Column in De Morgen van 8 november 2014

Sportbeschaving

Trabzonspor is een Turkse ploeg van tegen de Zwarte Zee, die donderdag onze kant uitkwam om hier een pakje slaag te krijgen van de troepen van Peter Maes, iets wat die Turken natuurlijk willen beletten en wat ze is gelukt. Het werd 1-1. Vooraf was er even een schandaal, want Sporting Lokeren weigerde Turken tickets te verkopen voor die wedstrijd, zo stond het in de krant van de week.

Daarbij werd dan ook vermeld dat iemand bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding op die weigering hoogst verbaasd had gereageerd, in de trant van: “Het feit dat iemand een ticket wordt geweigerd puur op basis de Turks klinkende naam op zijn Belgisch paspoort, neigt toch in de richting van indirecte discriminatie.”

Als de man/vrouw van Gelijke Kansen bestaat én als die effectief zo heeft gereageerd, is dat een dubbele vergissing: het is geen indi- recte discriminatie, maar gewoon discriminatie. En die discriminatie is terecht; ze is zelfs door de wet verplicht.

Wat hadden ze dan gewild bij het Centrum? Dat een fan van Trabzon zich eventjes een ticket kon kopen voor een Belgisch vak en daar een half uurtje voor de wedstrijd zijn clubkleurtjes kon komen showen en liedjes zingen? Om binnen de kortste keren te eindigen als kebab?

Het is niet duidelijk wat Lokeren nu precies wordt verweten. Het bezoekend vak werd uitgebreid van 400 naar 1.200 plaatsen en alle Turken die ooit al een ticket had-
den gekocht voor een wedstrijd op Daknam kregen nu opnieuw een ticket, zelfs voor de Belgische vakken. Alleen de Turkse occasionele bezoeker, die ter gelegenheid van de komst van Trabzon voor het eerst Daknam met een bezoek wou vereren en – omdat het bezoekend vak uitverkocht was – met alle geweld tussen de Belgen wilde gaan zitten, die Turk is geweigerd. Net zoals ook de Turkse ticketkoper, die zich bij Anderlecht aanbiedt voor de wedstrijd tegen Galatasaray van over twee weken, ongetwijfeld wandelen wordt gestuurd.

In mijn ideale wereld kan het wel, twee groepen fans die door elkaar staan en liedjes over hun ploegen zingen en juichen of treuren, maar elkaar niet aanraken. Nadat Michael Jordan hen een zesde titel had bezorgd ten koste van de plaatselijke Utah Jazz, heb ik een tiental fans van de Chicago Bulls in 1998 een dansje weten maken op het plein voor wat tegenwoordig de EnergySolutions Arena heet. Niemand van de 18.000 locals die hen in elkaar sloeg, hooguit weerklonk een Mormoonse ‘boeeeh’.

Het zou ook in onze sportbeschaving moeten kunnen, maar het kan niet en het zal nooit kunnen. In Gent is men trots op de promenade in de nieuwe Ghelamco Arena, waarlangs je het hele stadion rondloopt. Dat is een beetje gelogen, want aan beide kanten bots je op een muur. Achter die muur zit de uithoek, langs waar de bezoekende fans naar binnen worden geëscorteerd en twee uur van God los mogen zijn, waarna ze weer worden gedeporteerd naar hun bussen.

Zelfs dat stadionconcept is eigenlijk niet veilig genoeg, want Gent is zo’n universeel Vlaamse stad dat zich van elke bezoekende ploeg altijd wel een paar fans onder de rest van het publiek bevinden. Tot op de duurste zitplaatsen, waar je in bioscoopzetels met warmtestralers boven je hoofd naar het voetbal kan kijken, heb ik ruzies zien ontstaan, waarbij het tot een handgemeen kwam omdat iemand het aandurfde te juichen bij een doelpunt van de andere ploeg. Zondag wordt met de komst van Anderlecht het toezicht nog verscherpt. Jammer, maar helaas.

08-11-2014-Sportbeschaving

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s