Column Heroïek, tragiek, heroïek in De Morgen van 7 aug 2023

Heroïek, tragiek en weer heroïek

Op 22,4 kilometer van de eindmeet achtte die ene in de kopgroep in zijn vleeskleurig doorkijkshirt zijn moment gekomen. Hij sprintte weg van achter de rug en reed ze allemaal uit het wiel, zoals hij dat eerder dit jaar boven op de Poggio had gedaan en met succes naar de overwinning was gestormd.

Zijn eeuwige rivaal Wout van Aert wilde hem volgen, recht op de trappers, maar vijf seconden minder lang. Hij moest gaan zitten. Tadej Pogacar idem. Mads Pedersen hing er nog net aan.

En toen begon een lange solo waarbij de heroïek na vier kilometer overging in tragiek, en ten slotte weer in heroïek. Mathieu van der Poel viel in een natte rechtse bocht. Rechts onderuit betekent haast altijd materiële schade. Zijn elleboog bloedde, zijn broek en shirt waren gescheurd, maar de witte Canyon-fiets bleef heel.

Meteen stond hij recht en stoomde weer door. En dan toch, jeetje, die BOA-schoensluiting, die kon zo tussen zijn ketting draaien. Onderweg rukte hij die sluiting er nog eens af. Dan maar op één gesloten schoen verder. Sprinten hoefde toch niet meer.

Van der Poel had voor zijn val meer dan een halve minuut in vier kilometer bij elkaar gefietst, verloor goed twaalf seconden bij die val, maar zat na een kilometer alweer boven de halve minuut en bouwde de voorsprong uit tot een kleine twee minuten.

De laatste anderhalve kilometer was het tijd om alle emoties de vrije loop te laten. Eindelijk de beste van de wereld in iets anders dan veldrijden. Twee jaar geleden deze tijd stortte hij op de Olympische Spelen voor dood neer bij een sprong waar een plankje was weggehaald, iets wat hij was vergeten. Vorig jaar ging zijn WK de mist in door vervelende tienermeisjes en een nachtje bij de politie.

Nonchalance is een fenomeen dat vanzelf overgaat van zodra het ego er genoeg van heeft domweg te verliezen. Sinds Tokio 2021 en meer nog na Wollongong 2022 heeft dat ego tegen zichzelf gezegd dat het anders moest. Resultaat: sinds gisteren is Mathieu van der Poel de beste eendagsrenner ter wereld, althans voor 2023. Volgend jaar kan dat weer anders zijn.

… heeft het na-Tourcriterium van Glasgow gewonnen en door een speling van het lot of een dwaling van de UCI is de winnaar van de kermiskoers van Glasgow gisteren ook gehuldigd tot wereldkampioen. Zo stond het in de voorbereidende notities voor deze column.

Voor de traditionalisten was dit parcours misschien het equivalent van voetballen op een vierkant veld. Het spel heeft er alvast niet onder geleden. Het werd een heerlijk WK, met in de top vijf alleen maar renners die de Ronde van Vlaanderen hadden gewonnen of prominent op het podium hadden gestaan.

Op een ongewoon parcours, bovendien met de laatste rondjes in de regen, maakten de renners er een heel mooi parcours van. Niet omdat het decor uit vakantiekiekjes bestond, wel omdat ze zin hadden in koersen. Deze generatie lijkt altijd zin te hebben, zelden is het wegwielrennen zo aantrekkelijk geweest.

De koers is heel snel hard gemaakt en Harrogate en Leuven indachtig, waar de zwaardere gabarits Van der Poel en Van Aert aan het eind kilocalorieën tekort kwamen, leek het doortrekken van in de eerste lokale ronden van Belgen als Nathan Van Hooydonck een vreemde move.

Toch heeft het Belgische systeem met Belgium I, II en III met drie kopmannen gewerkt, ook al leek het zelden op een samenwerkende vennootschap. Belgium werd wel al snel gereduceerd tot twee kopmannen.

Te snel. Op 100 kilometer van het einde lossen betekent dat je niet goed genoeg (meer) bent voor deze wedstrijd. Een goede piloot als Jasper Philipsen in Tour-vorm had Glasgow 2023 moeiteloos aangekund. Misschien moet de bond nadenken over iets meer grip op het programma van een pregeselecteerde. Het was duidelijk dat Philipsen na zijn succesvolle Tour de voorkeur gaf aan het snelle geld van de na-Tourcriteria boven een uitgekiende voorbereiding.

Op 70 kilometer van de streep gaf niemand nog een cent voor de kansen van kopman II, of kopman I, zo u wilt. Remco Evenepoel moest tot vier keer toe een gat dichten op een select groepje.

Tussen kilometer 60 en 50 kwam de regerende wereldkampioen ineens vooraan rijden en prikte drie keer op rij. Was het overschot of overmoed? Of was het opoffering, teamwork met andere woorden. Het leek alsnog op dat laatste, toen hij bij -35 loste. Hulde. Dit was niet het parcours van Evenepoel en hij leegde de kelk tot op de bodem.

Van Aert was de last man riding in hemelsblauw. Zijn rol was eens te meer ondergeschikt aan die van Van der Poel. Niks om over te treuren. Hoogerheide ’23 was een centimeterverhaal, Glasgow ’23 ging om minuten. Tweede was het hoogst haalbare.

Column Grensoverschrijdende gunfactor in De Morgen van zaterdag 5 aug 2023

Grensoverschrijdende gunfactor

Jaarlijkse zomerse gewoonte, het weggooien van bijgehouden documentatie, zoals daar zijn de seizoensgidsen. Halfweg het jaar weet je onderhand wel wie bij wie speelt of heeft gespeeld en de nieuwe gidsen komen eraan. Dat geldt zeker voor het voetbal, maar ook voor het wielrennen.

Bij dat weggooien nog eens een voorbeschouwing op 2023 gelezen, opgetekend uit de mond van twee prominente wieleranalisten, echte heren van stand. De namen doen er niet toe, maar als op de tv iets slims moet worden gezegd over de koers zijn ze van de partij. Meestal kletsen ze niet uit de nek.

Titel: ‘De erelijst van Wout en Mathieu moet nog indrukwekkender’. Mathieu heeft dat afgestreept, Wout niet. Die wordt in dat dubbelinterview wel de allerbeste renner van het moment genoemd. Op dat moment verloor hij het WK veldrijden en na dat moment won die allerbeste renner van de wereld de E3 en het BK tijdrijden.

Zo zie je maar, en ach, misschien wordt die allerbeste wereldkampioen, wie zal het zeggen? Niet de analisten, ook niet de columnisten. Het verschil tussen columnisten en analisten is dat die eersten weten dat ze af en toe raaskallen. Analisten worden dan weer beter betaald. Nog een bewering van de analist: Tadej Pogacar gaat zeker de Tour winnen. Niet dus.

Overigens wordt in dat interview ook geponeerd dat het raar is dat Mathieu van der Poel het crossseizoen niet heeft overslagen om de brede basis te leggen waarmee hij in het voorjaar alles kapot zou rijden. Hij heeft het crossseizoen niet overgeslagen, hij werd zelfs wereldkampioen, én hij had blijkbaar ook een brede basis want hij reed zowat alles kapot.

Hun voorspelling voor het WK? Een clash tussen Mathieu en Wout, en Remco wereldkampioen tijdrijden. Bon, u bent gewaarschuwd, alles wat u zult lezen over het WK wielrennen, neem dat met een korrel zout. Ook dat het parcours zo lastig is. De renners maken het lastig. Of niet.

Geen onvoorspelbaarder wedstrijd dan het WK wielrennen. Eddy Merckx won het maar drie keer en stond verder nooit op het podium, dat zegt alles. Soms rijd je met superbenen een doodlopende straat in. Het WK is een wedstrijd van alles of niks. Nog meer dan de klassiekers, waar slechts een twintigtal gegadigden zijn voor winst, en veel meer dan een Tour-rit, met soms maar tien geïnteresseerden, moeten tijdens een WK op de weg ontelbare puzzelstukjes op de juiste plaats vallen.

Dat geen Mexicaan, Thai of Polynesiër zal winnen, daar kun je geld op inzetten, maar Remco Evenepoel die zichzelf opvolgt? De theorie wil dat het parcours niet op zijn maat is, te veel interval. Dat zou dan goed zijn voor de crossers. Wie dat beweert, is vergeten dat crossers een uur lang interval rijden en dat het hier om minstens twee uur optrekken, afremmen en optrekken gaat. Dus eerder iets voor mountainbikers? Zou kunnen. Overigens, als ze met crossers Van der Poel en Van Aert bedoelen, dat zijn geen crossers. Wel superatleten die toevallig via de cross in het echte wielrennen zijn beland.

Andere kwestie: hoe gaan de Belgen het spelen met drie kopmannen en minstens nog twee anderen die stiekem hopen op een scenario waarin zij in een kansrijke positie belanden? De Belgen gaan voor elkaar rijden, zegt de bondscoach. Aardige en slimme gast, die Sven Vanthourenhout, maar hij komt uit de koers dus laat hij het achterste van zijn tong niet zien.

België zal noodgedwongen koersen zoals Nederland bij de vrouwen: bekijk het maar, heren, het is elk voor zijn vel. Belgium gaat dus met Belgium I (Evenpoel en co.), Belgium II (Van Aert en co.) en Belgium III (Philipsen en co.) van start. Wie de co’s zijn en wie ze wanneer van dienst zijn, dat zullen we pas na de koers weten.

In Leuven 2021 reed Evenepoel het peloton inclusief de Belgen aan flarden en stapte dan af. Een test. Vorig jaar koos Evenepoel al heel snel het hazenpad en zagen ze hem niet meer terug. Bij Jumbo-Visma, bij Alpecin-Deceuninck en bij Soudal-QuickStep is nu diep nagedacht over alle mogelijke scenario’s en wat te doen bij welke ontwikkeling in de koers.

De grensoverschrijdende gunfactor zal een grote rol spelen. Wie mag zeker niet wegrijden en voor wie hou ik eventueel de benen eventjes stil? De renner op wie het meest zal worden gelet, is alvast de regerende wereldkampioen. Hij heeft behalve Yves Lampaert niemand in steun. Op die halve Franse Soudal-QuickStep-ploeg moet hij niet rekenen. Chauvin was niet voor niks een Fransman. Over de landsgrenzen heen, maar ook een beetje binnen de landsgrenzen, is het zowat allen tegen Evenepoel.

Column Onderwaterfaaaze in De Morgen van maandag 31 juli 2023

Onderwaterfaaaze

Met stijgende verbazing de voorbeschouwingen gelezen van de analisten, specialisten en journalisten, al of niet onder de vorm van protcast.

Anderlecht zal er weer staan, of minstens meedoen met de eerste vier… Club Brugge herleeft onder Ronny Deila… Dat stond er nog voor ze een competitiewedstrijd hadden georganiseerd.

Antwerp zou moeten bevestigen en won gisteren zoals het vorig jaar won, zakelijk. Bevestigen zou lastig zijn zonder Calvin Stengs, die voor een armere club koos, maar wel in Nederland. Dat zegt wat over de aantrekkingskracht van onze competitie.

AA Gent heeft een nieuwe verdediging en een nieuwe eigenaar en zou weer voorin moeten meedraaien. Valt nog te bezien. Union, dat ging niet meer lukken na drie braindrains op rij. En zie: Union won vrijdag voor de zevende keer op rij van een zo goed als kansloos Anderlecht, waar – je verzint het niet – de supporters na één verlieswedstrijd al verhaal gingen halen.

Heeft dan niemand de moed om te zeggen dat augustus de soldenmaand is, of het equivalent van de jaarlijkse braderie in uw wijk, buurt, dorp of stad? Dat bij de meeste clubs minstens nog drie goede spelers worden verkocht voor veel geld en dat met dat geld net iets minder dure spelers worden gehaald in de hoop dat ze later (lees: zo snel mogelijk) op de braderie kunnen worden uitgestald? Begin september, dan begint de competitie echt.

Daarom graag een woordje over een sport waarin dat allemaal niet van tel is. Een pure sport waarin techniek, fysiek, fysiologie, fysionomie, karakter en wetenschap overheersen en waarin het steeds sneller gaat, ondanks die technologische setback met het pakkenverbod van vijftien jaar geleden. Zwemmen dus.

Tenzij u de eenkolommertjes verslindt, zal het u wellicht met dank aan onze voetbal/koersmedia zijn ontgaan, maar gisteren was de laatste dag van het WK zwemmen, gehouden in het Japanse Fukuoka. Wat moet u onthouden?

Dat het fenomeen David Popovici uit Roemenië sinds het breken van het wereldrecord op de 100 meter vrije slag vorig jaar geen deuk in een pakje boter meer zwemt op kampioenschappen. Althans voor zijn doen. Hij haalt nog wel finales, maar het wonderkind keerde terug uit Japan zonder één medaille. Hij zei: “Ik denk dat ik het anders zal moeten aanpakken. Meer en beter trainen.”

Dat er acht wereldrecords zijn gebroken: vijf bij de vrouwen, twee bij mannen en één bij de gemengde aflossing.

Dat Australië of de VS – afhankelijk van of u olympisch (goud eerst) dan wel Amerikaans (totaal eerst) telt – de medaillestand hebben gewonnen. Slimmeriken zullen nu beweren dat de Chinezen met hun veertig medailles waarvan twintig gouden op één staan, maar dat is inclusief duiken en alle andere waterpret. Telt niet mee. Zwemmen, daar gaat het hier om.

Australië heeft op 25 medailles 13 keer goud gepakt, dat is fenomenaal goed. De VS hebben 38 plakken en slechts 7 keer goud gewonnen. Die gaan nog een stapje zetten tegen volgend jaar, let maar op. Australië kon bijna zwemmen in de eigen tijdzone, dat scheelt ook weer een slok op een borrel als ze volgend jaar naar Parijs komen.

De Europeanen, daar was het naar uitkijken. De Britten pakten amper twee keer goud op een totaal van acht, maar acht uur terug naar het oosten presteren is geen sinecure. Die zetten nog stappen. Dat geldt ook voor de Fransen, die vier gouden medailles wonnen op een totaal van zes, met dank aan Léon Marchand (drie) en Maxime Grousset (één).

Opvallend, de vier Franse gouden plakken zijn behaald op de zwaarste afstanden: de twee wisselslag- en de twee vlinderslagnummers. Zeg nog eens dat de Fransen niet willen werken.

Die Grousset is een apart verhaal. De jongen groeide op in Nieuw-Caledonië. Wie dat spontaan weet te vinden steekt zijn vinger op. Neen? De archipel ligt in de Stille Oceaan ten oosten van Australië, ten zuiden van Vanuatu, ten westen van Fiji en ten noorden van Nieuw-Zeeland. Palmbomen, wit zand en de rest… Dichter bij het paradijs geraak je niet, maar op een dag zag Maxime het licht en besloot dat hij in fucking Amiens wilde gaan trainen. Om olympisch kampioen te worden. Het zal hem nog lukken ook.

Hij en Marchand zijn de grote Franse hoop voor volgend jaar in Parijs. Marchand is de nieuwe Michael Phelps, wiens laatste record hij op dit WK van de tabellen haalde. Het is nu al hunkeren naar de Spelen als Sidney Appelboom hem mag becommentariëren. Babbelboom (met alle respect) kent zijn sport én hij heeft taalgevoel. Hoe hij straks de fenomenale onderwaterfase van Marchand zal bewieroken en vooral uitspreken als ‘onderwaterfaaaze’, pure olympische erotiek.

Column Paris 2024 in De Morgen van zaterdag 29 juli 2023

Paris 2024

Over een jaar zijn de Olympische Spelen van de dertigste olympiade volop aan de gang in en rond Parijs. Dat is al voor de derde keer. Londen had de primeur en over vijf jaar zal Los Angeles zijn derde Olympische Spelen organiseren. Het zegt iets over het aantal grootsteden dat zich nog wil wagen aan het grootste event dat de mensheid heeft georganiseerd, op wereldoorlogen na dan.

Over een jaar rond deze tijd zullen we weten of de stunt met de openingsceremonie op de Seine – 600.000 bezoekers verwacht – is gelukt. Gelukt, dat betekent: zonder aanslagen van welke klojo’s dan ook; zonder protest van welke al of niet vermeend achtergestelde groep in welke kleur hesjes dan ook; zonder rellen van welke banlieusards dan ook.

Geheel ten persoonlijken noot baart vooral dat laatste mij een heel klein beetje zorgen. Mijn betaalbare Airbnb, zorgvuldig uitgekozen om per fiets naar het perscentrum, het zwemmen en het hockey te geraken, ligt toevallig in Nanterre, weze het in het iets betere deel, dicht bij La Défense.

Het zag er nog zo’n cosy flatje uit, ideaal gelegen, alles in de buurt, van croissanterie tot supermarkt en des restos à volonté. Zoals mijn host meldde tijdens de rellen vorige maand: it is burning everywhere. Als ik wilde cancelen, hij had alle begrip. Cancelen? Ik heb in de favela Babilonia in Rio limonade gedronken met lokale jongetjes die achteloos hun AK-47 naast zich op tafel legden. Parijs overleven moet nog net lukken.

Om een reden die mij tot nog toe vreemd is maar die ik eind volgende maand bij een verkenning ter plekke zal uitvinden, wil de
brave man met mij absoluut in het Engels converseren, terwijl ik het nog zo netjes vind om hem in zijn taal aan te spreken. Espérons, schreef ik terug in het Frans, dat beide partijen (politie en de jongeren van de banlieues) tegen volgend jaar een beetje rustiger zijn. Hij antwoordde: Yes, indeed.

Een van de partijen die mee moet helpen om de Spelen in goede banen te leiden is een Belg. Meer zelfs, Pierre-Olivier baron Beckers- Vieujant is als lid van het Internationaal Olympisch Comité na zijne presidentiële hoogheid Thomas Bach voor Paris 2024 de hoogste in rang uit de olympische familie. Hij maakt zich sterk dat de Spelen absoluut niet met de Franse slag zullen worden georganiseerd, maar Beckers is zelf Franstalig dus was het niet duidelijk of hij ten volle mee was met mijn uit Nederland geïmporteerde uitdrukking ‘met de Franse slag’.

Van rellen was toen nog geen sprake, wel van gele hesjes en vooral die baarden het Belgische IOC-lid zorgen. Wilde stakingen op het laatste moment, dat is waarvan hij wakker zal liggen. Verder had hij een mooie: “Als je denkt dat wij een ingewikkeld land zijn met onze nationale en onze deelregeringen, Frankrijk is dat nog meer. Je hebt de nationale staat, daaronder de regio, vervolgens het departement, de economische structuur grande métropole en dan pas la ville de Paris. En bij voorkeur allemaal geleid door verkozenen van verschillende partijen.”

Inmiddels is de politie al eens binnengevallen bij het organisatiecomité. Daar horen we nog weinig van, maar het is alvast weinig bevorderlijk voor het preolympische sfeertje. Een paar metrolijnen zijn niet klaar, dus het transport zal erop inboeten. En er was natuurlijk de desastreus verlopen Champions League-finale van mei vorig jaar. Schrale troost misschien, maar olympische bezoekers zijn doorgaans niet de hersendode voetbalfans die de draaihekjes aanvallen als het een beetje stropt.

Enfin, het wordt een riskant dubbeltje op zijn kant met die Franse plannen om de hele bevolking bij de Olympische Spelen te betrekken. Voor het eerst zullen ook tijdens de Spelen massa-activiteiten plaatsvinden, zoals een volksmarathon nadat de olympische marathon is gelopen of een fietstocht op het parcours waar de profs hebben gekoerst. Dat wordt wennen na Tokio zonder publiek.

Nog zo’n mooi voornemen is het organiseren van tal van competities in de stad. Parijs zal beachvolley organiseren op de Champ de Mars met de Eiffeltoren als achtergrond, boogschieten aan les Invalides waar Napoleon en andere grote Fransen begraven liggen.

Dé stunt is het compleet afsluiten van de Place de la Concorde tussen de Champs-Elysées en het Louvre. Daar gaan vier competities in straatsporten door: BMX, skateboarden, 3×3 basketbal en breaking, nieuw op de Spelen.

En wat de Belgen daar gaan presteren, daar hebben we nu nog compleet het raden naar. De sterren staan gunstig, de vijver aan toptalent was nooit zo groot, maar die zeven medailles waarvan drie keer goud van Tokio 2021, dat wordt een lastige.

Column Vrouwenvoetbal in De Morgen van maandag 24 juli 2023

Vrouwenvoetbal

Nog niet zo heel lang geleden zat ik met een kindsterretje in een praatprogramma en daarin kwam het gesprek op voetbal. “Kijk jij voetbal?”, vroeg de presentator. “Alleen vrouwenvoetbal”, antwoordde het kindsterretje, kortaf en met lichte spot.

Achteraf, in de coulissen want ik ben niet gek, suggereerde ik dat ze ook eens vrouwenbasketbal en vrouwenvolleybal moest proberen, want dat dat veel mooiere sport was dan vrouwenvoetbal, veel attractiever, veel spannender en vooral veel meer passend bij de vrouwelijke fysieke capaciteiten. Ze keek mij aan met een blik van ‘ocharme boomer’ en die air van “ik ben een Gen Z en dus weet ik alles beter”.

Donderdagochtend is de FWWC begonnen in Nieuw-Zeeland en Australië. De FWWC staat voor Fifa Women’s World Cup, het wereldkampioenschap voetbal voor vrouwen. Naar het schijnt zendt de VRT elke dag een wedstrijd uit. Het kindsterretje zal wellicht kijken. Ik kan maar hopen dat ze ook heeft gekeken naar het EK basketbal en het goud voor de Cats. En dat ze half augustus ook op het puntje van haar stoel zal zitten voor het EK vrouwenvolleybal in eigen land.

We zijn nog maar enkele dagen ver in dat WK voetbal voor vrouwen en in de eerste drie wedstrijden is twee keer gescoord. Daarna kwamen gelukkig de kneusjes van de Filipijnen en Costa Rica tussen de lijnen en die kregen er respectievelijk twee en drie om de oren. Zambia vijf.

De monsterscores moeten we nog krijgen, onvermijdelijk in een toernooi met 32 deelnemende landen, ongeveer het dubbele van vrouwelijke landenteams die naam waardig. In 2026 krijgen we een WK voor mannen met 48 ploegen, wat al even ridicuul is. (Schrijven we er hier haastig bij voor iemand aan misogynie zou denken.)

Het is een van de mysteries van de vrouwensport: waarom zijn vrouwentennis en vrouwenvolleybal meestal even spektakelrijk (en soms rijker) dan de mannenvariant en is vrouwenvoetbal dat haast nooit? Vrouwenbasketbal is dan weer een lastige omdat het fysieke verschil overweldigend is, maar ook die vrouwenversie heeft een eigen dynamiek ontwikkeld.

Jawel, vrouwenvoetbal kan ook spannend zijn, maar het heeft geen eigen spel, geen eigen smoel. Jawel, het is topsport, maar alles wat op dat grote veld met die hele grote doelen gebeurt, is een doorslagje van de mannenversie. Behalve de matennaaierij dan en dat is een grote plus.

Maar neem nu die doelen. De beste doelmannen neigen allemaal naar de twee meter. De langste doelvrouw in de Engelse Women’s Superleague (WSL) is 1m80. De doelvrouwen van Tottenham en Man United zijn 1m67. Dat is lachwekkend want die geraken in een spelfase nooit ook maar in de buurt van hun deklat.

Het is al vaker gesuggereerd om veld en doelen te verkleinen en met lichtere ballen te spelen. In het volleybal hangt het net negentien centimeter lager en de vrouwenbal in het basketbal meet vijf centimeter minder in omtrek en is vijftig gram lichter. (In vrouwentennis is alles identiek aan mannen, maar dat is een terugslagsport met een eigen onderlinge dynamiek.)

Om de een of andere reden willen de vrouwen in voetbal helemaal hetzelfde spel spelen als de mannen en ook even succesvol worden. Dat zal nooit lukken en dat heeft niets met een glazen plafond te maken. Als er al een glazen plafond is, dan houden ze dat zelf in stand. Dit vrouwenvoetbal met deze regels is gedoemd om spektakelgewijs een ondergeschoven kindje te blijven.

Vrouwenvoetbal zoals het vandaag wordt gespeeld, doet de vrouwelijke topsportster oneer aan. Erger zelfs, de sport is een aanslag op het vrouwenlichaam. Dat geldt voor nogal wat sporten, wellicht omdat die zijn uitgevonden voor en door mannen in functie van hun fysieke capaciteiten en belastbaarheid. Niets belet de vrouwen om aanpassingen door te voeren.

Niets doen is schuldig verzuim. Zo wijzen studies uit dat vrouwen door hun langere nek zwakkere nekspieren hebben en telkens ze koppen een aanslag plegen op hun hersenen waardoor ze dubbel zo vaak een hersenschudding oplopen.

Of neem de voorste kruisbandletsels (de ACL’s in het jargon). De ACL komt in alle vrouwensporten vaker voor dan bij de mannen: afhankelijk van de studie twee tot tien keer meer. In vrouwenvoetbal was er het voorbije jaar een epidemie: één op vier genomineerden voor de Ballon d’Or 2022 stond op krukken door een gereconstrueerde voorste kruisband, een letsel van al snel negen maanden revalidatie.

Zo ook de Nederlandse spits Viviane Miedema, die uitvlooide dat het voorbije seizoen bijna zestig speelsters in de vijf grote liga’s aan de kant stonden met een ACL. “Er moet iets gebeuren”, zei ze, wellicht nadat ze had meegekregen dat de beste indicatie voor een (tweede) ACL een (eerste) ACL is.

Column Supersapiens in De Morgen van zaterdag 22 juli 2024

Supersapiens

‘I am dead, I’m gone.” Dat zei Tadej Pogacar in de koninginnenrit woensdag toen hij op de laatste helling — de lange Col de Loze — Jonas Vingegaard moest laten gaan. Dood was hij niet. Wel weg, maar dan vooral tussen de oren.

Als de Sloveen fysiologisch inzicht zou hebben, dan zou hij weten dat woensdag zijn limiet niet werd aangegeven door een tiltgeslagen Krebscyclus, maar dat de rem tussen zijn oren zat. Vier van de meer dan vijf minuten verschil zijn voor rekening van een mentale breakdown, een gevolg van de oplawaai op dinsdag in de tijdrit.

Door een tegenstander met wie je een secondespel speelt, en van wie je hoopt dat hij op kraken staat, ineens op een door hem/hen gekozen moment, in de vernieling worden gereden, dat komt aan.

Korte klim, lange klim, plat, bergaf, Vingegaard reed overal sneller en nog geen klein beetje. Meer dan vier seconden per kilometer aan je broek krijgen in een tijdritje van 22 kilometer, terwijl je zelf een van de beste tijdrijders ter wereld — Wout van Aert — declasseert, halloooooh?

Afgelopen dinsdag is rond de klok van zes bij Pogacar de veer gebroken en die nacht heeft hij liggen piekeren.

…Oké, voorbereiding verstoord door die polsbreuk, maar dat kon toch het verschil niet zijn? Hoewel… Oké, Team Jumbo-Visma meet alles en probeert op alles en nog wat seconden en watts te winnen, maar is dat dan meer dan vier seconden per kilometer waard? Misschien… Maar wtf zeg, Jonas weegt lichter dan ik en trapt verdomd nog hogere absolute vermogens… wat valt daar tegen te beginnen? Iedereen zegt nu wel, een paar kilootjes verliezen en geen klassiekers meer, maar zo simpel bouw je mij niet om. Zou ik niet beter uit zijn buurt blijven?…

36 miljoen voor zes jaar, dat was de waarde van de contractverlenging voor Tadej Pogacar in 2021 na zijn tweede Tour-overwinning. Goede deal vonden ze in de Emiraten. Hij heeft sindsdien de Ronde van Vlaanderen, de Amstel, de Waalse Pijl, Lombardije, de Strade Bianche en nog wat klein grut gewonnen, maar daar deden de emirs het niet voor.

Sinds dat megacontract heeft UAE geen Grand Tour meer gewonnen. Erger nog, die Hollanders met die bleke Deen en die B-Sloveen gaan straks in Spanje voor drie grote rondes op rij. Iemand bij Team UAE zal het gelag betalen, let maar op.

Tja, en dat TJV, wat moet je daar mee? De verdachtmakingen zijn niet uit de lucht, met name in de Franse en Duitse pers. Niet altijd gehinderd door overdreven veel kennis beweren ze dat ze vandaag sneller klimmen dan de grote dopeurs van de jaren negentig en begin deze eeuw, bedoeld wordt de epo- en transfusiegeneratie. Dat is aantoonbaar niet waar, maar zelfs als ze vijfentwintig jaar na datum sneller zouden rijden zonder epo, dan is dat met de fenomenale vooruitgang in die sport niet meer dan normaal.

Wat is het dan wel? Team Jumbo-Visma doet alles zoals het ooit door de besten is gedaan, maar nog beter. Het is de teamdiscipline, de organisatie en de tactiek van US Postal gemixt met de marginale winsten en de calorieobsessie van Team Sky, overgoten met de gezonde arrogantie waarmee al menig Nederlands team door innovatie tot succes kwam.

Dat slimmer willen en kunnen zijn dan anderen zit hem in details die zich vertalen in enkele seconden, in een paar watt, maar veel details maken veel seconden en veel watt. De set-up van de fiets, de testing, het uitgekiende voedings- en supplementenpatroon (remember het bakpoederpapje van Maurten in maart dit jaar?), de hoogtestages, de grote pool aan capabele trainers en de voorbereidingen. Dat hebben ze allemaal veel beter voor elkaar dan de andere teams.

Als ze daarbij ook eens het geluk hebben in een Deense vismijn op een vergeten supertalent te vallen, geen gewone homo sapiens, maar een supersapiens, dan krijg je wat we nu zien: extreme dominantie. Supersapiens staat hier niet toevallig. Het is ook een merk en een van de official suppliers van TJV. Supersapiens meet via een patch het glucoseverbruik tijdens inspanning. Verboden sinds 2021 tijdens de wedstrijd, maar niet tijdens de training en reken maar dat de trainingsdata gediend zullen hebben.

Marginale winsten zitten ook voor een deel tussen die oren. Bij de winnaar, die weet dat hij van alles het beste heeft en die uitgekiend getraind is om de andere op zijn zwakte te pakken. Evengoed bij de verliezer, die weet wat de andere heeft, en hij niet. Hij rijdt met een gespoten Colnago, heeft een trainer die ver weg in Denver woont en een ploeg die kopieert. Hij verdient wel zes miljoen per jaar en is met afstand de leukste wielerkampioen in jaren. Maar sinds dinsdag weet hij dat hij van die andere nooit meer wint.

Column Vooralsnog folklore in De Morgen van maandag 17 juli 2023

Vooralsnog folklore

Zelfs als het incident van zaterdag op de Col de Joux-Plane, waarbij een motor de demarrage van Pogacar tegenhield, uiteindelijk een fait divers blijkt te zijn en Pogacar of Vingegaard met minuten voorsprong op Vingegaard of Pogacar zondag de Champs Elysées oprijdt, is het nog maar eens de hoogste tijd voor alle actoren in deze sport om zich te bezinnen over hoe dit allemaal anders, beter, veiliger en eerlijker kan.

Een goede twitteraar ter zake om te volgen is Adam Hansen. Ervaringsdeskundige in een diskwalificatie. Tussen 2011 en 2018 reed hij twintig grote rondes op rij uit, zes jaar op rij de drie grote rondes alstublieft. Hij was twintig jaar prof en stopte vorig jaar. Sinds maart van dit jaar is hij in opvolging van Gianni Bugno de nieuwe voorzitter van de rennersvakbond CPA.

Adam Hansen won haast nooit en Gianni Bugno won erg veel, maar toch is hij in die vier maanden voorzitterschap al meer aanwezig dan zijn voorganger, die zich vooral laafde aan het pluche van de VIP en heel zelden inging tegen de organisatoren. Hansen: “Ik zal het aardig zeggen. Mijn taak is de renners vertegenwoordigen. Ik ben er niet om aan te schurken bij of vrienden te maken onder de organisatoren, de UCI, de ploegen of de fans…”

Geen slecht uitgangspunt voor een vakbondsleider en als er nu één sport een vakbond met haar op de tanden kan gebruiken, dan wel het profwielrennen.

Zaterdag waarschuwde hij de renners over een gevaarlijke afdaling in de zeventiende rit van aanstaande woensdag: “Moeilijke technische afdaling op een weliswaar perfect wegdek, maar de weg is zo smal en naast de weg wil je niet terechtkomen, zodat ik de organisatoren heb gevraagd om maximale beveiliging te voorzien, wat ze hebben toegezegd. Please be careful.”

Kort na de rit was hij er snel bij: “Motoren hebben altijd al het wielrennen beïnvloed en vandaag hebben ze seconden gestolen.”

Wat was nu het probleem afgelopen zaterdag? Simpel: te veel motoren op een te kleine plek, te veel publiek op een te kleine plek. Ik moet volgend jaar nog naar de Spelen in Parijs en ik wil daar niet dat vierjaarlijks gezeik van kabelslepers van de tv of godbetert fotografen, maar laten we wel wezen: ze zijn op alle grote events gewoonweg met veel te veel. Het wielrennen is dan ook nog eens zowat de enige sport waar televisie en fotografen er komen tussen rijden/lopen, soms met desastreuze gevolgen.

Herinner u zich Richie Porte en de uiteindelijk lopende Chris Froome nadat ze op op een motard waren geknald op de Ventoux in 2016. Herinner u zich Julian Alaphilippe die op een gestopte motor reed in de Ronde van Vlaanderen in 2020. Herinner u zich het ergste: de dood van Antoine Demoitié in Gent- Wevelgem in 2016, gevallen en overreden door een motor.

Bovendien is wielrennen de enige sport waarbij het publiek zomaar in het speelveld kan stappen. Desgevallend kunnen ze een tijdje (verkleed, halfnaakt, naakt) meelopen met de koplopers die een strijd op leven en dood uitvechten, zonder het gevaar na enkele seconden gechargeerd, afgevoerd en nadien beboet te worden.

Of zoals Jan Bakelants het treffend zei in Vive le vélo: alsof je tijdens een Champions League-finale gewoon aan de rand van de backlijn zou staan als fan om te zien hoe ze de strafschopserie afwerken. De mevrouw die in de kookpotten roert bij Jumbo-Visma vond nochtans de nabijheid van het publiek net een deel van de charme van het wielrennen. Bakelants: “Zijn we profsport of folklore?” Vooralsnog folklore Jan, jammer maar helaas.

Van nabijheid gesproken. Gisteren, gsm in selfiehouding, deed een fan het halve peloton vallen, op kop de mannen van Team Jumbo- Visma, Kuss en Van Hooydonck. Het incident met de selfiefan van gisteren is haast niet te vermijden op een openbare weg. Op een klim liggen de oplossingen dan weer voor de hand: maak van elke col een stadion mét ticketverkoop, plaats nadars over de hele klim en beperk het aantal motoren in de koers.

José De Cauwer vond de motoren de schuldigen. Renaat Schotte legde hem het zwijgen op. Dat heeft zo zijn redenen: José De Cauwer heeft nooit op een motor gezeten in een koers. Als Schotte niet in een commentaarhok zit, zit hij het liefste achterop een motor. Al wie daar heeft gezeten, vindt dat wat hebben, begrijpelijk. De VRT heeft ook zo’n motor rondrijden, maar wat is het nut van dat obligate ‘over naar huppeldepup op de motor’ waarna diens overslaande stem kond doet van het gebeuren in de marge terwijl op kop een felle strijd wordt geleverd?

Column ‘Watt als?’ in De Morgen van zaterdag 15 juli 2023

Watt als?

Wielrennen is een even poepsimpele als een keiharde sport. Wie het langst en ook nog eens het hardst kan stampen op die pedalen, heeft een grote kans om voorin te eindigen. Wie dat drie weken lang kan, zal in een grote ronde voorin eindigen. Het vermogen per kilogram lichaamsgewicht dat een renner kan leveren, is de discriminerende factor in grote rondes.

W/kg, daar zal het de komende week, te beginnen gisteren met de finish op de Colombier, over gaan. Moge deze column een baken zijn om u geen onzin op de mouw te laten spelden en om de slimme uit te hangen op de buren-BBQ.

De breuk watt/kg werd de voorbije vijfentwintig jaar vaak gehanteerd om bepaalde klimprestaties al of niet verdacht voor te stellen. Vooral Franse Twitter-accounts spelen voor een soort watt-politie.

De discussie over ‘de zuivere prestatie’ is al een jaar of tien aan de gang. Nochtans is men het over eens dat acht van de beste tien klimprestaties in de vorige eeuw zijn geleverd, dus mét de ondersteuning van epo. Van de huidige generatie renners heeft alleen de Colombiaan Nairo Quintana de top tien gehaald. Hij staat op vijf.

De top vier die Quintana voorafgaan, zijn Marco Pantani (onbetwist op één), Miguel Indurain, Jan Ullrich en Lance Armstrong. Die tien beste klimprestaties ooit scoren allemaal zeven watt/kg over een klim van minimaal twintig minuten. De lengte van een klimprestatie is van belang voor het energiesysteem dat bij lange duur vooral een beroep doet op zuurstof. Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard, Remco Evenepoel scoren hun beste waarden op zo’n lange klim rond de 6,5 watt per kilogram.

Voor sommige Franse critici is ook 6,5 W/kg op klimmen van langer dan twintig minuten voorbij de fysiologische grens, waarmee ze bedoelen dat doping is gebruikt. De discussie over fysiologisch al of niet normaal, mag wat fundamenteler worden gevoerd. In een van de aanvankelijk minst ontwikkelde sporten die de laatste jaren veel beter het beschikbaar genetisch potentieel benut en ook nog eens een kwantumsprong maakte in wetenschappelijke begeleiding, is een bovengrens een slecht idee. Het beste argument om niet te geloven in doping als deus ex machina farmaceutica, is nog wel dat het vaak om jonge atleten gaat, beter geselecteerd, beter getraind, en behorend tot verschillende ploegen.

Bovendien zit veel ruis op de waarden die de media ongefilterd op ons loslaten. Tussen de verschillende vermogensmeters zit soms wel een verschil van 5 procent. Komt daarbij dat de meeste renners – om discussies en verdachtmakingen te vermijden – hun gegevens niet meer delen op digitale platformen als Strava. Met andere woorden: het echte vermogen per kilogram lichaamsgewicht kennen we niet.

Dus passen de watt-volgers een truc toe. Ze herleiden elke klimprestatie tot een vermogen berekend voor een renner met een standaardgewicht. Wie die gespecialiseerde accounts volgt, zal merken dat voor de eenheid W/kg een lettertje e wordt gebruikt. Die e staat voor étalon, Frans voor standaard.

Om die gestandaardiseerde prestatie te kunnen berekenen, wordt de klim getimed (meestal vanaf de televisie) en zo wordt de zogeheten VAM berekend of de gemiddelde klimsnelheid, uitgedrukt in hoogtemeters per uur.

Juist timen is lastig en evenmin is er info over (stijgende) winden, luchtdruk, wegoppervlak en het effect van drafting achter een klimtrein. Bovendien verstoren de stukken weg van minder dan 4 procent de berekening. De theoretische omrekening voor een renner met een standaardgewicht klopt bijgevolg zelden met de realiteit.

De consensus bestaat evenwel dat – voorgaande fouten inbegrepen – 7 watt per kilogram lichaamsgewicht op klimmen van langer dan 20 minuten flirten is met de grens van het fysiologisch aanvaardbare.

Er is goed nieuws. Die 7 watt worden niet meer gehaald. Wel worden steeds vaker op kortere inspanningen waarden boven de 7 en zelfs 8 watt gehaald. Voorbeeld: Tadej Pogacar klom in rit zes over de Tourmalet (45 minuten lang) aan net geen 6e W/kg, maar reed de laatste 5 km wel aan 6,8e W/kg. Nadien op Les Cauterets de laatste 5 km zelfs aan 7,46e W/kg.

Dat zijn precies waarden die Jonas Vingegaard al begin april in de Ronde van het Baskenland liet zien en wat toen door moest gaan als de sterkste klimprestatie van het jaar op een middellange klim: 7,46e W/kg voor 11 minuten en 17 seconden over 4,1 kilometer aan gemiddeld 9 procent stijging op de Izua.

Specialisten waren door die demonstratie zeker dat Jonas Vingegaard van Jumbo-Visma zonder ongelukken met de vingers in de neus een tweede Tour op rij wint. Na gisteren zijn we niks wijzer, na dit weekend misschien wel.

Column Sympathiebarometer in De Morgen van maandag 10 juli 2023

Sympathiebarometer

Niemand wordt beter in de Tour. Niemand op de fiets en ook niemand naast de fiets. De Tour is één langgerekte sloop, waarbij één moeilijk moment zoals een te zware, te hete col of een niet-verteerde maaltijd gevolgd door een slechte slaap volstaan om je hele Tour te hypothekeren.

Zelfs in de tijd van Roger (en Eddy) zat beter worden er niet in met de ‘ondersteunende middelen’ van toen. Ook tijdens de jaren negentig met de steile opgang van de wonderbaarlijk efficiënte epo bleef de Tour een aanslag op het hormonale stelsel, zo bleek uit bloedanalyses.

Beter wordt niemand van 21 dagen op de fiets over berg en dal, maar de ene wordt minder snel gesloopt dan de andere. De hamvraag is nu wie van de twee favorieten eerder kapot gaat straks in die gruwelijke derde week, Jonas Vingegaard of Tadej Pogacar?

Als de logica wordt gerespecteerd, moet dat Pogacar zijn. Zijn val in Luik-Bastenaken-Luik en zijn operatie aan de hand, dat heette eerst geen probleem te zijn. Hij had weer snel en goed kunnen trainen, eerst binnen op de rollen en later buiten. Tot hij op de Marie Blanque in de tang werd genomen door Team Jumbo-Visma en een minuut aan zijn broek kreeg. Toen luidde het ineens dat hij nog wat trainingsachterstand had. Maar, geen paniek, want hij zou verbeteren naarmate de Tour vorderde.

Waar hij dat vandaan haalde? Alvast niet van Iñigo San Millán, de performance director van Team UAE. Van hem zal je die onzin niet te lezen krijgen, hoewel die niet veel nodig heeft om op een tafel te springen. Ere wie ere toekomt, San Millán is als arts verbonden aan de universiteit van Colorado en runt daar een researchprogramma naar de rol van mitochondriën in de ontwikkeling en dus genezing van kanker. Geen kleine jongen dus.

Mitochondriën zijn de energieproducenten van de lichaamscellen. Wat dan weer volgens nogal wat Franse non-believers het bewijs zou zijn dat Pogacar op speciale benzine rijdt, omdat zijn arts-trainer-coach daar toegang toe zou hebben. Er is nul bewijs van het bestaan van zo’n geheim middel, voor alle duidelijkheid.

Vingegaard heeft in tegenstelling tot Pogacar wel een probleemloze voorbereiding gekend. Hij is samen met zijn team getraind, gefinetuned en geprogrammeerd om drie weken lang de prestaties te leveren die dit zware parcours vraagt. En wat heet zwaar? Als u dacht dat ze het ergste hebben gehad, te beginnen op vrijdag 14 juli volgen nog zes bergritten.

Een andere hamvraag luidt: waarom supportert de overgrote meerderheid in, rond en buiten het peloton voor Pogacar in deze titanenstrijd?

Op de Denen na uiteraard, die zijn pro Vingegaard. En de Nederlanders die TJV als hun nationale wielertrots beschouwen. Naar mij is verteld, zijn ook sommige vrouwen op de hand van Jonas. Vooral zij die gelukkig worden bij de gedachte dat zo’n timide jongen zijn vertrouwen heeft te danken aan zijn elf jaar oudere vrouw Trine.

Dat gevoel is hun gegund, maar gisteren beleefden zij alvast een baaldag. Beetje bij beetje knabbelt Pogacar aan de achterstand op Vingegaard. Tikje na tikje deelt hij uit, als een volleerde pugilist die eerst de lever, dan de armen en ten slotte de slapen en de kin van zijn tegenstander teistert. Tot die zich gewonnen geeft. Of niet.

De sympathieke Pogacar is een speelvogel, of laat ons tenminste geloven dat hij een speelvogel is. Zijn uitstapjes naar de klassiekers en daarbij altijd meedoen voor de winst, om er daarna nog een grote ronde aan te plakken en daarbij ook voor winst te gaan, daar houden wielerfans van.

De saaie Vingegaard heeft het nadeel dat niet alleen hij – te bleek, te timide, te weinig bink, te veel voorgeprogrammeerd – maar ook zijn team de perceptie tegen heeft. De combinatie van Denemarken en Nederland, twee zelfverklaarde gidsnaties, heeft daar veel, zo niet alles mee te maken.

Al bij al is dat vreemd, want wie ooit met TJV en co. te maken had weet dat ze meer open boek zijn dan UAE. Dat team wordt gerund door oliesjeiks vanuit Abu Dhabi en beschikt over een onmetelijke zak geld. Daarenboven is bij UAE de CEO Mauro Gianetti. Hij was als renner hoofdrolspeler in 1998 in een dopingklassieker waarbij hij bijna het leven liet. Later werd hij ploegbaas van Saunier-Duval met de beruchte Ricardo Riccò, die onder zijn toezicht werd geschorst wegens epo.

Pogacar met zijn ontwapenende glimlach, zijn geintjes en zijn aanvalslust zorgt er in zijn eentje voor dat zijn team toch hoog scoort op de sympathiebarometer. Het grootste deel van de wielerwereld gunt Pogacar deze Tour, maar toch deze voorspelling: Vingegaard trekt op zondag 23 juli het geel aan in Parijs.

Column Meester(knecht) in De Morgen van zaterdag 8 juli 2023

Meester(knecht)

Hoe zegden ze dat nu alweer, gisterenochtend aan de bus van Team Jumbo-Visma? “Tenzij Wout van Aert een kronkel krijgt, sprint hij niet mee.” Het Noord-Nederlandse ‘kronkel’, zou dat hetzelfde zijn als het Zuid-Nederlandse ‘het zot in de kop’?
Wout van Aert heeft gisteren niet mee gesprint. Hij deed wel even alsof. Sprong weg en liet zich terstond weer inlopen door het peloton dat hem vervloekte. Wel lachen, maar geen zot in de kop. Net als de dag ervoor, de dag daarvoor en ook woensdag niet. Dinsdag probeerde hij er zich wel tussen te wurmen, maar dan bleek eens te meer dat Van Aert in alles op de racefiets uitblinkt maar in niks een absolute superspecialist is.
Een spurtbom was ellebogend met Jasper Philipsen naar de meet gereden en had desnoods onderweg nog een keirin-kopstoot uitgedeeld. Niet Wout van Aert en dat siert hem. Cleane renner, in alle opzichten.
Eerst even deze disclaimer. Dit is voorlopig niet het jaar van Van Aert, maar voor hetzelfde geld wint hij vandaag in de sprint en morgen na een monsterontsnapping op de Puy de Dôme, om daarna zijn Sarah aan het kraambed bij te staan en fris en monter naar Glasgow af te reizen en daar wereldkampioen te worden.
Wout van Aert is een fantastische renner, maar te weinig winnaar. Zijn scoringspercentage als hij in een kansrijke positie voor doel komt is het laagste van alle wereldtoppers. Dat weerspiegelt zich in zijn palmares, bij uitstek in 2023: tweede op het WK veldrijden (na Van der Poel); derde in Milaan-San Remo (na Van der Poel); eerste in de E3; tweede in Gent-Wevelgem; vierde in de Ronde van Vlaanderen (na Pogacar en Van der Poel); derde in Parijs-Roubaix (na Van der Poel); tweede in Tübach-Weinfelden, herdenkingsrit voor Gino Mäder, maar wel de groene trui gewonnen in die Ronde van Zwitserland. Oef.
Zijn tweede winst van het seizoen was op het BK tijdrijden, met overmacht. Maar wat als Remco Evenepoel niet was gevallen? Inderdaad, wat als… Wat als Van Aert had geweten dat dit seizoen er eentje is van net niet, had hij dan in Wevelgem alsnog Christophe Laporte laten voorgaan?
En dan die tweede Tour-rit naar San Sebastián. Een echte sprinter brult over de radio de hele ploeg doof als hij niet genoeg mannetjes voor zich krijgt om dat laatste gaatje te dichten. Niet Wout van Aert. Een echte sprinter zal zelfs niet meer sprinten als hij ook maar vermoedt dat hij tekort zal komen. Niet Wout van Aert. Dan maar stranden op een meter of drie.
Dat gooien met die drinkbus, niet zeker wat de achterliggende psychologie is maar van koelbloedigheid getuigt het niet. Ook zijn reactie op het spotten van Tadej Pogacar was niet cool. Haal gewoon je schouders op en zeg vooral niet dat je zal antwoorden met de benen. Dat heeft hij donderdag geprobeerd, eerst op de Tourmalet en daarna op de klim naar Cauterets-Cambasque. Hij vatte die laatste klim aan als een dolleman, tot het op was en hij amper nog snelheid maakte om recht te blijven. Aardige omstanders gaven hem dan maar een zetje. Zijn kopman Jonas Vingegaard versnelde daarna om op een counter te lopen. Het was Pogacar die antwoordde met de benen. Van Aerts inspanning was voor niks.
In een krant verscheen een verhaal dat we ons als Belgen in de handen moeten wrijven met zo’n renner. Zeker, maar je kan het ook omdraaien en als een vraag verpakken. Is Van Aert niet veel te goed om zich zo uit de naad te rijden voor een bleke Deen die alleen maar wedstrijden wint omdat zijn watt per kilogram lichaamsgewicht (en zijn VO2max en zijn fietseconomie) nu eenmaal hoger/ gunstiger is dan dat van welke andere renner in de Tour ook?
Van Aert heeft te veel klasse om als de eerste de beste baroudeur bij kilometer nul van achter de rode auto van de koersdirectie weg te springen. Van Aert is te goed voor de Oscar voor de Speciale Effecten in deze Tour, ook bekend als die krankzinnige prijs van de strijdlust.
Van Aert is geen meesterknecht, hij is een meester en die horen niet te knechten, ook niet als ze daar miljoenen voor worden betaald. Wat moet hij dan? Specialisten in zijn ploeg beweren dat hij met dit gewicht de Tour niet kan winnen. Durf ze niet tegen te spreken. Wie het tegendeel beweert, is met zekerheid nooit verder geraakt dan de inleiding van de fysiologie van het wielrennen.
Toch is het zonde, gooien met krachten, woekeren met immens talent, wat de klasbak Wout van Aert doet om zijn eigen Tour kleur te geven. Het is te hopen voor hem dat Sarah sneller dan uitgerekend moet bevallen en hij naar huis kan. Het zal zijn WK ten goede komen.