Vergelijking Nibali-Froome Tour 2014 in De Morgen van 26 juli 2014

NIBALI 2014 = FROOME 2013

Vincenzo Nibali kreeg zijn Touroverwinning misschien cadeau, maar heeft ze niet gestolen. Zijn prestaties op de slotklimmen geven aan dat we te maken hadden met een waardige podiumkandidaat uit de post-epoperiode, die evengoed tegen Chris Froome en Alberto Contador had kunnen winnen, zij het niet met zeven minuten.

Wat is de Touroverwinning van Vincenzo Nibali waard?

Veel. Heel veel. De tegenstand viel nogal snel ongelukkig van de fiets, maar de prestatie van Nibali was er één van veel overwicht. Hij zal zonder ongelukken in de tijdrit vandaag met ongeveer acht minuten voorsprong eindigen in het classement général, en dat is een kloof die we sinds de opgevoerde strijd tegen de bloedmanipulatie niet meer hebben gezien.

Uit het bijgevoegde overzicht blijkt zelfs dat hij de op één na grootste marge in een kwarteeuw bij elkaar kan fietsen als hij vandaag zijn Franse achtervolgers een flink poepje laat ruiken. De negen minuten voorsprong die Jan Ullrich in volle epo-periode overhield ten nadele van Richard Virenque (die ook vol epo zat) haalt hij misschien niet, maar hij doet wellicht beter dan al zijn voorgangers samen.Excuses aan de hardliners: we hebben Lance Armstrong tijdelijk weer in de tabellen opgenomen, omwille van de historische correctheid.

Hoe uitzonderlijk is Nibali’s prestatie in het licht van de wielergeschiedenis?Vincenzo Nibali is de zesde wielrenner in de geschiedenis die de drie grote rondes kan winnen (zie figuur). Geen enkele wielrenner won ooit de drie grote rondes in één jaar. Zelfs Merckx heeft dat nooit geprobeerd, ook niet in zijn periode waarin anabolica niet eens op de dopinglijst stonden. Slechts twee wielrenners haalden in hetzelfde jaar een top tien in de drie grote rondes: Rafael Geminiani in 1955 and Gustavo Nencini in 1957.

Het winnen van twee grote rondes in één jaar gebeurde voor het laatst in 2008: toen won Contador zowel de Giro als de Vuelta, een haalbare maar weinig geprobeerde combinatie. De laatste dubbeloverwinningen met daarin de zware Tour de France dateren uit het epo-tijdperk, met Pantani (1998) en Indurain (1992-93). Telkens ging het om de combinatie Giro-Tour. Dat soort heikele ondernemingen wordt vandaag beschouwd als een aanslag op het gestel.Hoe goed was Vincenzo Nibali in deze Tour?

Daarvoor moeten we een beroep doen op de onvolprezen professor fysica en fietsfanaat Charles Dauwe, die ook tijdens deze Tour de France met de chrono in aanslag de klimtijden heeft geïnterpreteerd. Om het sérieux te onderstrepen, wordt zijn methode hiernaast nog eens uitgelegd. Ook de grafiek erbij – een vergelijking van de klimtijden van Chris Froome vorig jaar en die van Vincenzo Nibali dit jaar – is van zijn hand.Nibali heeft een hoger duurvermogen (5,5 watt per kilo lichaamsgewicht) dan Froome (5,16). Daarentegen kan Froome dieper en langer in het rood gaan of tegen hogere wattages rijden. Hij kan dus meer energie leveren: 1,58 kilojoule per kilo lichaamsgewicht (Nibali 1,17).

Daaruit moet blijken dat op de korte klimmen (bijvoorbeeld La Planche des Belles Filles) de Chris Froome van 2013 zijn tegenstander Nibali editie 2014 op afstand zou hebben gereden. Naarmate de klim langer wordt – tussen dertien en veertig minuten, Risoul en Hautacam dit jaar – zouden de twee wielrenners elkaars gelijken zijn geweest. Op de langere klimmen was Nibali dit jaar beter dan Froome vorig jaar. Op Chamrousse was Nibali dus weggereden van Froome.Wie zou hebben gewonnen in deze Tour?Vincenzo Nibali had kunnen winnen. Maar Chris Froome had ook kunnen winnen. En Alberto Contador. Niemand anders. Uiteindelijk zou het misschien vandaag zijn beslist, in de tijdrit, en dan kwam het erop aan wie de betere tijdrijder zou zijn en wie nog de meeste reserves zou hebben overgehouden na drie slopende weken.

Men mag ervan uit gaan dat Alberto Contador met zijn manier van koersen – gedurfd, tactisch inzicht, combines – een factor zou zijn geweest. De vraag is welke Contador we zouden hebben gezien: die van 2009 of die van 2013? De bijzonder hoge waarden die Contador in 2009 liet optekenen, doen vermoeden dat hij zich in dat jaar nog bediende van ‘hulpmiddelen’. De Contador van 2013 is dan weer irrelevant om op te nemen in een vergelijking, omdat hij toen totaal niet in vorm was.

In 2014 – in een wielrennen dat cleaner dan ooit is (althans zou moeten zijn) – toonde Contador het hele seizoen lang mooie prestaties, die nooit in de buurt kwamen van het abnormale, maar waarmee hij toch de betere was van Froome. Slotsom: wellicht hebben we een heel boeiende Tour door onze neus geboord gekregen.En als we Vincenzo Nibali vergelijken met ‘de anderen’?

Wat Nibali liet zien in deze Tour verdient niet de kwalificatie verdacht, maar we moeten op onze hoede blijven. Voorlopig moeten we in deze man blijven geloven, hoewel zijn aeroob vermogen met 5,5 watt/kg hoger is dan dat van Contador in 2009 (5,4). Gelukkig is het niet zo hoog als de voor zijn doen uitzonderlijke uitschieter van 5,65 die Chris Horner liet optekenen in de Vuelta van vorig jaar en de 5,89 die Miguel Indurain uit zijn systeem perste in 1994 en 1995.

Op Chamrousse reed Nibali dit jaar tweeënhalve minuut trager dan Armstrong. Op Pla d’Adet deed hij minder slecht: maar 40 seconden trager. Op Hautacam moest hij 67 seconden inleveren. Op die laatste klim trok hij tien kilometer voor het einde al in de aanval. Hij reed dus op volle kracht, maar eindigde toch op twee minuten en 40 seconden van Bjarne Riis, die in 1996 het record neerzette. Nibali’s tijd op Hautacam was de 26ste in de Tourgeschiedenis. Die van Armstrong slechts de veertiende.

Het is blijkbaar inherent aan deze sport dat geen enkele prestatie wordt geleverd zonder dat daar vragen bij worden gesteld. Bij Nibali gaat het om twee geruchten of vraagtekens. Toen hij Liquigas verliet op een moment dat de ploeg zou worden overgenomen door Cannondale, werd vanuit de Amerikaanse fietsenfabrikant gesuggereerd dat Nibali de ethische code niet wilde ondertekenen en daarom richting Astana trok.

Voorts is er het steeds terugkerend verwijt dat Nibali ooit met Michele Ferrari zou hebben gewerkt, wat in zijn geval in trainingstechnisch opzicht een hele slimme zet zou zijn geweest, gezien de kennis van Ferrari. Pr-matig had het een dramatische afloop kunnen hebben. Nibali moest er deze Tour maar één keer op antwoorden en blokte de zaak meteen af: “Ik heb Ferrari nooit ontmoet.” Wie dat gerucht voor waarheid vermeldt, doet hij een proces aan. Dat laatste is zelden een goede zet gebleken.—

De methode-Dauwe

De meeste analisten kijken alleen naar de prestaties dag per dag en vergelijken individuele prestaties. Dat is essentieel onjuist, omdat de intensiteit van de prestatie intrinsiek verbonden is met de duur van de prestatie. Kittel haalt 25 watt per kilo lichaamsgewicht gedurende drie seconden, Gilbert of Rodriguez kunnen op de Muur van Hoei 8,5 W/kg draaien gedurende drie minuten. Voor een klim van dertig minuten is 6 W/kg al een topprestatie, en een topinspanning van 1 uur zal rond 5,2 W/kg liggen.

De oorzaak van die terugval is eenvoudig: een prestatie is altijd gedeeltelijk aeroob (pure uithouding) en gedeeltelijk anaeroob (met lactaatvorming). Het is onmogelijk de verschillende bijdragen te schatten op basis van één enkele prestatie.

Professor Dauwe brengt alleen de slotklimmen in rekening en dan nog op voorwaarde dat er echt wordt gekoerst. Aangezien Nibali op elke eindklim iedereen uit zijn wiel heeft gereden, kunnen die worden meegenomen in de rekenmodellen. Bovendien is het ideaal als de favorieten op de voorgaande klimmen niet diep in het rood zijn geweest. Zo reden de leiders in de Pyreneeënrit de Peyresourde op in een tempo dat Marianne Vos met de vingers in de neus had kunnen volgen.

Zodra minimaal drie eindklimmen beschikbaar zijn, kan Dauwe aan de hand van een fysisch- wiskundig model, het ‘critical power model’, de scheiding maken tussen het aerobe deel CP en de anaerobe capaciteit AEC (FRC – functional residual capacity in de VS).

Slotopmerking: het gaat altijd om een rekenmodel, dat niet mag worden gebruikt om sporters te veroordelen maar dat wel aangeeft wat het intrinsieke prestatieniveau kan zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s