The Rio Sportzomer 1 in De Morgen van 1 augustus 2016

RUA BARATA RIBEIRO 60

De blijde intrede in Brazilië was een dikke meevaller vergeleken bij de 38 uur durende kruisweg daarheen. Als eerste van de hele 747 door de paspoortcontrole, als eerste bij de accreditatie, als eerste gevalideerd en na twintig koffers was die van mij daar al. Bijgevolg: als eerste bij de fleurig uitgedoste jongens en meisjes volunteers van de transportation desk.

“Boa noite, heeft u vervoer voor mij?”
“Over een halfuur gaat er een bus naar Copacabana.”
“Veel te lang, ik ben al bijna veertig uur onderweg. Ik neem wel een taxi.” “O wat erg, senhor, we kijken even voor een auto.”

Een stoute bek alleen volstaat niet op die grote evenementen met veel vrijwilligers, timing is minstens even belangrijk. Als je vroeg arriveert, behandelen ze je als een bedreigde diersoort en lopen zich het vuur uit de sloffen. Als dit verschijnt – minder dan een week voor de Spelen – wordt elke journalist in een bus geduwd en gedeporteerd.

Ik werd in Miss Daisy-stijl ‘gebracht’, heel comfortabel achterin in een gloednieuwe Nissan met een zeer goed Engels sprekende chauffeur. Op naar Rua Barata Ribeiro 60, een maand lang mijn uitvalsbasis. De transfer had toch één verrassing in petto. Voor de tunnel aan het shoppingcenter Rio Sul (voor wie daar bekend is) werden we tegengehouden door een road block. Het was bijna middernacht maar er stond een enorme file. “Alcoholcontrole”, zei de chauffeur. Ik vroeg hoeveel je mag drinken in Rio om nog te kunnen rijden. “Je mag niet drinken”, sprak de chauffeur verwijtend. “Ik drink nooit alcohol.”

“Haha,” zei ik, “zonde in een land met die lekkere caipirinha, heerlijk met limoen maar met maracuja lust ik hem ook.” Of hij misschien moslim was, gooide ik er in een bui van overmoed achteraan. Er viel een stilte. Jawel, hij was moslim. Ik zat aan mijn leren bank genageld en vraag hiervoor meteen begrip. In anderhalve dag had ik drie uur een bed gezien en dan nog eens twee uur op het vliegtuig mijn ogen gesloten. We hadden nog maar de aanslag in Nice gehad op een plek waar ik een paar weken eerder had gelopen, gedronken en gefietst. De schietpartij in München had ik nog net meegekregen voor mijn vlucht vertrok en ik was ook op 22 maart in Zaventem. Ondertussen hadden ze Braziliaanse IS-strijders opgepakt, een bericht dat ik eerst niet had geloofd. (De man met de machete moest de trein nog nemen en de priester in Frankrijk leefde ook nog.)

Ik wijt het aan de zware vlucht – en mijn boetedoening volgt als ik terug ben – maar ik werd zowaar bang in die file met die Braziliaan met zijn lange baard, in wie ik een hipster vermoedde. Ik begreep het niet en nog steeds niet. Goed gedaan om God af te zweren, maar dan naar Allah overlopen, van de drop naar de regen, en dat in Rio, de stad van chaos en zonde? Ik staarde hem met open mond aan, hij keek na die opmerking over alcohol vooral boos en we bleven wederzijds stil. Vijf minuten later haalde hij netjes mijn koffers uit zijn achterbak, zei “tchau, boa noite” en reed weg.

Transgender XXL

De zon een dag later deed het voorval vergeten. Copacabana was geen haar veranderd, behalve de patrouillerende militairen maar dat deden al tien andere politiekorpsen, dus die konden er nog wel bij. Die oorlogsschepen voor de kust waren wel een raar uitzicht. De olympische ringen en het beachvolleybalstadion waren het grootste verschil. Een tijdelijk buizenbouwsel voor tienduizend man, neergezet op een strand, op geen 50 meter van de soms wilde oceaan, als dat maar goed afloopt.

Verder business as usual. Honderd meter van de beach volleybal venue bij de bar Mab’s defileren na zonsondergang als vanouds de hoertjes en hoeren, van petites tot XXL. Een transgender XXL heeft vorige week niet ver daarvandaan een dronken en wellicht geile en/of blinde Australische cameraman beroofd, na hem op het hoofd te hebben geslagen met haar sacoche waar een steen in zat. “Nooit in het donker onder die boompjes lopen”, drukte mijn dierbare collega, die op Copacabana heeft gewoond, mij vorig jaar al op het hart. Afgezien daarvan: de barretjes speelden nog even luide muziek en caipirinha en bier vloeiden bij beken want het was een warm weekend geweest.

Rio heeft de wereld bedrogen

Ik ben er nu een kleine week en alles wat werd voorspeld, wordt helaas waarheid. Haast niks is klaar. De helft van de flatgebouwen in het olympisch dorp hebben structurele problemen en dat is meer dan een lampje dat niet brandt. Toen een Duitse hogerop een douche nam, stroomde het water bij de Belgen langs de muren, dat soort werk. De competitieplaatsen zijn niet af, de wegen zijn niet klaar en dat is beduidend meer dan een likje verf. Het perscentrum zal te klein zijn en met één op vijf van de media aanwezig, kon het persrestaurant twaalf dagen voor de Spelen de toevloed van journalisten al niet aan. Zelfs de urinoirs in de containertoiletten liepen al over.

Het zal u allemaal een zorg wezen, en dat is uw goed recht, maar het is in feite erger dan u leest. Voorlopig wordt het nog een beetje met de mantel der liefde bedekt, volgens de perverse logica dat die arme Brazilianen het al zo hard te verduren hebben en we hen maar niet te veel moeten beledigen. Welnu, elke Braziliaan die mij vraagt wat ik ervan vind, mag het weten. Rio is niet klaar. Rio had de Spelen nooit mogen krijgen. Rio heeft de wereld bedrogen, maar de wereld heeft zich al te graag laten bedriegen. Eigen schuld, dikke bult. Ik heb toen ook geapplaudisseerd en nu zijn we hier en we moeten er door. Gedaan met zeuren. De carioca’s kunnen het niet helpen en het zijn aardige mensen, ook de carioca’s die moslim zijn. Hoop ik.