Deadwood: geen regels.

Column Me, myself and zij over Kim Clijsters in De Morgen van maandag 12 juni 2023

Me, myself and zij

Ten behoeve van de trouwe lezers die maar een beetje geïnteresseerd zijn in sport en op dit stukje rekenen om mee te zijn met de belangrijkste bijzaak van het leven werden de vijf afleveringen van Kim Clijsters: come back home (KCCBH) gebingewatcht op VRT MAX.

Gesteld dat u na lezing dezer toch zou besluiten om het erop te wagen, de laatste en de eerste aflevering zijn de beste. En dan misschien beginnen met de laatste, de vijfde, en daarna de eerste bekijken.

Jaja, ze hebben het echt wel geprobeerd om het spannend te houden, de makers van de docuserie, maar het is ze niet gelukt. KCCBH, het verhaal van een voorspelbare mislukking, is nooit spannend.

We krijgen wel een unieke inkijk in wat er in het hoofd van een topsporter omgaat. Het enthousiasme waarmee ze haar derde carrière begint, de tweede comeback al en die eerste was nog wel zo succesvol, de respons van het publiek, het werkt allemaal zo aanstekelijk. Je zou bijna gaan geloven dat het haar zou lukken, maar de beelden van een Clijsters totaal uit vorm zetten je meteen met beide voeten terug op de grond. Een blessure lijkt onvermijdelijk en die komt er al snel. Godbetert, van het padellen nog wel.

De wanhoop die er vanaf aflevering drie insluipt en die zich vanaf aflevering vier helemaal van haar meester maakt, het gevecht met negatieve gedachten, haar reactie op haar entourage bij slecht nieuws, het wordt allemaal onverbloemd in beeld gebracht.

Hulde dat ze dit allemaal heeft toegestaan, al kan het ook zijn dat dit de makkelijkste (lees: de goedkoopste) manier was om onder het contract met het productiehuis uit te komen. Dat zegt ze ook als ze nog maar eens heeft verloren in de eerste ronde, in 2021 op de US Open: “Ik bel en zeg dat ze met de docu stoppen, ik betaal alles terug.”

Om het een beetje te kaderen: dit had een Netflix-serie moeten worden, in meer dan vijf afleveringen. Een echte comeback (pakweg top honderd) had geholpen om het aan de streamingboer te slijten, maar van in het begin was dit een kansloze missie.

Eenieder met wat kennis van sport had zich vragen moeten stellen. Wat denken ze te bereiken? Wat kan een atlete die op haar dertigste al moest stoppen met blessures, en toen al niet te fit meer, zeven jaar later nog? Bovendien inmiddels met drie drukke schatten van kinderen, niet te vergeten die vijftien kilo overgewicht, en dat alles in een veel competitievere omgeving dan toen ze stopte.

“Ik kan die meisjes aan”, maakt ze zichzelf wijs. Begrijpelijk, maar de anderen rond haar weten beter. “Dit wordt lastig, randje onhaalbaar”, wordt in de serie vaak tussen de lijnen door meegegeven, door haar coach Carl Maes, door haar fysiektrainer Sam Verslegers, haar kine, sportdiëtiste, arts, maar ook door de commentatoren. “Ze is niet wedstrijdfit voor dit toernooi.”

Leeftijd heeft daar overigens niks mee te maken. Gisteren speelde Novak Djokovic de finale op Roland Garros. Hij is 36, een jaar jonger dan Clijsters bij haar tweede comeback. Hij won en is nu alleen recordhouder in aantal grandslamtitels. Hij rekt zijn houdbaarheidsdatum omdat hij altijd superfit is geweest en nog steeds is. Die graad van fitheid heeft Clijsters nooit bereikt, ook niet op haar top.

Komt daar nog eens bij: topsport is me, myself and I. Die I heeft Kim Clijsters III vervangen door zij: haar kinderen, haar gezin, haar huis, haar hond, haar familie… Het tennis deed ze er een beetje bij, als het paste met de rest. Heeft ze echt ooit gedacht dat het haar zou lukken om al die ballen in de lucht te houden?

Misschien van KCCBH toch vooral een leuk fragment onthouden. We schrijven voorjaar 2020. Wimbledon is zojuist geannuleerd vanwege covid. Clijsters heeft in Iedereen beroemd gezien hoe in Zevekote bij Gistel de 73-jarige Lionel in het grasveld in zijn tuin lijnen heeft getrokken en een net opgehangen. Zonde, geen Wimbledon, en dus heeft de brave man zijn eigen mini-Wimbledon opgetuigd.

Bij wijze van uitsmijter zegt hij: en als Clijsters een balletje wil komen slaan, is ze welkom. Het is niet bekend hoeveel gearrangeer eraan te pas is gekomen – tv is zelden spontaan – en pr-gewijs kwam het voor de docuserie goed uit, maar het blijft mooie tv als Clijsters 230 kilometer verwijderd van Opitter bij Lionel binnenstapt en vervolgens op een veredelde weide een partijtje tennis speelt.

Ook gearrangeerd natuurlijk wordt het 6-6 en Clijsters krijgt de kans om het uit te maken. Haar heerlijk droge reactie zegt veel over haarzelf en haar relativeringsvermogen: “Wow, een matchbal, hoelang is dat al niet geleden?”

Column Groot, Groter Grootst in De Morgen van zaterdag 10 juni 2023

Groot, groter, grootst

Boeiende sporttijden. Dat zijn het voorwaar en dan slaat dat boeiend niet op de Tour die eraan komt, niet op de finale van Roland Garros van morgen, zelfs niet op de wedstrijd van vanavond tussen Inter Milaan en Manchester City.

U zult vast wel ergens hebben gelezen dat de Champions League-finale een clash is tussen Romelu Lukaku en Kevin De Bruyne en tussen Simone Inzaghi en Pep Guardiola. Daar zullen de commentatoren u ongetwijfeld alles over vertellen, zoals ook over de looplijnen en heat maps van ‘Big Rom’ en ‘King Kev’ en hoe die verschillen van bij de Duivels.

Nog boeiender dan de looplijnen zijn de financiële lijntjes. Zo is Inter tegen City evengoed een clash tussen China en Abu Dhabi of zelfs een beetje China en Hongkong tegen China.

Het is Suning Holdings Group en LionRock Capital aan Milanese zijde tegen Abu Dhabi United Group, Silver Lake en CITIC Group aan Engelse zijde. Suning is een grote Chinese winkelketen en e-commercebedrijf. LionRock Capital is een privaat investeringsfonds uit Hongkong. Allebei uiterst actief met goedkeuring van de Chinese staat. FC Internazionale is dus een Chinese club.

Silver Lake, dat 18 procent van de aandelen van City Football Group (CFG) bezit, is ook een privaat investeringsfonds, Amerikaans en opgericht tijdens de technologieboom. CITIC group, ooit voor 13 procent eigenaar van de CFG maar nu nog slechts voor 1 procent, is dan weer de Chinese staatsinvesteringsmaatschappij. Manchester City is bijgevolg een club uit de Emiraten, met een Amerikaans- Chinees randje.

In de nog te schrijven geopolitieke geschiedenis van de wereldsport zal het tweede en derde decen- nium van de 21ste eeuw worden gedefinieerd als de derde grote commercialiserings- en mondialiseringsgolf in de sport. De eerste was in de jaren tachtig met de opkomst van de sponsoring. De tweede was in de jaren negentig met de opkomst van commerciële tv en de daarmee gepaard gaande boom in televisie- contracten.

De derde is begonnen de dag dat een schatrijke Rus zich in 2003 een club kocht in Londen. Hij werd gevolgd door een nog rijkere Amerikaan in Manchester in 2005, en andere Russen en Amerikanen volgden. De Russen zijn inmiddels weer weg.

Het hek ging van de dam toen ze in het Midden- Oosten vonden dat ze ook een rol hadden te spelen in de amusementsindustrie voetbal. Abu Dhabi was eerst, met het kleine Manchester City, in 2008 overgenomen van een corrupte Thai. Klein werd groot en groter en grootst. Dat wekte jaloersheid op in de Golfregio. De Qatarese overheid kocht in 2011 een andere relatief kleine club, in de grootstad Parijs, omdat geen club in Engeland meer beschikbaar was, en kocht zich meteen ook in bij de UEFA via televisierechten voor het Europese voetbal.

Dé dijkbreuk was de intrede van de grootste politieke macht van het Midden-Oosten in het wereldvoetbal. In oktober van 2021 belandde het zieltogende Newcastle in het karretje van het Private Investment Fund (PIF) van Saudi-Arabië. Vorige maand verzekerde dat Newcastle zich van deelname aan de Cham- pions League.

Saudi-Arabië zal de wereldsport de komende decennia bepalen. De middelen zijn onmetelijk, de ambitie is dat evenzeer. Eerder deze week raakte bekend dat Karim Benzema voor 200 miljoen euro per jaar bij Al-Ittihad gaat voetballen. De Saudische overheid meldde in een moeite dat de vier topclubs Al-Ittihad, Al-Ahli, Al-Nassr en Al-Hilal een andere structuur krijgen. Ze komen voor 75 procent in handen van het PIF, zeg maar de nationale schatkist van Saudi-Arabië.

Lionel Messi kiest – ook om economische en sportief geopolitieke redenen – voor de VS, maar hij blijft er ambassadeur. Topsport wordt het economische speerpunt van Saudi-Arabië. Niet alleen voetbal. Een andere revolutie voltrok zich deze week. Twee jaar geleden lokte Saudi-Arabië al eens de helft van de top van het internationale golfcircuit voor een veelvoud van het prijzengeld dat ze tot dan bij de PGA Tour konden verdienen.

Een afscheurcompetitie was tot voor kort zelden een goed idee en de LIV Golf Tour was misschien geen instant succes, maar de bedreiging van nog meer geld en nog meer toppers die de overstap zouden wagen, zorgde voor een ongezien precedent. Dinsdag werd aangekondigd dat de PGA Tour, DP World Tour en LIV gaan fuseren in een nieuwe, collectieve entiteit met winstoogmerk.

De CEO van de PGA Tour gaat de zaak leiden, maar de voorzitter wordt een Saudiër. Het geld komt – één keer raden – van het Saudische PIF. Een voorspelling: het is een kwestie van jaren voor de Saudi’s (en de rest van de Golfregio) ook het voetbal en alle andere mondiale sporten overnemen.

Column Antwerps sprookjesboek in De Morgen van maandag 5 juni 2023

Antwerps sprookjesboek

Eerst was Antwerp veertig minuten kampioen, daarna Genk in de rust, waarop Union in de tweede helft mocht dromen, waarna weer Genk de titel haast niet meer kon mislopen, een minuut of vijf, en ten slotte is het Antwerp dat met de titel gaat lopen.

Genk kampioen was een sprookje geweest omdat het uit een nagenoeg kansloze positie was teruggekeerd, weliswaar nadat het eerst een vrijwel zekere titel had weggeven omdat het wilde cashen met zijn topscorer. Wel besteed.

Union kampioen was ook een sprookje geweest, alleen omwille van de charme van de thuisploeg, die bijna honderd jaar na de laatste titel nog eens aan het feest zou zijn. Maar Union is in handen van een Engelse pokerspeler, liever niet.

Antwerp kampioen is een heel sprookjesboek. Oké, de titel is in extremis (vier minuten in blessuretijd) uit de krochten van het Genkse stadion weggesleept. Het voetbal was ook weer niet bijster inspirerend. Maar die ene streep van Toby Alderweireld, Antwerpenaar boven alle Antwerpenaren, maakte veel goed. De 2-2 die de titel opleverde was van een zeldzame schoonheid. Antwerp is verdiend kampioen.

Voor wie niet genoeg krijgt van voetbal, dit stukje is een aanrader. Voor wie het voetbal de strot inmiddels uitkomt, idem. Voor een gebalde stand van zaken nemen we u live mee naar gisterenavond.

Dit is de setting. De gordijnen zijn dicht, het licht is aan. Naast de laptop staan een tv en een iPad. De tv staat op Racing Genk- Antwerp FC, de iPad op Union tegen Club Brugge. De iPad op stil, de tv op luid. Op de iPad wordt het best gevoetbald of worden de meeste kansen gecreëerd, wat niet altijd samengaat maar voor de gelegenheid wel.

Op de tv wordt niet gevoetbald maar gestreden, gevochten voor elke morzel grond van de Cegeka Arena. Antwerp wil de Limburgers overpoweren en dat lukt. De Argentijn Avila is een eenmansguerrillaleger. Ze zijn daar al twee keer komen winnen dit seizoen en hebben drie van de vier onderlinge confrontaties gewonnen.

Toch zal het Genk zijn dat met een voorsprong gaat rusten. Dat is ook het moment dat de eerste zinnen van dit stukje worden getikt.

Genk deed het in de eerste helft op zijn Antwerps: hyperefficiënt. Eén bal tussen de palen, één kans, één doelpunt. Tolu Arokodare, kende u hem? Neen, u had tot gisteren niks gemist. Tot een minuut voor het einde van de eerste helft had hij zowat niets goed gedaan. Ook in die fase van het doelpunt verloor hij eerst de bal, maar had de gelukkige ingeving om te blijven doorjagen, waardoor de bal
via hem, dan El Khannouss en uiteindelijk bij Heynen terechtkwam. Die speelde vervolgens naar Paintsil, die doortikte naar de diep gelopen El Khannouss, die een Genkenaar vond ter hoogte van het penaltypunt.

Die Genkenaar zowaar was die Arokodare, die al een tweede goede ingeving had toen hij besloot toch maar eens door te lopen naar de vijandige zestien. Hoe die hem in het kruis nagelde, behoorlijk indrukwekkend. Het zijn in de winter aangespoelde Nigerianen die de mooiste goals maken in België. Door dat doelpunt, en omdat Antwerp echt niks meer klaar kreeg, zoals het hele laatste halfuur van de eerste helft, ging Genk rusten met de gedachte: wij staan op één, wij worden kampioen, nu niet te gek doen.

Vreemd genoeg ging Genk rusten als kampioen en kwam terug op het veld als vicekampioen, want inmiddels had Union bij het begin van de tweede helft heel snel gescoord. Antwerp zakte nu nog wat dieper weg: van één naar drie en de verplichting twee keer te scoren als het daar iets wilde aan veranderen. En toen gebeurde wat van deze competitie de spannendste in jaren maakte: Antwerp scoorde een floddergoal. Het is te zeggen, de goal was flodder, wat daaraan voorafging niet.

Union was nog iets steviger kampioen, maar Antwerp en Genk wisten nu wat hen te doen stond: allebei moesten ze winnen. Veel beter werd het voetbal er niet op, maar toen kwam Genk met nog een kwartier te gaan op 2-1. Dat veranderde niks voor de twee ploegen, maar honderd kilometer verder in het Dudenpark zat Union plots weer wat steviger op één.

En dan in minuut 89 scoort Homma voor Club de 1-1 bij Union. Gevolg: Genk weer kampioen en Antwerp had maar één doelpuntje nodig om toch kampioen te worden. Nog twee minuten later, begin blessuretijd in Brussel: Club scoort op counter. Union doet niet meer mee.

In het begin van dit stukje staat hoe het afloopt, maar de clou van het hele verhaal willen we u toch niet onthouden: Club Brugge, dat Antwerp liever geen kampioen zag worden en kon leven met Genk, heeft uiteindelijk de gehate tegenstander mee aan de titel geholpen.

Column brief aan Gert Vande Broek in De Morgen van zaterdag 3 juni 2023

Dag Gert,

Jouw meester Walter Damen heeft deze week in zijn pleidooi ter jouw verdediging uit een van mijn columns geciteerd. Ik heb die geschreven enkele dagen na de uitzending van De prijs van de winnaar, waarin jij door (ex-)speelsters van jouw nationale ploeg zowat met de grond werd gelijkgemaakt.

Ik zou die nu anders opschrijven, hoewel ik nog steeds een serie getuigenissen zonder weerwoord niet de juiste journalistieke formule vind. Net als voor de speelsters, en voor jou (jawel), heb ik ook voor de programmamaker evenwel het grootste respect omwille van prestaties uit het verleden.

Nadien heb ik eerder toevallig een aantal mensen ontmoet, uit het volleybal en alumni van de KU Leuven, die mij in alle rust en sereniteit overtuigden dat er met jou echt wel iets aan de hand was dat in de buurt zou kunnen komen van een persoonlijkheidsstoornis. Dat jij enerzijds tegen de vrouwen (en ook studenten en collega’s) die hun lot in jouw handen hadden gelegd onwaarschijnlijk gemeen kon zijn, niet één keer maar structureel, en tegelijk haast poeslief tegen de buitenwereld.

Of zoals jouw ooit heldin Frauke Dirickx in haar getuigenis zei: dat je een Jeckyll and Hyde was. Op 12 april van vorig jaar om 20 uur heeft zij, jouw beste spelverdeelster ooit en jouw verlengstuk op het veld, haar verhaal gedaan bij de bondsprocureurs. Ze sprak over de slechtste periode uit haar leven, door jouw toedoen. Die avond ben jij van je voetstuk gedonderd.

Ik moet mij derhalve excuseren bij de speelsters voor de paragrafen in die eerste column over de timing van de klachten, jaren na de feiten. Als seksueel grensoverschrijdend gedrag jaren kan worden verdrongen, zal dit met verbaal overschrijdend gedrag en machtsmisbruik ook het geval zijn, helemaal als daar nog eens manipulatie bovenop komt.

Ik wil ook mijn woorden terugnemen dat mannen dit nooit hadden gepikt van hun coach en sneller hadden gereageerd. Dat doet er niet toe. Er zijn mannen die het niet hebben gepikt van jou, maar dat waren dan vaders van speelsters. Ik zweer het je, had je mijn dochter zo vernederd, ik had je een pak rammel verkocht.

Dat zijn zware woorden, maar wat kan je anders na al die elkaar bevestigende getuigenissen te hebben gehoord en gelezen? Hier is onmiskenbaar sprake van verregaand verbaal overschrijdend gedrag, machtsmisbruik en manipulatie. Wat het nog een beetje erger maakt, is de volledige afwezigheid van ook maar enig schuldbesef. “Als ik fouten heb gemaakt, wil ik mij daarvoor excuseren”, staat nu ergens. Dat is too little too late. En nog begreep ik dat de tegenpartij niet uit is op jouw val, wel op een mea culpa.

Een voorbeeld? Als de coach aankaart bij zijn atleten (v/m) dat te veel kilo’s een probleem zijn heeft dat niks te maken met bodyshaming maar met de bescherming van de gezondheid van iemand die honderden keren per training moet springen met die vijf kilo surplus. Alleen zou een professor sportcoaching moeten weten dat “jullie zijn een bende vette koeien die staan te grazen op de wei” niet de meest motiverende manier is om tot een juist competitiegewicht te komen. “Dikke wijven, vette wijven of vadsige wijven” is dat evenmin. Het is fout.

Je herinnert je vast nog wel dat ik in onvermoede tijden in een andere column een beetje heb gelachen met jouw coaching- adviseurschap voor Vincent Kompany. Ik schreef dat als Kompany een staaltje volleybalcoaching bij vrouwen wilde zien, hij op YouTube moest zoeken naar Nikolai Karpol, USSR. Jij reageerde verontwaardigd.

Karpol – bijnaam ‘Brullende Beer’ – vernederde zijn speelsters tot op het bot, live op tv tot in de olympische finale toe. Jij niet. Je was weleens direct in cruciale time-outs; “speel nu godverdomme de bal die je moet spelen” is evenwel geen toxische coaching. In de beslotenheid van de kleedkamer, het een-op-eengesprek was je wel degelijk een Karpol.

Hoe het nu verder moet? Verdien jij straf? Hoever moet die gaan: een terechtwijzing, een schorsing? Weet wel, beste Gert, dat als alles wat jij ooit hebt opgebouwd nu dreigt verloren te gaan dat jouw en alleen jouw schuld zal zijn. Je vakmanschap, het vat aan volleybaltalent, je reputatie als volleybalcoach, als professor coaching, de vriendschappen, je netwerk, het staat allemaal op de helling.

Ik weet wat ik kan verwachten. Rancune hoort bij jou, niet bij mij. Ik vind het jammer dat het zo is gegaan. Ik bleef ondanks alles tijdens het vorige WK fan van je ploeg en dus ook van jou. Voor deze Yellow Tigers en het vrouwenvolleybal zou het goed zijn als je dit aanstaande EK nog haalt. Zegt men. Of je dat verdient, dat weet ik even niet.

Column Spannende Sport in De Morgen van dinsdag 30 mei 2023

Spannende sport

De aantrekkingskracht van sport als amusement is tweeledig. Voor de fans is dat in de eerste plaats de connectie met de sporter, of met het team. De fan is een supporter, hij/zij ondersteunt de sporter of het team in gedachten, gedragingen en gebeden. Het fandom – niet zelden met de nadruk op het tweede deel van die samenstelling – kent hoogtes en laagtes en die zijn onlosmakelijk verbonden met de prestaties.

Een fan wil niet liever dat zijn/haar held of verzameling helden de tegenstand verplettert, opeet, vernedert. Totale dominantie van de ander geeft de grootste voldoening. Ik was Merckxist, dus ervaringsdeskundige. Soms levert dat ook mooie sport op voor de neutrale toeschouwer, die daarbij begrijpelijk het grotere plaatje uit het oog verliest.

Wie naar de masterclass van Manchester City tegen Real Madrid zat te kijken met een wrange bijsmaak dat deze club Europees al lang kaltgestellt had moeten zijn, boet in aan plezier. Dat gold ook lang voor de wielerfan toen die naar absolute topsport keek maar niet zeker wist wie, wat, wanneer had gepakt. Cognitieve dissonantie is het lot van de sportzeloot.

De echte sportfan kickt dan weer op spanning, drama, omwentelingen. Op scenario’s die niemand had kunnen voorzien. Neem nu de Giro. Geraint Thomas leek toch redelijk stevig in het roze. En Primoz Roglic in een klimtijdrit met een eerste deel vlak, dat deed denken aan diens afgang in een gelijkaardige wedstrijd op La Planche des Belles Filles in 2020. Toch?

Roglic keerde zaterdag de rollen om. Zoals Pogacar hem ooit opat op een steile helling, at hij nu Geraint Thomas op. Dat was mooie tv, met een mooie winnaar en even mooie verliezer, die ootmoedig toegaf dat Roglic hem naar huis had gereden en dus de terechte winnaar was.

Ook spannend was het in Dortmund en in Keulen, dus in de Bundesliga. Daar stonden de geel-zwarten met nog één speeldag te gaan op voordeel tegen de ploeg die de vorige tien jaar kampioen was geworden, Bayern, dat tegen Keulen moest. Gewoon doen wat ze al zo vaak hadden gedaan, voor die immense gele tribune, meer hoefde echt niet.

Meer dat deden ze niet, wel minder. Ze kwamen 0-2 achter, vochten zich naar 1-2, hadden kansen bij de vleet op 2-2, waren eerst hun titel kwijt toen Bayern op voorsprong was gekomen, pakten die terug nadat Keulen had gelijkgemaakt, maar gingen finaal toch de boot in omdat Jamal Musiala er in minuut 89 in Keulen namens Bayern nog eentje bijprikte: 1-2, in minuut 89 nog wel.

Hoeveel pijn kan je als fan ervaren, hoe erg kan je lijden? Bayern werd kampioen op doelsaldo.

Eergisteren was het ook spannend in Antwerpen, op de Bosuil meer in het bijzonder. Met dank aan de thuisploeg. Een weeral eens cynisch en nu ook bang Antwerp vergat Union af te maken. Als je rechtstreekse tegenstander voor de titel 1-0 in het krijt staat, met tien valt, zodoende tussen de tien en vijftien procent van zijn loopvermogen verliest, nota bene een tegenstander is die het moet hebben van energie, dan hoor je voor de kill te gaan, dan speel je niet op safe.

Maar goed, dit was de voorlaatste speeldag en er komt nog een laatste. Van Bommel en co hebben het in eigen handen en moeten nu maar eens tonen dat ze ook een resultaat kunnen gaan halen. Sowieso moet het geleden zijn van de titel van Anderlecht, ten onrechte behaald ten koste van Waregem tien jaar geleden, dat pas op de laatste speeldag de kampioen bekend was.

Spanning is niet iets waar de competitiebazen van de klassieke Europese sporten wakker van liggen en al helemaal niet iets waar ze in hun reglementeringen aan tegemoetkomen. Dat ligt anders in de VS waar pariteit, onzekerheid van het resultaat en dus spanning het hoogste goed is.

Momenteel zijn in de VS de play-offs van de NBA aan de gang. Meer in het bijzonder de Conference Finals. Die van het westen zijn al een tijdje beslecht. De Denver Nuggets haalden het daar in een sweep (dominantie wordt ook in de VS soms bejubeld) met 4-0 van de Los Angeles Lakers.

Helemaal anders gaat het eraan toe in het oosten. Daar waren de laatste twee ploegen in koers de Boston Celtics (verliezend finalist van vorig jaar) en de verrassende Miami Heat, met zeven spelers die nooit werden gedraft. De Heat waren op 3-0 gekomen in een best of seven. Nog nooit was een team erin geslaagd om een 3-0 uit te wissen, maar de Celtics leken op weg naar het onmogelijke, nadat ze zaterdag de stand op 3-3 hadden gebracht. Afgelopen nacht werd Game 7 gespeeld. Wakker blijven is er niet meer bij, maar bij een vroegochtendlijke plaspauze zal de iPhone naar NBA.com surfen.

Column Antwerp City in De Morgen van zaterdag 27 mei 2023

Antwerp City

Een sterke Antwerpse eersteklasser is een zegen voor het Belgisch voetbal. De nogal steile opgang van Royal Antwerp Football Club naar de kop van de eerste klasse werpt dan weer meer dan een paar vragen op.

Als Antwerp nu al (zondag of volgende week) kampioen wordt, is dat het rechtstreekse gevolg van Covid-19 en de tijdelijke stopzetting van de ‘financial fair play’, waardoor Paul Gheysens zijn ploeg ongestraft financieel kon doperen.

Antwerp FC is bijgevolg het Manchester City van België, weliswaar zonder die klachten, maar dat had gekund als ze in België even streng waren geweest in hun financieel toezicht als in Engeland, quod non. Antwerp is een koopclub die het succes – eerste of tweede en de bekerwinst – heeft gefinancierd met de ene na de andere kapitaalsverhoging.

Met als gevolg het ene na het andere operationeel verlies, voorlopig begroot op een goeie 40 miljoen voor het aan gang zijnde jaar, waardoor nog eens 47,5 miljoen euro kapitaalsverhoging in de club wordt gepompt volgende maand. Totaal sinds 2016: 126,7 miljoen, waarvan we weten. Evenveel ongeveer als het geleden verlies over diezelfde jaren.

2016 is geen toevallige datum. Het is het jaar dat AA Gent in de Champions League de tweede ronde haalde. Dat gebeurde in de in 2013 opgeleverde Ghelamco Arena, waarvan de eerste drie letters verwijzen naar bouwheer Gheysens. In het kampioenenjaar en het daaropvolgend succesvol Champions League-jaar van AA Gent werd Paul Gheysens verliefd op het marketingvehikel voetbal, maar vooral op het neveneffect van die sport: ego-versneller voor megalomane voorzitters.

Gheysens zag zichzelf als een van de architecten van dat Gents succes en daar had hij gelijk in, met de nadruk op ‘een van’. Toen hij dat als hefboom wilde gebruiken om er de nieuwe sterke man te worden, hield de zittende macht Gheysens af. Daarop ging hij op zoek naar een andere club, waarmee hij zou bewijzen dat hij in Gent ten onrechte werd buiten gewerkt. Nadat in 2017 zijn bod op Anderlecht was afgewezen, werd die club definitief Antwerp.

De enige overeenkomst tussen de titel van Gent en de eventuele titel van Antwerp is dus de naam Gheysens, als bouwheer van het Gentse stadion enerzijds en als sterke man van Antwerp anderzijds. Verder hebben de twee succesverhalen niks met elkaar te maken. Gent investeerde in de zomer van 2014 twee keer anderhalf miljoen voor David Pollet en voor Sven Kums en verder peanuts voor wat supporting cast.

Antwerp kocht de voorbije twee seizoenen voor 54,7 miljoen euro aan spelers en huurde er nog een stel op de koop toe. Uiteraard maakte het daarbij jaar na jaar verlies, maar omdat de topclubs van de financial fair play afwilden tijdens de Covid-19-pandemie, kon Gheysens zich dat permitteren.

Vandaag is de zogeheten ‘financial sustainability’ in de plaats gekomen, maar die beperking van de salarismassa gaat pas echt in 2027 in. Van dat vacuüm sinds 2020 heeft niet alleen Gheysens geprofiteerd om zijn club euro-epo toe te dienen. Ook Marc Coucke deed dat met Anderlecht en injecteerde samen met anderen de voorbije vier seizoenen al bijna 80 miljoen euro. Met minder succes, zoals bekend, omwille van de vele lijken die uit de kast vielen.

Onwettig was dat niet, maar met financiële doping is het zoals met de echte doping. Als die werkt, moet het hele peloton aan de doping. Vandaar de roep om investeringen, die het luidst klinkt uit de Gentse hoek. Vreemd dat uitgerekend in Gent het gezond financieel beheer van de voorbije jaren gebaseerd op eigen middelen nu in vraag wordt gesteld.

In een normale economie dienen investeringen om op termijn via een businessplan winst te maken. Investeringen in het voetbal dienen om het ego te plezieren en/of bodemloze putten te vullen. Winst maken is er nooit bij geweest in het Belgisch voetbal, enkele schaarse uitzonderingen niet te na gesproken.

De Belgische eerste klasse is een competitie met drie snelheden.

Behalve Charleroi, Gent en KV Kortrijk hebben alle clubs nu ‘investeerders’ – lees sugardaddy’s -, de ene al met diepere zakken dan de andere. Genk heeft die ook niet, maar is een apart verhaal. Zij waren de gedoodverfde kampioen tot ze als goede huisvader in januari hun topschutter moesten verkopen. Dat heet zorgvuldig beheer. Bij Antwerp was Onuachu nooit vertrokken, daar had sugardaddy Gheysens het verschil bijgepast.

Overigens is Genk ook geen heilige club. Zij waren/zijn zogezegd een vzw (gelieve niet te lachen). Een vereniging zonder winstoogmerk die leeft van de handel in voetballers, maar zich niet onderworpen acht aan de bedrijfsbelasting, alles kan en alles mag in het Belgisch voetbal.

Column over Jim Brown in De Morgen van maandag 22 juni 2023

Jim Brown. De man die zijn sport oversteeg

“Ik heb ook mannen geslagen.”

Dat antwoordde Jim Brown aan een journalist die hem vroeg wat hij ervan vond dat hij ooit een paar keer was opgepakt na vrouwen te hebben geslagen. Ik begin dit stukje opzettelijk met wat ze dit weekend in de Amerikaanse kranten zijn zwakke punten hebben genoemd. Jawel, Brown stond bekend als de eerste angry black man in de sport en die boosheid trok hij weleens door in de maatschappij, of achter zijn eigen voordeuren.

Brown, die dit weekend overleed, was a man in full, met zwakheden, met sterktes, maar vooral met meer persoonlijkheid dan velen lief was. En als The New York Times, de bijbel van de überwokeness, hem mag bejubelen, dan kunt u dit stukje er ook voor lief bij nemen.

Brown speelde American football, was meermaals MVP en miste negen jaar lang geen enkele wedstrijd. In één verkiezing van de beste speler van de twintigste eeuw eindigde hij eerste, in een andere verkiezing tweede, na de quarterback Jerry Rice.

Brown was de eerste zwarte überman die zijn sport oversteeg, meer dan honkbalspeler Jackie Robinson, die zijn bekendheid beantwoordde met timiditeit. Geen enkele footballspeler zou na Brown nog die uitstraling kennen, wel een basketbalspeler. Brown was de wegberijder voor Michael Jordan twintig jaar later.

Timiditeit was aan hem niet besteed. Tegenover zijn bekendheid zette hij gulzigheid. Corporate USA hield van hem, heel Amerika hield van hem en zelfs zij die niet van hem hielden konden zijn onverzettelijkheid op cruciale momenten wel waarderen.

Op de top van zijn footballcarrière ging hij in op een aanbieding voor een bijrol in een film, Rio Conchos uit 1964, en dat zou het einde van zijn sportieve loopbaan betekenen. In de zomer van 1966 filmde hij in Engeland The Dirty Dozen, een oorlogsfilm van Robert Aldrich met onder meer Lee Marvin, Charles Bronson, Telly Savalas, John Cassavetes en Robert Ryan.

Het draaien van die film liep een beetje uit door het slechte weer en Brown liet zijn team Cleveland Browns weten dat hij wellicht iets later zou aansluiten bij het eerste trainingskamp. Waarop de eigenaar reageerde met: “Voor elke dag afwezigheid, verwacht maar een boete.”

Brown, in alle statistieken van de NFL bij de besten, op de top van zijn kunnen en algemeen beschouwd als de beste speler ooit, schreef toen maar een brief naar de eigenaar met de melding dat hij per direct stopte met football. Op 14 juli riep hij de pers bij elkaar in Londen op de filmset. “I quit, door oorzaken buiten mijzelf.” Een week later gaf hij een interview aan Sports Illustrated waarin het ging over respect voor zwarte atleten en zwarten in het algemeen.

Brown was definitief een nieuwe richting ingeslagen, die van activist. Hij richtte de Negro Industrial and Economic Union op, een investeringsvehikel voor minderheden die een business wilden beginnen. In zijn kantoren ging op 4 juni 1967 de Cleveland Summit door, ook bekend als de Ali Summit, de eerste openlijke uiting van zwarte atleten die hun ondergeschikte rol niet langer pikten.

De aanleiding was bokser Muhammad Ali, die zijn zwaargewichttitel kwijtspeelde omdat hij dienst weigerde. Daaraan hebben ze niks kunnen veranderen, maar de plejade aan vedetten die daar present gaf heeft de Amerikaanse sport voorgoed veranderd. Van de grote vier die daar aan tafel zaten (Jim Brown, NBA-ster Bill Russel, Muhammad Ali en basketballer-student Lew Alcindor) is nu alleen die laatste nog in leven.

Alcindor zou een jaar later, na de moord op Martin Luther King, weigeren om deel uit te maken van de door blanken gedomineerde Amerikaanse olympische selectie en in 1971 zou hij moslim worden en zijn naam veranderen in Kareem Abdul-Jabbar. Het zou decennia duren vooraleer hij weer mainstream werd in de VS.

Brown niet, die bleef ondanks zijn openlijk activisme zeer gevraagd. In 1969 zou hij in een film (110 Rifles) de eerste seksscène spelen tussen een zwarte acteur en een blanke actrice (Raquel Welch). Die heeft weinig om het lijf maar wie de scène wil zien, één adres: Tnaflix.com, na twee expliciete pornofilmpjes, waarvoor excuus. In 1988 richtte Brown dan Amer-I-Can op, met leerprogramma’s voor kansarme jeugd die in risicovolle omgevingen opgroeit of in de bak belandt.

Wie maar niet genoeg krijgt van dit lesje sportsociologie en over die opmerkelijke zwarte sporticonen die hun wereld hebben veranderd nog veel meer wil te weten komen, op Netflix staat de uitstekende documentaire Bill Russell: Legend. Nog een tip: zoek op LeBron James en Jim Brown en kijk hoe de grote LBJ in de finales van 2015 de nog grotere Brown, ooit zijn posterheld, groet.

Column Covid in De Morgen van 20 mei 2023

Covid

Een toevallige ontmoeting tijdens deze paasvakantie, ergens waar de zon wel scheen. De man, ook een Belg, was al een paar keer gepasseerd, erg geïnteresseerd in onze gravelfietsen. Later die namiddag, na onze tocht, stopte hij voor een praatje. Een T-shirt van de Ironman van Lanzarote was de druppel geweest.

“Triatleet?”
“Meer deelnemer aan triatlons dan triatleet. Ooit. En ook niet Ironman Lanzarote, om eerlijk te zijn.”
“Ik heb ook triatlon gedaan. En ik reed elke week met de fiets. Gran fondos deed ik ook. Ik zat in verschillende teams.” “En nu niet meer?”

“Neen. Ik heb covid gekregen in 2021 en nu kan ik niks meer. Toen ik genezen was en voor het eerst ging lopen, voelde ik het meteen: dit klopt niet. Het is nooit meer gebeterd. Long covid, al van gehoord zeker? Ik heb al mijn fietsen moeten verkopen. Ik kan alleen nog elektrisch rijden en na twintig kilometer moet ik een kwartiertje rust nemen of ik geraak niet terug. Wandelen lukt nauwelijks, werken
al helemaal niet. Ik had een zware job en dat is geen optie meer. Ik ben net terug van drie weken onderzoeken in Gasthuisberg. Ze kunnen mij niet helpen. Je hebt pech gehad, zeggen ze.”

Wij van de sport hebben (bijna) allemaal ooit wel eens corona weggewuifd als een vallinkje, hooguit een griepje of iets wat – wel besteed – de zwakken en ongetrainden overkwam. Dat heeft niet lang geduurd. Al snel bleek dat het virus ook perfect gezonde, sportieve lui, zelfs echte atleten zwaar te pakken kreeg en lichamen van allerlei slag sloopte. Hart, hersenen, longen, andere organen, noem maar op, Covid-19 en aanverwante varianten hebben overal ravages aangericht.

Vorige zondag heeft zo’n perfect gezond, extreem getraind lichaam een tijdrit afgewerkt aan 200-220 hartslag en dat veertig minuten lang. In het ongewisse dat hij inmiddels een extreem gevaarlijk virus onder de leden had. Het was bijgevolg niet belachelijk van Soudal-QuickStep en het getuigde ook niet van overdreven voorzichtigheid om Remco Evenepoel uit de Giro te halen. Wie dat beweert, is van hetzelfde pad af als de wappies die de exit van Evenepoel nu wijten aan de vaccinaties.

Ze zijn zelfs niet voorzichtig genoeg geweest, niet het team, niet de dokter en niet de renner. Misschien hadden ze die covidtest
beter de ochtend van de tijdrit gedaan toen hij was opgestaan met een hoest, lichte verhoging en een verstopte neus. Dat werd niet gecommuniceerd, maar na de wedstrijd viel wel dat koortsblaasje op. En dat hij meer gesloopt leek dan na de eerste tijdrit, maar dat viel dan weer perfect te verklaren door de opeenvolging van inspanningen en de dubbele val een paar dagen eerder. Inmiddels weten we: er was meer aan de hand.

Correctie: er is meer aan de hand. Volgende week ondergaat de wereldkampioen een cardiologisch onderzoek. Ook dat is niet overdreven voorzichtig. Om te winnen – de aard van het beestje – heeft zijn motor zondag een bovenmaatse prestatie moeten leveren, en dat met een virus dat binnenin raasde. Als Evenepoel daar ongeschonden uitkomt, is hij afgelopen zondag nog maar eens uit een afgrond geklauterd.

Dat er vragen werden gesteld bij zijn plotse aftocht is van de gekke. Het zou inmiddels bekend moeten zijn dat wielrennen op topniveau een dermate zware aanslag is op hart- en bloedvaten dat alleen genetische freaks zich dat kunnen permitteren, dan wel op absolute voorwaarde dat niks misgaat.

Het zou ook bekend moeten zijn dat geen enkele sport zoveel hartdoden heeft moeten betreuren als het wielrennen. In 2003 publiceerde een topgezelschap cardiologen een studie bij 46 uithoudingsatleten met hartritmestoornissen. Het overgrote deel had problemen aan de rechterkamer. Achttien kregen te maken met een zware stoornis, negen daarvan met plotse hartdood. Alle negen doden waren wielrenners.

Het ging in deze studie om hartritmestoornissen, maar ook virale infecties zijn te mijden als de pest omdat die van een perfect gezond hart in geen tijd een ziek hart kunnen maken. Myocarditis, cardiomyopathie, ooit van gehoord? Lang werd aangenomen dat doping, en vooral dan epo, de oorzaak was van de hartdoden. Dat epo nog niet was uitgevonden toen de ene na de andere renner stierf was een bijkomstigheid waar gemakshalve aan voorbij werd gegaan.

Vandaag, met een betere preventieve testing, weten we beter. Bij de minste koorts en de minste virale infectie moet je absoluut vermijden om het hart te belasten. Anders gezegd: met covid (en uiteraard een mondmasker) kun je eventueel nog overwegen om wereldkampioen snooker te worden. Competitief met de fiets rijden is dan weer compleet uit de boze.

Column RWDM in De Morgen van maandag 15 mei 2023

RWDM

Racing White Daring Molenbeek. Den RWDM. Het Edmond Machtensstadion. En dat café in de buurt, waar je alle interviews deed, hoe heette dat nu weer? Google Maps geeft geen uitsluitsel.

In het eerste jaar dat ik een perskaart had als ‘niet-professioneel medewerker’ – manusje-van-alles op de redactie, een heerlijke tijd – was RWDM regerend landskampioen. Jan Boskamp was er toen heer en meester, maar daar durfde je niet naar te bellen. Pas veel later zou het tot de inmiddels professionele journalist doordringen dat Jan telefoneerde zoals hij voetbalde: eerst een schop en een beuk, dan een aai en een mooie quote.

RWDM, dat was ook het begin van de manager Michel Verschueren, later het trio Johan Vermeersch, wijlen collega Gino Gylain en René Vandereycken die zowaar Europees voetbal haalde en daardoor bij Vermeersch en Gylain een status van onsterfelijkheid bereikte. Evengoed was het even de thuis van voetballer en later trainer Paul Van Himst.

In die laatste hoedanigheid bezorgde hij mij ooit een primeur van formaat. Dat ging zo. Het was 1989 en hij was in zijn tweede jaar als technisch directeur van RWDM, de grote rivaal van zijn Anderlecht, waar hij op oudejaarsdag van 1985 als trainer was ontslagen. Nooit meer trainer, dacht Paul, en werd een soort sportief manager naar Engels model. Erwin Vandendaele was de veldtrainer en toen die naar Gent ging, nam Hugo Broos het over.

Mijn toenmalige chef bij deze krant, Marc Gijs, dacht dat er misschien nieuws te rapen viel en stuurde mij naar Paul Van Himst. RWDM was in degradatiegevaar en er waren nog maar een handvol wedstrijden te spelen. Paul kende ik vanuit de entourage van Eddy Merckx en we hielden ons praatje aan de rand van het oefenveld, leunend op de stalen omheining. Na wat heen en weer te hebben geluld gooide ik mijn visje uit: is dit nu wat je de rest van het leven gaat doen, wil jij echt dag na dag in een muf kantoortje zitten, of langs de rand van een voetbalveld, terwijl het buiten mooi weer is (de lente was toen wel al in het land) en je evengoed een fietstochtje zou kunnen maken met de Merckxboys?

Er viel een stilte. U moet weten, Paul Van Himst was altijd aimabel maar zelden openhartig. Behalve toen. “Neen, dit is het leven niet. Ik denk niet dat ik dit nog lang volhoud. Al die miserie altijd weer oplossen, dat afhankelijk zijn van spelers die goesting hebben of niet, pff. Ik heb al besloten dat ik ermee ga stoppen. En ge moogt da schrijven, ja.” Enkele weken later degradeerde RWDM.

RWDM was een club in constant verval, maar ook in voortdurende opbouw. Het beste bewijs is het stamnummer. Ooit was dat stamnummer 47, vandaag spelen ze na tal van faillissementen en herstarts met stamnummer 5.479, en zijn ze een voortzetting van Standaard Wetteren nadat ze eerder al een voortzetting zijn geweest van Strombeek en zelfs even met stamnummer 9.449 speelden.

Stamnummers zijn administratie en zeggen natuurlijk niet alles, maar het geeft wel aan dat de club geen stabiele basis meer heeft. Tussen het seizoen 1965-’66 en 1997-’98 speelde RWDM voortdurend in de eerste klasse, op twee seizoenen tweede klasse na, waaruit ze onmiddellijk weer promoveerden. Het laatste seizoen in eerste klasse was 2001-2002. Daarin werden ze tiende met Emilio Ferrera aan het roer als trainer, maar moesten toen net als Eendracht Aalst door licentieproblemen degraderen.

De harde voetbaleconomie had de bovenhand gekregen op het sportieve. Zaterdag heeft RWDM, inmiddels meer van vel veranderd dan een slang, de promotie afgedwongen. Dat gebeurde tegen de RSCA Futures, de jonge garde van het nog steeds gehate Anderlecht. Dat is symboliek die er geen is. De economie zal bepalen of RWDM een blijver wordt en die economie ziet er niet te best uit.

Jawel, Brussel is een hoofdstad en de meeste hoofdsteden hebben meerdere eersteklassers op hun grondgebied, maar wie Brussel (1,25 miljoen inwoners, drie eersteklassers) vergelijkt met Londen (9 miljoen inwoners, zeven Premier League-clubs) is van het padje af. Alle succes gewenst aan RWDM, en helemaal aan hun trainer Vincent Euvrard, maar drie eersteklassers in een steeds armer wordende grootstad als Brussel, dat lukt nooit.

Een tweede Brusselse club naast het niet kapot te krijgen Anderlecht (hoezeer ze daar ook hun best doen) heeft misschien
wel bestaansreden. Een fusie tussen Union en RWDM zou een oplossing zijn, ook voor het stadionprobleem want dan zou het oude Machtensstadion kunnen worden vernieuwd. Bonne chance. Of liever: good luck. Zowel Union als RWDM is in handen van buitenlanders, een Engelsman en een Amerikaan, en die hebben totaal geen interesse in een betere toekomst voor hun Brusselse filialen.