Verhaal ‘De Parabel van de Bedrieger en de Martelaar’ in De Morgen van 19 juli 2014

De parabel van de bedrieger en de martelaar

De Morgen – 19 Jul. 2014

Uitgespuwd en voor eeuwig verbannen naar de diepste kerkers van de koers: het lot van ‘bedrieger’ Lance Armstrong. Een nationale held, met twee standbeelden geëerd als het grootste klimtalent ooit: de herinnering aan ‘martelaar’ Marco Pantani. Over beiden kwam dit jaar een film uit.

Alex Gibney kon zich wel voor de kop slaan. Daar ging zijn film en al het geld dat hij had geïnvesteerd. Tijdens de montage van zijn reality-docu over de terugkeer van Lance Armstrong in het peloton in 2009 en 2010 kwam hem ter ore dat het monument Armstrong klaar was voor de sloop.

De uitkomst was voor de koersonkundige filmmaker Gibney een complete verrassing: ‘oh my god, Lance was on drugs’, en niet zomaar één keer, maar fuckin’ all the time. Dat zou de zevenvoudige Tourwinnaar later zelf bevestigen bij Oprah Winfrey.

Gibney vond het materiaal dat hij in handen had toch de moeite waard om te verwerken, maar het moest worden geduid en anders gekaderd. Of Lance dat even kon doen? Lance kon dat en ging nog eens zitten voor zijn camera. Alex Gibney keerde terug naar de montagetafel en zijn kind kreeg een andere titel. Tenminste, het sterke vermoeden bestaat dat een film over Armstrongs triomfantelijke terugkeer zonder die dopinghistories níét The Armstrong Lie zou hebben geheten.

The Armstrong Lie is een aanrader voor wie van wielrennen houdt. De film toont de hectiek rond zijn terugkeer, maar ook de relatieve mislukking van zijn missie, al meteen bij de proloog van de Tour van 2009. Gibney filmt Armstrong terwijl hij – terug op zijn kamer – de ene na de andere concurrent sneller ziet rijden dan zichzelf. Dat ongeloof op zijn gezicht is de aankoop van de dvd dubbel en dik waard.

Iets verder in de film wordt Armstrong nog eens neergezet als een geobsedeerde topsporter die de tegenstand niks gunt. Zijn partner in crime – zo is de film althans gemonteerd – is Johan Bruyneel, zijn sportdirecteur bij Astana. Niet vergeten: bij die ploeg reed op dat moment ook al Alberto Contador en die had in 2008 de Tour gewonnen.

Contador zou in 2009 weer winnen, tegen de zin van Armstrong en Bruyneel in, wordt gesuggereerd. Johan Bruyneel is het daar niet mee eens, maar het belangrijkste is de suggestie en het beeld dat overblijft: Lance Armstrong die een ander niets gunt en die – wie zal het zeggen? – misschien opnieuw loog toen hij beweerde dat hij in 2009 en 2010 zonder bloedtransfusies de Tour reed. Ook over dat laatste beetje verloren eer – “I wás clean in 2009 and 2010” – zijn Armstrong en Bruyneel niet te spreken.

Ook over Marco Pantani verscheen dit jaar een film. De titel is The Accidental Death of a Cyclist. ‘The Pantani Lie’ had ook gekund, maar dat werd het dus niet. Het is een Britse productie die geregeld uit de bocht gaat en het geld van het schijfje niet waard is. Niet omdat het een ode is aan de gevleugelde klimmer, maar om de feitelijke onjuistheden.

Zo wordt het begin van de hematocrietcontroles gesitueerd in 1999, terwijl dat twee jaar eerder was. Epo was volgens de makers “tussen 1990 en 2007 verantwoordelijk voor de dood van anderszins gezonde competitierenners, vooral in Nederland en België, die stierven aan de complicaties van epogebruik”. Dat fabeltje is allang achterhaald, want de doden vielen bij ons vooral vóór de introductie van epo.

Voor de ontmoeting tussen de ‘brave’ Pantani en de ‘stoute’ Armstrong – cruciaal in de film – moeten we terug naar de zomer van 2000 en wel naar de aankomst boven op de Ventoux. Hét beeld van die Tour de France staat op het netvlies gebrand bij elke wielerliefhebber. Il Pirata tegen The Boss, Marco Pantani en Lance Armstrong die samen boven op de Mont Ventoux de laatste steile bocht nemen, waarop Lance Armstrong met de witte streep in zicht inhoudt. Marco Pantani wint.

Uit interviews onmiddellijk na de aankomst blijkt dat Pantani beledigd is. Armstrong sprak niet tegen dat hij hem had laten winnen, en dat pikt hij niet. Drie dagen later zal Pantani iedereen los rijden op Courchevel. Nog een dag later stapt hij uit de Tour. Maagkrampen, luidt de officiële versie.

Slachtoffer

Marco Pantani is dan al een hoogst labiele cocaïneverslaafde, die met een flinke toen nog onopspoorbare epokuur nog één keer alles uit de kast haalt. Drieënhalf jaar later, zonder nog één platte prijs te gereden te hebben, sterft hij aan een overdosis op een hotelkamer in Rimini.

De speculaties over zijn dood konden beginnen. Hij was een slachtoffer, maar van wie en van wat? Van de koers, van de doping, van de dealers, van professor Conconi, maar ook van de gokmaffia? Het was een gerucht dat lang bleef aanslepen en dat werd gevoed door zijn ontluisterende verwijdering uit de Giro van 1999 vanwege een te hoge hematocrietwaarde. Voor zijn ploegmaat Marco Velo was het duidelijk: dat was een arbeidsongeval, een systeemfout, niente mafia. Toch wordt gesuggereerd dat de UCI van Pantani niet moest weten. “Hij won te veel. Hij is geflikt.”

Maar misschien is er nog een schuldige. In een volgende scène zegt zijn moeder dat ze na zijn dood een T-shirt vond waarop haar Marco met stift had geschreven: ‘La vera ferita è Armstrong.’ De echte wonde is Armstrong. De cirkel is rond: de bedrieger Armstrong heeft schuld aan de dood van de sympathieke Marco Pantani, die na zijn dood het martelaarschap kreeg in het hyperkatholieke Italië.

Greg Lemond, die geen goed woord over Armstrong over zijn lippen krijgt – wat ook een beetje te begrijpen is aangezien die zijn fietsenbusiness kelderde – doet er nog een schepje bovenop. Over de Ventouxetappe zegt hij in de Pantani-film: “Je moet je tegenstander respecteren, niet vernederen.” Over Pantani luidt het: “Hij heeft foute dingen gedaan, maar ik heb in zijn ogen gekeken en dat waren de ogen van een zestienjarig jongetje dat deze wereld niet aankon.”

De ongemakkelijke waarheid

Fast forward naar deze Tour. Straks wordt Miguel Indurain in één of andere etappe gehuldigd. Indurain heeft nooit iets toegegeven, maar van hem is geweten dat hij de eerste epo-Tourwinnaar was, al zijn er die beweren dat Greg Lemond dat zou zijn.

De grootste hypocriet van het Franse wielrennen, Laurent Jalabert, analyseert deze Tour als vanouds voor France Télévisions. Hoewel de bewijzen tegen hem overweldigend waren, is hij blijven beweren dat hij nooit bewust heeft gedopeerd. “Misschien kreeg ik het wel van anderen zonder te weten wat het was.”

Wat te denken van Richard Virenque? Die is niet welbespraakt en slim genoeg voor analyses, maar werkt toch voor Eurosport en is in de village de départ een graag geziene gast, met zelfs een eigen stoel. Hij was de spilfiguur van de Festina-affaire, maar is nooit echt uitgespuwd. Na een zorgvuldig geconstrueerde imagocampagne bleek hij niet de dader maar het slachtoffer van de door buitenlanders geïnstalleerde dopingcultuur. Later zou QuickStep hem als uithangbord gebruiken voor zijn doorbraak op de Franse markt.

Alle dopingzondaars en haast alle Tourwinnaars waren ooit slachtoffer van de dopingcultuur. Maar waarom wordt Lance Armstrong niet gepercipieerd zoals Marco Pantani of Richard Virenque? Omdat hij niet dood is. Omdat hij geen Italiaan maar een Amerikaan is. Omdat hij te veel heeft gewonnen. En die keren dat hij niet won, zoals in 2009, heeft hij niet mooi verloren. Omdat hij bijzonder slecht is omgegaan met wie aan hem twijfelde.

De mens Armstrong was soms onmens, maar dat was Bernard Hinault nog meer, en die staat elke avond op het Tourpodium te blinken. Waarom is de sportman Armstrong zijn zeven Touroverwinningen kwijt en mocht Bjarne Riis die van 1996 houden? Waarom mocht Jan Ullrich ondanks bekentenissen zijn overwinning houden? Verjaring, wordt gezegd. Riis bekende in 2007 maar verloor zijn overwinning van 1996 niet. Armstrong werd geout als dopeur in 2012, maar is alles kwijt sinds 1999.

Stilaan, maar wel heel langzaam, keert het besef terug dat Lance Armstrong misschien niet de grootste dopeur uit de geschiedenis van de wielersport was, en dat US Postal niet de grootste samenzwering vormde. Voormalig UCI-voorzitter Pat McQuaid was deze week in de Tour. Hij zei dat hij de woorden “voor Armstrong is er geen plaats meer in de wielergeschiedenis” in een opwelling had uitgesproken, maar dat hij vandaag het grotere plaatje ziet: “Lance Armstrong is het slachtoffer van een heksenjacht.” Dat viel tussen de plooien maar is wel een statement van formaat.

De Nederlandse krant De Telegraaf peilde bij Tour de Francewinnaars. Daaruit bleek dat een meerderheid ervoor is om hem opnieuw als winnaar op het Tourpalmares te zetten. Het is opvallend dat niemand van zijn vroegere tegenstanders een van die zeven Touroverwinningen opeist.

Over de martelaar Pantani zegt Lemond in de film dat hij ook clean een begenadigd renner was geweest. Misschien geldt dat ook voor de bedrieger Lance Armstrong, die meer heeft betekend voor zijn sport. Het geeft dus geen pas om Pantani enerzijds op te hemelen en anderzijds Armstrong niet de verdienste te gunnen die hem toekomt, bijvoorbeeld dat hij het rondewerk tot een andere dimensie heeft verheven. Met de heksenverbranding van Lance Armstrong is het kind met het badwater weggegooid. Die ongemakkelijke waarheid wordt stilaan weer bespreekbaar in het wielrennen.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

LA-MP

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s