
Ik had met Sinner te doen
Tijd voor sport zoals op zondagen uit lang vervlogen tijden. Toen was het studeren met Roland Garros en een paar weken later Queens en Wimbledon op de stille achtergrond, al te vaak geen beste combo, afgelopen weekend was het languit op de sofa tennis kijken.
De finales van Roland Garros zijn dit weekend gewonnen door Coco Gauff bij de vrouwen en Carlos Alcaraz bij de mannen.
Aan de vrouwenfinale – zinderend volgens de VRT-nieuwslezers – was geen hol te beleven. Dat had deels te maken met de wind, maar voor het grootste deel toch met het zwakke presteren van Aryna Sabalenka. Zeventig unforced errors sloeg de Wit-Russische. Op 31 spelletjes. Sabalenka heeft naast één set voor zichzelf zo ongeveer een hele set voor haar tegenstandster gescoord.
Ze is inmiddels op Mykonos om met alcohol en gummibeertjes haar verdriet te verwerken. “Zij heeft niet gewonnen. Ik heb verloren”, had ze nog als commentaar voor ze vertrok uit Parijs. Leuk sfeertje daar onder die vrouwen.
Neen, dan de mannen. Daar corrigeerde in een cruciale fase in de vierde set Jannik Sinner een foutje van de lijnrechter: “Zijn bal was in, mevrouw de scheids, zijn service telt dus.” Collegiale klasse.
Ook bij de mannen lag de foutenlast een stuk hoger dan normaal. Winnaar Alcaraz sloeg 73 ongedwongen fouten, maar dan wel op vijf sets die vijf en een half uur duurden in 58 games en een supertiebreak. De foutenlast stond in rechtstreeks verband met het onwaarschijnlijk hoge niveau. Het was een weerspiegeling van het risico dat beide heren wel moesten nemen om de andere zoek te spelen.
Opvallend aan die finale was dat de winnaar meer (9) fouten sloeg dan de verliezer, maar ook meer (17) winners. Alcaraz scoorde één punt minder over de hele wedstrijd (192-193). Zo dicht lag het bij elkaar.
Episch is te licht uitgedrukt voor het schouwspel dat Sinner en Alcaraz opvoerden. Tempo, snelheid, kracht, zou er ooit harder, dieper, scherper en preciezer op een bal zijn geslagen dan eergisteren aan de Porte d’Auteuil?
Het aantal plottwists moet u zelf maar achterhalen. Op Sofascore kan u elk punt en elke statistiek terugvinden, maar de cruciale fase, de gamechanger, zat aan het einde van de vierde set. Sinner kreeg toen drie wedstrijdballen bij 5-3 op de service van Alcaraz. Die verknoeide hij en ook het uitserveren bij 5-4 lukte niet.
Wat is dat tennis toch een onwaarschijnlijke mindfuck van een spel. Helemaal alleen in gevecht met die rare ondergrond, die bal, dat racket, die aarzelende arm, die twijfel in het hoofd en als je dat allemaal eindelijk onder controle hebt, staat er aan de andere kant van het net iemand die je met plezier zou doodslaan met zijn racket.
Jammer van het eindresultaat. Ik was op de hand van Jannik Sinner. Dat was een gedurfde en erg eenzame stellingname, maar in de beslotenheid van de eigen woonkamer redelijk ongevaarlijk. Op Le court Philippe-Chatrier waren de Sinner-fans alvast in de absolute minderheid.
Die van Alcaraz bouwden het Parijse centercourt om tot een voetbalstadion. Hoewel, als tennishooliganisme begint en eindigt bij het juichen na een gemiste eerste opslag of een opzettelijk late yell, dan weet je dat er nog een verschil is.
In dat sfeertje – ‘Carlos, Carlos, Carlos’ – moest Sinner zien te overleven. Dat deed hij vier sets lang – in de vijfde keek hij voor het eerst naar zijn box – met een onverstoordheid die deed denken aan Ivan Lendl. Die was ook nooit publiekslieveling, wel die van mij.
Sinner was zondag het lelijke eendje dat toevallig in een poel was beland waar zelfs de kikkers hem niet willen. Met zijn rosse krullen, bleke sproeterige huid (hopelijk smeert hij goed) en zijn hoekige tred stak hij af tegen de smooth player en talker die Alcaraz uitstraalt. Mooie ogen, gaaf gezicht, licht getaand en alles aan dat lijf in proportie. Geen tattoos ook, goed zo.
Ik had met Sinner te doen, want waarlijk iedereen gunde het zo veel meer aan Alcaraz. Ook de verder uitstekende commentator van Eurosport – ik gok op oud-speelster Kristie Boogert – kon niet verbergen dat ze een boon had voor de Spanjaard.
De reden voor die vooringenomenheid is niet ver te zoeken: Sinner is vorig jaar in opspraak gekomen voor een positieve plas, waarvoor hij alsnog licht is gestraft. Onterecht, van doping was geen sprake, Sinner had vrijuit moeten gaan.
Sindsdien en voor de rest van zijn carrière levert hij niet alleen een gevecht tegen de bal, het racket, het net, het speloppervlak, de tegenstand en zijn twijfels, maar ook tegen de perceptie. Daarom alleen al: eeuwige sympathie.








