Verhaal over KRC Genk-Ferrera in De Morgen van 2 aug 2014

Molm in het BRONS GROEN eikenhout

De Cristal Arena leek het Colosseum wel, maandagavond, toen er werd gestemd over het lot van coach Emilio Ferrera. Een grote meerderheid hield de duim omlaag. Tegen middernacht zat de kampioenenploeg van 2011 al na één speeldag zonder trainer. Een poging tot reconstructie, met al die Genkse monden op slot.

Ongeveer rond de tijd dat interim-trainer Pierre Denier zijn videoboodschap op de website zette – ‘laten we vooruit kijken’ – nam Emilio Ferrera woensdagavond het vliegtuig naar niet al te ver weg, maar toch ver genoeg. Weg van de pers, weg van het Belgisch voetbal dat hem weer eens heeft uitgespuwd en beschadigd. Het is de rode draad door zijn beroepsleven sinds hij het onderwijzerschap vaarwel zegde voor de slagvelden van het voetbal.
In een krant verscheen deze samenvatting: “… In de laatste tien jaar wist hij slechts één keer – zijn eerste seizoen bij Panthrakikos – een volledig seizoen aan de slag te blijven. Feitelijk klopt dat, qua perceptie is het een ramp. Met uitsmijters als jobhopper er bovenop is het mis- schien net geen karaktermoord, maar toch een iets te vileine schets voor deze vakman die eind vorig seizoen alom lof kreeg voor zijn restauratie van het grote KRC Genk.

Duistere krachten

Vakman, dat zegt iedereen, maar ook nu weer was Emilio Ferrera niet de juiste man, niet op het juiste tijdstip, niet op de juiste plaats. Uiteindelijk zal hij de geschiedenis ingaan als een passant in de Cristal Arena. Het beeld van het eenzame, kwetsbare voetbaldier dat niet was opgewassen tegen de duistere en minder duistere krachten in zijn club en bij uitbreiding het voetbal, zal nazinderen.
De euthanasie op Ferrera zal het ooit zo sympathieke Genk – toonbeeld van goed beleid en standvastigheid – nog lang worden aangerekend. “Als u het zo zal voorstellen in uw krant, dan hoeven we niet meer te spreken en is dit gesprek nu afgelopen.” Dat zei een Genkse intimus, toen hij werd gebeld.
En hij trok van leer, onder de voorwaarde van gegarandeerde anonimiteit. “We hebben Ferrera in mei een contractverlenging gegeven, maar toen al waren er twijfels. Met de huidige contractbepalingen en de voorwaarden die hij zonder veel morren heeft aanvaard, leek het ons geen risico hem te proberen. We dachten toen al aan Peter Maes, maar we hebben daar gefaald. Ik was ook voorstander om Ferrera die kans te gunnen, al weet ik nog steeds niet of de winstwedstrijden in Play-off 1 tegen Anderlecht en Club Brugge wel onze verdienste waren, dan wel te danken aan het falen van de tegenstander. Maar wat we zondag zagen, was erger dan het ergste onder Mario Been. Stel u eens in de plaats van het bestuur.”

“Een harder werkende hoofdtrainer dan Emilio Ferrera heb ik nooit gehad.” Dat zei Pierre Denier, de T2 die nu voor de achtste keer depanneur speelt bij zijn KRC. “Zijn oefenstof was innovatief, nooit gezien. Ik had de indruk dat de spelers het tactisch stilaan onder de knie kregen.”
Een bestuurder: “Hieruit blijkt dat het plaatje niet helemaal klopte. Emilio Ferrera scoorde met zijn oefenstof, terwijl oefenstof vaak gelinkt wordt aan het takenpakket van de T2. Een T1, staat die niet beter met de armen gekruist in de middencirkel om te zien of het goed is? Of niet goed, en dan doen de spelers het in de broek.”

Keikop

Zo werkt Ferrera niet en dat wist het Genkse bestuur. Dat deed hij ook bij Club Brugge niet, legde hij ooit uit. “Omdat ik nu eenmaal mijn manier van trainen heb en ik niet graag naar trainingen van een ander sta te kijken. De opwarming en de fysieke training geef ik uit handen. Maar de tactische trainingen geef ik zelf. Wat ik zelf doe, doe ik beter. Een geboren T2? Neen. Ik wil zelf bepalen wie er speelt en hoe er wordt gespeeld. Ik ben een T1.”

“Emilio is een keikop,” zegt een goeie kennis. Bijna alle Ferrera’s – neefje Yannick bij STVV en broer Manu bij AA Gent – zijn keikoppen. Heerlijke mensen, zacht in de omgang voor hun medestan- ders, maar onverbiddelijk als het op het eigen grote (voetbal)gelijk aankomt. Dat hun grote voetbalgelijk hun grote persoonlijke geluk soms dwarsboomt, nemen ze erbij. “Discussiëren om gelijk te halen: het is sterker dan onszelf.”

Meerderheid voor ontslag

Dan zou je verwachten dat die Emilio Ferrera zondag en maandag met een gedegen analyse zou zijn gekomen en van zich zou hebben afgebeten na de verloren openingswedstrijd. Voor blauw-wit was die 3-1 in Mechelen een traumatische ervaring na de zo desastreus verlopen vorige competitie, toen slechts op het nippertje Play-off 1 werd gehaald.
Een stem uit het bestuur, anoniem uiteraard: “Technisch directeur Gunther Jacob heeft hem vragen gesteld, maar kreeg geen echt antwoord. De sportieve commissie heeft hem maandag vragen gesteld, maar meer dan ‘ik heb de wedstrijd fout ingeschat’ kwam er niet uit. We wisten niet wat we zagen: onze trai- ner was een geslagen hond en dat na één wedstrijd. We waren in paniek, maar hij was dat ook.

“Emilio is een beminnelijk manneke, maar sla hard op een deksel en hij krimpt in elkaar. Die verslagenheid na de 3-1 heeft ons de ogen geopend. Hij heeft ocharme één speler gewisseld. Hij is zeker een goeie trainer, maar met hem als coach zouden wij geen oorlog winnen.
“Als de voorzitter (Herbert Houben, red.) u zegt dat de stemming verdeeld was, is dat een onjuiste voorstelling van zaken. De grote meerderheid in het bestuur was voor ontslag, maar we waren ook zo eerlijk om collectief het boetekleed aan te trekken.”
Uit een reconstructie blijkt dat de voorzitter en technisch directeur Gunther Jacob de enigen waren die Ferrera nog een kans gunden.
Een bestuurder: “De fout ligt bij ons. Niet bij Ferrera, ook niet bij Gunther Jacob, die ons een eerlijke voorstelling van de capaciteiten van Ferrera heeft gegeven toen hij zijn naam presen- teerde: een onbetwiste vakman, maar geen aanjager.
“Deze vergissing dateert van mei, toen Ferrera om duidelijkheid vroeg omdat in Het Belang, waarmee hij geen te beste band had, steeds maar verscheen dat het bestuur niet in hem geloofde. ‘Hoe kan ik hier nu rustig werken’, argumenteerde hij. Wij zijn toen op zijn verzoek ingegaan, maar toen al was er discussie over verlengen of niet en uiteindelijk hebben we meer gehoopt en gebeden om beter- schap dan dat we beterschap zagen.”

Emilio Ferrera: heerlijke man, zacht in de omgang, maar onverbiddelijk als het op het eigen grote gelijk aankomt. Dat dat laatste zijn grote persoonlijke geluk soms dwars- boomt, neemt hij op de koop toe.

Bayat en co

Het blijft een raadsel waarom Ferrera, die best wel heftig zijn zaak kan bepleiten, zich zo gewillig naar de slachtbank liet voeren. Anders gesteld: waarom liep hij met de ogen open in de val? Nog anders gesteld: waarom kwam hij niet tegemoet aan de wensen van het bestuur?
Nogmaals nemen die het woord: “Ferrera wilde wat oudere spelers erbij voor het evenwicht, maar Genk trekt de kaart van de jeugd. Dat wist hij. We hebben vastgesteld dat er zondag maar één aankoop in het veld stond, Marco Bizot (de nieuwe doelman, tegen het advies van de keeperstrainer in, red.). Verder niemand. Wel twee spelers van wie wij meenden dat ze op overschot waren of die we wilden verkopen.”

Een van hen was Jeroen Simaeys, over wie afspraken waren gemaakt. “Hij mocht bij de kern blijven, op verzoek van Ferrera omdat hij hem nodig had in de groep. Maar hij zou niet spelen. Christian Kabasele speelde de hele voorbereiding. Wie startte in de eerste competitiewed- strijd? Niet Kabasele, maar wel Simaeys, die niet meer aan spelen zou toekomen.”
Hiermee zijn we beland in de categorie samenzweringen. Een theorie die een paar keer terugkomt: Ferrera zou iets hebben tegen spelers die van makelaar Mogi Bayat komen. Kabasele is door Bayat gebracht. Hervé Kagé van AA Gent ook, maar die kon zondag nog niet spelen. Toch zou Ferrera hebben laten uitschijnen dat hij Kage? maar niks vond, terwijl hij was geraadpleegd over diens komst en aanvankelijk enthousiast had geleken. Tot bleek dat de alomtegen- woordige Mogi er tussen zat.
Ferrera is gecontacteerd op zijn vakantieadres en stond ons vriendelijk te woord met: “Sorry, geen commentaar. Ik moet dit nog verwerken.”
“De Bayat-hypothese is een fabeltje”, argumenteert een andere intimus van het huis. “Emilio kreeg gewoon niet waar hij recht op had. Hij heeft de club er na een rampzalige tweede competitieronde bovenop geholpen. Iets meer krediet was op zijn plaats geweest. Een spits extra bijvoorbeeld had veel geholpen. Hij had alleen Mboyo, want Vossen wil weg.
“Weet je, Emilio had zijn vel kunnen redden door alle aankopen van technisch directeur Gunther Jacob op te stellen. Dan waren ze ook de boot ingegaan, maar dan had hij kunnen zeggen dat hij met dit materiaal niks kon aanvangen. Hij had nog gelijk gehad ook en dan was Jacob gevlogen en niet hij.”

Een lid van de Genkse familie komt tot een treffend besluit: “Voor dit voetbal is Emilio Ferrera een te rechtlijnig man. Zoals bij de meeste van zijn clubs zal ook nu de meerderheid van de spelers zich hem als een toptrainer herinneren. Jammer genoeg zien de meeste besturen alleen de korte termijn en geven ze een trainer punten naar gelang van het aantal keren dat hij uit zijn dug-out komt en schreeuwt of met zijn armen zwaait.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s