Column Vlaamse Kermis in De Morgen van maandag 9 oktober 2023

Vlaamse Kermis

Kijk eens aan, dat waren we uit het oog verloren. Dit weekend heeft het circus van modder, zweet, bier en braadworst weer zijn tenten opgeslagen in onze contreien. Meer in het bijzonder in Beringen op en rond de oude mijnsite, waar nog een berg kolenafval ligt die inmiddels is begroeid. Voor de jongere lezers, dat heette vroeger een terril.

Deze terril en omstreken hebben een aparte naam gekregen: be-MINE. Beetje ver van de bewoonde wereld, maar de plaatjes zijn zo mooi en je kan er op fietsen, dus dat komt op de to-dolijst. De be in be-MINE staat voor Beringen, een van die grote mijnsites die eind vorige eeuw de schachten sloten. Je hebt ook nog C-Mine, die ligt dan weer in Genk. Logischerwijs had die ge-Mine kunnen heten maar ze hebben de C van creativiteit genomen, maar nu dwalen we af.

De cross, het veldrijden, cyclocross volgens de wereldwielerbond UCI, is begonnen en dat zullen we geweten hebben. Sinds gisteren kunnen we elk weekend genieten (zonder sarcasme) van een tweetal uurtjes kunst- en vliegwerk op hele dure machines op plekken waar die machines beter zouden wegblijven. En ook sommige atleten, want de helft riskeert zijn leven.

Omdat deze rubriek in de eerste plaats een opvoedende én een gidstaak heeft, maken we u graag wegwijs in het cross-seizoen. Er zijn namelijk verschillende competities en hoe die door elkaar heen lopen, dat willen we u echt niet onthouden.

Zo is er bijvoorbeeld de Wereldbeker. Die begint volgend weekend in Waterloo en dat is niet de plek met die leeuw van Napoleon. Dit Waterloo ligt ergens in de VS. Vroeger hadden ze daar over de plas twee weekends cross, maar deze kalender toont er maar één.

Geen mens wil naar Waterloo, tenzij die paar beroepscrossers die hun zinnen hebben gezet op het eindklassement. Dat levert in de wereldbeker 30.000 euro voor de winnaar op bij de mannen en bij de vrouwen. Een manche winnen betekent 5.000 euro in de pocket. Met je hele hebben en houden naar de overkant trekken, lek rijden en geen geld, betekent flirten met het faillissement.

Dat was de Wereldbeker. Daarnaast heb je nog de Superprestige en die begint dan weer op 22 oktober in Overijse met de Druivencross. Acht manches, de eindwinnaar of -winnares krijgt 25.000 euro. Als u denkt dat het een soep is, wacht maar. Wat had u gedacht van ‘X2O badkamerstrofee’. Acht wedstrijden, 30.000 euro voor de eindwinnaar, man en vrouw.

Heel vreemd, drie competities door elkaar? Wacht. Er is nog zoiets als de Exact Cross(en), en daar valt deze van gisteren in Beringen onder. De winnaars in Beringen waren overigens Thibau Nys bij de mannen en Fem van Empel bij de vrouwen. De Exact Crossen is een serie van zeven crossen, maar zonder eindklassement, en dus ook geen prijs voor wie het beste scoort. Dus losse crossen?

Neen, want er zijn ook drie echt losse crossen: Gullegem, Otegem en Oostmalle. Daarnaast zijn er nog de kampioenschappen. Het begint over een paar weken met het Europees kampioenschap in Pontchâteau. Dan is er in januari uiteraard het Belgisch kampioenschap (in Meulebeke), drie weken later gevolgd door het Wereldkampioenschap in Tabor in Tsjechië.

Zowel het EK als het WK zijn te herleiden tot een Benelux-cup. Waar vroeger nog eens een verdwaalde Italiaan, Duitser of Zwitser een regenboogtrui wist te winnen, en recenter een Tsjech met Zdenek Stybar, is de top van de cross een Belgisch-Nederlandse aangelegenheid geworden.

Het drama van het hele verhaal, of de logica zo u wil, in deze rubriek meermaals voorspeld, is dat nu ook de beste Nederlandse en Belgische crossers meer verstek geven dan ze aanwezig zijn.

Cross is een Vlaamse kermis op twee wielen, maar heeft één groot voordeel: er zit een ijzersterk verdienmodel achter, weze het dan alleen maar in Vlaanderen en een klein beetje ook in Nederland.

Cross is mooi, boeiend en topsport als Mathieu van der Poel en Wout van Aert het onder elkaar uitvechten. Cross is al heel wat minder mooi als Eli Iserbyt op kop rijdt, met Lars van der Haar en Michael Vanthourenhout in zijn wiel. Een sport of een discipline die niet de beste atleten aan de start krijgt, heeft een probleem. Op termijn verliest die bestaansrecht en wenkt de marge.

De site van de UCI met de verschillende wielerdisciplines begint met road, de weg dus. Dan volgt de wielerbaan, daarna mountainbike en BMX. Het rariteitenkabinet begint met indoorcycling, trial, cyclocross en gravel. Die laatste discipline is nog de grootste bedreiging. Gravel zal nog eerder op het programma van de Olympische Spelen verschijnen dan cyclocross, dat zijn olympische ambities beter opbergt.

Column Gym-model-gym in De Morgen van zaterdag 7 oktober 2023

Gym-model-gym

De wereldkampioenschappen gymnastiek in Antwerpen zijn door een Belgische bril bekeken een sof geworden, voor de Gymfed, voor de atleten, voor de trainers, voor het Belgian Olympic Team, voor de organisatie en eenieder die op een Belgisch feestje had gehoopt.

Eerst was er het slechte nieuws dat Nina Derwael maar net op tijd klaar zou geraken en dus op dit WK niet onmiddellijk favoriet was op haar eigen gouden nummer. Vervolgens kwam enkele dagen voor het event de droge melding dat haar gehavende schouder nog eens uit de kom was geschoten en dat ze forfait moest geven.

Daar bovenop moest ook Lisa Vaelen afhaken met klierkoorts en dan waren er enkele andere kleine en minder kleine acrootjes en bobootjes die roet in het eten kwamen gooien voor de andere leden van de ploeg.

Resultaat: na olympische deelname in Rio 2016 en Tokio 2020/21 een zeventiende plaats op het WK en dus geen olympisch ticket voor Parijs 2024 voor de vrouwenploeg. En ook geen olympisch startbewijs voor de mannenploeg, maar dat was min of meer te verwachten, hoewel ze maar een half punt tekortkwamen.

In Rio in 2016 was de Belgische vrouwenploeg nog twaalfde geëindigd op twaalf, maar ze waren erbij en betaalden leergeld. Vijf jaar later in Tokio stonden ze na de kwalificaties vijfde en mochten ze naar de finale. Daarin eindigden ze achtste. Na afloop spraken de technisch verantwoordelijken in Tokio over de volgende Spelen. In Parijs, daar zou het team op de top van zijn/haar kunnen moeten zijn.

Niet dus. Voorlopig telt Belgian Olympic Team twee Belgische gymnasten, twee mannen nog wel. Luka Van den Keybus haalde een ticket op naam binnen voor de all-roundcompetitie volgend jaar in Parijs. Door de vijftiende plaats van het team is er nog een tweede quotaplaats voor België voorbehouden en die moet nog worden ingevuld.

Voor de vrouwen wordt het bang afwachten. In het meest gunstige scenario zou België nog twee gymnasten kunnen afvaardigen: Nina Derwael nominatief en nog een quotaplaats.

De vraag is of het meest gunstige scenario met de broodnodige topprestaties op wereldbekers en het EK er wel in zit. Een gerepareerde schouder waarvan de gewrichtsbanden een beetje zijn ingekort mag dan wel in theorie sterker zijn dan voorheen, zo’n blessure blijft nazinderen, niet het minst in het hoofd.

Nina Derwael weet ook als geen ander dat ze jarenlang heeft gespot met de heersende gymwetten en dat ze nooit tien jaar of langer aan de wereldtop zal staan zoals Simone Biles. Biles is 1m42, Derwael 1m70, slank maar toch een en al spieren. Het soortelijk gewicht van spieren, jawel, is zwaarder dan van vet. In theorie is Nina Derwael met haar 1m70 niet geschikt voor de artistieke gymnastiek, maar ze was als aanstormend talent zo begaafd dat de trainers haar toch in hun ploeg wilden. Terecht. En met groot succes.

De keerzijde is wel dat in haar favoriete nummer de torsie- en tractiekrachten op lijf, leden en vooral gewrichten het zwaarst zijn. Haar blessure mag niet verwonderen en was wellicht niet te vermijden.

De kans is reëel dat Derwael begin januari weer rond, over en onder haar brug met ongelijke leggers door het zwerk zweeft. De kans is al minder groot dat ze tegen Parijs 2024 weer de libel is die ze ooit was. Dan nog blijft ze Belgiës mooiste (in de betekenis van grootste) olympisch goud ooit. Haalt ze Parijs en turnt ze daar het toernooi van haar leven, dan zullen woorden tekortschieten om deze letterlijke en figuurlijke grande dame van het gymnastiek te bewieroken.

Er is ook geen reden om het gymmodel in vraag te stellen. Neen, het was niet altijd model-gym. Er zijn fouten gemaakt, en die zijn met flinke tegenzin toegegeven, maar het gymfabriekje aan de Blaarmeersen heeft onmiskenbaar talent voortgebracht en heeft een topsportcultuur neergezet waar verder op gebouwd kan worden.

Vandaag loopt het gymmodel tegen zijn beperkingen aan en die zijn inherent aan een te kleine talentvijver, met precies genoeg toppers die een voor een op het slechtst denkbare moment uitvallen. De olympische cyclus van Rio was er een van leergeld betalen, die van Tokio verliep goeddeels in chaos maar eindigde toch in een triomf, de cyclus van Parijs viel door pech in het water.

Het Vlaamse gymmodel met zijn goede en slechte kanten heeft gewerkt, en als die Franse toptrainers Kiefer/Heuls willen en kunnen blijven, laat hen dan blijven. Gym is niet de enige sport die in dit land een terugval kent. Geen reden om alles wat ooit heeft gewerkt meteen in vraag te stellen, want dan ben je nog verder van huis. Op naar Los Angeles 2028.

Column Hyperkapitalisme in De Morgen van maandag 2 oktober 2023

Hyperkapitalisme

‘We hebben met Pacific Media Group succesvol geïnvesteerd in verschillende Europese voetbalclubs sinds 2016, waaronder OGC Nice (Frankrijk), Barnsley FC (Engeland), Thun (Zwitserland), Esbjerg (Denemarken), KV Oostende (België) en AS Nancy Lorraine (Frankrijk).”

Zo staat het nog ergens op LinkedIn bij New City Capital, een consortium waaronder Pacific Media Group ressorteert.

Helemaal up to date is de info niet, want ook FC Den Bosch zit in de portfolio en in april van dit jaar werd in Polen GKS Tychy toegevoegd. Nice is dan weer verkocht. Voor honderd miljoen euro nog wel aan Jim Ratcliffe van Ineos. Dat was een klapper, want PMG kreeg vijf keer wat het destijds had betaald en daar was het de investeerders ten slotte om te doen.

In zo’n constructie dienen de andere clubs om de kosten te spreiden, spelers te stallen, al of niet uit te lenen en fondsen te verschuiven. Gaat het ergens fout, slaan de uitslagen tegen, zakt ergens een club, dan gaat het ergens anders ook wel weer goed. Soms. Bij PMG ging het bijna altijd fout. De voetbalholding is een voorbeeld van worst practice en wordt overal uitgekotst door de fans.

Pacific Media Group werd in ons land wel eens voorgesteld als ‘de Amerikanen van Oostende’ maar de investeerders bestaan voor minstens de helft uit Aziaten, vooral dan Chinezen. Alleen het allereerste seizoen in Nice ging het PMG voor de wind. Nadien volgde alleen maar verlies, zowel op het veld als in de portemonnees.

Een investering zoals Pacific Media Group in zeven verschillende voetbalclubs, al of niet via een meerderheidsaandeel, heet met een technische term Multiple Club Ownership, afgekort MCO. Het is een groot raadsel waarom die praktijk, die zelfs in de Verenigde Staten streng verboden is, wordt toegelaten door de voetbalbonden.

In het voetbal kan één en dezelfde eigenaar investeren in verschillende clubs, op voorwaarde dat die niet tegen elkaar Europees kunnen uitkomen en zelfs dan kan er nog wat worden geritseld bij de UEFA, zo bleek recent nog met Brighton en Union. Meestal
is er bij zo’n MCO wel sprake van een hoofdclub, waarvan het belang primeert boven de andere delen van de constructie, en een carrousel van kleinere satellieten die rond die ene grote club draaien. Pacific Media Group heeft geen hoofdclub meer en heeft van alle multiclubs zowat het slechtste track record met alleen maar verlieslatende, onsuccesvolle clubs in de portefeuille.

Na de overname van FC Thun is de club meteen gezakt. Esbjerg ging van de eerste naar de derde klasse in Denemarken nadat PMG er binnenwandelde en AS Nancy zit in vierde klasse in Frankrijk. Esbjerg, Barsnley en Nancy zakten alle drie een reeks aan het eind van het seizoen 21-22. Een jaar later was het de beurt aan KV Oostende, dat zestiende werd en als een van de drie degradanten naar 1B werd verwezen.

Amper enkele maanden na de degradatie staat KV Oostende na zeven speeldagen van de dertig op de dertiende plaats op zestien ploegen. Opnieuw in acuut degradatiegevaar en promotie kan het nu al vergeten, maar dat is het minste van de bekommernissen bij het voormalige FC Coucke.

Pacific Media Group wil af van zijn Oostends eigenaarschap en zoekt een overnemer. Twee weekends geleden verscheen een dubieuze Rus in de tribune naast de Amerikaanse hoofdaandeelhouder Paul Conway.

Vorige week moest KVO dan voor de handelsrechtbank verschijnen in het kader van een depistage. Dat is een onderzoek dat de kamers voor handelsonderzoek van de rechtbanken van koophandel in het kader van het faillissementsrecht voeren bij ondernemingen als die hun rekeningen niet meer kunnen betalen.

Langs alle kanten wordt KV Oostende bestookt door deurwaarders en er is al verschillende keren beslag gelegd op de rekening vanwaar de salarissen worden betaald. De ene schuldeiser is al slimmer dan de andere en geraakt aan zijn centen, maar de bottom line is dat KV Oostende tot diep over de oren in de schulden zit.

Je vraagt je toch af wat er achter steekt als UEFA- voorzitter Alexander Ceferin zelf vindt dat we in het voetbal niet te krampachtig moeten reageren op nieuwe investeringsvormen als meervoudig clubeigenaarschap. Hoewel die niets te maken hebben met clubliefde of lokale verankering of de sociale rol van sport of inclusie – check de spotjes van de UEFA – kunnen we die volgens Ceferin maar beter omarmen.

Je vraagt je ook af of we in België – waar de voetbalclubs nog steeds royaal worden gesponsord via (para)fiscale gunstregimes – niet meer kunnen doen vanuit de overheid en de voetbalinstanties om dat soort hyperkapitalisme tegen te gaan.

Column De Fusie in De Morgen van zaterdag 30 september 2023

De fusie

Kernfusie is in de natuurkunde het samensmelten van atoomkernen, waarbij een zwaardere atoomkern met een hoger atoomnummer (en dus een ander chemisch element) wordt gevormd.

Kernfusies hebben al wel eens tot ongecontroleerde ontploffingen geleid, maar zijn evengoed onderdeel van de (goede, nou ja) werking van een kernbom.

Getroffen door een atoombom, zo voelt het wielrennen de hangende fusie tussen Soudal-QuickStep en Jumbo-Visma aan. Maar wat als hiermee, weliswaar laat getimed, de keiharde economische logica wordt gevolgd?

Het wielrennen is ontegensprekelijk met de neus op de feiten gedrukt als armlastige sport waar de echt grote internationale bedrijven, met uitzondering van Ineos, liever uit wegblijven. Te complex, te veel kosten, te weinig inkomsten, te oud publiek, onoverzichtelijk, als straatsport in de verdrukking, zowel qua veiligheid als logistiek, en ook nog eens met een discutabel trackrecord inzake gezondheid, zoals recent nog eens bleek.

Met als gevolg dat de ploeg die dit jaar alle grote rondes heeft gewonnen met drie verschillende renners (de grand tour slam is een nieuwe mijlpaal in het cyclisme) er moeilijk in slaagt om een nieuwe hoofdsponsor te vinden. En daarom gemakshalve de piste exploreert van samengaan met een van de grootste concurrenten, die toevallig wel een mooie sponsor heeft.

Armoede in het kwadraat, je kunt het niet anders benoemen. Nog een geluk dat ‘de koers’ in bepaalde Europese regio’s zoals Vlaanderen een passie is, anders was deze sport al lang verbannen naar het sportieve rariteitenkabinet. Om aan te geven hoe (on)belangrijk dat wielrennen in internationaal opzicht is, de Franse sportkrant L’Équipe (organisator van de Tour de France) heeft tot gisteren (pas op zondag 1 oktober, late toevoeging) nog met geen woord gerept over de aanstaande fusie. Alsof in het voetbal Manchester City en PSG gesprekken zouden voeren om samen te gaan en L’Équipe daar niks van zegt.

Inmiddels heerst grote onrust in het wielerpeloton. Waar het nieuws dat zondagavond eerst op Wielerflits verscheen nog kon worden afgedaan als een kwakkel of voorbarig, lijkt alles erop te wijzen dat de rook afkomstig is van een flink vuur. De internationale wielerunie UCI heeft zo goed als bevestigd dat ze op de hoogte is. Bij de ploegen, althans in de Belgische atoomkern, is gecommuniceerd dat er niet veel te melden valt, maar dat er te gepasten tijde meer nieuws volgt.

Om te weten wat en wie achter die plannen zit, zou het goed zijn om te weten hoe dit nieuws is gelekt. Uit de meegeleverde details kon je afleiden dat het niet zomaar een toevallig aan de tapkast opgevangen hintje was. De tactiek was: gooi de atoombom en we zien wel wat overblijft en wie rechtstaat.

Patrick Lefevere kunnen we uitsluiten. Zijn reactie na Anderlecht-Club was ongemakkelijk en evasief. Zijn rol in deze fusiesoap is van in het begin overschat. Als minderheidsaandeelhouder ondergaat hij, zoveel is nu zeker, en misschien gaat hij finaal zelfs ten onder.

Algemeen directeur Richard Plugge van Jumbo-Visma lijkt ook niet het type om via Wielerflits de kaarten op tafel te gooien. Het lek komt dan eerder van ontevredenen binnen Jumbo-Visma.

Maar wat als dit uit de hoek en uit de koker van Soudal-QuickStep-hoofdaandeelhouder Zdenek Bakala zelf komt? Hij heeft met Bessel Kok alvast een Nederlandse raadgever die de weg naar de media kent.

Iedereen gaat er nu gemakshalve van uit dat Jumbo-Visma de dans leidt, dat zij bij de fusie de betaalstructuur worden waaronder de nieuwe ploeg zal functioneren. Maar de urgentie is bij Jumbo-Visma, dat via de hoofdsponsor Jumbo in erg vieze papieren zit.

Het is daar alle hens aan dek en cash sparen sinds topman Frits van Eerd van de eigenaarsfamilie even in de gevangenis heeft gezeten. Straks moet hij samen met een handlanger verschijnen op beschuldiging van witwassen en dat is nog wat anders dan een discussietje met de belastingen, laat dat duidelijk zijn. Jumbo mag dan wel een contract hebben voor 2024, het is lang niet zeker dat het daaraan kan en wil voldoen. Vandaar de haast.

Enter Bakala. Die zou, aldus een betrouwbare bron, uitgekeken zijn op Lefevere en hoe die zijn ploeg leidt, maar – als dat klopt, is het verrassend – lang nog niet op het wielrennen. Dat de fusiegesprekken hebben plaatsgevonden in Wenen heeft alles te maken met de man die deze paringsdans leidt, en dat is onmiskenbaar Bakala.

Column Ajax in De Morgen van maandag 25 september 2023

Ajax

Het managen van een voetbalclub wordt soms voorgesteld als een heel complexe zaak. De achterliggende reden daarvoor is dat het management het riante salaris wil verantwoorden en dat doen ze juist door hun functioneren uit te leggen als een mix van hersenchirurgie en het naar Mars sturen van een bemande raket.

Dat het management in het voetbal zoveel verdient, heeft maar één reden: de exorbitante salarissen van het lagere personeel. Sport is samen met af en toe drugshandel de enige sector waarin de ondergeschikten meer kunnen verdienen dan de bazen.

Het managen van een voetbalclub is helemaal niet zo complex. Het vereist wel koelbloedigheid, kunnen omgaan met tegenslag, niet gaan dromen bij meeval en omdat voetbal en toeval maar één letter verschillen (de b van bal) die paar dingen die je juist kan doen toch vooral zo juist mogelijk doen.

In de eerste plaats: de gepaste mensen op de gepaste plek zetten. De typische voetbalvoorzitter mag een voetbalonkundige narcist zijn met een Napoleon-complex, zolang een voetbalclub maar een goede CEO vindt en laat doen. Waarna die zich op zijn beurt laat omringen met een goede sportief directeur en die twee de trainer aanstellen die past bij de club.

Als ze vervolgens met zijn allen een spelersgroep samenstellen die past bij het spel van de club, dan zijn ze al een heel eind en is het alleen nog aan de spelers om de ballen aan de ene kant weg en aan de andere kant erin te schoppen.

Zo simpel kan voetbal zijn en toch zie je dat sommige clubs er niet in slagen een hoogconjunctuur langer dan één, twee, hooguit drie jaar aan te houden. Als je achteraf gaat analyseren, zie je haast altijd dat de neerwaartse spiraal begon met slecht management en verkeerd personeelsbeleid.

Neem nu Ajax Amsterdam. Gisteren stond de eerste Klassieker van het seizoen op het programma: Ajax-Feyenoord. De recordkampioen staat dertiende in de Eredivisie en volgt al op tien punten van leider PSV. Oké, er zijn nog maar vijf wedstrijden gespeeld in een competitie van 34 en er is de wedstrijd van gisteren die nog moet worden afgewerkt, maar daarin staat het na een uur 0-3.

Dat was ook de reden dat die niet helemaal is uitgespeeld. De klassieker werd tot drie keer toe stilgelegd door de scheidsrechter en bij de tweede regen vuurpijlen vond die het welletjes. Een absoluut dieptepunt van een laagconjunctuur die nu al een jaar aanhoudt. Ajax is zo’n club waarvan je weet dat als ze het goed voor elkaar hebben, ze het altijd weer gaan verknoeien.

In het seizoen 18-19 werd Ajax landskampioen. Een jaar later was er geen kampioen, maar Ajax stond aan de leiding toen door corona de competitie werd stopgezet. De twee daaropvolgende seizoenen werden ze ook kampioen.

Toen vertrok Erik ten Hag naar Manchester United en in zijn plaats kwam Alfred Schreuder. Die kennen we nog van in Brugge en van die wist je: neen, dat wordt het niet. Halfweg moest hij eruit en werd Johnny Heitinga zijn opvolger. Als speler was het al op het randje, maar als trainer had hij geen uitstraling die bij Ajax past. Die kon het ook niet worden.

Inmiddels was daar in het laatste kampioenenjaar iets gebeurd: Marc Overmars was op het kopieerapparaat gaan zitten, dan nog met zijn broek op de knieën, had per ongeluk op de kopieerknop gedrukt en die kopie was als bij toeval bij een werkneemster terechtgekomen. Of het was met de iPhone, maar alvast een erg ongelukkige samenloop van omstandigheden. Overmars weg dus.

En dan gebeurde het: Ajax moest op zoek naar een manager sportzaken, een chief sports officer (CSO). Ze kwamen uit bij Maurits Hendriks, een hockeycoach die apparatsjik werd en twee Olympische Spelen chef de mission was.

Na vele decennia in de sportjournalistiek ontwikkel je ongewild een blaaskaakradar. Als Maurits Hendriks in beeld komt slaat die meteen tilt. Doe een search op zijn naam en je komt bij het persbericht dat Ajax bij zijn aanstelling uitstuurde. Kijk naar die zelfgenoegzaamheid op dat gezicht en je ziet genoeg.

Hendriks zocht een opvolger voor voetbaldier Marc Overmars en vond die in de Duitse datagoeroe Sven Mislintat. Beiden maakten zich in geen tijd bij Ajax onmogelijk met management newspeak als ‘aan de voorkant handelen’ en uiteraard met begeleidende powerpointpresentaties.

Inmiddels heeft Mislintat maandag geprobeerd om Maurice Steijn, de nieuwe coach sinds dit seizoen, te ontslaan omdat hij niet de juiste spelers opstelt. Dat lukte niet, want een dag later stond Mislintat zelf op non-actief nadat hij een transfer liet regelen door een makelaar die aandelen had in het databedrijf van Mislintat.

Succession meets Game of Thrones, dat is Ajax dezer dagen.

Column Hard voor het hart in De Morgen van zaterdag 23 september 2023

Hard voor het hart

Op zondag 11 augustus 2013 werd in Maldegem het Belgisch kampioenschap tijdrijden voor juniores gereden. Op één eindigde Igor Decraene. Hij zou een goeie maand later ook wereldkampioen tijdrijden worden in Firenze. Het filmpje van de viering in het hotel van de Belgische ploeg staat nog steeds op mijn iPhone. Zijn dramatische dood een jaar later was een ijskoude douche.

Op twee, op bijna een minuut: Nathan Van Hooydonck. Brons was toen voor Brent Luyckx. Groot talent, in 2015 maakte hij deel uit van het continentale team van Leopard en daarna meldt wielerdatabase ProCyclingStats niks meer. Je vindt hem vandaag terug als medeoprichter van het sportvoedingsmerk 4Gold, vooral bekend van die andere medeoprichter, Mathieu van der Poel.

Luyckx werd ziek in 2015. Ziekte van Crohn. Zware operatie ondergaan in 2017, even was het tricky, maar er toch bovenop gekomen. Altijd bevriend gebleven met zijn generatiegenoot Van der Poel en samen in business gegaan.

Drie grote motoren van een talentrijke lichting. Alle drie hebben ze de dood in de ogen gekeken. Eén is er in gebleven. Twee hebben het gehaald maar zijn voor het leven getekend. Geen enkele van dat podium van Maldegem kan of mag nog competitief fietsen, wat is dat wielrennen soms onrechtvaardig.

Van Hooydonck liet deze week weten dat hij blij is dat hij er nog is na zijn hartstilstand en zijn auto-ongeval en de coma die daarop volgde, dat hij en zijn vriendin uitkijken naar de geboorte van hun kind, dat wat hem is overkomen al bij al een geluk is bij een ongeluk.

Dat gevoel mag je hem niet afnemen, maar wat als na een maandje rust zijn ex-collega’s vertrekken om via lange trainingen in de milde zon van Andalusië de basis te leggen voor weer een fenomenaal seizoen, hoe zal dat nooit-meer-koersen dan binnenkomen?

Was hij maar een voetballer geweest, stond in nogal wat kranten, dan zou hij met zijn onderhuidse defibrillator of icd wel nog aan topsport mogen doen. Dat zeggen ook slimme mensen die daar veertien jaar of zelfs langer voor naar school zijn geweest. Hoe durf ik dan (geen veertien jaar naar school geweest en dus geen cardioloog) te betwijfelen of het wel verstandig is om de medische grenzen zo op te rekken?

Het is Anthony Van Loo ten volle gegund dat hij nog tien jaar na zijn eerste hartritmestoornissen is kunnen blijven voetballen, maar twee keer in elkaar zakken op een voetbalveld en dan maar hopen dat de icd het werk doet waarvoor hij is ontworpen en ingeplant (ja dus, in zijn geval), à la bonheur. Om nog niet te spreken van de impact op de omgeving als iemand voor dood neervalt om enkele seconden later letterlijk uit de doden op te staan door dat stel interne startkabels en batterij. Het resultaat was toch telkens weer een beetje meer littekenweefsel, waarna hem op zijn dertigste werd aangeraden om te stoppen met intensief sporten.

Bij elk bericht over een hartprobleem in het wielrennen is de reactie drieledig. Ten eerste: neen, niet opnieuw. Ten tweede: er zal wel weer iets worden gesuggereerd in verband met doping. Ten derde: als dat maar goed afloopt.

De vragen stapelen zich op. Wat met die hartscreening, hebben ze bij dat superprofessionele Jumbo-Visma dan niks gemerkt? De screening vindt niet alle potentieel gevaarlijke harten, simpel.

Zou het iets te maken kunnen hebben met corona, die welig tierde in de Tour of Britain? Wie weet, een stille hartspierontsteking in combinatie met een ritmestoornis kan hartfalen veroorzaken.

En heeft Van Hooydonck dan zelf nooit iets gemerkt? Wielrennen is nu eenmaal de zwaarste sport die de mens zichzelf vrijwillig aandoet, tot en met het zwart voor de ogen. Gevaarlijke signalen worden dan wel vaker genegeerd en daar zagen we deze week nog een voorbeeld van met Stefan Küng, die bloedend en met een hersenschudding weer op de fiets stapte.

Of ligt het aan al die trainingen al of niet op hoogte, heel vaak op de anaerobe drempel, met die verzuringen (acidose) en die zuurstofschuld (hypoxie), die de grenzen van het menselijke hart aftasten?

Het onderzoeken waard, maar dan nog blijft het een mysterie waarom lopers van de middenafstand (die even belastende trainingen afwerken; lees de Ingebrigtsens er maar op na) niet die problemen hebben. Heeft de gehoekte houding op de fiets er dan iets mee te maken? Of de duur van de inspanning? Of een combinatie van al het voorgaande?

Allemaal vragen waarop een antwoord moet komen. Er is nu veel te doen rond veiligheid in het wielrennen. Terecht. Doorgedreven onderzoek naar de effecten van intensief wielrennen op het hart behoort ook tot veilig wielrennen.

Column 50 jaar DoCoLab in De Morgen van maandag 18 september 2023

Vijftig jaar DoCoLab

De aanleiding voor dit stukje is het congres dat vanaf vandaag tot woensdag wordt georganiseerd voor de vijftigste verjaardag van het DoCoLab Gent. Ik mag daarbij zijn. Meer zelfs, ik mag een woordje spreken op de academische zitting. Titel: The press as Mitspieler. Een hele eer? Ja, maar voor de volledigheid: ik ben een late invaller voor sprekers die niet konden komen. Niet getreurd, ik zal als een naar relevantie hunkerende tafelspringer mijn tijd goed gebruiken.

Ik ken het DoCoLab, nog voor het zo heette en zelfs voor het een erkend lab was. Ik ken het van in 1972 toen ik in de Gentse Wispelbergstraat in de voormalige meisjesschool naar de nieuw opgerichte humaniora trok. De buurt van het Casinoplein, onze hang- out voor en na school, werd gedomineerd door een donker gebouw. Zo zou een Noord-Koreaanse martelgevangenis er kunnen uitzien.

Af en toe meenden we achter de muren gekrijs, geschreeuw, gejank en gehinnik te horen. Dat kon kloppen, want in de faculteit voor diergeneeskunde werden dieren behandeld. Heel af en toe moesten wij het Casinoplein ontruimen omdat een cameraploeg zich wilde opstellen bij de bankjes waar wij relaties smeedden voor het leven, of toch voor die ene week.

Vervolgens haalde de tv een grote, kalende man uit het Noord-Koreaans prison. Hij droeg een witte kiel en keek nors. Het net verschenen Het boek der kampen van Ludo Van Eck hadden we uitgebreid bestudeerd in de klas en wij vroegen ons af of die man in de witte kiel niet de onvindbare Dr. Mengele kon zijn.

Neen, ik leerde hem later kennen als de farmacoloog professor Michiel Debackere. Dat was in 1977 toen ik als beginnend krantenmedewerker mee mocht naar datzelfde Casinoplein, alwaar Mengele/Debackere uitleg kwam geven over die 24 Vlaamse renners die bij een en dezelfde wedstrijd op pemoline (merknaam Stimul) waren betrapt.

De grote Eddy Merckx, op de terugweg, was daar ook bij. Later zou Debackere mij toevertrouwen dat de chemicus-broer van Eddy zijn universitaire thesis over pemoline had geschreven. “Ge laht doa mee, mijnheer Vandeweeeehe, maar dat is eihentlik niet om te lahhen.” Mengele was van de Westhoek.

Is toen mijn interesse in doping ontstaan? Ik zou het niet weten, maar nadien kwam dat fenomeen altijd weer op mijn journalistiek pad en werd het een beetje een USP (uniek verkoopargument). Ik kreeg in 1986 toegang tot de grote dopingjager Manfred Donike en na een minitest met drie vragen mocht ik hem interviewen.

Donike werd een kennis. Hij vertrouwde mij en hij gebruikte mij, en omgekeerd. Ik voor informatie. Hij om aan zijn vrouw te melden dat hij met mij ging eten terwijl dat met zijn medewerkster-vriendin was. Ik kreeg in ruil het dossier over discuswerper Erik de Bruin, in wiens plasje tot drie illegale stoffen waren gevonden, en stond meteen op de journalistieke kaart in mijn professioneel adoptieland Nederland.

Donike had een kop waar hij koffie uit dronk. Daar stond op: I never make mistakes. Daaronder, iets kleiner geschreven: once I thought I did, but I was wrong. Ik heb die uitspraak ooit op een T-shirt laten drukken, maar op straffe van scheiding ben ik er nooit verder mee geraakt dan mijn oprit.

Nog jaren later vroeg de internationale wielerunie UCI mij om een brochure te maken over haar strijd tegen doping. Dat was in volle epo-periode. Ik kreeg inzage in haar bevindingen en zag hoe groot het probleem was. Ik zag ook hoe zwaar de sport was voor het hart en kreeg te horen (maar mocht het niet schrijven) dat epo, aldus een cardioloog destijds, wellicht hartbeschermend werkte en dus zeker niet verantwoordelijk was voor de hartdoden van de jaren tachtig. Doping was/is niet altijd een kwestie van zwart of wit, maar ook van veel grijs.

Ik zocht de hoofdrolspelers op. Francesco Conconi in Ferrara, geïnterviewd. Een hypocriete bedrieger die naar een opsporingsmethode voor epo zocht maar tegelijk de hele Italiaanse top van het spul voorzag. Dottore Michele Ferrari, thuis geïnterviewd. Een doodeerlijke, getormenteerde man, althans tegen mij.

Nog later hebben we in deze krant de sms’jes van Johan Museeuw geopenbaard. De zaak-Rutger Beke is hier in primeur verschenen, net als de positieve plas van Thomas Van der Plaetsen. Telkens met de nodige omzichtigheid, met respect en context, maar zelden zo begrepen. Het zij zo.

Bovenal zullen mij de gesprekken bijblijven met dokter Eric Rijckaert, de Festina-arts. In de laatste jaren van zijn leven hielp ik hem met het schrijven van zijn boek. In ruil kreeg ik totale inzage in zijn dopingmethode, tot en met een print van wie, wanneer, wat in de Tour van 1998 moest gebruiken. “Ik heb fouten gemaakt. Probeer te begrijpen waarom,” zei hij, “en oordeel niet in zwart en wit.”

Column Het Plan in De Morgen van zaterdag 16 september 2023

Het Plan

Als alles een beetje normaal verloopt, wint Sepp Kuss morgen zijn eerste en misschien enige grote ronde. Misschien enige, omdat hij niet het type is om over een week in de service course in Den Bosch op tafel te komen kloppen voor een upgrade in salaris en statuut.

Grote kans dat het dus bij die ene Vuelta blijft en hij de volgende jaren weer op kop sleurt voor kopmannen die op papier betere waarden laten optekenen en die in de tactiek hoger worden ingeschaald.

De lat lag al hoog met twee Tour-zeges op rij, vervolgens die drie grote rondes in één jaar, en nu ligt ze onmogelijk hoog: drie grote rondes winnen met drie verschillende renners en in een grote ronde een heel podium bezetten. De kans dat dit ooit wordt geëvenaard, is haast onbestaand.

Hoe zou het nog fout kunnen gaan voor Kuss? Een val vandaag in wat een verraderlijke etappe heet te zijn. Of in de val lopen van een grandioos masterplan om het triumviraat van Team Jumbo- Visma te onttronen, afgelopen nacht beraamd door de Spaanse entente van UAE, Bahrain Victorious en Movistar? Met kopmannen die op vier minuten volgen is meer nodig om die Nederlands-Sloveens- Deens-Amerikaanse machine te stoppen.

Vóór mij ligt Het plan, geschreven door de Nederlandse collega Nando Boers. Drie jaar lang heeft hij achter de schermen mogen meelopen met Jumbo-Visma. In normale tijden een cadeau in het niet erg toegankelijke wielrennen, maar toen Boers en ik in februari 2020 samen aan de Teide zaten waren net twee hotels op Tenerife gesloten omwille van een nieuw Chinees virus. Uitgerekend in de journalistiek moeilijkste jaren, met minimale toegang en tot op vandaag mondkapjes en afstand houden, is Boers erin geslaagd om een hoogst interessant en voor het archaïsche, gesloten wielrennen zeer revelerend boek af te leveren. Het plan verscheen deze zomer net voor de Tour bij uitgever Ambo/Anthos.

Het is met zijn 366 pagina’s een aanrader voor eenieder die geïnteresseerd is in topsport, dat hoeft niet eens wielrennen te zijn. Ook voor wie wil weten hoe je een hecht team moet bouwen en wat nodig is om resultaat te halen. Het zou Vlamingen ook kunnen helpen om de hype te doorprikken rond een Oscar voor Beste Kostuum, ook bekend als bollentrui.

Het boek verdient een vertaling. In het Deens ligt het er al, Engels is work in progress en zo mogelijk moet het ook in het Frans. Al was het maar om het aan ex-renner Jérôme Pineau te schenken, waarna hij hopelijk die onzin als “bij TJV doen ze aan mechanische doping” achterwege zou laten. Niet dus, maar ze hebben het daar anderzijds wel verdomd goed voor elkaar.

De timing is toch opvallend. Toen Pa(trick) Evenepoel uit zijn krammen schoot tegen La Dernière Heure en zei dat de ploeg Soudal- QuickStep in alle opzichten nog stappen zou moeten zetten om zijn zoon optimaal aan de start van de Tour de France te krijgen, en dat het bijgevolg helemaal niet zeker was dat hij daar volgend jaar zou rijden, was Het plan net verschenen.

Het is haast ondenkbaar dat hij het niet heeft gelezen. En niet is geschrokken van de methodische wijze waarop TJV jaar na jaar aan succes heeft gebouwd, met als doel het beste groterondeteam van de wereld te worden. De selectie, de voeding, de training, de wetenschap, de fietstests, de mentale begeleiding, de tactiek; je vermoedt wel dat het allemaal meer en meer speelt in het moderne wielrennen, maar niet tot in die details.

Natuurlijk blijft het aan het eind nog altijd een strijd van man tegen man en wint vaak de sterkste, maar een team is soms sterker. Tadej Pogacar was de sterkste, hun zwarte beest, en dus lokten ze hem als team in de val in de Tour van 2022 in de rit over de Galibier naar de Col du Granon. Ze reden hem in de dagen ervoor en de dag zelf in de vernieling. (Dat moet Remco Evenpoel bekend voorkomen.) De hele voorbereiding van dat moment, de tactiek, het inschatten van de mindset van Pogacar (voorspeld door Wout van Aert), dat wordt allemaal uitgelegd.

Dus wat zou er in godsnaam nog fout kunnen gaan vandaag? Dat staat in het boek, maar je moet het een beetje van tussen de regels halen. De einzelgänger Primoz Roglic, over wie het team zich soms zorgen maakt – “dan is hij weer onbereikbaar en reageert hij alleen met een vuistje op een app” – die alsnog besluit dat hij de Vuelta wil winnen en een bommetje gooit.

Eergisteren zei hij nog: ik heb zo mijn eigen idee over onze tactiek. Jumbo-Visma is een sterk team en het geheel is sterker dan de op zich al erg sterke delen. Roglic is daarin de onzekere en Jonas Vingegaard de stabiele factor. Sepp Kuss moet dus hopen dat de Deen de baas kan blijven van het drietal.

Column Remcooo..och in De Morgen van maandag 11 september 2023

Remcooo…och

Zo zal het afgelopen vrijdag vroege namiddag zijn gegaan in het HQ van TJV…

– Halfweg de Aubisque. “Kijk eens, ze doen wat ze moeten doen die van ons, de koers hard maken. Bij een paar zullen de benen nu al vol gaan lopen.”

– Even later. “Ho maar, zelfs Remco vindt het een beetje hard gegaan. Wacht effe… Hé boys, Remco lijkt te moeten lossen. Jawel, zijn hele ploeg rijdt bij hem.”

– Consigne vanuit de volgauto: “Confirmed. Remco dropped. Full gas now.”

Een korte samenvatting van de feedback vanuit Jumbo-Visma. Dat hij het lastig zou krijgen na die eerste week en in de Pyreneeën, dat hadden we verwacht, daar hadden we zelfs op gerekend, hem uitputten was ook onze tactiek. Maar dat hij al na vijftien kilometer in een loper als de Aubisque moest lossen, neen, dat hadden we nooit kunnen vermoeden. We hebben dan maar meteen geprobeerd de Vuelta op slot te gooien.

We weten niet wat vrijdag is gebeurd. Dat was de teneur onder de Belgische volgers na de rit van zaterdag waarin Remco Evenepoel — een citaat, ronduit gênant — “als de feniks van Schepdaal uit zijn as herrees”. Nog gênanter: de lofzangen na de solo van zaterdag.

Uiteraard weten we wat vrijdag is gebeurd met Evenepoel. Congé gepakt op een fout moment, zeg maar. Vrijdag was de rit die andere toppers, lees Team Jumbo Visma, hadden aangestipt om hem te testen. Dan neem je geen snipperdag, dan verbijt je ook die mindere benen, zet je een pokerface op en reken je op een heropstanding later in de rit. Maar je haakt niet af. Nooit.

Zaterdag was dan weer het omgekeerde van vrijdag. Na hun raid naar de Tourmalet namen de toppers een snipperdag. Maar Evenepoel wilde zijn verloren eer herwinnen en ging solo. Hoe de toppers lieten begaan, dat was pas beschamend.

De grote Evenepoel, de bimbo d’oro van het Belgisch cyclisme, ontmand in rit dertien, mocht zijn showtje opvoeren en geen grote uit het klassement die hem daarbij een strobreed in de weg legde. Zelfs Cian Uijtdebroeks liet deze getormenteerde ziel zijn pleziertje.

Hij kreeg een bijna uitgefietste zelden-winnaar mee en liet die op een paar kilometer van de finish achter. Acht minuten later kwam de rest binnen, en wat dan nog? Ergens viel de naam Floyd Landis en diens exploot van in de Tour van 2006 toen hij in rit zeventien werd weggereden.

De vergelijking houdt geen steek. Landis tankte die avond na zijn inzinking — tien minuten verloren op La Toussuire — een vers zakje bloed, waarin een beetje exogeen testosteron zat, zo bleek later. Hij wiste in rit achttien haast alle achterstand uit om op de voorlaatste dag in een tijdrit het geel te veroveren. Dat droeg hij in Parijs, maar speelde hij later weer kwijt na een positieve dopingtest.

Dat zal Evenepoel niet overkomen. Hij zal het rood niet terugnemen en hij zal ook niet worden betrapt, hand in het vuur daarvoor. De vraag blijft: wat is vrijdag gebeurd met Remco Evenepoel?

Het antwoord ligt voor de hand: bij Evenepoel beginnen zijn benen tussen zijn oren. Vrijdag kon je nog twijfelen aan de these van mentale breakdown, na zaterdag niet meer. Je verliest geen half uur de ene dag om de andere dag met acht minuten voorop te winnen, weze het dan tegen een mededogend peloton dat hem op veilige afstand volgde tegen niet eens 5 watt per kilogram bergop.

Bij alles wat hiervoor staat en wat hierna nog komt, toch even deze disclaimer: Remco Evenepoel behoort tot de beste drie Belgische renners van de laatste veertig jaar. Zijn palmares is ongeëvenaard: kleine rondes en (voorlopig) één grote, zware klassiekers, wereldtitels en er komt nog wat aan. Dat zou moeten volstaan, maar niet voor hem: de uiteindelijke missie is het winnen van de Tour de France.

De déconfiture in deze Vuelta doet zijn entourage nog meer dan voorheen twijfelen over de haalbaarheid van dat project tegen deze generatie van Vingegaard, Pogacar, Kuss, Roglic, Ayuso en al wie er nog aankomt.

Tour-winnaars zijn mannen die van een slechte dag een mindere dag maken en die doorslikken. Een slechte dag wordt bij Evenepoel vooralsnog een complete collaps. Zo win je geen grote ronde, althans geen editie waarin heel wat favorieten dag na dag op het scherpst van de snee rijden. Dat was niet het geval in de Vuelta vorig jaar, en die won hij wel.

Naast de twijfel — “kan ik het wel tegen de wereldtop?” — waar Evenepoel nu van wakker ligt, blijft ook de ploeg Soudal-QuickStep met die ene grote vraag zitten. Is het wel verstandig om een groterondeploeg te bouwen en daarmee alle eieren in het mandje te leggen van een allrounder die alles kan winnen, behalve die ene koers die hem obsedeert?

Column Rugby World Cup in De Morgen van zaterdag 9 september 2023

Rugby World Cup

In welke soms brutale contactsport staan atleten van 148 kilogram op hetzelfde veld als spelers van 70 kilogram? Of reuzen van 2,08 meter samen met ukkies van 1,65 meter? In welke sport loopt dat meestal goed af, omdat de tegenstanders elkaar respecteren, en gaat ook niemand gratuit liggen alsof overreden door een bulldozer? En in welke sport wordt dat spektakel in het veld passioneel beleefd door fans van de twee teams die in dezelfde vakken zitten zonder de behoefte om elkander de hersens in te slaan?

Rugby.

Voetbal en rugby zijn halfweg de negentiende eeuw uit elkaar gegroeid en dat had (onder meer) te maken met hacking (neerhalen) en tripping (pootje lap). In het te ruwe rugby mocht dat nog, de sissy’s van het soccer wilden dat niet meer. Honderdzestig jaar later is neertrekken en pootje lappen uit het rugby verbannen.

In het voetbal is het vandaag tot ware kunst verheven om op het juiste moment iemand neer te trekken of een pootje te lappen en vooral om daarmee weg te komen. Nog een stapje verder in de evolutie van de voetbalmores is theatraal neergaan en zo een strafschop versieren of iemand een kaart aannaaien, een rode bij voorkeur.

Nog één om het af te leren: in welke contactsport wordt het ergerlijke gezeur tegen de scheidsrechter niet geduld?

Gisteren is de Rugby World Cup 2023 begonnen in Frankrijk. De RWC wordt nog maar voor de tiende keer georganiseerd en de eerste negen edities zijn door vier verschillende landen gewonnen: Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika (elk 3), Australië (2) en Engeland (1). De openingswedstrijd hebben we achter de rug, die was gisteren om 21.15 uur en zette thuisland Frankrijk tegenover Nieuw-Zeeland.

Nieuw-Zeeland is het grootste van alle kleine sportlanden in de wereld. In Tokio twintig olympische medailles voor 5,2 miljoen mensen, ga er maar aan staan. In het rugby is het de maat der dingen. Nooit heeft een kleiner sportland een grotere sport beheerst. De All Blacks, de Nieuw-Zeelandse rugbyselectie die een kruising is tussen FC Barcelona en een tankbrigade, zijn een nationaal symbool, een nationale trots, met een geschiedenis van meer dan honderd jaar.

Alleen zit de klad er een beetje in en de voortekenen zijn niet bepaald gunstig. Telkens als de All Blacks in West-Europa landen, brengen ze normaal een bezoek aan de begraafplaats Nine Elms aan de Helleketelweg in Poperinge. Daar, plot III in rij D, graf nummer 8, ligt sergeant Dave Gallaher, gestorven op 4 oktober 1917 op 44-jarige leeftijd aan verwondingen opgelopen bij de derde slag om Ieper, beter bekend als de slag om Passendale.

Kiwi’s met een rugbyhart – zijn er anderen? – die België aandoen brengen een bezoek aan Gallaher, de eerste captain van de eerste nationale rugbyselectie die onder de naam All Blacks naar Engeland reisde, daar iedereen leerde hoe rugby moest worden gespeeld en de reputatie van het meest dominante team ooit in de wereldsport vestigde.

Omdat hun uitvalsbasis voor dit WK Lyon is, zijn ze deze week niet verder geraakt dan de begraafplaats en het memoriaal van Longueval in de Somme, waar 1.205 Nieuw-Zeelandse soldaten begraven liggen. Tussen de graven werd de traditionele haka opgevoerd. Thuis, aan de andere kant van de wereld, zijn ze er alvast niet gerust op en niet alleen omwille van het doorbreken van de Nine Elms-traditie.

Sportief liep het dit jaar niet zoals het zou moeten. Alle wedstrijden ter voorbereiding werden wel gewonnen, behalve de laatste eind augustus. Op Twickenham, in Engeland, kregen de kiwi’s een 7-35-bolwassing van de Springboks, de Zuid-Afrikaanse selectie. Het was de zwaarste nederlaag sinds 1928 en ze staat symbool voor een groter probleem.

Het modelland Nieuw-Zeeland is sinds 15 juni van dit jaar officieel in recessie. Het moreel van de modale kiwi staat historisch laag. De Nieuw-Zeelandse rugbybond heeft op de economische situatie geanticipeerd door in zee te gaan met Ineos, 12,5 procent van de marketingrechten te verkopen aan Silver Lake (mede-eigenaar van City Football Group) en ook een contract aan te gaan met Altrad, wereldleider in industriële diensten.

De auteur van Black Gold, een boek over de uitverkoop van de All Blacks, noemt de marketingafdeling van de Nieuw-Zeelandse bond de grootste vijand van de All Blacks. Als de All Blacks geen wereldkampioen worden, doe dan maar de Springboks. Zuid-Afrika is de regerende wereldkampioen van Japan 2019. Het spel van de ‘Bokke’ is niet zo spectaculair als dat van de All Blacks, maar ze hebben sinds 2018 met Siya Kolisi een zwarte captain. Kolisi is een Xhosa, geboren in een township.

Nelson Mandela kijkt toe en ziet dat het goed is, althans op het rugbyveld.