Portret Primoz Roglic in De Morgen van zaterdag 5 september 2020

Primoz Roglic

Hans Vandeweghe schetst een portret van het boegbeeld van het Sloveense wielrennen Een zware crash zette een punt achter zijn carrière als skispringer. Tijdens zijn revalidatie ontdekte hij zijn talent als wielrenner. Zijn Sloveense landgenoten begrijpen niks van koers, maar Primoz Roglic is wél Tour-favoriet.

Wikipedia heeft een categorie Slovenian male cyclists: ze zijn met 79, te beginnen met A(bulnar) Franc, die in 1936 namens Joegoslavië als eerste Sloveen aan de Tour deelnam, tot Z(rimsek) Jure, een al even nobele onbekende. Tussenin een handvol bekendere namen zoals Janez Brajkovic, nu op de terugweg, Matej Mohoric, Luka Mezgec, maar de twee bekendste Sloveense wielrenners zijn jong geweld Tadej Pogacar (21) en boegbeeld Primoz Roglic (30). Afgelopen dinsdag eindigden ze één en twee in de eerste Tourrit met aankomst bergop.

Slovenië boven, zeker als het naar boven gaat, maar voor u een verkeerd beeld krijgt: Slovenië is geen fietsland. Het is zelfs een fietsonvriendelijk land, niet zozeer omdat er geen meter vlak te bespeuren valt want dat is dan weer een darwinistisch voordeel. Eerder omdat de Sloveense autobestuurders achter het stuurwiel de zeden en gewoontes van hun buren de Italianen en Oostenrijkers verenigen: ongeduld, overdreven snelheid en dus veel risico.

Fietsers zijn vervelende obstakels zonder rechten en fietspaden zijn er nauwelijks. In de meest toeristische regio ligt tussen de meren van Bled en Bohinj een veelbelovend fietspad dat halfweg gewoon ophoudt, waarna de fietser zonder het minste moordstrookje tussen het voorbijrazende verkeer verder moet. Het is een wonder dat Slovenië twee van de beste atleten ter wereld heeft voortgebracht in een sport die niet telt.

Niet zeker of Janez met de pet zal staan juichen en de president smeken om een nationale feestdag als op 20 september op de Champs-Elysées een landgenoot wordt gehuldigd. Wildwaterkajak, judo een beetje, maar vooral de wintersporten hebben de jonge republiek nationale sportfierheid bezorgd – skister Tina Maze met haar twee gouden medailles in Sotsji in 2014 op kop. Voetbal telt uiteraard ook mee, maar het is van 2010 geleden dat ze nog een World Cup of EK hebben gespeeld.

De nationale obsessie is dan weer skispringen, zo ver mogelijk – dat heet skivliegen – vanaf de 215 meter lange schans in Planica. Het was op die schans in maart 2007 dat de zeventienjarige Sloveense skispringbelofte en kersvers juniorenwereldkampioen Roglic als testspringer meteen na een mislukte take-off zijn ski kwijtraakte, vervolgens het evenwicht verloor en als een dood vogeltje tegen het ijs knalde. “Ik respecteerde de heuvel niet genoeg.” Er bestaat een filmpje van op YouTube: van de val en hoe ze hem bij elkaar vegen en afvoeren. Even zoeken op ‘2007 crash Roglic’, zeker ook 2007 intikken, want anders krijgt u zijn crashes als wielrenner.

Die ene als skispringer in 2007 heeft in gang gezet wat ruim dertien jaar later – als alles naar wens verloopt – moet leiden tot een Nederlandse overwinning in de grootste wielerwedstrijd ter wereld, weliswaar behaald met een Sloveen die zo goed is dat de beste Nederlandse ronderenner van deze eeuw – Tom Dumoulin – vol voor hem in dienst rijdt.

In 2011 hield Roglic, die dan als bijverdienste trappen poetste in winkelcentra, definitief op met skispringen. Hij had al zijn talenten als wielrenner ontdekt tijdens zijn revalidatie en kreeg een contract bij het lokaal team Adria-Mobil. In eerdere interviews heeft hij het er weleens over hoe hij wielrenner wilde worden maar geen fiets had. Hoe hij aan duatlons meedeed, op een geleende fiets van de buurman, en later aan wedstrijdjes en steeds voorin eindigde. Waarna een team hem oppikte.

In 2015 kon hij dan testen in Amsterdam bij een WorldTour-team. “Ik heb weken geen fiets gezien”, jammerde hij vanop het strand in Griekenland. “Dat zeggen ze allemaal”, was het laconieke antwoord, “kom maar testen.” Wat dat betreft blijft wielrennen een eenvoudige sport: getraind of niet, de wetenschappers zagen meteen de grote motor onder de motorkap.

In de commentaren wordt de ene carrière weleens met de andere in verband gebracht. Dat is heel kort door de bocht want de enige fysieke prestatie van skivliegen is de afsprong. De schansspringer heeft niet de minste behoefte aan een maximale zuurstofopname van 85 of meer, de waarde waarmee Roglic rondfietst. Wat allicht wel heeft geholpen, is de overdosis durf waarmee hij in het peloton is gekomen. Wie zich van Planica kan storten en 185 meter verder landen op een ijspiste, durft wellicht ook wel een afdaling op het scherp van de snee rijden.

Sterke bovenbenen

De echte bonus, zeggen de trainers bij Jumbo-Visma, kwam van die zware krachttraining op heel jonge leeftijd, typisch voor schansspringen. Dat heeft hem heel sterke bovenbenen bezorgd. Laat wielrennen nu juist een van de weinige sporten zijn die zowel op de uithoudings- als op de krachtcomponent een beroep doet, ziehier het recept voor een Tourwinnaar.

Er is al wat succes aan deze Tour voorafgegaan en als u dat heeft gemist, even een opsomming. Sinds Roglic door een vriend aan Frans Maassen werd getipt en die de tip doorspeelde aan toen LottoNL-Jumbo, dat hem in 2016 contracteerde, heeft hij de Rondes van Romandië (twee keer), Baskenland, UAE Tour en de Tirreno gewonnen. Voorts moest hij altijd de Giro hebben gewonnen in 2019 maar hij had vier slechte dagen door ziekte, at nauwelijks, en eindigde pas derde. Hij won dan maar later op het seizoen de Vuelta, door slim koersen en overal vooraan te eindigen, ook in de drie etappes die zijn landgenoot Tadej Pogacar won. Zelf won hij de tijdrit op Frans grondgebied. Aan het eind had hij twee en een halve minuut voorsprong op Alejandro Valverde.

Dit jaar won hij al de Tour de l’Ain met concurrent Egan Bernal van Ineos Grenadiers kansloos op achttien seconden. In de Dauphiné midden augustus stond hij ook op één door op de Col de Porte ongenadig uit te halen toen hij crashte in de vierde etappe aan kilometer 82 ergens midden in het peloton. Zijn carrosserie was zwaar gehavend: geen breuken maar contusies en bloeduitstortingen alom. De ploegdirectie en de trainers hebben een week lang gevreesd voor de Tourstart.

Belgisch luikje

Het team zat toen op ultieme Tourstage in Tignes en vier dagen klom de kopman nauwelijks op de fiets. De laatste zondag voor de Tourstart kon hij weer een normale training afwerken. Speciaal voor hem bleven ze twee dagen langer in de bergen. De laatste test was een lange duurrit die hij naar behoren afwerkte. De motor lijkt intact.

Als Primoz Roglic de Tour wint – en hij is de gedoodverfde favoriet – zit daar ook een Belgisch luikje aan. Niet alleen heeft Wout van Aert een groot aandeel als superknecht, maar diens trainer van altijd al, begeleidt ook Primoz Roglic. Lamberts is de naam, Marc de voornaam, discretie de tweede voornaam.

Team Jumbo-Visma is evenwel een team dat geregeld openheid van zaken geeft rond de wetenschap. Wat ze destijds onder zijn motorkap zagen zitten, daar hebben ze zich niet in vergist. De motor had nog wat finetuning nodig, maar met zijn 1m77 kleine lichaam, zijn beperkte gewicht en zijn grote vermogen is Primoz Roglic in staat om in lange klimmen boven de 6 watt per kilogram lichaamsgewicht te leveren.

In het team staat hij bovendien bekend als een coole gast, een trainingsbeest – zijn loopjes ’s ochtends zijn redelijk uniek – dat vaak de juiste beslissingen neemt, die niet alles zomaar aanneemt en heel goed weet waar hij mee bezig is. Zijn timide voorkomen is maar schijn. Intern is hij een plezante kerel, die ook al wat Nederlands spreekt maar dat angstvallig voor de buitenwereld verborgen houdt.

Een merk zal hij nooit worden, daarvoor komt hij uit een te klein sportland maar samen met zijn vriendin Lora Klinc timmert hij aan de weg. Klinc schreef dit jaar een boek: Kilometer Nic of Kilometer Nul. Het boek gaat over hoe haar man in 2019 derde werd in de Ronde van Italië en de Ronde van Spanje won. Primoz Roglic was trots, weze het vanaf afstand en revaliderend in Tignes. “Lora legt uit hoe wielrennen werkt. Ze hoopt dat mensen in Slovenië daarmee beter gaan begrijpen hoe het er straks aan toe zal gaan in de Tour de France.” Dat is simpel: ze rijden allemaal hard bergop en aan het eind komt een Sloveen als eerste over de streep.

Column Bag it van zaterdag 5 september 2020

Bag it

Bag it, Michael.

Dat was de kop op de cover van Sports Illustrated van 14 maart 1994. De onderkop was “Jordan and The White Sox Are Embarrassing Baseball”. Na dat verhaal over de onrealistische ambities van Michael Jordan om honkbalspeler te worden tijdens zijn eerste carrièrestop, heeft de ster aller sterren nooit meer met Sports Illustrated willen spreken. 

Hij was op zijn pik getrapt, maar bleef vastbesloten honkballer te worden, tot ze daar in staking gingen en hem als stakingsbreker wilde gebruiken. Inmiddels was de goesting naar basketbal te groot geworden, het vervolg moet gekend zijn. Dat gebeurde net geen jaar na die cover. De auteur van dat verhaal, Steve Wulf, heeft naar aanleiding van The Last Dance, de Netflix docu over Michael Jordan, laten weten dat hij zijn verhaal van toen wat hard vond en de cover al helemaal. 

Dat hij het nu niet meer zou schrijven, dat mag hij denken, maar dat moet hij niet zeggen. Dat is flauw. Journalistiek wordt nu eenmaal bedreven tegen de achtergrond van wat op dat moment speelt en Wulf had toen een punt. Hij had natuurlijk niet het flauwste idee dat het beste van de basketbalspeler Jordan nog moest komen. Dat is dan weer de pech die gepaard gaat met je nek uitsteken.

Ik steek mijn nek uit: Bag it, Kim. Ik denk dat ik redelijk gerust mag zijn als ik dat schrijf. Het beste bij Kim Clijsters is er al lang van af en komt met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet terug. De onderkop ‘Kim Clijsters brengt tennis in verlegenheid’ past niet. Die zou pas van tel zijn als ze wedstrijden zou gaan winnen, of toernooien, stel je voor, of grand slams, nog erger.

Jordan heeft zijn boosheid op de schrijver ooit uitgelegd. “Ze kwamen mij gewoon bekritiseren, zonder te begrijpen wat mijn passie toen was.” Michael Jordan maakt hier een denkfout. Zijn passie was: professioneel honkballer worden om zijn vermoorde vader te eren. Voor de sportjournalist is die reden bijkomstig. We hebben het niet over een zoektocht naar zingeving – pottenbakker worden of master chef winnen – maar over topsport. De sportjournalist heeft het recht, neen, moét als vakman/vrouw oordelen of de ambitie van Jordan kans op slagen heeft. Als die oordeelt dat die kans onbestaande is, zoals Sports Illustrated, is het de verdomde plicht dat zo op te schrijven. Dat geldt ook voor Clijsters en dat geldt ook voor de Belgische media.

Ik heb die derde carrière van Kim Clijsters nooit enige kans op slagen toegedicht en het verbaasde mij dat specialisten in die sport dat nooit schreven/zegden, terwijl ze off the record andere geluiden lieten horen. Zeven jaar niet gespeeld en op 37 jaar terug je niveau halen, dat kan hooguit in petanque of hengelen. Gestopt met overbelastingsblessures, vervolgens twee kinderen ter wereld brengen en dan hopen dat alles weer bij wonder in elkaar past en werkt zoals vroeger – weeral: op 37 – daar is niets minder dan een mirakel voor nodig.  

Ten slotte: in een sport die naam waardig, met min of meer gelijkbegaafden, zal de fitste het halen. Een krant schreef deze week: ‘Pas als Clijsters topfit is, zal ze haar toptennis een wedstrijd lang kunnen opdringen.’ Een heel jaar heeft ze gehad om topfit te worden en ze had corona in haar voordeel kunnen aanwenden voor een totale reset, zie Wout van Aert. Het mag duidelijk zijn dat ze haar resetknop niet heeft gevonden.

Bij de aankondiging van haar come back had een beetje sportjournalist na de eerste aanblik van de voormalige nummer 1 rechtsomkeer moeten maken met de beleefde mededeling: we komen wel eens terug als je wat harder hebt gewerkt. Als sportjournalist had ik toen al de grootste moeite om deze poging tot come back ernstig te nemen en dat gevoel is er na de US Open niet minder op geworden. 

Dit is tijdverlies, voor Clijsters en voor de media, die ook schuld treffen. Toen ze wedstrijdjes van zes spelletjes won in een ongein genaamd World Team Tennis, hadden de media dat ongein moeten noemen en niet laten uitschijnen alsof het de prelude was voor stuntwerk op de US Open. 

Hoewel de fitheid serieus te wensen overlaat, is er toch progressie. Dat talent van weleer is niet weg, is gebleken. Kim Clijsters moet nu het ene na het andere toernooi spelen en ritme opdoen, maar dat willen haar knieën en buikspieren niet en inmiddels zal ook haar schouder al wel hebben opgespeeld. Ook tussen de oren zit het niet lekker meer. Ze wil bij haar gezin zijn. Jammer dat ze nooit heeft geweten wat het is om te moeten werken als topsporter. Het is nu het één of het ander: eindelijk echt hard werken voor die come back of in een leuke indian summer Häagen-Dazsjes eten met de kids. Sports Illustrated zou koppen: Bag it, Kim. Onderkop: Clijsters is embarrassing herself. 

Portret Primoz Roglic in De Morgen van zaterdag 5 sep 2020

Primoz Roglic

Hans Vandeweghe schetst een portret van het boegbeeld van het Sloveense wielrennen Een zware crash zette een punt achter zijn carrière als skispringer. Tijdens zijn revalidatie ontdekte hij zijn talent als wielrenner. Zijn Sloveense landgenoten begrijpen niks van koers, maar Primoz Roglic is wél Tour-favoriet.

Wikipedia heeft een categorie Slovenian male cyclists: ze zijn met 79, te beginnen met A(bulnar) Franc, die in 1936 namens Joegoslavië als eerste Sloveen aan de Tour deelnam, tot Z(rimsek) Jure, een al even nobele onbekende. Tussenin een handvol bekendere namen zoals Janez Brajkovic, nu op de terugweg, Matej Mohoric, Luka Mezgec, maar de twee bekendste Sloveense wielrenners zijn jong geweld Tadej Pogacar (21) en boegbeeld Primoz Roglic (30). Afgelopen dinsdag eindigden ze één en twee in de eerste Tourrit met aankomst bergop.

Slovenië boven, zeker als het naar boven gaat, maar voor u een verkeerd beeld krijgt: Slovenië is geen fietsland. Het is zelfs een fietsonvriendelijk land, niet zozeer omdat er geen meter vlak te bespeuren valt want dat is dan weer een darwinistisch voordeel. Eerder omdat de Sloveense autobestuurders achter het stuurwiel de zeden en gewoontes van hun buren de Italianen en Oostenrijkers verenigen: ongeduld, overdreven snelheid en dus veel risico.

Fietsers zijn vervelende obstakels zonder rechten en fietspaden zijn er nauwelijks. In de meest toeristische regio ligt tussen de meren van Bled en Bohinj een veelbelovend fietspad dat halfweg gewoon ophoudt, waarna de fietser zonder het minste moordstrookje tussen het voorbijrazende verkeer verder moet. Het is een wonder dat Slovenië twee van de beste atleten ter wereld heeft voortgebracht in een sport die niet telt.

Niet zeker of Janez met de pet zal staan juichen en de president smeken om een nationale feestdag als op 20 september op de Champs-Elysées een landgenoot wordt gehuldigd. Wildwaterkajak, judo een beetje, maar vooral de wintersporten hebben de jonge republiek nationale sportfierheid bezorgd – skister Tina Maze met haar twee gouden medailles in Sotsji in 2014 op kop. Voetbal telt uiteraard ook mee, maar het is van 2010 geleden dat ze nog een World Cup of EK hebben gespeeld.

De nationale obsessie is dan weer skispringen, zo ver mogelijk – dat heet skivliegen – vanaf de 215 meter lange schans in Planica. Het was op die schans in maart 2007 dat de zeventienjarige Sloveense skispringbelofte en kersvers juniorenwereldkampioen Roglic als testspringer meteen na een mislukte take-off zijn ski kwijtraakte, vervolgens het evenwicht verloor en als een dood vogeltje tegen het ijs knalde. “Ik respecteerde de heuvel niet genoeg.” Er bestaat een filmpje van op YouTube: van de val en hoe ze hem bij elkaar vegen en afvoeren. Even zoeken op ‘2007 crash Roglic’, zeker ook 2007 intikken, want anders krijgt u zijn crashes als wielrenner.

Die ene als skispringer in 2007 heeft in gang gezet wat ruim dertien jaar later – als alles naar wens verloopt – moet leiden tot een Nederlandse overwinning in de grootste wielerwedstrijd ter wereld, weliswaar behaald met een Sloveen die zo goed is dat de beste Nederlandse ronderenner van deze eeuw – Tom Dumoulin – vol voor hem in dienst rijdt.

In 2011 hield Roglic, die dan als bijverdienste trappen poetste in winkelcentra, definitief op met skispringen. Hij had al zijn talenten als wielrenner ontdekt tijdens zijn revalidatie en kreeg een contract bij het lokaal team Adria-Mobil. In eerdere interviews heeft hij het er weleens over hoe hij wielrenner wilde worden maar geen fiets had. Hoe hij aan duatlons meedeed, op een geleende fiets van de buurman, en later aan wedstrijdjes en steeds voorin eindigde. Waarna een team hem oppikte.

In 2015 kon hij dan testen in Amsterdam bij een WorldTour-team. “Ik heb weken geen fiets gezien”, jammerde hij vanop het strand in Griekenland. “Dat zeggen ze allemaal”, was het laconieke antwoord, “kom maar testen.” Wat dat betreft blijft wielrennen een eenvoudige sport: getraind of niet, de wetenschappers zagen meteen de grote motor onder de motorkap.

In de commentaren wordt de ene carrière weleens met de andere in verband gebracht. Dat is heel kort door de bocht want de enige fysieke prestatie van skivliegen is de afsprong. De schansspringer heeft niet de minste behoefte aan een maximale zuurstofopname van 85 of meer, de waarde waarmee Roglic rondfietst. Wat allicht wel heeft geholpen, is de overdosis durf waarmee hij in het peloton is gekomen. Wie zich van Planica kan storten en 185 meter verder landen op een ijspiste, durft wellicht ook wel een afdaling op het scherp van de snee rijden.

Sterke bovenbenen

De echte bonus, zeggen de trainers bij Jumbo-Visma, kwam van die zware krachttraining op heel jonge leeftijd, typisch voor schansspringen. Dat heeft hem heel sterke bovenbenen bezorgd. Laat wielrennen nu juist een van de weinige sporten zijn die zowel op de uithoudings- als op de krachtcomponent een beroep doet, ziehier het recept voor een Tourwinnaar.

Er is al wat succes aan deze Tour voorafgegaan en als u dat heeft gemist, even een opsomming. Sinds Roglic door een vriend aan Frans Maassen werd getipt en die de tip doorspeelde aan toen LottoNL-Jumbo, dat hem in 2016 contracteerde, heeft hij de Rondes van Romandië (twee keer), Baskenland, UAE Tour en de Tirreno gewonnen. Voorts moest hij altijd de Giro hebben gewonnen in 2019 maar hij had vier slechte dagen door ziekte, at nauwelijks, en eindigde pas derde. Hij won dan maar later op het seizoen de Vuelta, door slim koersen en overal vooraan te eindigen, ook in de drie etappes die zijn landgenoot Tadej Pogacar won. Zelf won hij de tijdrit op Frans grondgebied. Aan het eind had hij twee en een halve minuut voorsprong op Alejandro Valverde.

Dit jaar won hij al de Tour de l’Ain met concurrent Egan Bernal van Ineos Grenadiers kansloos op achttien seconden. In de Dauphiné midden augustus stond hij ook op één door op de Col de Porte ongenadig uit te halen toen hij crashte in de vierde etappe aan kilometer 82 ergens midden in het peloton. Zijn carrosserie was zwaar gehavend: geen breuken maar contusies en bloeduitstortingen alom. De ploegdirectie en de trainers hebben een week lang gevreesd voor de Tourstart.

Belgisch luikje

Het team zat toen op ultieme Tourstage in Tignes en vier dagen klom de kopman nauwelijks op de fiets. De laatste zondag voor de Tourstart kon hij weer een normale training afwerken. Speciaal voor hem bleven ze twee dagen langer in de bergen. De laatste test was een lange duurrit die hij naar behoren afwerkte. De motor lijkt intact.

Als Primoz Roglic de Tour wint – en hij is de gedoodverfde favoriet – zit daar ook een Belgisch luikje aan. Niet alleen heeft Wout van Aert een groot aandeel als superknecht, maar diens trainer van altijd al, begeleidt ook Primoz Roglic. Lamberts is de naam, Marc de voornaam, discretie de tweede voornaam.

Team Jumbo-Visma is evenwel een team dat geregeld openheid van zaken geeft rond de wetenschap. Wat ze destijds onder zijn motorkap zagen zitten, daar hebben ze zich niet in vergist. De motor had nog wat finetuning nodig, maar met zijn 1m77 kleine lichaam, zijn beperkte gewicht en zijn grote vermogen is Primoz Roglic in staat om in lange klimmen boven de 6 watt per kilogram lichaamsgewicht te leveren.

In het team staat hij bovendien bekend als een coole gast, een trainingsbeest – zijn loopjes ’s ochtends zijn redelijk uniek – dat vaak de juiste beslissingen neemt, die niet alles zomaar aanneemt en heel goed weet waar hij mee bezig is. Zijn timide voorkomen is maar schijn. Intern is hij een plezante kerel, die ook al wat Nederlands spreekt maar dat angstvallig voor de buitenwereld verborgen houdt.

Een merk zal hij nooit worden, daarvoor komt hij uit een te klein sportland maar samen met zijn vriendin Lora Klinc timmert hij aan de weg. Klinc schreef dit jaar een boek: Kilometer Nic of Kilometer Nul. Het boek gaat over hoe haar man in 2019 derde werd in de Ronde van Italië en de Ronde van Spanje won. Primoz Roglic was trots, weze het vanaf afstand en revaliderend in Tignes. “Lora legt uit hoe wielrennen werkt. Ze hoopt dat mensen in Slovenië daarmee beter gaan begrijpen hoe het er straks aan toe zal gaan in de Tour de France.” Dat is simpel: ze rijden allemaal hard bergop en aan het eind komt een Sloveen als eerste over de streep.

Column Finalebidonnetje in De Morgen van maandag 31 aug 2020

Finalebidonnetje

Veel is veranderd aan planeet Koers, maar het complotdenken is gebleven. Nadat de eerste rit in de Tour zaterdag was uitgedraaid op Holiday on Ice, verschenen her en der foto’s van een wagen uit de commerciële karavaan die zeepbellen blies. Die zeepbellen waren op de weg beland en je kunt al raden wat er toen gebeurde, suggereerde de foto. Het was dus de schuld van de organisatie dat na de eerste onschuldige rit al meteen drie renners gehavend naar huis konden.

Wie dat soort grappig bedoelde foto’s op sociale media plaatst – in hetzelfde rijtje hoort de foto van een Russische weg vol putten na een wedstrijd over Waalse wegen – moet dringend beseffen dat de sociale media stikt van de domkoppen en/of complotdenkers. Voor de juistheid: die zeepsopwagen mag dan deel hebben uitgemaakt van de commerciële karavaan, over de Col de Rimiez is die niet gereden.

Zeepsop is trouwens niet nodig om wegen waar het een tijdje niet heeft op geregend glad te maken. Niet al te harde regen volstaat en dat is precies wat gebeurde. Is dat de schuld van ASO? Misschien hadden die nog meer moeten waarschuwen voor regen. Misschien hadden de teams ook preventief 28 millimeterbanden met profiel en 5 bar erin kunnen monteren, dat had ook kunnen helpen.

Veel, zo niet alles wat misgaat in het wielrennen is de schuld van de UCI, maar dat nu even niet. Waar de UCI wel compleet de mist inging, was met haar communicatie rond de affaire-Evenepoel. U bent niet mee? Remco Evenepoel is die jonge renner die laatst in een ravijn reed en daar redelijk geblutst is uitgehaald. Dat was niet alles. Die val kreeg een staart(je).

Op de sociale media is een filmpje opgedoken van zijn ploegleider Davide Bramati die in die berm is afgedaald en uit de middelste zak van Remco’s shirt iets haalt en dat in zijn eigen zak stopt. Het filmpje heb ik begin deze week al zien opduiken op de Twitter-account van een psychopaat, vergezeld van commentaar: wat halen ze hier uit de zakken dat wij niet mogen weten? Dat ik de psychopaat volg, heeft te maken met zijn en mijn verleden dat elkaar heeft gekruist.

Ik vond dat filmpje onzin, toen en nog steeds, al helemaal de samenzweringstheorie errond en daarbovenop de reactie van de UCI, niet waard om over te schrijven. Bij Deceuninck-QuickStep kenden ze dat filmpje ook. Het werd schouderophalend afgedaan als nonsens, maar het was erop wachten tot het een eigen leven ging leiden en door serieuze accounts werd becommentarieerd.

Toen dat gebeurde, was ook de communicatie van de ploeg op zijn zachtst gezegd een beetje ongelukkig: eerst was het een computertje, later een finalebidonnetje. Beide dingen zaten in de weg om Evenpoel op een brancard te leggen. Waarop de UCI eerst zei: zo’n computerdingetje dat gegevens doorgeeft, dat mag niet. En na de tweede verklaring: we hebben de Cycling Anti-Doping Foundation opdracht gegeven een onderzoek in te stellen. Daar zag Patrick Lefevere dan weer een complot tegen hem in, omdat hij iets had geroepen over de veiligheid. Hij zette dat op Twitter. Waarna een diep ongelukkige Evenepoel zaterdag in de armen van zijn vader lag te huilen. En dat op Twitter zette.

Dat er in 2020 nog zoveel spel wordt gemaakt van het finalebidonnetje! Ooit het voorrecht van alchemisten zoals Jef D’hont, die daar van alles in kapten wat een renner aan het eind van zijn Latijn graag lustte. Sommige finalebidonnetjes waren monocépages en bevatten alleen champagne of cola, maar dat waren de uitzonderingen. De voornaamste bedoeling van het finalebidonnetje was toen en nu snelle suikers, directe energie.

Mettertijd is de samenstelling veranderd. Vandaag bevatten de meeste finalebidonnetjes – beter spreekt men van flacons – twee energiegels aangelengd met wat water omdat het makkelijker naar binnen gaat. Wie ik op gedachten breng: niet vergeten water te drinken met de gels, kwestie van de opname door de darmen te bevorderen.

Meestal zit daar wat extra cafeïne bij en natriumbicarbonaat heb ik ook nog geweten. Bij teams die met ketonen werken, zullen in de laatste flacon misschien ketonen zitten. Bij Deceuninck-QuickStep is met ketonen gewerkt, waar overigens niks mis of verdachts mee is. Maar of ze dat nu nog doen, en of Evenepoel die gebruikt, is mij niet bekend.

En wat met de geheime wondermiddelen? Simpel: die bestaan niet. Middelen die helpen in de finale zijn verboden en worden bij de dopingcontrole gedetecteerd. Of het wondermiddel zou dat grammetje (of twee) paracetamol moeten zijn. Persoonlijk heb ik met één grammetje goede ervaringen. Voor de duidelijkheid: paracetamol is niet verboden.