Column Ibrahimović in De Morgen van 27 dec 2014

Ibrahimović

De biografie van Zlatan ligt hier op het stapeltje ‘nog te lezen’, waar ook Kevin De Bruyne ligt, straks misschien de ploegmaat van de Zweed als de UEFA het toelaat dat de Arabier van PSG zijn portemonnee opentrekt. Ik weet niet of ik nog ooit aan ‘Ik, Zlatan’ begin. Eerder nog aan ‘Keep it Simple’, dat is de titel van de biografie van De Bruyne, die 23 is en steeds beter wordt. Ibrahimović is al 33 en met die lengte en dat gewicht houdt hij het geen twee jaar meer vol aan de top.

De vraag is natuurlijk of Zlatan top is. Hij zelf vindt alvast van wel. Een van zijn meest beklijvende quotes luidt: “Meestal wordt gezegd dat je geen legende kan worden voordat je dood bent. Dat geldt niet voor mij. Ik ben een levende legende.” Toen een journalist hem vroeg wat de strijd tussen Portugal en Zweden zou kunnen beslissen, antwoordde Hij: “Dat weet alleen God.” Waarop de journalist dacht gevat te zijn: “Dat wordt lastig om het aan hem te vragen.” Maar Zlatan, zo snel als kijken: “Nee hoor, je zit tegenover hem.”

Tweede worden is zo goed als laatste eindigen. Ik had op nummer één tot nummer vijf moeten staan

Zlatan Ibrahimović

Dat is grappig bedoeld en een beetje arrogant, maar toch gewoon grappig. Zoals die keer toen een andere journalist vroeg – wat een vraag, maar bon – wat hij zijn vrouw voor haar verjaardag had gegeven. “Niks. Ze heeft Zlatan al.”

Minder grappig was toen hij moest vertrekken bij FC Barcelona van Guardiola, waarna die alles begonnen te winnen wat er te winnen viel. Zlatan vond dat Guardiola een Ferrari had gekocht (dat was hijzelf, voor alle duidelijkheid), maar ermee rondreed als een Fiatje.

Maar nu is Ferrari, beter bekend als God en nog beter als Zlatan Ibrahimovic, boos, erg boos. De aanleiding is een onschuldige poll van de Zweedse krant Dagens Nyheter. Lijstjes, polls, rangschikkingen, het gaat er dezer dagen ook bij onze Zweedse collega’s allemaal in als zoete koek. Ze wilden weten wie de grootste Zweedse sportpersoonlijkheid aller tijden was.

Op één stond tennislegende – nog levend – Björn Borg. Daar zou de hele wereld hem ook hebben gezet, dus veel discussie behoeft dat niet. Zlatan stond op twee. Hij ging tafeltennisser Jan-Ove Waldner (dubbel wereldkampioen en olympisch goud in 1992), golfspeelster Annika Sörenstam (acht keer de nummer één van de wereld) en skiër Ingemar Stenmark (twee keer olympisch goud en drie keer wereldkampioen) vooraf.

Toen de krant hem trots contacteerde, reageerde hij erg bits. “Tweede worden is zo goed als laatste eindigen. Ik had op nummer één tot nummer vijf moeten staan.” Ach Zlatan Ibrahimović, meer praatjes dan prijzen. Oké, hij is ooit acht keer op rij landskampioen geworden met vijf verschillende ploegen, maar daarvan zijn de twee van Juventus nietig verklaard door omkoping. Zijn omloopsnelheid als speler zegt alles over wie hij is en hoe hij zich gedraagt: een onwaarschijnlijke einzelgänger, die geniale fratsen kan uithalen die af en toe leiden tot onwaarschijnlijke doelpunten, maar zelden tot prijzen.

Als nu ook al voor de immer nuchtere Zweden een staartje, een sikje, wat tattoos, enkele geluksgoals en veel praatjes volstaan om een ster te zijn, neemt heimwee naar de vorige eeuw alleen maar toe

Scorebordjournalistiek is misschien verwerpelijk, prijzenkastjournalistiek is dat niet, zeker niet als lijstjes aan de orde zijn. Waldner, Stenmark of Sörenstam zijn wellicht te aardig om te wijzen op hun prijzen en medailles en dat Ibrahimović misschien wel voor zes verschillende ploegen scoorde in de Champions League, maar nooit in de buurt kwam van de beker met de grote oren. Dat hij als international op twee WK’s speelde, maar nooit in het stuk voor kwam. De laatste twee gingen zelfs helemaal aan God voorbij, wat hem volgende ontboezeming ontlokte: “Een WK zonder mij is het niet waard om naar te kijken.”

Ik had graag een Zweedse journalist willen zijn om hem het bloed van onder de nagels te halen met de vraag of zijn landgenoot Henrik ‘Henke’ Larsson niet boven hem had moeten eindigen. Die speelde ook bij FC Barcelona en won in 2005 wel de Champions League. FC Barcelona versloeg in de finale Arsenal FC met 2-1 en Larsson gaf de assists voor beide doelpunten. Larsson was overigens ook een sleutelfiguur in de Zweedse ploeg, die derde werd op het WK voetbal van 1994.

Als nu ook al voor de immer nuchtere Zweden een staartje, een sikje, wat tattoos, enkele geluksgoals en veel praatjes volstaan om een ster te zijn, neemt heimwee naar de vorige eeuw alleen maar toe.

Ibrahimovic column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s