Column Onderwaterfaaaze in De Morgen van maandag 31 juli 2023

Onderwaterfaaaze

Met stijgende verbazing de voorbeschouwingen gelezen van de analisten, specialisten en journalisten, al of niet onder de vorm van protcast.

Anderlecht zal er weer staan, of minstens meedoen met de eerste vier… Club Brugge herleeft onder Ronny Deila… Dat stond er nog voor ze een competitiewedstrijd hadden georganiseerd.

Antwerp zou moeten bevestigen en won gisteren zoals het vorig jaar won, zakelijk. Bevestigen zou lastig zijn zonder Calvin Stengs, die voor een armere club koos, maar wel in Nederland. Dat zegt wat over de aantrekkingskracht van onze competitie.

AA Gent heeft een nieuwe verdediging en een nieuwe eigenaar en zou weer voorin moeten meedraaien. Valt nog te bezien. Union, dat ging niet meer lukken na drie braindrains op rij. En zie: Union won vrijdag voor de zevende keer op rij van een zo goed als kansloos Anderlecht, waar – je verzint het niet – de supporters na één verlieswedstrijd al verhaal gingen halen.

Heeft dan niemand de moed om te zeggen dat augustus de soldenmaand is, of het equivalent van de jaarlijkse braderie in uw wijk, buurt, dorp of stad? Dat bij de meeste clubs minstens nog drie goede spelers worden verkocht voor veel geld en dat met dat geld net iets minder dure spelers worden gehaald in de hoop dat ze later (lees: zo snel mogelijk) op de braderie kunnen worden uitgestald? Begin september, dan begint de competitie echt.

Daarom graag een woordje over een sport waarin dat allemaal niet van tel is. Een pure sport waarin techniek, fysiek, fysiologie, fysionomie, karakter en wetenschap overheersen en waarin het steeds sneller gaat, ondanks die technologische setback met het pakkenverbod van vijftien jaar geleden. Zwemmen dus.

Tenzij u de eenkolommertjes verslindt, zal het u wellicht met dank aan onze voetbal/koersmedia zijn ontgaan, maar gisteren was de laatste dag van het WK zwemmen, gehouden in het Japanse Fukuoka. Wat moet u onthouden?

Dat het fenomeen David Popovici uit Roemenië sinds het breken van het wereldrecord op de 100 meter vrije slag vorig jaar geen deuk in een pakje boter meer zwemt op kampioenschappen. Althans voor zijn doen. Hij haalt nog wel finales, maar het wonderkind keerde terug uit Japan zonder één medaille. Hij zei: “Ik denk dat ik het anders zal moeten aanpakken. Meer en beter trainen.”

Dat er acht wereldrecords zijn gebroken: vijf bij de vrouwen, twee bij mannen en één bij de gemengde aflossing.

Dat Australië of de VS – afhankelijk van of u olympisch (goud eerst) dan wel Amerikaans (totaal eerst) telt – de medaillestand hebben gewonnen. Slimmeriken zullen nu beweren dat de Chinezen met hun veertig medailles waarvan twintig gouden op één staan, maar dat is inclusief duiken en alle andere waterpret. Telt niet mee. Zwemmen, daar gaat het hier om.

Australië heeft op 25 medailles 13 keer goud gepakt, dat is fenomenaal goed. De VS hebben 38 plakken en slechts 7 keer goud gewonnen. Die gaan nog een stapje zetten tegen volgend jaar, let maar op. Australië kon bijna zwemmen in de eigen tijdzone, dat scheelt ook weer een slok op een borrel als ze volgend jaar naar Parijs komen.

De Europeanen, daar was het naar uitkijken. De Britten pakten amper twee keer goud op een totaal van acht, maar acht uur terug naar het oosten presteren is geen sinecure. Die zetten nog stappen. Dat geldt ook voor de Fransen, die vier gouden medailles wonnen op een totaal van zes, met dank aan Léon Marchand (drie) en Maxime Grousset (één).

Opvallend, de vier Franse gouden plakken zijn behaald op de zwaarste afstanden: de twee wisselslag- en de twee vlinderslagnummers. Zeg nog eens dat de Fransen niet willen werken.

Die Grousset is een apart verhaal. De jongen groeide op in Nieuw-Caledonië. Wie dat spontaan weet te vinden steekt zijn vinger op. Neen? De archipel ligt in de Stille Oceaan ten oosten van Australië, ten zuiden van Vanuatu, ten westen van Fiji en ten noorden van Nieuw-Zeeland. Palmbomen, wit zand en de rest… Dichter bij het paradijs geraak je niet, maar op een dag zag Maxime het licht en besloot dat hij in fucking Amiens wilde gaan trainen. Om olympisch kampioen te worden. Het zal hem nog lukken ook.

Hij en Marchand zijn de grote Franse hoop voor volgend jaar in Parijs. Marchand is de nieuwe Michael Phelps, wiens laatste record hij op dit WK van de tabellen haalde. Het is nu al hunkeren naar de Spelen als Sidney Appelboom hem mag becommentariëren. Babbelboom (met alle respect) kent zijn sport én hij heeft taalgevoel. Hoe hij straks de fenomenale onderwaterfase van Marchand zal bewieroken en vooral uitspreken als ‘onderwaterfaaaze’, pure olympische erotiek.

Column Paris 2024 in De Morgen van zaterdag 29 juli 2023

Paris 2024

Over een jaar zijn de Olympische Spelen van de dertigste olympiade volop aan de gang in en rond Parijs. Dat is al voor de derde keer. Londen had de primeur en over vijf jaar zal Los Angeles zijn derde Olympische Spelen organiseren. Het zegt iets over het aantal grootsteden dat zich nog wil wagen aan het grootste event dat de mensheid heeft georganiseerd, op wereldoorlogen na dan.

Over een jaar rond deze tijd zullen we weten of de stunt met de openingsceremonie op de Seine – 600.000 bezoekers verwacht – is gelukt. Gelukt, dat betekent: zonder aanslagen van welke klojo’s dan ook; zonder protest van welke al of niet vermeend achtergestelde groep in welke kleur hesjes dan ook; zonder rellen van welke banlieusards dan ook.

Geheel ten persoonlijken noot baart vooral dat laatste mij een heel klein beetje zorgen. Mijn betaalbare Airbnb, zorgvuldig uitgekozen om per fiets naar het perscentrum, het zwemmen en het hockey te geraken, ligt toevallig in Nanterre, weze het in het iets betere deel, dicht bij La Défense.

Het zag er nog zo’n cosy flatje uit, ideaal gelegen, alles in de buurt, van croissanterie tot supermarkt en des restos à volonté. Zoals mijn host meldde tijdens de rellen vorige maand: it is burning everywhere. Als ik wilde cancelen, hij had alle begrip. Cancelen? Ik heb in de favela Babilonia in Rio limonade gedronken met lokale jongetjes die achteloos hun AK-47 naast zich op tafel legden. Parijs overleven moet nog net lukken.

Om een reden die mij tot nog toe vreemd is maar die ik eind volgende maand bij een verkenning ter plekke zal uitvinden, wil de
brave man met mij absoluut in het Engels converseren, terwijl ik het nog zo netjes vind om hem in zijn taal aan te spreken. Espérons, schreef ik terug in het Frans, dat beide partijen (politie en de jongeren van de banlieues) tegen volgend jaar een beetje rustiger zijn. Hij antwoordde: Yes, indeed.

Een van de partijen die mee moet helpen om de Spelen in goede banen te leiden is een Belg. Meer zelfs, Pierre-Olivier baron Beckers- Vieujant is als lid van het Internationaal Olympisch Comité na zijne presidentiële hoogheid Thomas Bach voor Paris 2024 de hoogste in rang uit de olympische familie. Hij maakt zich sterk dat de Spelen absoluut niet met de Franse slag zullen worden georganiseerd, maar Beckers is zelf Franstalig dus was het niet duidelijk of hij ten volle mee was met mijn uit Nederland geïmporteerde uitdrukking ‘met de Franse slag’.

Van rellen was toen nog geen sprake, wel van gele hesjes en vooral die baarden het Belgische IOC-lid zorgen. Wilde stakingen op het laatste moment, dat is waarvan hij wakker zal liggen. Verder had hij een mooie: “Als je denkt dat wij een ingewikkeld land zijn met onze nationale en onze deelregeringen, Frankrijk is dat nog meer. Je hebt de nationale staat, daaronder de regio, vervolgens het departement, de economische structuur grande métropole en dan pas la ville de Paris. En bij voorkeur allemaal geleid door verkozenen van verschillende partijen.”

Inmiddels is de politie al eens binnengevallen bij het organisatiecomité. Daar horen we nog weinig van, maar het is alvast weinig bevorderlijk voor het preolympische sfeertje. Een paar metrolijnen zijn niet klaar, dus het transport zal erop inboeten. En er was natuurlijk de desastreus verlopen Champions League-finale van mei vorig jaar. Schrale troost misschien, maar olympische bezoekers zijn doorgaans niet de hersendode voetbalfans die de draaihekjes aanvallen als het een beetje stropt.

Enfin, het wordt een riskant dubbeltje op zijn kant met die Franse plannen om de hele bevolking bij de Olympische Spelen te betrekken. Voor het eerst zullen ook tijdens de Spelen massa-activiteiten plaatsvinden, zoals een volksmarathon nadat de olympische marathon is gelopen of een fietstocht op het parcours waar de profs hebben gekoerst. Dat wordt wennen na Tokio zonder publiek.

Nog zo’n mooi voornemen is het organiseren van tal van competities in de stad. Parijs zal beachvolley organiseren op de Champ de Mars met de Eiffeltoren als achtergrond, boogschieten aan les Invalides waar Napoleon en andere grote Fransen begraven liggen.

Dé stunt is het compleet afsluiten van de Place de la Concorde tussen de Champs-Elysées en het Louvre. Daar gaan vier competities in straatsporten door: BMX, skateboarden, 3×3 basketbal en breaking, nieuw op de Spelen.

En wat de Belgen daar gaan presteren, daar hebben we nu nog compleet het raden naar. De sterren staan gunstig, de vijver aan toptalent was nooit zo groot, maar die zeven medailles waarvan drie keer goud van Tokio 2021, dat wordt een lastige.

Column Vrouwenvoetbal in De Morgen van maandag 24 juli 2023

Vrouwenvoetbal

Nog niet zo heel lang geleden zat ik met een kindsterretje in een praatprogramma en daarin kwam het gesprek op voetbal. “Kijk jij voetbal?”, vroeg de presentator. “Alleen vrouwenvoetbal”, antwoordde het kindsterretje, kortaf en met lichte spot.

Achteraf, in de coulissen want ik ben niet gek, suggereerde ik dat ze ook eens vrouwenbasketbal en vrouwenvolleybal moest proberen, want dat dat veel mooiere sport was dan vrouwenvoetbal, veel attractiever, veel spannender en vooral veel meer passend bij de vrouwelijke fysieke capaciteiten. Ze keek mij aan met een blik van ‘ocharme boomer’ en die air van “ik ben een Gen Z en dus weet ik alles beter”.

Donderdagochtend is de FWWC begonnen in Nieuw-Zeeland en Australië. De FWWC staat voor Fifa Women’s World Cup, het wereldkampioenschap voetbal voor vrouwen. Naar het schijnt zendt de VRT elke dag een wedstrijd uit. Het kindsterretje zal wellicht kijken. Ik kan maar hopen dat ze ook heeft gekeken naar het EK basketbal en het goud voor de Cats. En dat ze half augustus ook op het puntje van haar stoel zal zitten voor het EK vrouwenvolleybal in eigen land.

We zijn nog maar enkele dagen ver in dat WK voetbal voor vrouwen en in de eerste drie wedstrijden is twee keer gescoord. Daarna kwamen gelukkig de kneusjes van de Filipijnen en Costa Rica tussen de lijnen en die kregen er respectievelijk twee en drie om de oren. Zambia vijf.

De monsterscores moeten we nog krijgen, onvermijdelijk in een toernooi met 32 deelnemende landen, ongeveer het dubbele van vrouwelijke landenteams die naam waardig. In 2026 krijgen we een WK voor mannen met 48 ploegen, wat al even ridicuul is. (Schrijven we er hier haastig bij voor iemand aan misogynie zou denken.)

Het is een van de mysteries van de vrouwensport: waarom zijn vrouwentennis en vrouwenvolleybal meestal even spektakelrijk (en soms rijker) dan de mannenvariant en is vrouwenvoetbal dat haast nooit? Vrouwenbasketbal is dan weer een lastige omdat het fysieke verschil overweldigend is, maar ook die vrouwenversie heeft een eigen dynamiek ontwikkeld.

Jawel, vrouwenvoetbal kan ook spannend zijn, maar het heeft geen eigen spel, geen eigen smoel. Jawel, het is topsport, maar alles wat op dat grote veld met die hele grote doelen gebeurt, is een doorslagje van de mannenversie. Behalve de matennaaierij dan en dat is een grote plus.

Maar neem nu die doelen. De beste doelmannen neigen allemaal naar de twee meter. De langste doelvrouw in de Engelse Women’s Superleague (WSL) is 1m80. De doelvrouwen van Tottenham en Man United zijn 1m67. Dat is lachwekkend want die geraken in een spelfase nooit ook maar in de buurt van hun deklat.

Het is al vaker gesuggereerd om veld en doelen te verkleinen en met lichtere ballen te spelen. In het volleybal hangt het net negentien centimeter lager en de vrouwenbal in het basketbal meet vijf centimeter minder in omtrek en is vijftig gram lichter. (In vrouwentennis is alles identiek aan mannen, maar dat is een terugslagsport met een eigen onderlinge dynamiek.)

Om de een of andere reden willen de vrouwen in voetbal helemaal hetzelfde spel spelen als de mannen en ook even succesvol worden. Dat zal nooit lukken en dat heeft niets met een glazen plafond te maken. Als er al een glazen plafond is, dan houden ze dat zelf in stand. Dit vrouwenvoetbal met deze regels is gedoemd om spektakelgewijs een ondergeschoven kindje te blijven.

Vrouwenvoetbal zoals het vandaag wordt gespeeld, doet de vrouwelijke topsportster oneer aan. Erger zelfs, de sport is een aanslag op het vrouwenlichaam. Dat geldt voor nogal wat sporten, wellicht omdat die zijn uitgevonden voor en door mannen in functie van hun fysieke capaciteiten en belastbaarheid. Niets belet de vrouwen om aanpassingen door te voeren.

Niets doen is schuldig verzuim. Zo wijzen studies uit dat vrouwen door hun langere nek zwakkere nekspieren hebben en telkens ze koppen een aanslag plegen op hun hersenen waardoor ze dubbel zo vaak een hersenschudding oplopen.

Of neem de voorste kruisbandletsels (de ACL’s in het jargon). De ACL komt in alle vrouwensporten vaker voor dan bij de mannen: afhankelijk van de studie twee tot tien keer meer. In vrouwenvoetbal was er het voorbije jaar een epidemie: één op vier genomineerden voor de Ballon d’Or 2022 stond op krukken door een gereconstrueerde voorste kruisband, een letsel van al snel negen maanden revalidatie.

Zo ook de Nederlandse spits Viviane Miedema, die uitvlooide dat het voorbije seizoen bijna zestig speelsters in de vijf grote liga’s aan de kant stonden met een ACL. “Er moet iets gebeuren”, zei ze, wellicht nadat ze had meegekregen dat de beste indicatie voor een (tweede) ACL een (eerste) ACL is.

Column Supersapiens in De Morgen van zaterdag 22 juli 2024

Supersapiens

‘I am dead, I’m gone.” Dat zei Tadej Pogacar in de koninginnenrit woensdag toen hij op de laatste helling — de lange Col de Loze — Jonas Vingegaard moest laten gaan. Dood was hij niet. Wel weg, maar dan vooral tussen de oren.

Als de Sloveen fysiologisch inzicht zou hebben, dan zou hij weten dat woensdag zijn limiet niet werd aangegeven door een tiltgeslagen Krebscyclus, maar dat de rem tussen zijn oren zat. Vier van de meer dan vijf minuten verschil zijn voor rekening van een mentale breakdown, een gevolg van de oplawaai op dinsdag in de tijdrit.

Door een tegenstander met wie je een secondespel speelt, en van wie je hoopt dat hij op kraken staat, ineens op een door hem/hen gekozen moment, in de vernieling worden gereden, dat komt aan.

Korte klim, lange klim, plat, bergaf, Vingegaard reed overal sneller en nog geen klein beetje. Meer dan vier seconden per kilometer aan je broek krijgen in een tijdritje van 22 kilometer, terwijl je zelf een van de beste tijdrijders ter wereld — Wout van Aert — declasseert, halloooooh?

Afgelopen dinsdag is rond de klok van zes bij Pogacar de veer gebroken en die nacht heeft hij liggen piekeren.

…Oké, voorbereiding verstoord door die polsbreuk, maar dat kon toch het verschil niet zijn? Hoewel… Oké, Team Jumbo-Visma meet alles en probeert op alles en nog wat seconden en watts te winnen, maar is dat dan meer dan vier seconden per kilometer waard? Misschien… Maar wtf zeg, Jonas weegt lichter dan ik en trapt verdomd nog hogere absolute vermogens… wat valt daar tegen te beginnen? Iedereen zegt nu wel, een paar kilootjes verliezen en geen klassiekers meer, maar zo simpel bouw je mij niet om. Zou ik niet beter uit zijn buurt blijven?…

36 miljoen voor zes jaar, dat was de waarde van de contractverlenging voor Tadej Pogacar in 2021 na zijn tweede Tour-overwinning. Goede deal vonden ze in de Emiraten. Hij heeft sindsdien de Ronde van Vlaanderen, de Amstel, de Waalse Pijl, Lombardije, de Strade Bianche en nog wat klein grut gewonnen, maar daar deden de emirs het niet voor.

Sinds dat megacontract heeft UAE geen Grand Tour meer gewonnen. Erger nog, die Hollanders met die bleke Deen en die B-Sloveen gaan straks in Spanje voor drie grote rondes op rij. Iemand bij Team UAE zal het gelag betalen, let maar op.

Tja, en dat TJV, wat moet je daar mee? De verdachtmakingen zijn niet uit de lucht, met name in de Franse en Duitse pers. Niet altijd gehinderd door overdreven veel kennis beweren ze dat ze vandaag sneller klimmen dan de grote dopeurs van de jaren negentig en begin deze eeuw, bedoeld wordt de epo- en transfusiegeneratie. Dat is aantoonbaar niet waar, maar zelfs als ze vijfentwintig jaar na datum sneller zouden rijden zonder epo, dan is dat met de fenomenale vooruitgang in die sport niet meer dan normaal.

Wat is het dan wel? Team Jumbo-Visma doet alles zoals het ooit door de besten is gedaan, maar nog beter. Het is de teamdiscipline, de organisatie en de tactiek van US Postal gemixt met de marginale winsten en de calorieobsessie van Team Sky, overgoten met de gezonde arrogantie waarmee al menig Nederlands team door innovatie tot succes kwam.

Dat slimmer willen en kunnen zijn dan anderen zit hem in details die zich vertalen in enkele seconden, in een paar watt, maar veel details maken veel seconden en veel watt. De set-up van de fiets, de testing, het uitgekiende voedings- en supplementenpatroon (remember het bakpoederpapje van Maurten in maart dit jaar?), de hoogtestages, de grote pool aan capabele trainers en de voorbereidingen. Dat hebben ze allemaal veel beter voor elkaar dan de andere teams.

Als ze daarbij ook eens het geluk hebben in een Deense vismijn op een vergeten supertalent te vallen, geen gewone homo sapiens, maar een supersapiens, dan krijg je wat we nu zien: extreme dominantie. Supersapiens staat hier niet toevallig. Het is ook een merk en een van de official suppliers van TJV. Supersapiens meet via een patch het glucoseverbruik tijdens inspanning. Verboden sinds 2021 tijdens de wedstrijd, maar niet tijdens de training en reken maar dat de trainingsdata gediend zullen hebben.

Marginale winsten zitten ook voor een deel tussen die oren. Bij de winnaar, die weet dat hij van alles het beste heeft en die uitgekiend getraind is om de andere op zijn zwakte te pakken. Evengoed bij de verliezer, die weet wat de andere heeft, en hij niet. Hij rijdt met een gespoten Colnago, heeft een trainer die ver weg in Denver woont en een ploeg die kopieert. Hij verdient wel zes miljoen per jaar en is met afstand de leukste wielerkampioen in jaren. Maar sinds dinsdag weet hij dat hij van die andere nooit meer wint.

Column Vooralsnog folklore in De Morgen van maandag 17 juli 2023

Vooralsnog folklore

Zelfs als het incident van zaterdag op de Col de Joux-Plane, waarbij een motor de demarrage van Pogacar tegenhield, uiteindelijk een fait divers blijkt te zijn en Pogacar of Vingegaard met minuten voorsprong op Vingegaard of Pogacar zondag de Champs Elysées oprijdt, is het nog maar eens de hoogste tijd voor alle actoren in deze sport om zich te bezinnen over hoe dit allemaal anders, beter, veiliger en eerlijker kan.

Een goede twitteraar ter zake om te volgen is Adam Hansen. Ervaringsdeskundige in een diskwalificatie. Tussen 2011 en 2018 reed hij twintig grote rondes op rij uit, zes jaar op rij de drie grote rondes alstublieft. Hij was twintig jaar prof en stopte vorig jaar. Sinds maart van dit jaar is hij in opvolging van Gianni Bugno de nieuwe voorzitter van de rennersvakbond CPA.

Adam Hansen won haast nooit en Gianni Bugno won erg veel, maar toch is hij in die vier maanden voorzitterschap al meer aanwezig dan zijn voorganger, die zich vooral laafde aan het pluche van de VIP en heel zelden inging tegen de organisatoren. Hansen: “Ik zal het aardig zeggen. Mijn taak is de renners vertegenwoordigen. Ik ben er niet om aan te schurken bij of vrienden te maken onder de organisatoren, de UCI, de ploegen of de fans…”

Geen slecht uitgangspunt voor een vakbondsleider en als er nu één sport een vakbond met haar op de tanden kan gebruiken, dan wel het profwielrennen.

Zaterdag waarschuwde hij de renners over een gevaarlijke afdaling in de zeventiende rit van aanstaande woensdag: “Moeilijke technische afdaling op een weliswaar perfect wegdek, maar de weg is zo smal en naast de weg wil je niet terechtkomen, zodat ik de organisatoren heb gevraagd om maximale beveiliging te voorzien, wat ze hebben toegezegd. Please be careful.”

Kort na de rit was hij er snel bij: “Motoren hebben altijd al het wielrennen beïnvloed en vandaag hebben ze seconden gestolen.”

Wat was nu het probleem afgelopen zaterdag? Simpel: te veel motoren op een te kleine plek, te veel publiek op een te kleine plek. Ik moet volgend jaar nog naar de Spelen in Parijs en ik wil daar niet dat vierjaarlijks gezeik van kabelslepers van de tv of godbetert fotografen, maar laten we wel wezen: ze zijn op alle grote events gewoonweg met veel te veel. Het wielrennen is dan ook nog eens zowat de enige sport waar televisie en fotografen er komen tussen rijden/lopen, soms met desastreuze gevolgen.

Herinner u zich Richie Porte en de uiteindelijk lopende Chris Froome nadat ze op op een motard waren geknald op de Ventoux in 2016. Herinner u zich Julian Alaphilippe die op een gestopte motor reed in de Ronde van Vlaanderen in 2020. Herinner u zich het ergste: de dood van Antoine Demoitié in Gent- Wevelgem in 2016, gevallen en overreden door een motor.

Bovendien is wielrennen de enige sport waarbij het publiek zomaar in het speelveld kan stappen. Desgevallend kunnen ze een tijdje (verkleed, halfnaakt, naakt) meelopen met de koplopers die een strijd op leven en dood uitvechten, zonder het gevaar na enkele seconden gechargeerd, afgevoerd en nadien beboet te worden.

Of zoals Jan Bakelants het treffend zei in Vive le vélo: alsof je tijdens een Champions League-finale gewoon aan de rand van de backlijn zou staan als fan om te zien hoe ze de strafschopserie afwerken. De mevrouw die in de kookpotten roert bij Jumbo-Visma vond nochtans de nabijheid van het publiek net een deel van de charme van het wielrennen. Bakelants: “Zijn we profsport of folklore?” Vooralsnog folklore Jan, jammer maar helaas.

Van nabijheid gesproken. Gisteren, gsm in selfiehouding, deed een fan het halve peloton vallen, op kop de mannen van Team Jumbo- Visma, Kuss en Van Hooydonck. Het incident met de selfiefan van gisteren is haast niet te vermijden op een openbare weg. Op een klim liggen de oplossingen dan weer voor de hand: maak van elke col een stadion mét ticketverkoop, plaats nadars over de hele klim en beperk het aantal motoren in de koers.

José De Cauwer vond de motoren de schuldigen. Renaat Schotte legde hem het zwijgen op. Dat heeft zo zijn redenen: José De Cauwer heeft nooit op een motor gezeten in een koers. Als Schotte niet in een commentaarhok zit, zit hij het liefste achterop een motor. Al wie daar heeft gezeten, vindt dat wat hebben, begrijpelijk. De VRT heeft ook zo’n motor rondrijden, maar wat is het nut van dat obligate ‘over naar huppeldepup op de motor’ waarna diens overslaande stem kond doet van het gebeuren in de marge terwijl op kop een felle strijd wordt geleverd?

Column ‘Watt als?’ in De Morgen van zaterdag 15 juli 2023

Watt als?

Wielrennen is een even poepsimpele als een keiharde sport. Wie het langst en ook nog eens het hardst kan stampen op die pedalen, heeft een grote kans om voorin te eindigen. Wie dat drie weken lang kan, zal in een grote ronde voorin eindigen. Het vermogen per kilogram lichaamsgewicht dat een renner kan leveren, is de discriminerende factor in grote rondes.

W/kg, daar zal het de komende week, te beginnen gisteren met de finish op de Colombier, over gaan. Moge deze column een baken zijn om u geen onzin op de mouw te laten spelden en om de slimme uit te hangen op de buren-BBQ.

De breuk watt/kg werd de voorbije vijfentwintig jaar vaak gehanteerd om bepaalde klimprestaties al of niet verdacht voor te stellen. Vooral Franse Twitter-accounts spelen voor een soort watt-politie.

De discussie over ‘de zuivere prestatie’ is al een jaar of tien aan de gang. Nochtans is men het over eens dat acht van de beste tien klimprestaties in de vorige eeuw zijn geleverd, dus mét de ondersteuning van epo. Van de huidige generatie renners heeft alleen de Colombiaan Nairo Quintana de top tien gehaald. Hij staat op vijf.

De top vier die Quintana voorafgaan, zijn Marco Pantani (onbetwist op één), Miguel Indurain, Jan Ullrich en Lance Armstrong. Die tien beste klimprestaties ooit scoren allemaal zeven watt/kg over een klim van minimaal twintig minuten. De lengte van een klimprestatie is van belang voor het energiesysteem dat bij lange duur vooral een beroep doet op zuurstof. Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard, Remco Evenepoel scoren hun beste waarden op zo’n lange klim rond de 6,5 watt per kilogram.

Voor sommige Franse critici is ook 6,5 W/kg op klimmen van langer dan twintig minuten voorbij de fysiologische grens, waarmee ze bedoelen dat doping is gebruikt. De discussie over fysiologisch al of niet normaal, mag wat fundamenteler worden gevoerd. In een van de aanvankelijk minst ontwikkelde sporten die de laatste jaren veel beter het beschikbaar genetisch potentieel benut en ook nog eens een kwantumsprong maakte in wetenschappelijke begeleiding, is een bovengrens een slecht idee. Het beste argument om niet te geloven in doping als deus ex machina farmaceutica, is nog wel dat het vaak om jonge atleten gaat, beter geselecteerd, beter getraind, en behorend tot verschillende ploegen.

Bovendien zit veel ruis op de waarden die de media ongefilterd op ons loslaten. Tussen de verschillende vermogensmeters zit soms wel een verschil van 5 procent. Komt daarbij dat de meeste renners – om discussies en verdachtmakingen te vermijden – hun gegevens niet meer delen op digitale platformen als Strava. Met andere woorden: het echte vermogen per kilogram lichaamsgewicht kennen we niet.

Dus passen de watt-volgers een truc toe. Ze herleiden elke klimprestatie tot een vermogen berekend voor een renner met een standaardgewicht. Wie die gespecialiseerde accounts volgt, zal merken dat voor de eenheid W/kg een lettertje e wordt gebruikt. Die e staat voor étalon, Frans voor standaard.

Om die gestandaardiseerde prestatie te kunnen berekenen, wordt de klim getimed (meestal vanaf de televisie) en zo wordt de zogeheten VAM berekend of de gemiddelde klimsnelheid, uitgedrukt in hoogtemeters per uur.

Juist timen is lastig en evenmin is er info over (stijgende) winden, luchtdruk, wegoppervlak en het effect van drafting achter een klimtrein. Bovendien verstoren de stukken weg van minder dan 4 procent de berekening. De theoretische omrekening voor een renner met een standaardgewicht klopt bijgevolg zelden met de realiteit.

De consensus bestaat evenwel dat – voorgaande fouten inbegrepen – 7 watt per kilogram lichaamsgewicht op klimmen van langer dan 20 minuten flirten is met de grens van het fysiologisch aanvaardbare.

Er is goed nieuws. Die 7 watt worden niet meer gehaald. Wel worden steeds vaker op kortere inspanningen waarden boven de 7 en zelfs 8 watt gehaald. Voorbeeld: Tadej Pogacar klom in rit zes over de Tourmalet (45 minuten lang) aan net geen 6e W/kg, maar reed de laatste 5 km wel aan 6,8e W/kg. Nadien op Les Cauterets de laatste 5 km zelfs aan 7,46e W/kg.

Dat zijn precies waarden die Jonas Vingegaard al begin april in de Ronde van het Baskenland liet zien en wat toen door moest gaan als de sterkste klimprestatie van het jaar op een middellange klim: 7,46e W/kg voor 11 minuten en 17 seconden over 4,1 kilometer aan gemiddeld 9 procent stijging op de Izua.

Specialisten waren door die demonstratie zeker dat Jonas Vingegaard van Jumbo-Visma zonder ongelukken met de vingers in de neus een tweede Tour op rij wint. Na gisteren zijn we niks wijzer, na dit weekend misschien wel.

Column Sympathiebarometer in De Morgen van maandag 10 juli 2023

Sympathiebarometer

Niemand wordt beter in de Tour. Niemand op de fiets en ook niemand naast de fiets. De Tour is één langgerekte sloop, waarbij één moeilijk moment zoals een te zware, te hete col of een niet-verteerde maaltijd gevolgd door een slechte slaap volstaan om je hele Tour te hypothekeren.

Zelfs in de tijd van Roger (en Eddy) zat beter worden er niet in met de ‘ondersteunende middelen’ van toen. Ook tijdens de jaren negentig met de steile opgang van de wonderbaarlijk efficiënte epo bleef de Tour een aanslag op het hormonale stelsel, zo bleek uit bloedanalyses.

Beter wordt niemand van 21 dagen op de fiets over berg en dal, maar de ene wordt minder snel gesloopt dan de andere. De hamvraag is nu wie van de twee favorieten eerder kapot gaat straks in die gruwelijke derde week, Jonas Vingegaard of Tadej Pogacar?

Als de logica wordt gerespecteerd, moet dat Pogacar zijn. Zijn val in Luik-Bastenaken-Luik en zijn operatie aan de hand, dat heette eerst geen probleem te zijn. Hij had weer snel en goed kunnen trainen, eerst binnen op de rollen en later buiten. Tot hij op de Marie Blanque in de tang werd genomen door Team Jumbo-Visma en een minuut aan zijn broek kreeg. Toen luidde het ineens dat hij nog wat trainingsachterstand had. Maar, geen paniek, want hij zou verbeteren naarmate de Tour vorderde.

Waar hij dat vandaan haalde? Alvast niet van Iñigo San Millán, de performance director van Team UAE. Van hem zal je die onzin niet te lezen krijgen, hoewel die niet veel nodig heeft om op een tafel te springen. Ere wie ere toekomt, San Millán is als arts verbonden aan de universiteit van Colorado en runt daar een researchprogramma naar de rol van mitochondriën in de ontwikkeling en dus genezing van kanker. Geen kleine jongen dus.

Mitochondriën zijn de energieproducenten van de lichaamscellen. Wat dan weer volgens nogal wat Franse non-believers het bewijs zou zijn dat Pogacar op speciale benzine rijdt, omdat zijn arts-trainer-coach daar toegang toe zou hebben. Er is nul bewijs van het bestaan van zo’n geheim middel, voor alle duidelijkheid.

Vingegaard heeft in tegenstelling tot Pogacar wel een probleemloze voorbereiding gekend. Hij is samen met zijn team getraind, gefinetuned en geprogrammeerd om drie weken lang de prestaties te leveren die dit zware parcours vraagt. En wat heet zwaar? Als u dacht dat ze het ergste hebben gehad, te beginnen op vrijdag 14 juli volgen nog zes bergritten.

Een andere hamvraag luidt: waarom supportert de overgrote meerderheid in, rond en buiten het peloton voor Pogacar in deze titanenstrijd?

Op de Denen na uiteraard, die zijn pro Vingegaard. En de Nederlanders die TJV als hun nationale wielertrots beschouwen. Naar mij is verteld, zijn ook sommige vrouwen op de hand van Jonas. Vooral zij die gelukkig worden bij de gedachte dat zo’n timide jongen zijn vertrouwen heeft te danken aan zijn elf jaar oudere vrouw Trine.

Dat gevoel is hun gegund, maar gisteren beleefden zij alvast een baaldag. Beetje bij beetje knabbelt Pogacar aan de achterstand op Vingegaard. Tikje na tikje deelt hij uit, als een volleerde pugilist die eerst de lever, dan de armen en ten slotte de slapen en de kin van zijn tegenstander teistert. Tot die zich gewonnen geeft. Of niet.

De sympathieke Pogacar is een speelvogel, of laat ons tenminste geloven dat hij een speelvogel is. Zijn uitstapjes naar de klassiekers en daarbij altijd meedoen voor de winst, om er daarna nog een grote ronde aan te plakken en daarbij ook voor winst te gaan, daar houden wielerfans van.

De saaie Vingegaard heeft het nadeel dat niet alleen hij – te bleek, te timide, te weinig bink, te veel voorgeprogrammeerd – maar ook zijn team de perceptie tegen heeft. De combinatie van Denemarken en Nederland, twee zelfverklaarde gidsnaties, heeft daar veel, zo niet alles mee te maken.

Al bij al is dat vreemd, want wie ooit met TJV en co. te maken had weet dat ze meer open boek zijn dan UAE. Dat team wordt gerund door oliesjeiks vanuit Abu Dhabi en beschikt over een onmetelijke zak geld. Daarenboven is bij UAE de CEO Mauro Gianetti. Hij was als renner hoofdrolspeler in 1998 in een dopingklassieker waarbij hij bijna het leven liet. Later werd hij ploegbaas van Saunier-Duval met de beruchte Ricardo Riccò, die onder zijn toezicht werd geschorst wegens epo.

Pogacar met zijn ontwapenende glimlach, zijn geintjes en zijn aanvalslust zorgt er in zijn eentje voor dat zijn team toch hoog scoort op de sympathiebarometer. Het grootste deel van de wielerwereld gunt Pogacar deze Tour, maar toch deze voorspelling: Vingegaard trekt op zondag 23 juli het geel aan in Parijs.

Column Meester(knecht) in De Morgen van zaterdag 8 juli 2023

Meester(knecht)

Hoe zegden ze dat nu alweer, gisterenochtend aan de bus van Team Jumbo-Visma? “Tenzij Wout van Aert een kronkel krijgt, sprint hij niet mee.” Het Noord-Nederlandse ‘kronkel’, zou dat hetzelfde zijn als het Zuid-Nederlandse ‘het zot in de kop’?
Wout van Aert heeft gisteren niet mee gesprint. Hij deed wel even alsof. Sprong weg en liet zich terstond weer inlopen door het peloton dat hem vervloekte. Wel lachen, maar geen zot in de kop. Net als de dag ervoor, de dag daarvoor en ook woensdag niet. Dinsdag probeerde hij er zich wel tussen te wurmen, maar dan bleek eens te meer dat Van Aert in alles op de racefiets uitblinkt maar in niks een absolute superspecialist is.
Een spurtbom was ellebogend met Jasper Philipsen naar de meet gereden en had desnoods onderweg nog een keirin-kopstoot uitgedeeld. Niet Wout van Aert en dat siert hem. Cleane renner, in alle opzichten.
Eerst even deze disclaimer. Dit is voorlopig niet het jaar van Van Aert, maar voor hetzelfde geld wint hij vandaag in de sprint en morgen na een monsterontsnapping op de Puy de Dôme, om daarna zijn Sarah aan het kraambed bij te staan en fris en monter naar Glasgow af te reizen en daar wereldkampioen te worden.
Wout van Aert is een fantastische renner, maar te weinig winnaar. Zijn scoringspercentage als hij in een kansrijke positie voor doel komt is het laagste van alle wereldtoppers. Dat weerspiegelt zich in zijn palmares, bij uitstek in 2023: tweede op het WK veldrijden (na Van der Poel); derde in Milaan-San Remo (na Van der Poel); eerste in de E3; tweede in Gent-Wevelgem; vierde in de Ronde van Vlaanderen (na Pogacar en Van der Poel); derde in Parijs-Roubaix (na Van der Poel); tweede in Tübach-Weinfelden, herdenkingsrit voor Gino Mäder, maar wel de groene trui gewonnen in die Ronde van Zwitserland. Oef.
Zijn tweede winst van het seizoen was op het BK tijdrijden, met overmacht. Maar wat als Remco Evenepoel niet was gevallen? Inderdaad, wat als… Wat als Van Aert had geweten dat dit seizoen er eentje is van net niet, had hij dan in Wevelgem alsnog Christophe Laporte laten voorgaan?
En dan die tweede Tour-rit naar San Sebastián. Een echte sprinter brult over de radio de hele ploeg doof als hij niet genoeg mannetjes voor zich krijgt om dat laatste gaatje te dichten. Niet Wout van Aert. Een echte sprinter zal zelfs niet meer sprinten als hij ook maar vermoedt dat hij tekort zal komen. Niet Wout van Aert. Dan maar stranden op een meter of drie.
Dat gooien met die drinkbus, niet zeker wat de achterliggende psychologie is maar van koelbloedigheid getuigt het niet. Ook zijn reactie op het spotten van Tadej Pogacar was niet cool. Haal gewoon je schouders op en zeg vooral niet dat je zal antwoorden met de benen. Dat heeft hij donderdag geprobeerd, eerst op de Tourmalet en daarna op de klim naar Cauterets-Cambasque. Hij vatte die laatste klim aan als een dolleman, tot het op was en hij amper nog snelheid maakte om recht te blijven. Aardige omstanders gaven hem dan maar een zetje. Zijn kopman Jonas Vingegaard versnelde daarna om op een counter te lopen. Het was Pogacar die antwoordde met de benen. Van Aerts inspanning was voor niks.
In een krant verscheen een verhaal dat we ons als Belgen in de handen moeten wrijven met zo’n renner. Zeker, maar je kan het ook omdraaien en als een vraag verpakken. Is Van Aert niet veel te goed om zich zo uit de naad te rijden voor een bleke Deen die alleen maar wedstrijden wint omdat zijn watt per kilogram lichaamsgewicht (en zijn VO2max en zijn fietseconomie) nu eenmaal hoger/ gunstiger is dan dat van welke andere renner in de Tour ook?
Van Aert heeft te veel klasse om als de eerste de beste baroudeur bij kilometer nul van achter de rode auto van de koersdirectie weg te springen. Van Aert is te goed voor de Oscar voor de Speciale Effecten in deze Tour, ook bekend als die krankzinnige prijs van de strijdlust.
Van Aert is geen meesterknecht, hij is een meester en die horen niet te knechten, ook niet als ze daar miljoenen voor worden betaald. Wat moet hij dan? Specialisten in zijn ploeg beweren dat hij met dit gewicht de Tour niet kan winnen. Durf ze niet tegen te spreken. Wie het tegendeel beweert, is met zekerheid nooit verder geraakt dan de inleiding van de fysiologie van het wielrennen.
Toch is het zonde, gooien met krachten, woekeren met immens talent, wat de klasbak Wout van Aert doet om zijn eigen Tour kleur te geven. Het is te hopen voor hem dat Sarah sneller dan uitgerekend moet bevallen en hij naar huis kan. Het zal zijn WK ten goede komen.

Column Team NEOM in De Morgen van maandag 3 juli 2023

Team NEOM

In de Franse sportkrant L’Equipe stond gisteren een interview met Richard Plugge, de Patrick Lefevere van Team Jumbo-Visma.
Niets wijzer van geworden, behalve dat je er een beetje moe van wordt om steeds weer te moeten lezen dat zijn ervaringen als journalist en als hoofdredacteur hem hebben geholpen om de ploeg te formeren die vandaag bij de betere van het profpeloton behoort. Plugge heeft vooral een heel gedreven en competente staf. En zeer goede renners natuurlijk.
En veel geld. Als TJV vandaag bovenaan de voedselketen van de koers staat, is dat toch in de eerste plaats te danken aan de J in die afkorting. J staat voor Jumbo, de supermarktgigant die als prijsbreker furore heeft gemaakt.
Jumbo stopt als hoofdsponsor. Slimme zet van Jumbo. De naam is bekend, tijd om andere dingen te doen met de tien-vijftien of nog meer miljoenen euro die het bedrijf jaarlijks in het wielrennen stopt.
Volgens de doorgaans erg goed geïnformeerde website Wielerflits zou Plugge als nieuwe hoofdsponsor onderhandelingen voeren met NEOM City, een nieuw te bouwen stad in Saudi-Arabië, een totaalproject van om en nabij de 500 miljard dollar. NEOM is een samentrekking van het oudgriekse neo en het Arabische woord voor toekomst, mustaqbal.
Het einddoel is om één miljoen mensen te laten wonen en werken in een volledig CO2-vrije stad. NEOM is onderdeel van Vision 2030, een masterplan dat door de koninklijke familie is uitgewerkt en als doel heeft van Saudi-Arabië een niet te negeren toeristische bestemming te maken. Toerisme, sport(industrie) en entertainment moeten de speerpunten worden van de Saudische economie van de toekomst, en dat alles klimaatneutraal.
In een eerste fase wordt met NEOM gemikt op 2029. Het hele plan voorziet in een lintbebouwing van honderdzeventig kilometer lang, opgedeeld in woonhubs met in elke hub alle voorzieningen van winkels over ziekenhuizen tot werk en scholen. Onder de stad van in totaal 26.000 vierkante kilometer is een hypersnelle trein gepland waarmee je in twintig minuten van noord naar zuid reist.
NEOM ligt in het noorden van Saudi-Arabië aan de doorgaans bloedhete Golf van Akaba. Aan de andere kant van de 24 kilometer brede golf kijkt NEOM uit op het Egyptische zonneoord Sharm-El-Sheikh waar het op een koude winterdag nog steeds twintig graden is. Honderd kilometer in het binnenland achter NEOM moet het wintersportoord Trojena komen, een ook nog te bouwen stad in de bergen. Daar moeten in 2029 de tiende Asian Winter Games doorgaan. Winterspelen in de woestijn, waarom ook niet.
Richard Plugge werd gevraagd naar NEOM. Hij ontkende niet. Dat had gekund, zoiets als: “Saudisch geld, liever niet hoor.” Neen, er volgde een gemeenplaats. “Ik ben erg vertrouwensvol dat we snel de juiste sponsor vinden die klaar is om onze gedachte te omarmen van een wielrennen als oplossing voor wereldproblemen zoals obesitas en het klimaat.”
Aan obesitas alvast geen gebrek, al helemaal niet in de Golf-regio’s, en klimaatproblemen kennen ze daar ook, ze zijn er zelf ten dele verantwoordelijk voor met hun fossiele energie. Als NEOM, dus de Saudische overheid, via het Public Investment Fund of PIF ooit sponsor wordt van een van de grootste ploegen uit het wielrennen, is dat echt niet om iedereen op de fiets te krijgen of om het klimaat te redden.
Saudi-Arabië was een beetje laat met investeren in de wereldsport en haalt nu zijn achterstand in op Qatar en de Emiraten. Daarvoor dienen de bodemloze investeringen in het Europees voetbal en de eigen voetbalcompetitie.
Overigens is Saudi-Arabië al wielersponsor, maar dan bij het team Jayco-AlUla. AlUla is eigenlijk Al-‘Ula, een historische stad in een natuurgebied in het centrum van Saudi-Arabië. Die sponsoring komt van de toeristische dienst van dat land.
De plannen om een eigen wielerteam te beginnen, hebben niets vandoen met de wereldproblemen waarvan sprake, maar alles met het UAE dat Tadej Pogacar en co. steunt. United Arab Emirates, dat zijn die kleine oliestaatjes met die sjeiks met al hun praatjes die dringend een les moeten krijgen in wie nu de heerser is in de Golf-regio. Jayco-Alula is iets te klein om UAE de duvel aan te doen, vandaar de opportuniteit TJV.
Niet vierkant ontkennen dat het NEOM en Saudi- Arabië zou kunnen worden, betekent dat ze hebben gepraat, of nog aan het praten zijn, of al een deal hebben.
TJV moet doen wat het denkt te moeten doen, maar als Plugge en co in zee gaan met Saudi-Arabië is er toch iets loos met hun moreel kompas. Misschien kan iemand Plugge inseinen dat de opperbaas van zijn nieuwe sponsor in 2018 een kritische journalist in stukken liet zagen.

Column ‘La course, c’est nous’ in De Morgen van zaterdag 1 juli 2023

La Course, c’est nous

De zomer is de Tour. De Tour is de zomer. Door die zomer is de Tour de belangrijkste wielerwedstrijd van de wereld. Dat is het gevolg van een stom toeval. De eerste Tour had moeten beginnen op 1 juni en had moeten duren tot 5 juli. Dat was in 1903, precies 120 jaar geleden.

Dat stomme toeval, dat de Tour niet in juni maar in juli wordt gereden, was het gevolg van een te klein aantal inschrijvingen. Voor amper vijftien geïnteresseerden had het voor Henri Desgrange geen zin om Frankrijk rond te rijden. Dan maar in juli, dan maar ook het inschrijvingsgeld halveren. Ineens schreven 108 renners zich in, maar op 1 juli 1903 stonden er slecht zestig aan de start.

Eenentwintig renners haalden de eindmeet op 18 juli. De Tour was toen nog echt een ronde. Vertrekken in Parijs, ritje van 467 kilometer naar Lyon, dan naar Marseille, via Toulouse over Bordeaux naar Nantes en zo terug naar Parijs. Zes ritten, de langste was 471 kilometer, de kortste 268, en tussen de ritten soms twee, soms drie maar een keertje vier rustdagen. Tussen rit vier en vijf zat geen enkele rustdag.

In die 120 jaar zijn 110 edities van de Tour georganiseerd. Het verschil van tien komt door de twee wereldoorlogen, die respectievelijk vier en zes edities geschrapt zagen. De enige editie die niet in de zomer werd gereden, was die van 2020. Door corona werd die naar september verschoven.

Volgend jaar zal de Tour niet in Parijs eindigen, en dat is voor het eerst sinds 1904. (De eerste editie van de Tour eindigde in Ville d’Avray, een voorstad van Parijs.) Dat komt door de Olympische Spelen, die weliswaar pas vijf dagen na de laatste rit beginnen, maar drie weken en vier weekends lang Parijs overhoop halen is van het goede te veel.

In 2024 zal de Tour ook voor het eerst in Italië starten. Officieel omdat met Ottavio Bottecchia dan honderd jaar geleden de eerste Italiaan de Tour won. Officieus omdat de Tour graag zijn economische overmacht demonstreert. Vandaag de grand départ in het Spaanse Baskenland, de meest wielergekke regio van Spanje; volgend jaar de grand départ in Toscane, het wielerwalhalla van Italië.

De Tour de France is een bubbel van Franse extraterritorialiteit, die gaat waar hij wil en doet waar hij zin in heeft. La course, c’est nous. Een voorbeeld: de Franse gendarmerie houdt ook in het buitenland te allen tijde de regie en de controle over de veiligheid op het wedstrijdparcours. De lokale politie dient als supporting cast.

De systeemfout die het wielrennen vandaag hypothekeert in zijn economische en sportieve groei is terug te voeren op het ontstaan van de sport en de laatste decennia op het succes van de Tour. Wielrennen op de weg zat van in het begin op een fout spoor.

Neem nu doping. De eerste Tour de France werd de meest extreme vorm van sport die de mens kon beoefenen. Het gebruik van hulpmiddelen om op min of meer menswaardige wijze het einde te halen, weze het met toverdranken of ander bedrog, is door de Tour een tijdlang gemeengoed geweest in het cyclisme.

De broers Pélissier waren in 1924 na hun opgave de eersten om de omerta te doorbreken in het inmiddels mythische artikel van Albert Londres in Le Petit Parisien, ‘Les forçats de la route’ of ‘De dwangarbeiders van de weg’. “Het is lijden van het begin tot het einde. Wij rijden op cocaïne en op chloroform, op dynamiet dus”, aldus de Pélissiers.

Neem het gevaar. Het eerste wedstrijdwielrennen werd oorspronkelijk op de wielerbaan georganiseerd. De Tour heeft de wielrenners naar de weg gehaald. De weg is steeds gevaarlijker geworden en de snelheid steeds hoger, al zou het tot 1934 duren voor de Tour een eerste dode moest betreuren. Dat was de Spanjaard Francisco Cepeda op 11 juli van dat jaar na een banale val.

Waar alle sporten veiliger zijn geworden, heeft wielrennen autoracen en military (vandaag eventing) ingehaald inzake onveiligheid en dodelijke ongevallen. Wielrennen is door die obsessie om op de openbare weg te sporten niet alleen de sport met de meeste doden, maar telt ook meer doden op training dan in wedstrijd.

Neem de fragiele wielereconomie. Wegwielrennen is een Europese sport met her en der in de wereld een fanatieke aanhang. Eén wedstrijd vertegenwoordigt ongeveer de helft van de wielereconomie. Dat is de Tour. En de strijd in die ene wedstrijd draait dit jaar rond amper twee renners.

Zo kan een sport niet groeien. Het wielrennen ook niet, daarom is het ook een kleine, ondergewaardeerde en ondergefinancierde sport gebleven. En de Tour de France, die vindt het best zo. Die wil liever de helft van iets kleins zijn dan een deel in een veel groter geheel.