Sportclub Belgium, niet langer een sportwoestijn in De Morgen van vrijdag 15 dec 2017

Sportclub Belgium zit niet langer in een woestijn

(grafieken in pdf)

De sportprijzen gaan zaterdag naar twee Franstalige toppers, maar sportjaar 2017 kleurt Vlaams. Met tien Vlaamse podia in olympische disciplines en drie voor nationale ploegen, verlaten we stilaan de sportwoestijn. Hoe megalomanie uitmondde in een Vlaams topsportbeleid.

Ondanks de Europese deconfiture van onze voetbalploegen en het debacle van het Eurostadion, krijgt u van ons gratis en voor niks een reden om te klinken op het voorbije sportjaar: 2017 was het beste sportjaar voor België in deze 21ste eeuw. Met veertien ‘olympische’ podia, en de Masters-finale van David Goffin geldt als vijftiende, overtreffen we het post-olympisch jaar 2001. De andere post-olympische jaren 2005, 2009 en 2013 haalden we met moeite tien of zelfs maar negen podia. Opvallend, de helft van de medailles werd behaald op een wereldkampioenschap, het hoogste sporttoneel, en dat is een recent fenomeen voor een land dat de afgelopen tien jaar op 66 medailles, 25 keer met de kleinste prijs – Europees brons – naar huis kwam.

Ook in het pre-olympisch jaar 2015 werden zes van de twaalf medailles behaald op een WK en dat resulteerde in 2016 in Rio de Janeiro in de beste Olympische Spelen in twintig jaar in 2016. Het vermoeden van gelukkig toeval in Rio dat toen nog als een slag om de arm werd gehouden, werd dit jaar gecounterd: België is niet langer een sportwoestijn.

Om alvast één relativerende noot op voorhand te duiden: het klopt dat tussen Sydney 2000 en straks Tokio 2020 veertien olympische events zijn bijgekomen (52 medailles). Dat maakt het makkelijker om medailles te winnen, maar de Belgische prestaties van 2017 hebben daar nauwelijks van geprofiteerd. In de lijst hierbij staat wie, wat, waar heeft gewonnen in 2017: alleen het goud van Lotte Kopecky en Jolien D’Hoore en het brons van Kenny De Ketele en Moreno De Pauw op het WK baanwielrennen in de ploegkoers zijn behaald in een event dat nieuw is in Tokio, maar tot 2008 wel nog op het olympisch programma stond.

Kans gezien en gegrepen

In 2017, twintig jaar na de eerste echte Vlaamse beleidsdaad in topsport, was het al Vlaanderen wat de klok sloeg. Dat wordt mooi geïllustreerd door de sportindex of de Dow Jones van de Belgische sport. De gele lijn stelt de Vlaamse index voor, de zwarte slaat op België en de rode op Franstalig België. De index geeft een goed beeld van hoe we er de afgelopen zeven jaar zijn op vooruitgegaan. Het dieptepunt situeert zich op 1 september 2010 toen de nationale index op 500 punten stond. Vandaag hikt die tegen de 1.000 aan.

Conclusie: in zeven jaar is de Belgische sport twee keer beter geworden. In de jaren tussen 2010 en 2014 timmerden ook de Franstaligen naarstig aan de weg naar boven, maar het niveau van september 2014 werd in het zuiden van het land niet meer gehaald. De spectaculaire nationale stijging met bijna 300 indexpunten sinds mei van vorig jaar is volledig voor rekening van de Vlaamse sporters.

Die vooruitgang is geen momentopname, bewijst een andere telling: met 54 top-acht-plaatsen doen de Belgische atleten dubbel zo goed als in 2009. De kentering was de voorbije olympiade al ingezet. In de tussenliggende jaren 2009 tot 2011 werden 95 podia behaald, van 2013 tot en met 2016 steeg dat naar 112. Dat totaal is nu al na het eerste van de drie niet-olympische jaren bijna voor de helft ingevuld. Nog opvallend: tussen die veertien podia zit maar één bronzen medaille op een Europees Kampioenschap, maar wel vijf gouden medailles waarvan drie op een WK.

Op drie podia van 2017 stonden bi-communautaire teams, ook wel bekend als nationale ploegen: hockeymannen en -vrouwen en basketbalvrouwen. Eén van de veertien podia- of twee van de vijftien als Goffin wordt meegerekend – is namens Franstalig België behaald door Nafi Thiam. Die twee supertalenten gaan dit jaar met de nationale prijzen lopen. Boven alle verdenking, met dank aan hun wereldprestaties. David Goffin wordt komend weekend wellicht Sportman van het Jaar, tenzij de wielerpers met oogkleppen heeft gestemd, en hij haalde eerder deze maand de Nationale Trofee voor Sportverdienste al binnen. Nafi Thiam is de nieuwste godin van het atletiek, werd onlangs ook mondiaal tot beste atlete gelauwerd en wordt zeker sportvrouw van het jaar.

Voor wie topsport nationale materie vindt en de opsplitsing Vlaams/Belgisch/Waals communautaire haarklieverij: dwaal niet langer. Sport is bij de eerste staatshervorming in 1969 geregionaliseerd en daar kunnen nostalgie, noch Rode Duivels of andere rode of gele dieren in bi-communautaire of nationale ploegen iets aan veranderen. Eerder nog worden de Rode Duivels gesplitst in een Vlaamse en Franstalige ploeg, en staan er twee Eurostadions aan weerszijden van de taalgrens, dan dat er een herfederalisering van topsport aan de orde is.

De fondsen voor topsport komen voor 90 procent van de gemeenschappen en daar zal de komende decennia weinig aan veranderen. Sport Vlaanderen en Adeps (de Waalse sportadministratie) bepalen de sportpolitiek, gaan over de financiering van de topsport en worden uiteindelijk ook afgerekend op de resultaten. Hoewel de staatshervorming dateert van 1969, is pas in 2003 voor het eerst in Vlaanderen structureel geld vrijgemaakt voor topsport.

In 1995 was het toenmalig Bloso wel al begonnen met een tewerkstellingsproject voor topsporters omdat het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) alle pedalen kwijt was en die last niet meer kon dragen. Carla Galle was toen hoofd van Bloso en wist meteen wat te doen. “Ik dacht: dit is de kans om het topsportbeleid naar Vlaanderen te halen en ik verkreeg van toenmalig minister van Werk Leo Peeters (sp.a) een tewerkstellingsproject voor topsporters.” Sprinter Patrick Stevens werd in november 1995 de eerste atleet met een gesubsidieerd contractueel statuut (GESCO) bij Bloso.

Voor gek verklaard

Zes jaar later volgde een nieuwe mijlpaal. Minister-president Bart Somers (Open Vld), nu burgemeester van Mechelen, riep de pers samen in het Errera Hotel in Brussel om aan te kondigen dat hij de Olympische Spelen naar Vlaanderen wilde halen. De strateeg in Carla Galle vond het een kansloze missie maar zag andere opportuniteiten.

“Dat Olympisch plan is snel afgevoerd, maar van het momentum heb ik gebruik gemaakt om bij Somers een topsportactieplan te bepleiten. Ik zei: minister-president, allemaal goed en wel, Olympische Spelen in Vlaanderen, maar je moet dan ook als organiserend land atleten hebben die je waardig kunnen vertegenwoordigen. Ga maar naar Keulen, zei hij.'”

Keulen was Marino Keulen (Open Vld), toen de minister van Sport. Die zei geen neen en Galle kreeg haar eerste topsportactieplan. “Toen zijn we onder meer ook begonnen met investeringen in topgymnastiek en iedereen verklaarde ons gek. Kijk nu, we hebben een Europees kampioene en een medaille op een WK. Topsport is een werk van lange adem.”

Na Beijing 2008 probeerde toenmalig sportminister Bert Anciaux topsport weg te halen bij Bloso en in een door hem te controleren aparte structuur onder te brengen, maar dat opzet mislukte. Gaandeweg is het topsportbeleid verfijnd, kwam er structureel overleg met de Waalse tegenhanger Adeps en het BOIC, en aanvankelijk namen ook de middelen toe. Inmiddels is Vlaanderen aan het vierde topsportactieplan toe en dat heeft net zijn eerste jaar achter de rug.

Carla Galle is in 2013 met pensioen gegaan, Bloso heet inmiddels Sport Vlaanderen, maar de verantwoordelijke voor topsport is sinds 2003 dezelfde. Paul Rowe was vorig jaar ook de architect van topsportactieplan IV, dat inzet op een bredere, maar uitsluitende olympische topsporttakkenlijst en zich niet langer vastpint op eerder toegewezen budgetten.

Rowe: “Een goed topsportbeleid moet selectief en elitair zijn, maar tegelijk egalitair en meritocratisch. Respect voor alle Vlaamse topsporters, maar we zetten onze middelen enkel in op topsporters of topploegen die minstens bij de beste acht op een EK in een olympische discipline kunnen eindigen. Elke sport weet zich nog steeds verzekerd van een topsportbudget, maar als de prestaties achterwege blijven, kunnen we dat bedrag ook toewijzen aan sporten die op dat moment betere resultaten laten zien en meer medaillekansen hebben.”

Valkuil

Vlaanderen volgt voortaan een tweesporenbeleid. De structurele werking (talentdetectie en -ontwikkeling) wordt gesubsidieerd met een langetermijnbril en die kredieten worden per Olympiade toegekend. Topsporters die op korte termijn moeten presteren, krijgen middelen die ze nodig hebben inzake programma, omkadering en eigen levensonderhoud.

Rowe: “Dat laatste is veel meer een ad-hocbeleid, jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd, met een toewijzing van middelen in verhouding tot de slaagkansen en de noden. We hebben stappen voorwaarts gezet. Onze topsporters tonen aan dat ook Vlaanderen kan uitblinken en veeleisend, klinkt niet meer negatief. Er is maar één valkuil: om onze topsporters te geven wat ze nodig hebben, mag ook het beleid de komende jaren niet verslappen.”

 

Belgium niet langer een sportwoestijn

Froome trapt op zijn adem in De Morgen van donderdag 14 december 2017

Froome trapt op zijn adem

In 2014 raakte bekend dat Chris Froome (32) aan de salbutamol zit. Bepaald vervelend wel dat hij in de voorbije Vuelta het dubbele van de toegestane hoeveelheid plaste. Het wordt een hele klus om onder een straf uit te komen, maar met de regels van 2018 was hij misschien niet eens positief.

1 Wat heeft Chris Froome misdaan?

De viervoudige winnaar van de Tour de France heeft in de door hem ook gewonnen Ronde van Spanje van afgelopen zomer een urinestaal afgeleverd waarin 2.000 nanogram per milliliter urine salbutamol is gevonden. De grenswaarde die niet mag worden overschreden is 1.000, maar gezien de relatief grote foutenmarge vraagt het wereldantidopingagentschap WADA om pas te rapporteren vanaf 1.200.

Volgens de WADA-code is een staal met 2.000 nanogram salbutamol een adverse analytical finding, een afwijkend analyseresultaat dat kan leiden tot een dopingschorsing. Dat is bekendgemaakt door zijn ploeg Sky, die daar onder druk van ongecontroleerde media- aandacht zelf mee naar buiten kwam, en het is bevestigd door de internationale wielerunie UCI.

Zijn collega Alessandro Petacchi kreeg in 2007 een jaar op de strafbank voor 1.360 ng/ml en Diego Ulissi kreeg negen maanden voor een waarde van 1.900. Het is nu aan Froome om te bewijzen dat hij niet meer heeft geïnhaleerd dan toegelaten.

Salbutamol is een bèta-2-agonist, nog het best bekend als het actieve bestanddeel van de veelgebruikte puffer Ventolin, die ook bij Froome in de achterzak zit. Salbutamol is toegelaten volgens de WADA-code, zelfs zonder toestemming voor therapeutische noodzaak (TTN), maar dan mag je maximaal 1.600 microgram over 24 uur puffen. Pas als je meer dan 1.600 microgram nodig zou hebben, is er een TTN nodig, maar dan nog mag je nooit meer dan 800 microgram per 12 uur inhaleren. Froome heeft een TTN omdat hij lijdt aan inspanningsastma. Dat schreef Le Journal du Dimanche in de zomer van 2014, nadat die was getipt. In de Dauphiné dat jaar was ook al te zien hoe Froome in volle finale zijn puffer bovenhaalde en inhaleerde. Heel geheimzinnig werd daar niet rond gedaan.

2 Is inspanningsastma echt of een drogreden?

Froome moet door het slijk, maar inspanningsastma bestaat. Het is meestal geen drogreden om geneesmiddelen te mogen gebruiken in de hoop dat er beter wordt gepresteerd.

Wielrenners, schaatsers, skiërs, langlaufers en biatleten, ook zwemmers en roeiers hebben het vaakst een attest voor een puffertje, zoals bij ons het bekende Ventolin. Algemeen wordt aangenomen dat 7 procent van de topsporters aan inspanningsastma lijdt, maar dat loopt op bij sporters die gewend zijn van in koude omstandigheden te trainen. Op de Winterspelen van Turijn in 2006 gaf toch maar 8 procent van de deelnemers een TTN op voor zo’n middel. Volgens het dopinglab in Gent worden steeds minder bèta-2-agonisten gevonden en heeft niemand van de Vlaamse geteste atleten de laatste vijf jaar positief getest.

Toch is het probleem bij buitensporters groter dan men denkt. Nog afgelopen maand kwamen wetenschappers van de universiteit van Kent tot de bevinding dat astma vaker voorkomt onder topvoetballers dan verwacht. Zij deden bij een honderdtal spelers onderzoek tijdens de voorbereiding op het nieuwe seizoen en constateerden regelmatig inspanningsastma bij gezond geachte voetballers.

3 Hoe moeten we dit nieuws inschatten?

Chris Froome en Sky wijzen erop dat niks illegaals is gebeurd. Volgens Froome was zijn astma in de Vuelta verslechterd en heeft hij op advies van de dokter vaker geïnhaleerd dan anders. “Ik ken de regels en heb mij altijd aan de maximale hoeveelheden gehouden. Ik beloof dit uit te klaren.”

Sir Dave Brailsford, de manager van Sky, zei te willen meewerken aan het onderzoek. Hij lag eerder al onder vuur omwille van een geneesmiddelentrafiek richting Bradley Wiggins in de door hem gewonnen Tour 2012 en diens corticosteroïdenattesten, iets waar op de keper beschouwd ook niks mis mee was.

Brailsford: “Er zijn complexe medische en fysiologische elementen die meespelen in het metabolisme en de uitscheiding van salbutamol. Ik heb er vertrouwen in dat Chris binnen de toegelaten doses bleef.”

Wiggins is destijds geout door het Russisch hackerscollectief Fancy Bears. Ook hij had een TTN voor salbutamol en nog wat gelijkaardige middelen om zijn ademhalingsproblemen te verhelpen. Fancy Bears bracht naast Wiggins nog 34 andere atleten in verband met het toegestaan gebruik van salbutamol.

Het effect van salbutamol op de prestatie is overigens nooit bewezen, het negatief effect van kortademigheid daarentegen wel. Men kan overwegen om iedereen die een geneesmiddel moet nemen te verbieden aan sport te doen, maar dan kom je in conflict met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

4 Heeft Froome een kans om vrijuit te gaan?

Jazeker. Chemometricus en streng criticus van de dopinglabo’s Klaas Faber tweette meteen dat die grens van 1.000 een staaltje arbitraire pseudowetenschap is en dat niemand daarop mag worden veroordeeld. Dat is misschien wat zwaar op de hand, maar sowieso zijn grenswaarden arbitrair (maar ze zijn er en je moet er rekening mee houden) én onderhevig aan een foutenmarge.

 

In het geval van Froome (en wellicht ook eerdere gevallen) is er misschien een derde oorzaak die zijn hoge concentratie salbutamol verklaart. Het is bekend dat Sky-renners heel weinig drinken. Ze zweren bij de juiste energie in de juiste hoeveelheid op het juiste moment. Veel drinken is daar niet bij, want dat is loos gewicht en dan ben je zwaarder. De concentratie van een uitgescheiden product wordt in grote mate beïnvloed door de densiteit van de urine. Met andere woorden: hoeveel water/vocht zit er in de urine?

En kijk nu, op densiteit wordt in de dopinganalyses getest voor stoffen die in het lichaam voorkomen en het analyseresultaat wordt dienovereenkomstig gecorrigeerd, maar niet voor middelen die van buiten het lichaam komen, waar salbutamol toe behoort. Het is te zeggen, er wordt niet standaard gecontroleerd en dus niet gecorrigeerd tot 31 december van dit jaar. Vanaf 1 januari 2018 moet dat wel, óók voor salbutamol.

Als de normale densiteit van de urine (1,020 gram per milliliter urine) stijgt tot 1,035 – iets wat maar zelden voorkomt, dat moet gezegd -, dan zou de (vanaf 2018) gecorrigeerde drempelwaarde van salbutamol geen 1.000, maar 2.100 nanogram bedragen. Met andere woorden: als Froome kan bewijzen dat zijn urine die dag meer afbraakproducten, sediment en eiwitten bevatte dan vocht, gaat hij vrijuit.

Wat desgevallend niet zal beletten dat hij voor eeuwig het label ‘verdacht’ zal dragen. Hij blijft tenslotte een wielrenner en wie gelooft die nog?

 

Froome trapt op zijn adem

Verhaal over Eurostadion, Stade Magritte in De Morgen van 8 december 2017

Zet dat Eurostadion.

En noem het Stade Magritte

 

Natuurlijk had het EK voetbal in zijn Tour de l’Europe Brussel moeten aandoen. Natuurlijk verdient de Europese hoofdstad een groot stadion. Natuurlijk is het een blamage voor België dat dit niet is gelukt. Althans niet op tijd, want dat er een stadion komt, is zeker. Misschien kan het de naam Stade Magritte dragen.

Surrealistisch is het in elk geval, dit dossier, maar uitstel is geen afstel. Misschien is dit zelfs goed nieuws. Geen twijfel dat Ghelamco iets in achttien maanden kon optrekken waarin kon worden gevoetbald, maar het mag voor een openingswedstrijd van een prestigieus toernooi toch net even iets meer zijn dan destijds toen de Ghelamco Arena in Gent openging voor een galawedstrijd en gordijnen en gyprocplaten de onafgewerkte delen moesten verbergen. In tijden van terreurdreiging een stadion opleveren in recordtijd, beveiligen tegen alles en nog wat, en dan 50.000 man ontvangen in de hoop dat er niks mis gaat, zo’n goed idee was dat niet.

Natuurlijk was het geen slim idee van de Brusselse regering om helemaal alleen zonder de hulp van de federale regering een nationaal stadion te willen bouwen, deels op Vlaamse grond. Premier Michel heeft honderd procent gelijk: dit dossier is de nek omgewrongen door een bende knoeiers, en in ken er alvast één uit zijn eigen partij, vakkundig versterkt door een clubje provincialen die elke morzel Vlaamse grond met hun geel-zwart bloed willen verdedigen.

Minder problemen dan nu

Wie kende Parking C van de Heizel tot alle heisa? Al wie geen geprivilegieerde parkeerkaart had voor Batibouw, het Autosalon, een interland van de Rode Duivels of de Van Damme Memorial. Die kon daar zijn auto kwijt en dan het eind lopen naar de Heizel-paleizen of het Koning Boudewijnstadion. Doorgaans bleef Parking C een desolate vlakte, dicht bij de stad Brussel, dicht bij het openbaar vervoer, een ongebruikte ruimte waar projectontwikkelaars natte dromen van kregen.

Parking C móét worden ontwikkeld en het is een schande dat dit mooie terrein daar jaren is blijven liggen. Zelfs de Vlaamse bouwheer kan daar niks op tegen hebben, want dit is het beste voorbeeld van stadsinbreiding.

Of dat uitgerekend een stadion moet zijn? Waarom niet? Het argument van extra verkeer is van de pot gerukt. Er ligt daar al een stadion op een steenworp en daar kunnen ook al meer dan 40.000 toeschouwers binnen, die via twee onaangepaste afritten en rampzalig slecht bereikbare parkings telkens weer hun weg vinden. Met een betere beheersing van de verkeersstromen en een herinrichting van de ring en zijn afritten, had een nieuw stadion minder problemen opgeleverd dan er vandaag al zijn.

Wie heeft ooit verzonnen dat een stadion niet thuishoort langs een drukke ringweg? Grote stadions liggen altijd langs ringwegen en het beste voorbeeld is het Parc des Princes, dat zelfs boven op de boulevard périphérique van Parijs ligt en waar inderdaad af en toe files staan. De ring rond Lille en het Stade Pierre Mauroy, idem. Zegt u het maar? Waar in België rond de steden staan geen files? En is dat de schuld van stadions?

Nu hebben we een slecht gelegen Heizelstadion, dat in 2000 werd opgekalefaterd, maar ook niet meer dan dat. En we hebben een eersteklasser in het Brusselse, die een nieuw stadion nodig heeft en in de etalage staat. En er is de stad Brussel, met de reputatie van onbestuurbaarheid door de opdeling in negentien gemeenten met de rijke buitengemeenten argwanend toekijkend. En daarnaast is er een verdeelde voetbalbond met een projectontwikkelaar als ondervoorzitter die zijn vlieger, een andere ontwikkeling iets verderop in Machelen op de oude Renault-site, ook al niet van de grond krijgt.

Masterplan

Dit is een kluwen waar geen kat haar jongen nog in terugvindt en daarom is dit het uitgelezen moment om terug naar de tekentafel te gaan. Snel een Eurostadion neerpoten op het laatste stukje braakliggend terrein binnen de Brusselse ring en dan denken dat de klus is geklaard, doe dat nu vooral niet.

Een nieuwe tempel moet passen binnen een masterplan voor de hele Heizelvlakte. Herdefinieer de driehoek tussen het koninklijk paleis, Strombeek en de Houba de Strooperlaan, en laat het Atomium staan. Laat ook een verkleind en vernieuwd Koning Boudewijnstadion mét atletiekpiste. Zorg ervoor dat dit stadion kan worden uitgebreid met tijdelijke tribunes. Bouw op Parking C een landmark voor de noorderring: grote multifunctionele dome met schuifdak.

Gooi die aartslelijke tentoonstellingspaleizen plat en ontwerp iets nieuws. Maak van de Heizelvlakte een sport- en tentoonstellingspark, met, jawel, twee stadions. Als ze die straks in een dorp als Brugge hebben, waarom niet in de metropool Brussel?

 

Eurostadion, Stade Magritte-email

Verhaal over Poetin’s olympische droom in De Morgen van dinsdag 5 dec 2017

Dag des oordeels voor Poetins olympische droom

Aan het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de twijfelachtige eer om zich vandaag de toorn op de nek te halen. Van Rusland als dat wordt uitgesloten voor bewezen staatsdoping en van de rest van de wereld als het Rusland toelaat. Een handleiding.

Wie, wat, waar staat het te gebeuren?

Het comité exécutif van het Internationaal Olympisch Comité, of de Executive Board in de gangbare sporttaal Engels, beslist vandaag in Lausanne of Russische atleten mogen deelnemen aan de Winterspelen van Pyeongchang in februari van volgend jaar. De Russische Federatie wordt verweten een staatsgestuurd dopingprogramma te hebben opgezet. De bewijzen zijn overweldigend en veel gedetailleerder dan in de aanloop naar de Zomerspelen van Rio in 2016.

Het hoogste bestuursorgaan van de olympische koepelbond, zowat de regering van dit sportvaticaan, neigt naar een zware straf, maar is wellicht verdeeld. Er zijn veertien leden, aangevuld door een vijftiende niet-stemgerechtigde Belg, algemeen directeur Christophe de Kepper. Zeven van de veertien zijn Europeanen en zeker twee zijn alvast niet happig om Rusland stokken in de wielen te steken.

Sportpaus en IOC-voorzitter Thomas Bach heeft zijn verkiezing mede te danken aan de steun van de Russische president Vladimir Poetin en de andere is de Oekraïner en ex-atleet Sergei Boebka, die vooral geen ruzie wil met Poetin. Maken verder de dienst uit: twee Amerikanen, twee Aziaten en telkens één lid uit Midden-Amerika, Zuid-Amerika en ten slotte iemand uit Fiji, in de Pacifische Oceaan.

Niet alle leden zijn even goed op de hoogte van deze materie, of even streng in de ethische leer. Een bijzonder belangrijk lid is evenwel de Zwitser Denis Oswald, die ook de ad-hoccommissie voorzit die Rusland al elf medailles van de vorige Winterspelen in Sotsji heeft afgenomen, waardoor het van de eerste plaats in de medaillestand nu al naar plaats vier is getuimeld. Oswald heeft gedetailleerde informatie over alles wat de Russen hebben uitgevreten en zal ongetwijfeld zijn overtuigingskracht aanwenden om zijn visie door te drukken. Als hij zijn slag thuishaalt, wappert straks in Pyeongchang geen enkele rood-wit-blauwe Russische vlag.

Wat wordt Rusland precies verweten?

Georganiseerde doping, bevolen en overzien door de hoogste sportinstanties van het land. Fraude en bedrog in het dopinglab in Sotsji tijdens de Winterspelen van 2014, met inmenging van de geheime dienst. En toen dat allemaal uitkwam: koppigheid om ook maar iets toe te geven, overgaand in stuitende arrogantie.

Alles begon in de herfst van 2014 met een documentaire van de Duitse zender ARD. Die waren het echtpaar Vitali en Julia Stepanova op het spoor gekomen. Zij, Russische middenafstandsloopster van hoog niveau, en hij, controleur voor het Russisch antidopingagentschap RUSADA, waren naar Oostenrijk gevlucht en hadden informatie over wijdverspreid dopinggebruik bij de Russische atletiek.

In eerste instantie richtte iedereen zijn pijlen op de internationale atletiekbond IAAF. Stepanova en andere spijtoptanten getuigden dat ze het al jaren met de hoofdcontroleur van de IAAF en de voorzitter en zijn zoon (de familie Diack) tegen betaling op een akkoordje konden gooien om positieve tests te laten verdwijnen. De IAAF mestte de stal uit en de Britse ex-olympiër Seb Coe nam de leiding over. Zijn sportbond besliste als enige om geen Russische ploeg toe te laten in Rio.

In mei 2016 was inmiddels nog een Russische beerput opengegaan. Grigori Rodtsjenkov, voormalig directeur van het dopinglab in Moskou, was met de noorderzon verdwenen en dook op in de VS. (Wie daar het fijne wil van weten, bekijkt best op Netflix de uitstekende docu Icarus.)

Rodtsjenkov was meteen vrij duidelijk: er was een staatsgestuurd programma, sportminister Vitali Moetko (ondertussen gepromoveerd tot vicepremier van Vladimir Poetin) was van alles op de hoogte, de doping omvatte álle sporten. In Sotsji bij de Winterspelen in februari 2014 gingen de registers pas helemaal open. De Russische geheime dienst FSB (de opvolger van de KGB) zette een ingenieus systeem op waarbij urine van Russische atleten werd verwisseld met schone urine.

Het eerste rapport daarover verscheen in juni, anderhalve maand voor de start van Rio en stond bol van beweringen zonder bewijs. De Russen veegden alles onder de mat, maar in december van 2016 kwam het Wereld Antidopingagentschap WADA met een tweede rapport en daarin werden de beweringen gestaafd door bewijzen. Nog gaven de Russen geen krimp.

Ten slotte kreeg het WADA in oktober van dit jaar een database in handen van duizenden urinecontroles van Russische atleten uitgevoerd door het dopinglab in Moskou tussen 2012 en 2015. Na grondig onderzoek bevestigden de onderzoekers van WADA dat de database spoorde met de beweringen van Rodtsjenkov en dus betrouwbare informatie bevatte over de cover-up van doping bij Russische atleten. Ook dat is tegen de WADA-code: een lab mag geen preventieve screenings organiseren om atleten clean aan de start van een competitie te krijgen. Het onderzoek van die database loopt volop en concentreert zich in een eerste fase op winteratleten.

Wie zijn de voor- en tegenstanders van uitsluiting?

De Russen zijn tegen, maar dat mag niemand verwonderen. Zij stellen alles in het werk om een blamage te vermijden zoals in Rio op de Zomerspelen toen de atletiekbond besliste dat er geen Russen mochten deelnamen tenzij ze in het buitenland afdoende waren gecontroleerd en niks te maken hadden met het systeem in eigen land. Alleen verspringster Daria Klisjina kon toen haar ding doen met een Russisch paspoort, maar wel onder de internationale vlag.

 

Inmiddels hebben de protagonisten van harde maatregelen elkaar gevonden. De 38 grote nationale antidopingagentschappen in de wereld hebben zich samen uitgesproken voor een schorsing van de Russische Federatie en zij krijgen uiteraard de steun van het WADA dat in de zomer van 2016 ook al voor de uitsluiting was.

Toen zat daar een behoorlijk sportpolitiek luik aan, grenzend aan een afrekening, omdat de brulboei van het WADA, de Canadees Dick Pound, niks liever wilde dan IOC-voorzitter Thomas Bach op de zenuwen werken. Hij wist zelf als advocaat nochtans dat het
IOC geen juridische poot had om op te staan, als het de Russen wilde uitsluiten, maar won glansrijk de slag om de publieke opinie. Overigens is de hele Sotsji-affaire mede de schuld van het weinig doortastend optreden van het WADA. Directeur Oliver Rabin hoorde in de aanloop naar de Winterspelen de plaatselijke directeur Rodtsjenkov onomwonden verklaren: “Ik word verplicht dingen te doen.” Rabin noteerde dat, maar er werd verder niks mee gedaan, hoewel dat had kunnen volstaan om het dopinglab in Sotsji geen analyses te laten uitvoeren. Dat gebeurde niet, met het gekende resultaat.

Vandaag is Thomas Bach nog altijd niet voor wat hij de nucleaire optie noemt – de blanket banof volledige uitsluiting. Die zou dood en vernieling zaaien in de internationale sport, zegt hij steeds weer. Maar insiders in Lausanne menen te weten dat hij zich niet langer verzet tegen een erg zware sanctie. Bach, een pragmatische advocaat, heeft het inmiddels gehad met de Russische onwil om ook maar iets toe te geven.

Evenmin voorstanders van een totale ban van Russen zijn de internationale sportbonden. Bobslee, biatlon, schaatsen of ijshockey zonder de Russen – zeker nu de NHL-spelers geen toestemming krijgen om naar de Spelen af te reizen – betekent een onthoofding van de competities. Ook de Zuid-Koreaanse organisator heeft liever dat de Russische Federatie straks op 8 februari in de openingsceremonie opstapt met een grote delegatie. Ten slotte zou een strenge straf zou weleens kunnen leiden tot een boycot van de Spelen door de Russen en van boycots heeft de olympische wereld een heilige schrik.

Wat zijn de verschillende opties?

De laatste keer dat een land werd uitgesloten van de Olympische Spelen is al een tijd geleden. Zuid-Afrika ten tijde van de Apartheid komt nog het dichtst in de buurt. Van 1964 tot 1988 was het niet welkom. Zo’n vaart zal het met de Russen niet lopen, en dit gaat ook alleen maar over de volgende Winterspelen, maar de uitsluiting van de Russische Federatie voor Pyeongchang ligt wel degelijk als optie op tafel en dat voor het eerst sinds de beschuldigingen van staatsdoping.

De bewijzen zijn zo overweldigend en de Russische houding zo tegen de borst stuitend dat het executief van het IOC niet anders kan dan minimaal een totale ban overwegen.

Niks doen en alleen reeds gestrafte atleten uitsluiten van de Spelen, is geen optie. Inmiddels gaan de onderzoeken en de bestraffingen wel gewoon door. Zelfs als de Russen als land mogen aantreden, dan nog zijn heel wat grote namen uitgesloten van de Spelen. Ten minste dertig Russische atleten mogen nooit meer op het olympisch toneel verschijnen omdat met hun urine is gefraudeerd en van de 33 medailles van Sotsji zijn er al elf ingetrokken, waaronder vier van goud. Nog één gouden medaille minder en ook Nederland springt over Rusland in de medailletabel.

Tussen niks doen en totale uitsluiting zijn veel tussenoplossingen en het IOC zoekt naarstig naar een uitweg waarmee het zelf geen gezichtsverlies leidt en de Russen niet te hard op de tenen trapt. Jammer genoeg is die er niet. Het dopingsysteem in Sotsji was zo’n flagrante aantasting van eerlijke sport en de olympische waarden, hoe hol die ook soms klinken, dat ze niet anders kunnen dan straffen. Ook de verschillende sportbonden laten beslissen, lijkt deze keer geen optie, al is dat juridisch wel de meest plausibele oplossing. Benieuwd hoe Bach vanavond rond halfacht de beslissing inkleedt als hij zijn persconferentie geeft.

Waar kan deze crisis toe leiden?

Dit is nu al de grootste crisis sinds de boycots van de jaren tachtig en zonder Russische toegevingen en offers zal dit alleen maar zwaardere gevolgen hebben. Het WADA heeft het Russisch dopinglab en het Russisch nationaal dopingagentschap als niet-conform de WADA-code verklaard. Als het IOC als gevolg daarvan ook het Russisch nationaal Olympisch comité niet-conform verklaart en uitsluit, wat de logica zelve is, scoort het zelf goede punten, maar kannibaliseert zijn eigen Winterspelen.

Daarmee snijdt het financieel in de eigen vingers, maar dat is nog te overzien. Het voordeel is dan weer dat het de hete aardappel meteen doorschuift naar de wereldvoetbalbond FIFA. Die hebben volgend jaar ook een afspraak met de Russen voor de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal en het WADA heeft bewijzen dat ook de Russische voetballers in het dopingprogramma zaten.

Als FIFA die bewijzen blijft naast zich neerleggen, kan ook de FIFA als internationale bond niet-conform worden verklaard. Dat zou een schisma betekenen in de internationale sport, maar niet alle IOC-leden zijn ervan overtuigd dat dit een slechte zaak is. Na alle schandalen van de laatste jaren werkt de FIFA het IOC behoorlijk op de zenuwen. Nu beide superbonden ook meer en meer in elkaars vaarwater zitten in de strijd om de wereldwijde grote sponsors, komt het erop aan zo snel mogelijk de zwartepiet kwijt te spelen.

20171205_De-Morgen_p-15_Dag-des-oordeels-voor-Poetins-olympische-droom-all-email

Column over Standard-Antwerp in De Morgen van maandag 4 dec 2017

Rood-witten

 

Een greep uit het aanbod van de website Sporza, gisteren rond zes uur. … De Noor Norsted Moen heeft als eerste Europeaan, blanke dus, de marathon onder de 2u06 gelopen. Tweeëntwintig jaar geleden liep onze Vincent Rousseau al 2u07:19, wat was die een fenomeen, bedenkt een mens dan spontaan. … …

Een greep uit het aanbod van de website Sporza, gisteren rond zes uur.

… De Noor Norsted Moen heeft als eerste Europeaan, blanke dus, de marathon onder de 2u06 gelopen. Tweeëntwintig jaar geleden liep onze Vincent Rousseau al 2u07:19, wat was die een fenomeen, bedenkt een mens dan spontaan.

… In het basketbal won Oostende met 106-48 – dat is 10-0 in het voetbal – van Bergen.

… PSG heeft verloren, maar de Belgen van Man United en Chelsea hebben gewonnen.

… Bart Swings komt stilaan op dreef.

… Davide Rebellin heeft al 46 jaren op zijn teller, maar versleten is hij nog niet. De Italiaan heeft een contract getekend bij Natura4Ever-Sovac, een Belgische ploeg.

… De Belgische hockeymannen, de ploeg van het jaar als er met een beetje kennis van zaken is gestemd, klopte Spanje met 5-0 in de Hockey World League.

… Jacky Ickx krijgt een plaats in het Pantheon of World Sports Legends, de Oscar van de Sport toeterde de radio gisteren. Misschien een beetje veel eer voor een prijs die in 2016 voor het eerst is uitgereikt en die ook al Jean-Marie Pfaff in haar sterrenhemel op nam.

… Er is ook gecrosst of wat daarvoor moet doorgaan zonder Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Lars van der Haar. In Hasselt won zowaar een andere Nederlander, Corné van Kessel en in Mol won de andere Van der Poel, ook een Nederlander. Een beetje belachelijk voor die oer- en oervlaamse sport.

Geen (of weinig) mooie sport, slecht weer, kou en kil, en dan reed ik zaterdag tot overmaat van ramp ook nog eens in een prikkeldraad bij een toertocht: dit was alsnog hét kloteweekend van 2017.

Daarom was zondagnamiddag alle hoop gevestigd op Standard-Antwerp, de slag van de rood-witten. Bedrijfseconomisch is het de logica zelve dat in Antwerpen een eersteklasser voetbalt. Van alle Belgische steden is alleen Brussel groter. Wel jammer dat Antwerp geen voetballende aanwinst is. Het speelt als een degradant maar staat daar inmiddels wel mee in de top zes en dat is geen verheugende vaststelling.

Hoe Laszlo Bölöni tachtig procent van de energie van zijn ploeg besteedt aan het ontregelen van de tegenstander, dat is puur cynisme. Dat ze op de Bosuil na al die jaren zonder eersteklassevoetbal blij zijn met die dooie mus, valt ook nog enigszins te begrijpen, maar mag het iets meer zijn? Iets meer dan mandekking in een loopgravenoorlog, twee lijnen dicht bij elkaar met als enige bedoeling af te breken in de stille hoop om aan de overkant te geraken en daar een vrije trap of corner te versieren om daar de omgekeerde beuk erin te zetten?

Niet dat er geen aardige voetballers rondlopen bij Antwerp. Laat zo’n Geoffry Hairemans twintig meter hoger spelen met aanvallers voor hem en je zal eens wat zien. Maar Antwerp wil niet aanvallen, begaat elke wedstrijd weer een recordaantal overtredingen en prijkt mooi aan de leiding in die statistiek én in die van de gele kaarten.

Het kreeg nog geen enkele rode kaart en ook dat is het perverse gevolg van het loopgravenwerk en het totale gebrek aan ruimte waardoor ze met hun trekken en sleuren in het middenveld goedkoop wegkomen.

Altijd hard, zelden brutaal en negatief. Dat soort voetbal levert op en het bewijs werd gisteren weer eens geleverd. In de 72ste minuut liep een Congolese domoor van Standard een Ghanees van Antwerp omver die voor het eerst van de wedstrijd in het strafschopgebied was gesukkeld. Een Belg met hoerenchance schoot een penalty voorbij een Mexicaan. En zo werd het 1-1.

De thuisploeg had veel pech, vooral met die late kopbal van Renaud Emond, maar zolang die psychopaat van een Sa Pinto daar de plak zwaait, mag/moet elke rechtgeaarde voetballiefhebber ook hopen op zoveel mogelijk tegenslag voor Standard. Gisteren bleef hij opvallend rustig, wellicht in de ijdele hoop dat zijn theater tijdens de bekerwedstrijd in Anderlecht hem niet te zwaar wordt aangerekend.

Bij uitbreiding moet je die hele Portugese kolonie komedianten in Luik vervloeken. Hoe zo’n ref Bart Vertenten in het theaterstuk van Orlando Sa trapt en een strafschop fluit, dat tart alle verbeelding.

Gelukkig stopte Sinan Bolat namens Antwerp de strafschop, waarop de doelman van Antwerp zich nadien ging verontschuldigen bij de supporters van Standard omdat hij hen de overwinning had afgepakt. Het absolute toppunt van hypocrisie en cynisme.

 

COL-Rood-witten-email

Column Ronde van Rusland in De Morgen van vrijdag 8 dec 2017

Ronde van Rusland

 

Met een ongeziene onbeschaamdheid heeft Rusland, met afstand het foutste land in de geschiedenis van de sport, de World Cup afgetrapt. De arrogantie waarmee die Vladimir Poetin en zijn aanhangsel Vitali Moetko alle feiten over het staatsgestuurd dopingsysteem naast zich neerleggen, wekt weerzin op. Zo, daarmee hebben we weer even onze gal gespuwd. Lucht dat even op, zeg.

En we gaan door: die FIFA-voorzitter Gianni Infantino, moet dat niet Infantilo zijn? ‘We celebrate football’, het zal wel. Geen woord over alles wat is misgegaan in Rusland. U weet niet meer wat? Niets om ons druk over te maken, vinden ze bij de FIFA: de Russen hebben de helft van het toenmalige executive committee van de FIFA omgekocht en daarna hebben ze zich gewijd aan het doperen van hun atleten voor de Olympische Spelen. In één moeite hebben ze ook een hele rist voetbalspelers in het dopingprogramma opgenomen. Niet dat het veel heeft opgeleverd, want van alle ploegen op de World Cup staat Rusland het laagst op de FIFA-ranking. Maar toch, dit verhaal is niet ten einde, let maar op.

Ik had/heb een afkeer van Rusland, en het vooruitzicht om daar een paar weken te moeten doorbrengen (zónder fiets, mét voetbaljournalisten) trok niet bepaald aan. Nu ik het programma heb gezien, ben ik helemaal om. Met een beetje geluk zal de Belgische pers net als de Rode Duivels in Moskou een uitvalsbasis hebben om dan samen met het team naar de verschillende speelsteden te kunnen vliegen. Te beginnen in Sotsji, waar ik nog nooit was. Dat is het Nice van Rusland, met palmbomen.

Vervolgens wordt gespeeld in Moskou. Daarna Kaliningrad. Wie daar ooit al is geweest, melde zich. Het ligt los van Rusland geprangd tussen Polen en Litouwen aan de Baltische Zee en dus heeft Rusland binnen de EU een uitvalsbasis, tenzij Polen tegen die tijd een ‘Krimmeke’ heeft gedaan. Wie weet, dan wordt het daar nog leuk. Bij nader inzien na wat surfwerk: op 8 oktober van vorig jaar heeft Rusland kernraketten naar Kaliningrad verscheept. Laat maar, Polen.

Daarna wordt het nog interessanter: Rostov of terug naar Moskou. Doe maar Rostov, nu we toch bezig zijn aan de Ronde van Rusland. Rostov aan de Don, op een boogscheut van de Zwarte Zee, ziet er best aardig uit op Wikipedia. Laten we voor de gemoedsrust van voetbalminnend vaderland die achtste finales ook maar overleven en dan gaat het richting Samara of Kazan.

Samara, daar heeft Ann Wauters het lang uitgehouden en dan nog in de winter, dus dat moet daar aan de Wolga ook wel lukken in de zomer. Ik verheug mij op de Russische terrasjes. Maar Kazan kan dus ook, en dat is 365 kilometer over de weg naar het noorden en ligt ook aan de Wolga. Die stad ken ik nog van toen de NHL staakte en veel goede Russen daar voor het ijshockeyteam gingen spelen.

Tatarije heet de autonome republiek daar, en ze hebben ook een goed voetbalteam, met een oude bekende: Maxime Lestienne, ooit nog bij Club Brugge en daarna een ongelukkige maar lucratieve odyssee begonnen, speelt bij Kazan. Cédric Roussel was daar ook, maar die kon daar moeilijk aarden. En als we dan toch zover zijn, en we hebben in Kazan gewonnen van wie dan ook, dan gaan we verdorie naar Sint-Petersburg.

Goede herinneringen aan die stad. Daar verbleef ik twee weken in 1994 voor de Goodwill Games van Ted Turner en ik sliep er in hotel Astoria, van Louise Bryant en John Reed, die twee van de film Reds. En dan is het terug naar de uitvalsbasis: Moskou, maar deze keer het Luzhniki-stadion en niet dat van Spartak van de groepsfase, die we tegen dan al lang zijn vergeten.

Er is één kleine ‘maar’ aan dat hele ideale traject: de Rode Duivels moeten na wedstrijd drie al hun wedstrijden winnen. Ook in de groepsfase zit er een addertje onder het gras. Kaliningrad is het dichtste dat de Rode Duivels bij huis komen. Dat is nooit een goed voorteken. Op het laatste EK gingen ze eruit toen ze in Lille kwamen spelen. Een uurtje na het laatste lettertje te hebben getikt, zat ik op mijn terras. Dat zal nu iets langer duren.

Samengevat: of we gaan er in Kaliningrad uit en zijn snel thuis, of we gaan all the way.

 

20171202_De-Morgen_p-18-19-email

Column over FIFA en doping in De Morgen van maandag 27 november 2017

FIFA is blind voor doping

Een buitenlandse collega gespecialiseerd in voetbal had een verhaal van mij gelezen waarin ik de link legde tussen het Russisch dopingschandaal rond de Winterspelen van Sotsji (de staatsgestuurde dopingprogramma’s) en de aanstaande World Cup voetbal in Rusland. Hij riposteerde dat ik vooral geen spijkers op laag water mocht zoeken. Van betrokkenheid van voetbal was geen enkel bewijs. En bovendien was voetbal nog wat anders dan pakweg wielrennen en schaatsen of langlauf, waarin uithouding en kracht de medaillestand bepaalden. Met doping is nog geen enkele voetbalwedstrijd gewonnen, besloot hij.

Geen twijfel, de techniciteit van een spelsport in ploegverband, met honderden verschillende situaties in tijd en ruimte, is een stuk complexer dan die van een repetitieve sport, waarbij je van in het begin zo hard als mogelijk moet gaan en aan het eind nog een beetje harder, of minder traag dan de tegenstand.

Het klopt ook dat doping bij die laatste groep sporten flink helpt. Is het niet om direct beter te presteren, dan zeker om meer en beter te kunnen trainen. Maar dat geldt ook voor spelploegsporten, want die hebben evengoed een fysieke component en wie het voetbal van vandaag vergelijkt met dat van twintig en veertig jaar geleden, zal niet alleen het loopvermogen maar ook de hoge snelheden zijn opgevallen.

Heinz Schönberger, centrale middenvelder en marathonman van SK Beveren, liep destijds één keer per week negen kilometer per wedstrijd, zo vond professor Walter Dufour van de VUB dertig jaar geleden na een revolutionair onderzoek waarbij de verplaatsingen van de Duitser in kaart werden gebracht. Vandaag loopt elke speler op die positie makkelijk een derde meer kilometers, twee of drie keer per week en de helft ook nog eens aan maximale of submaximale snelheid, terwijl Schönberger eerder adept van de cruisecontrol was.

Voetbal is een technisch bijzonder moeilijke sport met als discriminerende factor de fysieke conditie. Wie snel is en kan blijven lopen, creëert voor zichzelf tijd en ruimte die een beperkte technische bagage kunnen compenseren.

Natuurlijk helpt doping ook in voetbal en zeker als wedstrijden elkaar kort opvolgen. Doping is minder massaal maar even snel in het voetbal geïntroduceerd als in andere meer fysiologische sporten: de verhalen rond Les Bleus van het WK 1998 en de bewijzen aangedragen in het proces tegen Juventus zijn overduidelijk.

De Europese voetbalbond UEFA weet dat en de UEFA is bijvoorbeeld wereldwijd de meest controlerende bond van alle sportbonden. Misvatting twee is hiermee uit de wereld geruimd: het voetbal controleert wel degelijk op doping, al laat het whereaboutssysteem in voetbal – de verplichte beschikbaarheid is gekoppeld aan de trainingsuren – veel ruimte voor een farmaceutische donkergrijze zone.

Het gemak waarmee de wereldvoetbalbond FIFA de beschuldigingen in de diverse rapporten over de Russische staatsdoping naast zich neerlegt, is ronduit stuitend. Het is niet duidelijk wat FIFA nog meer nodig heeft om de getuigen te horen. Grigori Rodtsjenkov, de gevluchte labdirecteur van Moskou, heeft onder ede verklaard dat “dozijnen voetballers” onder het dopingprogramma vielen.
FIFA beweert onderzoek te voeren, maar heeft nog niet met Rodtsjenkov gesproken en weet ook niet of het dat zal doen. Het wereldantidopingagentschap WADA ziet de bui al hangen en heeft zaterdag een brief geschreven naar de FIFA om hen aan te manen tot meer daadkracht.

De timing klopt alvast. Aanstaande vrijdag wordt in Moskou geloot voor de World Cup. Voetbaljournalisten uit alle windstreken – ook hier vandaan – zullen massaal naar Moskou vliegen om daar verslag uit te brengen over de balletjes en de draaiende trommels en de tegenstanders van onze Rode Duivels.

Ongetwijfeld erg spannend, maar benieuwd hoeveel vragen over de dopingproblemen van het gastland zullen gaan. De FIFA kijkt de andere kant op en de Russen laten het alvast niet aan hun hart komen en wijzen met een trumpiaanse negatie van het niet te negeren bewijs elke schuld af. Meer zelfs, de voorzitter van het lokale organisatiecomité is Vitali Moetko, ook vice-eersteminister in de regering van Poetin. Hij legde vorige week de schuld van de Russische doping bij het WADA. Hij heeft niet helemaal ongelijk, maar de Russen zijn wel begonnen en Moetko zelf is door alle betrokkenen en klokkenluiders aangewezen als de eindverantwoordelijke.

Als het Internationaal Olympisch Comité op dinsdag 5 december beslist alleen de bewezen cleane Russische olympische atleten te laten deelnemen onder een neutrale vlag en de facto het Russisch team te weren, en alle tekenen wijzen daarop, zal de druk op de FIFA toenemen. Als WADA daarop ook nog eens FIFA kalt stellt, kennen we de grootste internationale sportcrisis in dertig jaar.

 

DM-COL-Fifa en doping

 

Verhaal over de waarde van sportclubs in De Morgen van zaterdag 25 november 2017

Een club zal kosten wat de zot ervoor betaalt

Rijk én gek zijn helpt om een sportclub te kopen. Wie niet aan de ijdelheid kan weerstaan, gaat best voor de marktleider. Anderlecht is dus een logische keus en 100 miljoen euro lijkt een correcte prijs. Ter vergelijking: Manchester United is dertig keer meer waard.

Jan Mulder was net niet beledigd afgelopen maandag in Extra Time: “Honderd miljoen voor een instituut als Anderlecht, dat is amper meer dan een rechtsback.” Dat klopt niet helemaal, want Kyle Walker kostte Man City ‘maar’ 56 miljoen euro en hij is de duurste op zijn positie. Andere leden van de altijd fel gesmaakte praatbarak van Frank Raes probeerden nog wel met tegenargumenten als het verleden dat geen financiële waarde heeft, maar Mulder was niet vermurwen.

De prijs van een voetbalclub is niet afhankelijk van emotie en van traditie, maar is evenmin te berekenen met de klassieke economische parameters. Winstverwachtingen zijn niet te schatten, niet sportief en niet financieel. Investeringen renderen soms, maar soms ook niet. Voetbal is een volatiele business, waarin het nastreven van sportieve winst altijd voorgaat op financiële logica. De prijs van een voetbalclub is wat de zot ervoor wil betalen.

Honderd miljoen voor Anderlecht is niet weinig, maar het is ook niet overdreven. Vergelijken is lastig, want openbaarheid is niet des voetbals. We weten, of we denken te weten, dat Bruno Venanzi aan Roland Duchâtelet destijds 30 miljoen euro heeft betaald voor Standard. We weten ook met zekerheid dat Bart Verhaeghe vijf jaar geleden Club Brugge heeft verworven voor 1 miljoen euro cash. Hij investeerde wel meteen 14 miljoen in het werkingskapitaal voor de club.

Club Brugge is nochtans minimaal even groot als Anderlecht en dat geldt ook voor Standard. De drie clubs hebben gemeen dat ze een nationale achterban hebben en ook dat ze in een verouderd stadion spelen. Wat dat betreft, is KAA Gent op korte termijn een betere belegging, maar het stadion is al aan uitbreiding toe en die club is niet te koop. Voorlopig toch, want alles heeft zijn prijs.

Gesloten markt

De waarde van Anderlecht wordt geschat op 100 miljoen en 75 procent van de aandelen zou worden verkocht aan nieuwe eigenaars. Geld dat niet in de club wordt geïnvesteerd, maar bij de huidige aandeelhouders in de zakken verdwijnt. Tegelijk verwachten zij
van de kopers een ambitieus plan voor hun club, die de laatste twintig jaar sportief niet slecht presteerde, maar commercieel en infrastructureel onderbenut bleef.

Dat merk je aan het aantal toeschouwers dat zich nog de moeite neemt om de kruisgang naar het moeilijk bereikbare en verouderde Astridpark af te leggen. Jaar na jaar zit daar verlies op en de sfeer is ook niet wat je zou verwachten bij een topclub, stelde hun trainer deze week vast. Bovendien is het financiële plaatje bij RSC Anderlecht erg klassiek voor een Belgisch team: jaar na jaar operationeel verlies en dus afhankelijk van de verkoop van spelers om de balans recht te trekken. Ook dat is geen stevige basis om op voort te borduren. Er zal veranderingsmanagement aan te pas moeten komen en dat kan alleen met een andere eigenaar. Dat de turnaround snel kan gaan, bewees Verhaeghe overigens met Club. In geen tijd werd daar weer mooi winst gemaakt.

Investeren in een marktleider als Anderlecht is altijd een goed idee, maar voetbal is een gesloten markt. Anderlecht mag zo goed, zo kwalitatief en zo veel produceren als het wil, het kan zijn paars-witte product alleen maar kwijt aan de Belgische markt omdat het tegen Belgische ploegen moet aantreden. Het is een lokale voetbal-kmo die tegen de Europese voetbal-nv’s uit de grote markten kansloos is. Zonder een nieuwe Europese supercompetitie, waarvoor Anderlecht uit de Europese hoofdstad ongetwijfeld wordt uitgenodigd áls het tegen dan over een modern stadion beschikt, zal aan die inkomstenzijde weinig veranderen. Van de Belgische markt zal het niet komen, ook niet nadat de waarde van tv-rechten de laatste tien jaar is verdubbeld.

Van de week raakte bekend dat de familie Vanden Stock twijfelt of de verkoop van 75 procent van de aandelen wel zo’n goed idee is. Misschien vreest de voorzitter dat de club, die hij altijd heeft gerund als een goede huisvader, ineens voorwerp wordt van een zogeheten leveraged buyout. Dat is een financieringstechniek waarbij de overname van een bedrijf berust op geleend geld, dat later door het overgenomen bedrijf moet worden terugbetaald.

Het is de truc die Malcolm Glazer destijds toepaste bij de overname van Man United, waardoor die club met een enorme schulden- en leninglast werd opgezadeld. Uiteindelijk kwam het allemaal goed en Manchester United heeft deze week de resultaten bekendgemaakt voor het eerste trimester van 2017-2018. Man United rapporteerde keurig dat het eerste kwartaal 20 miljoen pond (22,4 miljoen euro) meer inkomsten had opgeleverd vergeleken bij vorig jaar en dat het tussentijds resultaat was afgeklokt op 158 miljoen euro.

De duurste is niet de beste

Honderd miljoen voor Anderlecht lijkt een correcte prijs. Volgens de schattingen van zakentijdschrift Forbes zijn Napoli en Leicester City (de nummers negentien en twintig in grafiek 2) ongeveer drie keer meer waard. De marktleiders in de grote markten in Europa draaien dan weer rond de 3 miljard euro. Overigens opvallend dat in de wereldwijde top twintig (grafiek 1) van sportclubs en hun waarde slechts vier voetbalclubs staan. Drie van de vier staan wel in de top vijf. Voetbal is in tegenstelling tot de Amerikaanse profsport een darwinistische business, waarbinnen de best aangepaste de beste overlevingskansen heeft en uiteindelijk bovenaan de voedselketen terechtkomt.

De Amerikaanse sportbusiness is op een andere leest geschoeid dan de Europese en herverdeelt veel van zijn middelen over de minder kapitaalkrachtige clubs. In de Amerikaanse profsport is het rijkste en duurste team haast nooit sportief het beste. In de rijkste competitie ter wereld, de National Football League die 11 miljard euro omzet (de Engelse Premier League draait 5 miljard omzet), zijn de Dallas Cowboys het sportteam met de hoogste waarde. Die waarde wordt volgens Forbes geschat tussen 3,5 en 4 miljard euro, afhankelijk van de bron, en daarmee toppen de Cowboys ook alle andere sportteams.

De Cowboys zijn niet te koop, net als de Europese topclubs. De Amerikaan die de Cowboys in 1989 kocht voor 118 miljoen euro heet Jerry Jones. Van een team dat 1 miljoen dollar per maand verloor heeft hij een kaskoe gemaakt, met gemiddeld 90.000 bezoekers en 342 skyboxen die voor 300.000 dollar (252.000 euro) per jaar per box van de hand gaan.

Vreemd genoeg, weer voor de European, moet Jerry Jones het grootste deel van zijn inkomsten afstaan aan de centrale pot van de competitie. Al heeft hij daar wel wat op gevonden door zijn sponsoringdeals met Nike, Pepsi en American Express af te sluiten met zijn stadion en niet met zijn club. Hij is ook de enige die niet met Reebok speelt, maar met het eigen merk Blue Star.

De Cowboys zijn het typevoorbeeld van een ploeg in een competitie waarin financieel resultaat losstaat van sportieve winst. Het meest waardevolle sportteam ter wereld, dat de meeste winst maakt, heeft in deze eeuw slechts twee keer een play-offwedstrijd gewonnen en kwam in geen twintig jaar ook maar in de buurt van de Super Bowl.

 

TABELLEN IN PDF

 

DM-VER-De waarde van voetbals:portclubs

Column over Goffin/Sportman van het Jaar in De Morgen van zaterdag 25 nov

Sportman van het Jaar

Ik heb eerder deze week op David Goffin gestemd voor Sportman van het Jaar, opzettelijk vóór de eerste bal in de Davis Cup-finale was geslagen. Veiligheidshalve ben ik gisteren naar Rijsel gereden om te checken of ik niet wat voorbarig was. Neen dus.

Zelden een Belgische sporter gezien die zo overtuigend in het hol van de leeuw – Belgisch gekleurd, dat wel – de buit kwam weghalen. Professioneel, clean, evenwichtig, alles wat een topper kenmerkt. Alleen de atletische looks heeft hij niet – wie wordt nu bang bij het zien van Goffintje met zijn reeënogen? – maar dat doen er niet toe bij een sluipmoordenaar. Het was zijn 82ste wedstrijd van het jaar, maar dat was er niet aan te merken. Goffin vlinderde over de rebound ace-ondergrond en zette zijn vriend en reisgenoot – volgende week gaan ze samen op vakantie – netjes weg in drie sets.

Ook nooit een buitenlands speelveld gezien waar de Belgen zo in overtal waren als in het Stade Pierre Mauroy in Villeneuve d’Ascq. Je kunt je afvragen hoe de Fransen die hal vol hadden gekregen als ze tegen Australië hadden gemoeten. Minstens de helft van de zaal was rood gekleurd en dan was er nog een vak waar helemaal niemand zat.

Bepaald vreemd ook voor een doorgaans keurig publiek als dat van tennis, dat ze op last van de Davis Cup meegingen in het voetbalsfeertje. De ordewoorden ‘Show Your Colours’ en ‘World Cup of Tennis’ werden netjes opgevolgd en er werd gebruld dat het een lust was.

Tijdens de tweede wedstrijd, die van Steve Darcis tegen Jo-Wilfried Tsonga, hielden de Belgen zich wat gedeisd want dat leek verdacht veel op een pak rammel. Maar tijdens de demonstratie van Goffin tegen de nummer achttien van de wereld, Lucas Pouille, was het tot tennishal omgebouwde voetbalstadion Belgisch territorium. “Waar is da feestje? Hier is da feestje.”

Vanaf de derde set, toen duidelijk was dat Pouille slachtklaar was, klonk het nogal arrogant uit de duizenden rode kelen “On est chez nous”. Dat was een tik voor de Fransen, maar goed twee uur later was die verteerd na de nog hardere 3-0 van Tsonga tegen Darcis.

Ik heb op Goffin gestemd en op twee had ik Seppe Smits. Op drie Philippe Gilbert en op vier en vijf heb ik voetballers gezet: Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku. Waarom de voetballers niet hoger? Het zijn stuk voor stuk wereldspelers, maar ze hebben nog geen prijs gewonnen, simpel. Waarom Gilbert en niet Greg Van Avermaet? Parijs-Roubaix is de wedstrijd waar de concurrentie het dunst is en winst het meest voor het grijpen ligt als je gemaakt bent om op kasseien te rijden. De Ronde van Vlaanderen is ook voor een niche van winnaars, maar toch minder dan Roubaix.

Het Vlaams voorjaar wordt trouwens internationaal veel te hoog ingeschaald, maar dat is hier te lande natuurlijk vloeken in de kerk. Van Avermaet eindigde het jaar als nummer één. Inderdaad, maar als je op één staat in november nadat je in april je laatste grote wedstrijd hebt gewonnen, zou het dan niet kunnen dat er iets mis is met die rangschikking?

En wie is Seppe Smits om hem op twee te zetten? Een snowboarder en onze enige mannelijke wereldkampioen in een olympisch nummer en dat in een preolympisch jaar. Per definitie is dat een belangwekkend WK. Bepaald vreemd dat de nationale persbond Smits wel bij de geselecteerde atleten aanbood voor de Sportman van het Jaar, maar de Vlaamse afdeling Smits domweg vergat te vermelden voor de Vlaamse Reus, terwijl hij de beste Vlaamse prestatie van het jaar heeft neergezet. Daarom Smits op twee. Voor de Vlaamse prijzen zet ik hem op één.

Bij de vrouwen is de keuze eenvoudig: il y a Nafi, et il y a les autres. Les autres, dat waren bij mij Nina Derwael (gym), Delfine Persoon (boksen), Anak Verhoeven (klimmen) en Ann Wauters (basketbal). Die laatste krijgt punten van mij tot ze uit elkaar valt, dus zolang ze doorgaat met basketbal.

Voor Ploeg van het Jaar heb ik niet de Davis Cup-ploeg genomineerd omdat dit technisch gezien geen ploeg is. Wel de Red Lions, de Belgische hockeymannen, ondanks hun dramatische finale op het EK. Voor Coach van het Jaar heb ik Vital Heynen. Nog nooit heb ik een coach een volleybalploeg, die bekend stond als zwak in blok en verdediging, in no time een blok-verdedigingsstrategie zien aanleren. Wellicht het strafste dat een Belgische coach in jaren heeft gepresteerd.

U zult merken dat het eindresultaat van al die verkiezingen, behalve die van Thiam, anders zal uitdraaien dan hierboven voorspeld. Dat komt omdat we te veel prijzen hebben en te weinig sportjournalisten.

COL-Goffin:Spman vh Jaar

Column over de ‘verkoop’ van RSC Anderlecht in De Morgen van maandag 20 nov 2017

Anderlecht

Royal Sporting Club Anderlecht is te koop. Tenminste: driekwart van de aandelen van voetballend Belgiës ‘kroonjuweel’, maar in de praktijk betekent dat de hele club. Minderheidsaandeelhouders zijn de T2’s van de eigenaars: de ene heeft al iets meer in de pap te brokken dan de andere, maar finaal blijft het de T1, hij die de meeste aandelen heeft, die de knopen doorhakt.

Eerste reflex: dit tien jaar eerder en Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert waren er opgesprongen met hun haar recht en hun portemonnee wijd open. Dat had hun samen vierhonderd kilometer auto per dag bespaard. Tweede reflex, in navolging van tv-maker Luc Kempen via zijn Twitter-account: als iedereen zogezegd van die nakende verkoop wist, waarom is dat niet eerder uitgebreid aan bod gekomen in de media? Het antwoord op die vraag is iets complexer. Wellicht was er een vermoeden en heeft Roger Vanden Stock al iets gehint, en eerder al was er de omzetting naar een nv, maar voetbal is een conservatief milieu en daarom geloofde niemand echt in een troonsafstand van de Vanden Stocks.

Al in 2015 gonsde het van de geruchten dat Vanden Stock – inmiddels halfweg de zeventig – de macht zou overdragen. Toen werd reikhalzend uitgekeken naar de komst van Alexandre Van Damme en alles wees daar ook op met het aantreden dat jaar van een nieuwe financiële directeur in de persoon van Jo Van Biesbroeck, ook met een AB InBev-verleden. Maar een jaar later verhuisde Van Damme zijn hele hebben en houden naar Zwitserland. Niet om fiscale redenen, hoe durfden we dat te denken, maar omdat de lucht er gezonder is en de mensen discreter zijn. Verhaeghe heeft/had daar ook een doeningske en woonde daar zelfs een tijd toen hij Club Brugge had overgenomen, maar hij ondervond al snel dat het in de volatiele emotiebusiness voetbal net iets makkelijker schakelen is als je in de buurt bent. Van Damme bleef in Zwitserland en werd steeds minder op Anderlecht gespot.

De berichten als zou Alisjer Oesmanov kandidaat-koper zijn, werden wellicht met een bijbedoeling de wereld ingestuurd. We moeten daar niet op hopen, de piste Oesmanov lijkt vooral een dwaalspoor, want wat heeft zo’n rijke Oezbeek te zoeken in de tiende voetbaleconomie van de wereld? Komt de brexit hem de strot uit en wil hij Belg worden? Weet hij meer, vermoedt hij de oprichting van een Europese superliga waar Anderlecht ook deel van zal uitmaken? Het is een halve gok, maar de naam Oesmanov is aas dat andere rijke investeerders moet lokken. Misschien wel die rijke Rus van Monaco, die Cercle Brugge heeft gekocht en vervolgens Salvator Mundi verkocht?

De tandem Gheysens-Vandenhaute lijkt de logica zelve. Wouter Vandenhaute wordt een beetje kort door de bocht voorgesteld als de grote Anderlecht-supporter. Wouter is vooral supporter van hemzelf en zijn portemonnee (dat is geen verwijt, maar een vaststelling) en heeft zijn oog al langer laten vallen op Anderlecht, dat zijn status van marktleider niet ten volle benut. Vijftien jaar geleden al wilde hij zijn rol als mediafiguur opgeven om Michel Verschueren op te volgen, maar dat ging niet door. Vervolgens ondernam hij de tot nog toe meest lovenswaardige poging in de geschiedenis van het wielrennen om die sport op de commerciële rails te krijgen, maar werd daar vakkundig geboycot door de Tour de France.

Wouter Vandenhaute was voetballer, licentiaat LO, sportmedewerker bij deze krant (Waregem was zijn specialisme), werd later tv-verslaggever op de sportredactie van de VRT en runde met Supersport een grensverleggend sportkanaal. Wouter ís sport, is ook business en is een strateeg. Wellicht heeft hij de toenadering gezocht tot Gheysens, Paul-de-bouwer die met zijn Brussels stadiondossier werd geboycot door Bart-de-Bouwer en finaal ook door RSC Anderlecht. Dat is toen nooit goed begrepen maar lijkt in het licht van een nakende verkoop een logische beslissing. Laat de nieuwe eigenaars maar investeren en zich engageren in dat stadionavontuur.

Voor Gheysens zou het een uitweg zijn om zonder veel gedoe in Brussel een groot stadion te bouwen dat ook nagenoeg wekelijks wordt bespeeld. De stelling van Gheysens is al jaren: de vraag is niet óf er een nieuw stadion zal komen langs de ring, maar wannéer. Liefst voor Euro 2020, daarna als het niet anders kan.

Brussel heeft nood aan een nieuw stadion en Anderlecht ook. Geen beter scenario dan een bouwheer die eigenaar is van het stadion en van de club. Gheysens gelukkig want dan moet/kan hij weg van die Bosuil waar hij zich niet thuisvoelt. En Vandenhaute ook, want dan kan hij zich op zijn 56ste eindelijk bezighouden met wat hem al altijd heeft geboeid: sport. Een wereld van over het paard getilde prima donna’s, zoals de televisie, maar veel leuker.

 

DM-COL-RSCA-WVDH-PG