Column Rassporters in De Morgen van maandag 13 februari 2023

Rassporters

Afgelopen nacht is Super Bowl nummer 57 gespeeld. De National Football League is de meest evenwichtige van alle sportcompetities op deze sportplaneet. In de laatste tien jaar zijn acht verschillende teams kampioen geworden. Het basisrecept voor competitief evenwicht is simpel: een strikte toepassing van de loonnorm, ook wel salary cap of salarisplafond genoemd.

Super Bowl LVII gaat de geschiedenis in als de eerste seizoensfinale waarin twee quarterbacks met zwarte genen tegenover elkaar staan. Voor de meeste media was dat de aanleiding om de historische achterstand van zwarten op leidinggevende posities in het veld nog eens onder de aandacht te brengen.

De New York Times ging terug tot 1969 om ene Onree Jackson op te voeren die nooit een wedstrijd heeft gespeeld omdat hij als quarterback niet wilde wisselen van positie. Hij werd deel van – aldus de NYT – ‘een verloren generatie van zwarte quarterbacks’.

In 1968 mocht voor het eerst een zwarte quarterback aan een NFL-wedstrijd beginnen. Zes jaar later kon een zwarte QB voor het eerst een play-offwedstrijd winnen en het was wachten tot 1988 vooraleer de zwarte Doug Williams een Super Bowl kon winnen met de Washington Redskins (tegenwoordig de Commanders na klachten over culturele toe- eigening). In de daaropvolgende 34 edities zouden Russel Wilson en Patrick Mahomes hem dat nadoen. Mahomes staat nu weer met Kansas in de finale.

Quarterbacks zijn de spelverdelers, de uitvoerders van tactiek. Geen sport met zoveel verschil in posities als het American football. Zo zijn er spelers die met pensioen gaan en misschien op training ooit wel eens dat ei vast hadden, maar in een wedstrijd in hun hele carrière nooit een bal hebben aangeraakt.

De quarterback daarentegen is in elke actie betrokken en dirigeert op aanwijzingen van de zijlijn het spel. Hij moet alle tactische concepten in zijn hoofd prenten en de spelsituaties supersnel ontleden. En laat dat nu net te ingewikkeld zijn voor het zwarte brein, aldus lang de mantra in de conservatieve wereld van het American football.

Er is iets van en er is niets van. Voor u een verzoek tot cancelling van deze rubriek indient, leest u vooral verder. Eerst ‘er is niets van’. Natuurlijk is een zwarte speler niet dommer dan een blanke, witte of welke huidskleur dan ook. In basketbal of de tweede moeilijkste sport die de mens heeft uitgevonden – ijshockey is de moeilijkste – zijn zwarten al sinds de jaren tachtig de maat der dingen.

En nu ‘er is iets van’. Het is niet omdat er geen raciaal verschil is in ruimtelijk inzicht, snelheid van denken en handelen en onthouden van tactieken, dat er geen raciaal verschil is. Tussen de Amerikaanse kindjes die op hun zevende – soms zelfs op hun vierde – met het contactloze flag football beginnen zal er nog niet te veel onderscheid zijn, maar de selectie is dan al aan de gang.

Rond hun veertiende gaan ze het tackle football in en wordt de fysieke component ineens doorslaggevend. Er zijn genoeg studies die uitwijzen dat zwarte atleten van West-Afrikaanse origine gemiddeld sneller, beweeglijker en krachtiger zijn dan hun blanke collega’s. Dat betekent dat aan het einde van de klokcurve – waar de topsport rekruteert – meer zwarte atleten overblijven.

Zwarte atleten worden automatisch op posities gezet waar hun superieure fysieke kwaliteiten boven komen drijven. Als ze beweeglijk en snel zijn, worden het wide receivers of corner backs die diep moeten lopen en de door de QB gegooide bal proberen vangen. Als ze fors zijn, worden ze offensive linemen of defensive tackles. Zijn ze beweeglijk, handig, maar niet zo snel in het lopen, dan worden het vaak quarterbacks.

Je kan dat kortzichtig noemen van de opleiders en dat is het voor een stuk, maar opleiders worden afgerekend op resultaten en volgen vaak de kortste weg naar succes. De laatste jaren wordt gelukkig op een andere manier naar kwaliteit gekeken en wordt vooral op een andere manier opgeleid.

Vergelijk het gerust met voetbal. De beste spits ter wereld meet 1m94. Nog niet zo heel lang geleden was Erling Haland omwille van zijn fysieke capaciteiten achterin gezet.

Misschien dat Patrick Mahomes voor een doorbraak heeft gezorgd. In 2020 tekende hij het grootste NFL-contract aller tijden: een half miljard dollar voor tien jaar. Dat was twintig jaar geleden ondenkbaar, precies zoals het ondenkbaar was dat de zwarte NBA vandaag wordt gedomineerd door twee witter dan witte Balkan-boys. Nikola Jokic uit Servië tekende het zwaarste contract aller tijden. Hij is de MVP van de laatste twee seizoenen. Veel kans dat ene Luka Doncic uit Slovenië hem in april opvolgt als de beste speler van de competitie.

Column MJ vs LBJ in De Morgen van zaterdag 11 februari 2023

MJ versus LBJ

Bij een lezing deze week vroeg een toehoorder wat ik vond van de hitsigheid en kortzichtigheid waarmee tegenwoordig wordt bericht. Er was geen kamer meer vrij in de buurt van Sint-Pieters-Leeuw, anders had ik tot ver voorbij middernacht kunnen doorgaan.

Een dag later kregen we een mooi voorbeeld. LeBron James, LBJ voor de vrienden, had in zijn twintigste seizoen het puntenrecord van Kareem Abdul-Jabbar verbeterd en plots wierpen de media de vraag op of James voortaan niet de grootste basketbalspeler aller tijden was. Niet-kenners, van wie het historische besef begint bij het ontstaan van TikTok en Instagram, vonden van wel. Kenners bleven genuanceerd of gingen vol voor Michael Jordan.

Wat een heiligschennis. De vitruviaanse man van het basketbal zomaar vergelijken met een gewone sterveling, dat verzin je toch niet? Michael Jordan overstijgt alles en iedereen in de sport. Hij is de maat der dingen, of zoals NBA-baas David Stern ooit sprak toen hij Jordan weer eens een prijs overhandigde: “You are the standard by which excellence is measured.”

Om het verschil tussen beide heren een beetje te duiden: LBJ brak het record van Abdul-Jabbar in een wedstrijd tegen Oklahoma. Die wedstrijd verloor hij. Dat zou Jordan nooit zijn overkomen. Als die een feestje wilde bouwen en wilde winnen, dan won hij.

The Sporting News had na de wedstrijd alle statistieken van de twee op een rijtje gezet. Jawel, James heeft meer punten gescoord dan Jordan. Maar Jordan heeft drie punten gemiddeld meer gescoord per wedstrijd in het reguliere seizoen en gemiddeld vijf punten meer per wedstrijd in de play offs. James was één keer topscorer van de NBA, Jordan tien keer en dat tegen verdedigers die in die tijd veel meer mochten.

Jordan moest veel meer dan James tegen versterkte defensies optornen, in de fysieke slopende isolation plays met hemzelf aan de ene kant van het veld en de rest aan de andere kant. Soms kreeg hij twee (double team) of drie (triple team) verdedigers op zijn dak. Detroit Pistons schreef zelfs een tactisch handboek om hem te stoppen, The Jordan Rules.

De topscorer Jordan is ook als beste verdediger van de competitie gehuldigd. Uiteraard nam James, die acht centimeter langer is en op een andere positie speelt, meer rebounds dan Jordan, maar die heeft dan weer in de helft minder gespeelde wedstrijden haast evenveel block shots. James loopt bijna vierhonderd steals achter op Jordan.

James speelde in vier teams (drie verschillende want hij keerde terug naar Cleveland), duidelijk met de bedoeling om titels te winnen. Dat lukte niet te best. Hij haalde tien finales en won er daarvan maar vier.

Jordan begon bij Chicago Bulls, stopte anderhalf jaar en keerde terug bij Chicago Bulls. Hij speelde zes finales en won ze alle zes. Discussie gesloten: er was nooit een betere clutch player, money-time player, hoe je het ook wilt noemen, nooit een betere basketbalspeler, nooit een grotere sporter met meer impact dan Michael Jordan.

Dat de NBA niet afkerig is van de vraag of LeBron James de grootste aller tijden is, heeft dan weer te maken met hun moeilijke relatie met Michael Jordan. Die heeft al heel snel zijn eigen rechten opgeëist en verschijnt haast nooit in NBA-uitingen. Het wekte zelfs verbazing dat hij vorig jaar kwam opdagen bij de 75ste verjaardag van de competitie.

James is veel toeschietelijker en heeft een betere relatie met de pers. Hij past ook in het hedendaagse tijdsbeeld van atleten die zich engageren voor de gemeenschap. In dat opzicht is James wel de grootste. Geen topsporter die meer doet voor de minderbedeelde medemens dan LBJ. Zijn scholen zijn exemplarisch voor zijn onverdroten inzet en hij heeft nooit nagelaten Colin Kaepernick (de knielende American footballspeler) te steunen, evenals de Black Lives Matters-beweging.

Dat moest je Jordan niet vragen. “White folks buy sneakers too”, zou die hebben geantwoord, zoals hij destijds “Republicans buy sneakers too” zou hebben gezegd. Zou, want in de documentaire The Last Dance zette hij die uitspraak weg als een cynisch grapje. Dat kan kloppen, want Jordan stamt uit de tijd dat ironie en cynisme nog konden.

Bij de historische wedstrijd zat Phil Knight courtside, naast de zoons van LeBron James. De founding father van Nike was er als eerbetoon aan James. Als je het hem zou vragen wie nu de GOAT is, reken maar dat hij voor Michael Jordan zou gaan. Jordan heeft de NBA gemaakt, Nike gemaakt, en als Knight en James miljardair zijn, dan hebben ze dat in de eerste plaats te danken aan Jordan (ook miljardair).

Column Braindrain in De Morgen van maandag 6 feb 2023

Braindrain

Ik heb te doen met de crossfanaten die gisteren naar een WK keken waar de regerende wereldkampioen niet aan meedeed omdat
het niet paste in zijn programma. Een Nederlander die geen Nederlands kampioen is geworden, omdat het NK niet paste in zijn programma, heeft gewonnen van een Belg die geen Belgisch kampioen is geworden, omdat het BK niet paste in zijn programma en die rijdt voor een ploeg die crossen als een hobby ziet.

Maar nóg meer heb ik te doen met de vele voetballiefhebbers die dit weekend weer massaal – met zo’n honderdduizend is dat – naar de stadions zijn afgezakt om daar hun favoriete club aan te moedigen in de hoop dat die zo hoog mogelijk eindigt of, in het slechtste geval, niet zakt.

Zo heb ik te doen met de Genk-supporters. Die zijn dinsdagavond al van hun wolkjes gevallen toen ze topscorer Paul Onuachu halfweg het seizoen zagen vertrekken naar Southampton, waarna een dag later hun clubje bijna met 2-1 verloor. Dat was bij Eupen, waar haast niemand nog verliest. Het werd met een VAR-momentje in extremis 1-1, maar toch ineens twee punten verloren op de concurrentie voor de titel.

De eerste concurrent is Union Saint-Gilloise. Ook met die fans heb ik te doen. Die zagen na hun wonderseizoen vorig jaar al hun eerste topaanvaller Denis Undav vertrekken en zijn zeven maanden later ook hun tweede topaanvaller Dante Vanzeir kwijt. Nog wel aan de Major League Soccer.Nog meer heb ik te doen met de Gent-supporters die zich de voorbije weken nauwelijks konden verwarmen aan het spel van hun team, maar met Ibrahim Salah de illusie hadden dat er nog een sprankeltje creativiteit in de ploeg zat. Salah is dinsdag in het holst van de nacht vertrokken naar Rennes en dat terwijl hun team op een zucht van play-off 1 staat en alle talent kan gebruiken.Hetzelfde geldt voor het vertrek van Nicolas Raskin en Selim Amallah bij Standard. In de plaats kwam een jeugdproduct van Club. Verder heb ik medelijden met de jeugdopleiders van diverse clubs die grote talenten als Senne Lammens, Ameen Al-Dakhil, Noah Stassin, Joyeux Masanka (straks), Noah Mbamba, Arne Engels, Mika Godts, Sekou Diawara en ten slotte Julien Duranville moesten afgeven, allemaal nog voor ze van de voetbalpapfles af zijn.

Januari 2023, de grootste braindrain ooit.

Daarom gaat mijn oprechte deelneming uit naar de fans van Royal Sporting Club Anderlecht. Die zagen niet alleen hun grootste jeugdtalent andere oorden opzoeken, ze kregen een bejaarde Algerijn als versterking van het A-elftal.

Oudere fans zullen zich nog wel herinneren hoe Anderlecht altijd alles kreeg wat het wilde. Misschien weten ze zelfs nog hoe in
de zeventiger jaren twee van de beste spelers van de beste nationale ploeg van de wereld (Nederland) gewoon bij Anderlecht speelden.Of hoe later de club de eerste optie was voor elke buitenlander, maar ook binnenlander. Zelfs al speelde die bij Club Brugge en gold die als het grootste talent, als Constant Vanden Stock zijn portemonnee trok hadden Robbie Rensenbrink of Marc Degryse geen andere optie dan richting Brussel te trekken.

Als een leeuw stond RSC Anderlecht boven aan de voedselketen van het voetbal. Als dit een natuurdocumentaire was, dan is het vandaag de opgejaagde muis in een weide met boven haar buizerds en valken. Vandaag wil niemand nog naar Anderlecht en als
ze dan toch een vreemde vogel op het oog hebben, presteert die het om doodleuk eerst zijn medische tests in Brussel te doen en daarna samen met zijn makelaar richting Genk te rijden. Nooit is Anderlecht meer te kakken gezet dan afgelopen dinsdag.Inmiddels lachen ze in Antwerpen en Brugge in hun vuistje. Jawel, meer vertrekkers dan aankomers, maar geen cruciale spelers verloren. Door clubmanagers die zich tegenwoordig CEO noemen maar zich gedragen als kruideniers wordt de enorme braindrain van de Jupiler Pro League uitgelegd als onvermijdelijk. Want veroorzaakt door opeenvolgende crises zoals corona, de verhoging van de sociale lasten en bedrijfsvoorheffing, dat hebt u vast al gehoord of gelezen. Laat u niks wijsmaken. Alles, ook de ellende van rode rekeningen, is terug te voeren op het businessmodel van ons voetbal, dat het sportieve ondergeschikt maakt aan de import en export van voetballers.Voetbal is volksvermaak voor menigeen. Een passie voor velen. Een sociale beweging voor anderen. Onzin. Volksvermaak, passie of sociale beweging zijn dekmantels voor mensenhandel en platte commercie waarin te veel geld omgaat en te veel mensen te veel verdienen om daar ook maar iets te willen aan veranderen.

Column Nimby’s in De Morgen van zaterdag 4 feb 2023

Nimby’s

Over het stadion van Club Brugge levert ChatGPT het volgende af:

“Het is een heet hangijzer. Aan de ene kant is er de lokale overheid en bewoners die zich zorgen maken over de impact van een nieuw stadion op de leefomgeving en (sic) verkeersveiligheid in de stad. Aan de andere kant staan de supporters, die graag een nieuwe en moderne thuishaven willen voor hun team.”

Iets verder heet het: “Bovendien is er bezorgdheid over de impact op de historische en culturele waarden van de stad, die bekendstaat om zijn schilderachtige en unieke architectuur.”

Klinkklare nonsens dus, maar een tweede poging levert dit op:

“Dit betekent dat Brugge voorlopig geen modern stadion heeft. Dit is zeer frustrerend, want een modern stadion zou Brugge een grotere toeristische impuls geven. Daardoor is het voetbalteam van Brugge niet in staat om te concurreren met andere plaatselijke voetbalclubs.” (Onzin, en voor alle duidelijkheid: hier is 2 dollarcent voor betaald, al heb ik tot 23 mei 18 dollar gratis.)

Inmiddels bestaat het vermoeden dat ze bij Club Brugge een abonnement hebben op ChatGPT om hun persberichten over het stadiondossier te schrijven. En, nog pijnlijker, dat sommige collega-voetbaljournalisten van dezelfde artificiële intelligentie (quod non) gebruikmaken om hun mening te vormen over iets dat hun voetbalverstand ver overstijgt.

Een beetje burgerverstand zou in dezen helpen. Dat het Brugse stadiondossier nu al zestien jaar aansleept is terug te voeren op de grootheidswaanzin van Bart Verhaeghe, aanvankelijk bekend als Bart De Bouwer, maar de laatste jaren ook als Bart NoPlace. Het begon allemaal met zijn al snel afgeschoten plannen van 2006 om in de Brugse rand in overstromings- en natuurgebied een stadion, een winkelcentrum en een parking voor 9.000 auto’s te voorzien.

Nadien zijn andere sites om andere redenen ook mislukt. Curieuze vaststelling: Verhaeghe slaagt er niet in om ook maar één van zijn ambitieuze plannen aan de goegemeente te verkopen. Niet in Vilvoorde met zijn megaproject Uplace en later omgedoopt tot Broeklin (altijd weer die megalomanie), niet in Brugge met zijn stadion. Met Broeklin is overigens minder mis dan met het stadion van Club Brugge, maar dat stadion zal er eerder staan dan het winkelcentrum.

Let wel: Club Brugge verdient een nieuw stadion, alleen is de plek uiterst slecht gekozen. Alles begon met een historische blunder uit 1973 om daar een stadion te voorzien en vervolgens de grondbezitters en boeren te paaien met herbestemming van hun omliggende gronden naar bouwgronden.

Dat is niet de schuld van Verhaeghe maar van het stadsbestuur. Zo breidde een stadion van 18.000 zitplaatsen (1993) uit naar 30.000 en werd het in die dertig jaar helemaal ingebed in woonwijken. Die 30.000 moeten nu 40.000 worden en het hele bouwsel wordt minimaal de helft groter.

De plaatselijke én de nationale politiek weten maar al te goed dat een verdubbeling van de originele stadioncapaciteit in Sint-Andries complete waanzin is, maar heeft niet de moed om de honderdduizend fans van blauw-zwart een jaar voor de verkiezingen op de zenuwen te werken.

De plannen zijn evenwel door de Raad voor Vergunningsbetwistingen afgeschoten omdat niet genoeg parking is voorzien op de site zelf (dat kan daar alleen nog onder de grond en dat is gruwelijk duur) en omdat de impact van de mobiliteitsproblematiek op de leefomgeving is onderschat.

Beide problemen lijken onoplosbaar. Club Brugge haalt zijn fans van over heel Vlaanderen en negen op de tien komen op wedstrijddagen per auto. Vervolgens parkeren ze waar ze maar kunnen in de omliggende straten.

Protesterende buren worden nimby’s genoemd. Een terechte geuzennaam, want dat nieuwe stadion schuift zo ver op dat het langs de kant van die ene straat echt in de achtertuin zal staan. Daarnaast vrezen de omwonenden het aanzuigeffect van een nieuw stadion en de druk is nu al gigantisch. Die begint bij alle vormen van hinder op wedstrijddagen voor omwonenden, over onbereikbaarheid voor hulpdiensten, tot dokters uit de erg wijde omgeving (tot de overkant van de Gistelsesteenweg) die op wedstrijddagen niet van wacht mogen zijn in hun kliniek want nooit zeker dat ze er op tijd geraken.

O ironie, in het jaar dat Jan Breydel werd ontmaskerd als een mythe en genegeerd in Het verhaal van Vlaanderen blijkt zowaar ook het naar hem genoemde stadion een fata morgana. De realiteit is hard, maar het is niet anders: een stadion van 40.000 toeschouwers in Sint-Andries is waanzin. Economisch omdat er alleen maar mag worden gevoetbald en planologisch. Toch zal het er komen, omdat in Vlaanderen alles te koop is en voetbal hier alles mag.

Column Verloren goud in De Morgen van maandag 30 januari 2023

Verloren goud

De mooiste weekends met sport zijn die met zoveel topsport dat je het voetbal en de cross of het wielrennen even kan vergeten. Zo schaatste Loena Hendrickx zaterdag voor Europees goud tijdens de veldrit van Hamme. Voor elke honderd kijkers naar de cross zal er één naar Hendrickx hebben gekeken, maar dat doet er even niet toe.

Hendrickx leverde het bewijs waar het in de absolute topsport om draait. Dat is niet techniek, niet fysiek, niet tactiek, want op dat vlak ontlopen ze elkaar nauwelijks, maar wel mentale sterkte. Die komt in veel gedaantes. In ploegsporten vertaalt die zich in de juiste intensiteit waarmee een belangrijke wedstrijd – een finale zeg maar – wordt aangepakt. Zie verder. In individuele sporten is het de focus en het geloof in eigen kunnen waarmee je aan de opdracht begint.

Bij Hendrickx wist je voor het EK dat het bij haar niet helemaal lekker zat. Ze had wel goed getraind enzo, maar die favorietenrol, die vond ze wel erg zwaar. Haar broer – ook haar coach – bevestigde dat. “Als Loena wordt geklopt, dan door haarzelf.” Prima voorspelling, want dat was precies wat gebeurde.

Noch in de verplichte, noch in de vrije kür haalde Hendrickx haar niveau dat ze tot dan als een metronoom had gehaald. Wat was dan het verschil? Simpel: de druk van de favorietenrol. Tot voor dit EK was Hendrickx altijd de jager, die alleen beter kon doen dan verwacht. Zonder de Russinnen was zij ineens de gedoodverfde favoriete en dat doet wat met een mens. Loena Hendrickx chookte, niet één, maar twee keer.

Choken is wellicht een te harde omschrijving. Althans volgens de meest recente maatschappelijke trends die onderpresteren met de mantel der liefde bedekken. In topsport moet je evenwel de dingen kunnen benoemen. Dat is een voorwaarde om daarna weer stappen te kunnen zetten. Falen is dan weer geen correcte omschrijving van wat haar is overkomen. Je faalt niet als je zilver wint.

Het siert haar en haar broer/coach dat ze zonder gebruik van het werkwoord choken precies hetzelfde dachten. “Mijn/haar
fout, mentaal niet sterk genoeg, heb dit volledig aan mijzelf te danken.” Leuk is anders, maar dat is nu eenmaal een proces
waar veel toppers door moeten om voor de prijzen te gaan. De vraag is of Hendrickx nog de tijd heeft, maar dat is een andere kwestie.Gisterenochtend bij het ontbijt was er dan tennis, de finale van de Australian Open. Je moet Serviër, Rus, een antivaxer of een domoor zijn – een combinatie van voorgaanden kan ook – om nog voor Novak Djokovic te supporteren, maar beate bewondering voor ’s mans mentale sterkte mag deze geopolitieke context ruim overstijgen. Djoko is een rots, door niets of niemand te moven, door niets of niemand van de wijs te brengen.

Zijn tegenstander heette Stefanos Tsitsipas, een Griek is dat. Die sloeg de mooiste ballen van de wedstrijd, de hardste services, is fysiek op en top, is technisch een kraan, had dus alles om te winnen. Hij kreeg een 3-0 om de oren, nipt, maar niettemin een zeperd van een 3-0 omdat hij simpelweg mentaal niet aan de enkels van Djokovic kwam.

Zo chookte Tsitsipas op zijn forehand, normaal toch zijn sterke wapen. Djokovic heeft dan weer een betere backhand dan forehand, maar hij sloeg zijn beste en beslissende winners op de forehand, waarmee hij nauwelijks miste. Naarmate de derde set vorderde wist je precies waar en hoe hij het zou afmaken. Dat heet mentale sterkte.

Gisterennamiddag chookten de Belgische hockeyers. De beste sportploeg uit de Belgische sportgeschiedenis heeft een zwak wereldkampioenschap achter de rug. In de poules werden ze eerste op doelsaldo, maar geraakten niet voorbij Duitsland. Dat heette toen nog typisch Belgisch, zakelijk hockey. Tegen Nieuw-Zeeland in de kwartfinale was het bibberen tot het laatst en tegen Nederland in de halve finale kwamen er shoot-outs aan te pas.

Toen ze in de finale – weer tegen Duitsland – onverhoopt 2-0 voorkwamen, had een beetje sportkenner er toch geen goed oog in. Geen intensiteit, geen drang naar voren, geen openingen, Duitsers die altijd en overal sneller waren. De Belgen waren niet met de juiste mentale ingesteldheid aan de wedstrijd begonnen.Ze waren al geen nummer één meer van de wereld toen dit toernooi begon, niet zeker of ze dat ooit nog kunnen worden. Weinig kans dat uitgerekend hockeyers vertrouwd zijn met een marxist als Jan Romein en zijn ‘wet van de remmende voorsprong’, maar dat zou het kunnen zijn. De toekomst zal uitwijzen of het choken was, dan wel een wissel van de wacht. Wie aan de top staat moet zichzelf altijd weer opnieuw uitvinden en dat heeft België alvast nagelaten. Voorlopig is dit zilver verloren goud.

Column Boykotivorat in De Morgen van zaterdag 28 januari 2023

Boykotivorat

We moeten het even over de Russen en de Wit-Russen hebben. Meer in het bijzonder over wat we in de nabije toekomst aanmoeten met die (Wit-)Russische sporters, die voor het overgrote deel verstoken blijven van internationale sport en daardoor hun sportieve opties in grote mate gehypothekeerd zien.

Donderdag kon u in deze krant al lezen hoe in de halve finales van de Australian Open vier van de acht tennissers, drie vrouwen en een man, uit Wit-Rusland (twee) en Rusland (twee) kwamen. Inmiddels is de man (Karen Chatsjanov) naar huis, maar de finale van afgelopen nacht bij de vrouwen ging tussen de Russische met Kazachs paspoort Elena Rybakina en de Wit-Russische Aryna Sabalenka.

Tennissen doen ze met naast hun naam een witte vlag. Die zegt niks en tegelijk alles. Bijvoorbeeld dat tennis een van de weinige sporten is waar individuele Russische en Wit-Russische atleten altijd hun ding zijn blijven doen: ballen slaan, serveren bij tijd en wijle, en de flinke geldbeurzen ophalen.

Dat tennis, behalve dan Wimbledon, een uitzonderingspositie inneemt in de internationale sport hoeft niet te verbazen. Dat deed/doet (?) het ook inzake dopingkwesties. Tennis leunt nauw aan bij de Amerikaanse profsporten en ook die staan de Russen nog steeds toe deel te nemen. In het ijshockey van de NHL spelen ongeveer honderd Russen en zes Wit-Russen, in het basketbal van de NBA zitten vier Russen.

De Russische kwestie staat nu weer op de agenda omdat 2023 een preolympisch jaar is, waarin moet worden gepresteerd om in 2024 op de Spelen van Parijs te staan. Het Internationaal Olympisch Comité liet deze week weten alle opties te onderzoeken.

Het Nederlandse olympisch comité NOC*NSF stuurde eergisteren een verklaring uit die veel weg had van een schot voor de boeg van de olympische hoofdzetel in Lausanne. De Nederlanders scharen zich volmondig achter de handhaving van de eerder door het IOC opgelegde sancties tegen Rusland en Wit-Rusland en ze zijn nog maar eens solidair met Oekraïne.

Geen gezamenlijke internationale sportevenementen in die twee landen is het gevolg en sporters of teams die onder de vlag van Rusland willen deelnemen, zijn niet welkom. De uitsmijter zei veel: het moet worden onderzocht hoe sporters hun sport kunnen blijven beoefenen ongeacht het land van herkomst… Deelnemen onder een neutrale vlag is een mogelijkheid…

Nederland gaat daarin ver, maar waarschuwt ook: voor de altijd zo nationalistische teamsporten wordt het heel lastig om daar Russen en Wit-Russen te krijgen.

Het was schrikken toen sportpaus Thomas Bach al op 1 maart 2022, dus heel kort na de invasie, de eerder toegekende Olympische Orde afnam van Vladimir Poetin. En vervolgens samen met de sportbonden een ban uitsprak tegen Russische atleten en teams. Tenslotte was Poetin in 2013 een van zijn kingmakers.

Bach hield zoals iedereen wellicht rekening met een kort conflict, maar nu de oorlog dreigt aan te slepen en te escaleren riskeert hij bij zijn laatste Olympische Spelen geen Russen te mogen uitnodigen. Dat steekt en dat kan hij zijn voormalige medestander niet aandoen.

Daarom kwam het IOC afgelopen woensdag met een communiqué waarin de “herintroductie van individuele Russische atleten aan internationale competities” zou worden onderzocht. Zoals kon worden verwacht, werd boos gereageerd.

Oudere voorname IOC-leden zoals de Noor Gerhard Heiberg (geen stemrecht want erelid, maar wel van gewicht) vonden het veel
te vroeg om over een versoepeling van de restricties te praten. Russische bobo’s van het lokale nationale olympisch comité en hun minister van Sport vonden dan weer dat het maar eens afgelopen moest zijn met dat rondje pesten van die arme Russische sporters.

De felste reactie kwam uit Oekraïne. “Het is simpel”, zei minister Vadim Gutzeit. “Komen de Russen en Wit-Russen, dan boycotten wij Parijs 2024.” Ai, deed dat even pijn. Boykotirovat ofte boycot, het gevreesde woord dat we sinds Seoel 1988 niet hadden gehoord, was gevallen.

Alsof dat nog niet volstond om Bach uit zijn slaap te houden, besloten de Russen eerder deze week dat kunstschaatsster Kamila Valijeva, die eind 2021 was betrapt op het gebruik van een hartstimulerend middel, weliswaar haar Russische titel moest inleveren maar verder geen schuld trof. Geen straf dus en haar resultaten en medailles twee maanden later op de Winterspelen van Peking konden netjes blijven staan. Waarop ook de Amerikanen boos werden, want die rekenden op de gouden teammedaille.

U wilt een voorspelling? Volgend jaar zullen we in Parijs heel weinig of misschien zelfs helemaal geen Russen zien.

Column Gebakken lucht in De Morgen van maandag 23 januari 2023

Gebakken lucht

Gisteren op de radio: “Patrick Lefevere is een foefelaar.” En toen begon een liedje.

Dat opvallende zinnetje, destijds uitgesproken door een verslaggever die ik niet kon thuisbrengen, was het laatste in een blokje over de onzalige januarimaand van 2007. Zestien jaar geleden voelde een krant zich geroepen om in een aantal afleveringen Lefevere neer te zetten als een ex-verslaafde en zijn team als hardleerse dopinggebruikers.

Radio 2 staat nooit op hier ten huize, tenzij om 7.20 uur voor het lokale weerbericht met de onnavolgbare Geert Naessens. (Naar ik heb begrepen valt dat deze week weg en dan blijft het gewoon Radio 1.) En ook op zondagochtend voor het doorgaans uitstekende De pré historie, dat volgend jaar zijn veertigste verjaardag viert. Het retroblokje over januari 2007 was duidelijk: Lefevere en zijn teams waren ontmaskerd door anonieme en minder anonieme getuigen en hij was een foefelaar. En toen begon dat liedje.

Ik viel van mijn stoel. Ik dacht aan een mail naar Guy De Pré, een mail naar de directie, deze column, een bom had ook gekund. Gelukkig komt aan elk liedje een eind en in het volgende blokje krabbelde De Pré toch een beetje terug: Lefevere had alles ontkend – ze lieten hem ook horen – en zou later samen met zijn hoofdarts van de rechtbank een schadevergoeding krijgen. Wat niet helemaal correct is, maar leest u vooral verder.

Inmiddels kwam iets minder stoom uit mijn oren, maar mijn huisgenote – anders nooit te beroerd om mij in te tomen – zette mij weer op het juiste spoor. “Dit is wel Radio 2, hier luisteren veel mensen naar, en er zat een liedje tussen de zogezegde feiten en de relativering van die feiten, wat wil zeggen dat het eerste blokje vast meer is blijven hangen dan de rechtzetting die er eigenlijk geen was.”

Er zitten veel haken en ogen aan de media en hoe die berichten, en de manco’s zijn niet te tellen, maar één heel groot is alvast hoe verschillend negatief bevestigend en sensationeel nieuws wordt gepercipieerd en onthouden vergeleken bij positief of ontkennend nieuws. Dat is iets waar elke journalist mee worstelt en wie er niet mee worstelt is niet geschikt voor dit vak.

Dat staat onder meer in het boek Flat Earth News van Nick Davies, toen een journalist van The Guardian. Het verscheen in 2008 en twee jaar later in vertaling (Gebakken lucht) en het is nog steeds een aanrader. Een van de valkuilen is dat media elkaar op den duur gaan kopiëren, afschrijven zo u wilt. Enerzijds uit luiheid, anderzijds omdat de nieuwsmanagers zich vooral richten op andere media om de eigen lijn te bepalen. Dat kan een diametraal tegenovergesteld standpunt zijn (antiwoke zal woke oproepen), maar in sommige dossiers moeten alle media mee met de flow.

Dat was ook het sfeertje in januari 2007 toen die ene krant met het grote Lefevere-dossier kwam. Op een andere krant had de redactie, waarvan een journalist mij later uitgebreid heeft bedankt, die ochtend opdracht gekregen om een gelijkaardig dossier te maken. Dat kregen ze niet klaar in een etmaal, maar gelukkig was deze krant iets sneller en snuggerder.

Walter Pauli, Sven Spoormaekers en ikzelf plozen het dossier uit, fileerden elke beschuldiging, checkten de feiten en naarmate de middag vorderde en de avond naderde en het tikken moest beginnen, besloten we dat maar één insteek journalistiek te verantwoorden was: het hele dossier was verzonnen.

Nog een geluk dat onze krant in de maanden daarvoor meerdere keren met Lefevere in de clinch was gegaan en dat wij inzake dopingberichtgeving enige ervaring hadden, of we waren nooit geloofd. Dat eerste artikel waarin we alles weerlegden, behalve dat hijzelf als renner ooit had geëxperimenteerd met amfetamines en corticoïden (wat een maand eerder in deze krant had gestaan), zette de toon voor de andere media.

Wat De pré historie gisteren heeft gedaan, is niet correct. Eerst de beschuldigingen, dan een muziekje en daarna een korte reactie om eerder ‘nieuws’ te ontkrachten – nog wel op Radio 2, niet bepaald de thuishaven van factcheckers -, dat is journalistieke misleiding.

Dat was ook de mening van de rechter in eerste aanleg over het krantendossier en hij kende Lefevere en co. een schadevergoeding toe. Een jaar later diende het beroep en hier zat De pré historie er opnieuw naast. De schadevergoeding is niet het gevolg van een uitspraak van welk hof dan ook, maar van een regeling buiten de rechtbank om. Die was het gevolg van een onwaarschijnlijke blunder van de krant. De meest saillante details komen later dit jaar aan bod in een docu over Lefevere op de VRT.

Column Velofollies in De Morgen van zaterdag 21 januari 2023

Velofollies

Gisterenochtend, 10.15 uur. Om op de Doorniksesteenweg te geraken, aan het einde van de R8 of de ring rond Kortrijk, is er geen doorkomen aan. De gewoonterijders ergeren zich aan de drukte en lopen rood en paars aan. De autochtonen, die dachten snel heen en weer naar de supermarkt te kunnen, hebben zich kennelijk laten verrassen door een invasie van niet-gewoonterijders.

Een oudere mijnheer met ruitjespet belet een andere jongere mijnheer met baseballpet het ritsen. Niet netjes. De baseballpet maakt zich boos, komt uit zijn auto en schopt op de Renault Mégane van de ruitjespet. Een stukje plastic vliegt door de lucht. De ruitjespet blijft wijselijk zitten. Tant pis voor dat plastic. Andere chauffeurs worden nu ook boos en gaan toeteren. Baseballpet kruipt terug in zijn auto en scheurt weg.

De vrijetijdschauffeur, buitenlander of toevallige bezoeker (uw dienaar), heeft geduld, kijkt op Waze en ziet een rood lijntje. Nog een kleine kilometer. Bij de ETA (verwachte aankomsttijd) tikken de minuten nu wel snel aan. Tiens, op de Doorniksesteenweg kan nog worden geparkeerd. De ingang in Hal 4 is helemaal aan de andere kant, maar wie het daar in die omgeving een beetje kent, kiest nu eieren voor zijn geld. Dat zal straks ook schelen in het wegrijden.

Door twee geschrapte corona-edities is het drie jaar geleden dat elke vierkante meter van Kortrijk Xpo volstond met fietsen en toebehoren. Drie jaar hunkeren naar koersfietsen, elektrische fietsen, gravelfietsen, mountainbikes, bakfietsen, kleine en grote fietsen, speciale fietsen, fietsreizen, fietskledij, fietsvoeding, fietsaccessoires, dat doet wat met een mens. Excuus, duizenden mensen.

Velofollies is terug. Om halfelf is het al koppenlopen, althans in de eerste hallen. Bezoekers van fietsbeurzen komen niet met een lijstje, kijken ook nauwelijks in de gids of op de plannetjes. Bezoekers van fietsbeurzen lopen niet meteen naar Hal 6, waar het vast minder druk is. Als postbodes volgen ze nauwgezet het stratenplan. Angst om dat ene standje niet te hebben gezien.

Ook wie geen fietsslot moet, blijft kijken naar de nieuwste types op de stand van ABUS. Wie nooit een drinkbus op de fiets heeft, wacht geduldig bij 6D tot hij (heel weinig zij’s, misschien dat het betert dit weekend) een nougaatje kan scoren en dat met een half bekertje blueberry isotoon kan doorspoelen. Niet alle grote fietsmerken hebben zich de moeite getroost naar Kortrijk te komen en dat is ronduit dom – als straf worden ze hierna genoemd – van Specialized, Cannondale en Ridley.

Het zijn niet alleen Vlamingen op Velofollies. Welaan niet. Een kwart van de standhouders is Nederlander en in de wandelgangen hoor je Frans, een streepje Engels tot zelfs Duits.

Velofollies ís een feest. Althans het eerste uur. En het tweede uur kan er ook nog wel door. Het derde uur is er te veel aan, maar dat ligt niet aan de beurs, wel geheel en alleen aan mijn licht autistische zelve die een hekel heeft aan massa’s.

Het is het feest van de fiets en zie hoe de witte man van middelbare leeftijd en ouder geniet. Haast geen vrouwen en helemaal geen andersgekleurde mens gezien. Als ik dat laatste opmerk in een gesprek met een (Nederlandse) verkoper op een stand van een bekend fietsmerk dat wel is gekomen, antwoordt die: “Neen, die gaan meestal rechtstreeks naar de winkel.”

Waarop ik, domkop, hem vragend aankijk. “Tuurlijk. Om hem ’s nachts leeg te roven. Haha.” Het kan zijn dat mijn mondhoeken wat vertrokken. Dat was geen lachje.

Velofollies is de emanatie van de Vlaamse fietsgekte, op zich al een mysterie. In het standaardwerk Two Wheels Good: The History and Mystery of the Bicycle komt Flanders welgeteld drie keer voor. Vélocipède zouden wij hebben afgekort tot flossepeerd. Of zou fiets dan toch afstammen van het Duitse vice-pferd of reservepaard? Volgens het Nederlandse blad Genealogie is fiets waarschijnlijk naar de Wageningse smidsfamilie Viets genoemd. Verder hebben wij geen rol van betekenis gespeeld.

Die Vlaamse wielergekte slaat nergens op. Soms wordt ze verklaard door de Vlaamse wielersuccessen, maar ook dat klopt niet. Vlaanderen is fietsgek geworden na de jaren van algehele hegemonie en in een periode dat geen enkele Belg een platte prijs kon rijden in een grote ronde of een andere dan een kasseiklassieker.

Uitgerekend Vlaanderen, die zo slecht is bedeeld met fietspaden en fietsveilige wegen, waar automobilisten en boeren/loonwerkers de fietser doorgaans liever in de gracht dan op hun betonbaantje zien, is de meest fietsgekke regio van de wereld. Te gek.

Column Journalistieke reserve in De Morgen van maandag 16 januari 2023

Journalistieke reserve

Het is zondagochtend 10 uur. De computer floept aan. Surfen naar de Sporza-site om te zien wat het sportweekend vooralsnog heeft gebracht. Hoofdpunt: Anderlecht dat de komst van de Deense flankaanvaller Anders Dreyer afrondt. Rechts drie voetbalnieuwsjes, twee over Club-Anderlecht dat nog moet worden gespeeld en vier over de wedstrijden van gisterenavond.

Scrollen. Aha, daar is het BK veldrijden, het heeft nog lang geduurd. Hoofditem: iemand heeft een BK quiz in elkaar gebokst. Rechts zeven itempjes over wat nog moet komen en wat is geweest.

Zoals het BK voor de vrouwen. Iemand gekeken, toevallig? Mensonterend, er is geen ander woord voor dat parcours. Er zijn fysieke prestaties geleverd, de watts vlogen in het rond, maar kan je dit sport noemen? Het BK van 2023 – dat gold ook voor de mannen – staat dichter bij een overlevingstocht door een jungle in het regenseizoen dan bij sport. Blijkbaar zijn wij daar in Vlaanderen heel erg tuk op. Wellicht omdat we daar ook heel erg goed in zijn en dat komt dan weer omdat de rest van de wereld het gekkenwerk vindt.

Komen we bij de hoofdpunten. Prominent de supportersclubs van Anderlecht die niet tevreden zijn met de stap terug die voorzitter Wouter Vandenhaute (zie zaterdagcolumn) heeft gezet. Onder het bericht, een andere doorklikker met daarin het statement van Vandenhaute dat hij Kompany had moeten houden, of althans meer zijn best had moeten doen. En dan nog een itempje over de best gecoverde voetbalhuisrel ooit.

Iets lager, treurig nieuws. Oud-wielrenner Lieuwe Westra is overleden, goed vijf jaar nadat hij met een depressie was gestopt met koersen. Iets verderop leren we dat zes Belgen meedoen aan de Australian Open. Melbourne is heel ver van ons bed, verder dan India om maar iets te zeggen.

In dat rijtje staat dat olympisch medaillewinnares Hanne Desmet en haar broer Stijn zilver pakken op het EK shorttrack, Stoffel Vandoorne een puntje pakte in het nieuwe Formule E-seizoen, Man United Man City klopt (twee items), een Poolse de eerste sprint in de Tour Down Under wint en Zinho Vanheusden weer voetballer is.

En dan helemaal onderaan, net voor de videotips en ‘meest gelezen’ en ‘vooruitblik wielerjaar 2023’ en nog meer voetbalnieuws, een blokje over de twee nationale ploegen die momenteel aan het werk zijn op hun wereldkampioenschap in een olympische sport: handbal en hockey.

De handballers hebben vrijdag tegen dubbel wereldkampioen- en olympisch finalist Denemarken hun WK geopend. Ze verloren nogal fors: 43-28. In Vlaamse voetbaltaal is dat een 4-1. In wielertaal: op twee minuten eindigen. Maakt niet uit: ze hadden gisterenavond laat nog een wedstrijden tegen Tunesië en morgen moeten ze tegen Bahrein.

Enige journalistieke reserve voor het handbal is begrijpelijk. Niemand vraagt om een Red Wolves-hype naar het beeld van de Rode Duivels die de hele wereld gaan verslaan maar na een week thuis staan. Maar een minimum aan interesse in een olympische zomersport – bijgevolg een wereldsport – is niet te veel gevraagd.

Journalistieke reserve ten aanzien van de nationale hockeyploeg is dan weer onjournalistiek. Meer zelfs, het is gebrek aan kennis van de wereldsport, het is gebrek aan respect, het is onkunde. Goed dat er geen pijltjesgooien voor obesen of een andere cafésport gaande was, of er was nog minder aandacht voor de 5-0 WK-overwinning van de hockeyers tegen Zuid-Korea.

De nationale hockeyploeg is het best presterende team in de Belgische sportgeschiedenis: nooit eerder werd een Belgisch team wereldkampioen. De hockeyers wel, in 2018. Nooit eerder werd een Belgisch team Europees kampioen. De hockeyers wel, in 2019. Nooit eerder werd een Belgisch team olympisch kampioen (afgezien dan van de voetballers in 1920, maar die finale is vroegtijdig afgebroken omdat de tegenstander boos wegliep). Hoe raadt u het? Inderdaad, de hockeyers wonnen een bloedstollende olympische finale in Tokio.

Dat was een van de hoogtepunten in mijn veertig jaar in de sportjournalistiek. Dat dit niet voor iedereen geldt, en je het sportminnend Vlaamse volk dat gek is van modderfietsen niet helemaal zal meekrijgen, tant pis. Over de opvoedende taak van de media wil ik het ook niet hebben, maar er zijn normen, journalistieke benchmarks met een groot begrip, waar je niet aan raakt.

Dat ik moet gaan zoeken in de krochten van Sporza, onderafdeling Andere Sporten, om iets te weten te komen over de rugblessure van Arthur van Dooren – een wereldtopper – en vervolgens niets vind, is een blamage.

Om u toch wat op te voeden – we kunnen het niet laten – het hockey zit op Play Sports. Overmorgen is het tegen de Duitsers. Als ik goed heb gerekend, maar best even checken, spelen ze om 14u30.

Column ‘Couckje van eigen deeg’ in De Morgen van zaterdag(ochtend!) 14 januari 2023

Couckje van eigen deeg

Olivier Deschacht zei deze week: “Wouter Vandenhaute is mijn vriend, maar ik zal hem niet sparen. Ik vind wel dat hij verkeerde beslissingen heeft genomen. Moet hij ontslag nemen als voorzitter van Anderlecht? Neen, dat vind ik dan weer niet. Hij durft beslissingen te nemen, te moderniseren en te veranderen.”
Laat ik Ollie een beetje parafraseren. Wouter Vandenhaute is mijn vriend niet. God en klein Pierke kunnen dat beamen, evenals collega Els Maes, die bij het interview was, en misschien nog wat gasten bij Willem Hiele die onze discussie in juli 2021 hebben gezien en vooral gehoord. De aanleiding was de diva in Vandenhaute die niet wenste te antwoorden op de vraag waarom hij zoveel mensen die hij ooit zelf had overgehaald om voor hem te komen werken binnen de kortste keren om soms heel triviale redenen weer had ontslagen. Wat doet dat rücksichtslose met de mens Vandenhaute?
Geef toe, een correcte kritische vraag, die hij verkeerdelijk interpreteerde als een persoonlijke aanval. Hij liep weg van het interview, om na tien minuten terug te komen, wat ik overigens had voorspeld. Onder zijn gespeelde bescheidenheid en jongensachtigheid schuilt een dramaqueen, maar ook een strateeg.
Om Deschacht nog een beetje meer te parafraseren: neen, ik vind ook niet dat Wouter Vandenhaute ontslag moet nemen. In de eerste plaats omdat ik een bloedhekel heb aan fans die hun bruto familiaal geluk ontlenen aan de klassering van hun favoriete club. In de tweede plaats omdat hij door zijn hybris in de wasmachine van de volkswoede is gesukkeld en daar voor mijn part nog een hele tijd mag in ronddraaien.
Door die overmoed is Vandenhaute in een wereld terechtgekomen die hij tot dan zorgvuldig had gemeden. Volkswoede of volksvreugde, dat laatste is hier even niet van tel, is voor hem totaal onbekend terrein. Als publiek figuur tegen wil en dank loopt hij niet graag in de spotlights.
Bij Supersport als baas, en later bij Woestijnvis en nog later Flanders Classics als eigenaar, werkte hij in kleine equipes. Zoals Deschacht omfloerst omschrijft: hij durft beslissingen te nemen. Klopt helemaal. In manschappen offeren kent hij alleen zijn gelijke in de baas van de Russische Wagnergroep. Wie hem op de zenuwen werkt – er zijn ontslagen gevallen kort na onschuldige fietstochtjes – krijgt al snel zijn C4.
Vandenhaute – dat hebben we later gezien met Frank Vercauteren bij Anderlecht – zit er niet mee om jarenlange vriendschappen te beëindigen met een ontslag. Tot hij bij Anderlecht kwam, leidde dat hooguit intern tot wat onrust en extern tot een handvol opgetrokken wenkbrauwen.
Anderlecht is andere koek en dat had hij moeten weten toen hij voor die klus werd gevraagd. Dat gebeurde nota bene door de man die hem had afgetroefd in de biedingsprocedure en die uiteindelijk met de trofee Anderlecht was gaan lopen. Enter Marc Coucke.
Die was eerst eigenaar én voorzitter, maar koos na een paar opstanden van fans al snel voor de luwte van het eigenaarschap. Vandenhaute, geiler dan op de afterparty na een laatste aflevering van De slimste mens, sprong boven op de niet te weigeren aanbieding van Coucke.
Samen gingen ze het instituut Anderlecht opnieuw de grandeur bezorgen die het al die jaren had gemist. Volgens hun narratief was de deconfiture onmiskenbaar het gevolg van een jarenlang wanbeleid door Vanden Stock en zijn capo Van Holsbeeck. Daar valt weinig tegen in te brengen, behalve dan dat eerst Coucke en later Coucke-Vandenhaute veel tijd hebben verloren.
Zie waar de twee nu staan: Coucke is de laatste tijd alleen in de media gekomen met nog maar eens een kapitaalsverhoging, of recentelijk met een waarschuwing aan het management (en zijn betaalde voorzitter) dat de kosten naar beneden moeten. De operationele verliezen over de laatste vijf seizoenen opgeteld bedragen 125 miljoen euro. Faut le faire.
De aandachtige lezer zal opmerken dat in andere media het bedrag van net geen 100 miljoen euro verlies naar voren wordt geschoven. Dat klopt, want het meest recente verlies van 27,5 miljoen is verbloemd door de kapitaalsinbreng van Coucke, Vandenhaute en Duyck. Vandenhaute is dus ook minderheidsaandeelhouder en heeft er mede door zijn zuurverdiende Woestijnvis- centjes voor gezorgd dat Anderlecht niet failliet ging.
De mens Vandenhaute bestaat nog en hoe die zal reageren valt niet te voorspellen, maar de voorzitter in Vandenhaute zal niet capituleren. Tenzij zijn hoofdaandeelhouder hem trakteert op een couckje van eigen deeg en hem alsnog de wacht aanzegt. Er is een heel peloton recreantenfietsers die dat grappig zou vinden.