‘Moi, Je’, column in De Morgen van 15 november 2014

Moi, je

De ene keer gaat het al sneller dan de andere, maar elke grote beschaving bezwijkt ultiem onder incest en intriges, decadentie en pretentie. Is het na de Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen nu de beurt aan de Rode Duivels?

Ooit waren er de Duiveluitdagingen, nu zijn er de Duivelsoaps. Het leek de voorbije weken een beetje Rome in de eerste eeuw na Christus, maar dan op voetbalschoenen. Keeper versierde ooit lief van middenvelder. Trainer probeerde te bemiddelen. Discreet. Maar middenvelder schreef (op zijn 23ste!) autobiografie en onthulde dat trainer had gevraagd of hij keeper uit de ploeg moest zetten.

Trainer moest dat duiden. Zijn vraag was maar hypothetisch. Hij wilde weten hoe diep het zat. Trainer bijgevolg niet tevreden. Keeper ook niet tevreden. Middenvelder wel. Natrappen lucht op. Het volgend volk smulde. De pers ook.

Bon, voor hetzelfde geld eten ze morgen de Welshmen met huid en haar op en staan dan derde op de FIFA-ranking, maar twijfel niet: het verval is ingezet. Het plebs heeft inmiddels in de smiezen dat onze Nero, subliem vertolkt door Marc Wilmots, een hoofdrol heeft in de duivel- soaps. Meer zelfs, het plebs – in en naast de ploeg – heeft het stilaan gehad met Nero Wilmots en dat gevoel dateert al van voor de Wereldbeker in Brazilië.

Op die Wereldbeker ging het van kwaad naar erger. Ten eerste kwam ter plekke zijn gebrek aan oefenstof en tactisch inzicht pijnlijk aan de oppervlakte (zoals tegen IJsland B), maar spelers verdragen veel van een trainer zolang die hen niet te veel op de zenuwen werkt. Jammer, maar helaas, het krediet was snel op toen Wilmots bij elk voorbeeld, elke tip, elke opdracht, refereerde aan zijn eigen glorieuze passage in het Europese topvoetbal, zijnde Schalke 04, Bordeaux en twee Wereldbekers. In zoverre dat een op de twee zinnen begon met ‘ik’. Waarna hij vanuit de spelersgroep de koosnaam ‘moi, je’ kreeg.

Wat zei Wilmots eerder deze week bij de
Trofee voor Sportverdienste voor Daniel Van Buyten, na twee Vlaamse winnaars toegekend aan een Franstalige – eerder voor het taalevenwicht dan voor de sportieve verdienste, maar dat geheel terzijde? “Het is de mooiste prijs die een sportman kan krijgen in zijn hele carrière.” Onzin, ook dat terzijde. Waarna het ultieme argument volgde: “Ik heb die prijs ook gekregen.” De spelers schudden meewarig het hoofd toen ze het hoorden. Moi, je, ten voeten uit.

Zij hebben inmiddels begrepen dat Marc Wilmots het credo huldigt van veel grote trainers: my way or the highway. De dag dat ze door- hadden dat Wilmots niet van de autoweg was maar van de holle weg, ging de deur op een kier. Na de vaudeville rond kinesitherapeut Lieven Maesschalck is die helemaal dicht. De herstelsjamaan was onmisbaar in mei en juni; vandaag is hij overbodig. Maesschalck mag dan een over- dreven Merlijn de Tovenaar-status genieten bij zijn spelers, hij kent zijn vak en hij had ook een mening over hoe het nóg beter, nóg slimmer kon.

Nog voor de Wereldbeker was hij klaar met de autocratische streken van Wilmots, die een osteopaat verving voor een andere kine, toevallig de man van de beste vriendin van zijn vrouw. De nieuwe kine kreeg van de spelers de bijnaam ‘Ice Man’, omdat hij vooral ijsemmers vulde. Op de Voetbalbond weten ze nu maar al te goed dat de koppige beperktheid van de bondscoach een gevaar is voor de pas verworven status van voetbalgrootmacht, maar het lijfsbehoud van de goedbetaalde top is daar nu heel even prioritair.

Moi-je-column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s