Column Goed voetbal… in De Morgen van zaterdag 23 juni 2018

Voor goed voetbal moet je niet bij de worldcup zijn

België-Tunesië is de 29ste wedstrijd op het WK. We zijn bijna halfweg, maar het is al een tijdje officieel: voor goed voetbal moet je niet bij de worldcup zijn. Die conclusie werd al snel getrokken door de Nederlanders en dat werd uitgelegd als de druiven die te groen zijn. Niks van. De voetbalspelers zijn te goed geworden voor het spel, of misschien zijn de bondscoaches niet slim genoeg, of allebei. Deze stellingen behoeven een beetje uitleg.

Niet dat alle wedstrijden saai zijn. Duitsland-Mexico, Portugal-Spanje en Argentinië-Kroatië waren even genietbaar als een Champions League-match. Het ging snel en het ging op en neer omdat beide teams uitgingen van balbezit en kansen creëren. Gaandeweg kreeg één team de bovenhand, op zoek naar de gelijkmaker, en zo ontstond er een onevenwicht. Ook niet erg. Eén team in de verdrukking dat moet dweilen met de kraan open en het andere team dat kans op kans de nek omwringt, dat heeft ook iets.

En toch, om de meeste wedstrijden uit te zitten, moet je al een voetbalfreak zijn of fan van een team. De neutrale toeschouwer wordt niet wild van deze worldcup, ook al omdat heel wat wedstrijden beginnen in een patstelling, gespeeld worden in die patstelling en eindigen in een variant op de patstelling.

Ooit waren alle underdogs zoals Panama: moedig in het verzet, maar uiteindelijk fysiek tekortschietend en ten onder gaand. Gerechtigheid geschiedde, want in tegenstelling tot in het gewone leven is het niet meer dan normaal dat de beste wordt beloond en de slechtste wordt bestraft. Op dit WK is alleen Panama Panama. Met uitzondering van de eerste wedstrijd van de Saudi’s, maar die hebben zich na hun desastreuze begin op de allerlaatste dag van de ramadan inmiddels herpakt.

Nog niet zo heel lang geleden had elk team wel een paar zwakke plekken, jongens van wie iedereen wist dat ze erbij zaten omdat je met elf moet zijn, of omdat de trainer hen daar zette omdat ze goed waren voor de ploeggeest. Vandaag zijn alle voetballers ofwel fysiek top geschoold, ofwel technisch top geschoold, ofwel allebei en dat zijn dan de toppers.

De meeste voetballers en voetbalploegen op deze worldcup hebben het ook tactisch goed voor elkaar, althans wat de verdediging betreft, en daar knijpt het schoentje. Het verdedigend potentieel haalt het op deze worldcup moeiteloos van het aanvallend potentieel en dat houdt direct verband met de fysieke en tactische paraatheid van haast alle spelers. Alle info over alle teams ligt tegenwoordig voor het rapen.

Gestructureerd verdedigen is oneindig veel makkelijker dan geïnspireerd en doordacht aanvallen. Het is een misverstand dat de verdedigende ploeg zich kapot loopt achter de bal. Wie slim verdedigt, maakt weinig kilometers. Aanvallen, dat kost pas energie. U wilt niet weten hoeveel trainers de aanval overlaten aan de intuïtie van hun voorspelers. U wilt ook niet weten hoeveel bondscoaches op dit WK alle tijd spenderen aan het dichttimmeren van hun defensie en voor al het andere hopen op bevliegingen voorin.

De gesloten wedstrijden van deze worldcup, vaak beslist op standaardsituaties, staan in schril contrast met de wedstrijden in de Champions League. Dat hoeft elkaar niet tegen te spreken. In een clubteam heeft een beetje coach de spelers dag na dag ter beschikking en is het ploegspel oneindig veel beter dan in de nationale ploeg.

Dat is duidelijk te merken aan het niveau dat Messi haalt met Argentinië, of niet haalt zo u wilt, vergeleken met FC Barcelona. Al is het naïef om te denken dat je in een niet-gesmeerd geheel kunt volstaan met 7,6 kilometer te lopen in een wedstrijd en dan nog 84 procent van de tijd te wandelen.

En Portugal en Ronaldo dan? Welja, sommige bondscoaches beseffen dat ze het spel niet nodeloos ingewikkeld moeten maken en Portugal speelt bovendien puur op reactie. Op een worldcup ben je beter negatief of afwachtend als Portugal, Iran of IJsland, dan positief of aanvallend als Marokko, Peru of zelfs België.

In andere sporten had men allang aan de alarmbel getrokken en de reglementen gewijzigd. Voetbal gaat er prat op dat het al meer dan een eeuw of zo met dezelfde buitenspelregel speelt, enkele cosmetische ingrepen niet te na gesproken. Misschien moet aan dat buitenspel niet eens veel veranderen. Men zou kunnen beginnen met een verplicht aantal spelers – twee of drie – die zich in het aanvalsvak moeten ophouden. De allergrootste vooruitgang zou erin bestaan dat men eindelijk de reglementen toepast en alle overtredingen bestraft.

 

20180623_De-Morgen_Goed voetbal

BEL-TUN Voor elkaar door het vuur in De Morgen van zaterdag 23 juni 2018

‘We gaan voor elkaar door het vuur’

De wereld vond de start tegen Panama veelbelovend en kijkt nu toe of de gouden Belgische generatie vandaag tegen Tunesië kan upgraden van schaduwfavoriet tot favoriet. Het vertrouwen is alvast groot bij Roberto Martínez en zijn spelers.

In de westelijke voorstad van Moskou ligt de Otkrytieje Arena. Het stadion van Spartak Moskou, met de 25 meter hoge stalen Spartacus aan de voordeur, is een bijzonder inspirerende plek van een club met een opmerkelijke geschiedenis. In deze voetbaltempel staan de Rode Duivels vanmiddag voor hun zwaarste mondiaal examen sinds de uitschakeling tegen Argentinië in de kwartfinale van de vorige worldcup.

Die sisser (0-1-verlies) is vergeten en de misser op het EK twee jaar later tegen Wales (1-3-verlies) ook. Beide afknappers werden gemakshalve, maar ook niet geheel onterecht in de schoenen van een zwakke bondscoach geschoven. Deze internationaal gelouterde en gelauwerde Rode Duivels beseffen echter dat deze excuses niet meer tellen. Vluchten kan niet meer en vanaf vanmiddag Tunesië, donderdag Engeland en alles wat daarna komt, zijn alle wedstrijden cruciaal.

De worldcup kan echt beginnen want de Nederlander Bert Maalderink van de NOS, op het vorige EK nog af en toe de kwelduivel van Marc Wilmots, heeft zich tijdelijk in het spoor van de Belgen genesteld. Hij begon met een vraag over Radja Nainggolan, waar Axel Witsel niet wilde op antwoorden en volgde later met een vraag aan Roberto Martínez. “Hoe heeft u het in godsnaam klaargespeeld om de rust in dat onder Wilmots zo getormenteerde team te krijgen?”

Goeie vraag, zei Martínez en Maalderink verguld. Hij zou eens wat meer moeten komen. Elke persconferentie krijgt wel een of andere journalist een goedkeurend knikje van onze bondscoach. Jawel, het gaat goed bij de Belgen en Martínez is een hele aardige man. Bert kon daar na afloop niks tegen inbrengen.

Veel talent, goede sfeer

Er is geen reden om te twijfelen aan de charme van de Rode Duivels, het meest beschikbare team na Panama op deze worldcup. Ook niet aan het talent of aan de goeie sfeer, zo was al te zien op de heenvlucht. Er is ook geen reden om te twijfelen aan hun wil om ver te geraken. Dat alles geldt ook voor de staf. Iedereen is doordrongen van de gedachte dat dit toernooi het beste ooit moet worden voor deze unieke verzameling voetballers.

“De meesten kennen elkaar al meer dan tien jaar”, zei Witsel. “We willen voor een ander door het vuur gaan. Dat hebben we bewezen in de wedstrijd tegen Panama. We werden niet zenuwachtig en we zijn blijven wachten op dat doelpunt. Finalement hebben we er drie ingejast.”

Ere wie ere toekomt, van alle favorieten en schaduwfavorieten hebben de Belgen in de eerste wedstrijd de beste beurt gemaakt. Toch weerklonk er een beetje kritiek: tegen het onooglijke Panama sloop oud zeer in het team. Kort samengevat: zwakke opbouw van de achterste drie, waardoor Kevin De Bruyne inzakte en de druk naar voren er niet echt consistent uitkwam. Voorts een Axel Witsel die weinig diepgang vertoonde – ook een oud zeer – en voorin wat al te veel afwachten, weinig beweging en te trage passing.

Martínez wil zijn ploeg zien groeien in het toernooi en slaagt daar tot nog toe in, al krijgt hij vandaag een andere tegenstander dan hij in de kwalificaties heeft ontmoet. Tunesië moet winnen, dat gaf de ervaren Tunesische bondscoach Nabil Maâloul grif toe. Eerder al had hij zich laten ontglippen dat de verdediging van België te pakken is. Dat nam hij terug. “Ook de verdediging van Barcelona is te pakken, dat is met alle ploegen die graag aanvallen.”

Tunesiërs motiveer je niet, die motiveren zichzelf al meer dan genoeg. Moeten winnen en ook nog eens als enige team uit de al zo geplaagde Arabische wereld nog geen twee keer verloren, hoofdzakelijk omdat ze nog maar één keer hebben gespeeld, Maâloul voelt de druk.

“Wij zijn het laatste Arabische team en de druk om de Arabische wereld eervol te vertegenwoordigen is heel groot.” Zijn spits, de Franssprekende Wahbi Khazri van Stade Rennais, bleef bescheiden: “We spelen tegen een favoriet voor de wereldtitel en we moeten winnen. We geloven erin omdat we goed willen presteren voor ons land. Dat we zijn gestegen op de landenranking? Dat is sinds het aantreden van de sélectionneur.” Die keek goedkeurend vooruit, zijn troepen zijn getemd.

Tunesië staat voor agressief en fysiek voetbal en dat wordt het meest heikele van de hele opdracht. In welke mate ga je mee in hun spel, tot hoever laat je je afdreigen, schoppen, neerhalen tot meerdere eer en glorie van Tunesië en bij uitbreiding de Arabische wereld? De Rode Duivels spelen dan wel in topcompetities, van die betere Noord-Afrikaanse voetbalagressie zullen ze het ongetwijfeld op de heupen krijgen en ze hebben al drie gele kaarten (Meunier, Vertonghen, De Bruyne) staan.

Het meest bedreigd is ongetwijfeld Eden Hazard, die makkelijker te verdedigen en neer te halen is dan Kevin De Bruyne. Wat de scheidsrechter betreft, gaan de Rode Duivels erop vooruit: geen Zambiaan meer, maar nu met de ervaren Mark Geiger een Amerikaan.

Engeland pakte de in hun eerste wedstrijd nog afwachtende Tunesiërs aan met hoge pressing. Wellicht wordt dat niet het plan van Martínez, ook al omdat het vandaag erg warm dreigt te worden en het stadion voor een deel de volle zon zal krijgen.

Stop de speculatie, dit is de realiteit: als België vandaag wint van Tunesië en Panama wint niet van Engeland – zelfs een gelijkspel zou een mirakel zijn – dan zit het in de tweede ronde. Tegen wie België dan moet, hangt af van de eerste of tweede plaats, waarover donderdag in een clash met Engeland wordt beslist. Groep G wordt gekruist tegen de eerste of tweede van groep H, waarin morgen wordt gespeeld en nog niks is beslist.

20180623_De-Morgen_Voor elkaar door het vuur

Column Big data in De Morgen van vrijdag 22 juni 2018

Big data

Sommige journalisten kijken naar een wedstrijd en vormen zich een gedacht over de spelwijze, de spelers, de tactiek. Terwijl praten ze met de buur, kijken een actie terug op de tv naast hen, zoeken iets op, schrijven of beginnen te tikken. Ze zien meer dan honderd wedstrijden per jaar en hebben de sport in hun vingers, soms ook in hun tenen vanuit hun eigen sportverleden.

Als voetballers nog geen uur actief bezig zijn met het spel, is dat bij journalisten nog minder. Toch slagen collega’s erin achteraf doorwrochte analyses van de wedstrijd te poneren. Meer zelfs, punten te geven. Hoe dat gaat, ik weet het niet en ik wil het niet weten, want ik vertrouw die punten voor geen haar.

Ik vond Thomas Meunier tegen Panama lang niet goed, niet aanvallend en ook niet verdedigend. Dat was een gevoel gebaseerd op enkele impressies en wellicht ook vooringenomenheid omdat overal was verschenen dat Meunier in de oefenwedstrijden niet zo best had gepresteerd. Wat een opluchting toen hij in onze zusterkrant een vijfje had gekregen, op tien welteverstaan. In een andere krant kreeg hij dan weer een zeven en werd hij net niet bewierookt. Ik ben er niet zeker van dat wij gelijk hadden.

Elke nieuwe worldcup krijg je meer info dan de vorige en we zijn al een tijdje voorbij het punt dat het niet meer te behappen is. Dit is de worldcup van de statistieken, de big data, en dat is soms een probleem. Ik heb mij voor deze editie laten overhalen tot een miniabonnement bij InStat, een Russisch databedrijf. Ze hebben hier data-analisten, statistici en andere digibeten op overschot. Behalve op de Amerikaanse verkiezingen hebben ze zich ook al een aantal jaar op voetbal gestort en dat doen ze heel erg goed.

Zij hebben een InStat-index uitgedokterd en die combineert een aantal parameters. Daaruit bleek voor België-Panama dat de laagst scorende Rode Duivels Axel Witsel en Thomas Meunier waren.

Van Meunier weten zij dat hij minder dan de helft van zijn duels won en dat hij maar vier voorzetten trapte, waarvan er maar één aankwam. Ook de FIFA biedt mooie data aan, al moet je er een beetje naar zoeken. Zij zijn erg goed in het tracken van de spelers, waarmee hun gelopen afstand, hun positie en snelheid in kaart wordt gebracht. De FIFA wist bijvoorbeeld dat Meunier 11,6 kilometer heeft gelopen tegen Panama.

Met 11,6 kilometer kun je alle kanten uit. Atletisch is het knap, zeker in die vochtige warmte van Sotsji. Op zijn positie van wingback word je verondersteld de lijn af te lopen en duels aan te gaan voorin en achterin, dus dat is gewoon veel lopen. De helft van die duels verliezen, kan een probleem opleveren. Yannick Carrasco, zijn antipode op links, won driekwart van zijn duels, maar had geen enkele voorzet en dat is ook maar minnetjes. Carrasco werd gewisseld, maar was hij blijven staan voor het laatste kwartier van de wedstrijd, dan was hij met veel goeie wil aan 10 kilometer gekomen. De statistieken van onze wingbacks tegen Panama laten misschien niet het beste vermoeden voor wedstrijden tegen sterkere ploegen, maar dat valt nog af te wachten.

Gelopen kilometers zeggen ook niet alles en lang was dat de statistiek waarmee we het moesten doen. Gisteren verscheen hier nog een verhaal over de Russen die zo veel en snel liepen. Veel lopen is geen kunst: wie positioneel slecht staat, moet sowieso veel lopen en moet ook hard lopen om terug in positie te geraken.

Voetbal heet een problematische sport te zijn om te interpreteren vanuit data. Het gebrek aan repetitieve handelingen wordt vaak als reden aangehaald. Of ook: het gaat om die paar doelpunten per wedstrijd. Ja en neen. Voetbal is niet zo repetitief als honkbal, dat klopt, maar even repetitief als basketbal en volleybal. Dat er minder wordt gescoord, is een drogreden om niet naar de getalletjes te kijken. Een voetbalwedstrijd zal nooit eindigen op een basketbalscore, maar misschien zou een beter gebruik van data meer doelgevaar en meer doelpunten kunnen opleveren.

Voor sommige spelers zul je altijd een uitzondering moeten maken. Zij zijn de outliers, de buitenbeentjes, niet in statistieken te vatten. Wat moet je in godsnaam met een aanvaller die amper 8,74 kilometer loopt in 96 minuten en de volgende wedstrijd 8,8 kilometer in 98 minuten, het minst van zijn hele team? En die driekwart van die kilometers aflegt wandelend, tussen 0 en 7 kilometer per uur, ook een laagterecord voor zijn team? Die 3 op 18 duels won in zijn tweede wedstrijd en 30 procent afval heeft in zijn passes?

Op de bank zetten? Neen, laten staan, zeker als hij Cristiano Ronaldo heet en er al vier heeft ingejast.

20180622_De-Morgen_Big data

Vroeg scoren…tegen Tunesië in De Morgen van vrijdag 22 juni 2018

Vroeg scoren is de boodschap

Veertig jaar geleden wonnen ze hun enige WK-wedstrijd. Deze keer hielden ze wel bijna Engeland af tot het in blessuretijd 2-1 werd. Neen, Tunesië wordt morgen geen hapklare brok.

Met dank aan de comfortabele 3-0 tegen Panama, maar ook door datzelfde erg zwakke Panama dat normaal drie keer verliest, is de wedstrijd tegen Tunesië morgen van cruciaal belang om eerste of tweede te worden in de groep. Eens die klus geklaard, kan het rekenen en speculeren beginnen.

Tunesië staat nummer 21 op de FIFA-landenranking. Opmerkelijk? In mei van dit jaar stonden ze eventjes veertiende, in de buurt van Mexico en Uruguay. Vandaag kamperen ze tussen Kroatië en IJsland, twee landen die de Rode Duivels nooit zouden onderschatten.

Al heeft die ranking niet dezelfde fijnafstelling als die in het tennis, het wordt morgen in het Spartak-stadion géén gezondheidswandeling, beaamt Gent-verdediger Dylan Bronn in gesprek met Het Laatste Nieuws. “Wij zijn technisch en fysiek erg sterk.”

De laatste keer dat Tunesië en België tegen elkaar speelden op een worldcup was in 2002 in het Japanse Oita, waar 52.000 man al vroeg in de wedstrijd eerst Marc Wilmots zagen scoren, maar vier minuten later ook Raouf Bouzaiene, toen als verdediger namens het Italiaanse Genua actief. De wedstrijd eindigde op 1-1 en dat was het enige puntje voor Tunesië in die groep.

Ook in 1998 en 2006 speelden ze gelijk, respectievelijk tegen Roemenië en Saudi-Arabië. De laatste echte overwinning dateert alweer van 1978, toen ze Mexico klopten en wereldkampioen West-Duitsland op 0-0 hielden. Ook toen overleefden ze de eerste ronde
niet en dat was Tunesië met ‘echte’ Tunesiërs. De laatste jaren is een en ander veranderd. Onder Georges Leekens (2014-2015) professionaliseerde de bond en werd er ook actief gerekruteerd bij voetballers met Tunesische roots, waar ze soms zelf aan moesten worden herinnerd.

Vijf Fransen in selectie

In de selectie voor deze worldcup, die wordt gecoacht door de Tunesiër Nabil Maâloul, zitten maar liefst vijf rasechte Fransen met Afrikaanse voorouders, van wie sommigen maar heel slecht of geen (zoals Bronn) Arabisch spreken. Dat heeft het niveau van de nationale ploeg opgetrokken, maar het fenomeen ergert de Tunesische media mateloos, kritisch als ze zijn voor de buitenlanders met hun dubbele nationaliteit.

Bronn: “Mijn moeder is Tunesische en door haar had ik de dubbele nationaliteit. De vorige bondscoach belde mij en ik zegde toe. Ik ben trots op mijn Afrikaanse roots en ik zal mij dubbelplooien. Eden Hazard is gewaarschuwd.” Bronn, die bij KAA Gent meestal centraal links in de defensie speelt, doet het op dit WK niet onaardig als rechtsachter.

Net zoals Panama zal ook Tunesië op de steun van het publiek kunnen rekenen. Blijkbaar zijn er meer Panamezen en nu ook meer Tunesiërs die zich de moeite hebben getroost om hun nationaal team aan te moedigen. Althans meer dan Belgen. De Belgische volksverhuizing ten tijde van het EK in Frankrijk heeft een vertekend beeld gegeven. In Rusland spelen we voor de tweede keer op rij een uitwedstrijd. Het zal duren tot de wedstrijd tegen Engeland, volgende donderdag in Kaliningrad, vooraleer het neutrale publiek op de hand van de Rode Duivels zal zijn.

Tunesië mist sterkhouders

Zonder dat de Belgen zich rijk moeten rekenen, zijn er toch een aantal voortekenen die gunstig uitvallen. Ten eerste moet Tunesië na de nipte nederlaag tegen Engeland (1-2) aanvallen om te winnen. In de Noord-Afrikaanse gedachtegang betekent dat iets minder stug verdedigen en iets meer investeren in de aanval. Dat biedt opties in de reactie, een spel dat de Rode Duivels op het lijf is geschreven.

Ten tweede mist Tunesië toch een aantal sleutelfiguren. Hamdi Harbaoui, topscorer in België, kennen we allemaal. Na herhaalde kritiek van zijn kant werd hij door de bond uitgespuwd en dat al sinds 2014. Aymen Abdennour was jaren de organisator achterin, maar beleefde een dramatisch seizoen waarin hij bij Olympique de Marseille nauwelijks speelde en mocht niet mee. En dan was er nog de knieblessure van Youssef Msakni, de Tunesische Messi, en viel ook doelman Mouez Hassen uit in het begin van de partij tegen Engeland, maar niet nadat hij een vijftal doelkansen had gered.

Het hele gewicht van de aanval ligt nu bij Wahbi Khazri, die bij Bordeaux furore maakte, werd weggekocht door Sunderland, maar nu weer is uitgeleend aan Stade de Rennes. Hij was de enige speler die tegen Engeland meer dan de helft van de speeltijd op de aanvalshelft speelde. Alle andere ‘Adelaars van Carthago’ dachten aan verdedigen.

Tunesië speelde tegen Engeland meestal zoals Panama tegen België: in een compacte 4-1-4-1, waarbij alle ruimtes werden dichtgelopen. Engeland bereikte makkelijk de aanvallers via de snelle vleugels, maar had pech in de afwerking. Als België snel kan scoren, dan zou het Tunesisch kaartenhuis in elkaar kunnen storten.

Tunesië had maar 41 procent balbezit tegen Engeland, kwam 9 keer in het aanvalsderde van het veld, waarvan 3 keer in het strafschopgebied. Die ene keer dat het mis ging voor Engeland, lag aan de hansworst Kyle Walker, die zo nodig een Tunesiër moest omvertrekken bij een ongevaarlijke voorzet, waarna Tunesië de strafschop kon omzetten.

Nog opvallend: bijna zes op de tien (tegen)aanvallen gaan over rechts en dat is minder geruststellend, want je kunt er gif op innemen dat Yannick Carrasco als linkerwingback vaker aanvallend dan verdedigend zal denken. In zijn rug ligt dan de ruimte en voorin gaat het wel snel bij de Tunesiërs, in tegenstelling tot achterin.

De wedstrijd tegen Engeland met zijn drie verdedigers was voor de Tunesiërs een goeie repetitie voor morgen tegen België, dat ook met drie verdedigers speelt. De meest opvallende statistiek met betrekking tot Tunesië is dat het negentig minuten lang verdedigde met man en macht, veertien fouten maakte, maar geen enkele keer geel kreeg van de Colombiaanse ref.

België heeft geschiedenis mee

Ze hebben moed getankt tegen Engeland, dat is zeker. “We hebben een slag verloren, maar nog niet de oorlog”, tweette aanvaller Fakhreddine Ben Youssef met veel bravoure, terwijl de Belgen zich weinig aantrokken van Tunesië en een lichte training hielden waarin Thomas Vermaelen voor het eerst weer van de partij was. Morgen zou misschien ook Vincent Kompany al aansluiten.

De geschiedenis geeft de Rode Duivels een voordeel. België heeft op een worldcup nog nooit verloren van een Afrikaans team en Tunesië heeft op de vorige vier worldcups ook nog nooit gewonnen van een Europees land. “Dan wordt het tijd dat we geschiedenis schrijven”, praatte bondscoach Maâloul zichzelf moed in.

 

20180622_De-Morgen_vroeg scorenl

Column Mysterie vh Hoge Gras in De Morgen van donderdag 21 juni 2018

Mysterie van het hoge gras

 

Gisteren hebben de Rode Duivels niet getraind, dus gerust, dus zich kunnen ontspannen. Ze waren moe van de wedstrijd tegen Panama en de reis terug. Behalve Kevin De Bruyne, die basketbal heeft gespeeld. “Ik kan niet binnen blijven zitten, ik moet buiten en bewegen.”

Maar, een rustdag na een openingspartij tegen het zwakste land van de hele worldcup, dat bovendien na een uur al murw was, is dat niet hetzelfde als een rustdag in de Tour de France al meteen na de proloog? Een beetje wel, maar dat wordt dan weer tegengesproken door de kenners als KBVB’s technisch directeur Chris Van Puyvelde. “Het zijn twee verschillende inspanningen.”

Dat laatste hadden we ook kunnen bedenken, maar het was leuk om eens wat demagogie in de groep te gooien, kwestie van wat los te maken want het is hier stilaan een schoolreisje met alleen maar brave kinderen. De verstandhouding onder de media is optimaal, dat komt ervan als je iedereen in hetzelfde hotel zet. Zelfs die ene collega bij wie het ongelooflijk stinkt op de kamer – wat niet aan hem ligt, maar aan het putje – klaagt nauwelijks. Viel het internet gisteren uit in het hotel, ach ja, shit happens, ook in Rusland. Geen probleem of bez problem zoals ze hier zeggen.

De Engelsen hadden gisteren ook een rustdag en voor vier Belgen was het een werkdag. Dat komt hierdoor. Onze belangenvereniging had van de voetbalbond een tussendoortje verkregen, exclusief voor de Belgische pers. In het hotel van de Rode Duivels, Le Méridien Moscow Country Club, werden we om halfzes plaatselijke tijd uitgenodigd. Om zeven uur moesten we buiten zijn. Het is tien over zeven als ik deze paragraaf tik en we zijn hier het eerste halfuur nog niet buiten. Naast mij staat een glas witte wijn. Wit, want de Chileense rode is te warm geworden. Er zijn al wat Russische mannetjesputters komen kijken, maar ze laten ons met rust.

Een informele receptie met de KBVB, zo is deze XXL-sessie met spelersinterviews verkocht aan de FIFA. Die hebben niet graag dat de voetbalbonden events organiseren voor de pers waar zij niet van weten. De Brazilianen of Duitsers zouden zich aan die folietjes niet moeten wagen, maar voor little Belgium wordt wel nog een en ander door de vingers gezien.

Aldus werden we om klokslag kwart voor vier in ons busje geladen, richting Moskovskaya Oblast, 35 kilometer ten westen van het Rode Plein. Bij de golfclub werden we aan de slagboom begroet door een legertje security met brede basten, armen als kabels en boze blikken. De Moscow Country Club was vroeger een domein van de staat en eigenlijk nog steeds, want de grond is eigendom van Buitenlandse Zaken. Boris Jeltsin kwam er af en toe verpozen en nu behoren de datsja’s toe aan rijke Russen.

Nog rijkere Belgen in korte broek logeren dezer dagen in het hotel. Gisteren even gecheckt: er was nog een studio twin room voor 12.500 roebel, dat is ongeveer 180 euro. Stel je voor: een kamertje boeken in het hoofdkwartier van de Rode Duivels en ’s avonds doodleuk voorbij flaneren in korte broek op sandalen, of een balletje meegooien met Moussa en Kevin. Het was verleidelijk, maar dat wilden we onze medewerkzame voetbalbond niet aandoen.

De spelers die aan ons verschenen, waren Yannick Carrasco, Eden Hazard, Moussa Dembélé en Kevin De Bruyne. Het was een Belgisch event, dus was er goed eten en veel te drinken, ook een glaasje alcohol. De buitenlandse pers die al lang de Belgen volgt, L’Equipe, BSkyB en The Sun, mochten er ook bij zijn en lieten het zich welgevallen. “Wat zijn jullie toch relax.”

Dat zijn wij en dat waren de spelers ook. Dat het de eerste helft tegen Panama niet altijd op wieltjes liep? “Ach, de start op een worldcup is altijd lastig”, zei Eden Hazard, die was blijven zitten indien de perschef hem niet naar de tv’s had gesommeerd. Dat Yannick Carrasco af en toe niet verdedigde: “Ik speel anders dan in mijn club en dat vergeet men al eens. Ik doe mijn best.” Ook hij antwoordde honderduit op elke vraag. Moussa Dembélé was het minst in vorm, maar dat is te begrijpen. Hij is dan ook geen basisspeler. Kevin De Bruyne wel en die bleef zijn eigen zelf. Op elke vraag die verder gaat dan “hoe gaat het?” wil hij antwoorden met een statement. Een beetje al te nadrukkelijk ging hij door op wat hem op deze worldcup was gaan dagen (en wat geen journalist geloofde): dat niet hij de belangrijkste speler van de ploeg moest zijn, dat Eden dat gerust mocht zijn, maar dat hij er was om de ploeg ten dienste te zijn.

We doen er nu een beetje lacherig over, maar deze persmatinee werd erg op prijs gesteld, net als de geste eergisteren van de bondscoach die zelf opbelde om een en ander te verduidelijken. Je kunt het een charmeoffensief noemen, maar misschien was het gewoon respect voor ons vak vanwege de bondsinstanties en dan wordt dat zeer op prijs gesteld.

De mooiste quotes staan op de vorige pagina, maar wat was nu echt belangwekkend? Dat Tunesië er zaterdag gewoon aan moet, volgens Kevin De Bruyne. De interessantste informatie kwam van technisch directeur Chris Van Puyvelde, die het mysterie van het hoge gras en de als gevolg daarvan niet zo goed rollende ballen ontrafelde.

Terwijl ze in Tubeke dit voorjaar zijn teruggegaan naar gras van 18 millimeter, lekker kort, heeft de FIFA voor dit WK gras van 25 millimeter verordonneerd. “Het is warm season grass”, aldus Van Puyvelde met enige autoriteit zowaar, “en ze willen vooral geen bruine plekken, vandaar die 25 millimeter. Maar dat hebben ze ons niet gezegd en dat is nu even wennen.”

 

Mysterie van het hoge gras-mail

Column Plaspauze in De Morgen van woensdag 20 juni 2018

Plaspauze

Wielerjournalisten hebben de fysiek zwaarste job, tenminste als ze de Tour de France volgen en elke dag moeten schrijven. Olympische journalisten hebben logistiek de meest gecompliceerde job. Niet inhoudelijk: je vergissen in een gewichtheffer wordt je minder zwaar aangerekend dan in een middenvelder of een coureur.

Lang gedacht dat voetbaljournalisten, net als voetballers vergeleken bij hun collega’s uit andere sporten, de makkelijkste taak hadden met parkings bij het stadion en zitjes en comfortabele perszalen, maar een worldcup in Rusland hakt er fysiek aardig in. Gisterenochtend lagen we om halfvijf in bed na een nachtvlucht van Sotsji naar Moskou, maar we klagen niet.

Wielerpers heeft een eenvoudige taak: elke wielrenner de pieren uit zijn neus vragen. Geel om zijn lijf of niet, die wordt na een laatste beklimming tegen 20 procent van zijn kader getrokken en moet een halfuur zijn uitleg doen. Olympische sporters zullen een omweg maken, niet om de pers te ontlopen maar juist om de pers ter wille te zijn.

Voetballers zijn prima donna’s, voorzien van portret- en nog meer andere rechten die ze zich gaandeweg hebben toegeëigend en daarom worden bij elk toernooi harde afspraken gemaakt. Elke dag krijgen wij twee spelers te zien op de persconferentie en daarna komt ook de bondscoach nog eens zijn verhaal doen. Dat ze op elke, niet eens heikele vraag ontwijkend antwoorden, zijn we al gewend. Volgens Nederlandse collega’s vragen we niet genoeg door, maar dat zal nooit veranderen, want dat ligt niet in onze aard.

Die persconferentie verloopt volgens een uitgekiend stramien. Eerst gaan die twee spelers bij de rechtenhouders langs: VRT en RTBF. Vervolgens wordt de speler naar de conferentiezaal geleid, waar de niet-rechtenhouders (VTM en RTL) ook enkele vragen mogen stellen. Daarna is het aan de pers in de zaal en die stellen de meeste vragen. Ik heb in die hele week nog geen enkel antwoord gehoord waar je als journalist van dacht: waauw, interessant. Of waauw, wist ik niet.

Ooit was een persconferentie een besloten moment waar ieder, in combinatie met de indrukken van de training, zijn ding uit haalde voor zijn verhaal. In deze digitale tijden is dat een illusie. Proximus, de grote sponsor van de KBVB, streamt de persconferentie live en mag overigens ook enkele vragen namens klanten stellen. Ook Sporza streamt. Zelfs wij mogen streamen, is mij verteld.

Om toch een beetje originaliteit te waarborgen, mogen de printmedia elk aan het eind nog één vraag stellen en op dat antwoord ligt een embargo tot 3 uur ’s nachts. Dat leek goed geregeld, tot de site voetbalkrant.com protesteerde. Sites hadden we vroeger ook niet, maar die zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten. Voetbalkrant vond dat ze niks opschoten met een embargo van 3 uur. Voor hen werd dan weer een uitzondering gemaakt en lag het embargo voor het antwoord op hun ene exclusieve vraag op ’s avonds 20 uur. Ik weet niet of ik het allemaal goed uitleg, want soms kan ik zelf niet volgen. Zolang het belachelijk ingewikkeld klinkt, sluit het aan bij de realiteit.

Laatst stelde voetbalkrant.com ook zo’n vraag: of Dries Mertens het plezant vond dat hij in tegenstelling tot vroeger vast in de basis stond. Een originele vraag, waarop een origineel antwoord werd verwacht. Dries antwoordde: “Ja lekker.” Op dat “ja lekker” zat dus een embargo tot 20 uur.

Nog vreemde toestanden? De gesloten trainingen en niet dat ze gesloten zijn, maar dat er eerst geen zeilen hingen, waarna lichte paniek uitbrak. Vervolgens stond er een lange paravan, maar lang niet lang genoeg. Toen we gisteren terugkeerden van Sotsji hingen er zeilen. Wéér paniek: de zeilen waren wit en doorzichtig.

Als ik nu uit het raam van het perscentrum kijk, zijn ze net zwarte plastic aan het ophangen over die witten zeilen. Dat is een hele opluchting. Zolang dat hermetisch zeil er niet hing, werd het ons voor de duur van de training verboden om te gaan plassen. Wij moesten vóór de training en werden dan een uur of zo in het perscentrum opgesloten, toiletloos.

Vanavond mogen we ter compensatie een uurtje op bezoek in de Moscow Country Club en vier spelers zullen zich onder ons begeven om er informeel mee te praten. De worldcup wordt heel even een feest.

 

Plaspauze

Analyse na België-Panama in De Morgen van woensdag 20 juni 2018

Sneller en meer diepgang

De statistieken tonen dat Engeland tegen het sterkere Tunesië doelgerichter speelde dan België tegen het erg zwakke Panama. ‘Cijfers zeggen niet alles’, nuanceert bondscoach Roberto Martínez.

De vaderlandse media zaten met vragen na de 3-0 tegen Panama. Met die prestatie kwam je aan de leiding van groep G, maar verder konden er geen conclusies aan worden verbonden. De buitenlandse pers was positiever: gelukte start voor de Belgen, al waren de Engelsen net iets minder enthousiast dan L’Equipe, dat titelde ‘Chapeau, les Belges’. De inleiding loog er niet om: “Tegen Panama hebben de Rode Duivels een tactiek gevonden om een stevig blok te ontwrichten, drie keer te scoren en het doel van Courtois te vrijwaren. Een gelukte start.”

The Daily Telegraph focuste op Romelu Lukaku, die de zenuwen van de Belgen onder controle hield. “Het goede nieuws is dat België ook niet bepaald imponeerde en dat Roberto Martínez nog een aantal plooien moet zien glad te strijken.” Is het glas nu halfvol dan wel halfleeg? Drie doelpunten gescoord, geen enkele tegen, dan ga je toch niet op zijn Hollands beginnen zeiken, aldus de Nederlandse collega’s.

Misschien niet, maar er zijn veel parallellen tussen Engeland en België: de hoop op een goed toernooi door een gouden generatie en als gevolg daarvan de ontgoocheling toen het team minder bleek dan de som der delen. Zowel België als Engeland speelde lange tijd een systeem dat op hun sterke punten focuste maar de zwakheden vergat, met alle gevolgen. Zowel Gareth Southgate als Roberto Martínez, die elkaar kennen van in de studio als analist bij het EK van 2012, zouden hun teams naar het volgende level hebben getild. Deze worldcup moet het bewijs van hun vakmanschap leveren.

Alderweireld-Boyata en terug

De eerste wedstrijden maandag van België en Engeland hadden een identieke insteek: een schaduwfavoriet die het opneemt in de openingswedstrijd tegen een op papier veel minder getalenteerde tegenstander. De enige cijfers die tellen, zijn de punten en de doelpunten. Engeland en België gaan samen aan de leiding in de groep, Engeland scoorde twee goals, België drie. De Rode Duivels staan eerste, maar als dit boksen was, dan lijkt het erop alsof Engeland de eerste ronde op punten heeft gewonnen. Martínez wil die vergelijking niet maken. “Wij speelden tegen Panama, de Engelsen tegen Tunesië. Zaterdag is weer een heel ander verhaal.”

De wereldvoetbalbond FIFA biedt een uitgebreide statistische service aan en die geeft interessante inzichten. Op het eerste gezicht ontlopen beide teams elkaar niet te veel. Engeland liep dan wel iets meer, omdat Tunesië er meer uitkwam dan Panama, maar liep niet harder: respectievelijk 94 (België) en 93 (Engeland) procent van de inspanningen werden gelopen onder de 15 kilometer per uur.

Toch was Tunesië-Engeland een snellere wedstrijd dan België-Panama en dat had dan weer te maken met de passing. Engeland speelde directer. Het had minder passes nodig om iets meer balbezit af te dwingen en het speelde ook verticaler: Engeland verstuurde 21 diepe ballen meer dan België. Dat was ook het gevoel bij de Belgische volgers en dat wordt bewezen door de cijfers: de Belgische opbouw was te traag.

De centrale verdedigers bij de Engelsen – John Stones en Kyle Walker, ook geen wereldvoetballers – speelden de ballen 44 keer naar elkaar. Bij België gaven Toby Alderweireld en Dedryck Boyata elkaar 68 keer de bal, meestal balletjes breed van hooguit tien, vijftien meter. Alderweireld leverde één op de twee ballen (40!) in bij zijn buur Boyata, die allesbehalve comfortabel is in de opbouw. Zo moest Kevin De Bruyne inzakken om de opbouw mee te verzorgen, waardoor hij bijna een halve wedstrijd op zijn eigen helft doorbracht.

Aan de andere kant van het veld had Engeland vijf spelers die meer dan 15 procent van hun tijd in de strafschopgebied van Tunesië doorbrachten. België had er maar één, Romelu Lukaku met 19 procent, en die kreeg dan nog onder zijn voeten van Eden Hazard dat hij niet genoeg afhaakte.

Martínez countert

Roberto Martínez geeft tegengas aan de telefoon, nadat we onze vraag op de persconferentie door een misverstand niet konden stellen. “Panama viel zo laag terug dat je geen afspeelmogelijkheden meer had. Dat verklaart die cijfers. Tegen Tunesië zal dat anders zijn, want die verdedigen hoger. En van De Bruyne onthoud ik vooral, net als de buitenlandse pers, zijn magic moment met die assist op Lukaku. Toen was hij waar hij moest zijn.”

De cijfers zouden er kunnen op wijzen dat het Belgisch spel positioneel nog niet helemaal af is, zeker in het verdedigende werk. Engeland beging minder dan de helft van de Belgische overtredingen en dat tegen een betere tegenstander. Conclusie: er is nog werk aan de winkel.

Martínez krijgt het laatste woord. “Er is altijd ruimte voor beterschap en ik geloof ook in statistiek, maar pas als er zich een trend aftekent. Niet na één heel aparte wedstrijd. Tot dan focus ik op wat goed was: drie open goals en niks binnen.”

 

Sneller en meer diepgang

Column Geeuw maakt plaats voor respect in De Morgen van dinsdag 19 juni 2018

Geeuw maakt plaats voor respect

Ik zat hoog en droog in het Fisjt-stadion en heb de twee handen in elkaar geklapt bij het doelpunt van Dries Mertens. Eén keer, één klapje. Is dat een heel kort applaus? Ik durf er niet aan te denken. Het was ook gebeurd voor ik het besefte. Was dat omdat de trap zo verrassend mooi achter de doelman viel, waardoor de Belgen eindelijk op 1-0 kwamen en ik rustig kon beginnen tikken? Dat hoop je.

Journalisten horen geen fan te zijn, maar een beetje emotie tonen kan, daar troost je je dan mee. Dat doen Peter, Frank en Filip en alle anderen ook en zij hebben ook een perskaart. Bij doelpunt twee heb ik ja gezegd, iets luider dan normaal. Doelpunt drie was mooi, maar dan ben je al aan het tikken.

Voorafgaand aan het toernooi laat je de verschillende scenario’s passeren. Twee staken erbovenuit. Het eerste is all the way gaan, tot en met de finale en als het even kan die winnen. Als Belg durf je daar niet aan te denken. Ik heb ooit voor een land gesupporterd dat tot drie keer toe in een WK-finale stond en drie keer heeft verloren. Dan weet je dat je best niet te veel hoopt. De tienerpijn van 1974 voel ik nog.

Het tweede scenario is journalistiek minstens even interessant en heeft het bijkomend voordeel dat je snel thuis bent. Als de Rode Duivels er in de eerste ronde uitgaan, kun je alle registers opentrekken, schuldigen zoeken, zwartepieten uitdelen. Lang is dat de eerste optie geweest voor Belgische volgers van hun nationale elf. Het zou toch niks worden, dat sfeertje.

Het werd ook vaak niks. Ook het buitenland vond het niet meer dan normaal dat de Belgen, als ze zich al eens konden kwalificeren, er niet al te veel van terecht brachten. Oudere collega’s mijmeren nog weleens over 1986 toen de Rode Duivels all the way gingen, maar de laatste wedstrijd om de derde en vierde plaats wel verloren. Dat moet vreselijk zijn, je laatste twee wedstrijden op een geslaagd WK verliezen. En daar als journalist over moeten schrijven, is nog erger. Laten we daar maar niet van uit gaan.

Er zijn er ook die verwijzen naar 1990, dat de Rode Duivels daar beter waren dan die van 1986, maar door onkans – de goal van Platt
– werden genekt. En van 1994 blijft dan nog die overtreding van een Duitser op Josip Weber bij en de niet-gefloten penalty en van 2002 het afgekeurd doelpunt van Marc Wilmots tegen Brazilië. Het zijn strohalmen, die ook nog eens verbergen dat België een laf soort voetbal speelde, erg behoudend, weinig inspirerend, niks om wild van te worden. De buitenlandse volgers konden bij het zien van Belgium op de WK’s en EK’s een geeuw niet onderdrukken.

Dat is veranderd in 2008. Toen in Beijing heb ik maar één wedstrijd gezien, maar terug in het Poly Plaza Hotel spraken de Nederlandse collega’s mij aan op de prestatie van Vincent Kompany en collega’s.

Het WK 2010 werd nog gemist, Nederland speelde daar de finale. In 2012 op het EK was België er ook niet bij, maar vanaf 2014 zijn de Rode Duivels een team geworden dat internationaal veel respect afdwingt. Het verlies van Argentinië, dat later finalist zou worden en nipt zou verliezen van Duitsland, was niet nodig maar kon als leergeld worden bestempeld. Het leverde de Rode Duivels wel meteen de status op van schaduwfavoriet op het voorbije EK van 2016. Nederland, halvefinalist in Brazilië, ontbrak en de Nederlandse media stortten zich massaal op die mooie ploeg van ons.

Alleen ging het fout op het EK en dat was dan scenario twee van hierboven: eruit gaan op een moment dat niemand het verwacht tegen een team waarvan je nooit mag verliezen. Wilmots werd met pek en veren verjaagd. We zijn – voortschrijdend inzicht, heet dat – te hard geweest.

Vervolgens kwam dan die kwalificatiecampagne waarin België samen met Duitsland de meeste indruk en de meeste goals maakte. Ik heb weinig ervaring met grote voetbaltoernooien, maar je voelt aan alles dat ook de Belgische voetbaljournalisten moeten wennen aan die veranderde status. Al voor het toernooi kregen wij allemaal mails en telefoons van buitenlandse media om onze mening te ventileren. Bij de minste kritische bemerking – ja maar onze verdediging met drie; en ja maar Kompany, blijft die wel fit; en kunnen Hazard en De Bruyne wel samenspelen – was de reactie er een van: zoeken jullie niet te veel spijkers op laag water?

Ik word zelf elke avond gebeld door de NOS, het radioprogramma Langs de Lijn voert mij op als de Belg bij de Belgen. Een paar avonden geleden blikten we vooruit naar Panama en zei ik dat er móést worden gewonnen. Nou, zei de collega aan de andere kant, reken je toch maar niet op voorhand rijk. Eergisterenavond vroeg hij mijn pronostiek: ik zei 3-0 en dan doen de Belgen de boeken toe. Straks bellen ze weer. Dankzij de Duivels ben ik een kenner.

 

Column geeuw en respect

Verslag België-Panama in De Morgen van dinsdag 19 juni 2018

Drie beauty’s volstaan niet

Alleen winst was goed genoeg. Wel, het werd winst met een strikje. Nooit was Panama een bedreiging voor de Rode Duivels, die wel enkele domme gele kaarten pakten en achterin weer kansen weggaven.

Tachtig minuten waren er gespeeld in het mooie Olympisch Stadion van Sotsji toen een Panamees zich nog eens op gang trok. Bovenin stonden de droge cijfers, maar de “Olé, olé, olé, Panama, Panama, Panama” weerklonk luider dan tevoren. België speelde officieel thuis, maar dit was een uitwedstrijd. Los Canaleros waren eindelijk op de worldcup en daarvoor had een deel van de natie veel geld over.

Ze waren met tien keer meer dan er Belgen de weg naar de Zwarte Zee hadden gevonden en een feestje zou het worden, tegengoals of niet. Die goals waren drie beauty’s, dat moet gezegd, maar ze vielen rijkelijk laat. Een team als Panama moet je van in de eerste helft bij de keel grijpen en doodknijpen, maar dat gebeurde niet. Er was een gelukkige maar tegelijk erg mooie volley van Dries Mertens nodig na slecht wegwerken om de ban te breken. Bondscoach Roberto Martínez zag wat iedereen zag: “De moed zakte de Panamezen in de schoenen, maar ik wil hen feliciteren met hun sterke eerste helft.”

Dat bevrijdende doelpunt viel heel kort na de rust en wat een opluchting moet dat zijn geweest voor de fans, want na 45 slappe minuten kon je de bui al zien hangen. Als het nog lang 0-0 zou blijven, zouden Panamezen zich dubbelplooien en voor je het wist, had je punten laten liggen tegen de zwakste ploeg van dit WK.

Weinig daadkracht

Er wáren kansen in de eerste helft – het tegendeel had pas verwonderd tegen Panama of all countries – maar de scherpte ontbrak. Lag het aan het weer? Echt tropisch was het nu ook niet bepaald, er was overal schaduw en het Zwarte Zee-windje was tot op het veld te voelen.

Dat veld wás niet goed, het gras te lang, dat kon je zien aan de vele passes die niet goed doorrolden waardoor de bestemmeling zich misrekende, maar afgezien daarvan waren de Rode Duivels niet tot buitensporig veel daadkracht te bewegen. Je kreeg de indruk dat ze eerst op spaarmodus probeerden, wetend dat er nog zwaardere opdrachten op de plank liggen. Alsof ze Martínez gelijk wilden geven: er zijn geen gemakkelijke overwinningen in de eerste ronde. “Die zijn er ook niet, dat is weer eens bewezen. Vooral als je niet scoort in de eerste minuten, weet je dat er moet worden gewerkt. In de eerste helft misten we een aantal laatste passes. Ik vond dat we het te mooi wilden doen.”

Dat klopt, maar de Panamezen vonden het statische spel van de Belgen wel best, ze waren nog fris en konden er hun stevige torso af en toe ingooien, pikten her en der een geel kaartje op en hadden ook geluk dat Carrasco, Mertens, Hazard en Lukaku doelrijpe kansen de nek omwrongen.

Vooral Eden Hazard kwam heel moeilijk in de wedstrijd omdat er in de 4-1-4-1 van de Panamezen weinig ruimte tussen de linies lag. De eerste tien minuten had hij één bal gezien. In minuut elf kreeg hij een tweede en kort daarop speelde Roman Torres te kort terug en stond Hazard in een schuine hoek oog in oog met de doelman. Het was allemaal zo weinig doortastend, zo vrijblijvend.

Waren veel Rode Duivels een beetje in hetzelfde bedje ziek, dan gold dat niet voor Kevin De Bruyne, die heel actief aanspeelbaar was en de meeste passes verstuurde waarop gevaar kon ontstaan, was de ploegmaat iets scherper geweest. Een tegenvaller in de eerste helft was dan weer Thomas Meunier, die zijn mindere oefenpartijen bevestigde met een zwakke eerste helft. De PSG-galáctico deed het godbetert op den duur in zijn broek van José Luis Rodriguez van KAA Gent, een jongen die twee kruisbandreconstructies achter de rug heeft en nog geen minuut heeft gespeeld in de Jupiler League.

Onzekere defensie

Die hele verdediging acteerde bij momenten toch erg onzeker. Met drie liet Yannick Carrasco een keertje zijn man lopen en die kwam alleen voor Thibaut Courtois. Maar ook met vier na de inbreng van Moussa Dembélé in plaats van Carrasco kwamen de Panamezen stevig opzetten. Voor Martínez was er weinig aan de hand: “Ik wil dat mijn team verschillende systemen speelt en we hebben getoond dat we flexibel zijn.”

Ter verschoning: het stond toen al 3-0 en de twee goals die na de volley van Mertens vielen, waren vintage Rode Duivels. Eén keer het koningskoppel Hazard-De Bruyne, waarop die laatste buitenkant voet het hoofd van Lukaku vond. Daarna De Bruyne die Hazard wegstuurde, die op zijn beurt Lukaku de bal meegaf en die stiftte hem voorbij Panama’s beste man, de doelman.

3-0 is natuurlijk stevig, de tweede grootste overwinning op dit WK na de 5-0 van de Russen tegen de Saudi’s, die dag weliswaar lam door de ramadan. Dat De Bruyne, Meunier en Vertonghen drie domme gele kaarten pakten, de ene al meer verdiend dan de andere, zal Martínez nog het meeste zorgen baren. Een andere bekommernis is Hazard fit houden. Martínez: “Hij krijgt veel trappen en ik ben bang dat we hem op die manier zullen kwijtspelen. Daar moeten we echt voor opletten.”

 

Verslag tegen Panama

België-Panama voorbeschouwing in De Morgen van maandag 18 juni 2018

Het kan en mag niet fout gaan

Het is België tegen Panama, dus ook nog eens thuis tegen die onderdeurtjes, om 17 uur in Sotsji. Nooit is een Belgisch voetbalelftal met meer ambitie naar een mondiaal toernooi vertrokken. Stop leven en werken, ga zitten. Let the beasts go.

Oké, België heeft zich op eerdere World Cups weleens verslikt in zogeheten zwakke tegenstanders die net iets sterker bleken dan verwacht, maar deze namiddag krijgen de Rode Duivels gewoon een extra oefenpartij cadeau van de FIFA.

Roberto Martínez en zijn videomannen zullen ongetwijfeld hebben gestudeerd op het examen Panama, maar dat was niet nodig. België heeft zo veel kwaliteiten, is eerder al zo sterk gebleken tegen een zwakkere tegenstander, dat het deze klus makkelijk moet klaren. De ploeg straalt rust uit, dat zei althans Dries Mertens, en er is geen reden om dat in twijfel te trekken. De bondscoach lijkt ook op zijn gemak en zelfs de media geloven dat het toernooi pas zaterdag echt begint.

Zelfs de latere wereldkampioen hoeft niet sterk te starten. Het mag, maar het is geen noodzaak. Elk team dat het tot de laatste vier wil schoppen – wat de ambitie van de Rode Duivels is – groeit in het toernooi. Meestal zit daar een mindere wedstrijd tussen, soms zelfs verlies, af en toe valt zelfs een sleutelpion uit, maar ook af en toe wordt een andere sterkhouder ontdekt en gaandeweg formeert zich een onverzettelijk blok. Eens dat er staat, heb je geluk nodig om het nog verder te schoppen. Of een superster.

Het is een raadsel hoever België is in dat proces. Daarvoor waren de oefenpartijtjes tegen Portugal, Egypte en Costa Rica geen goede graadmeter. Ook deze extra oefenpartij tegen Panama zal ons niks wijzer maken over de staat van paraatheid van de Rode Duivels tegen stugge en/of meer getalenteerde tegenstanders als Tunesië (zaterdag) en Engeland (donderdag 28 juni). Daarna begint het voor echt en dan zijn we al begin juli.

Of de driemansdefensie zonder Thomas Vermaelen en Vincent Kompany stevig genoeg is, daar hebben we bijvoorbeeld het raden naar. Of de balans op het middenveld goed zit, wie zal het zeggen? Of Romelu Lukaku spitsengeluk, dan wel -ongeluk over zich zal afroepen: nog zo’n open vraag.

Bange Panamezen

Verwacht vanavond alvast een furieus België dat al te lang opgesloten heeft gezeten in hun golfclub in het Moskouse voorgeborchte, afgewisseld met PlayStation, UNO-kaarten, wedstrijden kijken en saaie busritjes naar het trainingscentrum in het allesbehalve inspirerende Dedovsk. Verwacht bij 2-0 dat de boeken dichtgaan.

Dat hopen althans de Panamezen, want die doen het echt in de broek voor hun eerste World Cup-wedstrijd in de geschiedenis van het land. Zaterdag liep de Panamese tv een stukje mee op zoek naar het bijveldje naast het olympisch stadion waar de Belgen hun training hielden. “België is sterk, te sterk, maar wij gaan tot de laatste snik vechten. Of het zal volstaan? Dat hopen we, maar ik ben een beetje bang voor een afgang”, zei de Panamese Filip Joos.

Dat Panama zich plaatste dankzij een onwaarschijnlijk scenario – een doelpunt dat er geen was en ideale uitslagen in de andere wedstrijden – zegt niet alles. Op het WK van 2014 hadden ze er al bij moeten zijn, maar ze gaven toen in blessuretijd een 2-1- voorsprong tegen de VS uit handen, waardoor Mexico alsnog naar de World Cup kon gaan. Het kleine landje – twee keer groter in oppervlakte maar drie keer minder inwoners dan België – was niet te troosten. In oktober vorig jaar viel alles in de juiste plooi en dat het gehate/bewonderde VS niet naar de World Cup gaat, was een extra zoete triomf.

Maar, dé vraag nu: kunnen ze voetballen, die Panamezen. En in het verlengde daarvan: kunnen ze een bedreiging vormen? Vorig jaar nog kregen ze een 4-0 om de oren in en tegen de VS, vooraleer met 2-1 te winnen van een al gekwalificeerd Costa Rica met die gelijkmaker van Gabriel Torres die niet over de lijn was.

“Voetballen kunnen we”, gaf bondscoach Hernan ‘Bolillo’ Gomez al aan. “Maar fysiek zullen we tekortschieten tegen grote ploegen als Engeland en België.” Bolillo betekent matrak en dat moet letterlijk worden genomen: de laatste zes maanden heeft de coach die WK-ervaring heeft met Colombia in 1998 en Ecuador in 2002 – telkens eruit na de eerste ronde – zijn selectie vooral fysiek voorbereid. Sterkhouder Erick Davis die bij DAC 1904 Dunajská Streda in Slovakije zijn boterham verdient, weet wat de valkuilen zijn: “Kleine teams als wij kunnen voor verrassingen zorgen, maar evengoed kunnen we een onwaarschijnlijk pak slaag krijgen. Tegen België moeten we oppassen.”

Panama zal het in een 4-4-2 willen oplossen, nadat een driemansdefensie in maart in en tegen Zwitserland op een hoopje werd gespeeld (4-0-verlies). Als het even moet, is een 5-4-1 ook een optie, om in eerste instantie de nul te houden en als dat niet lukt, niet af te gaan als een gieter. Blas Pérez moet voorin voor de zeldzame tegenprikken zorgen, maar de man is al 37.

Heel goed mogelijk dat de Rode Duivels een monsterscore laten optekenen tegen Los Canaleros. En daar moeten we dan geen grote conclusies uit trekken. Ook mogelijk dat het een magere overwinning wordt en dat de Panamezen zelfs een keertje gevaarlijk dicht bij Courtois zijn geweest. Ook daar best geen conclusies uit trekken.

Een nederlaag of een gelijkspel daarentegen, moet absoluut worden vermeden. Alles kan in voetbal, en op deze – zoals op elke andere – World Cup is er altijd wel een dwerg die bovenmaats presteert, maar niet in groep G, niet Panama. Van Panama Moet Altijd Worden Gewonnen.

 

Voor België-Panama